Tag archieven: motorverhaal

Een Reliant Robin 3 wieler, wat moet je daar nou mee?

Vandaag publiceren we motorverhaal 5 van Bart Meijer (Facebook).  Bart geeft ons als gastblogger een kijkje in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

“In mijn eerste blog hier, over de Honda Cub C90 had ik al verteld dat ik ooit een Reliant kreeg, terwijl ik genoot van mijn motor met warme kuip.

Ja, daar sta je dan, te kijken naar een Reliant Robin 3 wieler die je van iemand krijgt omdat je zo zielig altijd motor reed bij weer en wind, zelfs in de winter. Ik heb natuurlijk iets gezegd in de zin van: “O, wat geweldig, super bedankt” Maar je kunt je vast mijn
verbazing en verwondering voorstellen, want wat moet je met zo’n ding? Hij moest opgehaald worden uit Stolwijk, want rijden deed hij niet. Zou hij dat ooit weer gaan doen?

Eenmaal thuis met de zielige driewieler, kreeg ik na 20 rondjes er om heen, deurtjes en motorklepje open en dicht, wel affectie voor het malle ding.

Een motor met zijspan, volgens de papieren….

met dak, deuren en verwarming. Ja, dan maar met handen maat 11 in een motorruimte ter grootte van een wastobbe een 4 cilinder
0,85 liter 4-takt motor afstellen. Deze had klepjes van het formaat van mijn duimnagel, en een constant vacuüm carburateur met verstelbare sproeier, die ik moest inregelen en smeren. Het elektra gedeelte van het merk Lucas was de grootste uitdaging, het ding had zelfs contactpuntjes als die van mijn oude Kreidler. Nou herinnerde ik me, dat in mijn lagere school tijd er ook iemand in het dorp rondreed met zo’n ding, en er altijd lacherig over werd gedaan. Een invalide wagentje, dachten we. Niets was minder waar, na reparatie bleek die 3-wieler een schrikbarend pittig karretje waarmee je graag
hard remde voor de bochten. Na een paar keer een fout te maken om te remmen in de bocht en dan wel op twee wielen te rijden, herinnerde ik mijn de woorden van mijn rij-instructeur: “Voor de bocht remmen en schakelen, en in de bocht GAS!”

Ja dat trok lekker, met achterwielaandrijving die dan lekker grip kreeg op het asfalt, en soms ging dat wat driftend de bocht door. Spelen met dat ding ! Nieuwe schrokbrekers voor en achter, lekkere zachte 10 inch bandjes, en het reed geweldig makkelijk 120 plus en het lag strak op de weg als je in de bocht gas gaf. Na geleerd te hebben de Reliant Robin 850 te tunen, had ik opeens geen 40 paardenkrachten, maar wel 52 op een gewicht van 395 kg. Een sportwagen in vermomming, eigenlijk een zijspanmonster met dak, deuren en verwarming waar je heerlijk mee kon driften, maar ook zeer zuinig mee kon rijden.

De Silverwing werd steeds minder interessant, want die verbruikte meer en ik moest veel voor het werk rijden, dus ging die naar een andere liefhebber. En als het dan echt flink vriest, word je samen met een vriend die ook voor de Reliant Robin gevallen was, echt dapper. Wij gaan het ijs op, hij eerst! Dit ging me bijna te ver, toen ik ook maar het ijs op ging zat mijn hart in de keel. Nou had ik wel eerder veel gespeeld met het malle 3-wielertje op sneeuw, maar onder dit koude spul zat een plons water. Beste lezers, dit was geweldig! Als een kind glijden over ijs, proberend niet de wal te raken, hadden we echt vreselijke lol. Voor een mooie foto zetten we een van de ijsrijders op een brug en 1 er onder, en terwijl ik de
camera afstel komt er gekraak dichterbij.

Met open monden kijken mijn vriend en ik naar een Volkswagen Golf, die op weg rijd naar verder en vergeten we die te fotograferen.”

Wil je alle verhalen van Bart Meijer op onze site lezen? Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/tag/bart-meijer/

Een motor met kuip, is dat voor echte bikkels?

Vandaag publiceren we motorverhaal 4 van Bart Meijer (Facebook).  Bart geeft ons als gastblogger een kijkje in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

“Na mijn ervaringen met de Kawasaki LTD 305 had ik het wel gezien met de snaar aandrijving, een ketting was mij te veel gespetter en gesmeer. Om eens de cardan te ervaren, probeerde ik een tijdje de Suzuki Katana GS650G. Misschien was deze motorfiets een poging om mijzelf te genezen van het idee?

Die motor zag er goed uit, apart en deed me wat denken aan mijn vroegere Honda CB550 four, met zijn dwars geplaatste 4 cilinder. Het genieten duurde maar even. Uiteindelijk was het toch mijn motor niet, er zat goed snelheid in maar de wegligging en het dwingen van het frame gaf me geen vertrouwen. Daarnaast was het ook een piep, krak, tuut motor die teveel storingen gaf door een kapotte kabelboom. Hij voelde onveilig, had een beroerde zithouding voor mijn inmiddels slechte rug en het was schrikken van dat spontane getoeter of opeens knipperende verlichting.  Ik had geen zin meer om er aan te sleutelen. Ondanks de cardan was dit niets voor mij, niet meer mijn stijl, toch te kaal en te koud voor deze bikkel, dus weg ermee.

Ik ging verder kijken, van kaal naar kuip. Nou reed indertijd mijn vader op een kale Honda CX 500, een 2 cilinder V motor met een leuk geluidje en een eigen karakter. Deze motor had ook cardan-aandrijving, die je alleen elk jaar eens wat moest smeren en de rest van het onderhoud was ook makkelijk. Na een klein rondje rond Zwijndrecht en Dordrecht was ik verkocht, maar dan niet aan dit model, er was er namelijk ook een model met een kuip. Dus ik ging op zoek naar een Honda Silverwing, en vond een GL500D Interstate, met acceleratie pomp. Ik was de koning te rijk, wat lekker rijden was dat! Geen nat kruis meer na wat regen en ik kon zelfs roken op de motor tijdens de rit. Het frame liet je ook weleens voelen alsof de achterkant licht kwispelde, niet zo prettig, maar voor de rest gleed het vooruit. Deze motor had karakter, was eigenwijs maar handelbaar, vergaf me mijn foutjes waardoor ik ook zijn foutjes voor lief nam. Er zat weer plezier onder mijn kont, zelfs de vriendin ging graag mee om te toeren en we hadden ruimte zat om van helmen en jassen af te komen voordat we in een mooi stadje of dorpje zonder
gesleep een verfrissing haalden. Wat een fijne, eigenwijze motor, een karakter wat bij mij paste.

