Tag archieven: reisverhalen serie

Coos op Reis: Middelburg en Portugal

De wereld is nu ruim een jaar in de ban van Corona. En terwijl er door motorrijders momenteel nauwelijks tot niet gereisd kan worden, genieten wij van de verhalen van Coos van der Spek in onze serie “Coos op Reis”.  We krijgen al vragen van lezers zo van:  “Hee, waar blijft het volgende verhaal van Coos?” Welnu, hier is nummer 19 dus.

Middelburg en Portugal

Het is 16 maart en prachtig weer. Half bewolkt. Prima voor een ingekorte afritsbroek, zonnebril, factor 50 en een BMW-truitje in de aanslag.

Vroeg in de middag wandel ik voor mijn lunch zo’n 10 km door het bos naar het dorp Hinojos. Het is een mooie en rustige omgeving en onderweg geniet ik van het groen en alle bloemen.

In het restaurant organiseer ik een pannetje garnalen. De dame plaatst ze borrelend en sissend in de olie op tafel. De geuren van knoflook en rode pepers vullen de lucht. Een paar stukken vers stokbrood maken de maaltijd compleet.

Een meneer tikt mij op mijn schouder en zegt dat, als ik uitgegeten ben, hij even met mij wil praten… Ik schrik er eigenlijk een beetje van, maar ben wel erg benieuwd.

Wat blijkt? De man is de baas van de supermark. Hij had mij gisteravond, toen ik daar mijn diner bij elkaar aan het sprokkelen was, ook al opgemerkt. En zonet heeft hij de logo’s op mijn kleding herkend. Hij komt op zijn gemak aan mijn tafel zitten. De man graait in zijn zak en toont mij vol trots foto’s van zijn BMW 1200 GS, alle drie zijn koffers en een enorme lawaaipijp. Hij is razend enthousiast en vertelt allemaal verhalen van zijn reizen, mooie gebieden in Spanje en interessante steden. En aan langslopende dorpsgenoten vertelt hij dat ik uit Hollanda kom. Erg leuk en gezellig. We hebben wel twee uur zitten praten.

Terug door het bos denk ik er glimlachend nog eens over na. Er schiet mij plotseling een dergelijke gebeurtenis uit het verleden te binnen. En die wil ik noges delen….

MIDDDELBURG

Enfin, wandelen we in Middelburg terug naar de auto. De wind giert door de straat in ons gezicht. Het is mei, maar koúd, jonguh…!

We stappen een willekeurig café binnen voor een warme versnapering. De eigenaar staat achter de bar. Hij ziet er gevaarlijk uit. Levensgrote tatoeages trekken mijn aandacht: afbeeldingen op zijn armen, teksten op zijn handen, op zijn vingers, in zijn hals en in zijn nek. De meest raadselachtige en bizarre geschriften geven aan hoe zijn ruige leven is verlopen. Hel en verdoemenis over zijn hele lijf. Een deel van zijn café bestaat uit oud meubilair van een gereformeerde kerk. Da’s vast nu van de duivel, bedenk ik mij.

Bij het afrekenen vraagt hij aan mij of ik straks nog even een minuutje heb…

Nondeju, ik gaf hem maar een euro fooi. Op een bedrag van 7 euro. Dat is onder de norm van 15%, flitst er door mij heen. Man, dat wordt hier echt knokken met die goser.

Heb ik, met mijn 1.95 meter, vanmorgen voor Jan Lul mijn hoofd kaal geschoren, heb ik voor niks vanmiddag mijn gevaarlijke zonnebril in het formaat van een Mengele brilletje opgezet en is hij niet bang van mijn onzichtbare bodywarmer, die mij zo breed doet lijken als de bodyguard van Willem Alexander?

Janny weet van niks, kijkt argeloos om zich heen en ik zoek in gedachten de kortste weg naar de uitgang.

Komt die kroegbaas met een plattegrond van Middelburg gemoedelijk aan ons tafeltje zitten!

