Tag archieven: Coos op reis

Coos op Reis: POMPEÏ

Als onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek dit verhaal schrijft is het eind april. Hij is aan de laatste weken van zijn drie maanden durende reis door Zuid-Europa bezig, dit is verslag nummer 60 in onze serie “Coos op Reis”. Er komen er hierna nog 11 die we de komende 2 maanden dus publiceren. Onze motorreiziger schrijft: 

Ik ben in Sorrento op camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata. Het is bewolkt, nog vroeg maar best al warm. Het wordt vandaag een hete dag.

Ik dacht gisteravond een minder goede plek hier gevonden te hebben. Maar het valt erg mee. Bij de receptie ga ik toch nog maar een nacht bijboeken. Potver, schijnt mijn hutje inmiddels door iemand anders geboekt te zijn. Tijdens het ontbijt bedenk ik plan B en wandel terug naar de receptie om af te gaan rekenen. Daar blijkt dat het probleem inmiddels is opgelost: mijn plek is gewoon beschikbaar. Dat is fijn.

Dat was op mijn werk nou ook zo vaak. Was er plots paniek. Dan wachtte ik eerst even om te kijken wat er gebeurde. Vaak liep het dan met een sisser af of iemand anders loste het probleem op. Haha!

Dit huissie kost 24 euro. Alleen een bed. Verder niks. Poepen en wassen zoals in militaire dienst: op een centrale plek met z’n allen op een rijtje.

POEPEN

Enfin, dus ik met mijn verse rol, ik heb er nog niet ééntje van de vier gebruikt, op een drafje naar het toilet. Je kent vast die campingtoiletten in Italië wel. Strak naast elkaar en met zo’n flinterdun zwevend schotje d’r tussen. De eigenaar heeft alle toiletbrillen verwijderd. Uit hygiëne. Voor de heren zijn er echter geen urinoirs… Met stukken toiletpapier poets en bedek ik daarom de porseleinen rand van de pot. Heb ik dan smetvrees, bedenk ik mij? Aan de schaduw, onder het zwevende schotje, zie ik dat mijn buurman zich met dezelfde boodschap bezighoudt als ik. Als ik weer opsta, blijft er heel even een velletje papier aan mijn rechterbil plakken om direct daarna, licht als een wuivend najaarsblad van een jonge boom, naar beneden te dwarrelen. Het is bijna op de grond als een opwaarts windje er even mee speelt. Het velletje landt net aan de andere kant van het schotje. Ik houd mijn adem in…

Wat zou jij nou doen, in zo’n situatie? Laten liggen! Tja, dat lijkt mij geen optie. Dat is onprettig voor de poepende buurman, nietwaar? Wellicht blaast de wind het velletje terug? Niet dus …Het lijkt als aan de grond geplakt. Komt dat door mijn rechterbillenvet? Met mijn linkerhand onder het schot door, om het te pakken? Even snel? In een flits? Maar als mijn buurman dat nu ziet? Dat is wel een erg grote inbreuk op zijn privacy: het ongewenst naar binnendringen van iemands campingtoilet… Dat is vast strafbaar.

Met veel gegrom en lawaai beëindigt mijn buurman zijn boodschap en laat met een grote knal van de deur, mij en mijn twijfels, achter. Zijn aandacht ging absoluut ergens anders naar uit. Er is hem vast niks opgevallen. Opgelucht raap ik snel het velletje op en stap uit mijn kleine wereld, de grote wereld in…

Tegenover de ingang van de camping stopt de bus naar het station van Sorrento. Wat een geluk… En in Sorrento pak ik vervolgens de trein naar Pompeï.

Ik reis anderhalf uur met een vriendelijk jong stel van de camping en we hebben geanimeerde gesprekken. Ze komen uit Leeuwarden en hebben allebei twee maanden onbetaald verlof geregeld. Hij werkt in de psychiatrie en volgt een HBO-opleiding om in het laboratorium te kunnen gaan werken en zij is beleidsmedewerker in Harlingen. Goed gedaan. Ik heb tot mijn 66e op deze trip moeten wachten.

Bij het station in Pompeï scheiden onze wegen. Zij hebben een ander programma dan ik. Wellicht zie ik ze morgenochtend nog in de douche.