Nou had mijn grote broer een stapje grotere Honda GL650 Silverwing gekocht een half jaartje later, want ja, het kon ook groter. Eerlijk gezegd, was ik een beetje jaloers, totdat we een keer samen een toer reden. Hij kon me niet bijhouden want ik had, jawel, een acceleratiepomp! Wat een grap bij stoplicht na stoplicht, ik was er telkens sneller vandoor en kreeg nog meer respect voor mijn eigenwijze motor. Meestal reed ik niet hard met mijn Silverwing, maar af en toe ging ik wel even goed op het gas, lekker. Heerlijk luisterend naar het mooie motortje onder me. Nee, ik had op mijn luxe bike geen radio nodig, hij maakte zelf muziek.

Dan zie je opeens een videoclip van Prince, Purple Rain waar hij op de zelfde motor rijd, dan voel je jezelf, de ‘prince te rijk’. En dan krijg je van iemand in de buurt een Reliant Robin, “Omdat je het zo koud hebt elke keer”? Ik zeg lief “Oh geweldig, dankjewel” en bedacht me wat ik in hemelsnaam met zo’n 3 wieler moest.

Even luisteren naar Purple Rain? Check:

Wil je alle verhalen van Bart Meijer op onze site lezen? Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/tag/bart-meijer/

Over motorjassen, motorjacks en motorhesjes

We lezen motorverhaal 3 van Bart Meijer (Facebook).  Bart geeft ons als gastblogger een kijkje in zijn jongere motor-jaren.
Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

Ik ben misschien een oldtimer, oldskool wellicht, maar ik reed vroeger op de motor met een leren jack. Niet zo’n glimmend zwart exemplaar, nee dat was mijn stijl niet. Het was zo’n ruw motorjack dat net geen suède was, maar geschuurd leer.

Lekker handig, want als je dan een keer over het asfalt schuurde dan zag niemand er wat van.

Er zat niet zoveel beweging in, maar met een sjaaltje om de nek was het comfortabel. Ik heb er zeker 3 tot op de draad van de voering versleten, totdat ik een textiele jas probeerde van de Duitse groot grutter. Dat was wel een ding zeg, soepel licht, sterk, maar ik dwaal af het was niet de bedoeling over jassen te schrijven.

Het Gas Biker Vest, te koop in de vestigingen van Motorkledingstore.nl.

Op het werk, lang voor ik les gaf, liep er een man rond met een motorhesje. Het was te vergelijken met dit leren hesje (foto boven uit de collectie van Motorkledingstore.nl. Altijd, wat hij ook deed en wat hij ook droeg, het motorhesje had hij erover aan. Ergens intrigeerde me dat, waarom doe je zoiets, vast niet omdat het zo comfortabel is?

Na een tijdje vroeg ik dat eens, en hij vertelde trots dat hij lid was van een motorclub. Hij moest dat hesje dus altijd dragen, om te tonen dat hij lid was, en bij “de familie” hoorde. Zou die met dat hesje ook gaan zwemmen, of naar de sauna gaan?

Gouden kerel overigens, stond altijd voor iedereen klaar. Hielp elk team, stond op voor de kleintjes, een beetje zo’n padvinders leider. Maar met hesje en al, kwam hij wel telkens met de auto, vreemd. Bij navraag vertelde hij, dat hij zijn Harley aan het repareren was.

Op een gegeven moment vroeg hij of wij, mijn vrouw en ik, ook eens naar de club kwamen. Daar hadden ik en mijn vrouw wel oren naar. Er zou een klein optreden zijn, dat maakte het nog leuker. Dus het volgende weekend hebben we ons in onze leren jassen gestoken, daarover een all-weather overall want het sneeuwde en was flink koud. Daar aangekomen stond het parkeerterrein vol, met auto’s, echt hé! Een stoere, wel erg brede broeder in een glimmend zwart motorjack met daarover zijn hesje kwam naar ons toe: “Meneer en mevrouw, bent u uitgenodigd?”

Overall, Bering, regenpak via Motorkledingstore.nl

Ik vertel de man, dat wij uitgenodigd waren door Marcel, en hij heette ons hartelijk welkom. Binnen werd mijn vrouw onbeholpen maar vriendelijk beet gehouden door een breed uitziende biker met een dikke smile, terwijl ze zich uit haar regenpak wurmde. “Waarom zijn jullie met dit weer op de motor gekomen??”

“Nou” antwoordde ik de man “het is een motorclub en we hebben alleen maar een motor.” Een instemmende glimlach en een knikje van respect was het antwoord.

Wij zijn er nog een paar keer geweest, gezellig, maar het is niets voor mij om gebonden te zijn. Leren vestjes zijn ook mijn ding niet, veters in mijn schoenen vind ik al lastig dus die wil ik ook niet in een hesje.
En nee, met een hesje aan ga ik niet naar de sauna.

“veters in mijn schoenen vind ik al lastig”

Nu, jaren later, word ik uitgenodigd door de motorclub in mijn buurt. Gezellig, geen full colour maar een gewone tourmotorclub. Ook dit zijn weer mensen die veel voor de buurt en elkaar doen. Na de eerste keer werd me al gevraagd of ik lid zou willen zijn. Mijn antwoord was helder en duidelijk: “Nee man, het is geweldig maar ik ben een ghost rider, een vrije rijder of rebel die nergens bij hoort.”

Maar stiekem, denk ik er over na, of ik het misschien toch wel leuk vind om te horen bij een motor toerclub, met hesjes, zonder veters.

Van kaal naar kuip, Bart zijn eerste motoren

We lezen motorverhaal 2 van Bart Meijer (Facebook).  Bart gaat ons als gast blogger een kijkje geven in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

Mijn eerste motor (na het behalen van mijn motorrijbewijs), was een Kawasaki LTD 305 choppertje. Grappig fietsje al leek het wel erg op mijn les motor. Lekker niet meer achterom kijken omdat ik het papiertje had.
Eerder had ik al gereden op een Honda CB550 four, een geweldig ding die ik had weg gedaan aan een liefhebber, want rijden zonder rijbewijs was niet wijs. Zolang die in de schuur stond, lokte het
stiekem rijden me te veel.

Bart Meijer: “Mijn eerste motor was een Kawasaki LTD 305 choppertje.”

Toen ik mijn papiertje wel had, had ik heimwee, maar kocht wijs een zuinig motortje. Ondanks dat deze motorfiets niet snel was, en met het ruitje toch best wel koud, reed ik er dapper op rond door wind en weer, zelfs in de winter. Dikke winter overalls hielpen wel wat, behalve tegen het nat. Jakkes zo erg om met een nat kruis op het werk te komen. Het ding bracht me trouw waar ik gaan wilde, zonder gesputter en gedoe, maar het bleef een ding. Er zat voor mij geen ziel in, het was een vervoersmiddel. Opvallend, deze motor was helemaal niet zuinig maar wel betrouwbaar, stuurde heerlijk en gleed door de bochten.

