Tag archieven: Coos van der Spek

Coos op Reis: een wippie

DE BALKAN – EEN WIPPIE

Het is 15 juni als ik dit schrijf voor de serie Coos op Reis. Inmiddels heb ik heel wat liters water opgedronken. Ik heb er een waterbuik van. Ondanks de zakjes ORS van de apotheek én zelfs een extra zakje magnesium, dat ik vaak na het hardlopen gebruik, sta ik vannacht heel wat keren naast mijn bed vanwege kramp in mijn benen. Ik heb zélfs kramp in mijn handen.

En ik plas nauwelijks. Kortom, ik heb nog steeds te weinig vocht en te weinig juiste stofjes in mijn lichaam. Het lammetje blaat mij om 07:00 uur wakker. Maar heeft zich wel 24 uur koest gehouden. Ik zie vooruitgang en heb hoop.

Er valt een licht regentje. Heerlijk. Het verdrijft die zinderende warmte. Het is goed om vandaag hier aan het zwembad even rust te houden. De zon komt zo, maar mag gerust ook even wegblijven van mij. Ik kan toch wel lekker zwemmen. Eerst maar even een klein ontbijtje wegwerken. Want als ik niet eet, dan ga ik dood.

De eigenaar heeft vrijdag zijn nieuwe 250cc KTM-crossmotor laten bezorgen. In een bestelauto. Dat is nou het toppunt van luxe. De banden zijn nog niet eens vuil. Hij staat naast de ingang van het hotel, gewoon met de sleutels in het slot. Zo stond hij daar ook afgelopen nacht, vertelt hij… Mijn dikke 1200 staat in zíjn garage, drie keer op slot en met het alarm aan. Veel mensen leven makkelijker dan ik, bedenk ik mij. Of ze hebben gewoon meer geld om schades op te vangen.

Het familiehotel heeft vriendelijk en correct personeel; het gebouw staat op een gigantisch terrein en net een beetje uit de stadsdrukte. Ik hoor de weg, maar het is niet hinderlijk. In het fraaie restaurant kun je fantastisch eten. De echte Italiaanse keuken! En dus géén pizza. Ik schreef al eerder: ik houd van Italië. En dit hotel Albergo Ristorante Al Ponte in Triest is een aanrader. Een mooie tussenstop als je op weg bent naar Kroatië. En daar moet je zeker eens heen, hoor.

Aan het einde van de dag, na vier grote flessen water tegen hotelprijzen à vijf euro per stuk, maar ik heb helaas geen keus, denk ik dat het wat beter met mij gaat. Zonder Diacure, maar met ORS.

Tja. Verder gebeurt er vandaag weinig in mijn leventje. En iets verzinnen of liegen doe ik nooit. Dat wéét je…. Er was trouwens verder ook niemand bij het zwembad om mee te praten. Dus boekje lezen, afkoelen in het water, dutje doen, kopje koffie, tosti etc. Lekker een dagje in mijn Nothing Box.

En je ziet het gelijk: het verslag is wat korter. Wat minder bijzonder. Minder foto’s. Ik help je met afkicken! Vanaf maandag temper ik tijdelijk mijn verslaglegging. Maar …. nu toch nog even een bijzondere afsluiter.

EEN WIPPIE

Ik zit via de familiegroepsapp met Janny en Danielle te appen. Tja, ze hebben allebei geen Facebook, hè. Mijn leven gaat voorbij zonder dat zij het weten. Hahaha. Maar we delen via WhatsApp de dagelijkse gebeurtenissen.

Ik app dat ik voorlopig even hier aan het zwembad blijf. En wellicht vanmiddag met de bus naar het strand ga. Danielle vraagt vervolgens hoelang het rijden met de bus is naar het strand. Ach, antwoord ik, dat is vanaf hier maar een wippie.

‘Hoelang duurt een wippie?’, vraagt Janny, ‘want dat is al zo lang geleden, dat weet ik niet meer zo precies…’…😍

Danielle haakt gelijk af. Ik heb geen idee waarom…

O ja, de ‘catch of the day’:

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: Jazeker, de apotheker!

DE BALKAN – JAZEKER, DE APOTHEKER!

Het is (op het moment dat ik dit schrijf) vrijdag 14 juni, denk ik. Ik raak soms de dagen een beetje kwijt. Voor mij zijn alle dagen weekenddagen. En vakantiedagen trouwens…
We schrijven verder in de serie “Coos op Reis”. 

Ruim vóór zevenen maken de golfslag van de zee en de zeemeeuwen mij wakker. Glimlachend hoor ik vrolijke, droevige en chagrijnige zeemeeuwen met elkaar converseren. Ik luister naar die ene schorre ouwe en die twee jonkies met hun hoge piepstem. Iedereen heeft vanmorgen het hoogste woord. Bespreken ze de kwaliteit van hun ontbijt? Waar zou het toch over gaan? En zijn ze het nu eens met elkaar of juist niet? En natuurlijk zijn er de klagers, die steeds maar blijven zeuren. En het nooit ergens mee eens zijn. Altijd in verzet. Elke keer hetzelfde deuntje roepen: Kraakwaa, Kraakwaa, Kraakwaa. Het is in de wereld overal hetzelfde.

Om 08:00 uur schrik ik mij de tandjes en zit ik plots rechtop in mijn bed. Ik wist het niet, maar de geopende ramen van mijn slaapkamer liggen 20 meter van de kerk. Met haar klokkentoren. Een lawaai! Niet normaal. Maar wel een mooie tijd om op te staan. Als je naar je werk moet, tenminste.

De balkondeuren aan de zeekant staan ook open en ik kijk eerst eens minutenlang naar dit prachtige tafereel. Het lijkt mij fantástisch om hier te wonen. Elke dag de zee te zien en te horen. Ik zou er een been voor over hebben. Nou ja, een teen dan. Een kleintje.

Het is prachtig weer en inmiddels 28 graden. Ik heb geen idee wat voor weer het in Nederland is. Ik volg het niet zo.

Sommigen vroegen het al, maar het geelbruine lammetje is er nog steeds. Dank voor alle tips trouwens!

