Tag archieven: motorreis Argentinië

Door de bergen van Argentinië op de motor

Dit is een artikel in de serie van Hans den Ouden. Hij schrijft over zijn motoravonturen (die hij samen met Dia beleeft) over de hele wereld. Wij mogen deze verslagen publiceren op Ikzoekeenmotor.nl. Je kunt de reisverhalen trouwens ook volgen als je de groene TAGS onderaan het artikel selecteert. Zit je toevallig op Facebook, dan kun je ze ook lezen via deze groep op Facebook.

Regen, bergpassen en nog meer regen

We reden vanuit Malarguë in de richting van Mendoza. Het eerste stuk, over de Ruta 40 is rechttoe, rechtaan.

We wilden niet in Mendoza verblijven, het is een grote stad, in de regio ruim een miljoen inwoners.

De stad is vermaard om zijn wijnen, de beste van Argentinië, maar helaas ook om zijn criminaliteit.

We waren er op onze vorige reis ook dus sloegen we het nu over en zo reden we naar Uspallata, in de bergen. Dat is het andere uiterste, een klein plaatsje.

We namen intrek in Hosteria Uspallata. Het is een luxueus hotel met enorme kamers, een kingsize bed en een jacuzzi op de kamer. Tegelijk zitten de stopcontacten allemaal los, de afvoer van de wastafel is niet helemaal goed aangesloten en de kraan om de jacuzzi te vullen zit naast het bad, zodat je het ding moet vullen met de douchekop.

Heerlijk zulke dingen.

Het hotel ligt vijf kilometer buiten Uspallata, dus namen we de motor om boodschappen te gaan doen en er te eten.

De volgende dag reden naar San Juan, dat is een vrij grote plaats, maar het was er uitgestorven en alles was dicht. Na veel zoeken vonden we een klein restaurantje, waar ze normaal eten serveren, maar nu konden ze alleen een tosti met een biertje leveren. Dat werd dus het avondeten. Het was de volgende morgen wat regenachtig, maar het was droog toen we vertrokken. De Ruta 40  reden we naar het noorden tot Jachal. Daar wilden we dan stoppen omdat het inmiddels was gaan regenen. Alleen er stond nergens een bord, er was geen bereik en zodoende zijn we er voorbij gereden zonder dat we het wisten. De 150 van Jachal naar Patquia is één van de mooiste wegen in het noorden van Argentinië.  Er lag wel wat modder op de weg en bij de afslag naar Patquía, aan de 38, stroomde een rivier over de weg. Terwijl ik met twee lokale motorrijders overlegde of de weg verder goed begaanbaar was, stond Dia geduldig te wachten in de modderstroom. Gelukkig was het droog toen we de RN150 reden. Het was er wel frisjes. Na aankomst in Patquia liep de temperatuur ineens op naar 30°C.

Gelukkig kon het regenpak ook uit. Na aankomst in La Rioja konden we het hotel niet vinden. Het was in ieder geval niet op de plek waar het had moeten zijn. Een aardige vrouw heeft samen met mij de kaart bekeken en stelde vast dat het drie blokken terug moest zijn. Daar vonden we evenwel ook niets. Het volgende hotel van mijn lijstje bleek wegens een verbouwing gesloten te zijn. Zo ben je toch al gauw drie kwartier verder. We vonden Hotel Sol del Velasco gelukkig wel. Daar hadden ze een ruime, airconditioned kamer voor ARS 55.000 (€34) voor ons.

De volgende dag reden we in druilerig, regenachtig weer naar Monteros, een klein plaatsje ten zuiden van Tucumán. Het hotel, Las Hortensias, vroeg omgerekend €72 voor een kamer, op Booking was de prijs €45. Ik betaal altijd liever aan het hotel zelf, maar de man van de receptie zei dat hij er niets aan kon doen, dus toen hebben we maar via Booking afgerekend. De kamer was overigens prima en de motoren stonden onder het hotel in de parkeergarage, veilig en droog.