Op weg naar mijn vriendin moest ik altijd over de Moerdijkbrug, dat was niet lekker. Niet de wind, of het water over de reling, maar het asfalt maakte die brug eng. Langs-sporen in het asfalt maakte dat het fietsje ging zwalken alsof je achterwiel naast je kont zat, dan links en dan rechts. Nee, van die brug kreeg ik het aan mijn eigen kleppen. Een keer, op de weg terug naar Dordrecht ging iemand mij lopen vervelen met zijn auto omdat ik niet snel genoeg was of zo. Het was net de in aanloop naar de Moerdijkbrug op dat enge asfalt ging de auto bestuurder mij nog verder lastig vallen. Dit was niet grappig meer. Opeens hoor ik grote klappen van andere motoren, een groepje bikers van een motorclub met dikke fietsen kwamen me te hulp, een paar van hen dwongen de auto naar de eerste baan en gebaarden hem normaal te doen. Na de brug namen ze de eerste afslag en staken ze hun hand omhoog als groet. Ik voelde mij gezien en merkte dat ik er met mijn kleine motorfiets toch bij hoorde !

Het fietsje zoop steeds meer als een ketter, niet normaal. Alles mooi afstellen, synchroniseren en nieuwe olie, het hielp geen moer. Op een mooie, zonnige dag, zouden mijn vriendin en ik naar een festival in Den Haag gaan. Van de snelweg af, eerste afslag, wilde ik even stoer klapperen met dat ding, en gaf flink gas. Er ging wat vliegen, niet wij, maar de riem.

“… met het onwillige ding op de aanhanger…”

Je kunt mijn stemming wel bedenken, diep bedroeft en pisnijdig. Weer thuisgekomen, met het onwillige ding op een aanhanger, kwam ik er achter dat die riem wel erg duur was. Een tijdje zoeken later kwam ik er achter dat een kettingset goedkoper was dan een riem, dus dat zette ik er dan maar op.

Opeens rijdt het motortje ruim 1:23, leuk, maar ik was het huppeltrutje zat. Snel verkocht, en weg er mee. Een jonge vrouw kwam hem kopen, met liefde in haar ogen, voor de in mijn ogen
minderwaardige motor die me toch al vele kilometers trouw gedragen had. Voor een paar knaken gaf ik het ding mee, zonder enige spijt aan een zeer blije vrouw.

Mijn oog viel op mijn pa’s Honda CX500, leuke fiets met cardan-aandrijving, geen snaar, ketting of onderhoud, en er is ook een model met kuip, de Silverwing.

Moest ik van kaal naar kuip?

Maar meneer, dat is toch een brommer?

We lezen een motorverhaal van Bart Meijer (Facebook).  Bart gaat ons als gast blogger een kijkje geven in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.

Ik ben een motorrijder, in hart en nieren kan ik je vertellen. Zelfs voordat ik mijn motorrijbewijs had, reed ik al stiekem motor, dat kon in de polder toen ik klein was. Wat ik ook reed, later met rijbewijs, ik had er altijd lol in. Op een gegeven moment, kreeg ik zelfs een Reliant Robin 3 wiel auto, omdat ik zo zielig altijd motor reed, in weer en wind. Zelfs dat was genieten, maar daar vertel ik later wel eens meer over.

Omdat ik steeds wat anders wilde ervaren, ging ik van het ene merk naar het andere merk, van stijl naar stijl. Ik reed, toen ik net les gaf, een Honda Silverwing GL500, wat was dat een luxe. Dat reed grappig, best wel goed maar vooral luxe. Ik kon, toen je nog mocht roken, zelfs op de motor op de snelweg gewoon een sigaretje roken op weg naar het werk.

De regen, vloog over me heen, en ik maakte vele veilige kilometers maar het jeukte. Tijd voor wat anders, of iets er bij? In mijn jeugd, toen ik altijd Kreidler RS reed, kon ik een paar maanden een Honda Cub C50 proberen. Een eigenwijs leuk ding, super zuinig, en zo’n mooi plop plop geluid.

Ik was van baan verwisseld, en gaf les in Woerden, wellicht dat ik daarom aan de C50 dacht? Ik reed vroeger bijna dezelfde weg, naar mijn middelbare school in Boskoop met de brommer, maar toen dus ook met die C50. Nostalgie?

Toen kwam de tijd dat ik iets meer verdienen, dus ben ik gaan kijken naar een Honda Cub C90, toentertijd een zeldzaam ding in Nederland. Dus na veel rondkijken heb ik er in Engeland maar een gekocht, met wat werk eraan, maar dat deerde me niet.

Lekker als vroeger, maar dan met nu handen maatje 11, klepjes stellen het formaat van mijn pink. Toen alles weer mooi schoon was, nieuwe kettingset er op, kleppen en carburateur afgesteld, moest er gereden worden. Met wat geluk, haalde ik 85 km/uur, met meewind wel 90 op de klok! De leerlingen wisten van het avontuur, en werden steeds nieuwsgieriger. “Meneer Meijer, gaat u nog eens naar school rijden met de C90?” Tja, dat kon ik niet laten.

Op stap met de Honda Cub, genietend, kwam ik niet ver. Bij Schoonhoven word ik aan de kant gezet door de politie. “Meneer, u hoort op het fietspad!” Zonder wat te zeggen en met een glimlach op het gezicht laat ik de papieren zien. “Maar meneer, dat is toch een brommer??” Na alles bekeken te hebben, mocht ik weer door en liet een stomverbaasde agent achter.

Bij Benschop net voor Oudewater, jawel, mag ik weer aan de kant. “Maar meneer. . . “ Weer staat een meneer de politie meneer met verbazing naar de papieren te kijken. Hij vraagt eens wat het verbruik is, de maximale snelheid, glimlacht en laat me weer gaan. Daarna word ik bijna elke dag van die week wel een keer aangehouden met de opmerking “Maar meneer, dat is toch een brommer??”

De laatste keer staan de agenten met zijn tweeën, en de ene herken ik. Die lacht breed en zegt geen woord. Zijn collega zegt uiteraard: “Maar meneer dat is toch een  . . . . “ De agent die me eerder aanhield, had het niet meer en vertelt schaterlachend: “Ja sorry meneer, maar mijn collega moest ik dit ook even laten meemaken, als u het niet erg vindt. U kunt weer gaan.”

Ik laat een schaterlachende agent achter, en eentje met nog steeds de mond open van verbazing .

Wat een rit!

Als je na meer dan 50 jaar samen opeens alleen moet, dan is daar geen handboek voor. Elke ‘eerste’ is ervaren. Soms valt het mee, soms verschrikkelijk tegen. De eerste nacht, de eerste dag, de eerste verjaardag en de eerste vakantie. Je kan ze niet overslaan, niet ontwijken en dus vang je de klap maar op zodra die komt. Voorbereid of niet.

Na 18 jaar koos je een paar weken geleden weer voor de motor. ‘Alleen met mooi weer hoor’, meldde je. En het is goed paps. Het geeft je de vrijheid om nieuwe wegen te vinden en de mensen en plaatsen op te zoeken die je liefhebt. Op je 77e. Man ik vind je stoer. Je kwam erop naar Frankrijk, dan had je tenminste een doel. En je reed na een paar dagen samen via Zwitserland naar ons Lermoos. ‘Even je moeder opzoeken’, zei je quasi nonchalant. Een paar duizend kilometer in totaal. ‘En als het toch regent dan?’, vroegen wij. Geen probleem zei je ‘ik rijd toch binnendoor … ‘.

