Categorie archieven: Stories from abroad

Coos op Reis: N221 DOURO PORTUGAL

Wolken én zon. Een mooie combinatie. Het is 6 graden. En, geheel boven verwachting, droog. Het is super motorweer!

(We reizen verder in onze serie “Coos op Reis”, met verslag nummer 34.)

Mijn helm en iPhone zijn inmiddels opgeladen. Op mijn zeer ruime kamer van dit echt geweldige viersterren hotel zit helaas maar één leeg stopcontact. Maar dat is voor een ervaren reiziger geen probleem. Want natuurlijk heb ik een stekkerdoos bij mij… Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je een Sissie.

Het hotel is uitstekend. Het is een heerlijke luxe en rustig plek. Hier geen televisie in het restaurant en schreeuwt er niemand aan tafel. Pfff… Ik geniet dan ook volop van het ontbijtbuffet met de geklutste eitjes en de gebakken spek en alle andere lekkere dingen. En de jus d’orange uit een pak. Grrr! Ik ga er voortaan niets meer over zeggen.

Water en benzine zijn straks nummer één, bedenk ik mij. Ik realiseer mij dat ik straks een dunbevolkt gebied in zal rijden. Better safe than sorry.

En ik neem mij voor om zo meteen extra warme kleding aan te trekken.

Die kou van gisteren was helemaal niks.

De dampen hangen nog in mijn laarzen.

 

De dienstdoende mevrouw helpt mij om mijn bepakking van mijn kamer naar de garage te zeulen. Hijgend en puffend staat ze naast mij. Zou ze nou plots zo opgewonden zijn van míj of gewoon een slechte conditie hebben, vraag ik mij af?

Mijn BMW gromt als ik haar uit haar warme overdekte stal haal. Zij heeft zo lekker, warm en veilig geslapen, fluistert ze. Niemand kan het horen, zoals je inmiddels weet. Alleen ik.

De zijtassen bind ik vandaag nog wat verder naar voren op de zijkoffers in een poging om het pakgewicht nog wat meer in het midden van de motorfiets te krijgen. Elke centimeter helpt. Gewoon, even proberen. Ik denk wel dat het werkt.

Ik loop een rondje om mijn motor, check de olie, de banden op beschadigingen en controleer de bandenspanning op het dashboard. Dat is eigenlijk wel mijn standaard procedure ’s morgens. Veiligheid voor alles. Alles ziet er goed uit. En verder geloof ik het wel. Mijn motor controleert alles zelf en vertelt mij met oranje en rode lampjes als er iets aan de hand is. Vrienden doen dat!

140 euro armer verlaten we het hotel. Zij vindt het bedrag niet erg en ach, Janny heeft toch geen Feestboek, vergoeilijken we elkaar onze keus. Jôh, we hebben lekker geslapen, gisteravond lekker gegeten, lekkere Douro-huiswijn gedronken en vanmorgen van een heerlijk ontbijt genoten. Brullend van de lach gaan we op weg.

Ik douw de BMW eerst maar eens vol met de extra dure Top95 benzine. Zij kirt helemaal. Het schijnt geen reet uit te maken, maar ach, laat haar nou ook gewoon even in die waan. Zij belooft mij voor vandaag extra pk’s.

We rijden snel het natuurgebied ‘Parque Natural do Douro Internaciocal’ in. Een groot deel van het gebied ligt aan de Douro, een prachtig gebied waar de werkelijk bijzondere wijn vandaan komt. Het gebied lijkt op het gebied van de Moezel. Maar dan met cactussen en andere exotische planten.

We komen op de N221. Ik herken onmiddellijk het zogenaamde zwart fonkelende sterretjesasfalt. De weg slingert, ligt er zo strak als een biljartlaken bij en ziet er zo betrouwbaar uit als die gereformeerde ouderling die samen met zijn vrouw elke zondag op het eerste bankje voor in de kerk zit. Deze weg is ontworpen en gemaakt om sportief te rijden. Deze weg is voor motorrijders. Deze weg is voor mij! De vangrail is aan de onderzijde gesloten. Dit is gewoon een motorcircuit, maar dan zonder racelicenties, toegangskaarten en toeschouwers.

Het motormanagement staat nog op ‘rain’. Ik zet het snel terug op ‘dynamic’ en stel de vering op ‘hard’. Dat betekent weinig comfort maar snaarstrak sturen.

En dan gaan we! Volle bak. Alles open. Héérlijk samen dansen op de N221. Niet die uitdagende Tango, niet die slepende Bolero, nee, snoeiharde Rock & Roll. Snel, hard en ruig. Zij met haar Top95 benzine, ik met al mijn overbodige teringzooi die ik elke dag op haar rug zet. We hebben het elkaar al lang vergeven.

