Tag archieven: drie maanden op reis

Coos op Reis: Zij bestiert al 70 jaar een hotel

(Coos van der Spek is aan de laatste dagen van zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa bezig.

We lezen hier in de serie CoosOpReis zijn 67e verhaal, over 4 verhalen is hij weer thuis….)

De bewolking en de zon vechten samen hoog in de lucht uit wie hier vandaag de baas mag zijn. Het is ruim voor tienen al meer dan 20 graden. En dat is uitmuntend weer om motor te rijden. Joepie!

Ik neem afscheid van de zee. Ik reis vandaag weer verder naar Noord-Italië. Dat heet daar Süd-Tirol. De voertaal is grotendeels Duits.

Ik moet mijn olie in de gaten houden. Deze watergekoelde motoren staan er, in tegenstelling tot de luchtgekoelde blokken van de vorige generatie, om bekend nagenoeg géén olie te verbruiken. Een blik op mijn kijkglaasje geeft echter aan dat aandacht nodig is. Maar welllicht staat de motor niet helemaal horizontaal. Naar de BMW-dealer in Bolzano voor een kannetje olie is geen optie. Die is op zaterdag om 12:00 uur dicht. Dat had ik nou niet verwacht…

Al na 30 kilometer doemen de bergen in de verte op. Dat betekent tot aan Nederland géén polderlandschappen meer. Ik zit te fluiten in mijn potje van dat blije vooruitzicht.

Overigens heb ik nooit muziek aan in mijn helm. Technisch zijn alle voorbereidingen daarvoor getroffen. Het is slechts een druk op de knop en dan schuiven Gazpacho of Steven Wilson langs mijn kale schedel door mijn goudvissenkommetje zo mijn grote oren in. Maar muziek leidt mij af. Waarschijnlijk omdat het teveel met mij doet. In de jaren negentig kreeg ik van mijn werkgever mijn eerste mobiele telefoon in mijn auto. Mijn dochter noemde mij toen al Coos Draadloos. Nu heet ik voor mijn lezers vast Coos Muziekloos.

Voordat ik de wat minder bevolkte bergen in trek, wil ik eerst even tanken. Klaarblijkelijk zijn de inwoners van deze omgeving hier wat betrouwbaarder, want ik kan hier gewoon voor de benzine met mijn creditcard aan de kassa betalen. Wat een ongekende luxe. De Italiaanse maffia zit echt in het zuiden van Italië, hoor. Hier zijn ze rijk en hebben ze geld. En vertrouwen dus!

Ondertussen is het 25 graden. Best warm. Ik ben blij met mijn dunne hightechshirtje dat lichaamsvocht extra snel afvoert. Katoen wordt nat en blijft nat. Dit spul droogt ultrasnel op.

Een poos later rijd ik de bergen in en stijg als een berggeit steeds verder omhoog. Een vuistregel is dat er één graad per honderd meter van de temperatuur af gaat. De temperatuur zakt naar 19 graden.

Tijdens een fotomoment onderweg trek ik een extra truitje aan. En bij het volgende fotomoment gaat de Goretex-voering losjes in mijn jas. Dan is het nog maar 14 graden.
Een goed halfuur geleden nog 25 graden.

De donkere wolken blijven steeds wat dreigen, maar de zon heeft de overhand.

In de verte ligt sneeuw. De zon speelt met de wolken en met de door groene bomen bedekte bergen. Sommige stukken lichten licht op, andere stukken blijven donker. Het is een levendig tafereel en een prachtig gezicht.

Uit die donkere wolken is een paar uur terug regen gekomen. En dat is jammer, want nu is de weg nog nat. Dat drukt het tempo.

Bij de Lidl scoor ik een broodje en een sapje voor onderweg. En dan dender ik door naar de Passo Staulanza en de Passo Duran. De Staulanzapas verbindt de Bellunese bergdalen Val Fiorentina en Val di Zoldo met elkaar en de Duranpas vormt de verbinding tussen het dal van de rivier de Cordevole en het Val di Zoldo.

De enorme klim naar boven is dertien kilometer lang. Ongeveer drie kilometer voor de pashoogte bereikt de pas een hellingspercentage van 14%. Twee kilometer lang allemaal tornanti. Wel dertig! De één na de ander. Om draaierig van te worden. Maar machtig om hier te kunnen sturen. Het Italiaanse asfalt is ook veel stroever dan in Spanje en Portugal. Het geeft bijna altijd vertrouwen.

Onderweg tref ik een echt mooi kasteel. Het hoort thuis in een sprookje. Of in de Efteling.