– die hoorden we niet voor het eerst –

 

Bovenstaand verhaal is geschreven door Bernard Klaassen, tekstschrijver, marketingstrateeg en ygenaar van Ygenzinnig.nl.

Coos op Reis: een wippie

DE BALKAN – EEN WIPPIE

Het is 15 juni als ik dit schrijf voor de serie Coos op Reis. Inmiddels heb ik heel wat liters water opgedronken. Ik heb er een waterbuik van. Ondanks de zakjes ORS van de apotheek én zelfs een extra zakje magnesium, dat ik vaak na het hardlopen gebruik, sta ik vannacht heel wat keren naast mijn bed vanwege kramp in mijn benen. Ik heb zélfs kramp in mijn handen.

En ik plas nauwelijks. Kortom, ik heb nog steeds te weinig vocht en te weinig juiste stofjes in mijn lichaam. Het lammetje blaat mij om 07:00 uur wakker. Maar heeft zich wel 24 uur koest gehouden. Ik zie vooruitgang en heb hoop.

Er valt een licht regentje. Heerlijk. Het verdrijft die zinderende warmte. Het is goed om vandaag hier aan het zwembad even rust te houden. De zon komt zo, maar mag gerust ook even wegblijven van mij. Ik kan toch wel lekker zwemmen. Eerst maar even een klein ontbijtje wegwerken. Want als ik niet eet, dan ga ik dood.

De eigenaar heeft vrijdag zijn nieuwe 250cc KTM-crossmotor laten bezorgen. In een bestelauto. Dat is nou het toppunt van luxe. De banden zijn nog niet eens vuil. Hij staat naast de ingang van het hotel, gewoon met de sleutels in het slot. Zo stond hij daar ook afgelopen nacht, vertelt hij… Mijn dikke 1200 staat in zíjn garage, drie keer op slot en met het alarm aan. Veel mensen leven makkelijker dan ik, bedenk ik mij. Of ze hebben gewoon meer geld om schades op te vangen.

Het familiehotel heeft vriendelijk en correct personeel; het gebouw staat op een gigantisch terrein en net een beetje uit de stadsdrukte. Ik hoor de weg, maar het is niet hinderlijk. In het fraaie restaurant kun je fantastisch eten. De echte Italiaanse keuken! En dus géén pizza. Ik schreef al eerder: ik houd van Italië. En dit hotel Albergo Ristorante Al Ponte in Triest is een aanrader. Een mooie tussenstop als je op weg bent naar Kroatië. En daar moet je zeker eens heen, hoor.

Aan het einde van de dag, na vier grote flessen water tegen hotelprijzen à vijf euro per stuk, maar ik heb helaas geen keus, denk ik dat het wat beter met mij gaat. Zonder Diacure, maar met ORS.

Tja. Verder gebeurt er vandaag weinig in mijn leventje. En iets verzinnen of liegen doe ik nooit. Dat wéét je…. Er was trouwens verder ook niemand bij het zwembad om mee te praten. Dus boekje lezen, afkoelen in het water, dutje doen, kopje koffie, tosti etc. Lekker een dagje in mijn Nothing Box.

En je ziet het gelijk: het verslag is wat korter. Wat minder bijzonder. Minder foto’s. Ik help je met afkicken! Vanaf maandag temper ik tijdelijk mijn verslaglegging. Maar …. nu toch nog even een bijzondere afsluiter.

EEN WIPPIE

Ik zit via de familiegroepsapp met Janny en Danielle te appen. Tja, ze hebben allebei geen Facebook, hè. Mijn leven gaat voorbij zonder dat zij het weten. Hahaha. Maar we delen via WhatsApp de dagelijkse gebeurtenissen.

Ik app dat ik voorlopig even hier aan het zwembad blijf. En wellicht vanmiddag met de bus naar het strand ga. Danielle vraagt vervolgens hoelang het rijden met de bus is naar het strand. Ach, antwoord ik, dat is vanaf hier maar een wippie.

‘Hoelang duurt een wippie?’, vraagt Janny, ‘want dat is al zo lang geleden, dat weet ik niet meer zo precies…’…😍

Danielle haakt gelijk af. Ik heb geen idee waarom…

O ja, de ‘catch of the day’:

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: het spel met de kawasaki’s

DE BALKAN – HET SPEL MET DE KAWASAKI’S

Op het moment dat ik dit schrijf voor de serie “Coos op Reis” is het maandag 10 juni ennuh … saai om te vertellen, maar het is wéér prachtig weer. Sorry.

Ik heb gisteravond mijn klamme strandlaken, zwembroek, handdoeken en wat andere kleding gewassen en buiten gehangen, maar alles is nu nog zeiknat. Das een misser van mij. Tja, ik heb ook geen centrifuge bij mij. Wellicht is dat een ideetje voor volgend jaar.

De op houtvuur gegrilde lamskoteletjes van gisteravond vallen vanmorgen … mwah … niet zo lekker. Het lammetje neemt wraak op mij én met veel bombarie … uh … afschijt van de wereld. Het was ook allemaal wat veel en eigenlijk ben ik niet zo’n enorme vleeseter. Ik ben al tevreden met een piepklein kipfiletje. Hé, ook ik moet moeite doen om niet zo’n dikke 65-plusser te worden, hoor!

OK. Ik zal het ff gewoon duidelijk schrijven: ik ben aan de diarree, aan de rees, spuitpoep, Poepen-Zonder-Douwe…
En dat is zeker niet handig op de motor. Nou ja, ik zie wel. Er is nu toch niks meer aan te doen. Dag lammetje. Vaarwel wrede wereld.

Ik red eerst even een bij uit mijn woonkamer. Hij is kwaad en vliegt woedend tegen het glas aan. D’r uit, d’r uit, d’r uit, roept zijn instinct. Ik vang hem met een glas en een stukje keukenrol. Voorzichtig, wij zijn vrienden, alleen wéét hij-de-bij dat niet. En ik heb genoeg aan één lichamelijk ongemak.

Als mijn meuk op mijn motor zit, dan pruttel ik op mijn motor naar de receptie. Het is dan al 29 graden. De receptionist overhandigt mij een nota met 1879 Kuna. Ik geef hem zijn kladbriefje van twee dagen terug met daarop .. 1618 Kuna. Hij doet quasi verbaasd en snapt niks van het bedrag dat op het briefje staat. Nou, ik ook niet hoor, antwoord ik nonchalant en kijk vervolgens een beetje achteloos om mij heen. Voor mij is het nog te vroeg om ruzie te maken. De receptionist stottert wat en zegt dat hij het verschil uit eigen zak zal bijbetalen.