De N221 gaat verder. We komen uit het zuiden en gaan naar het noorden. De zon in de rug. Maximale controle op de kwaliteit van het asfalt. Het is niet nodig. Het is superieure circuitkwaliteit.

De route is fantastisch. En lang! Zoooo lang! En slingert maar door en door. Deze weg is abnormaal geweldig. Deze weg is een beest! Ik kan niet meer superlatieven verzinnen. Ik ben met de keuze van deze weg boven mijzelf uitgestegen. Haha. Gewoon stom geluk, hoor…

We zakken een stukje naar beneden en komen langs de rivier Douro te rijden. En de weg wordt gekker en gekker. Wat een prachtig circuit. Draaien van 180 graden, maar dan open, zodat je er met flink gas doorheen kunt. Geen krappe hairpins. Ik duw voor de linkerbochten met mijn linkerhand het stuur weg en roep GAS GAS GAS in mijn helm. De motor is topzwaar, maar komt gewoon mee. Puur door de snelheid. Het is helemaal super. Ik overweeg om alle bepakking en de drie zilveren koffers in de bossies te verstoppen en noges, maar dan vederlicht, het circuit bulderend en nog sneller over te doen. Beter van niet, hé. Dombo! Je bent geen 20 meer, je bent inmiddels gewoon een ouwe vent…

Koekel maar: N221 Douro Portugal. Of zoek hem in Basecamp op. Zet hem op je bucketlist. Doe de N221 voordat je ‘hier’ vertrekt. En als je dan daar toch in de buurt bent, pik dan de N216 en N217 ook maar mee. Kwalitatief niet altijd super, maar zeker de moeite waard.

Miranda is hier ook trouwens. Ze ligt een stukje verderop. Ik heb haar nog niet gevonden, maar ben onderweg!

Bij de dam sterft de wilde Douro en wordt gereguleerd tot een piswatertje. Ook de Portugezen willen alles onder controle hebben.

Als ik weer in de bewoonde wereld kom, is het al na 14:00 uur. En zijn de supermarkts dicht. Ik stap bij een café naar binnen voor iets eetbaars. De baas heeft er geen zin meer in, maar samen met een Frans sprekende Portugees lukt het om een fantasielunch te ritselen. Heerlijk! Buiten vergapen de locals zich aan mijn motor. Mijn BMW glimt van trots…

Ik vervolg mijn weg en krijg een lesje dat je nooit op je navigatiesysteem moet vertrouwen. Het waterpeil van de Rio Sabor is zo erg verhoogd, dat de oude weg onder water is komen te staan. Ik moet wel 30 km omrijden.

Ik zie en ruik nog steeds de gevolgen van oude bosbranden en kom hier en daar nog wat zooi tegen op de N216 en N217. Het is nog steeds een frisse dag. In de verte zie ik besneeuwde bergtoppen en langs de weg zie ik de laatste sneeuw liggen.

Ik dender Spanje weer in en na een kwartier signaleert mijn navigatiesysteem via de satellieten een andere tijdzone. Het maakt mij een tijdreiziger. Het is plotseling 19:30 uur! Tijd voor een slaapplek. Ik stop eerst bij een camping. Maar de man vraagt 85 euro voor een nacht. Hij wil niets van de prijs af doen. Dus ik vertrek daar rap. Ik vind een hotel in La Bañeza voor een mooi prijssie: 40 euro. De motor mag in hun garage, vijf minuten wandelen weg. De zoon brengt mij met de auto. Op zijn advies eet ik het speciale Paasgerecht van de streek: kabeljauw in spicy tomatensaus. Lekker!

Super dag. Ik heb waanzinnig heerlijk gereden!

Note: voor degenen die de draad ondertussen een beetje zijn kwijtgeraakt maakte ik even een overzichtje op de kaart. De vette rode streep geeft aan welke afstanden ik inmiddels heb afgelegd en de pijl geeft aan waar ik nu ongeveer ben.

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day!

Coos op Reis: CAPO DEI CAPI

Het is vandaag 30 maart. En het is nog maar net 08:00 uur geweest en ik sta al naast mijn bed. Das best uniek!

(We publiceren vandaag het 33e verhaal in onze serie Coos op Reis. Coos van der Spek vervolgt zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa.)

Er is bewolking en ik zie de zon. Dikke waterdruppels liggen op de koffers van mijn motorfiets. Het heeft vannacht geregend. Of … het zijn dikke tranen van de BMW omdat ik haar vannacht moederziel alleen en in haar blootje op straat heb laten staan. Achgossie.

Ik heb haar gisteravond echter beloofd dat ik bijtijds zou opstaan, zodat de nacht niet zo lang zou duren voor haar… Maar gelukkig, niemand heeft haar óf gestolen óf beschadigd óf een tyfusschop gegeven. Mooi. Het is volledig tegen al mijn principes om haar op een dergelijke plek te parkeren, maar soms kan het gewoon even niet anders.