Ik kom hoger en hoger. Reuzen spelen hier ‘s nachts met de bomen het spelletje Mikado uit mijn jeugd.

Rond de 1800 meter ligt sneeuw. Dan bestorm ik met de nog immer loodzware BMW Passo Pordoi. Die gaat zelfs naar 2240 meter. Dit zijn de beroemde passen uit dit gebied. De natte droom van elke motorrijder. Het is er 6 graden en ik rij nog steeds met mijn zomerdoorwaaihandschoenen aan en zonder extra voering in mijn motorbroek. Het gaat wel. Of zou ik gewoon helemaal geen watje zijn? Is dat een optie? Wat denken jullie?

Passo Sella ligt ongeveer op dezelfde hoogte en ook hier ligt ruim sneeuw. De maatjes van mijn motorclub gaan over een paar weken weer naar dit gebied. Ik ben er dit jaar niet bij, maar hier alvast een impressie, vrienden en vriendinnen! Er ligt in die periode vast nog sneeuw. Heerlijk.

En terwijl aan de ene kant de sneeuw aan de kant van de weg ligt, bloeit aan de andere kant de hei. Fantastisch om hier weer te zijn. Ik rijd naar de mij bekende camping Seiser Alm op 950 meter hoogte. De camping is een topper met sanitair van het nivo van een kuuroord. Helaas verhuren ze alleen berghutjes voor een hele week. Gelukkig maar, want het wordt hier vannacht 6 graden. Daarom wijk ik maar uit naar het dorp, hier in de buurt.

Genoeg gevangen voor the Catch of the Day. Was je ooit in de Dolomiti? Prachtig gebied! Zeker op de motor. Zet ‘m op je lijst.

Uiteindelijk beland ik vier kilometer verderop, in Völsch am Schein. Voor mij een bekende plaats uit één van mijn eerdere reizen. Ik zit in het prima hotel Rose Wenzer.

ZIJ BESTIERT AL 70 JAAR EEN HOTEL

Een zeer vriendelijke ietwat warrige oude dame schrijft mij in. Op een oorkonde aan de muur staat dat Rose Baumgarten al 50 jaar dit hotel Rose Wenzer bestiert. En als ik noges goed kijk, dan zie ik dat die oorkonde uit 2001 stamt. Miljonair, stokoud en alleen maar datgene kunnen en willen doen wat je je hele leven al doet. Maar goed, zij is er gelukkig mee, hoop ik maar.

Als ik er om 22:00 uur achter kom dat ik de enige gast in het hele hotel ben, stel ik de oude dame voor dat ze voor mij nog een biertje inschenkt en dan zelf lekker naar bed gaat.

Ze laat mij zien hoe het licht uit moet en zegt wel vier keer dankuwel.

Achgossie…

Wil jij nog veel meer PASSIE VOOR MOTOREN lezen? Wellicht is het dan leuk om lid te worden van onze super gezellige besloten FACEBOOKGROEP, via DEZE LINK. We hebben nu bijna 3.000 leden!

Coos op Reis: ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Het is vandaag 4 mei.

(Redactie: op het moment dat Coos van der Spek dit verhaal schreef was het 4 mei dus. Ikzoekeenmotor.nl publiceert hier met wat vertraging zijn 66e verhaal in de serie Coos op Reis.)

Vannacht viel er heel veel regen. Niet normaal. Mijn wasje is er niet droger van geworden. Maar … nu is het droog en schijnt af en toe de zon. Zonnebril en factor 50 op en de korte kant van mijn sexy en verleidelijke afritsbroek aan. Een inmiddels bekend programma onder mijn lezers.

De vriendelijke mevrouw van de supermarkt snijdt verse salami op een grote bruine bol. Samen met een liter verse melk ga ik kauwend op mijn lekkere broodje, met mijn rugzak op pad. Ik voel mij net een zwerver. En zo is het ook natuurlijk…

Ik ga vandaag met de boot naar Venetië. Venetië is ontstaan in de 5de eeuw en was vroeger één van de belangrijkste havens van Europa. Het speelde een belangrijke rol in de Europese geschiedenis. In de 18de eeuw echter verhuisde de handel naar de Atlantische Oceaan, onder meer naar Antwerpen en Rotterdam, en werd Venetië een dode stad.

Na deze ultrakorte geschiedenisles wandel ik eerst een kilometertje naar de veerpont en vaar dan in circa 40 minuten met de boot van Punta Sabbioni naar Piazza San Marco, het grote en bekende plein in Venetië.