Kijk jochie, ik zal jou es ff de mooie plekkies van Middelburg laten zien. Want jij bent een toerist en ik ben een echte Middelburger en ik vind dat ik wat voor mijn stadje moet doen. En hij toont ons op de kaart waar we die dag nog allemaal heen moeten, waar hij geboren is, wat het oudste gedeelte is en waar de film van Michiel de Ruyter is opgenomen en hoever je moet bukken als je een toertje met de rondvaartboot doet. Het is leúk en leerzaam!

En … hij weet o.a. precies te vertellen wáár de kazerne heeft gestaan waar ik in Middelburg in 1972 in militaire dienst zat. Natuurlijk zijn we daar even gaan kijken. Er is nu alleen nog maar een grasveldje over…

Toffe gast, die kroegbaas met al zijn tattoos. We gaan noges langs, hoor. Heeft hij verdiend!

Morgen reis ik verder. Naar Portugal. Ben benieuwd waar ik terecht kom. Het weer is niet zo best. Maar dat kan ik toch niet veranderen.

In de Catch of the Day uiteraard veel natuur.
Ik ontsnap wéér aan een hevige bui. Hij scheert precies langs.

Coos op Reis: HIJ SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN

De wekker gaat om 08:00 uur.

Ik hoor gelijk de regen op het dak. Grote, dikke vette druppels op het houten dakkie van mijn huissie. Tak-Tak-Tak. De regen wás voorspeld en het ís gekomen.
Gatver.

Het is vandaag 15 maart. Op die dag ging ik in militaire dienst. In 1972. Dat is zowat 50 jaar geleden. Gek, ik moet er op die datum altijd aan denken. Mijn militaire diensttijd was echt zonde van mijn tijd. Ik heb er niets geleerd. In dienst voor het vaderland. Jôh, koning en toekomstige ministers, ga lekker zelf ergens in de blubber schieten als je zo nodig ruzie moet maken, dacht ik, toen al. Ik was toen nog maar 19 jaar.


Ik ruim de boel op en pak mijn zooi in. Vandaag gaat de route richting Sevilla. Als ik mijn motor, bepakt en bezakt, uit haar overdekte parkeerplaats rijd, dan is het ondertussen gestopt met regenen. Lekker man!

Tijdens mijn ontbijt op de camping bepaal ik mijn strategie. Toen ik dit navigatietoestel koos, kocht ik er op mijn iPhone een applicatie bij. Die applicatie staat via het internet in verbinding met diverse diensten: de verkeersinformatie met files en wegafsluitingen, de flitspalen en mobiele camera’s en de weersinformatie. Mijn iPhone praat met blauwe tandjes op zijn beurt weer met het navigatiesysteem. Ik laad de geplande route op mijn navigatietoestel en start de weersapplicatie. De Garmin toont dat er forse regen precies in de knik van mijn route zit. Wat een móóie techniek allemaal, hè. Besturing en controle. En alles onder een knopje.

Maar terug naar de regen in dat knikje. Gatver. Extra jammer, want ik kreeg de sleutel van het appartement van mijn ouwe DAS-makker Rob Bloemer mee. Ik verheugde mij al op een paar dagen strand met de e-reader… Beetje bakken en braaien en wentelen als een sucadelapje. Dutje doen in de middag… Ik kan énorm lui zijn, hoor.

Ik besluit om de regen te ontwijken en kies voor een alternatieve route om zo de knik af te snijden. Ik bind mijn regenpak héél duidelijk zichtbaar achterop mijn motor en vraag of Anzar, de god van de regen, mij goedgezind wil zijn. Als Anzar ziet dat ik mijn regenpak bij mij heb, dan laat hij geen regen vallen. Zo is dat. Tja, en als je het niet kunt bewijzen, dan moet je het geloven. Want zó gaat dat met het geloof…

Het motormanagement van de BMW stel ik af op RAIN. Het maakt de motor minder fel. En dat is prettig en veiliger op natte en gladde wegen. En zeker bij het uitkomen van de bochten. Ik zet de handvatverwarming aan en ga op weg.

Ik klim de bergen in en zie de temperatuur rap zakken. Af en toe krijg ik van Anzar wat druppeltjes op mijn vizier. Dan bulder ik in mijn helm dat hij eens goed naar mijn regenpak achterop moet kijken. Heb je hem gezien? roep ik steeds. Ik heb mijn volledige regenpak bij mij! Kort daarna is het dan weer droog. Met een beetje grote bek houd je een hoop onheil van je af, hoor. Ik praat mijzelf wat moed in, dat hoor je zeker wel.