De mevrouw van het appartement en ik spreken Duits met elkaar. Zij is Kroatisch en ze spreekt het prima. Aan haar vertelde ik gisteravond al dat ik last had van Durchfall. Ze heeft mijn ontbijt voor een groot deel al op tafel in haar woonkamer klaargezet. Ze gebiedt mij te gaan zitten en begint in de keuken te rommelen. Zó, dat is goed voor jou, vertelt ze. Lekker opeten. Zie foto…. Hatseflats. En ook de tomaten en de komkommers opeten, gaat ze verder. Alles uit mijn tuin. Zo lekker heb je ze nog niet gegeten. Zou ze toch net wel haar handen ….?

Wat een schat van een mens is het. Ze doet dit al veertig jaar. En iedereen komt altijd naar haar terug, ratelt ze verder. Dat snap ik best. Haar man is zes jaar geleden overleden, vertelt ze met vochtige ogen. Ik zou wel met haar willen trouwen. Dan krijg ik vast korting als ik weer zo’n appartement bij haar huur. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Janny is gisteren pas 68 geworden. En zij is al 70. Dat is geen goede deal. Dan ga ik er op achteruit. En zij heeft hier vast geen AOW. Van Janny word ik slapend rijk. Waar denken jullie anders dat ik van op vakantie kan, huh?

Nederlanders staan bij haar in een extra goed blaadje. Nederlanders zijn op afstand haar betere bezoekers, beter dan alle andere gasten, vertelt ze. Nederlanders zijn vriendelijk, innemend, relaxed en niet afstandelijk. Leuk om te horen, hoor. Ik doe dan ook net alsof ze het over mij heeft… Als ze naar een ander land zou verhuizen, gaat ze verder, dan zou ze naar Nederland verhuizen. Wat leuk om te horen. Wellicht kunnen we ruilen. Zij naar het druilerige Nederland, met haar miljoen regeltjes waar anderen beter van worden en waar ik zelf niks aan heb, en Janny en ik aan zee wonen. Ik vind het een goede deal.

Na mijn ontbijt neem ik een Diacure in als verzekeringspremie. Het knijpt de anus samen, staat in de bijsluiter. Fijn. Precies wat ik nodig heb. Hoef ik dat tenminste niet de hele dag zelf te doen. Toiletbezoek leidt mij teveel af en gaat ten koste van mijn concentratie op de weg. Maar voor de zekerheid trek ik toch de van thuis meegenomen en ver naar beneden gezakte reserve-pleerol in mijn zijtas omhoog… Je weer ut maar nooit.

Ik vertrek vandaag richting Triëst in Italië. Dan wil ik zaterdag een rustdag inbouwen en zondag met een korte rit naar Oostenrijk rijden en daar ‘s middags een beetje wandelen.

Zondagavond tref ik dan mijn motorclub MC Zegveld in Oberdrauburg in Oostenrijk. We zijn daar tot vrijdag met een grote groep: twintig motorrijders. Deze toer organiseer ik jaarlijks. Das een oude traditie.

Tijdens deze dagen worden mijn persoonlijke reisverslagen dan wat korter. Anders kost dat teveel tijd. Als ik met de motorclub ben, dan moeten we ’s avonds schnitzels eten, bier drinken, schuine moppen vertellen, Coyote spelen en ouwehoeren. Tuurlijk schrijf ik een paar regels over de belevenissen van die dag en maak ik voldoende foto’s. Als ik tijd heb…

Mijn hospita loopt met mij mee en zwaait mij uit. Na een kwartier zit ik al weer te genieten en te sturen op de kustweg. Het gaat van links naar rechts. Wat een genot om hier te mogen rijden. Fantastisch. De route is nu van zuid naar noord en we rijden met het licht mee. Dat geeft een nog fraaier beeld en de kleuren komen nog sprankelijker uit. Super.

Ik maak, met een behoorlijk sportief tempo, een rechterbocht en kom bij de apex een oude witte bestelauto tegen, die half op mijn weghelft rijdt. Wat een levensgevaarlijke oetlul. De chauffeur heeft aan zijn kant het autoraam open. Net als ik er langs daver, claxonneer ik met mijn speciaal gemonteerde extra luide hoorn. De chauffeur springt van schrik bijna op de stoel van de bijrijder. Dat zal je leren, halve zool. Blijf gewoon op je eigen baan. Grrrr….! Al weer een bijna-dood-ervaring. Tja, als je zo’n auto raakt, dan hoef je je helm niet persé op te hebben, hoor.

Mijn pauze gebruik ik om de resterende Kuna’s in mijn tank te gooien. Inwisselen heeft geen zin. Ik blijf Nederlander, hè.

Ik rij een poos samen op met een Oostenrijker en zijn duo. Ik houd ruim afstand. Ik wil hem persé niet opduwen. Hij rijdt voor.

We gaan lekker en rijden sportief. Als ik echter zie dat het voor hem een wedstrijd wordt en hij samen met zijn duo levensgevaarlijke inhaalmanoeuvres uithaalt, laat ik hem gaan en stop om wat water te drinken. Als ze voor mijn neus verongelukken sta ik mooi voor Jan Lul met mijn drie overgebleven pleistertjes.

Het is warm en ik zie een paar keer de 33 graden voorbijkomen. Er is bijna nergens schaduw. De zon staat zowat recht boven ons; het is ook bijna de langste dag.

Ik vermijd de snelweg om zo de langdurige grenscontrole te omzeilen. Daar zie ik enorm tegen op. Bij de Kroatische grens staat niemand. Het interesseert ze niet als je vertrekt. En .. bij de grens van Slovenië is geen file. De beambte ziet gewoon aan mijn betrouwbare Rotterdamse ponem dat ik geen armlastige en werkzoekende Afrikaan ben. Ik mag zo doorrijden en daar ben ik heel erg blij om.

Om 15:00 uur is het tijd voor een zout groentensoepie en een cola. Dat blijkt een soort erwtensoep te zijn. Wellicht niet zo’n heel handige keus. Tegen zevenen vind ik in Italië een mooi hotel met een zwembad. Daar ga ik morgen op een bedje mijn boekje lezen. Maar ik ga eerst even heerlijk naar het toilet. Ik kijk er naar uit. En dan zondagmorgen door naar Oostenrijk. Mooi plan!

JAZEKER, DE APOTHEKER!