Alle spullen zitten inmiddels weer op de motor en ik start het geweldige motorblok van de dikke tweecilinder. Ze komt ronkend tot leven. Al honderd meter verderop vind ik mijn ontbijt tussen de locals in de supermarkt. Ik bestel o.a. een jus d’orange en krijg tot mijn stomme verbazing een flesje Hero. Nou ja, in het land waar de sinaasappels letterlijk op straat liggen…. Verder een prima supermarkt.

Je kunt daar ook kroketten en een wasmachine en zo kopen. Whoehaa! Als ik vertrek roept de juffrouw ‘adios’ en ikke met veel bravoure ‘Byebye’. De hele zaak roept mij giechelend ‘ByeBye’ achterna. Alsof het snel is afgesproken. FF die lange kale Hollander piepelen… Dat zou zo maar kunnen, want ik versta helemaal niets van de Portugezen. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Het lijkt in mijn oren op Pools. Het klinkt rauw en Slavisch.

Ik vertrek uit Campo Maior en rijd al snel door een prachtig natuurgebied. Het is het nationale park ‘Parque Natural da Serra de S. Mamede’. De natuur varieert enorm. Het is Genieten met een grote G! Onderweg moet ik stoppen omdat ze een hele zooi stieren verweiden. Een heel bosje lullen op reis, filosofeer ik…

Ik dender met een gangetje recht op een hele boze donkere regenbui af. Mwah, het is nog te vroeg voor een regenpak, hoor. Ik weet dat hij vandaag onvermijdelijk is, maar nu nog even niet. Ik raadpleeg mijn navigatiesysteem en zie mogelijkheden om een lus van 25 kilometer af te steken. Ik krijg wat lichte spatten, maar kan precies om de donkere bui heen. Regeren is vooruitzien!

Zoals ik gisteren vertelde, rijd ik langs de grens Portugal-Spanje. Ik passeer een aantal keren de grens. Soms herinneren oude vervallen dreigende gebouwen aan vroegere tijden met strenge besnorde douaniers en met grote geweren bewapende militairen. Maar dat is verleden tijd. Ik rij onbelemmerd door.

Ik kom in een gebied dat op de Dolomieten lijkt. Grote, hoge kale in het zonlicht blakende naakte bergen zonder enkele begroeiing. Erg fraai. Ondertussen zit ik op ruim 700 meter hoogte. Ik zie zeven graden op mijn dashboard en vind al een poos dat ik te weinig kleding aan heb. Als de temperatuur nog verder zakt, trek ik mijn regenpak aan tegen de kou. Dat helpt.

Het is Goede Vrijdag. Er is niemand op straat. Waar is iedereen? Familie en vrienden zijn óf bij elkaar thuis of met elkaar in café’s.

Ik stap rond 14:00 uur in Alcántara een bar binnen voor de lunch. Het is er rétedruk. En vooral veel lawaai natuurlijk. De vriendelijke dame vertelt mij dat ik hier vandaag niks kan eten. Ik wijs op twee gerechten van andere bezoekers en vertel haar dat dáár niks mis mee is. Dus spoel ik met cola haar heerlijke kouwe pikante piepers en haar hete worstjes weg. Prima lunch voor € 2,20.

Ik vervolg mijn weg en kom door een gebied waar de wegen met stenen muurtjes zijn afgezet. Net als in Engeland. Wie heeft deze methode nou van wie gepikt?

Op veel plekken liggen hopen kiezels op de weg. Ik moet hier goed kijken hoe snel ik de bochten neem. Het gaat tien keer goed en dan ligt plots het verraad in losse stenen op de loer. Maar het is en blijft een prachtig gebied met adembenemend veel groen.

Rond 14:30 uur gaat het serieus regenen en wordt het takkeweer.

Op 800 meter is het nog maar drie graden. Mijn wintervoering zit in een tas en die ga ik er hier echt niet even in ritsen. Ik warm mij met een koffie bij een houtkachel. Mijn ACSI-app weigert dienst omdat hij eerst een nieuwe kaart van 220 MB wil updaten. Programmeur-van-lik-mijn-vessie. Sukkel. Ik zie wel campings, maar ze liggen allemaal op deze zelfde hoogte. Het is mij te koud hier. Mooi gebied om doorheen te reizen, maar niet om er te verblijven. Daar ben ik niet op gebouwd. Ik heb echt te weinig vet om mijn botten hangen. Ik besluit: het wordt vandaag weer geen camping.

Ik rijd door Rochoso en verwonder mij over de werkelijk enorme zwerfstenen. Jôh, sommige stenen zijn groter dan mijn huis. Níet normaal. En ik zie prachtige harige bomen. Het is koud en het regent nog steeds, maar ik moet en zal jullie laten zien wat ik gezien heb. Prachtig!