Ik stop voor een warme kop koffie. Een lieve dame doet de deur open. Eigenlijk is het restaurant nog gesloten. Allervriendelijkst maakt ze verse koffie en serveert er een kleine cake bij. Potver, als ze van déze dame nou eens 200 Spaanse buschauffeurs zouden maken, wat zou het dán voor toeristen leuk zijn om met de bus in Spanje te reizen.

In de koffietent trek ik gelijk een extra warme trui van BMW aan. Janny heeft er altijd een hekel aan als ik weer eens thuis kom met een nieuw kledingstuk waar BMW op staat. Het is twee keer zo duur en de kwaliteit is twee keer zo slecht, moppert ze dan. Maar ik vind het zooo leuk dat er BMW op staat, jôh. Ik ben gewoon een groot kind, blij met z’n warme truitje mét stoer BMW-logo. Ik kan altijd zó verlekkerd in de kledingrekkies daar kijken…. Haha!

Ondertussen ben ik in de buurt van Algodonales en is die nare regenhoek afgesneden. Ik verleg de route weer naar de oorspronkelijke route en gluur eens om mij heen. Ik zie blauwe luchten en ik zie dreigende luchten. Een beetje door elkaar heen. Ach, ik heb gewoon wat geluk nodig.

Soms stop ik voor een foto. Zo eentje met wat stralende luchten en wat zonneschijn. Maar dan halen de dreigende luchten mij rap in en gaat het plots weer druppelen. Gatver.

En opééns besef ik: Anzar zit mij achterna, hij zit mij op de hielen. Nondeju! Ik heb mijn regenpak gedurende deze gehele trip, die vanaf 28 februari aan de gang is, nog steeds níet aangehad. En das uniek. Das best lang. En dat schreef ik onlangs vrolijk in mijn verslag. En nu zint Anzar op wraak. Want hij wil geen vrolijke verhaaltjes. Daar is-tie potverdorie geen regengod voor geworden. Anzar wil mij vandaag in mijn spiksplinternieuwe hightech elastische kanariegele pakkie van Goedhart Motoren in Bodegraven zien, die smerige boef. Anzar wil mij nat, Anzar maakt er een wedstrijd van… !

Dus gauw een foto van die lucht maken en rap weer op de motor. Huphuphup. Ik moet Anzar vóórblijven. Dat stuk chagrijn zal zijn zin niet krijgen. Jij gaat mijn regenpak niet zien vandaag, sukkel. GO Coos, GOOO! Gas op die lolly!

En ondertussen ben ik nog steeds lekker droog. Ik zit te fluiten in mijn potje. Reteslim om dat smerige regengebied effe te vermijden. Geen moer aan.

Janny kan op haar iPhone tot op de meter nauwkeurig zien waar ik ben en vraagt via Whatsapp of ik in de regen rijd. Want dat kán bijna niet anders, typt zij. Zij weet ondertussen niks van mijn regenrace natuurlijk.

Maar het blijft maar lukken en ik blijf maar droog. Haha. Goed gedaan. Yeah! Ben jij ook wel eens zo tevreden over jezelf? Wellicht ik wel ietsje vaker dan de gemiddelde mens, hoor. Dat zou zo maar kunnen.

Maar je weet het: als ouwehoeren pudding was, dan heette ik DrOetker…Ik heb de naam én de daad.

Bij Montellano bolder ik tussen uitgestrekte olijfbomenvelden door. Links staan de knoestige oude olijfbomen en rechts de sprieterige jonge olijfbomen. Hoe moeten die ouwe nou de jonkies leren hoe ze olijven moeten maken? bedenk ik mij. Of zouden ze ‘s nachts weleens stiekem de weg oversteken, Darwin trotserend?

Ik maak een mooie foto van een solitaire boom. Samen met mijn motor. We hebben best veel gemeen, die boom en ik.