Dochter Danielle en motormaat / dokter Hans adviseren allebei om ORS bij een apotheek te kopen en dat in te nemen. Om schaarse stofjes in mijn lichaam aan te vullen. Dus storm ik dorp ÉÉN in en kijk ik scherp om mij heen of ik een apotheek zie. Noppes.

Bij dorp TWEE schiet ik een autochtoon aan om mij even een apotheek aan te wijzen. Zij snapt werkelijk helemaal niets van mijn vraag.

Dorp DRIE blijkt een flinke stad te zijn. Ik ram mijn kasteel de stoep op en stap met mijn zware laarzen de vloer van de Toeristinfo op. Uitgebreid vertelt men mij hoe ik snel bij de pillendraaiers kom.

En dan begint het. Het is vréselijk druk en hectisch in de stad. En abnormaal warm. Luxe auto’s, stinkende diesels, dubbel geparkeerde vrachtauto’s, autobussen met een strak schema, overal tussendoor racende scootertjes, overstekende winkelende mensen, luchtig geklede scholieren in groepen, een loslopende hond, motorrijders die willen dat je naar hen terugzwaait, en iedereen weet hier precies de weg behalve ik, en potver, zei die dame nu dat ik hier links moest of pas bij de volgende zijstraat?

Kut. Te laat. Het was hier… Ik sta op een éénrichtingsweg en ben tien meter te ver. Doorrijden betekent de hele stad weer door. En het is zo fucking heet en zo druk. Teringjantje.

Ik wandel mijn motor zachtjes achteruit. Maar gelijk komt een auto achter mij staan die juist daar ff dubbel wil parkeren. Het water loopt van mij af. Ik word gek. Maar ik zal die zooi nu kopen en nu opvreten! Het moet en het zal!

Tja… Achteraf denk ik dat ik ook andere stofjes te kort kwam. Ik was het plots zo zat en ik werd zo vreselijk pissig op die koelére hectiek. Ik draaide mijn kasteel een kwart slag, zette hem midden op de weg, draaide hem vervolgens weer een kwart slag om en reed tien meter dwars tegen de stroom in. Ze toeterden en gebaarden, terwijl ik hard in mijn potje riep:

JAAAZEEEEEKER, ik moet potverdorie ff naar de apotheeeeeker!

ORS gescoord. Gelijk ingenomen. Gatver. Vies, man!

Nog wat voor The Catch of The Day


Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos?
Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: het lammetje blijkt hardnekkig

DE BALKAN – HET LAMMETJE BLIJKT HARDNEKKIG

We gaan verder in onze serie Coos op Reis. Al enkele jaren schrijft Coos de mooiste reisverhalen op onze website.

We hebben in zijn rubriek al meer dan 90 verhalen gepubliceerd. Je vindt ze via deze link.

Mostar is de heetste stad van Europa, vertelt de eigenaar van het hotel. Het was gisteravond laat dan ook nog bloedheet in de stad. Toch trok ik om 23:00 uur op het terras een truitje aan en stapte rond twaalven rillerig mijn bed in. Ik voelde mij toen al niet lekker…

Om 01:00 word ik plots wakker. Het is pikkedonker en ik ben misselijk. En niet zo’n beetje. Het rommelt overal. Alsof de oorlog in Bosnië terug is.

Ik kijk een paar minuten naar het plafond, besluit dat het niet goed gaat, stap snel mijn bed uit, vergeet in de haast mijn brilletje met jampottenbodempies sterkte -5, zie daardoor in het donker de verhoogde drempel naar de badkamer niet en stoot vreselijk mijn teen. Ondanks de erg lelijke woorden, die indruisen tegen mijn gereformeerde opvoeding, haal ik de wasbak nog maar net. Een seconde later verlaat het lammetje  mijn lichaam. Ze komt binnen 10 minuten nog een paar keer in golven terug. En dan is de rust weergekeerd. Ik val weer snel in slaap.

Om 02:00 uur word ik weer wakker en dient het lammetje zich aan op een plek van mijn lichaam waar de zon nooit komt. Een klein sprintje, waarbij ik rekening houd met de drempel naar de badkamer, zorgt ervoor dat ik ‘s nachts niet hoef te wassen. Ik val daarna weer vlot in slaap.

Om 03:00 uur hoor ik buiten iemand een paar keer een motor starten. Het lukt ‘m niet. Kort daarna timmert iemand ergens op een stuk ijzer. Teringjantje… Ik vecht een halfuur tegen de aandrang om met mijn Rocky-1 mes in mijn blote kont te gaan kijken of ze aan mijn motor aan het rotzooien zijn. Die heb ik immers met gevaar op krassen en deuken een smal hellend vlak opgereden en uit het zicht, strak naast het hotel, geparkeerd. Mooi verhaal, maar hij staat wél buiten….

Om 05:00 uur flikkert in mijn kamer met een oorverdovende klap één of ander schilderij naar beneden. Het valt bovenop het keiharde parket en spat uit elkaar. Alsof er een mortiergranaat inslaat. Nu is het hier écht weer oorlog, denk ik even. Als ik ga kijken, zonder mijn -5 brilletje, zie ik in het donker ongeveer wat er is gebeurd. Het kan niet waar zijn. Ik stap mijn bed weer. Het duurt nu een poosje voordat ik slaap.

Ok. Vannacht is mij weinig slaap gegund, vind ik. Ik hoef gelukkig morgen niet naar mijn werk. Om 09:30 uur vertrek ik. Maar ik voel mij niet fit. Ben een beetje wiebelig. Maar dat is mijn motor ook, dus het moet saampies lukken. Here we go… Natuurlijk heb ik antirace-tabletten bij mij. Maar daar ben ik altijd wat voorzichtig mee, want dan houd ik binnen wat naar buiten wil.

Tja, ik eet natuurlijk ook drie keer per dag het eten dat anderen voor mij bereiden. Je moet er maar vanuit gaan dat alle kokkies de regels van hygiëne in acht nemen. Wassen zij hun handen na toiletgebruik, reinigen zij het gebruikte materiaal goed en maakt het schoonmaakpersoneel deurknoppen, kranen etc goed schoon? Werkt men in de keuken op een ordelijke manier? Je weet ut niet. Ik heb overigens wel een beetje smetvrees, realiseer ik mij. Anders koop je onder Tilburg immers geen water in flessen.