In Almeida gooi ik de handdoek in de ring. Ik heb het koud, ik ben het zat en ben moe. Ik begin dingen te zien die er niet zijn. Vet 350 kilometer binnendoor gestuurd. Ik stap bij een viersterrenhotel naar binnen, onderhandel over de prijs, plaats de motor warm en droog in de garage (had ik haar beloofd) en de dienstdoende mevrouw brengt al mijn bagage voor mij naar boven. Daar voel ik mij wel wat schuldig over. Prachtig hier. Kost wat, maar dan heb je ook wat. Dus eerst een flink hete douche! Ennuh … voor dat bedrag mag ik met hún doucheshampoo óók wel mijn shampooreisflesje vullen, vind ik. Want ik eet hier vanavond ook. Vet duur. Ik ga trouwens vandaag helemaal niet meer naar buiten. Mij te koud en te nat. Koelereweer. Daarnaast heb ik het reuze naar mijn zin. Weet je wat? Ik neem nog een wijntje!

Het was een stevige dag!

CAPO DEI CAPI / NOG EVEN OVER GISTERAVOND….

Als gisteravond het café dan eindelijk sluit, betaalt de kleinste Portugese druktemaker mijn biertje en troont mij mee naar ‘een ander café’ waar het nog gezellig is, gebaart hij met handen en voeten.

Ik aarzel even, maar ik moet en zal mee, volgens de druktemaker. Tja, dat kun je als vrouw-alleen natuurlijk maar beter niet doen, maar ach, wat kan mij als lelijke ouwe en straatarme vent nou precies gebeuren? Hij is een klein mannetje en ik ben 1.95 meter en weeg 87 kilo. En mijn mes uit Apeldoorn zit in mijn tas. Jôh, ik vind het wel leuk. We lopen door allemaal donkere en stille straatjes. Ik heb werkelijk geen idee waar we heen gaan. De straatjes worden smaller en smaller en stiller en stiller..

Dan staan we plots in het donker voor een grote groen deur. Hij geeft er een flinke duw tegen en de zware deur zwaait open. En ja hoor. Het is hier nog stampvol, de televisie staat hard aan, waar niemand naar kijkt, de muziek staat aan, waar niemand naar luistert en iedereen schreeuwt gezellig met een drankje in de hand met elkaar. Het ziet blauw want er wordt gewoon gerookt.

De kleine opdonder introduceert mij als een Engelse amigo. Later wijzigt dat in een Duitse amigo en vervolgens in een Zweedse amigo. Twee jonge Portugese studenten schieten in de lach en ik raak met hen in gesprek. Ze vertellen mij dat de kleine man de onderkoning van het plaatsje is, maar liefst twee vrouwen heeft, nog nooit gewerkt heeft, altijd geld heeft en níemand weet hoe hij daar aan komt. Jammer, dat de kleine man geen Engels spreekt, zeg ik. Ze schateren het uit. Hij spreekt ook geen Portugees. Alleen een dialect van hier. Niemand verstaat hem!

Het is hartstikke gezellig. De twee jonge mannen studeren elektronica in Lissabon, maar zijn hier vanwege de feestdagen. Ze zijn hier geboren en getogen. Iedereen hier in het café is familie van elkaar. En iedereen kent iedereen. Alle nieuwe bezoekers die later binnenkomen zeggen elkaar gedag en geven elkaar een hand. En ook mij natuurlijk. Het is gewoon één grote reünie.

De twee Portugezen vinden mijn verhaal ook prachtig. En helemaal als ik ze vertel dat ik uit Nederland kom. En ja, het is wel een beetje laf van mij om ze niet te vertellen dat ik het stuk naar Barcelona ben komen vliegen.

Ze geven mij nog een biertje, gelukkig zijn het mini-flesjes van 150cc, maar als ik bij de volgende fles vertel dat ik morgen verder reis en dan de hele dag op de motor zit, dan is het goed als ik oversla.

Iemand maakt nog een afscheidsfoto en ik vertrek naar de frisse lucht. Wat een aparte belevenis. En wat leuk en gezellig. En wat is het vreselijk laat geworden…

The Catch of the Day:

Coos op Reis: Marmergroeven van Borba

(Het 32e verslag in onze serie reisverhalen “Coos op Reis“.)

Vandaag zijn er best veel wolken.
Maar ook aardig wat zon. Ze voorspellen 16 graden. En het is droog!

Ik pak alles vlot in, zadel de spullen op mijn ijzeren paard, wandel langs de receptie voor de administratieve rompslomp en ben op weg.

Maar éérst afscheid nemen van mijn favoriete ontbijtrestaurant en heerlijk zitten op mijn rustige favoriete plekje, gewoon op straat. Ik stuur foto’s mee.

Vandaag verlaat ik de kust, reis naar het oosten het binnenland in en ga de dagen erna vervolgens ‘lijntrekken’ langs de Portugees- Spaanse grens, richting het noorden. De lijn heet officieel A Raia.