Een heen-en-weertje kost 15 euro, maar voor 20 euro kan je dan ook binnen Venetië de waterbus vrijelijk gebruiken. Lijkt mij leuk. Ik doe het. Ik moet het kartonnen kaartje éénmalig activeren en vervolgens opent de ingebouwde RFID-chip de deuren naar de platforms. Dat hebben die Italianen beter voor elkaar dan de afgekeurde hogesnelheidstreinen die ze naar Nederland hebben verscheept.

Het is lekker druk maar als je een beetje uit de mainstream van de andere toeristen blijft, dan is het goed te doen. Natuurlijk kom ik langs de brug der Zuchten. Eén van de bekendste bruggen in Venetië. De brug is een verbinding tussen het Dogepaleis en de gevangenis. En verderop de Rialtobrug over Canal Grande natuurlijk. De brug stamt uit 1591. Ik wil bij een andere brug een foto maken zonder toeristen, maar dat is een kansloze missie. Als Lemmingen blijven ze komen. Japanners! Grrr…! Ik moet trouwens ook altijd aan Pearl Harbor denken….

Er staan flinke rijen belangstellenden voor de Basilica di San Marco, Piazza San Marco patrimonio dell’Umanità en de Logetts e Campanile. Die moet je gezien hebben natuurlijk. Maar ik heb geen drie dagen. Ik heb maar één dag. Dus niet in de rij voor mij. Gelukkig maar. Een Duitser roept naar jongelui dat het verboden is om de duiven te voeren. Jaja, de Duitsers zullen ook de regeltjes eens niet uit het hoofd kennen. Wat een natie, hè. Op dezelfde hoop als de Jappen. Kijk maar naar hun bombardement in mei 1940 op Rotterdam… Hahaha. Lekker ff trappen.

Jaren geleden reed ik voor mijn werk elke dag van Linschoten naar Veghel. Bijna 180 km per dag. En het laatste stuk de teller op maximaal 80 km langs het Wilhelminakanaal. Kwam geen eind aan. Staat er plots een keer iemand water uit het kanaal te drinken. Ik stop en roep dat het water sterk verontreinigd is. ‘Wass sagen Sie?’, krijg ik als antwoord terug. ‘Immer mit zwei Händen trinken!’, roep ik en rijd vlug verder.

Terug naar Venetië. Ik wandel langs alle beroemde merken zoals Versace, Prada, Michael Kors, Chanel, Gucci etc. Die merken draaien hun hand niet om voor een handtasje van drieduizend euro. Ik sla al op tilt bij een nieuwe tanktas van BMW voor 230 euro.

Ik zie talloze mensen selfies maken. Honderden! Kom je terug van vakantie, heb je alleen maar foto’s van je eigen ponem. Die had je net zo goed thuis op je eigen balkon kunnen maken. Of snap ik iets niet?

Ik heb verder ook geen idee hoelang geleden de Japanners met elkaar hebben afgesproken om zich zo stijf mogelijk vóór het onderwerp te positioneren en zich vervolgens ‘spontaan’ te laten fotograferen. Ze doen het allemaal exact op dezelfde manier. Lemmingen dus, dat schreef ik al.

Ik wandel door de straatjes naar Cannaregio, het oudste en meest authentieke deel van Venetië. Het is het oude 16e-eeuwse joodse getto. Het is prachtig.

In tegenstelling tot Rome zijn er hier geen Afrikanen die armbanden, zonnebrillen, horloges en andere zooi verkopen. Er ligt ook nergens troep op straat en ik zie gemeentepersoneel de pleintjes en straten vegen. Hier is de toerist echt de bron van inkomen. Venetië houdt Venetië schoon.

Ik zie ook nauwelijks politie. Dat is best wel logisch. Er zijn hier alleen maar toeristen die naar de cultuur en de historie komen kijken. Niemand komt hier om rotzooi te schoppen. Daarnaast zit je op een eiland en kan je nooit snel wegkomen.

Ik kijk bij een paar mannen die Het Nieuwe Venetië aan het maken zijn. Onder de grond van de eeuwenoude stad komt glasvezel. Op naar de volgende eeuw, want het leven gaat door.

Ik spring een paar keer op zo’n watertaxi. Dat is erg leuk. En gelijk een hele andere manier om Venetië te beleven. Op de kruispunten van waterwegen komen alle vaartuigen elkaar vaak tegen: waterbussen, lijn 1 en 2 en 3, taxi’s en gondels. Alles door elkaar. Mooie chaos. Whoeiii! En het gaat allemaal goed en lekker relaxed.

