Tagarchief: Coos op reis

Coos op Reis: ROLTRAP NAAR DE HEMEL

Vanaf 10:00 uur is het droog. De zon schijnt en het is half bewolkt. Super!
Mijn handschoenen en Daytona-laarzen zijn nog zeiknat van gisteren. Mijn laarzen trouwens óók aan de binnenkant… Ik kreeg de peperdure laarzen als verjaardagskado toen ik 60 werd. Inmiddels ben ik héél wat jaren verder. Dus als iemand Janny-zonder-Facebook tegenkomt….

(In onze serie “Coos op Reis” vervolgen we met het 21e motorreis verslag van Coos van der Spek. We zitten inmiddels in Portugal…. )

Ik ga eerst even vrienden worden met de buren in de caravan van de overkant. Dan is namelijk de kans erg groot dat ze op mijn motorfiets passen als ik hier niet ben… Het is een Duits echtpaar uit Tangermünde aan de Elbe. Dat ligt ten oosten van Hannover. Ze zijn rond de 80 jaar oud en ze huren van september tot april hun caravan. Voor een prikkie trouwens. Waarom blijven we in de winter in Nederland?

Buurman zit in het zonnetje een gruwelijk dikke Cubaanse Cohiba Siglo sigaar van zéker 20 euro te roken. Hij heeft wel een petje op. Want de zon is immers slecht voor zijn gezondheid…

Buurman vindt mijn Duitse motorfiets prachtig. Tja, wie niet?

Zijn vrouw toont foto’s van een grote overstroming in Albufeira in 2015. Indrukwekkend. Zelfs de roltrap naar het strand stond deels onderwater, vertelt ze sensationeel. Roltrap naar het strand? Ik neem mij gelijk voor om die roltrap op te zoeken. Ik mijmer er al over. Dat is nou nog eens klantgericht denken: een roltrap naar het strand voor je rijke bejaarde toeristen. En ‘m dan maar één kant op laten draaien. Dan blijven ze extra lang op het terras zitten en daar hun dure drankjes
drinken. Iedereen blij.

Als buurman voor de vierde keer mijn motor gaat bewonderen, fluistert zijn vrouw dat hij aan het dementeren is. Dat had ik al van zijn vertelsels begrepen trouwens. Ik heb helaas ervaring met bejaarde dementerenden. Wat zal Janny allemaal over mij fluisteren, nu ik zo lang van huis ben, flitst er door mijn hoofd…?

We hebben geen auto meer, vertelt de man weemoedig. Hij neemt gelijk even een ferme trek aan zijn sigaar en trekt de lucht tot aan zijn behaarde blote tenen zijn lichaam in. Hij heeft hem helemaal in de prak gereden, samen met nóg vijf andere geparkeerde auto’s, roept zij monter. Ze voegt er fluisterend aan toe dat het waarschijnlijk door een schwere Schlaganfall kwam én dat de verzekering gelukkig alles heeft betaald.

Nou, híj mag op míjn motor geen rondje rijden hoor, beslis ik ter plekke…

Maar ze zijn allebei heel erg aardig en vinden het verhaal van mijn motorreis maar stoer en dapper. Ik soms ook trouwens.

Ik scoor mijn ontbijt bij de supermarkt. Daar laten ze ook op een poster zien dat ik wellicht een nieuwe buurvrouw krijg. Ik denk dat ik hier nog maar een paar dagen blijf. Wellicht kan ik meedoen met hun BBQ..

Nà het ontbijt begin ik aan mijn wandelroute naar en door Albufeira.

Het is voor mij héél bijzonder om weer hier in Albufeira te zijn. Janny en Danielle en ik waren hier namelijk al in 1977. Danielle (1978) heeft daar niks van meegekregen: die zat nog in de buik van Janny.

We woonden in die tijd in Poortugaal en we reisden naar Portugal. Ik zie zó het verbaasde gezicht van de douane-meneer op het vliegveld Faro nog vóór mij.

Albufeira was toen nog een vissersdorp. Pas in de jaren tachtig is het een toeristische stad geworden. Midden in het oude Albufeira tref ik nu een soort Leidseplein aan. Gelukkig ietsje minder dan Valkenburg. Veel eettentjes, maar ook nog gezellige oude straatjes. Overdag best leuk. Hier zeker nog geen hoge torenflats. Er is ook direct toegang tot het strand. Het is prima.

Ik maak een lange wandeling langs het strand. De zware golven beuken op het zand. Het is indrukwekkend. De zon schijnt en de zee maakt veel kabaal. Ik ruik het zoute water en het schuim spat op mijn lippen. Ik ben een gelukkig mens.

Het was een mooie, relaxte dag!

Owja. Morgen vertel ik de anekdote van de vriendelijke ober van het restaurant waar ik dit verslag schrijf. Het gaat over ‘het geloof’.

ROLTRAP NAAR DE HEMEL

En dáár tref ik hem dan eindelijk aan: the moving stairway to heaven…..

In The Catch of the Day nog wat impressies van Albufeira.

Coos op Reis: ALBUFEIRA – PORTUGAL

 ALBUFEIRA – PORTUGAL

Het is vandaag zaterdag. Om 07:00 uur hoor ik nog grote druppels regen op mijn plastic dak vallen, maar om 08:00 uur is het droog. Ik zie zelfs een waterig zonnetje. Vandaag reis ik weer verder.

(We lezen hier verder in de serie “Coos op Reis“)

De beheerder wil de caravan vóór mijn vertrek persé controleren. Of ik misschien wel een vork krom heb gemaakt, een glas van 40 cent heb gebroken of met viltstift iets banaals op de muur heb geschreven. Zoiets. De procedure is mij bij aankomst wel drie keer verteld. Bij controle loopt de controlemanager met zijn grote vuile baggerschoenen dwars over mijn schoon gepoetste caravanvloer, kijkt verder nergens naar en zegt dat het allemaal prima in orde is. Dát had hij ook vanaf het terras kunnen doen. Of vanuit de receptie. Hoe bedoel je, overbodige managers en wassen neuzenprocedures?

Ik besluit om Anzar vandaag te tarten. Ik stop mijn regenpak diep en onzichtbaar in de topkoffer en kijk vol vertrouwen naar het zonnetje, dat inmiddels dapper door de wolken prikt.

Ik laad de route, zet het geluid in mijn helm aan, rits mijn jas dicht, trek mijn handschoenen aan en ga op weg. Ik rij het prachtige natuurpark Nacional de Doñana uit. Het is een enorm bosgebied. Mijn GSA en ik gaan vandaag Spanje weer verlaten. We gaan op weg naar Portugal.

Het asfalt is hier ruk. Dáárvoor kan ik beter in Luxemburg blijven. Daar hebben ze tenminste geld voor goede wegen. Grote delen van het asfalt hier zijn gekrakeleerd. Net als de tweezitsbank van mijn oude moedertje, denk ik. We zijn al jaren regelmatig aan het kijken voor een nieuwe bank. Maar ja, besluiten nemen is moeilijk voor mijn moedertje. Daarnaast vergeet ze snel wat ze precies gezien heeft. Dat mag ook wel, ze gaat al richting de 90. Ma zegt altijd: iedereen wil graag oud worden, maar niemand wil graag oud zijn. En zo is dat. Wellicht wil het asfalt ook helemaal niet oud zijn…

Het gaat harder waaien. De wind komt over de vlakten aanstormen en trekt en plukt aan mijn motorpak en buldert in mijn Schubert-helm. Ik hou mijn lichaam en geest ontspannen en ben helemaal zen. Want de wind waait ook alle stof weg, waait alle wolken weg, de regen weg, maakt de wegen droog en nog veel meer. De wind is goed. De wind is prima. De wind … is mijn vriend!

Ik zie borden met Matalascañas en mijn navigatiesysteem toont dat we de golf van Cadiz naderen. Hoe heette die boot ook al weer van dat beroemde scheepsongeluk? Owja, de Amoco Cadiz! In 1978, bij Bretagne. Ik weet het nog, mijn hersens zijn nog niet gekrakeleerd gelukkig.

De wind van de Atlantische Oceaan beukt en buldert tegen de werkelijk torenhoge duinen van de kust. Wat een geweld. En wat een prachtig gebied is het hier. Het is super. Ik heb trouwens nog nooit zulke hoge duinen gezien. Het zijn gewoon bergen!

In Mazagón drink ik een café solo. En ze hebben wifi! Als de uiterst vriendelijke meneer eindelijk het password heeft gevonden, ben ik al weer bijna op pad. Het password voor de geheel gratis dienst is LasDunasWifi1234Gratis#. Lekker makkelijk en klantvriendelijk… Ik snap dat nooit. Mjin password is gewoon overal COOS. Veilig genoeg toch zo? Maar ik kan eindelijk mijn reisverslag van de dag ervoor even opsturen.