Het heeft ontzettend veel en hard geregend in deze regio waardoor er veel modder op de weg ligt. We zagen het zelfs op het nieuws en in de kranten op de voorpagina staan. De weg van Monteros door de bergen naar de Ruta 40 ten zuiden van Cafayate is prachtig, maar de eerste 80km reden we weer in de regen. Eenmaal boven de wolken scheen de zon. Op de pas El Infiernillo rij je op 3042m hoogte. Boven op de pas liepen veel Lama’s en Alpaca’s. Dia kocht er twee paar sokken van Lama wol.

Eenmaal op de Ruta 40 weer beneden in het dal stroomde het vele water aan weerskanten met de weg mee.

Op sommige plaatsen zijn er, wat ze in de UK ‘fords’ noemen, waar de weg lager ligt, zodat het water weg kan stromen. Maar daar moet je dan wel door de modderstromen rijden.

Tegen de middag kwamen we aan in Cafayate. Op de bergpas was het 13°C en het stadje was het 25°C, met het regenpak nog aan, pfff. Cafayate is een toeristisch dorpje met een park/plaza in het midden waaromheen talloze restaurantjes zijn gevestigd. We vonden een hotel (Plaza) vlak naast deze plaza. Gelukkig weer een ruime kamer voor €39 per nacht. We blijven hier twee nachten. We naderen gestaag het noorden van Argentinië.

Wat anders op de weg, nog wat plaatjes en een Youtube video!

En de beloofde video:

 

Bosbranden en ander ongerief

Dit is een artikel in de serie van Hans den Ouden. Hij schrijft over zijn motoravonturen (die hij samen met Dia beleeft) over de hele wereld. Wij mogen deze verslagen publiceren op Ikzoekeenmotor.nl. Je kunt de reisverhalen trouwens ook volgen als je de groene TAGS onderaan het artikel selecteert. Zit je toevallig op Facebook, dan kun je ze ook lezen via deze groep op Facebook.

Van Villa Santa Lucía in Chile reden we naar Malarguë in Argentinië. Dat is bijna 1400 kilometer. Het was dan ook een reis van 6 dagen.

Toen ik naar de route keek van Villa Santa Lucía, naar het noorden richting Bariloche, zag ik dat de weg ten zuiden van El Bolsón was afgesloten. Bij het plaatsje Cushamen was een enorme bosbrand gaande en voor een deel was dat aan weerskanten van Ruta 40. Er zijn websites van de overheid waar je precies op kan zien waar de branden zijn. We besloten toch maar te vertrekken en we zouden wel zien of het tegen de tijd dat we daar in de buurt waren, nog steeds zo zou zijn. Er is ook eigenlijk geen andere weg die je kan nemen. In Chili zouden we dan een aantal ferries moeten nemen.

De grens over richting Argentinië veroorzaakte wat oponthoud want de douanier deed er ontzettend lang over om alles in te voeren in de computer. Zijn vrouwelijke collega, achter het loket naast hem, had intussen 7 andere reizigers over de grens heen geholpen. Na de grens volgt er een gravelweg van 80 kilometer. Het was weer flink hobbelen en schudden.

Ik zag op de site van de overheid dat Ruta 40 inmiddels weer open was. Wel reden we de hele middag in de rook. Inmiddels was er ook al 2000 hectare afgebrand en zagen we het vuur aan weerszijden van de weg, Er waren duizenden mensen geëvacueerd uit het gebied. In El Bolsón zijn veel cabañas en hospedajes, dus een onderkomen vinden was geen probleem. De dag erna kwamen we aan bij de volgende grensovergang om Chili weer in te gaan.