POMPEÏ

Op het station koop ik een kaartje voor een bezoek aan Pompeï. De ingang van het museum ligt 100 meter van het station. Ik hoef, ondanks de drukte vanwege de vakantie en het weekend, verder nergens in de rij te staan en ben in een paar minuten binnen.

Het komt door mijn oude moedertje dat ik graag naar Pompeï wilde. Toen ik kind was, vertelde zij daar al over. Dat het in Zuid-Italië lag en dat op 25 augustus in het jaar 79 de stad door een vier meter dikke laag as en stenen werd bedolven na de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius. En dat er, juist omdat in korte tijd alles door die hete as bedekt werd, veel oudheden heel goed bewaard zijn gebleven. Het is één van de best bewaarde Romeinse steden

Al in 1594 werden bij de aanleg van het Sarnokanaal resten van Pompeï gevonden. In 1748 werden opgravingen verricht, maar de eerste serieuze opgravingen begonnen in 1860. In die tijd bedacht men ook het procedé om gipsafgietsels van de slachtoffers te maken. Inmiddels is ongeveer 60% van Pompeï opgegraven. Vanaf 1999 wordt er meer geconcentreerd op conservering en worden er nauwelijks nieuwe opgravingen meer gestart.

Al die verhalen van mijn moeder in mijn jeugd maakten het voor mij toen al tot een mystieke voorstelling. En nu ben ik er! Ik ben intussen veel ouder dan mijn moeder toen zij mij hierover vertelde. Het is echt bijzonder voor mij en het ontroert mij als ik daar over na loop te denken. Kon ze er maar bij zijn…

Pompeï is vele malen groter dan ik dacht. Ik verwachtte wat huizen en een populatie van 500 inwoners. Dat is helemaal niet zo. Schattingen lopen uiteen dat hier tussen de 10.000 en 30.000 mensen woonden. Er staan restanten van enorme gebouwen en pleinen en er is zelfs een theater. Het was daar in die tijd reusachtig.

Ik wandel door de straten en over de oude kasseien en moet mij bedwingen om niet te gaan rennen omdat ik steeds meer en meer wil zien. Veel huizen in Pompeï hadden een binnentuin en verschillende woon- en werkvertrekken. De huizen hadden doorgaans ook een bovenverdieping, maar daar is zelden nog iets van bewaard. Veel huizen waren verbonden met een werkplaats. Vaak ook was er een winkel of een bar op de begane grond aan de straatkant. De huizen waren rijk versierd met mozaïeken op de vloeren en fresco’s op de muren. Tijdens mijn wandeling bewonder ik de mooi overgebleven resten. Er zijn tempels, badhuizen en een openluchtzwembad met nissen voor de kleding, latrines en peeskamers. En in het museum ontdek ik ook een afdruk van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt om zich te beschermen tegen de giftige dampen vanuit de vulkaan. Het voelt alsof ik het zelf ben.

Ik moet efficiënt met mijn dag omgaan en wandel via de uitgang weer naar het station. Na mijn bezoek aan Pompeï is er nog tijd over om 10 km verderop de veroorzaker van al deze narigheid te bezoeken: de Vesuvius.

VESUVIUS

Aan de zijkant van het treinstation vertrekt een bus naar de Vesuvius. Die brengt mij voor 10 euro bijna bij de top. Onderweg stopt de bus omdat ik daar nóg een toegangskaartje van 10 euro moet kopen. Tja, dom van mij natuurlijk. Daar heb ik beneden ook niet naar gevraagd. Ullahh…. Als je toerist bent, dan word je genaaid.

Het laatste stuk moeten we lopen. Dat is een half uur steil omhoog. Dat is echt stevig met deze temperatuur. Ik zie voldoende mensen met een minder goede conditie afhaken. Ik loop regelmatig 10 km hard, dus ik kom wel boven.

Ik ben er. En ik tuur in de diepte naar beneden. Daar sta ik dan. Op het randje van de vulkaan in ruste. De grote gemene veroorzaker van alle verhalen van mijn moeder over Pompeï. Mooi moment voor mij! Ach, als ze zich toch eens zou kunnen herinneren hoe zij al die verhalen aan mij vertelde. Wat zou dat mooi zijn. Op 11 mei is ze jarig. En … ik héb haar nog….