Zullen wij samen lekker zoenen?, vraag ik hem. Dat snapt hij niet. Nou, als ik genaaid word, dan zoen ik er graag bij, glimlach ik. Yeah, life sucks… Je kunt best proberen om een toerist te neppen, maar dat lukt jou niet bij een zuunige Holllander, mooie oplichter.

Tussen de camping en Omis is het erg druk. Het verkeer gaat traag. Campers, vrachtauto’s, caravans en een bus met toeristen rijden allemaal voor mij uit. Het is ondertussen 31 graden. Het credo van een surfer luidt: wacht op wind. De motorrijder kan die wind maken… Ik voer de snelheid op en ga een paar keer de doorgetrokken streep over. FF dapper zijn. Er is trouwens opvallend weinig politie hier…

Bij een stop maak ik een praatje met een Duits stel. Hij rijdt op een oude African Twin, met van die lelijke schuinstaande beschuittrommels, en zij rijdt op een oude Triumph. Allebei in korte broek en in een luchtig hempie. Zij doen zoiets anders echt nooit, vertellen zij, met een beetje schaamte. Maar het is nu 33 graden… Ze dragen trouwens wél handschoenen. Tja, alle beetjes helpen. Als je vingers heel blijven na een crash, dan kan je tenminste nog zelf wat pleisters plakken.

Ik zie het echter anders. Ik heb al mijn motorkleding altijd aan. Het is óf zweet óf bloed. Als je met 50 km een schuiver over het ruwe asfalt maakt, dan lig je tot op het bot open. En verder. Ja, het is erg warm. De mouwen staan open, beide borstzakken zijn van mijn jas, de ventilatie is optimaal. De ruit een beetje naar beneden, blijven rijden, alleen in de schaduw stoppen en veel water drinken. Dat is het.

In een toeristisch plaatsje passeer ik een jongedame op een witte scooter. Het is ook hier weer retedruk.  De dame zit met een gipsen been op haar tweewieler. Ook wit. Het steekt een halve meter uit. Ik rijd met mijn kasteel bijna dat been eraf. Nou ja, wat maakt het uit, het was toch al gebroken. Tja, wie rekent dáár nu op?

Bij Drvenik verlaat ik even de route. De veerboot naar Hvar komt net aan. Ze hebben daar een waanzinnig kekke servicepaal voor fietsen. Het gereedschap hangt weliswaar vast aan stalen kabels, maar is door de lengte van de kabels allemaal te gebruiken. Ik heb zoiets nog niet eerder gezien.

In de buurt ga ik gelijk even plassen. Rustig aan. Vooral niet persen. Billen knijpen. De koteletjes van het lammetje blaten, maar het gaat goed…

Langs de rivier Neretva verkopen de lokale boeren hun producten. Aan de doorgaande weg wemelt het van de kraampjes. En die zien er allemaal precies hetzelfde uit. Bij wie moet ik nu ff stoppen om iets te eten te kopen? Maar verderop staan ook wat dames die hun vruchten te koop aanbieden. Daar is het zéker veel te warm voor, hoor.

Ik moet door dat fruit denken aan een mop. Een groenteboer heeft op de Wallen een publieke dame vermoord. De politie ondervraagt de groenteboer en wil zijn motieven weten. De man vertelt dat hij gewoon stikjaloers was omdat zij met haar ene pruim meer verdiende dan hij met zijn hele groentenwinkel. Haha. Het is wel een ouwe mop, denk ik. Mijn oma vertelde ‘m al en zij is in 1984 gestorven. Wat er allemaal door je hoofd gaat op zo’n drukke provinciale weg met wat fruitkramen.

Ik stop om te tanken en koop gelijk wat water. Ik schat het water van mijn veldfles in mijn tanktas op ruim 40 graden. Mijn grote grijze zak, achterop de duo-plek, staat inmiddels bol omdat daar de zak met de natte was aan het exploderen is. Het is inmiddels 34 graden. We steunen en kreunen wat en ik verlos de zak van haar spanning. Wat een hitte.

Er staat plots een symbool van een temperatuurmeter op mijn iPhone. Huh? En eronder staat ‘ik ga weer verder als ik ben afgekoeld’. Ik snap dat. Het is heet!

Mijn persoonlijk warmterecord staat op 38.5 graden. Dat stamt al weer van een paar jaar terug. We reden met de motorclub dwars door Freiburg in Duitsland. Veel verkeersdrukte en talloze stoplichten. Het hield niet op. Ik had hetzelfde Stadler-pak aan. Ik lag bijna op apegapen… Yeah..

Joh, ik stop mijn oordoppies gewoon vandaag niet in. Dan kan de stoom makkelijker uit mijn oren! Tegelijk roep ik, net als Nux in Mad Max Fury Road: Oh, what a day, what a lovely day! Het is afzien! Lijden! Zweten! Met klotsende oksels! Natte sokken, het water in mijn laarzen. Tanden op elkaar. The man and his machine!

Ik rijd een soort tolpoort in, moet stoppen en mijn paspoort laten zien. Het blijkt dat ik een stukje door Bosnië ga rijden. Het is Europa’s grootste zeegeheim: Bosnië-Herzegovina heeft stranden!
Ze hebben in het verleden wellicht een doorgang naar zee geclaimd toen de grenzen werden bepaald, denk ik. Ik dender ruim vijfentwintig kilometer over de zogenaamde Neumcorridor en moet vervolgens mijn paspoort weer laten zien om terug Kroatië in te komen.


Op mijn eindbestemming blijkt de camping vol. Cobus, jij denkt wel heel slim te zijn met je Pinkstertheorie, maar nu zit je er mooi naast. Er is nog één twee-onder-één-kap caravan vrij, die ‘gesplitst’ is in 1a en 1b. Kost 90 euro per nacht. Zien! De uiterst vriendelijke receptionist neemt mij in een golfkarretje mee om het onderkomen te showen. De man doet de deur open en ik kijk zó de wc in. Het lammetje blaat gelijk vrolijk tegen de binnenkant van mijn motorbroek. Ik vraag aan de receptionist: verrèk, hoe wéét jij nou dat ik aan de spuitpoep ben?

Verder is er alleen een slaapkamer en een keukentje van één bij één. Lekker gezellig om vanavond nog ff een boekje te lezen. En een dun plastic wandje tussen de buren en mij. Hoe kan je nu een caravan opdelen in twee appartementen? Wat een schijthok! En dat voor 90 euro. Dat is toch niet normaal?

Ik bedank de man vriendelijk voor zijn service, zoek via Booking-dot-Com een appartement, neem het adres van de site over in mijn navigatiesysteem, rijd er heen, onderhandel met de uiterst vriendelijke dame over de bovenste verdieping, want ik wil persé geen mensen boven mijn hoofd, en de prijs. Ik heb de etage nog veertig euro onder de al extra scherpe prijs van Booking. En het is super. Mooier en beter en ruimer dan elke caravan tot nu. Het is echt een aanrader. Ik betaal contant en zeg dat ik geen factuur hoef. Ze is zooo aardig en alles is zooo schoon. Super.  Het kost 140 euro voor twee nachten. Inclusief de schoonmaak. Ja, túúrlijk, dit is hier geen peperdure naturistencamping…

Tip van Coos? Het stikt in héél Kroatië van de appartementen. Om de tweehonderd meter kom je iets tegen. Op de mooiste plekken. En veel appartementen hebben uitzicht op zee.