In het restaurant trek ik gelijk mijn elastische Scott-regenpak aan. Ik ben net een vrolijke kanarie. De Spaanse buienrader toont namelijk dat er een groot breed regenfront mijn kant op komt. Recht op mij af. Ik ben kánsloos! Anzar heeft echter vast niet gezien dat ik binnen mijn regenpak aantrok. Hij wacht nu nog steeds bij de ingang van het restaurant op mij. Sukkel…

Ik kijk even in een dorp waar aan het begin een bord staat dat het dorp alléén toegankelijk is voor dorpsbewoners. Ja, dág! Dat willen we allemaal. En Amsterdam alléén voor de Amsterdammers zeker. Het zou overal een mooi zootje worden. Dat is ongeveer dezelfde onzin als de Lekdijk afsluiten voor motorrijders. En ken je die wegen die alleen toegankelijk zijn voor bestemmingsverkeer? Ammehoela. Daar wonen alleen maar wethouders die rustig willen wonen. Wie wil dat niet? Zolang vreemden mijn straat in Linschoten in mogen rijden, mag ik het straatje van iemand anders inrijden. Zo werkt dat en niet anders. Hahaha. DrOetker heeft gesproken. Pudding! Aardbeismaak was het deze keer, geloof ik.

Een vriendelijke jonge Engelsman komt enthousiast naar mij toe en is blij dat ik Engels spreek. Hij is hier met een lorry. Hij hoopt dat ik hier blijf want er is verder niks te doen. Maar helaas, er staat voor mij nog ruim 100 km op het programma vandaag. Hij geeft mij een hand en verdwijnt weer naar binnen.

De huizen van het dorp staan, net als het Urks-mannenkoor, schouder aan schouder, aan de rand van de Oceaan. Het huizen worden in de rug gedekt door de zo kenmerkende gele rotsen van de zuidkust. Het regent en ik geniet. Ik voel de nabijheid van de zee. Het is hier gewoon anders dan een uur terug. Het ruikt ook anders. Het voelt erg goed. Goede aardstralen hier! Ik ben goed beschermd tegen de regen. Eenmaal ingepakt blijf ik zo makkelijk een hele dag droog. Het water rolt zo m’n regenpak af. Als je maar goede spullen hebt en als alles maar waterdicht en warm is. Dan is het goed.

Aan de zuidkust van Spanje rijd ik heel lang door een natuurgebied. En precies grenzend aan dit gebied heeft Repsol zijn benzine-opslagtanks. Ik ben helemaal niet zo’n milieufreak, hoor. Dan zou ik ook immers niet met mijn motorfiets helemaal hier zijn. Wie zonder zonde is…… Maar deze lelijke dingen in dit prachtige gebied vind ik echt een misdaad tegen de natuur. Ik rijd er snel voorbij.

Ik steek de Rio Tinto over. De rivier kleurt zo groen als gras. Oplichters. Je wordt ook overal belazerd tegenwoordig. Een automobilist toetert naast mij. Als ik opzij kijk, dan steekt de bestuurder zijn duim omhoog en grijnst breeduit. Best leuk zoiets. Vrienden onderweg die geen vrienden zijn. Een soort Facebook van weggebruikers.

Er is niet zoveel horeca in het dorp waar ik met mijn kasteel binnen dender. Er is één plein. En dát is het. In een diarreecafé bestel ik een broodje gebakken ei. De eigenaar doet mij een beetje aan Boy Bensdorp denken. Uit de tijd van De Lachende Scheerkwast. Zelfs het snorretje klopt. Dus lijkt het mij veiliger als de man mijn voedsel verhit. Maar ja, er is hier verder even weinig keus. Joh, als avonturier moet ik natuurlijk straks ook een paar ziektes opgelopen hebben.

Een klein meisje kijkt verkikkerd naar mij en mijn kanariegele regenjas. Ze ziet in mij vast een avontuurlijke opa. We maken foto’s van elkaar en ze zwaait als ik weer vertrek.

Bij Ayamonte steek ik de rivier Guadiana over en verlaat Spanje. De rivier Guadiana is één van de grootste rivieren van dit gebied. Ze is maarliefst 750 km lang en vormt een deel van de grens tussen Spanje en Portugal.

Ik rijd Portugal binnen. Een mooi moment voor mij.

Maar onmiddellijk worden de wegen nóg slechter. Dat is nou weer jammer. Ik ontwijk talloze gaten en kuilen. En diep! Bij ééntje kan ik mij nog nét aan de rand vasthouden… Ik zit veel te veel op het asfalt te letten. Dat is echt geen rijden zo. De kuilen zijn natuurlijk niet erg comfortabel, maar daar komt over het algemeen weinig gevaar vandaan. Ik besluit de vering op comfort te zetten en de kuilen verder te negeren. Ik ga er dwars doorheen. Maar ik word er wel moe van.

In een bushokje doe ik een hazenslaapje. Slechts twee minuten. Ik droom over heerlijke…. Tja, dat zou je graag willen weten, hé!

Een kleine 300 km gestuurd. Aan de rand van Albufeira vind ik een prima plekkie voor 35 euro per nacht. Motor straks in het piepkleine tuintje, maar mét een tuinset en mét een eigen palmboom. Vanzelf.

Ik heb hier een uur tijdverschil. Jéétje, wat ben ik ver van huis. Zo’n beetje het verste punt: 2400 km!

Ik ga straks eerst maar eens een echte Portugese port drinken! Maakt mij niet uit hoe duur hij is. Ik heb ‘m verdiend. Ik denk wel dat ik een paraplu meeneem. Of ik die bij mij heb? Zeg, eh, …is de Paus …..?

Coos op Reis: Middelburg en Portugal

De wereld is nu ruim een jaar in de ban van Corona. En terwijl er door motorrijders momenteel nauwelijks tot niet gereisd kan worden, genieten wij van de verhalen van Coos van der Spek in onze serie “Coos op Reis”.  We krijgen al vragen van lezers zo van:  “Hee, waar blijft het volgende verhaal van Coos?” Welnu, hier is nummer 19 dus.

Middelburg en Portugal

Het is 16 maart en prachtig weer. Half bewolkt. Prima voor een ingekorte afritsbroek, zonnebril, factor 50 en een BMW-truitje in de aanslag.

Vroeg in de middag wandel ik voor mijn lunch zo’n 10 km door het bos naar het dorp Hinojos. Het is een mooie en rustige omgeving en onderweg geniet ik van het groen en alle bloemen.

In het restaurant organiseer ik een pannetje garnalen. De dame plaatst ze borrelend en sissend in de olie op tafel. De geuren van knoflook en rode pepers vullen de lucht. Een paar stukken vers stokbrood maken de maaltijd compleet.

Een meneer tikt mij op mijn schouder en zegt dat, als ik uitgegeten ben, hij even met mij wil praten… Ik schrik er eigenlijk een beetje van, maar ben wel erg benieuwd.

Wat blijkt? De man is de baas van de supermark. Hij had mij gisteravond, toen ik daar mijn diner bij elkaar aan het sprokkelen was, ook al opgemerkt. En zonet heeft hij de logo’s op mijn kleding herkend. Hij komt op zijn gemak aan mijn tafel zitten. De man graait in zijn zak en toont mij vol trots foto’s van zijn BMW 1200 GS, alle drie zijn koffers en een enorme lawaaipijp. Hij is razend enthousiast en vertelt allemaal verhalen van zijn reizen, mooie gebieden in Spanje en interessante steden. En aan langslopende dorpsgenoten vertelt hij dat ik uit Hollanda kom. Erg leuk en gezellig. We hebben wel twee uur zitten praten.

Terug door het bos denk ik er glimlachend nog eens over na. Er schiet mij plotseling een dergelijke gebeurtenis uit het verleden te binnen. En die wil ik noges delen….

MIDDDELBURG

Enfin, wandelen we in Middelburg terug naar de auto. De wind giert door de straat in ons gezicht. Het is mei, maar koúd, jonguh…!

We stappen een willekeurig café binnen voor een warme versnapering. De eigenaar staat achter de bar. Hij ziet er gevaarlijk uit. Levensgrote tatoeages trekken mijn aandacht: afbeeldingen op zijn armen, teksten op zijn handen, op zijn vingers, in zijn hals en in zijn nek. De meest raadselachtige en bizarre geschriften geven aan hoe zijn ruige leven is verlopen. Hel en verdoemenis over zijn hele lijf. Een deel van zijn café bestaat uit oud meubilair van een gereformeerde kerk. Da’s vast nu van de duivel, bedenk ik mij.

Bij het afrekenen vraagt hij aan mij of ik straks nog even een minuutje heb…

Nondeju, ik gaf hem maar een euro fooi. Op een bedrag van 7 euro. Dat is onder de norm van 15%, flitst er door mij heen. Man, dat wordt hier echt knokken met die goser.