Een hele mooie dag vandaag. Venetië is echt een aanrader! Het is bijzonder. Pak het vliegtuig en stap op de waterbus naar je hotel. Voor 5 euro mag je de hele dag op de waterbus springen. Die gondels laat je links liggen. Ze zijn veel te duur. Ik ben een keer met een gondel het Canal Grande overgestoken. Voor 2 euro. Wat een Hollander, hè… Dus Venetië doen! Niet in het weekend natuurlijk. Het is best een dure stad, dus eerst ff sparen.

ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Ik bedenk mij plots dat mijn BMW wel veel op de foto staat. Zij gaat altijd een beetje extra rechtop staan, laat haar spiegels extra blinken en steekt haar tank naar voren als ik met mijn iPhone in haar buurt rondloop….

Zou mijn Duitse BMW dan tóch stiekem een Japanner zijn?

Genoeg gevangen voor The Catch of The Day! Kijk maar mee.

Coos op Reis: DOORKIJKBLOUSE

Het is bewolkt en ik hoor de regen zachtjes op mijn plastic dakkie tikken. Tik-Tik-Tik. Regen, das lang geleden! Maar het is 17 graden, de temperatuur valt best mee. En mijn ijzeren ros staat gelukkig overdekt, dus we kunnen samen opzadelen en inpakken zonder dat wij nat worden.

(We vervolgen onze serie Coos op Reis. Lezen aflevering 65…..)

Terwijl ik met mijn spullen aan het rommelen ben, stapt de buurman naar buiten. Hij heeft in precies zo’n zelfde huisje, ook zonder eierdopjes, als ik geslapen. Alleen …. hij stapt in zijn Maserati diesel. Jôh, ik wist niet eens dat ze bestonden en ik dacht dat huisjes zonder eierdopjes voor arme gepensioneerde motorrijders zoals ik waren. Zo’n auto kost ruim een ton.

Het campingrestaurant is gewoon open, maar er is niemand van het bedienend personeel aanwezig. Daarom haal ik de receptioniste op. Het allereerste dat deze dame doet, is de televisie aanzetten. Dat is immers het allerbelangrijkste, nog vóór de verse koffie, vóór de verse jus en vóór de warme croissants. Ik snap dat ondertussen wel.

Na mijn ontbijt op de camping is het droog. Gelukje. Ik stap met het regenpak in de aanslag op de motor.

Na vijftien minuten is het geluk op en sta ik in een bushokje dat regenpak aan te trekken.

Het heeft hier een hele poos niet geregend en de weg is aalglad. ‘Een beetje minder kolen op het vuur stokertje, en kalm aan met die soms ontembare paardenkrachten’, roep ik vanachter mijn loketje. Ik draai mijn windscherm een stukje naar beneden in de hoop dat de wind dan wat meer de regendruppels van mijn vizier blaast.

Verderop zit ik echt op de verkeerde weg. Gatver, het is een tweebaansweg, strak rechtdoor, gelijkvloerse kruisingen en heel druk. Niet normaal. Er zitten acht vrachtauto’s vóór mij en tien achter mij. Dat voelt niet veilig. Vrachtauto’s hebben met hun 12 brede banden veel meer grip dan ik met op mijn twee smalle loopvlakjes. Ik sla af en rijd de veel rustigere polder in. Dit is een stuk leuker. Het is hier 5 meter onder NAP. Net zo laag als bij ons thuis in Linschoten.

De drukke doorgaande weg van zonet is bijna niet te vermijden in dit waterrijke gebied. De bruggen zijn onderdeel van de weg. Elke keer kom ik weer bij die drukke weg. Dus een poos later moet ik weer de route verleggen. Zo hop ik van gehucht naar gehucht.

Ik laat bij Comacchio, in een ouderwets wegrestaurant voor chauffeurs, een lekker warm broodje salami-kaas klaarmaken door een mevrouw die met haar doorkijkblouse aan alle truckers net zoveel bloot geeft als ik, met mijn dagelijkse reisverslagen. Over wat ik doe, denk, eet en lik. En ook steeds weer alle tyfuszooi toon die ik elke keer op bedden in vreemde slaapkamers flikker waar mijn voorgangers hebben liggen rotzooien. Zou er een foto zijn, mannen? Is de paus katholiek? Whoehaa!

Het wegrestaurant is zo stokoud dat het nog de ouderwetse hurktoiletten heeft. Bretels van een motorbroek zijn daar gevaarlijk, denk ik. Gelukkig hoef ik het risico niet te nemen. Mijn boodschap ligt op mijn vorige overnachtingslocatie. Weten jullie dat ook weer.