Maar goed! Op pad! Het is prachtig weer en nu met 27 graden al lekker warm.

Ik vertrek uit Mostar. Heb vannacht mijn plan gewijzigd. Ik verlaat per vandaag Bosnië. Het is niet mijn land. Teveel culturen bij elkaar. Teveel tegenstellingen, zienswijzen en uitingen. Ik voel mij minder vrij hier en ben immers onderweg naar de Vrijheid-Blijheid-Toer met mijn motorclub in Oostenrijk. Ieder zijn mening en zijn geloof, maar ik ga terug naar Kroatië. Dat is een vakantieland. Meer zeg ik er niet over.

Ik creëer een mooie route en rijd avontuurlijk binnendoor. De wegen zijn half verhard en soms deels onverhard. En vaak erg smal. Het is een mooie en spannende trip terug naar de kust.

Ik fotografeer wat mooie bloemen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf code geel als reisadvies af voor Bosnië. Dat wist ik voor ik vertrok. Ik blijf hier dan ook altijd op het asfalt en durf vanwege eventuele mijnen niet van de gebaande wegen af te wijken. Onderweg zie ik veel zwerfvuil en illegale stort van vuil. Complete wasmachines, televisies en bankstellen. Het is werkelijk asociaal. En op de wegen zie ik nogal wat slangen. Dood en levend. Het asfalt is natuurlijk lekker warm. Daar houden ze van. Ik ook, als het niet te gek is tenminste. Het is inmiddels 35 graden.

Via mijn fantasieroute kom ik terug richting Kroatië. Via het scherm van mijn Garmin navigatiesysteem kies ik wat piepkleine weggetjes uit en kom via een gehucht de grens over. Gelukt! Er is hier geen file en de grenscontrole is een fluitje van een cent. De politieman vraagt zelfs de kentekenpapieren van de motor, maar als ik bereidwillig afstap om mijn topkoffer te openen, gelooft hij het wel en mag ik zonder verdere controle doorrijden. Ik maak nog even een praatje. Hij vertelt dat overdag in de bossen patrouilles met honden lopen en dat ’s nachts drones met infraroodcamera’s vliegen. De Europese Unie houdt haar grenzen daar goed dicht.

Om 13:00 uur stop ik in Promajna mijn motor. Ik wandel een schaduwrijk terras op. Het ligt nog een tien meter van zee en er staat een heerlijk windje. De ober verwacht dat ik een halve liter bier wil hebben en rent al bijna weg. Nou, dan flikker ik vanmiddag echt van mijn kasteel, hoor. Of over één of ander muurtje.

Maar als je niet eet, dan ga je dood. Dus ik bestel een lichte lunch, maar laat zelfs daar nog een deel van staan. Het water smaakt mij eigenlijk nog het beste. Ik heb zo’n krankzinnige dorst de hele dag.

Ik heb op dit tijdstip al meer dan anderhalve liter vocht op. Zou ik suikerziekte hebben? Ik ga weer snel op mijn buddyseat zitten. Dat voelt lekker veilig…

Rond 16:00 uur meldt het lammetje zich weer aan. Ik zet mijn tanden op elkaar en vervolg mijn weg. Rond 16.30 uur kies ik voor een stuk snelweg om wat eerder bij mijn privé-toilet te zijn. Ik heb een afschuw om op een vreemd toilet de broek te laten zakken. Vréselijk. Jaja, ik weet ut, ik ben een Sissie. Maar het is aangeboren, want ik had het als kind al. Ik heb vrienden die zelfs in een drukke en bezeken kroeg gaan zitten bouten. Nou, mij niet gezien.

Maar het lammetje dringt nu wel héél erg aan. Ik knijp ferm de billen bij elkaar en probeer aan iets anders te denken. Bij Starigrad gooi ik de handdoek in de ring. Ik ben kansloos. De krachten zijn werkelijk enorm. De natuur wint. Het lammetje wint. Het water staat mij op de rug. Ik moet, ik moet, ik moet… Ik kan aan niets anders denken.

Bij het eerste de beste restaurant knijp ik de rem in, gooi de machine op de zijstandaard, laat de boel de boel en trek een sprintje het restaurant door terwijl ik als een debiel roep ‘toilet? toilet? toilet?’. Ik haal het … nét. Met mijn motorlaarzen aan en met mijn dikke motorbroek aan. Op het nippertje… En ik vergeet niet om tijdig mijn bretels veilig te stellen. Ook niet onbelangrijk. Hèhèhè…

Ik heb vandaag ruim 300 km gereden. Het is mooi zat. Dus wandel ik hier zomaar een stukje de boulevard op, spreek een vrouw aan van in de zeventig die in haar tuin staat te werken en vind bij haar een prima appartement. Het ligt direct aan zee en het heeft een prachtig uitzicht over het water. Haar woonkamer op de begane grond is van haar en van haar gasten.

Fantastisch!

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day.

 

Wil jij alle andere verhalen lezen van Coos? Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….

Coos op Reis: bij Mostar is de politie je beste kameraad

DE BALKAN – BIJ MOSTAR IS DE POLITIE JE BESTE KAMERAAD

Op woensdag 12 juni (de datum dat ik dit schrijf) is het lammetje terug. Vanmorgen om 05:00 uur zat ik op de wc. Hatseflats… Maar het is gelukkig wel mooi weer vandaag…

Ideaal weer voor het vervolg van mijn verhalen in onze serie “Coos op Reis”.

Waarom schrijf ik eigenlijk zo vaak de datum op mijn reisverslag?, vraag ik mij af. Reisverslagen zijn immers tijdloos, die kun je altijd lezen. Nou, ik weet het eigenlijk niet. Wellicht voor als ik mijn verhalen eens bundel voor een boek. Dat denk ik. Ik blijf het gewoon doen.

Mijn wasje van gisteravond hangt in het zonnetje en is inmiddels lekker droog. Ik leer ut wel.

Ik start Rever voor de tracking en Flitsmeister voor de snelheidscontroles. Flitsmeister heeft mij al een paar keer gered. De plaatjes van Rever gebruik ik voor mijn verslaglegging. En als dat niet lukt, dan haal ik ze uit Basecamp.

Om 09:30 uur betaal ik de rekening, laad mijn route en ga op weg. Op jacht naar een ontbijtje. Dat lukt snel.