Heb ik, met mijn 1.95 meter, vanmorgen voor Jan Lul mijn hoofd kaal geschoren, heb ik voor niks vanmiddag mijn gevaarlijke zonnebril in het formaat van een Mengele brilletje opgezet en is hij niet bang van mijn onzichtbare bodywarmer, die mij zo breed doet lijken als de bodyguard van Willem Alexander?

Janny weet van niks, kijkt argeloos om zich heen en ik zoek in gedachten de kortste weg naar de uitgang.

Komt die kroegbaas met een plattegrond van Middelburg gemoedelijk aan ons tafeltje zitten!

Kijk jochie, ik zal jou es ff de mooie plekkies van Middelburg laten zien. Want jij bent een toerist en ik ben een echte Middelburger en ik vind dat ik wat voor mijn stadje moet doen. En hij toont ons op de kaart waar we die dag nog allemaal heen moeten, waar hij geboren is, wat het oudste gedeelte is en waar de film van Michiel de Ruyter is opgenomen en hoever je moet bukken als je een toertje met de rondvaartboot doet. Het is leúk en leerzaam!

En … hij weet o.a. precies te vertellen wáár de kazerne heeft gestaan waar ik in Middelburg in 1972 in militaire dienst zat. Natuurlijk zijn we daar even gaan kijken. Er is nu alleen nog maar een grasveldje over…

Toffe gast, die kroegbaas met al zijn tattoos. We gaan noges langs, hoor. Heeft hij verdiend!

Morgen reis ik verder. Naar Portugal. Ben benieuwd waar ik terecht kom. Het weer is niet zo best. Maar dat kan ik toch niet veranderen.

In de Catch of the Day uiteraard veel natuur.
Ik ontsnap wéér aan een hevige bui. Hij scheert precies langs.

Coos op Reis: HIJ SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN

De wekker gaat om 08:00 uur.

Ik hoor gelijk de regen op het dak. Grote, dikke vette druppels op het houten dakkie van mijn huissie. Tak-Tak-Tak. De regen wás voorspeld en het ís gekomen.
Gatver.

Het is vandaag 15 maart. Op die dag ging ik in militaire dienst. In 1972. Dat is zowat 50 jaar geleden. Gek, ik moet er op die datum altijd aan denken. Mijn militaire diensttijd was echt zonde van mijn tijd. Ik heb er niets geleerd. In dienst voor het vaderland. Jôh, koning en toekomstige ministers, ga lekker zelf ergens in de blubber schieten als je zo nodig ruzie moet maken, dacht ik, toen al. Ik was toen nog maar 19 jaar.


Ik ruim de boel op en pak mijn zooi in. Vandaag gaat de route richting Sevilla. Als ik mijn motor, bepakt en bezakt, uit haar overdekte parkeerplaats rijd, dan is het ondertussen gestopt met regenen. Lekker man!

Tijdens mijn ontbijt op de camping bepaal ik mijn strategie. Toen ik dit navigatietoestel koos, kocht ik er op mijn iPhone een applicatie bij. Die applicatie staat via het internet in verbinding met diverse diensten: de verkeersinformatie met files en wegafsluitingen, de flitspalen en mobiele camera’s en de weersinformatie. Mijn iPhone praat met blauwe tandjes op zijn beurt weer met het navigatiesysteem. Ik laad de geplande route op mijn navigatietoestel en start de weersapplicatie. De Garmin toont dat er forse regen precies in de knik van mijn route zit. Wat een móóie techniek allemaal, hè. Besturing en controle. En alles onder een knopje.

Maar terug naar de regen in dat knikje. Gatver. Extra jammer, want ik kreeg de sleutel van het appartement van mijn ouwe DAS-makker Rob Bloemer mee. Ik verheugde mij al op een paar dagen strand met de e-reader… Beetje bakken en braaien en wentelen als een sucadelapje. Dutje doen in de middag… Ik kan énorm lui zijn, hoor.

Ik besluit om de regen te ontwijken en kies voor een alternatieve route om zo de knik af te snijden. Ik bind mijn regenpak héél duidelijk zichtbaar achterop mijn motor en vraag of Anzar, de god van de regen, mij goedgezind wil zijn. Als Anzar ziet dat ik mijn regenpak bij mij heb, dan laat hij geen regen vallen. Zo is dat. Tja, en als je het niet kunt bewijzen, dan moet je het geloven. Want zó gaat dat met het geloof…

Het motormanagement van de BMW stel ik af op RAIN. Het maakt de motor minder fel. En dat is prettig en veiliger op natte en gladde wegen. En zeker bij het uitkomen van de bochten. Ik zet de handvatverwarming aan en ga op weg.

Ik klim de bergen in en zie de temperatuur rap zakken. Af en toe krijg ik van Anzar wat druppeltjes op mijn vizier. Dan bulder ik in mijn helm dat hij eens goed naar mijn regenpak achterop moet kijken. Heb je hem gezien? roep ik steeds. Ik heb mijn volledige regenpak bij mij! Kort daarna is het dan weer droog. Met een beetje grote bek houd je een hoop onheil van je af, hoor. Ik praat mijzelf wat moed in, dat hoor je zeker wel.

Ik stop voor een warme kop koffie. Een lieve dame doet de deur open. Eigenlijk is het restaurant nog gesloten. Allervriendelijkst maakt ze verse koffie en serveert er een kleine cake bij. Potver, als ze van déze dame nou eens 200 Spaanse buschauffeurs zouden maken, wat zou het dán voor toeristen leuk zijn om met de bus in Spanje te reizen.

In de koffietent trek ik gelijk een extra warme trui van BMW aan. Janny heeft er altijd een hekel aan als ik weer eens thuis kom met een nieuw kledingstuk waar BMW op staat. Het is twee keer zo duur en de kwaliteit is twee keer zo slecht, moppert ze dan. Maar ik vind het zooo leuk dat er BMW op staat, jôh. Ik ben gewoon een groot kind, blij met z’n warme truitje mét stoer BMW-logo. Ik kan altijd zó verlekkerd in de kledingrekkies daar kijken…. Haha!

Ondertussen ben ik in de buurt van Algodonales en is die nare regenhoek afgesneden. Ik verleg de route weer naar de oorspronkelijke route en gluur eens om mij heen. Ik zie blauwe luchten en ik zie dreigende luchten. Een beetje door elkaar heen. Ach, ik heb gewoon wat geluk nodig.

Soms stop ik voor een foto. Zo eentje met wat stralende luchten en wat zonneschijn. Maar dan halen de dreigende luchten mij rap in en gaat het plots weer druppelen. Gatver.

En opééns besef ik: Anzar zit mij achterna, hij zit mij op de hielen. Nondeju! Ik heb mijn regenpak gedurende deze gehele trip, die vanaf 28 februari aan de gang is, nog steeds níet aangehad. En das uniek. Das best lang. En dat schreef ik onlangs vrolijk in mijn verslag. En nu zint Anzar op wraak. Want hij wil geen vrolijke verhaaltjes. Daar is-tie potverdorie geen regengod voor geworden. Anzar wil mij vandaag in mijn spiksplinternieuwe hightech elastische kanariegele pakkie van Goedhart Motoren in Bodegraven zien, die smerige boef. Anzar wil mij nat, Anzar maakt er een wedstrijd van… !

Dus gauw een foto van die lucht maken en rap weer op de motor. Huphuphup. Ik moet Anzar vóórblijven. Dat stuk chagrijn zal zijn zin niet krijgen. Jij gaat mijn regenpak niet zien vandaag, sukkel. GO Coos, GOOO! Gas op die lolly!

En ondertussen ben ik nog steeds lekker droog. Ik zit te fluiten in mijn potje. Reteslim om dat smerige regengebied effe te vermijden. Geen moer aan.

Janny kan op haar iPhone tot op de meter nauwkeurig zien waar ik ben en vraagt via Whatsapp of ik in de regen rijd. Want dat kán bijna niet anders, typt zij. Zij weet ondertussen niks van mijn regenrace natuurlijk.

Maar het blijft maar lukken en ik blijf maar droog. Haha. Goed gedaan. Yeah! Ben jij ook wel eens zo tevreden over jezelf? Wellicht ik wel ietsje vaker dan de gemiddelde mens, hoor. Dat zou zo maar kunnen.

Maar je weet het: als ouwehoeren pudding was, dan heette ik DrOetker…Ik heb de naam én de daad.

Bij Montellano bolder ik tussen uitgestrekte olijfbomenvelden door. Links staan de knoestige oude olijfbomen en rechts de sprieterige jonge olijfbomen. Hoe moeten die ouwe nou de jonkies leren hoe ze olijven moeten maken? bedenk ik mij. Of zouden ze ‘s nachts weleens stiekem de weg oversteken, Darwin trotserend?

Ik maak een mooie foto van een solitaire boom. Samen met mijn motor. We hebben best veel gemeen, die boom en ik.