Onderweg zie ik bewegwijzering naar Lombardije. Grappig, ik woonde van 1960 tot 1973 in Lombardijen in Rotterdam. De wereld blijft klein. In Bosco Mesola verbaas ik mij over de foto’s op het monument van de gevallenen. Nog niet eerder zo gezien. En dan zo’n snuitje van een kind er tussen. Wat oneerlijk.

Onderweg plots een bord van een BMW Motorrad dealer. Potver. Effe een vet shirtje scoren. Zijn ze gesloten. Had ik niet verwacht…

Na twee uur rijd ik de regen uit en wordt het 25 graden. Het heeft hier zelfs nog niet eens geregend.

Ik heb voor Venetië een strategisch aanvalsplan bedacht en maak een ruime omtrekkende beweging. Ik zoek en vind een mobilehome op Camping Miramare Venezia op 700 meter van Punta Sabbioni. En dat is voor mij helemaal prima. Mijn motor staat hier niet voor veel geld op een grote anonieme parkeerplaats, maar gewoon op het overdekte terras van mijn caravan.

Van Punta Sabbioni kan ik morgen met de boot in 40 minuten naar Venetië varen. Ik stap dan bij het San Marco plein uit. Dan struin ik door Venetië en mag met hetzelfde kaartje gratis met de watertaxi (Vaporetto). Wat een geluk, hè? Ik kijk er naar uit!

‘s Avonds in het restaurant, hier een paar honderd meter verderop, geven ze mij precies het juiste tafelnummer…

Als ik klaar ben met eten, kan ik echt niet weg. De regen komt werkelijk met bakken naar beneden. Wat een noodweer. Dus … nu moet ik ook nog persé een toetje nemen en begin ik maar vast aan mijn reisverslag. En terwijl ik dat typ, luister ik in mijn kleine wereld via mijn koptelefoon naar het nummer Time of Ye Life, Born For Nothing van Crippled Black Phoenix van hun prachtige album 200 Tons of Bad Luck uit 2009. Man, wat word ik nou blij en extra gelukkig van zo’n stukkie muziek… Het nummer duurt bijna 19 minuten. Mooie tekst ook aan het begin met ‘you only gonne be here one time in life, so get the most out of it’.

Yeah, dát lukt! Welterusten!

Coos op reis: VAKANTIEHUISJE ZONDER SEX

Het is 2 mei, als ik dit schrijf. Er is vandaag zon en bewolking.
Het is rond de 20°, dus het allermooiste weer om motor te rijden.

(We lezen aflevering 64 in onze serie Coos op Reis.)

Ik vervang eerst het defecte iPhone-kabeltje van mijn powerbank. Zonder stroom op mijn iPhone kan ik heel veel dingen niet. Natuurlijk heb ik een extra kabeltje bij mij. Alleen Sissies hebben dat niet…

Bij het afrekenen legt de receptionist van de camping een rekening van 150 euro op de balie. Ik kijk gelijk om mij heen of Bananasplit hier is. Maar helaas. Na wat vechten krijg ik een nieuwe factuur van 38 euro. De afspraak was immers dat ik mee kon liften op de aanbieding van 1 mei. Snel verdiend. Goedkope dag. Als jullie Janny tegenkomen, vertel haar dan svp…..

Tevreden met mijn kleine overwinning ga ik op weg. Ik volg een stuk de kust, draai dan het binnenland in en kom al rap in een mooie bergachtige omgeving. Het is een randje van de Apennijnen. Pas een hele poos later zakken we weer richting de kust.

Bij Marcelli ontdek ik in de verte steile krijtachtige rotsen. Ik stop aan het strand voor een foto. Een schilder werkt met een grote kwast wat witte panelen en deuren bij. Hij teert de verf er maar een beetje tegenaan en schildert alleen de heel lelijke, verweerde stukken. Vanaf dichtbij knapt het wellicht wel wat op. ‘Het ziet er vanaf hier echt niet uit, hoor!’, roep ik hard, tijdens het wegrijden richting het haventje. Vriendelijk steekt hij zijn hand op en zwaait terug. Een taalbarrière kan ook voordelen hebben….

Ik kom in een ander bergachtig stuk van de Apennijnen. Het doet hier wat Oostenrijks aan en de wegen zijn erg bochtig. Ik heb de laatste tien jaar een aantal speciale motortrainingen gevolgd. In Nederland, maar ook in het buitenland. Tijdens deze trainingen leer je o.a. dat je met je motor zolang als mogelijk aan de buitenkant van de bocht moet blijven. Omdat je motor dan langer rechtop staat, jijzelf meer zicht in de bocht hebt, jij eerder gezien wordt en na het kantelen van je motor jij weer aan de veilige binnenzijde van de weg terechtkomt. Buiten blijven, buiten blijven, buiten blijven en dan pas kantelen, leerden we toen.