Onderweg kruist een dikke duif mijn weg en vliegt bijna tegen mijn hoofd. Het scheelt minder dan een meter. Ik kijk hem recht in zijn angstige oogjes aan. Alle G-krachten trotserend draait hij als een gevechtspiloot in een F16 op volle snelheid bij en voorkomt een enorme botsing met veel veren en onreinheid op mijn scherm en vizier. Goeie raceduif! Op een schaal van één tot tien krijgt hij een negen van mij.

De regen komt mij achterna. Ik moet steeds harder gaan rijden om Anzar vóór te blijven. Maar het is een ongelijke strijd. Anzar heeft geen stoplichten en rotondes. En bij mij ligt veel modder op de weg.

In Utrera geef ik mij gewonnen en vlucht ik een overdekt terras op voor een lekker broodje. De regent komt met bakken uit de lucht. Ik lach Anzar uit. Ik sta hier veilig droog. Mijn pak heeft hij nog niet gezien…

Het broodje is op en ik rij weer een blauwe lucht tegemoet. Anzar doet vast even een dutje en heeft mijn vertrek niet in de gaten. Volgens mij is Anzar een sufferd. Gewoon zo’n rotgodje waar je verder niks aan hebt.

Kort voor Sevilla moet ik tanken. Een pompbediende wil dat werkje wel even voor mij doen. Only in your dreams, mate. Tanken doe ik mooi zelf. Je stopt je dieselpistool maar lekker ergens anders in, roep ik hem toe. Gelaten geeft hij mij de handgreep aan. Hij wil wél van tevoren weten voor hoeveel geld ik ga tanken. En ik moet cash betalen. Ik tank totdat de tank vol is, señor, vertel ik hem vriendelijk. Ik heb nu nog geen idee hoeveel d’r in haar tank gaat, amigo.

Ik moet plots denken aan telefoonabonnementen: daar moet je ook van te voren opgeven hoeveel je gaat bellen en hoeveel je gaat internetten. Wie wéét dat nou? Van tevoren? En we pikken het allemaal, hè? Wat een stomme klantonvriendelijke onzin. Ze leggen je daarmee toch gewoon aan de ketting?

Hup verder! Kein keloel over benzine en abonnementen. De donkere wolken komen er aan!

Anzar trekt nog een paar keer vals zijn lippen op, grijnst gemeen zijn tanden bloot en stort voorzichtig een beetje water over mij uit. Ik tart hem en lach hem uit. Het gebeurt diverse keren dat ik recht op zo’n pikdonkere lucht afrijd en dat mijn route héél kort daarvoor weer afslaat. En dan scheer ik er weer langs. Anzar verbijt zijn ellende. Hij pist maar wat schlemielige druppeltjes naar beneden, maar dat mag geen naam hebben.

In Sevilla heeft hij mij bijna te pakken. Bijna! Het is tegen 18:00 uur. Ik heb er 330 km op zitten. Ik rij midden in de drukke stad en heb tien ogen nodig om te overleven. Die Spanjolen in hun koektrommels willen allemaal tappas van mij maken. Ze zijn of aan het bellen, of aan het roken of ze zijn met hun passagier druk in gesprek.

En dan, plotseling, zet Anzar de kraan helemaal vol open. De regen komt met bakken naar beneden! Het ziet grijs van de regen. Ik kan geen kant op. Ik wil je pak zien, dondert hij. Ik maak je zeiknat, bliksemse kaaskop uit de Lage Landen!

En nét als ik hem dan maar wil voorstellen om met 1:1 te eindigen, ik ben er immers bijna en heb hem de héle dag ontweken, vind ik tussen de scholieren een droge overdekte schuilplek. Haha. Je kunt de koelere krijgen, Anzar. Ik heb gewonnen! Géén regenpakkie aan vandaag! Het zit nog steeds ingepakt achterop mijn motor!

Het laatste stukkie rij ik droog.

Ik vind een toffe camping in het nationaal park Doñana in de buurt van Almonte. Zéven wandelkilometers van de bewoonde wereld. Maar eindelijk in een echte caravan, en super netjes, zoals het hoort. Het restaurant en de winkel zijn hier alleen in het weekend open. Nou ja…

COOS SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN….