Onderweg kruist een dikke duif mijn weg en vliegt bijna tegen mijn hoofd. Het scheelt minder dan een meter. Ik kijk hem recht in zijn angstige oogjes aan. Alle G-krachten trotserend draait hij als een gevechtspiloot in een F16 op volle snelheid bij en voorkomt een enorme botsing met veel veren en onreinheid op mijn scherm en vizier. Goeie raceduif! Op een schaal van één tot tien krijgt hij een negen van mij.

De regen komt mij achterna. Ik moet steeds harder gaan rijden om Anzar vóór te blijven. Maar het is een ongelijke strijd. Anzar heeft geen stoplichten en rotondes. En bij mij ligt veel modder op de weg.

In Utrera geef ik mij gewonnen en vlucht ik een overdekt terras op voor een lekker broodje. De regent komt met bakken uit de lucht. Ik lach Anzar uit. Ik sta hier veilig droog. Mijn pak heeft hij nog niet gezien…

Het broodje is op en ik rij weer een blauwe lucht tegemoet. Anzar doet vast even een dutje en heeft mijn vertrek niet in de gaten. Volgens mij is Anzar een sufferd. Gewoon zo’n rotgodje waar je verder niks aan hebt.

Kort voor Sevilla moet ik tanken. Een pompbediende wil dat werkje wel even voor mij doen. Only in your dreams, mate. Tanken doe ik mooi zelf. Je stopt je dieselpistool maar lekker ergens anders in, roep ik hem toe. Gelaten geeft hij mij de handgreep aan. Hij wil wél van tevoren weten voor hoeveel geld ik ga tanken. En ik moet cash betalen. Ik tank totdat de tank vol is, señor, vertel ik hem vriendelijk. Ik heb nu nog geen idee hoeveel d’r in haar tank gaat, amigo.

Ik moet plots denken aan telefoonabonnementen: daar moet je ook van te voren opgeven hoeveel je gaat bellen en hoeveel je gaat internetten. Wie wéét dat nou? Van tevoren? En we pikken het allemaal, hè? Wat een stomme klantonvriendelijke onzin. Ze leggen je daarmee toch gewoon aan de ketting?

Hup verder! Kein keloel over benzine en abonnementen. De donkere wolken komen er aan!

Anzar trekt nog een paar keer vals zijn lippen op, grijnst gemeen zijn tanden bloot en stort voorzichtig een beetje water over mij uit. Ik tart hem en lach hem uit. Het gebeurt diverse keren dat ik recht op zo’n pikdonkere lucht afrijd en dat mijn route héél kort daarvoor weer afslaat. En dan scheer ik er weer langs. Anzar verbijt zijn ellende. Hij pist maar wat schlemielige druppeltjes naar beneden, maar dat mag geen naam hebben.

In Sevilla heeft hij mij bijna te pakken. Bijna! Het is tegen 18:00 uur. Ik heb er 330 km op zitten. Ik rij midden in de drukke stad en heb tien ogen nodig om te overleven. Die Spanjolen in hun koektrommels willen allemaal tappas van mij maken. Ze zijn of aan het bellen, of aan het roken of ze zijn met hun passagier druk in gesprek.

En dan, plotseling, zet Anzar de kraan helemaal vol open. De regen komt met bakken naar beneden! Het ziet grijs van de regen. Ik kan geen kant op. Ik wil je pak zien, dondert hij. Ik maak je zeiknat, bliksemse kaaskop uit de Lage Landen!

En nét als ik hem dan maar wil voorstellen om met 1:1 te eindigen, ik ben er immers bijna en heb hem de héle dag ontweken, vind ik tussen de scholieren een droge overdekte schuilplek. Haha. Je kunt de koelere krijgen, Anzar. Ik heb gewonnen! Géén regenpakkie aan vandaag! Het zit nog steeds ingepakt achterop mijn motor!

Het laatste stukkie rij ik droog.

Ik vind een toffe camping in het nationaal park Doñana in de buurt van Almonte. Zéven wandelkilometers van de bewoonde wereld. Maar eindelijk in een echte caravan, en super netjes, zoals het hoort. Het restaurant en de winkel zijn hier alleen in het weekend open. Nou ja…

COOS SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN….

Ik werd vanmorgen wakker met vier muggenbulten. De klootzak!

Coos op Reis: DARWIN

Het is bewolkt. Maar het regent niet. En dat was wél voorspeld. Geluk? Ach, dat dwing je af. Maar helaas geen strakblauwe luchten vandaag.

Ik smeer mijn hoofd met factor 50 in en trek mijn verleidelijke afritsbroek, het sexy losse goretex-jasje van mijn Stadler-motorjas en mijn betoverende goretex-wandelschoenen aan. Uh…ik zie er niet zo heel erg charmant uit. Maar ik kan vandaag wél dik 10 graden temperatuurverschil overbruggen. Dat blijkt vaak nodig. Ik vertrek ’s morgens meestal met een warm zonnetje en ben dikwijls ’s avonds laat pas terug bij mijn overnachtingsplek.

Vandaag ga ik met de bus naar Nerja. Das een plaatsje aan de kust, wat kilometers verderop.

Toeristisch weliswaar, maar het heeft ook een historisch centrum uit 1487. Ik ben benieuwd.

Ik praat nog even bij de receptie van de camping over de bustijden en maak aanstalten om in het restaurant te gaan ontbijten. Komt er een stevig gebouwde kerel met een levensgroot stokbrood op mij af en vraagt of ik Coos van der Spek ben. Ik rol bijna om. Whoehaa! Hij vertelt dat hij Piet heet. Hij heeft via zijn nicht, en das mijn buurvrouw Astrid van der Pijl, op Facebook gelezen dat ik met de motor op zijn overwintercamping ben aangekomen. Piet komt mij even gedag zeggen. Hoe klein is de wereld als je gebruikmaakt van social media. Wat leuk!


Ik wandel wat kilometers naar de bushalte. De bus is te vol om alle toeristen mee naar Nerja te nemen. De buschauffeur is nog niet echt toegekomen aan de klantvriendelijkheidstraining van het vervoersbedrijf en blaft iedereen af. Wat een lelijke bullebak, wat een stuk chagrijn. Allemaal onzekerheid van zo’n schriel mannetje, denk ik. Net als die kleine keffertjes altijd. Nou, de volgende bus komt over een half uur, hoor. Ik heb de tijd.

Mijn iPhone, GoogleMaps met de offline-kaarten en mijn extra accu zijn mijn beste vrienden tijdens deze trip. Ik kan er alles mee. Ze brengen mij moeiteloos naar het Balcon de Europe. Voor mijn motorclub: ze vergissen zich. Het moet zijn: El Bacon door Europa. Maar dát wisten ze in 1885 natuurlijk nog niet..

GoogleMaps brengt mij ook naar Barco de Chanquete van de beroemde serie Verano Azul uit de beginjaren tachtig van director Antonio Mercero.

De blauwe boot (zie foto) speelde er een belangrijke rol in en de serie heeft een wezenlijke rol gespeeld in de toeristische ontwikkeling van Nerja.

Jullie hebben er vast wel van gehoord. Nee? Nou, ik ook niet, hoor.

Een mondain stel vraagt of ik een foto van hen wil nemen.

Hij heeft een bijrol gespeeld in de serie en heeft er goede herinneringen aan, vertelt hij megatrots.  Ik knik begripvol.

In de kerk steekt iemand een elektrisch kaarsje aan. Dat vind ik nou echt het absolute toppunt van nep, hebberigheid en een toonbeeld van diefstal in de naam van het geloof en de here jezus. De meeste bezittingen van de kerk zijn gewoon in het verleden gepikt of door onderdrukking verkregen, maar zo’n elektrisch kaarsje! Daarvan kan je het verleden niet de schuld geven.

Dat rotding brandt in het nú. Wát een stuk kitsch. In géén honderd jaar… Maar ieder zijn ding. Ik zie dat de oprecht gelovigen gewoon hun euro’s in het kermisding duwen. Ik ga op zoek naar een echt kaarsje voor mijn overleden vrienden en familieleden, nondeju!

Bij het Balcon de Europe speelt een jonge violiste geweldige klassieke nummers. Het geluid draagt prachtig over het plein. Het is supermooi en het ontroert mij.


In het verkeersdrukke Nerja dendert een 1200 GSA voorbij. Ik herken de diepe brom onmiddellijk. Hij is op dezelfde manier bepakt als mijn motor. Alleen heeft deze óók nog een echte, levende duo achterop in plaats van die grote plastic zak van mij. Het kan altijd gekker..

Ik bezoek een kapel uit het jaar 1700 met fraaie schilderingen in de stijl van Granada. Wat zou het handig zijn als ik hier even plassen kon. Maar ja, in zo’n kapel zijn ze ook meer met het verleden bezig dan met het heden.

‘s Avonds zit ik in het restaurant aan zee zomaar uren te praten met iemand uit IJsselstein. We drinken samen een wijntje. Hij is een gepensioneerde bankman, is 75 jaar en hier alleen op vakantie. Het is erg gezellig. Ik herkende hem trouwens als Nederlander omdat hij in steenkool Engels om mayonaise vroeg…

Mooie dag, ondanks de bewolking!