Even samen mijmeren? Het is zo tof om elke keer in een andere omgeving te komen. Alles is elke keer nieuw. Alle omgevingsparameters veranderen permanent. Andere stad, andere restaurants, ander terrassen, andere mensen. Er is steeds een andere dynamiek. Je reset jezelf steeds, de teller op nul. Je weet elke keer niks. Wéér ergens je weg vinden. Enerverend en inspirerend. Ik hou ervan!

Na mijn douche wandel ik, downhill, in twintig minuten naar het strand in Lapad. Het beach-restaurant heeft de speakers in verborgen paddenstoelen in het groen in de tuin geplaatst. Het geluid is overal! Ze draaien loeiharde loungemuziek. En het klinkt vreselijk goed. WoW! Ik zit in mijn blote bast in het zonnetje met een biertje helemaal te genieten. Het kost mij moeite om te vertrekken.

Oh, what a day, what a lovely day! En wat een mooie avond.

DE KAWASAKI’S

Bij een stoplicht sluit ik aan bij vier jonge gassies op Kawasaki’s. Ik mik op Z1000’s of Ninja’s, fraaie straatvechters. Ik heb weinig verstand van die racemachines. Ik ben er veel te groot en lomp voor. En ik herken het merk aan het Kawasaki-green. De mannen zijn Oostenrijkers. We groeten elkaar vriendelijk. Ik steek, rechtop zittend, meer dan een halve meter boven ze uit. De kleuren en lijnen van hun lederen motorpakken corresponderen met de motoren. Ze zijn professioneel gekleed. Goede pakken, prima helmen en laarzen en uitstekende handschoenen. Het ziet er prima uit. Dit zijn de mannen die opgegroeid zijn in de bergen. Zij hebben het motorrijden met de paplepel ingegoten gekregen. Wij zijn opgegroeid met pindakaas en stroopwafels, zij met gas blijven geven in scherpe bochten.

Het stoplicht gaat op groen en ze spuíten op volle snelheid en met oorverdovend lawaai weg. De achterste motorrijder checkt zijn spiegels om te zien wat ik doe. Ik volg op gepaste afstand vanwege het lawaai. Er is niet ééntje die een standaard uitlaat heeft. Koelere, was een pokkeherrie. Het is net de doorstart van een F16 van General Dynamics.

Ik geef mijn volbepakte kasteel twee toefjes gas en het personeel gooit vast wat stevige blokken hout op het haardvuur. … Ik verklein de afstand iets. Mijn BMW heeft bijna 140 pk aan boord, dus ik hoef mij nergens voor te schamen.  En ik hoef mij trouwens ook nog niet te haasten.

De spiegels van hun motoren hangen onder hun stuur. Vast een nieuw modeverschijnsel, denk ik. Hebben ze opgepikt uit een motorblad of op internet gezien. Zo gaat dat. Je hebt wéér niet opgelet, ouwe lul… Daar rijd je dan, met je spiegels bóven je stuur.

De mannen hebben moed, ervaring in de Oostenrijkse bergen en durven een poepie gas te geven. Ze gaan er voor zitten en geven ‘m van Jetje. Ik volg gezellig. Ik sluit mijn helm en mijn vizier. Ze ronden prachtig de bochten af en, zoals de echte racers dat doen, met het knietje aan de grond. En elke keer lekker vroeg in de bocht dat gas open en brullend er uit. Heerlijk om te zien. De achterste rijder kijkt weer in zijn spiegels.

Het asfalt is goed en het is droog. Ik geef twee toefjes gas bij en trek met de schakelassistent het motorblok in de volgende versnelling. Ik houd voldoende afstand en ga lekker mee. Ik duw niemand op. Niet remmen, beheerst de bocht in en vol d’r weer uit. Als een dweil er in en als een speer er uit, heet dat.

De achterste coureur kijkt links en rechts steeds wat nerveus in zijn hypermoderne upsite-down-spiegels. En … ziet daar steeds maar die grote kale Nederlander op zijn kasteel in zijn spiegels. Hij praat waarschijnlijk via de motorintercom met zijn maatjes en ze schakelen door en door. De achterste kijkt weer in zijn spiegels, en daar is die lelijke kale BWM-rijder weer. Wat bochten later weer. En weer. En noges! Als een Knaus-caravan achter een Volkswagen. Ik zit met een grote grijns op mijn gezicht. Het is zó grappig en het gaat moeiteloos. Ze trekken en scheuren en draaien en gummen. En hup, daar is dat kasteel met die drie lampen weer in de spiegels. Elke keer weer en weer en weer. Hèhèhè…

Het spel eindigt na een half uur bij een pauzestop. En dan is het klaar. Het was goed en het was leuk. We zwaaien naar elkaar.

Mooie dag. Wel warm. Maar ik kan er goed tegen. Fantastische avond. Magisch, met die lounge-muziek aan het strand. Net een trip. Topper.!

Morgen met de bus naar Dubrovnic. Ik kijk er naar uit. Lekker lang verhaal!

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Motorjournalisten hebben een perfect leven

“Motorjournalisten hebben een perfect leven. Ze reizen de wereld rond, worden fantastisch onthaald, maken van alles mee en ze krijgen er nog voor betaald ook.”

(redactie:) We plaatsen hier een column van Dolf Peeters die hij een paar jaar terug schreef. Een verhaal wat we jullie niet willen onthouden. Meer lezen van Dolf?

Hij heeft een prachtig boek geschreven. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. 

Mannen, motoren, en (wat) meisjes.)

 

Het gaat in ons voorbeeld om de introductie van een nieuwe productlijn van een ambitieuze Italiaanse fabrikant.

Er wordt dus een freelancer M/V ingehuurd. Freelancers M/V zijn gedreven mensen die de hang naar aardse rijkdom ontstegen zijn.

DAG 1:

Voor de incheckbalie van Ryanair staat een hele slang mensen. Er staat iemand in de rij met een complete achtpersoons bungalow tent. Hij kan het maar niet vatten dat zijn vracht niet als handbagage mee mag. De freelancer checkt geroutineerd in. De poort piept op de Leatherman.

Die gaat uit zijn houdertje en in de handbagage tussen de laptop en andere elektronica.

De passagiers stromen via het vliegtuig in. Een stewardess die Engels spreekt met het accent uit een Britse comedy serie repeteert in snelvuurtempo dat ieder vrij is om een stoel uit te zoeken. Dat geeft gedrang bij de raamplaatsen. De twee andere stoelen in de rij van drie worden gevuld door een enorm dikke Italiaanse en haar minuscule echtgenoot. Een dikke Italiaanse voelt aan als een weldoorvoede airbag.