Na vijf kilometer rijd ik Dubrovnik al weer uit. Mijn spiegels tonen een prachtig uitzicht over de stad. Er vaart net weer een enorme boot binnen. Vast met van die lawaaiige Japanners…

Na 25 km ben ik uit de verkeershectiek en rijd een prachtig gebied in met veel cipressen. Het lijkt hier op Toscane.

Gelijk fotografeer ik een rode roos. Voor Janny. Zij is morgen jarig. Ik heb, vóór mijn vertrek, stiekem een kadootje ergens in ons huis verstopt. En daar ga ik haar morgen mee verrassen. Nou, is dat leuk of is dat leuk? Regeren is vooruitzien. Gelukkig heeft Janny geen Facebook. Anders zou ze het nu al weten…

MONTENEGRO

Bij de grenscontrole babbel ik met een Italiaans stel op twee Yamaha’s. Zij wonen in de buurt van het Como-meer en zijn nu onderweg naar Albanië. Daar varen zij over naar Italië en rijden weer terug naar huis. Das iets anders dan een rondje Veluwe.. Ze zijn … uh … zomers én vol vertrouwen gekleed…

De grenscontroles zijn kut-met-peren. Het duurt véél te lang allemaal. Als motorrijder sta je stil in de brandende zon. Het is ruim over de 30 graden. Het is echt géén doen.  En je bent twee keer aan de beurt: bij het verlaten van een land én bij het binnenkomen. Daar zit slechts een paar honderd meter tussen. Geen spoortje klantvriendelijkheid. Hoe bedoel je, even twee extra loketjes open omdat het zo druk is? Waarom?

Bij het ingaan van Montenegro moet ik zelfs de verzekeringspapieren van de motor laten zien. Alsof ik een motorfiets van over de 30K niet zou verzekeren. Hij controleert mijn kenteken ook niet, dus het kan ook zo maar een papiertje van iemand anders zijn. Wat een flauwekul, wat een paarse krokodil. En de grenspolitieman, met pistool en al, zit alles over te typen. Typen, typen, typen… Gewoon werkverschaffing. En te snauwen, te grauwen en te grommen. Ik zie door het luikje alléén een hand. Het gezicht van de grenspolitieman is afgeschermd. Ik vind het een beangstigende ervaring.  Mijn gevoel komt in opstand. Wat een lomperik, wat een ontevreden stuk onbenul. Óók
over de muur flikkeren, net als die Japanners in het vorige verslag.

Er staan twee rijen auto’s. In een ander hokje zie ik vier forse, volgevreten agenten verveeld onderuitgezakt op hun smartphone kijken. Die doen niks. Luie donders. Maar ja, het is ook klotuh-werk. Zo’n ambtenaar zit in een hokkie dat kleiner is dan mijn poepdoos thuis. De hele dag die stomme papieren te checken. Tot aan zijn pensioen. Pfff… OK, ik begrijp het misschien wel. Ik ga hier lekker vakantie vieren. Dág, stomme grenspost!

Om 12:00 uur heb ik nog maar 60 km gereden. En erg lang in de brandende zon staan wachten. Dat schiet lekker op. Maar …. ik ben in Montenegro. En dat wilde ik graag. Das gelukt. Het asfalt is slecht. Het is op en volledig kaal gereden. Rustig aan hier.

In Montenegro betaal ik met euro’s. Een grote en sterke koffie met een groot glas water kost een euro. En dat is een vriendenprijs. Dat water giet ik trouwens over de planten. En verder ziet alles er hier zo’n beetje hetzelfde uit als Kroatië. Eigenlijk best wel jammer. Tot aan de veerboot…

Ik ben de laatste passagier en kan er nog net op. Ik ben ook niet zo groot en mijn kasteel helemaal niet. Achter mij gaat ratelend de ophaalbrug omhoog. Ik moet er om grinniken. Een overtocht kost overigens twee euro.

Direct na de veerboot kom ik in een hele nieuwe wereld. Ik ben verrukt en sta vol enthousiasme op mijn steppies. Ook omdat ik een houten reet heb van het zitten, hoor. Ik rijd hier over een stokoude en smalle weg, heel laag langs het water van een baai met de naam Boka Kotorska, de baai van Kotor. Stenen muurtjes begrenzen de weg. Niks vangrail. Het is een soort Gardameer met héle steile bergen. En gelukkig niet zo druk. Het is fantastisch, waanzinnig! Het is de atmosfeer hier. Er is iets, het zindert, het vibreert. Het is heel apart. Ik zit te lekken op mijn motor.

Of komt dat door de temperatuur? Het is hier ongewoon rustig en niet zo absurd massaal. En toch voldoende terrasjes, mooie plekkies om te zonnen etc.

Wow, wat een tof land!

In een supermarkt scoor ik mijn lunch. Ze spreekt geen woord Engels, maar we komen er samen uit. Na afloop lacht ze haar fietsenrekkie bloot….

Ik gluur nog even naar een enorm cruiseschip en vind kort na Kotor een lekker lunchplekkie: een bankje aan het meer en in de schaduw. Het is een verstilde omgeving en ook hier is het extreem rustig. Ik koop hier een huis, ga hier wonen en nooit meer weg. Bijzonder, hè? Dat ik nou ineens zo’n gevoel kan hebben. Gewoon verliefd op een land. Dat enorm heldere water. Ik ben hier zó gelukkig. Of komt het omdat naast mij twee dames zitten die topless aan het zonnen zijn? Dat helpt natuurlijk wel. Maar mijn bolletjes zijn bruiner. En daar zit lekkere kaas op. Heb ik een foto? Tuurlijk! Snel kijken…. Jôh, sla de rest van dit zeikverhaal over en scroll snel naar die foto aan het einde! Schiet op! Whoehaaa!

Ik klim en kijk vanaf 600 meter naar de zee beneden. Ik rijd op een uiterst steile en slechte weg. Hier staan geen borden waarop staat dat je moet opletten voor vallende stenen. De stenen vallen hier en liggen er gewoon. Midden op de weg. En er zijn ook geen waarschuwingsborden voor overstekende koeien. Ze staan gewoon midden op de weg. En ook schapen en geiten. Heel normaal. Ik raak bijna met 50 km per uur zo’n bok. Het gaat net goed. Pokkebok…

Het is inspannend. Het water loopt van mij af. Als ik weer de N4 opdraai en de snelheid kan opvoeren, voel ik de koele wind door mijn ventilatie gieren. Heerlijk. Gas, gas!