DARWIN

Onderweg naar de bushalte zegt een poes mij gedag. Het verkeer raast op topsnelheid over de tweebaansweg langs. Iedereen die hier oversteekt, of daar maar even aan denkt, is op slag dood. Maar poes is slim en blijft aan háár kantje op háár stoepie…

Das nou eens een mooi en praktisch voorbeeld van de evolutietheorie van Darwin, mijmer ik. Poezen die oversteken worden doodgereden. En zo blijven de slimme poezen, die aan hun eigen kantje blijven, in leven én planten zich voort. En ontstaan er poezen die niet oversteken. Zoiets dus….

Geniet van de Catch of the Day!

Coos op Reis: UIT DE KAST

COOS KOMT UIT DE KAST

Het is bewolkt. Das nieuw! Maar het is al wél 17 graden. Het is buiten warmer dan binnen.

Ik ruim de boel op en sjor alles op mijn motorfiets. Luxe hoor, op mijn eigen opritje. Das wat anders dan alles van de 5e verdieping naar de garage op min 2 sjouwen. Mijn natte handdoek bind ik achterop. Ik ga hem vandaag droog rijden, heb ik bedacht.

Eén overnachting kostte 53 euro. Ik ben er twee nachten geweest en reken bij de receptie…. 96 euro af. Nou ja! Daarvóór gaan ze trouwens eerst met een karretje langs mijn hutje om de meterstanden op te nemen. Om te checken of ik ‘s nachts het wc-lichtje heb laten branden? En wat dat nog? Get a live!

Ik start de motor en ga op zoek naar een ontbijtje. Dat kost moeite. Het zit mij gewoon tegen. Ik cirkel al een poosje in Roquetas de Mar rond als ik plots een geschikte ontbijtplek zie. Omdat ik tegen het verkeer een éénrichtingsweg moet inrijden, kies ik voor een flink stuk trottoir. Om de één of andere reden denk ik dat dat minder erg is. Ik heb wel éérst goed gekeken. Of ik een juut zag natuurlijk. Stap ik daar binnen, zit er een juut in vol ornaat koffie te drinken… Heb ik weer. Maar gelukkig heeft hij meer interesse in zijn koffie en in zijn nieuwe vriendin.

Ik organiseer een in de lengte doorgesneden warm stokbroodje. Daarop een tomatenprutje zoals wij de boter smeren. Vervolgens Spaanse ham en Spaanse kaas. Ik zit er de hele dag om te glimjuichen. Wat was dát lekker. En zó simpel.

De eigenaar brengt samen met de verse jus en de café americano een praatje over motoren. Hij rijdt een Honda CB1300. Hij is razend enthousiast over mijn reisverhaal en met een grijns, een schouderklopje, een handdruk en ‘goodbye amigo’ neemt hij afscheid. Wat leuk! En ik reken vier euro af voor al dat lekkers…

Ik rijd langs Berja en bolder dieper de bergen in richting het meer van Benínar. Er wonen hier weinig mensen en het is doodstil. De weg is droog en de wind is redelijk. Het asfalt is op sommige stukken prachtig. Op die momenten ga ik er eens goed voor zitten. Als het asfalt slecht is, dan temporiseer ik en geniet van de fraaie uitzichten. Om elke hoek wacht een verrassing. Het is overal mooi.

Als ik op 1400 meter hoogte rijd, zie ik in de verte de sneeuw op de toppen van de bergen liggen. Het is een adembenemend gezicht.

Het asfalt is weer superstrak en ik kom sportief en bulderend naar beneden. Mijn uitlaat roffelt en veroorzaakt donkere klappen tegen de bergwanden. Ik nader een rotonde en schrik mij de tandjes: de hele rotonde is afgezet door wel twintig agenten in gele hesjes. Kut! Radarcontrole en ik ben er zonet met een flinke gang doorheen gereden, schiet er door mijn hoofd. Lullo! Vanavond niet uit eten en met blote billen in de kou naar bed! De kleine Spaanse hoofdcommissaris is staand net zo groot als ik, zittend op mijn buddyseat. Hij kijkt met zijn bruine ogen in mijn blauwe, schat mijn nationaliteit in, werpt een blik op mijn bagage, loopt om mijn pakezel heen, kijkt naar mijn kentekenplaat en gebaart dat ik gelijk door mag rijden. Gewoon controle van papieren. Ennuh,
niemand spreekt daar Nederlands natuurlijk…


Granada laat ik rechts liggen. Daar ga ik wel eens met Janny met een vliegtuig en een cabrio heen als we een rondritje Andalusië gaan doen. Jôh, een mens moet iets te wensen over hebben in deze armetierige tijden.


Ik lunch in de bergen op 1300 meter hoogte met een salade en een soep waar ik citroen in moet doen. Erg bijzonder. Ondertussen inspecteren twee poezen mijn motor.

Het was een mooie dag. Lekker gereden, prima weer en mooie dingen gezien. Geen kramp, maar er was ook geen extreme wind. Tips opgevolgd. Goed geoefend met ontspannen om onbewust bekwaam te worden….


Kijk nog even naar The Catch of the Day. Korte impressie van de dag.

COOS KOMT UIT DE KAST

Ik heb voor de komende twee dagen een vrijstaande bungalow op een camping in Torrox gevonden. Ik parkeer mijn motor heel luxe onder het huis. Ik heb een overdekt terras met schuifpui en een riante tuinset. Nou, hoe klinkt dat? Haha. Nee jôh, het is net zo’n ding als gisteren. Iets uit de jaren zestig. Pfff… Ik zie wel.

Ik sta onder de douche en leun even tegen de muur om ook mijn voeten in te soppen. Ik schrik, want de muur gaat heen en weer. Ik heb alleen maar water op, maar het voelt alsof ik een stevig glas wijn op heb. Wat blijkt? De douche is gewoon een soort kant-en-klare plastic douchekast die los in de badkamer staat, compleet met aansluitingen en douchegordijn…

Ik stap snel die kast uit…

P.S. Ben vandaag al weer twee weken op pad. Mijn regenpak heb ik nog niet aangehad. Best wel mazzel. Ik heb het tot nu reuze naar mijn zin!

Coos op Reis: DJANGO

“Het is prachtig weer in Roquetas de Mar. De wind is gelukkig gaan liggen. Ik ga op weg naar mijn ontbijt. What’s new?”

(Je leest het 15e verhaal wat we op deze website publiceren in de serie “Coos op Reis”.

Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en we reizen met hem mee in zijn verhalen.)

 

“In de campingwinkel hangt een corpulente, ongeschoren oude man onderuitgezakt op een  gammele burostoel achter een ouderwetse computer. Hij heeft een groezelig shirt aan en kijkt verveelt naar zijn beeldscherm. Ik vraag hem vriendelijk of hij Engels spreekt. Met moeite kan hij voor mij een half ooglid optrekken. Hij bromt dat hij geen Engels spreekt en richt zijn lodderige oog weer op het scherm. Het is zo’n belachelijke en onbeschofte vertoning dat ik de man midden in zijn gezicht hard uitlach. Gaat hij plotseling rechtop zitten en lacht hij met mij mee! Whoehaa! We gieren het samen uit. De dag is begonnen!

Ik scoor een bruin broodje en zo’n lekker mals Spaans hammetje. Ik zorg ervoor dat die lamlendige vetklep mijn eten niet aanraakt. Een heel klein beetje smetvrees heb ik wel, denk ik.

Verse jus d’orange is echt een utopische gedachte in het sobere campingwinkeltje. Dat koopt niemand daar. Al die campingoudjes scoren hier kilo’s sinaasappels voor een prikkie bij de boeren. Zij hangen ze als trofeeën in zakken aan hun plastieke huisjes. Als je geen zak met sinaasappels aan je caravan hebt hangen, dan ben je een sufferd en doe je niet mee met de rollatorbrigade. Ouwe gekko’s!

Op een stoepie in het zonnetje nuttig ik mijn ontbijt.

Het voordeel van een camping is dat je snel contact hebt. Het nadeel van een camping is dat iedereen een praatje komt maken…

Ik kom niet aan mijn broodje toe. Ze komen allemaal leuteren. De grappigste is de Duitse mevrouw die komt vragen of ik soms onwel ben geworden omdat ik op het stoepie zit. Tja, wie gaat er nou op straat zitten als je bij je caravan tien zitplekken hebt? Al die ouwetjes zitten al vanaf begin november achter de plastic raampjes van hun voortent te gluren en te wachten tot zo’n ouwe kale gek uit Nederland op het stoepie van het hoekie van de straat kwijlend het loodje legt. Dan heb je de familie in Nederland ook eens wat te vertellen, bedenk ik, traag kauwend op mijn bruine broodje.