TWEE MAANDEN

Vandaag ben ik twee maanden op reis. Ik startte op de verjaardag van mijn tien jaar geleden overleden vader, 28 februari, in Barcelona. Het is onvoorstelbaar hoe snel mijn leven nu verloopt. Er gebeurt zoveel. Met een hoge frequentie veranderen mijn omgeving en mijn parameters. Het is enerverend, vermoeiend en verfrissend. Maar helemaal super. Ik vind het machtig. Niks ‘elke dag om 08:30 uur naar Amsterdam’. Dat was toen ook prima hoor, maar dit is echt een mooier leven. Dit is Genieten, met een grote G. Ik vind het allemaal nog steeds prachtig. Op reis met mijn motor, het onbekende, de omgeving, de mooie weggetjes, de lekkere geurtjes, de uitzichten, het leven van de zuidelijke landen, het weer, het lekkere eten en de lekkere wijntjes. Het onvoorspelbare maakt het altijd weer spannend. Wow! Aanrader! Wacht niet te lang. Denk aan die jongelui in de bus van vanmorgen.

MEEST ZUIDELIJKE PUNTJE

Morgen vertrek ik naar wat ze het paradijs van Zuid-Italië noemen: de kust van Amalfi. Ik ben benieuwd. Dit is voor mij het meest zuidelijke puntje in Italië. Zuidelijker ga ik niet. Ik wil langs de Italiaanse Adriatische kust weer richting het noorden rijden.

Ik vind het ook wel weer een lekker idee om richting huis te rijden. Twee-en-halve maand weg is best lang. En ik heb weer reuze zin om Janny en Danielle te knuffelen, de kater een aai te geven, in mijn eigen bed te slapen, mijn eigen badkamer en toilet te hebben en … nou ja, gewoon weer thuis te zijn. Want thuis is ook fijn.

Coos op Reis: APPELTJE-EITJE

Op het moment dat ik dit schrijf is het 27 april. Voorjaar. Strakblauw.

Het belooft een prachtige dag te worden.

De lezers mogen weer met Coos op Reis, in deze 59e aflevering.

Ik pak snel mijn spullen bij elkaar, vul mijn drie grote blikken koektrommels met mijn zooi en sjor de rest in tassen en zakken met spinnen en bandjes vast. Bij de receptie claxoneer ik met mijn extra luide claxon, de Stebel Wolo Very Loud Black Twin. Wereldding om slapende weggebruikers wakker te schudden. Ik zwaai en pruttel de poort uit.

Ik rijd ongeveer dwars door Rome. Er zijn veel stoplichten en het verkeer is hectisch. En vreselijk bandeloos. Dít is gewoon een bandietenstaat. Niemand trekt zich ergens iets van aan. We gaan als tweewielers met z’n allen constant over de doorgetrokken streep. Eén doorgetrokken streep is géén streep. En bij twee doorgetrokken strepen aarzelen we één seconde en gaan we ook daar overheen. Eén keertje zelfs met z’n allen om een politieauto heen. Buitenom. Die vinden het best. We rijden gewoon soms hele stukken op de baan van het tegemoetkomende verkeer. Die gaan natuurlijk naar rechts opzij. Ruimte maken voor ons. Heel logisch. Haha. Inhalen doen we links en rechts. En werkelijk niemand vertrekt één spier. Er is geen enkele irritatie. Niemand wordt boos. Het fijne is ook dat dít verkeer tweewielers gewend is en er rekening mee houdt. Net als in Frankrijk. In Duitsland had ik voor deze overtredingen mijn motor kunnen inleveren. Pas na zo’n kleine 50 kilometer kan ik de stad echt achter mij laten.

Ik kom op  de Via Appia, één van de oudste wegen van Italië. Die weg bestaat al vanaf 300 voor Christus. Wat een weg is het. En zo oud is dat asfalt ook vast. Het is ondertussen 25 graden en ik ben blij dat de snelheid oploopt en dat ik wat meer rijwind vang. Dat levert overigens wel een verkeersslachtoffer op.