Voor de grens bij de pas stond een rij van meer dan 100 auto’s. Met de motor naar voren rijden werd niet toegestaan. Zo stonden we dus meer dan drie uur te wachten voor we Argentinië uit waren en dan nog Chili in. De grens was pas om 13:00 opengegaan en sommige automobilisten stonden er al vier uur . Zo was de frustratie voelbaar. Geduld was weer een schone zaak. Tegen 16:00 bereikten we de Chileense grens. Chili in is altijd tijdrovender, want de controle op groente en fruit is uitgebreid. Alle koffers en tassen worden gecontroleerd.

De oorzaak van dit geheel zag ik later bij het allerlaatste loket waar we langs moesten. Een Iron Man wedstrijd die tussen het dorp waar we nu zijn en Pucón plaatsvond. Je moet wat over hebben voor de sport. De weg hiernaartoe is overigens prachtig. De weg loopt door San Martin de los Andes, een mooi dorpje aan een meer en slingerend door de bergen.

Het plan was om na de grens door te rijden naar Villarica. In Curarrehue zag ik echter een B&B en verderop een restaurant. Het was mooi geweest. De B&B wordt gerund door een jonge vrouw, die het bedrijf sinds zes weken over heeft genomen van haar oma. Het heet ‘Hospedaje La Mami’. Eten deden we in het dorp bij een authentiek lokaal restaurant. Dia at een paard en ik een gevuld varken. Erg lekker! Vanavond ging twee keer een alarm af in het dorp. Er blijkt ook hier verderop een bosbrandje te zijn ontstaan vanavond.

Midden in de nacht werd ik wakker van een niersteenkoliek en daarom deden we het even rustig aan. Ik heb er gelukkig niet vaak meer last van, maar soms is er opeens weer een steen. Niersteenkolieken zijn ontzettend pijnlijk.

We reden daarom naar Talca over de snelweg om even wat kilometers te maken. Vanaf Talca, een stad met 220k inwoners, rij je in een uurtje naar de Andes. Over de 115, die in Argentinië overgaat in de 145.

Ik had tegen ChatGPT gezegd dat hij een mooie route moest uitzetten. En dat is zonder meer gelukt.
Het was een van de mooiste ritten tot nu toe. Talloze bochten en vergezichten en weinig verkeer. Nou ja, kijk maar naar de foto’s.

We reden 325km. Onderweg kwamen we langs de “Valle de los condores” en ze waren talrijk. Fotograferen is natuurlijk lastig maar eentje staat er toch best leuk op. In de bergen was het wel kil, de extra laag moest uit de tas komen.

De Paso Pehuenche ligt op 2553m. en de wind wakkerde aan in de middag. De grensposten van Chili  en Argentinië liggen bijna 100km uit elkaar. Vorige keer moest ik ter plekke een hotel opgeven, anders mochten we Argentinië niet in. Nu werd er hoegenaamd niets gevraagd. Ik zoek meestal wel een hotel uit, waar we heengaan, maar we boeken eigenlijk zelden. Ik wil eerst weten of de motoren veilig staan. Het hostel (Plaza Maule) van gisteren had wel een goede garage, maar was verder een van de slechtste tot nu toe. Het lag wel bij een enorm overdekt winkelcentrum met talloze winkels en restaurants. Het hotel van vandaag heet Rio Grande en is luxueus en aanzienlijk goedkoper dan het hotel van gisteren.

Nog wat indrukken van deze motorreis en de video eronder:

Ripio, Los Malditos

(Een artikel in de serie van Hans den Ouden,
de motoravonturen die hij samen met Dia beleeft
kun je ook volgen via deze groep op Facebook)

Het was op 4 januari 2026 een warme dag, met temperaturen tot 32ºC. We rijden op de motor in Argentinië. Tussen El Calafate en Perito Moreno zijn veel wegen niet geasfalteerd.  Het stuk van Ruta 40 dat bekend staat als Los Malditos 73 en het is echt een zwaar stuk om te rijden.