En toch heeft zo’n camping wel wat. Het wordt in het winterseizoen een geheel eigen gemeenschap. Met veel nationaliteiten. De gemeenschappelijkheid zíe je en voel je aan de manier waarop de mensen met elkaar omgaan.

Tot nu verbleef ik in twee hotels, in een bed&breakfast, in een appartement en dan nu in een hutje op een camping. Die b&b beviel mij het beste. Maar dat was er ook wel eentje van een aparte klasse, met mijn motor in de grote parkeergarage onder het gebouw… Wat ruimere mobilehomes en mijn eigen tentje staan voor mijn reis o.a. nog op de planning. Hotels zijn lekker en luxe, maar toch een stuk massaler, anoniemer en rumoeriger. En ik heb dan minder zicht op mijn motor, schat ik in.

Mijn reis door Zuid-Europa is niet alleen een motorvakantie. Het is tegelijk een gewone vakantie. Maar wel lekker lang dan… Heerlijk om dat te kunnen combineren.

Ik probeer tijdens deze trip in principe overal tenminste twee nachten te blijven. Dan kan ik op de tweede dag iets gaan bekijken, iets gaan doen, gaan wandelen of fietsen of zwemmen, stukje hardlopen (ik heb mijn hardloopschoenen en spullen bij mij… ) etc. En dan hoef ik mijzelf ook niet elke dag te installeren. Ik noem mijn concept: avontuur en rust. Een contradictio in terminis!

Naast mijn passie voor motoren heb ik nog een passie: het strand. Het liefst bij Noordwijk. De ruimte, de zon, de zee, de rust maar óók de bulderende branding, de sensuele warmte van het zand aan mijn ouwe verbleekte botten, een spannend boek van Lee Child in mijn e-reader, lekkere bruine boterhammen van de bakker uit Linschoten in een zakkie, een kouwe chocomelk… Mmmmm. Strand is áltijd geweldig.

Dus …. vandaag ga ik heerlijk langs het strand wandelen. 17 kilometer staat op de planning. Lunch onderweg. Ik smeer mij goed in en ga op weg. Onderweg vang ik nog wat mooie plaatjes voor The Catch of The Day.

Deze verzonnen opslagplek van de winterbanden is wel erg bijzonder. Het valt mij wel meer op dat Spanjaarden veel vuil zo maar ergens storten. Ik kom onderweg ook wasmachines tegen die ze van bovenaan de berg naar beneden hebben gegooid. Een lelijke gewoonte. Dan is Spanje toch plots weer een bananenrepubliek.

Het was een lekkere relaxte, actieve dag. Hoe heet zoiets ook al weer? Een contradictio…..

DJANGO

Tijdens de lunch in een restaurant bezoekt Django mij. Gewoon even kennismaken. We vinden elkaar gelijk leuk. Django is een enorm grote, jonge, edoch vroeggrijze bouvier. Hij heeft de soepele loop van een tangodanser. Hij loopt niet, hij glijdt. Net de Moonwalk van Michael Jackson.


Met zijn postuur kan hij moeiteloos naar mijn heerlijke tappas op tafel gluren. Want Django vindt mij wel leuk, maar mijn tappas nog veel leuker. Zéér waarschijnlijk heeft hij in het verleden van zijn baas wel eens een enorme stuiter tegen zijn harige harses gekregen vanwege het stelen van  tappas. Daarom kijkt Django mij, tijdens het gluren naar mijn tappas, schuin en omzichtig aan. Ik schud in het Spaans nee. Django knort, draait zich om en danst naar binnen. Wát een leuke hond die Django…

Morgen reis ik weer verder. Langs de kust richting Malaga. Volgens de weersvoorspelling kan ik beter hier bij Almería blijven, maar ja, ik zal nog wel eens vaker minder weer krijgen. Ik kan niet overal omheen rijden. Morgen tot Motril door de bergen, dan de kustweg af. Ik ga. Ik heb zin.”

Coos op Reis: PERSPECTIEF

Coos van der Spek vervolgt zijn motorreis. Drie maanden door Zuid-Europa, we lezen zijn 14e verhaal vanuit Spanje.

De wekker loopt om 07:00 uur af. Het is koud in het huis. Ik heb niet zo goed geslapen. Geen idee.

Ik plaatste gisteravond mijn reisverslag heel laat op de avond en noteer ‘s morgens vroeg al méér dan 35 reacties.

Mijn Facebookvrienden hebben ook niet zo goed geslapen, denk ik.

Ik ruim de laatste spullen op en laad alles in en op de motor. Das best even een werkje. Ik zie haar onder het gewicht diep in haar vering zakken.


Maar dáár heeft zo’n BMW R1200 GS Adventure een mooie oplossing voor: ESA. Dat staat voor Electronic Suspension Adjustment. Ik pas vóór vertrek met één druk op de knop aan het stuur mijn vering elektronisch aan. Ik voel de GSA zichzelf oppompen. Zij staat weer recht. Verder kan de vering van de GSA o.a. in de ‘harde’ stand staan. Dat gaat ten koste van het comfort, maar het geeft ook wel meer stabiliteit in de bochten. En dat is nodig met deze bepakking.

Overigens kan ik óók de dynamiek van het motorvermogen op het stuur aanpassen. Voor elk rij-karakter is een modus. Als het regent, als ik gewoon wil toeren of als alles lekker dynamisch en fel moet zijn. Prachtige techniek en allemaal bereikbaar onder wat knopjes.

Om 09:30 uur heb ik het ontbijt achter de kiezen, de sleutels bij het buro ingeleverd en dender ik het dorp uit. Het is prachtig weer en er staat een stevige bries. Ik gooi de machine een paar keer links en rechts om weer even aan het gewicht te wennen.

In Mazarrón vul ik de werkelijk enorme brandstoftank van de GSA voor een prikkie met benzine. Lekker dik dertig liter aan extra gewicht voorin hangen. Is goed voor de balans. Ooit was ik met een reisgenoot ten zuiden van de Pyreneeën. Mijn maat vroeg of ik moest tanken. Welnee, antwoordde ik, dat heb ik vorige week toch nog in Utrecht gedaan… De motorwereld kenmerkt zich door sterke verhalen.

Omdat de route veelal door de bergen voert, verwacht ik onderweg weinig horeca. Als ik plots door een stadje rijd waar de supermarkt wél op zondag open is, sla ik mijn slag. Bij twee bakken lekkers staat geen tekst, dus die kies ik allebei meteen. Met handen en voeten ritsel ik een plastieke vork en bezweer de blozende Spaanse señorita dat ik mijn héle leven van haar zal blijven houden.

De weg slingert omhoog en de wind is ondertussen tot stormkracht aangetrokken. Bij Puerto Lumbreras werp ik vanuit de verte even snel een blik op Castillo de Nogalte. Ik kijk vlug weer voor mij. Ik moet echt mijn aandacht op de weg houden.

Inmiddels waarschuwen borden boven de weg voor extreme wind en windstoten. De storm buldert om mijn Beierse kasteel en fluit en giert door alle schietgaten.

Niet normaal. Ik zie lege containers omvallen, reclameborden aan barrels gaan, afgewaaide palmboombladeren op de weg liggen en grote stukken losgelaten landbouwplastic door de lucht vliegen. Ronde, verdorde struiken bolderen sinister als verlaten geesten over de weg. Tumbleweeds uit horrorfilms!

Maar het is wél gewoon strakblauw en 18 graden in de bergen.

Ik heb weinig plezier op de motor. Het is gevaarlijk. Door de wind bonkt en schudt en steigert de zwaarbeladen BMW enorm. Als ik een bocht neem, en daardoor van rijrichting verander, ligt de wind op de loer om de motor en mij te grazen te nemen en ons een greppel in te flikkeren. Ik schroef het tempo terug. Het is te tricky. Jôh, ik ben gewoon een ouwe kale Sissie. Ik geef het toe. Maar ik kom vanavond wél veilig aan. Dat dan weer wel.

Ik rij onderweg door de beroemde Tabernaswoestijn. Het is de enige woestijn in West-Europa. De zon schijnt er 3000 uur per jaar. In de jaren zestig zijn hier veel westerns door regisseurs zoals Sergio Leone opgenomen. Eén daarvan is de bekende film The Good, The Bad and The Ugly.

De woestijn is nu een beschermd natuurgebied van zo’n circa 300 vierkante kilometers. Het ziet er daar vreselijk stoer uit. Kicken, man! Maar nu snel weer voor mij kijken en op de weg letten.

Waarschijnlijk hou ik door de bulderende wind het stuur te stevig vast. Ik krijg extreme kramp in beide handen. Mijn vingers staan gespreid en ik kan soms mijn duimen niet meer opponeren. Ik moet er voor afstappen en pauzeren. Ik doe ontspanningsoefeningen, eet een banaan, drink voldoende water, plas, heb op grotere hoogte de handvatverwarming aan en probeer het stuur meer losjes vast te houden. Het helpt wel, maar eigenlijk komt het de hele dag elke keer terug.