De route loopt via Velletri naar Terracina. Het is maar een saaie weg met veel stoplichten. Daarom verleg ik de route naar Priverno, wat meer in de bergen. En dat is veel leuker rijden. Een poosje later kom ik door het prachtige natuurgebied Parco Naturale dei Monti Aurunci. Het is allemaal (nog) erg groen. De weg loopt door een dal, dus links en rechts liggen de bergen. Het stuk door de bergen is prachtig.

In de loop van de dag ontstaat wat sluierbewolking. Toch zie ik 30 graden op mijn boardcomputer. Pfff..

Bij Mondragone kom ik weer aan de kust. Het blijkt dat deze plaats bekend is van de buffelmozzarella. Dat weet ik vanwege de talloze reclameborden. Ik heb trouwens in de hele omgeving niet één buffel gezien, dus ik heb geen idee waar die mozzarella vandaan komt.

De Italiaanse politie is echt de beste kameraad die je je kunt voorstellen. Op een tweebaansweg plaatsen zij twee keer hele duidelijke aankondigingen dat er verderop een snelheidscontrole gaat plaatsvinden. Dat kan je ook zien aan de tegenliggers die allemaal met hun lichten knipperen. Een paar kilometer verder rijd ik langs een driepoot met een camera in de berm. De politiemannen zitten lekker in de schaduw op een stoeltje de dag door te brengen. Ze verwachten waarschijnlijk een lage score… Iedereen tevreden!

Bij Napels besluit ik om Napels maar Napels te laten. Ik heb vandaag voldoende verkeersdrukte gezien. De toegangswegen zien er druk en vervuild uit. Het stinkt en alle voertuigen zijn gedeukt en geroest. In een buitenwijk kom ik door wat ongure buurten en zie ghetto’s achter hekken. Ik geef een toefje extra gas. Ach, ze kunnen gelukkig bij mij geen deur opentrekken, denk ik maar.

Ik zoek en vind een onderkomen op de camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata in Sorrento.

Nou,
morgen laat ik mijn villa met uitzicht op zee zien…..

APPELTJE-EITJE

Mijn zeer uitgebreide lunch komt natuurlijk nog gratis mee van het ontbijtbuffet. Appeltje-eitje….

Nog even wat plaatjes van deze dag?

Coos op Reis: VANNACHT GING HET ALARM VAN MIJN MOTOR AF

Strakblauw.
We gaan vandaag minstens de 25 graden aantikken. Heerlijk!

( Redactie, Betty: we publiceren hier verslag nummer 58 van onze trouwe columnist Coos van der Spek, in de serie: Coos op Reis)

Tijdens het ontbijtbuffet, met o.a. speciaal voor mij gebakken eieren en spek, broodjes en lekkere yoghurt, babbel ik met een Nederlands stel. Trots vertellen ze dat ze dit jaar maar liefst drie (!) weken op vakantie zijn. Gniffel-Gniffel, jaja, dat herken ik nog van vroeger… Toen ging ik trouwens vier weken… Drie weken, het lijkt wel een Belgisch pensioentje. Maar ik zeg niks. Ik vind het fijn voor ze.

Na het ontbijt wandel ik naar de receptie en boek nog een nachtje bij. Ik kan namelijk tijdens het ontbijt geen enkele reden verzinnen om vandaag al weg te gaan.

Dat zwembad zag er gisteren zooo verrukkelijk uit…

Op mijn verzoek geeft de vriendelijke receptioniste weer een advies wat ik vanavond voor lekkers kan gaan eten. Ze kan daar heel enthousiast over vertellen. Leuk, jôh!

Gisteravond at ik op haar advies de grove pasta van deze streek: Tonnarelli Cacio e Pepe. Een gerecht met Romeinse kaas, Pecorino kaas, verse olijfolie en grove zwarte peper uit de molen. Het was en bijzonder en erg lekker. Zij weet het allemaal. Als ik noges ga trouwen…..

Ik installeer mij met mijn e-reader aan het zwembad en mijmer in het zonnetje noges over het gesprek dat ik gisteren op een bankje bij het Forum Romanum met een jong stel voerde. Begin dertigers. Vrolijk en vrij en zonder zorgen. Wij genoten met z’n drietjes van de opzwepende muziek van vijf muzikanten en het dansen van wat willekeurige omstanders. Het was erg leuk en we hebben daar een hele poos gezeten. Ik werd van de muziek en de dans en het decor van het Forum Romanum zo vrolijk, dat ik een ceedeetje van ze kocht. Om ze te sponsoren. Het was immers een gratis concert.