Er steekt een schildpad over. Zó leuk. We hadden er vroeger eentje thuis. Ik stop, pak hem op en breng hem naar de overkant. Hij wurmt met al z’n beentjes. Ik lach even naar ‘m en zet ‘m in het gras. Hij gaat er als een haas vandoor. Echt dankbaar is hij niet, volgens mij.

BOSNIË-HERZEGOVINA

Bij Vraćenovići verlaat ik Montenegro weer en rijd de republiek Bosnië-Herzegovina in. De paspoortcontrole stelt weinig voor. Kort erna ga ik van de M20 af en draai de binnenlanden in. Bosnië is erg groen en erg verlaten. De natuur is prachtig. En toch domineert de natuur niet. Er is iets anders. Er zijn heel veel lege en vervallen huizen. Die maken op mij een droevige indruk. Het is hier treurig. Met slechte wegen. De armoede gonst over de velden. Er is niemand, beetje spookachtig. Het ziet er naar uit dat hier weinig werk is. Mensen trekken weg naar de stad of verlaten het land. Kortom, een prachtige en groene natuur,  maar voor mij niet zo’n inspirerende vakantie-omgeving.

Het is 17:45 uur en ik heb onderweg nog geen restaurant of slaapplaats gezien. Niets. Het is lastig zoeken op mijn telefoon. Ik heb onderweg geen internet. Dat komt omdat Bosnië niet in de EU zit en de Telco’s geen roamingcontracten met Bosnië hebben.

Rond 19:00 uur dender ik Mostar in. Ik ben er! Wow! Mostar stond al zoveel jaar op nummer één van mijn wish-list. Ik vervul mijn eigen wens. De mooiste cadeau’s geef je immers aan jezelf.

Ik parkeer in Mostar mijn motor op de stoep.

Waarschijnlijk staakt hier de vuilophaaldienst al een paar dagen. Tenminste, dat hoop ik dan maar… Er lopen wat gassies met opgeschoren koppies om mij heen, de één roept wat en een tweede schopt tegen een blikje. Ik steek vriendelijk mijn hand op en blijf grijnzend op mijn kasteel zitten. Ik tuur op mijn Garmin en hou de omgeving vanuit mijn ooghoeken en de spiegels in de gaten. Soms komt het gevaar van achteren, weet je nog?

Via de Points of Interest op mijn Garmin vind ik uiteindelijk een hotel. De receptionist is vriendelijk en aan het hotel mankeert niks, maar toch voelt de buurt hier niet goed. Ik vraag hem of ik mijn motor voor de deur van het hotel kan parkeren. Hij antwoordt dat het kan, maar dat hij het niet zou doen. Het zou ‘m verbazen als de motor er ‘s morgens nog zou staan…. Nou, lekker dan.

Met zijn toestemming rijd ik de motor een bevoorradingshelling op, manoeuvreer ik haar met veel moeite het hoekie van het gebouw om en parkeer de motor uit het zicht, een paar meter boven de grond. Ik controleer alle sloten drie keer, check het alarm twee keer, doe een schietgebedje en laat haar in het donker alleen. Ik besluit gelijk dat ik vannacht ga nadenken wat ik morgen ga doen.

Maar … het is hier beregoedkoop. Absoluut. Mijn kingsizekamer kost slechts 25 euro. Kom er elders maar eens om.

Ik mik mijn bagage in mijn kamer, stap onder de douche en wandel Mostar in. Deze stokoude stad werd al in de 13e eeuw gesticht. Het was in de middeleeuwen een belangrijke handelsstad en nog immer een smeltkroes van culturen.

Ik ben vreselijk nieuwsgierig naar de brug Stari Most. De brug houdt al sinds mensenheugenis de Moslims en de niet-moslims in Mostar gescheiden. Terwijl de brug nou juist moest verbinden. Ik zag in 1993 de jourmaalbeelden van de verwoesting van de oorspronkelijke brug. Die stamde uit 1566. Het is tot op de dag van vandaag niet bekend wie de brug heeft vernietigd. Je kunt de beelden van de vernietiging op JoeTjoep vinden. Het is nog steeds naar om te zien.

En dan …. sta ik op de brug. OP DE BRUG VAN MOSTAR!  En dát doet mij wat. Het is een soort eindbestemming van deze trip die ik bereik. Het verste punt. Een doel behaald. Een mijlpaal. Voor mij heel bijzonder.

Ik wandel verder, want stiekem is de Stari Most niet de oudste brug van de stad. De oudste brug ligt een paar minuten lopen verderop: Kriva Cuprija.

Ik wandel terug naar The Old Town. Als je goed kijkt, dan zie je overal sporen van de oorlog van 30 jaar geleden. Je kunt in deze omgeving als toerist niet om de oorlog heen. Een eigenlijk wíl ik dat ook niet. Ik kijk altijd naar de toekomst, maar het verleden mag niet vergeten worden. En dat verleden is hier duidelijk aanwezig. In de verte zie ik de Koski-Mehmed Pasha’s Moskee met haar minaret. Ik ben niet zo van de minaretten. Dat gejengel op die rare tijdstippen. Ik ben helemaal niet zo op geloofsuitingen, geloof ik. Ik geloof het allemaal wel… Haha.

Het is laat en ik ga eerst iets eten. Ik zorg ervoor om ergens op een terras te gaan zitten waar ik bier op tafel zie staan. Niet alle restaurants verkopen alcoholische dranken. En ik heb nu echt een groot glas bier verdiend. Of ze dat hier nou geloven of niet….