Ik zal mijn hulptroepen van thuis eens aanroepen, bedenk ik mij. Dus ik vraag via Facebook dokter Hans Den Ouden, onechte nicht en coureur Nikki van der Spek, instructeurs Stephan Moerkerken en Bert Duursma en ervaren motoragent Dennis. Hoe voorkom ik het? En wat doe ik verkeerd? Dan zie ik de kracht van social media. Ik krijg mijn antwoorden. En natuurlijk houd ik het stuur te stevig vast en moet ik meer ontspannen. En moet ik voldoende eten en drinken. En moet die klerewind een keer ophouden, mopper ik in mijzelf…

Na 300 km vind ik rond half zes een hutje op een strandcamping bij Almería.

De camping telt 700 plaatsen en was in december vol, aldus een Engels echtpaar. Als je meer dan 100 dagen blijft, dan krijg je 60% korting. Maar ik blijf zoveel dagen niet, dus ik betaal € 53,- per nacht. En aan mijn zo slim aangeschafte speciale ACSI-kortingskaart heb ik geen reet. Die geldt alleen voor een tentje.

Owja, en ik moet minstens twee nachten blijven. Maar het hutje is veel groter dan mijn tent, ik kan morgenochtend poepen op mijn eigen doossie en daarna onder mijn eigen douche stappen. In die volgorde trouwens. En al mijn spullen staan hier achter slot en  grendel en mijn motor in mijn eigen tuin, op mijn eigen oprit. Voor € 53,- per nacht terug naar de jaren zestig, terug naar The Good, The Bad and The Ugly. Wat een goudmijn hebben ze hier aangeboord. Kleredieven. Jôh, wat kan mij het schelen…

PERSPECTIEF

Ok, ik zal eerlijk zijn. Ik zie mijzelf best wel een beetje als de grote flinke ik-durf-alles-reiziger. Stoere motor, voor een wereldreis beladen, slaapzakken en tentje en kookspullen mee, grote stoffige laarzen aan, intermediate handschoenen, navigatie en natuurlijk als een wijze uit het oosten een landkaart van Spanje en Portugal zichtbaar onder het ruitje van de tanktas. Heb je het beeld een beetje? Dat beeld ff vasthouden dan…

Ik heb benzine getankt. Ik sta nog een beetje te dralen, slokje water te drinken, mijn bepakking te controleren en zo. Komt de dame achter haar kassa vandaan om te vragen of ik soms ‘assistentie nodig heb bij het tanken’….

Jemig, ben ik toch plotseling weer zo’n hulpbehoevende ouwe bejaarde in Spanje…. Whoeii! Teringjantje….

Coos op Reis: ZIJN ZE ÉCHT OP DE MAAN GEWEEST?

Werkelijk schítterend weer vandaag. Geen wólkje. Mijn telefoon voorspelt 21 graden. Whoeiii! Sorry voor mijn enthousiasme… Morgen zeker wél, maar vandaag geen heel erg spannende dag. Een beetje een opvuldagje, de opmaat tot Departure Day…  Dus ik moet bij het ontbijt even een dagbesteding verzinnen. Haha, wat een seniorenwoord, hé!

Omdat ik morgen met de motorfiets hier weer vertrek, organiseer en verzamel ik nu vast alle losse zooi en stop dat in zakjes, tassen en koffers. Dat doet normaal Janny. Maar die is hier niet. Ik ben het niet gewend en loop er dan ook al dagen in mijn hoofd over te miepen. Het is werkelijk in tien minuten gebeurd. Stelt niks voor.

De wintervoeringen zitten trouwens nu in een vacuüm getrokken zak. Tip van Coos! Die koop je voor een paar centen bij de Marskramer. Dat scheelt ruimte, jôh. Ik gebruik ze al jaren. En alles dat morgen niet meer past, flikker ik gewoon weg, besluit ik. Zo, DAS opgelost, zeiden we bij de DAS in Amsterdam.

Ik kledder factor 50 op mijn kaalgeschoren hoofd en deze keer smeer ik ook maar gelijk mijn knieholtes in. Pfff… En dan fluitend op pad natuurlijk. Naar het ontbijt natuurlijk. In de zon natuurlijk. Stralend weer natuurlijk.

Het verbaast mij dat dingen zo snel vertrouwd raken. Natuurlijk het weer, maar ook elke dag monter door dezelfde straten stappen, naar dezelfde palmbomen kijken, dezelfde oude Spaanse mijnheer gedag zeggen die elke dag op hetzelfde stoepie zit, naar hetzelfde winkelcentrum, op hetzelfde plein, op hetzelfde terras etc. Terwijl ik tóch zo’n enorme bloedhekel heb ‘aan elke keer hetzelfde’. Das niks voor mij. Maar die constantheid geeft ook rust. Dat is de andere kant.

Ik ben trouwens ook héél slecht in herhalingen. Zet mij aan de lopende band bij Volkswagen en ik laat heel VAG failliet gaan. Na het vierde moertje aan het nippeltje denk ik al lang ergens anders aan en draait de boel in de puin. En bij het vijfde moertje ga ik lopen klieren. Dat deed ik als kind al.

Maar jôh, eerlijk waar, dat ontbijtje én dat kekke pleintje én dat nikszeggende terrasje, waar die bloedmooie, lieve mevrouw met die donkere fonkelende ogen ondertussen precies weet wat ik elke dag bij haar nuttig, voelt voor die paar dagen wel heel lekker aan.

Tijdens het ontbijt ontdek ik een omgedraaid ANWB-setje. ANWB-setjes zijn paren die allebei dezelfde kleding dragen. Er is zelfs een speciale Facebook-pagina van. Zoek maar eens op. De dame van dit setje draagt een broek met een opvallende print en een zwarte polo en de heer een zwarte broek en de polo in dezelfde opvallende print. Ik moet er stiekem om lachen.

Na mijn ontbijt wandel ik naar het lokale fietsverhuurbedrijf om een fiets te huren. Dat lijkt mij leuk.

Toen ik voor mijn 65e verjaardag een nieuwe Koga Traveller kado kreeg, ruilde ik mijn 43 jaar (!) oude Batavus-fiets in. Die zag er nog prima uit. Toch was de restwaarde minimaal. Maar ja, wat moest ik er verder mee?

Maar voor de fietsen die deze Spaanse mijnheer verhuurt, haalt elke eerlijke Nederlandse fietsendief zijn neus op. Wat een ongelooflijke barrels. En voor mijn 1.95 meter allemaal in kindermaatjes natuurlijk…

TIEN euro (!) huur voor één dag vraagt de señor, met droge ogen, voor een dergelijk lijk. Jôh, zeg ik tegen hem, ik wil alleen maar een fiets húren hoor, ik wil je hele bedrijf niet kopen…

Overigens moet ik voor het roestige geval ook nog HONDERD euro borg betalen. Hij denkt écht dat er mensen zijn die zo’n stuk schroot willen houden. En hij wil de fiets persé vóór 17:00 uur terug hebben. Hij is trouwens niet eens stiekem over zijn prijzen. Ze hangen gewoon aan de muur…. Hij kan krijgen wat Piet Heijn heeft gekregen en díe is er aan dood gegaan. Oplichter!

Dus een ander plan. Ik wil vandaag niet met de bus. De bus is voor Sissies, wees eerlijk. Ik besluit om via het strand langs de vloedlijn naar Santiago de Compastella te gaan lopen. Dat ligt een stuk noordelijker. Zei ik net nou Compastella? Het is ondertussen warm geworden en er staat een stevige wind. Whoeii!

De gemeente hoogt het strand al vast op voor het nieuwe toeristenseizoen. Nog een poosje en dan kun je het zand niet meer zien van de zonaanbidders.

Best veel werk om elk jaar dat zand weer aan te voeren, mijmer ik. Nou, daar hebben ze hier echt een héél simpele oplossing voor: gewoon met de dragline de zee in en zand scheppen. Je verzint het niet.

Op het strand donderen de Spaanse gevechtsvliegtuigen weer over mij heen. Ik schrik mij de tandjes en duik bijna plat in het zand. Ze oefenen veel formatievliegen, maar duikelen ook als harlekijnen over en naast elkaar en uit elkaar. Eéntje oefent touch and go en stormt recht op mij af. Nou, met hem ga ik geen riddergevecht aan. Ik geef mij over.

Wat een helse machines.

Ze oefenen verticaal stijgen en komen in formatie op volle snelheid weer wervelend naar beneden. Ik sta wel een uur te kijken.

Heb ik een foto? Is de paus …?

Restaurant San Antonio nodigt via een reclamebord haar voorbijgangers uit om een driegangendiner boven de zee te komen nuttigen. Dat lijkt mij erg luxe, maar ik ga niet. Mij te duur.

En dan ook nog ‘drinks not included’. Pfff.