Dat jonge stel vertelde over hun leven in Italië en ik over mijn leven in Nederland. Zij vertelden in Sorrento te wonen, voorbij Napels en Pompei. Hij rijdt ook motor. En samen vertellen zij mij dat ik Italië persé níet kan verlaten zonder de kustweg naar Amalfi te rijden. Ik heb er werkelijk nog nooit van gehoord en lees er op mijn iPhone het één en ander over. Het ziet er goed uit.

Weet je wat ik doe? Ik doe het. Ik ga! Lekker van het plan afwijken. Gewoon, omdat het kan. Drie weken vakantie, ammehoela. Die tijd heb ik gehad. Nooit meer werken. Niemand heeft mij meer nodig. Niet meer bij een werkgever belangrijk zijn. Lang leve de lol. Joepie!

Dus ik ga het zwembad in om van mijn besluit te genieten. Het voelt goed. Dat besluit dan, want het water is stervenskoud…

Uitgerust van een dagje zwembad, kom ik bij mijn bungalow. Brandt al weer het buitenlicht. Ik weet zeker dat ik dat altijd uit doe. Blijkt dat er hotelservice bij de bungalow zit. Was mij nog niet opgevallen. Ze hebben de handdoeken vervangen en mijn peentje op het bed is netjes opgevouwen. Voor het eerst van zijn leven. Lief, hè?

Kleine wereld aan het zwembad vandaag. Prima dag.

VANNACHT GING PLOTS HET ALARM VAN MIJN MOTOR AF

Ergens om 06.00 uur vanmorgen gaat plotseling het alarm van mijn motorfiets af. Ik kijk door het raam wat er aan de hand is. Het alarm schakelt gelukkig zelf na korte tijd weer uit, zodat ik niet in mijn blote kont en in mijn blote tenen door het zeiknatte gras hoef. Luxe hoor. Aan het oranje knipperende accuverklikkerlampje zie ik dat er zonet stroom is verbruikt en het alarm echt van mijn motor was. Das raar, want het alarm op al mijn eerdere BMW’s is nog niet eerder zonder reden afgegaan.

Ik kijk goed, ik zie niks bewegen. Ik luister goed, ik hoor niks. Ik zet al mijn zintuigen open. Géén idee wat er aan de hand is. Het alarm schakelt zichzelf weer in, dus spring ik weer in mijn peentje en slaap heerlijk verder.

Vanmorgen onderzoek ik mijn motor wat nader. Het alarm is errug scherp afgesteld. Wellicht … heb ik … íets gevonden …. Zou het..?

Coos op Reis: Ticket to Freedom

Het is eind april als Coos van der Spek dit schrijft. Wij (redactie: Betty) publiceren zijn verhalen wat later in onze serie Coos op Reis.

De hemel is strak blauw; het is prachtig weer. Waar heb ik het toch allemaal aan verdiend? Het wordt in Rome vandaag ruim 27°. En daar ga ik naar toe. Met de trein.

Deze camping is trouwens helemaal super. Alle mogelijke voorzieningen. Uitstekend restaurant voor diner en ontbijt. Zeer schappelijke prijzen. Eerst maar eens naar het uitstekende ontbijtbuffet, met alles er op en eraan, voor acht euro. Vriendelijk personeel. Alles is goed geregeld. Er zijn veel huisjes in verschillende vormen en formaten per dag te huur. En uiteraard zijn er voldoende mogelijkheden voor caravans, campers en tenten. Het is echt een aanrader als je Rome mee wilt nemen tijdens je kampeervakantie. Doen!

Direct buiten het hek zit je letterlijk gelijk midden in de hectiek van Rome. Het stoplicht staat voor de deur. Ze razen er met volle snelheid langs. Gekkenhuis. Maar wandel terug, tien meter de poort in en je komt weer in een oase van rust.

Het Toeristische Informatie Punt op de camping is vandaag gesloten. Dat had ik nou echt niet verwacht. Ik koop voor drie euro een heen-en-weertje bij de receptie en wandel 300 meter naar het treinstation. De trein gaat om de twaalf minuten. En met een kwartiertje sta ik midden in Rome.