Hadden we op de heenweg naar het zuiden de wind om ons te plagen, nu was het de warmte. Want diepe gravel vereist veel concentratie en je moet echt goed opletten dat  je in het spoor blijft, want daarnaast ligt een strook van 10-15 cm diepe keien. Hoe lastig dit traject is, blijkt uit het feit dat er aan weerskanten pick-up trucks staan waarmee je de motor naar de andere kant kan laten brengen. Dat kost US$250. We zagen diverse motoren opgeladen worden voor deze tocht.

De Malditos eindigen bij Gobernador Gregorus. Daar is een prima hotel, met airconditioning, hotel Parador geheten. Ondanks dat het open had moeten zijn, was er niemand en daar stonden we dan in de bloedhitte in onze warme motorpakken. In dit soort dorpjes  kent iedereen elkaar dus toen we eens verderop gingen kijken kwam een van de buren naar buiten en die wist waar de eigenaar was. Zo konden we toch weer een koele douche nemen in een al even koele kamer.

Overigens stond er bij de benzinepomp naast het hotel een enorme rij auto’s. We tanken eigenlijk altijd bij aankomst, zodat je niet ’s morgens moet beginnen met een tankstop. Nu besloten we dan toch maar te kiezen voor de volgende dag. Gelukkig was er toen vrijwel niemand.

Na Gobernador Gregorus loopt de weg 350 km door naar Perito Moreno. Dat stuk was op onze vorige reis een uitdaging geworden omdat de wind zo hard was, dat onze actieradius terugliep van 400 naar 250km en dan wordt het een uitdaging. Er is een pompstation in Bajo Caracoles, maar dat is vaak gesloten en soms hebben ze geen benzine.

Het pompstation hoort bij een winkel annex bar annex hotel, maar als de winkel dicht is, is de pomp ook dicht. Deze keer waren ze open, al hadden we Perito Moreno ook wel gehaald zonder deze stop. Maar je wet nooit of het volgende station wel open is.

Onderweg zagen we naast de lama’s ook veel nandoes. Bij Bajo Caracoles stonden de lama’s gewillig te poseren maar nandoes zijn een stuk lastiger. Ze zijn familie van de struisvogel en kunnen dus ook ontzettend hard lopen.

Ze staan keurig langs, of zelfs op de weg, maar zodra je stopt gaan ze er als een haas vandoor. We verbleven in Perito Moreno in hetzelfde hotel als op de heenweg en de volgende morgen reden we naar de grens van Chili. Uitchecken uit Argentinië ging razend snel, maar de Chilenen hadden er zin in. Alle bagage moest van de motoren en door een scanner, op zoek naar groente en fruit en andere biologische bedreigingen. Nadat, in 2022, onze mandarijntjes in de kliko verdwenen, letten we goed op. Een half uur later konden we weer verder rijden.

Na de grens rij je op Ruta 265, die is grotendeels onverhard, maar de uitzichten zijn fenomenaal. Om 1500 u waren we in Puerto Tranquillo (vertaald als Rustige Haven). Daar zijn de marmer grotten. In 2022 deden we de tocht daarheen, dat hebben we nu daarom niet gedaan. Een leuke overnachtingsplek vonden we in de Cabañas donde Joaquin. Na het eten liepen we nog een rondje langs het meer en genoten van de mannen op hun paarden. Criollo paarden volgens Google Lens, ik heb geen verstand van paarden, dus als het Paso Fino paarden waren, vind ik het ook goed.

De Youtube video bij dit verhaal van Hans en Dia:

Je moet er geweest zijn…

(Een artikel van Hans den Ouden,
de motoravonturen die hij samen met Dia beleeft
kun je ook volgen via deze groep op Facebook)

In december 2025 reden we op onze Suzuki’s van Valparaiso in Chili naar het zuiden. Hans rijdt op een Suzuki V-Strom 800DE en Dia op een Suzuki V-strom 650 DL.

Van Valparaiso naar Ushuaia is ongeveer 3800 km, ongeveer net zo ver als van de Noordkaap in Noorwegen tot Clermont-Ferrand, halverwege Frankrijk. Of van Rotterdam tot aan de grens tussen Turkije en Armenië. Je maakt heel wat kilometers in Zuid-Amerika.