DE POLITIE IS JE BESTE KAMERAAD

Kort nadat ik Bosnië met mijn motorfiets ronkend binnendaver, stapt een forse agent vanaf de graskant de rijweg op en steekt tegelijk zijn spiegel-ei omhoog. Ik schrik er eigenlijk een beetje van en twijfel of ik niet een enorme poep gas moet geven. Iedereen kent immers de verhalen van nep-agenten in schurkenlanden met roverhoofdmannen zoals Radovan Karadzic. En als er iemand er als een-toerist-met-heel-veel-bagage uitziet, dan ben ik het wel. Ik neem binnen een seconde een besluit. Ik manoeuvreer de zware motor aan de kant en hou de agent vóór mij en in het zicht. Soms komt gevaar van voren. Ik zet de motor nog niet af. De agent lijkt echter wel veel op een heuse bromsnor. Hij is te gemoedelijk voor een boef. De agent wilt mijn paspoort zien. Nou had ik dat gelukkig vandaag al een paar keer nodig, dus ik hoef niet lang te zoeken. Bromsnor legt het document direct in zijn auto. Kijk, en dat doet in Nederland nou geen enkele agent, hè! Ik vind het bedreigend. Zonder kaal hoofd zouden mijn haren overeind gaan staan. Potverdorie. Het kost mij moeite om vriendelijk te blijven.

De agent spreekt niet één woord Engels, Duits of Frans. En Nederlands natuurlijk ook niet.

Met handen voeten gebaart hij dat de radarcontrole geconstateerd heeft dat ik te hard reed. Ik kan het mij nauwelijks voorstellen. Das niks voor mij. De agent kan mij nog niet exact vertellen hoeveel ik te hard heb gereden. Wat een onzin. Nou, het kan nooit veel zijn, probeer ik, meesmuilend.

Hij mag geen contant geld aannemen, geeft hij aan. Via Google Translate (tip van Coos!) vertelt hij dat ik met de bekeuring naar het dorp verderop moet en aldaar een bankoverschrijving moet laten uitvoeren. Ik vraag hem het adres. Maar dat weet hij niet. Dan vraag ik hem om mij uit te leggen waar het precies is. Het is ‘een disaster’, zegt hij plots, en schudt moedeloos zijn hoofd. Zelfs de inwoners kunnen die bank niet vinden, typt hij in zijn telefoon. Whoehaaa, zooo grappig!

We kijken een beetje meewarig naar elkaar en trekken onze schouders op. Mijn Rotterdamse oplossing is heel eenvoudig: laat me gewoon door. Hij kijkt mij met bruine ogen van zo’n trouwe labrador aan, aarzelt, twijfelt, kijkt om zich heen en typt op zijn telefoon ‘I never stopped you!’.

Natuurlijk niet, vriend! Ik heb je nóóóit gezien.

Ik geef ze de twee blikjes cola die ik zonet kocht om mijn iPhone te koelen, geef hem een hand, krijg mijn paspoort terug en zwaai gedag.

De politie bij Mostar? Die is je beste kameraad!

Owja, nog even de bruine bolletjes laten zien. Die had ik beloofd…

O ja, nog even de tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos? Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: Dubrovnik en De Man

DE BALKAN – DUBROVNIK en DE MAN

We gaan verder in onze serie Coos op Reis.

Het is schitterend weer vandaag. Tuurlijk. Het is om 07:00 uur al 26 graden.

Daar heb ik vannacht weinig van gemerkt met de airconditioning in de slaapkamer.

Het lammetje is weer voorbij. Das nu weer vaste stof. Deze informatie is alleen voor de oprecht geïnteresseerden natuurlijk. Bedankt voor alle belangstelling (not).


Ik ben nog maar tien minuten onderweg en de afsluiter van mijn verslag van vandaag zit al in mijn hoofd… Dat is wel lekker.

DUBROVNIK

Monter stap ik even voor tienen de bus uit en loop direct tegen een restaurant aan met een bord waar op staat English Breakfast. Daar hou ik van, dus ik stap het terras op. Het echtpaar naast mij zit al aan een fles rosé. Hatsekidee. Ik denk gelijk weer aan die fles rosé van een paar dagen terug: Kutjevo. Sommige dingen vergeet je nooit.

Voor slechts 200 Kuna mag ik én de stadsmuren én het kasteel bezoeken. Ik wandel boven de stad op de stadsmuren en dat is erg leuk. Het is een traject van twee kilometer en de uitzichten zijn schitterend. Deze muren werden al in de 12e eeuw gebouwd. Het zijn indrukwekkende verdedigingswerken.

Het is ondertussen bijna dertig graden. De zon fikt. En van mijn Alle-Duitsers-Zijn-Na-Pinksteren-Naar-Huis-Theorie klopt helaas ook geen ene reet.

Het is zó vreselijk druk, hier. Wat een mierenhoop.

Op de stadsmuur is eenrichtingsverkeer ingesteld en ik zie daar zelfs filevorming. Met gekmakende kwebbelende en alleen maar selfies-makende Japanners. Die overigens altijd in grote groepen ronddrentelen en veelal hinderlijk in de weg staan.

Ik maakte deze reis vóór het beruchte Corona tijdperk. Maar ik zie hier nu al Japanners met een mondkapje lopen. Jéétje. Die dragen ze sinds de aanval met Sarin in 1995. Je weet het immers maar nooit… En dan toch een selfie maken. Er loopt een Japanner naast mij met een neusuitsparing in het kapje. Jaaa, hallo, wat heeft zo’n kapje dan voor zin?

Japanners kunnen slecht tegen de warmte. Iedereen puft en loopt met waaiers. Zelfs eentje met een ventilator op batterijen. Nou, ga morgen maar ff mee op de motor, hoor. Maar nou opzij. Zal ik er eentje van de muur afschoppen? Wat denk jij? Zij zijn immers óók fout geweest in de oorlog. En dan gelijk een Duitser erbij doen? Haha.

Ik heb, geloof ik, weer wat nieuws gevonden om over te zeiken. Deze keer een belangrijk onderwerp!

Ik bekijk filmbeelden van de beschieting door het Joegoslavische leger van de stad in 1991. Marineschepen nemen de stad vanaf zee met daverende klappen onder vuur. Jachtvliegtuigen in de lucht. Ik herken plaatsen waar de zware granaten inslaan. Ik liep daar zonet. Het is dramatisch. Gewonden, huilende en dode mensen. Vernietigde gebouwen, bijna allemaal cultureel erfgoed.