Het is de oudste officiële staatsgrens in Europa. De Portugezen bouwden er door de eeuwen heen indrukwekkende verdedigingswerken. Ik heb een mooie route langs wat verdedigingswerken ontworpen.

Mijn nieuwgierigheid wint het en ik besluit om toch nog eerst even bij Sines kijken. Maar dat gebied valt erg tegen. Daar is veel petrochemische industrie. Het lijkt op Pernis en Moerdijk. Ik zet de Beemer op een stuk provinciale weg en rijd vlot weg uit die stank en narigheid.

De wegen zijn wat veranderd en ik kom een paar keer aan de achterkant van een vangrail uit. Maar via een fraaie cactusweg lukt het mij te ontsnappen. Het decor wisselt net zo snel als bij een komische act in een theatervoorstelling. Ik zie polders en bossen, jong groen blad, vlak land en heuvels, voor het éérst wijnvelden, maar ook stokoude naaldbomen en hele velden met schattige gele bloemen. Flinke stukken land zijn in het verleden verbrand. Maar de natuur is sterk en herstelt zich snel. Prachtig om te zien.

Bij Alcácer do Sal dender ik over een fraaie ijzeren brug de Rio Sade over. Het stadje ligt prachtig aan het water in het zonnetje. Ik stop even voor een expreszo. Er lopen veel mieren, dus ik leg mijn helm niet op de grond…. Op mijn buddyseat ligt hij trouwens ook veiliger tegen rondpissende zwerfhonden. Geen idee waar die reu van gister woont…

Tijdens de koffie besluit ik om de vering van mijn motorfiets anders in te stellen. Omdat ik wel erg veel bepakking bij mij heb, stelde ik eerder de vering op ‘twee rijders’ in. Dat bevalt mij nu niet meer. Een duo is zo maar 60 kilo, maar dat gewicht heb ik absoluut niet bij mij. Ik stel de vering in op ‘één rijder plus bagage’ en…..dat rijdt echt veel beter. Ik ben er blij mee. De motor ligt nu veel stabieler op de weg. Ik zit dieper en het voorwiel voelt veiliger. Hij staat ook veel minder hoog op zijn poten en daardoor heb ik ook meer controle als ik stil sta. Tja, achteraf denk ik: ik kan zaken wel hetzelfde blijven doen en dan maar hopen dat het resultaat een keer anders is, maar ik kan óók een keer wat anders proberen… Jaaaaa, ik weet het, ik ben een sufferd… Maar wel een sufferd met een goeie tip voor mijn maatjes, die nog gaan…

Dan dender ik het plaatsje Borba in, één van de eerder genoemde vestingsteden. Ik zie enorme stapels geordende stenen langs de weg. Ik draai om en rijd terug om te gaan kijken. Het blijkt een gigantische marmergroeve te zijn. Wat een machtig gezicht, jôh. En het principe om te delven is zo simpel Ze beginnen gewoon boven aan de oppervlakte vierkante hompen kaas uit het marmer te snijden en graven zichzelf zo naar beneden naar een enorm diep gat. Ze rijden er gewoon met vrachtauto’s in. Als zo’n homp steen niet zo’n mooie homp is, dan gooien ze hem weg. En anders maken ze er mooie tegels in een uitstekende kwaliteit van. Ook in het dorp blijkt al snel dat marmer een belangrijke rol speelt, in de kozijnen van de deuren en ramen, in de uitgehouwen schoorstenen, in de borden op straat en in de monumenten. Leuk om dat allemaal van nabij te zien. Heb je thuis ergens marmer? Wellicht komt het hier vandaan. Als ik de route weer oppak, zie ik nog veel meer marmergroeven.

Ik vervolg mijn weg en nader Elvas, een vestingstad die qua opzet lijkt op Naarden Vesting. Het is een  mooie stad met prachtige oude stenen. De fortificaties van Elvas zijn erkend als werelderfgoed. In de verte zie ik een kasteel op een heuvel liggen. Castelo de Elvas, ik had het kunnen weten.

In Campo Maior eindigt mijn dag. Het ligt vlakbij de Spaanse grens en werd duizenden jaren terug al  bewoond. Ik vind na lang zoeken en rondvragen bij een Duits sprekende Portugees een kamer in zijn pension. Voor 30 euro. Mijn motor staat gewoon op straat, op een stoepie. Teringjantje. Je moet ALLES geprobeerd hebben in je leven… Even doorbijten, Coos!