In 2022 hadden we hetzelfde plan, rijden van Valparaiso naar Ushuaia. Maar waarom dan nu weer? Het probleem in het zuiden van Zuid-Amerika is vooral de wind.

In 2022 was de wind zo hard dat we zelfs een keer door de politie werden staande gehouden. Ze adviseerden ons om een hotel te zoeken, daar de wind nog veel harder zou gaan waaien. Normaliter steekt de wind altijd rond de middag op en kan je in de ochtend goed rijden. Maar toen de politie ons staande hield was het pas 10:00 in de ochtend. We hebben toen twee dagen gewacht tot we weer verder konden, in een dorpje waar hoegenaamd niets te beleven was.  Uiteindelijk kwamen we niet verder dan El Calafate. De wind nam weer toe en de lokale mensen vertelden ons dat als we nu nog verder naat het zuiden zouden rijden, richting Punta Arenas, dat het wel eens drie weken zou kunnen duren voor we weer verder konden. Van El Calafate, via Punta Arenas naar Ushuaia is nog zo’n 1100km, dus sowieso een heel eind. We besloten toen om niet verder zuidwaarts te gaan en reden naar het noorden, uiteindelijk eindigend in Alaska.

Deze keer gingen we welgemoed verder. We reden voornamelijk vroeg in de ochtend, sommige dagen zaten we al om 07:00 op de motor en deze keer haalden we het wel.

De grote havenstad, Punta Arenas was de plek waar we verbleven, dat ligt weliswaar wat van de route, maar veel andere steden zijn er niet en dus ook geen hotels. Het is een stad met veel industrie en 137.000 inwoners. Opvallend is dat er veel mensen van Kroatische afkomst wonen, tot wel 50% van de bevolking.

Tierra del Fuego (Vuurland) is deels Chileens en deels Argentijns, de grens is kaarsrecht van noord naar zuid. Ushuaia ligt in Argentinië en je moet dus zowel op de heen als de terugweg de grens passeren. Dat is elke keer weer even werk, want je moet niet alleen zelf de grens over, maar ook iedere keer een TIP (Temporary Import Permit) voor je motor regelen en verder is Chili nogal streng op de import van groente en fruit en elke keer is er daarom een uitgebreide controle van de bagage. Dat doen ze tegenwoordig met de apparatuur zoals je die op vliegvelden ziet, maar dat betekent wel dat je iedere keer de bagage van de motor moet halen en er weer op zetten. Ik denk dat we op deze reis wel weer een keer of zes de grens tussen Chili en Argentinië gepasseerd zijn.

Ushuaia is zelf een havenstadje dat niet erg interessant is. Er komen veel toeristen die naar Antartica gaan. We hadden vastgesteld dat de hotels er erg duur waren en besloten al te voren dat we twee dagen zouden verblijven in Rio Grande aan de oostkust van Tierra del Fuego en dan in een dag heen en weer zouden rijden. We reden tweehonderd kilometer van Rio Grande naar Ushuaia, aten een luxueuze lunch en reden weer terug. Tierra del Fuego is anderhalf keer zo groot als Nederland, maar er wonen slechts 137.000 mensen en wat schapen en lama’s.

Nog wat indrukken van onderweg….

Hans en Dia, 22.000 km door Chili, Argentinië en Peru

Hans en Dia hebben weer een prachtige motorreis gemaakt.  Van december 2025 tot halverwege maart 2026 reden zij samen in Chili, Argentinië en Peru. Ze legden meer 22.000 km af en reden van zeeniveau tot 4800 meter hoogte in de Andes. Ze hebben er heel wat gefilmd. Je vindt enkele reisverhalen van Hans hier op de site via de tags HANS DEN OUDEN (onderaan het artikel). Of je kunt ze lezen via hun eigen Facebook groep. Hieronder alvast een korte montage van wat beelden op YouTube.