Auto’s en boten in brand. En plotseling is ‘die oorlog van toen’ weer zó dichtbij. In de film loopt een vrouw in een witte jurk met een grote herdershond langs het haventje, waar ik net koffie dronk, als het schieten begint. In blinde paniek rent ze links en rechts zigzaggend over de weg, haar hond met zich meetrekkend. Als ze een schuilplaats vindt, trekt ze, met enorme schrikogen, de grote hond naar zich toe. Die denkt dat het een spelletje is en springt kwispelend tegen haar op. De tranen springen….. Sterk spul, dat Fisherman’s Friend…

Ik wandel weer verder over de verschroeiend hete muren. De stenen moeten wel 50 graden zijn. Op een terras zit een man in de schaduw een ansichtkaart naar huis te schrijven. Het bestaat echt nog.

Het is 13:45 uur en ik heb al anderhalf liter water op. Burn baby, burn! Tijd voor de lunch in de schaduw.

In Dubrovnik mag ik de kerk in met blote schouders en een kort hardloopbroekje. Ik snap dat wel. Ze hebben natuurlijk mijn Facebookpagina van een paar dagen terug gelezen.

Na mijn bestorming van de muren wandel ik door Stradun, de hoofdstraat van het stokoude Dubrovnik, bekijk de klokkentoren, het paleis van Rectar en de hele bliksemseboel. Ook in Dubrovnik zijn opnames gemaakt van de fantastische serie The Game of Thrones.

Proppers overtuigen mij dat ik voor tien euro 45 minuten met hun glasboot mee moet om bij een ander eiland te gluren. De boot vertrekt over vijf minuten. Ik doe het. Lekker uitwaaien op het water.

Iedereen heeft ergens op de wereld een dubbelganger. Henk van Rookhuijzen ook. De kapitein van de boot is mijn motormaat Henk. Henk woont normaal in Gouda. Maar vandaag dus ook in Dubrovnik.

Het is net Henk hè?

Werkelijk, zij lijken als twee druppels water. Alleen als Henk hier is, scheert hij zich fatsoenlijk. Dat ziet er wel beter uit. In Gouda loopt hij er wat vaker als Landru bij. En eerlijk is eerlijk, Henk kan lekker varen. Hij doet het goed. Hij doet trouwens net alsof hij mij niet herkent. Snap ik wel. Hij zal hier wel zwart werken. Die verzekeringslui zijn niet altijd betrouwbaar.

Henk van Rookhuijzen zelf.

Henk lult ook plots mooi Kroatisch. Goed gedaan, jochie. Motorclub: geen paniek, ik neem Henk zondag gelijk mee naar Oostenrijk.

Maar wacht vrijdagmorgen niet op hem in De Meern. Hij moet hier nog zijn kapiteinswerk afmaken.

Mwah. Ik heb 12 km gewandeld. Op mijn sandalen. Beter blaren dan hete poten, dacht ik vanmorgen. Ik heb maar drie dingen aan. Het is er heet zat voor. Er zijn hier nog mensen die een lange broek dragen. Maar ja, ik heb mooie benen… Dat dan weer wel.

Rond zessen ben ik weer terug op mijn strandje en geniet ik van het zonnetje, een koel biertje en de meer dan geweldige loungemuziek uit de paddo’s in de tuin. Wat een zaligheid, wat een heerlijke plek. Weet je wat? Ik neem nóg een biertje! Proost!

DE MAN

Onderaan de straat stap ik weer in de bus. Die ruikt naar warme mensen. Bus 6 brengt mij voor 15 Kuna naar The Old City. Ik rijd in de bus achteruit. De andere stoelen zijn bezet. Achteruitrijden is uiterst onnatuurlijk voor mij. Verder heb ik er altijd een hekel aan als ik niet weet wat er achter mij gebeurt. Op de motor komt het gevaar van voren. In de bus komt het vanachter. Dat is een wetmatigheid die ik net zit te verzinnen. Zoals zoveel trouwens…

De bus stopt bij de volgende halte en een zwerm toeristen bestormt het voertuig.

Ik ben fris gedouched en draag een luchtig shirt zonder mouwen. Plotseling krast een scherp voorwerp langs mijn arm. Net zei ik het nog. Als het komt, dan komt het vanachter. Een … uh …. wat forse man heeft een tas op zijn rug hangen. De wat erg forse buik van voren en zijn rugtas van achteren maakt het gangpad wel heel smal. Hij schraapt de gesp noges over mijn arm, draait zich om en duwt nu zijn dikke buik tegen mijn arm. Hij ademt zwaar en lange haren krullen uit zijn neus. Mijn voorkeur gaat uit naar de scherpe gesp…

De lege stoel naast de mijne is een stuk hoger geplaatst. Wellicht zit het wiel van de bus daar onder. Geen idee. Ik zie de dikkerd twee keer likkebaardend naar de lege stoel kijken. Ik doe snel een schietgebedje. Het helpt niet.

En ja hoor. Hij waagt het om in de schuddende en rijdende bus verlekkerd te kijken, half over mij heen te kruipen en moedig op weg te gaan naar de lege stoel naast de mijne. Zonder een enkele gène.

Het past niet, denk ik. Het past niet, het past nooit…

Geen idee hoelang het voor jou is geleden dat je in een bus zat, maar er is daar net zoveel ruimte als in het kleedhokje van een oud sportfondsenbad van twee eeuwen terug. De lomperd heeft niet eerst zijn rugtas afgedaan en zit nu, met de rugtas op, als een enorme reus klem in een te klein toilet. Hij kan geen kant op.

Vervolgens begint hij omstandig de rugtas af te doen. Ik deins achteruit om een elleboogstoot te voorkomen. Zwetend en puffend verricht hij zijn missie. Hij doet zijn machtige blote benen wijd en zet daar zijn tas tussen. De man puilt aan alle kanten over zijn stoel… Daarna schreeuwt hij iets in het Kroatisch naar zijn vrouw, die achter in de bus staat. Je leest het goed: zij staat… De man is inmiddels geïnstalleerd en het hoogteverschil tussen zijn stoel en de mijne brengt mijn neus naast zijn linker oksel zit. De man gebruikt géén deodorant, constateer ik.

Ik spurt de bus uit als de chauffeur omroept dat dit de halte voor de oude stad is. Wat een vreselijke onbeschofte hork. Een varken. Nee, laat die Jappen maar rustig stiefelen, ik flikker die hork wel van de muur. Whoehaa!

Heb ik een foto? Hèhè … Ik wist immers al héél snel waar mijn verhaal vandaag over zou gaan…

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/