Het is nog maar woensdag en het is gruwelijk druk in Rome. Het is niet normaal. Ik kan over de hoofden lopen. Het blijkt een feestdag in Italië te zijn.

Er is bijzonder veel bewaking van militairen en politie. Zware militaire voertuigen blokkeren de ingang van drukke straten. Stoere militairen, gewapend met hele grote geweren, staan er dreigend naast. Geen mallotige terrorist die het hier in zijn hoofd haalt om iets geks te doen. De mannen zijn scherp en houden iedereen in de gaten. Ze kijken mij recht in de ogen. Eén keer te langzaam met je ogen knipperen en je ligt met een tie wrap om beide duimen met je koontjes op de kasseien. Een foto maken van zo’n stoer karretje? De politieman komt gelijk op mij af! Het is hier nog veiliger dan op zondagmorgen tijdens kerktijd in Linschoten.

Toen Janny en ik in 2004 dertig jaar getrouwd waren, gingen we voor het eerst naar Rome. Ik vond die waanzin van die scooters en motorfietsen toen al helemaal het einde. Rome voegde ik toe aan mijn bucketlist. Daar wilde ik ook tussen rijden: in mijn donkergrijze driedelige kostuum met krijtstreep, wit overhemd en stropdas en mijn laptoptas achterop. En dan vol gas met al die achterlijke tweewielers mee als het stoplicht op groen gaat. Beng! Gas-gas-gas … en met een teringgang naar het volgende stoplicht razen. Whooooeeeiii! Helemaal het einde!

Het is inmiddels 27° in Rome en ik besluit om deze wens per direct van mijn wensenlijst af te strepen. Het lijkt me helemaal niet leuk en véél te warm. En het stinkt nog harder dan toen. Ik ben ook zo’n vijftien jaar wijzer, denk ik….

Ken je die kraampjes in de grote steden waar ze kastanjes poffen? Londen, Parijs etc? Het doet mij aan mijn jeugd denken. Bij mijn tante Jo op de Gordelweg in Rotterdam mochten Lia en ik dat soms doen. Op het fornuis. Bij tante Jo mocht alles. We noemden haar Jo van Frans. Haar man heette zo. Grappig. Ik mocht in 1973 zelfs een paar maanden bij haar op zolder logeren.

Ik had net een nieuwe baan bij het rekencentrum van de Melkunie. Kort daarna trouwden Janny en ik.

Ik kan het niet laten en bij zo’n kraampje koop ik gepofte kastanjes in een puntzakje. Zoooo lekker en zo’n nostalgische smaak. Terug naar mijn jeugd. Terug naar tante Jo.

Ik ben onderweg naar het Forum Romanum. Plotseling kom ik Julius Ceasar tegen met een plastic zwaard en een iPhone. Voor een euro gaat hij met je op de foto. Rome is nu echt gevallen….

Ik maak ook een selfie met de meest gefotografeerde meeuw van Italië. Geweldig. Alsof het zíjn gebouw is. Wegvliegen? Waarvan? Voor wie? Hoe bedoel je?

Bij het Forum Romanum staat een vijfkoppige Spaanse band te spelen. De rappe muziek schalt over de oude stenen. Omstanders dansen mee. Wat een feest! Ik zit er een hele poos te kijken en te genieten. Het is zooo leuk.

Heel veel wegen in het centrum zijn autovrij gemaakt. Ik vind dat erg prettig. Opzouten, met die vieze ouwe lawaaiige diesels. Dit is veel mooier zo. Goed gedaan, Rome! Ik wandel verder en kom bij De Spaanse trappen. Helaas. je ziet ze niet door de toeristen. Het is druk, druk, druk!

Dus ik zwerf verder en vermijd de drukte. In de achterafstraatjes is het ook hartstikke leuk. Door een stad moet je dwalen, haar lekker als een ouwe jas ‘aantrekken’. Heerlijk.

TICKET TO FREEDOM

Mannen uit donker Afrika hebben mij al tig keer ongevraagd een armband omgedaan en een lulverhaal verteld: ze zijn je vriend en geven je een cadeau omdat ze je aardig vinden. Maar o wee, als je bedankt en wegwandelt. En natuurlijk moet je je cadeau dan teruggeven.