‘s Avonds ga ik, op advies van de pensionhouder, eten in een soort betegelde huiskamer. Het heet Prima Verde.  Geweldig. Ze ratelt wat af, maar ze spreekt gelukkig ook wat Frans. Ik eet een heerlijke vis in de knoflook, tezamen met een vreselijk berg groenten en wat wijn, compleet voor twaalf euro. Heerlijk. Het zijn twee ouwetjes die samen hun authentiek Portugese restaurantje runnen. Ik ben de laatste gast. Ze gaan samen in hun eigen restaurant zitten eten en kijken naar een soort Portugese GTST en hebben plezier en geven elkaar commentaar op wat er op de tv gebeurt. Zo snoezig. En het eten is zo lekker en met liefde bereid. Heerlijke avond en nog tijd over voor een verkenning van het dorp.

Ik eindig om half twaalf in een kroeg met drie Portugezen die hem lekker om hebben. Ze trakteren mij op een biertje. Ik versta, op wat gebrekkige Engelse woorden na, er verder geen reet van…Geweldig!

Lekker gereden. Mooie omgeving, mooie dag.

Kijk nog even naar The Catch of the Day.

Coos op Reis: EEN BOSJE LULLEN EN WAT BALLEN

Het is stralend weer en er staat een bulderende zon aan de hemel. Eerst stevig ontbijten. Strandweer!

Mijn dochter Danielle is vandaag spreker op het VNG-congres (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) in Utrecht. Daar zijn bijna alle gemeenten aanwezig. Ze spreekt voor een groot publiek over haar privacy-project bij de gemeente Amersfoort. Ik ben op grote afstand zo trots als een aap met zeven lullen. Zéven maar? Nou, ik vond er dezelfde dag wel méér. Kijk straks maar op de foto.

Janny laat mij via de app weten dat we vijf euro wonnen in de staatsloterij. Jeetje, wat hebben we daar een hoop geld voor betaald, app ik terug.

Het is erg verleidelijk om op het strand in de luwte van een kommetje van hoge rotsen te gaan zitten. Maar de gemeente waarschuwt met borden dat de rotsen niet stabiel zijn. Ik heb liever geen stenen op mijn hoofd, dus ik schuif een stukje op. Better safe than sorry. Uit de wind en in de zon is het super aan het strand. En mijn e-book van Lee Child is nog niet uit… Ik geniet met volle teugen. Het water is wel iets te fris.

Ik maak die dag nog een wandeling en vind nog wat mooie plaatjes voor The Catch of the Day. Kijk maar rond.

OK, IK BEN NU RUIM VIER WEKEN OP REIS. HOE BEVALT DAT NU?

Wat ik er van vind? Het is helemaal uitstekend! Ik vind mijn reis werkelijk fantastisch en ik heb het reuze naar mijn zin. Het voldoet ruimschoots aan mijn verwachtingen. Ik vermaak mij erg. Wat een enorme ontspanning en wat een vrijheid. Ik kan doen en laten wat ik wil. Ik bepaal alles zelf en hoef met niemand rekening te houden of maar iets te overleggen. Ach, gewoon net als vroeger op mijn werk dus…

Wat ik zo al doe? Ik ben elke dag buiten, ongeacht het weer. Ik zit nooit binnen. Ik slaap alleen op de locatie die ik huur. Verder doe ik er niks. Het weer bepaalt wel in grote mate mijn dagbesteding. Das een mooie seniorenterm trouwens. Regen is het minst leuk. Uiteindelijk word je éérst nat en dan koud. Als het niet regent, dan komt alles goed. Dan is de dag helemaal ok. Motorrijden in landen zoals hier is super, wandelen geweldig en het strand is top. Wat een fantastisch leven zo! Ik ben in korte tijd een wandelfanaat geworden en vind 15 km maar een piesofkeek.

Ik eet drie keer per dag buiten de deur. Dat kan ik hebben, want ik beweeg heel veel. Daarnaast eet ik maar kleine maaltijden. ‘s Morgens een broodje met wat verse jus, als dat tenminste lukt, ‘s middags zo’n heerlijke gezonde salade, die je echt niet zelf kunt maken voor dat geld, en ‘s avonds iets kleins, licht en gezond. Het liefst vis. Ik overweeg absoluut niet om piepers te kopen, piepers te jassen, piepers te koken en vervolgens piepers op te eten. Piepers zijn namelijk heel vaak vies… Tuurlijk, dáár moet je wel de financiële middelen voor zoiets hebben. Maar dat is geen probleem. Ik heb gelukkig géén Belgisch pensioentje… Maar een indicatie? Voor mij is dat circa één euro per kilometer tot nu toe.

En het alleen zijn dan? Mwah, dat ligt gewoon aan jezelf. Als je jezelf open opstelt, dan kan je voldoende contacten hebben. De ene keer vluchtig, de andere keer diepgaand. Maar je bepaalt het zelf. Dat blijft bijzonder. Lees je een e-reader of tik je geconcentreerd een reisverslag op je mobiele telefoon, dan valt niemand je lastig. Kijk je een beetje open om je heen, glimlach je, stap je op iemand af, dan heb jij je praatje. En verder vind ik het prima voor een poossie zo. Zeker niet voor altijd, maar zo, voor wat weken, is het uitstekend.