De captain heeft een loodzwaar Iers accent. De stewardessen draaien met een doodse blik in hun ogen de veilgheidsroutines en lopen daarna dingen te verkopen en vuil op te halen. Er worden krasloten verkocht. Het landen gaat prima. Buiten is het dertig graden. In de aankomsthal staat een bezwete man met een papiertje waarop met pen de bedrijfsnaam is geschreven. Naast hem staat al een andere genodigde. Het is een jonge vrouw in zomerkleding. In tussen heeft de chauffeur, die net als alle Italianen een aan zijn hand vastgegroeide GSM heeft, contact met de hele wereld en de zaak.

Er blijken ook nog een Griek en wat Fransen zoek te zijn. We stappen in en rijden de file in. Langs een soort doorgaande weg staan tientallen luchtig geklede meisjes vriendelijk naar automobilisten te zwaaien. Het hotel staat op een desolaat industrieterrein. In het hotel is er tijd voor een vlugge douche. Want om acht uur is de pers genodigd voor een diner. Maar voorlopig bestaat de pers dus uit een tweepersoonsdelegatie uit Nederland. Er missen nog een mannetje of 38.

Om ongeveer half tien is bijna iedereen er. De spokesmanager van de fabriek vertelt al gs-emmerend dat de bus er nu ook elk moment kan zijn. En jawel… De buschauffeur krijgt ruzie met zijn GPS en het verdwaalt… Erg laat komt de ploeg aan bij het beloofde restaurant. Er liggen drie onweersbuien om onze lokatie de manager vertelt dat een van zijn personeelsleden de zaak via de buienradar in de gaten houdt. De man kijkt tevreden naar zijn gasten en de hoosbui barst onverwacht los. Iedereen wordt nat. Om een uur of half twee worden de nog natte, maar voldane gasten voor het hotel gelost. Ondanks het late uur zijn er nog meisjes die de na dampende gasten maar wat graag willen troosten De harde kern duikt de hotelkelder in. Daar is de bar. Tijd voor werkoverleg en de laatste bedrijfs- en vak roddels.

DAG 2:

De excursie staat geplanned vanaf 9.30 uur. Om een uur of half elf komt de Sales Director in Armani vragen of iedereen er klaar voor is. Hij zwaait naar buiten. Het publiek ziet dat een bus zijn deuren sluit en weg rijdt. De Verkoopdirecteur rent buiten, start zijn zwarte Alfa Romeo en verdwijnt ook. Er komt een wat kleinere touringcar aanrijden. Het ding stopt en er stappen twee Italianen uit die gister ook al gezien waren. In correct Engels wordt de pers uitgenodigd om in de bus plaats te nemen. Het is weer een uurje rijden. Het bedrijfspand ziet er van buiten kaal-strak uit.

Maar binnen is te zien waarom Italianen zo’n reputatie op het gebied van schoonheid hebben. Allemaal setting & design. Top! Er loopt een cameraploeg. Er is een podium met twee enorme flatscreens. Fotomodellen. Macho mannelijke Italianen. Rank gesneden dames.! De presentatie is helemaal goed. De persmappen zijn zo mooi dat het bijna niet meer hinderlijk is dat ze alleen in het Italiaans zijn. Eerst krijgt iedereen cappucino of espresso. Een echte espresso veegt alle vermoeidheidsflarden van een volle week zinderend weg. Het journaille loopt tevreden keuvelend rond. Beginnende verslaggevers haal je er zo uit. Met de mooie pen uit persmap maken ze als waanzinnigen aantekeningen in het design kladblok dat in de map zat. De veteranen kijken geïnteresseerd naar de activiteiten. Ze schrijven niet. Ze weten dat alle info, inclusief de foto’s op de CD’s in de persmap staan.

Een product directeur houdt intussen een betoog over zijn product. In het Italiaans. Hij laat zich meevoeren door zijn emoties.

Zijn tsunami van produkt informatie valt stil. De man kijkt naar de vertaalster die het hele betoog met groeiende verbijstering heeft aangehoord. De dame is Engels. Ze kiest dus voor een aanpak die geen Italiaan in zijn hoofd zal halen. Ze vat de verbale storm van krap tien minuten lang samen in het meesterlijke: “This is a very good and modern product”.

De helft van de aanwezigen spreekt geen Italiaans of Engels. De stemming is ontspannen. Een Spaanse journalist zit te flirten met een duitse fotografe. De communicatie man van het bedrijf spreekt goed Engels en neemt het woord. Hij stelt ons voor aan de verantwoordelijke van de wedstrijd afdeling. De man is een doodnerveuze, spichtige zuid Italiaan. Hij morrelt wat aan zijn stapel aantekeningen. Hij begint te praten. Loopt vast. Grijpt verbeten naar zijn teksten Maar de bladen liggen niet op volgorde. Hij slaat de handen ten hemel. Pakt zijn papieren en verdwijnt.

Bij het presentatieteam heerst enige consternatie… De race verantwoordelijke komt weer terug.

Hij kijkt boos het publiek in en herstart zijn verhaal. Hij praat razendsnel en zonder stoppen. De vertaler heeft geen kans. Als de man toch buiten adem raakt probeert de communicatiebaas hem af te serveren. De circuitspecialist kijkt met dodelijke haat in zijn ogen de zaal in en ratelt zeven minuten door. Hij besluit zijn betoog met een hoofdknik en verdwijnt weer.

Daarna is de officiële presentatie voorbij. Er kan inter-gevjoewd worden met de gesponsorde rijders. Ze laten zich gewillig fotograferen. Er is een fantastische lunch op het dak van het bedrijf. Later blijkt dat het grootste deel van de produktie- in China en de Oekraine wordt gemaakt. De wereld is een dorp. Een Italiaanse redacteur heeft zijn ogen constant op de Duitse fotografe die al eerder werd genoemd gericht. De Germaanse is er een kanjer. Minstens 1 meter 85. Rondborstig. Vol in de heupen. De Italiaan rukt zijn ogen van haar af en zegt met een onnavolgbaar accent tegen de Britse redacteur naast hem “Big girls frighten me”.

Er zijn een paar journalisten die kenbaar hebben gemaakt dat ze sommige 2016 items wel heel vet vinden. Met een samenzweerderig gebaar worden ze meegenomen naar ‘achteren’. Daar staat een hele stapel weggeefdingesten.

Dan blijken er nog drie journalisten over te zijn. Die zijn vliegtechnisch geplanned voor de volgende dag. Helaas heeft de organisatie vergeten nog een extra hotelnacht voor ze te boeken. En de mensen van de fabriek zelf hebben absoluut geen tijd meer voor de drie overblijvers De extra overnachtingen zijn geen probleem. Er wordt afgesproken dat er op kosten van de zaak ook in de stad gedineerd kan worden. Het eten is matig. De oberes heeft een vijfpuntige ster onder haar rechteroor getatoeëerd. Het stadje zelf is om 21 uur 30 net zo uitgestorven als Maasmechelen bij nacht.