Elke honderd meter hoor ik hetzelfde verhaal. Ik vertel ze veelal dat ik geen geld heb en dat ze dat mijn moeder moeten vragen. En dan wijs ik een willekeurig persoon aan. Ik zie nog steeds die wachtende sukkel van een zoon met zijn moeder voor mij, van een paar dagen terug. Weet je nog?

Maar de armbandjes gaan maar door. Daar moet een organisatie achter zitten, want het concept is elke keer hetzelfde. Dus koop ik voor een tientje drie van die dingen en draag ze opzichtig aan mijn pols. En als dan zo’n donkere mijnheer mij benadert, dan roep ik uit de verte: NO WAY MAN, GO AWAY, LET ME GO, I ALREADY BOUGHT MY TICKET TO FREEDOM!

Owja, the Catch of the Day. Voor veel lezers bekende beelden, hieronder. Nou, kijk maar. En kijk even naar het vrolijke dansfilmpje, midden in Rome:

Coos op Reis: ROME, WE KOME

Het is 24 april.

(* redactie: de verhalen van Coos publiceren we wat later dan dat Coos van der Spek zijn kilometers maakte. We genieten dus wat langer door hier in de serie Coos op reis.)

En het is half bewolkt. Maar de zon schijnt en het is heerlijk zwoel. Het lijkt wel alsof ik in Italië ben… Vandaag vertrek ik naar Rome!

Tijdens het bij elkaar schrapen van mijn zooi ontdek ik nog een tweede badkamer in deze caravan. Het blijkt dat aan elke slaapkamer een badkamer grenst. Was míj helemaal niet opgevallen.

Het blijkt dat niemand hier persé eierdopjes wil tellen. Ze vinden het allemaal best. Het verlies van een eierdopje zit in de prijs verdisconteerd. Goeie marketeers hier.

Ik wandel nog even naar zee en rond 09.30 uur druk ik op de startknop van mijn machtige BMW. De motor slaat soepel aan en begint mooi rond te draaien. Ik schakel in en vertrek. Het wordt een lange dag. Ik ga eerst tanken voordat we de bergen in sturen. Het is broodnodig, mijn dashboard geeft al een poosje aan dat ik op reserve rijd. De benzine kost hier in Livorno  € 1,75 de liter. Niet normaal. En een uurtje verderop nog maar € 1,55 per liter. Stelletje dieven.

Ik rijd door het werkelijk prachtige Toscane. La dolce vita, ofwel: het goede leven. Het is er adembenemend mooi. Absoluut één van de allermooiste en rijkste regio’s van Italië. Toscane is super. De glooiende heuvels, de middeleeuwse dorpjes, de eeuwenoude wijngaarden die de beste wijnen ter wereld produceren, de villa’s op de toppen van de heuvels en de stokoude boerderijen.

Iedereen die er is geweest, is gelijk verliefd op Toscane. De beelden van Toscane blijven de rest van je leven op je netvlies staan. De schitterende cipressen langs de wegen maken een onuitwisbare indruk. Het licht in Toscane is véél intenser dan in de rest van Italië. Alles is veel groener dan normaal. Zelfs het onkruid is groener, geler, bruiner en roder. De blaadjes aan de bomen fonkelen als sterren aan de hemel. Het is alsof achter elk blaadje een lampje brandt. Een sprookje in deze tijd van het jaar.


Toscane ís anders, voelt anders en ruikt anders. Ruiken, één van de vele voordelen van het motorrijden. Je ruikt de route! Ik ruik onderweg veel gras. Geen gemaaid gras. Natuurlijk, dat ruik ik onderweg soms ook. Nee, zo’n vettige boterachtige lucht van vers groeiend gras. Van dichtbij. Alsof je op je buik in de wei ligt. Het is heerlijk. Ik ruik ook de bloemen, bomen en alle dieren. Geweldig! Owja, en pollen natuurlijk. Prikkels voor al mijn zintuigen.

Er is hier opvallend weinig rotsgrond. Toscane is bijna volledig groen gestoffeerd. Zo’n aaibaar knuffellandschap. Het lijkt wel één grote groene golfbaan. Het asfalt is wisselend. De éne keer twee streepjes gas extra, de andere keer vier streepjes minder en dan vliegt toch nog het grit je om de oren.