De Italianen hebben deze training echter niet gevolgd. Met alle gevolgen. Als ik de theorie van mijn trainingen blijf volgen, dan eindig ik ongetwijfeld nog eens met mijn hoofd in een Fiat Croma. Dus middel ik maar een beetje. Zeker niet rechts teveel naar de buitenkant. Want daar snijden die tegemoetkomende spaghettivreters met grote snelheid blindelings hun bochten af. In hun auto voelen zij zich allemaal Alberto Ascari.

Als rechtgeaarde Hollander probeer ik de woekerprijzen van de bediende benzinepompen natuurlijk te vermijden. Vrolijk fluitend rijd ik dus na lang zoeken een pompstation in met normale brandstofprijzen … en is alle brandstof uitverkocht. Alle tanks zijn leeg! Tja, iedereen komt híer tanken, natuurlijk. Ik denk dat de Italianen zelf ook best van al die bediende pompen af willen. Het verschil tussen 1,58 en 1,74 is gewoon te groot. Bediend tanken? Jôh, dat komt uit de jaren zestig en hoort bij stoomboten, telefooncellen en fax-apparaten. Onzinnige werkverschaffing.

Onderweg waarschuwt mijn navigatiesysteem mij steeds voor de oranje flitspalen die veelal aan het begin van de dorpjes staan. Het zijn net grote oranje vuilcontainers. Italië heeft ze nog niet zo gek lang massaal in gebruik genomen. De flitspalen staan er altijd, alleen weet je nooit zeker of er ook daadwerkelijk een camera in zit. Dat is elke keer een gokje. Nou, ben erg benieuwd wat er straks voor enveloppen uit Italië op de mat vallen.

Op jacht naar een goed plekkie om de door mijzelf in de supermarkt samengestelde risotto-salade op te eten, stuit ik op een wel heel erg laag viaduct. Dat de Italianen klein zijn is bekend. Maar nu moet ik mijn kin op mijn tanktas leggen om er onderdoor te kunnen. Maar het lukt. Ik ben nog lenig op mijn ouwe dag.

Rimini laat ik rechts liggen. Daar keken we in het verleden al eens naar binnen. Dat trekt mij niet zo. Te hoog Frietje-van-Pietje- en hamburgergehalte. San Marino ligt in de buurt. Het is een apart ministaatje, maar dat komt qua planning nu ff niet uit. Ik ga door, anders kom ik te laat op mijn overnachtingsplek aan.

Nog even met de veerpont naar Porto Corsini en dan ben ik op de camping. Ik ben hier voor één nachtje. Het is een tweesterren-camping. En ook een tweesterren-huisje. Dus stel ik weinig eisen. Maar in dit simpele huisje van 40 euro is werkelijk helemaal niks. Ja, twee gezellige TL-balken. Het warm water staat nog niet aan. Er is geen vork, geen glas, geen lakens en dekens en zelfs geen toiletpapier. Maar…die toiletrollen heb ik natuurlijk bij mij. Nog van thuis. Die hebben heel wat kilometers gemaakt. Ze zaten waarschijnlijk klem want ze zijn nu vierkant. Maakt niet uit. De motor staat een meter van de voordeur overdekt op het terras en ik kan via het strand naar het dorp wandelen om daar te eten en door het pikdonkere bos terug. Das weer eens iets anders.

In het dorp zijn de meeste restaurants gesloten. Het horecapersoneel ligt voor pampus achter de televisie, moe van de feestdag gisteren. Eén restaurant is wel open. En daar tik ik de hoofdprijs af voor mijn diner. Pfff…

Morgen reis ik verder. Naar Venetië! Kijken of ik iets slims kan bedenken om daar handig te komen….

Verder nog iets leuks? Jazeker! Loop ik in het dorp, hoor ik een Sinterklaasliedje spelen op de kerktoren. Ik heb het eerst niet in de gaten. Ik loop gewoon ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’, mee te zingen. Gekke Italiaanse kerktoren. Of zou ons Sinterklaaslied gewoon een oud deuntje van die Romeinen zijn?

Owja. En ik babbel in het dorp even met een prachtige poes. Jeeetje, wat is-tie móói!

VAKANTIEHUISJE ZONDER SEX

Stel jezelf nou eens voor dat je als familie drie weken met elkaar op vakantie gaat. Naar Italië. Je kijkt er al de hele winter naar uit. Je vrouw heeft speciaal een piepkleine bikini gekocht waar jij alle lange, hete stranddagen naar mag gluren.