Is mijn reis therapeutisch voor mij? Nee hoor, dat is het zeker niet. Het is voor mij een reis die ik al heel lang heel graag wilde. Ik denk ook niet dat ik een therapeutische reis nodig had. Ik heb bijna 50 jaar leuk werk gehad in de ICT, in die wereld werkelijk alles kunnen doen en leren, wat ik maar wilde en kon. Ook de laatste jaren was mijn werk uitdagend en ik heb een prachtig afscheid op mijn werk gekregen. Nee, geen therapie dus.

Ben ik op dan zoek naar mijzelf?  En heb ik mijzelf dan inmiddels gevonden? Ja hoor, zo’n kleine 70 jaar geleden heb ik mijzelf gevonden. Haha. Nee, ik ben nooit op zoek geweest naar mijzelf. Ik ben trouwens ook helemaal niet zo’n diepzinnige denker. Veel mensen in mijn omgeving die dat wel waren, zag ik vaak in moeilijkheden met zichzelf komen. Ik ben meer een doener en ik vind het avontuur leuk. Doeners kunnen hun energie kwijt. En dat lucht op. Gewoon doen! En de kans lopen dat het mislukt. En dan pak je het opnieuw op en dan probeer je het noges. En noges. Heerlijk in het diepe springen en kijken waar je aan de kant kunt komen. Of niet…

En verder? Nou, het inpakken van alle zooi en bepakken van de motor is ondertussen redelijk routine. De meeste spullen hebben inmiddels een eigen plek gekregen en ondertussen weet ik waar alles ongeveer zit. Das al heel wat. De tijd gaat wel erg snel. Ik ben nu al vier weken weg. De tijd vliegt. Absurd.

En jaaaaa, ik heb teveel zooi meegenomen. Absoluut. Jullie wisten dat al, maar ik nog niet. Koelere, wat is die motor zwaar en looiig. Niet normaal. Dat is een leerpunt. Ik kom daar zo op terug.

GA IK NOGES?

Jazeker ga ik dit noges doen. Absoluut. Volgend jaar zelfs al, hoop ik. Met de motor neem ik dan zeer zeker minder zooi en kleding mee. En als ik vroeg in het voorjaar ga, dan neem ik ook geen tent en kookspullen meer mee. Minder gewicht en minder ruimte.

Die mobilehomes zijn trouwens uitstekend en veelal ook niet zo heel duur. Ik heb dan mijn motorfiets naast mij op het terras, voldoende ruimte voor mijn spullen, vaak in een aparte kamer, een eigen toilet en douche en … verwarming. En die is echt nodig in het voorjaar. Het is ‘s morgens 10 graden in de caravan. Brrr.. Met de afstandsbediening zet ik dan om 08:00 uur vanuit mijn bed de airconditioning op 23 graden. Als hij dan afslaat, kom ik op Portugese temperatuur mijn bed uit. Ik hou nou eenmaal van luxe. Ok… uh… een verwend jong dan. Ik moet er niet aan denken om nu op de grond in een tent te liggen. Koud!

En jôh, wellicht ga ik een volgende keer eens heel ergens anders heen. De Balkan staat al veertig jaar op mijn lijst. Dat kon op ons Hondaatje met haar 10 litertank in de jaren zeventig persé niet. De brandstofpompen lagen verder uit elkaar dan de actieradius van de Honda.

Of misschien eens een camper huren. Er zijn wat regels, maar je mag in principe vrij kamperen in Spanje en Portugal. De westkust van Portugal is prachtig met haar vele kleine strandjes en plaatsjes. Het is veel authentieker en rustiger dan de Algarve. En uiteraard minder toeristisch.

Of gewoon met mijn eigen nieuwe bolide? Die staat straks in mei bij de dealer klaar. Naar Frankrijk met een tentje? Of toch naar Portugal? Een caravan in Albufeira kost 20 euro per nacht als je hem een maand huurt. Normaal is het weer veel beter dan dit jaar. Drie dagen flink doorrijden en dan een paar weken in de zon leven en op het strand zitten. Olé!

MORGEN

Morgen reis ik verder met de motor. Ik laat Lissabon links liggen, besluit ik. Het is Paasweekend. Teveel drukte. Daarnaast zit 96% van de accomodaties vol, zegt BookingDotCom. Voor € 150,- per nacht is overigens nog voldoende keus. Yeah, sure…

Ach, Lissabon loopt niet weg. Daar vliegen we ook makkelijk even naar toe. Leuke stedentrip met Janny. Komt een andere keer wel.

Het weer wordt de komende dagen minder, appt Janny. Ik ga het zien. Ik ben toch al poepiebruin…

EEN BOSJE LULLEN EN WAT BALLEN?

Nou, waar zijn ze dan? Gewoon, hier….