Tijdens een “expreszo” heb ik op een terrasje een gezellig gesprek met een Engels echtpaar. Ze komen oorspronkelijk uit Manchester. Ik vertel ze dat ik ooit Manchester bezocht, in Old Trafford was en twee keer de Curry Mile heb gedaan. Ze zijn gelijk enthousiast. Curry Mile? Koekel maar en ga er maar eens lekker eten. Het echtpaar heeft al tien jaar een appartement in Spanje, maar zijn nu op de terugreis naar Engeland. Hij werkt bij de gemeente. Zij overwegen om naar Spanje te emigreren. Ze wonen nu in Yorkshire. Het is te koud en te nat daar. Wat houdt jullie tegen, vraag ik hen. De Brexit, roepen ze in koor. De koers van de pond ten opzichte van de euro, de gezondheidszorg in Spanje is duurder en de onzekerheid hoe het allemaal verder gaat uitpakken. Ze denken er nog over na. Maar hij mag binnenkort met pensioen, zegt hij glimmend. Wat hebben sommige mensen toch mazzel….

In de verte vertrekt een grote groep veldwerkers met een bus. Ze hebben kroppen sla geplukt. De sla is gelijk in plastic verpakt en in kratten gestopt. De kratten staan klaar en worden direct door een vorkheftruck in de reeds gereedstaande vrachtauto gezet. Iedereen is in 10 minuten vertrokken. Uiterst efficiënt proces.

Als Catch of the Day laat ik je ook zomaar wat foto’s van mooie dingen zien, die ik vandaag tegenkwam.

Morgen reis ik verder naar het zuiden. Ik slinger alle bepakking er dan weer op. En zal de vering weer op het gewicht van mijn onderbroekies afstellen. Ik moet vast weer aan dat extra gewicht wennen. Vroemmm! Ik heb er zin in. Ik ben hier klaar. Mijn doel is bereikt. Ik ben geaard in Spanje. Ik ben zelfs inmiddels wat gewend aan de enorme koelereherrie die alle Spanjaarden met hun televisies, radio’s, getelefoneer en weet ik veel wat maken. Ze zijn gek.

Ik zette vandaag ruim 23 kilometer op de schoenenteller. En ondanks de factor 50 voel ik mijn bolletje gloeien als zo’n ouderwets lampje.

Inmiddels totaal vet 100 km hier gewandeld. Lekker, man. Ik ben met de snelheid van cocaïne op een junkie verslaafd geraakt aan het wandelen. Heerlijk. Maar nu wil ik mijn vrijheid. Mijn motor. Zij gromt als een ontembare vrouw als ik langs haar loop. Ik wil spanning, zij wil sensatie, zij wil kilometers maken, ik wil verrotte spieren en gewrichten, pijn in mijn reet, ik wil de enorme stuwende kracht van die vette tweecilinder voelen, ik wil aan haar quickshifter rukken, ik wil …. on the move! Ik reis morgen verder. De volgende stop is circa 300 km verder. Het doel is Almería. Vroemmmm!!!

Ik heb voor mijn reis verder geen overnachtingen meer geregeld. Ik ga ‘op geluk’. Ik zie wel. Het moet immers een avontuur blijven.

Owja. Over foto’s gesproken…. Nog één afsluiter. Mijn vriend Jos reageert zojuist op één van mijn eerdere foto’s van een fraaie boom in Murcia. Hij laat weten een poosje terug precies dezelfde foto van dezelfde boom te hebben gemaakt. Dat kan best, want de moeder van Jos woont in Murcia. Haalde jij die foto ook van internet, vraag ik hem lollig. Jôh, vervolg ik, ik haal álle foto’s van internet! Ik ben trouwens ook gewoon thuis in Linschoten en verzin al die verhalen moeiteloos in de woonkamer. Janny heeft geen Facebook en weet niet eens dat ik elke dag een reisverslag maak.

Mwah, wees eens eerlijk, denk jij dan dat ze écht op de maan zijn geweest?

Coos op Reis: MURCIA

Ik word wakker met getik in mijn oren. Wat hóór ik toch? Het zijn grote dikke druppels water. Ze vallen op het zeiltje dat de BBQ droog houdt. Het regent!  Gekkenwerk. This is Spain, man! (Coos van der Spek vervolgt zijn verhalen, hier nummer 12 in de serie Coos op reis.)

Maar…..tegen de tijd dat ik al mijn standaard-thuis-dingetjes-in-volgorde heb gedaan en naar buiten stap, is het droog. Het is windstil en achter de wolken zie ik een waterig zonnetje.

Het leven is echt een stuk mooier als je, na je ontbijt en terwijl je blikken over zee dwalen, via de promenade naar je bushalte wandelt. Dat is absoluut níet te vergelijken met ’s morgensvroeg met z’n allen via  de A2 naar Amsterdam sukkelen. Om maar eens een naar voorbeeld te noemen. Jeetje, als ik iets niet mis, dan is het dat wel.

Herinner je je de fraaie muurtekening van eergisteren nog? Kijk, hij is hier noges. De regen van vanmorgen zorgt voor grote plassen op de weg. De Spanjaarden rijden er als gekken doorheen. Zit ik wel veilig in mijn bushokje, op weg naar Murcia?, vraag ik mij af.

De bus naar Murcia is van een andere busmaatschappij dan die van de keren ervoor. Deze rijdt wel op tijd. Maar, in tegenstelling tot de bus van eergisteren, heeft deze géén 220-volt stopcontacten, geen Windows-besturingssysteem voorin en beeldschermen in de hoofdsteunen waar je je eigen films via USB vanaf je smartphone kunt afspelen. Jullie dachten toch niet dat Spanje nog een bananenrepubliek was, hè?

De bus stopt bij een volgende halte.

Een gesluierde zwangere vrouw stapt met twee jonge kinderen in. Terwijl de vrouw haar geld opbergt, schakelt de buschauffeur in en trekt vast op… Lekker klantvriendelijk. De vrouw pakt zichzelf snel vast aan een paal en kan haar dochter nog net aan de punt van haar jasje grijpen, maar het jochie komt als een golfballetje door het gangpad aan stuiteren. Armen en benen alle kanten op. Ik schiet in de lach maar steek ook gelijk mijn arm uit en vang hem als Eddie PG op. Grote donkere ogen kijken mij stomverbaasd aan. Ik krijg een brede glimlach met veel witte tanden van zijn moeder. Wát een mooie dag.

Er is in deze omgeving veel landbouw. De landbouwwerktuigen hebben de wegen modderig gemaakt. Zelfs de buschauffeur schakelt terug voor de bochten en gaat er voorzichtig doorheen. Hij is vast niet bang dat zijn bus vies wordt, denk ik, het moet hier gewoon spekglad zijn.

De stad Murcia is rond 800 ontstaan. Er wonen een kleine half miljoen mensen.

Google Maps op mijn iPhone stuurt mij feilloos naar het centrum van de stad.

 

Daar geniet ik, op het grote plein voor de kathedraal, een poos van een abstracte, kunstzinnige expressie van een grote groep enthousiaste jonge mensen. Ik ontcijfer dat 8 maart de dag van de  internationale strijd voor de vrouwenrechten is. Dolle Mina’s heette dat in mijn tijd. Ik vind het allemaal prachtig en allemaal best, ze maken mij hier de pis niet lauw.

Trommels begeleiden de expressie en er is een enorme menigte op de been. Het is erg leuk om te zien wat ze uitbeelden en ik geniet volop.

Op zoek naar een lunchplek in de zon kom ik aan tafel met een stel van mijn leeftijd uit Limburg. Errug jonge goden dus. Zij zit in een elektrische rolstoel en ze zijn al vier weken met hun camper onderweg. Eind april terug in Nederland. Hoezo, beperkingen? Doen en gáán! We eten met z’n drietjes, wisselen kennis en ervaringen uit, het is erg gezellig en het is prachtig weer. Wat moet een mens nog meer?

GoogleMaps brengt mij naar de mooie plekken van Murcia. De stad moet een mengelmoes van Arabische, Joodse en Christelijke culturen zijn. Dat gaat samen met een rijk verleden. Maar dat ademt de stad voor mij niet echt uit. Ik zie natuurlijk wel pracht en praal in de kathedraal. Verrek,  dat rijmt. Het meeste is trouwens geroofd in het verleden.

En ik zie best mooie gebouwen.

Maar toch… Er is bijvoorbeeld slechts een beperkt voetgangersgebied. De auto’s, scooters, vrachtauto’s en bussen razen door de overige straten van de stad.

De stank van de stokoude diesels blijft lang hangen in de straten met hun hoge woongebouwen van zomaar 15 verdiepingen hoog.

Murcia? Mwah. Ik ben er geweest.
Ik hoef er niet persé noges heen.

 

Ik pak de bus van 18:00 uur terug. Na 70 minuten hobbelen ben ik weer waar ik de dag begon. Ik  loop langs zee terug. Er staat 17 kilometer op de schoenenteller. Best een relaxed dagje. Ik ga straks een plan voor morgen verzinnen.