En dan kom je vervolgens in dit huisje van mij terecht. Jullie hebben twee kinderen. Van een jaar of twaalf. Die alles al weten… En dan slapen jullie allemaal in één kamer in je eigen éénpersoonsbed… Fijn voor je sexleven… Gelukkig staat er ook een grote televisie…

Coos op Reis: VIAGRA

We volgen al een tijd de reisverhalen van Coos van der spek. Als je op de foto klikt (of hier op deze groene tekst) dan kom je vanzelf in de hele serie, dit is vandaag verhaal nummer 63…
De laatste verhalen publiceren we nu ongeveer elk weekend.

Ik ben in Porto Sant’Elpidio. Het is bewolkt en af en toe piept de zon er even tussendoor. Het is een graad of 20, het voelt lekker zwoel aan en er komt een zacht windje van zee.

Ik besluit om nog een nachtje hier te blijven en wandel na het ontbijt naar de boulevard, hier honderd meter vandaan. Het is 1 mei. De Dag van de Arbeid. Ze vieren de invoering van de achturige werkdag. Nou, daar begin ik niet meer aan, hoor. Dat is zonde van mijn vrije tijd. In Europa is deze dag in bijna alle landen een officiële feestdag, op een paar landen na waaronder Nederland. Ze noemen het in Italië Primo Maggio, één mei. Dat is makkelijk te onthouden.

De Italianen brengen feestdagen veelal door met familie. Ze gaan ergens met z’n allen in een park picknicken of ’s middags met elkaar uit eten. Ik zie het glaswerk en het bestek al verwachtingsvol glimmend op lange gedekte tafels in de restaurants liggen.

Op de boulevard is markt. En zeker niet zo maar eentje. Deze markt is ruim vier (!) kilometer lang. Ik wandel langs festiviteiten voor kinderen, een kermis met een spookhuis, botsautootjes en allerlei draai- en beweegdingen waar ik al misselijk van word als ik er naar kijk. Het is net Koninginnedag. Er is muziek en tussendoor bewegen allerlei artiesten zich. Het is ene grote happening en de hele provincie heeft hier vast het hele jaar naar uitgekeken. Het ziet zwart van de mensen. Volk uit het dorp, maar ook boeren en buitenlui.

Achter de markt een groot veld en … plots ontdek ik waar al die campers gebleven zijn. Lekker gezellig daar, hoop ik voor ze…

Erg leuk om op zo’n markt rond te snuffelen. Ze verkopen werkelijk van alles: schoenen, kleding, gereedschap, noten, kruiden, pannen, open haarden, kussens en heel veel eten en drinken.

Er is trouwens niks maar dan ook helemaal niks op die markt dat ik graag zou willen hebben.

Het betekent dat het óf allemaal zooi is of dat ik alles al heb. Ach, ik zou er op mijn motor toch geen plek voor hebben.

Ik sta een poos te kijken bij een grappige act van een man in een kinderwagen. Hij praat tegen de toeschouwers met een piepstemmetje en heeft twee poppenarmpjes. Zo meteen vind jij het ook leuk… Als twee vrouwen een selfie met hem maken, knijpt hij hen plotseling van onder zijn kleed uit, in hun kuitjes. Iedereen giert het uit. Kijk maar:

De Italiaanse racefederatie heeft, op het asfalt van een stuk parkeerplaats, voor de koters een circuitje afgezet. Er staan, pal naast de kassa, piepkleine pikzwarte motortjes te wachten op racegrage jochies. Een juf knoopt ze vluchtig wat slecht passende bescherming op hun onderbenen en onderarmen om en zet ze vervolgens een veel te grote helm op. Het beschadigde vizier klapt steeds hinderlijk vanzelf weer naar beneden. De knulletjes krijgen verder geen protectie en ook geen handschoenen aan. Hup, in je T-shirt en je korte broek op die motorfiets stappen. De Italianen gieten het gevaar met de paplepel in.

Sommige jochies stuiven zó weg en nemen de bochten als ware coureurs. Erg leuk om te zien. Ik zit er wel een uur te genieten.

Een jochie met een Tom&Jerry-helm op, kijkt waarschijnlijk al jaren met zijn vader naar de MotoGP en ziet zijn held Valentino Rossi op televisie elke bocht op volle snelheid met het grootste gemak nemen. Wees eerlijk, als je het op de buis ziet, dan lijkt het voor leken ook allemaal erg eenvoudig.