Coos op Reis: ALS ZE MAAR NIET TEGEN MIJN STOEL PISSEN

Wow. Het is stralend weer in Porto Covo in Portugal. Heerlijk. De temperatuur is ook wat hoger. Het belooft een mooie dag te worden. In de serie “Coos op Reis” is het ook wel eens “Coos neemt een dagje rust”.

Ik ga vandaag maar eens van zo’n heerlijk, verleidelijk, exotisch strandje proeven. Ik heb zín, jôh! Mmmm….

Een stevig, van het vet druipend, calorierijk ontbijt van toast en ham en kaas, samen met verse sinaasappelsap en koffie, zorgt voor voldoende brandstof voor de héle dag, want op het strand is verder niks te koop.

Tja. En verder? Rustig in de zon en achter de rotsen uit de wind zitten, lekker boekje en verder? Weinig te beleven die dag….?

Nou, uh, tóch wel. Lees maar mee.

Twee gebronsde Portugese mannen, type sportschool met bovenarmen die dikker zijn dan mijn bovenbenen, installeren zich een stukje verderop in het zand. Ze hebben twee flinke reuen bij zich. De honden beginnen onmiddellijk met elkaar te dollen en samen het strand te verkennen.

Een ouder Duits echtpaar komt ook het strand op en zet twee stoeltjes neer. Pa trekt zijn shirt uit en toont daarmee zijn bleke bast, zet zijn leesbril op, pakt de krant en begint aan de voorpagina van de Frankfurter Allgemeine. Ma loopt in haar badpak op blote voeten naar het water.

Niks aan de hand. Vreselijk saai tafereel, nietwaar?

Totdat de grootste hond een beetje nieuwsgierig richting das Deutsche Grundstück wandelt.

Begrijp de diep verankerde gevoelens van onze oosterburen goed, hè! Als een Duitser op het strand van Scheveningen een kuil graaft, dan is dat zijn kuil. Ook als hij het jaar erna weer terugkomt. Dus maar in de buurt komen van Duits grondgebied, staat gelijk aan schending van de territoriale werking van het EU-recht.

Maar pa heeft nog een randje van de oorlog meegemaakt en wappert slechts, maar helaas vergeefs, met de krant naar de reu dat hij moet opzouten. Pa houdt duidelijk niet van honden. Ik wel zoals jullie, als trouwe lezers van mijn reisverslagen, ondertussen weten. Ik knipoog dan ook naar de hond en grinnik een beetje om het tafereeltje.

De grote hond wandelt weer terug naar zijn sportschooljongens, snuffelt en kijkt of de sportboys iets te eten hebben en of er iets te gappen valt, draait zich teleurgesteld om, maakt weer een boog richting de zee en komt quasi weer héél toevallig in de buurt van het Duitse echtpaar. En terwijl hij langs de stoel van ma loopt, tilt de reu zijn poot snel op en pist tegen de stoel van ma.

Geloof mij, als er óóit een Derde Wereldoorlog komt, dan ontstaat hij hier, op dít strandje van Porto Covo in Portugal. Echt waar. Als door een wesp gestoken veert de bejaarde Duitser op en vloekt de grote hond in het Duits weg. Hij slaat met de krant naar de hond. De man is woedend. Hij balt zijn vuisten en het schuim staat op zijn mond van zoveel ongemanierdheid.

De breedste Portugees heeft het allemaal gezien, biedt nederig zijn excuus aan en geeft, voor de vorm, de hond een tik op zijn kont. Hij denkt dat hij daarmee wegkomt.

Fout, Portugees jochie. Helemaal fout gedacht..!

De bijna ontplofte bejaarde Duitser pakt de stoel van ma op, beent ermee naar de twee gespierde mannen en gebiedt ze in het Duits de stoel te reinigen… En als een Duitser iets gebiedt, dan kan de wereld vergaan, maar dan moet en zal het ook gebeuren. Daar twijfelt niemand aan. Dus nederig poetsen de gebronsde Portugezen de Duitse dameszetel met water schoon.

En als de Duitser vervolgens met zijn schoongeboende stoel naar zijn Duits grondgebied terug beent, geeft hij mij een vette knipoog. Haha. Ik draai mijn gezicht snel naar de zee en schiet in de lach. Tja, dat Arische ras heeft tóch wel wat, hoor….

‘s Avonds kijk ik rond 20:00 uur nog even naar de ondergaande zon en zeg de jonge dorpshond gedag. Wat is het een scheetje. Ik hou wel van honden. Ik vind ze zoooo leuk! Zolang ze maar niet tegen mijn peperdure opvouwbare Helinox stoel pissen…

TENSLOTTE

Ik ben vandaag al weer vier weken op reis. Hoe bevalt het je nou?, vragen mijn volgers mij van verschillende kanten. Daar ga ik over nadenken en kom er in mijn volgende verhaal op terug.