Ik neem onderweg nog even de tijd voor een kopje koffie. De Italiaanse is de lekkerste van de wereld. Ik stop zomaar bij een willekeurige tent. Ik heb geen spijt van mijn keus trouwens….

Na het heerlijke broodje van panifici e pasticcerie Sclavi in Monteriggioni (sinds 1949) mogen mijn BMW en ik even een klein dutje, met uitzicht op het meer en in de schaduw van een prachtige boom, doen. Zwaar leven. Klopt. Een goed kwartier op een mooie platte bank en dan zijn we allebei weer zo fris als twee fruitvliegjes op een mooie rijpe sinaasappel.

De route is prima. Ruim 180 km flink sturen plus circa 200 km op wat meer doorgaande wegen. Ik zie o.a. Volterra, Sienna, Bolsena, Viterbo, Sutri en natuurlijk … Rome.

Het is al met al een stevige dag sturen om bijtijds op de camping te arriveren. Vooral het laatste stuk is erg druk. Ik zit dan in de buitenwijken van Rome en rijd midden tussen zenuwachtig en hectisch verkeer. Ik moet het territorium van mijn kasteel agressief verdedigen. Ik moet breder zijn, harder rijden, grover sturen en meer toeren en lawaai maken.

Dit is het absurde verkeer van Rome. Het  is Amsterdam in het kwadraat. Auto’s, scooters en motoren zijn hier allemaal rondom beschadigd. Soms hangen spatborden er gewoon op half zeven los bij. Hier val je, sta je op en rijd je verder, zonder je om het blik of plastic te bekommeren. Schadeformulieren bestaan niet. Je scooter is geen bezit. Je rijdt gewoon met een vervoermiddel. Verder niks.

De Italiaantjes zoemen als vliegen om mij heen. In hun korte broek. Met hun mouwloze shirtjes. In hun teenslippers. En ik zie ze zwenken en draaien en scheuren. Met soepele polsbewegingen draaien ze aan het gas. Remmen doen ze niet. Ze ontwijken. Naast mij, voor mij en achter mij. In mijn spiegels kijk ik al helemaal niet. Die moet je op het circuit ook afplakken. Het gevaar komt van voren. Ik hou mijn motor hoog in zijn toeren en hoor de uitlaat ronken en klappen geven. Ik voel mij Sir Lancelot en ga met een heldhaftige reddingsactie mijn geliefde Guinevere uit handen van de vijand houden. Opzouten! Want ik ga dood als ik maar één krasje op mijn motor krijg. Hahaha! Ik gebruik de breedte, de indrukwekkende verschijning van mijn machine en haar bagage en mijn postuur om mij een weg te banen. Gewoon méé met de waanzin! Maar het gaat allemaal goed.

ROME, WE KOME…

Ik ben in Rome. Op een megagrote camping aan de rand van deze megagrote stad. Voor 60 euro per nacht. Maar hier met alles d’r op en d’r an. Met een meer dan uitstekend restaurant met zeer acceptabele prijzen, een vriendelijke receptie, een fraai zwembad en een oase van rust. Prima. Helemaal goed. Ik ben tevreden.

Owja, en het metrostation naar het centrum van Rome is op wandelafstand van de camping. Wat heb ik toch weer… Nee, hoor. Dat is niet waar. Dat heb ik afgelopen winter allemaal uitgestippeld.

Morgen ga ik een dagje Rome bekijken. Daar heb ik zin in.

Janny en ik waren er twee keer. Een keer op eigen rekening en … een keer op rekening van mijn werkgever, ISS Nederland, na het succesvol beëindigen van een studie in Engeland. We kregen van ISS een enveloppe met geld mee, hebben eerste klas gevlogen en eerste klas geslapen op twintig meter van de Spaanse trappen. De bagage werd op de kamer gebracht en er stond een lakei in een pak voor de voordeur met een hoge hoed. Het hotel kostte per nacht een klein vermogen. Maar…. als Janny in de badkamer wilde, moest ik er uit. Samen paste echt niet… Wat een stad.

Eerst maar eens even ergens iets lekkers gaan eten en een koud biertje zien te vinden.

Proost!