Het joch krijgt nog wat aanvullende instructies van de stalmeester. Maar ik zie dat hij er niets meer van hoort. Hij heeft ‘de starende blik op oneindig’. Op het moment dat de kleine man op zijn machientje stapt, is het een ander mens geworden. Hij gluurt met een waas voor zijn ogen door het beschadigde vizier van de te grote helm, die inmiddels half over zijn ogen is gezakt. Hij tilt zijn kin op om redelijk te kunnen kijken. Híer staat Valentino Rossi de Tweede, nu nog in de dop. Hij geeft vol gas en stuift onverschrokken weg en … rijdt bij de allereerste bocht gewoon rechtdoor tegen de opblaasvangrail aan. De motor veert terug en hij verdwijnt met zijn blote beentjes in de lucht achter die dikke witte lekkende opgeblazen worst. Ik zie alleen zijn teentjes in zijn schoentjes spartelen…

Ik moet gaan zitten van de lach. Het is zó komisch en zó snel gebeurd. Gewoon rechtdoor. Beng! Hij nam niet eens de moeite om de bocht te nemen. Geen idee hoe dat nou moest. Nooit aan gedacht.

Met hulp van de stalmeester krabbelt hij weer op. De meester zet ‘m op de motor en draait hem soepel de goede rijrichting op. Rossi stuift weer weg en gaat er als een kamikazepiloot vandoor. En beng noges tegen de opblaasvangrail. Hij valt wel vijf keer, maar blijft het prachtig vinden. Geen enkele angst. Net als allebei zijn ouders trouwens. Die staan er heel gelaten bij. Wat een rare
ouders. Koop later lekker een ouwe auto, jongen, denk ik. Je hebt duidelijk geen talent.

Ennuh …. gelukkig ben ik te groot voor die pokkedingen. Ik hoef niet… Pffff.

Eén moeder is echt verstandig. Dat zou mijn moedertje kunnen zijn. Zij haalt haar kind ervan af als hij twee keer in het opgeblazen condoom is gereden. Klaar. Gewogen en te licht bevonden. Later gewoon direct voor zijn autorijbewijs op laten gaan, mevrouw. Geef hem elke keer een hengst voor zijn harses als hij maar naar een tweewieler kijkt. Het zit niet in zijn DNA. Motorrijden moet in je genen zitten. Je kunt wel lessen nemen en het een beetje leren, maar pas als je vader het motorvirus in je moeder heeft geïnjecteerd en het werkelijk in je DNA zit, dan word je een motorrijder. Een echte. Eentje die met gevoel en instinct rijdt. Eentje die angst heeft én lef. Die zweeft tussen voorzichtigheid en roekeloosheid. Maar altijd binnen de lijntjes blijft. Geen gewone weggebruiker wil zijn. Die zitten immers veilig in koektrommels te appen op hun smartphone.

Bijna aan het einde van de boulevard speelt ruim een uur lang een Pink Floyd Tribute Band. Een gratis Concert at Sea. Mooooooi man! Wat een geluk. Tegen half zes spelen ze ook nog het lievelingsnummer van elke rechtgeaarde Pink Floyd-fan: het bijna zeven minuten durende Comfortably Numb van het album The Wall uit 1979. In deze song wordt Pink, de hoofdpersoon van het album, langzaam gek en kan alleen onder de invloed van toegediende medicatie nog ontspannen. De zee als decor, het zachte briesje over het groene gras, het geroezemoes, het gedrentel van de Italianen achter mij, het sfeertje en de ozo bekende tonen in mijn oren. Ik heb in mijn lange leven nog nooit hash gebruikt, nog nooit ergens een snufje van genomen of een raar pilletje geslikt. Vanaf The Rolling Stones  ben ik gewoon groot en oud geworden met de muziek die door mijn hoofd en met mijn ziel speelde. Ik was met Janny bij concerten van Pink Floyd zoals in 1977 bij Animals Rotterdam-Ahoy. Ik heb dit specifieke nummer wel duizend keer gehoord in mijn leven. De tranen lopen over mijn wangen…. Pffff.. Blijft sterk spul, dat Fisherman’s Friend.. Móóier wordt het deze reis niet. Stukkie meekijken:

Net zoals de Veluwe voor de Nederlanders is, is de oostkust duidelijk voor de Italianen. Op de markt, op de hele camping en in restaurants zie en hoor ik geen enkele andere nationaliteit. Alleen maar Italianen. Die dan ook echt alleen maar Italiaans spreken en nauwelijks Engels.

Mijn wereld is klein en erg lokaal vandaag. Ruim 20 kilometer in de benen.

VIAGRA

Op de markt ontdek ik bij een kraampje een wel héél bijzonder kaasje… Als een mevrouw van middelbare leeftijd ziet waar deze zestigplusser een foto van neemt, krijg ik een vette knipoog van haar…