Terug bij het hotel krijgt iedereen ruzie met de taxichauffeur De gerant komt naar buiten en maakt kenbaar dat het niet aanvaardbaar is om toeristen op kosten van een Italiaans bedrijf harteloos te bestelen. De taxichauffeur wordt zo boos dat hij een deuk in zijn auto schopt. Bedtijd.

DAG 3:

Na het opstaan kijkt de free lancer de terugreis documenten in. Het blijkt dat er de avond ervoor een vlucht was geplanned naar Stuttgart. Een ander papier meldt dat de teugreis twee dagen later om 6.30 uur naar Amsterdam geboekt is. De derde boeking is blijkbaar gedaan op dezelfde vlucht als die van de andere Hollandse collega. Een uurtje later dan afgesproken worden de overblijvers opgehaald.

De chauffeur van de bedrijfsbus doet er alles aan om de verloren tijd in te halen. Daarbij steekt hij de ene sigaret na de andere op. Zijn andere arm is vergroeid met zijn GSM. Met een derde arm pakt hij constant snoepjes uit het dashboardkastje. Op het vliegveld blijkt dat er nog twee andere stoelen op dezelfde naam geboekt staan. Bij de douane blijkt de Leatherman nu een echt probleem. De beveiliger adviseert ‘Dzjoekenne zrow iette away’.

Een voordelig vormgegeven dame vraagt “Ga je ook naar Eindhoven?” Op het ‘ja ‘zegt ze: “Dan geef je dat ding toch gewoon aan mij mee. Omdat er voor de free lancer in elk geval drie zetels waren geboekt is er wat ruimte. Er nestelt zich alleen nog een mollige, bleke en zwetende twintigster. Ze is Spaans. Haar vriend woont in Vlaanderen. Ze heeft vliegangst. De free lancer praat haar door de start heen en vraagt de haar of ze bij het raam wil zitten. Ze slaat haar zorgvuldig gemanicuurde handen voor haar gezicht en huivert: “Never!” De vlucht verloopt voorspoedig. Na de landing wordt er geklapt. De Spaanse bedankt voor de coaching.

Bij de lopende band wordt de vriendelijke Katelijne opgespoord. Ze blijkt het fenomeen Leatherman niet te kennen, maar is na verduidelijking gepast onder de indruk. en heupwiegt volkomen naturel weg. Daar kan geen Italiaanse tegen op. Buiten staat de Guzzi van de free lancer. Nog 114 kilometers Dan: Thuis. Bijpraten…. Chinees halen. Morgen de tekst maken. En faktureren.. Het leven is een feest.”

Monika van der Zande, een blije buschauffeur met passie voor de motorfiets

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Hai! Mijn naam is Monika van der Zande ik ben 51 jaar en een blije buschauffeur. Sinds 4 jaar woon ik in het gezellige motorliefhebbende dorp Nieuwleusen. Maar van oorsprong kom ik uit de mooie blauwvingerstad Zwolle. Dáár bij die Peperbus…

Heb je vroeger eerst brommer gereden?

Zekers, mijn vriendje had destijds een Honda MT en daar ging ik natuurlijk ook mooi mee aan de haal. Niet alleen gas geven en remmen maar stoer gelijk leren schakelen. Zelfs in de kou erop uit, ben er wel eens afgestapt zo stijf als een plank! Helemaal verkrampt! Neusharen bevroren en het gebitje op klapperstand… Maar een lol!

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets?

Het eerste rijbewijs dat er moest komen dat was die voor de motor. En ergens in de 90’s kwam de 1e motor dat was zo’n hoogpoter off-road, een Honda DR350. Tussendoor ook nog wat rondjes door de modder gecrosst met een XR 600…. Daarna van alles de revue laten passeren. Zoals een Suzuki GS 500 E, Honda Dominator 650, Suzuki GSX 750, Suzuki TL 1000, Honda XL 600, Honda Shadow 1100, Ducati ST2, Honda Transalp, Honda Deauville, Honda CB 600 F Hornet… Enz enz

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Tuurlijk stap ik het liefst met lekker weer op de motor. Bij voorkeur.

Maar we zijn tijdens het reizen wel vaker overvallen door fikse regenbuien. De laarzen wel eens leeg moet gooien bij de pomp….. Maar dan simsalabimmen we gewoon het regenpak binnen no time aan en broezen weer voort. Tijdens een vakantie in Oostenrijk ook het record verbroken van héél snel héél vaak het regenpak aan en uit hijsen. Maar andersom kan ook, zo allemachtig heet!! Dan besluiten om op de volle parkeerplaats je naast je motor uit te kleden. De warme broek onder de motor broek uit trekken, onder toeziend oog van pauzerende vrachtwagenchauffeurs…. Bi-ba-billen-beppie, boeien, ken dat volk hier toch nie…

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Dan zou ik een off-road, een café racer, een oldtimer, een zijspan… Eh nou ja niet te hebberig, maar dan zou ik van alles wel wat in de schuur willen…

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Hmmm elke rit in Oostenrijk is opnieuw de mooiste, achter iedere bocht schuilt weer een nieuwe verrassing. Italië langs het Gardameer was ook prachtig. Of door de groene, glooiende Toscane dat was ook memorabel, al dacht ik daar wel “moeder wat is het heet!” Alle ritsen had ik open gezet, dus als één of andere wapperende flodderkadet stoof ik langs de cipressen hopend op een zuchtje verkoelende wind.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Jazeker, opnieuw naar het prachtige Oostenrijk dit jaar als we weer de grens over mogen. Nu hopelijk wel over de Hahntenjoch, vorig jaar was er gedoe over de decibels… (Wat een gezeur toch… Weigeren ze ook die brullende Porsche`s en Lamborgini’s?) Ook de Großglockner, de Timmelsjoch en de Stelvio slingeren hun bochtjes uitnodigend naar ons uit… Noord Italië,…aaaarrrrggghhhhh keuze stress!!!

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Echt niet… Ik heb net een nieuw speeltje op de dam gezet. Een plaatje van crème zwart en een vleugje oranje… Een prachtige Kawasaki ER6N uit 2016. I’m totally in love… ️

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Het eerste vervoermiddel. Een fantastisch tijdverdrijf, een gedeelde passie met mijn man René. Geweldige herinneringen aan mooie reizen en ritten. Heerlijk ouwehoeren onder het genot van een potje bier met andere liefhebbers van glimmend en ronkend motorspul. En hilarische anekdotes, bijv: iemand die ff aan een lichtknopje wil schuiven en ineens z’n Pan op het achterwiel langszij trekt?! Whoehahhaha. Of een motor die niet wil starten ff aandrukken. Maar ja, dan moet je ook op tijd loslaten…. Haha, ik niet dus, als een vlaggetje erachteraan en vol op de plaat!! Filmpje waardig.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Niks hoor, genoeg over mij, tijd voor een volgende dame met smakelijke motorverhalen. Allemaal héél véél motorlol in 2021!💋