Ik werd vanmorgen wakker met vier muggenbulten. De klootzak!

Coos op Reis: DARWIN

Het is bewolkt. Maar het regent niet. En dat was wél voorspeld. Geluk? Ach, dat dwing je af. Maar helaas geen strakblauwe luchten vandaag.

Ik smeer mijn hoofd met factor 50 in en trek mijn verleidelijke afritsbroek, het sexy losse goretex-jasje van mijn Stadler-motorjas en mijn betoverende goretex-wandelschoenen aan. Uh…ik zie er niet zo heel erg charmant uit. Maar ik kan vandaag wél dik 10 graden temperatuurverschil overbruggen. Dat blijkt vaak nodig. Ik vertrek ’s morgens meestal met een warm zonnetje en ben dikwijls ’s avonds laat pas terug bij mijn overnachtingsplek.

Vandaag ga ik met de bus naar Nerja. Das een plaatsje aan de kust, wat kilometers verderop.

Toeristisch weliswaar, maar het heeft ook een historisch centrum uit 1487. Ik ben benieuwd.

Ik praat nog even bij de receptie van de camping over de bustijden en maak aanstalten om in het restaurant te gaan ontbijten. Komt er een stevig gebouwde kerel met een levensgroot stokbrood op mij af en vraagt of ik Coos van der Spek ben. Ik rol bijna om. Whoehaa! Hij vertelt dat hij Piet heet. Hij heeft via zijn nicht, en das mijn buurvrouw Astrid van der Pijl, op Facebook gelezen dat ik met de motor op zijn overwintercamping ben aangekomen. Piet komt mij even gedag zeggen. Hoe klein is de wereld als je gebruikmaakt van social media. Wat leuk!


Ik wandel wat kilometers naar de bushalte. De bus is te vol om alle toeristen mee naar Nerja te nemen. De buschauffeur is nog niet echt toegekomen aan de klantvriendelijkheidstraining van het vervoersbedrijf en blaft iedereen af. Wat een lelijke bullebak, wat een stuk chagrijn. Allemaal onzekerheid van zo’n schriel mannetje, denk ik. Net als die kleine keffertjes altijd. Nou, de volgende bus komt over een half uur, hoor. Ik heb de tijd.

Mijn iPhone, GoogleMaps met de offline-kaarten en mijn extra accu zijn mijn beste vrienden tijdens deze trip. Ik kan er alles mee. Ze brengen mij moeiteloos naar het Balcon de Europe. Voor mijn motorclub: ze vergissen zich. Het moet zijn: El Bacon door Europa. Maar dát wisten ze in 1885 natuurlijk nog niet..

GoogleMaps brengt mij ook naar Barco de Chanquete van de beroemde serie Verano Azul uit de beginjaren tachtig van director Antonio Mercero.

De blauwe boot (zie foto) speelde er een belangrijke rol in en de serie heeft een wezenlijke rol gespeeld in de toeristische ontwikkeling van Nerja.

Jullie hebben er vast wel van gehoord. Nee? Nou, ik ook niet, hoor.

Een mondain stel vraagt of ik een foto van hen wil nemen.

Hij heeft een bijrol gespeeld in de serie en heeft er goede herinneringen aan, vertelt hij megatrots.  Ik knik begripvol.

In de kerk steekt iemand een elektrisch kaarsje aan. Dat vind ik nou echt het absolute toppunt van nep, hebberigheid en een toonbeeld van diefstal in de naam van het geloof en de here jezus. De meeste bezittingen van de kerk zijn gewoon in het verleden gepikt of door onderdrukking verkregen, maar zo’n elektrisch kaarsje! Daarvan kan je het verleden niet de schuld geven.

Dat rotding brandt in het nú. Wát een stuk kitsch. In géén honderd jaar… Maar ieder zijn ding. Ik zie dat de oprecht gelovigen gewoon hun euro’s in het kermisding duwen. Ik ga op zoek naar een echt kaarsje voor mijn overleden vrienden en familieleden, nondeju!

Bij het Balcon de Europe speelt een jonge violiste geweldige klassieke nummers. Het geluid draagt prachtig over het plein. Het is supermooi en het ontroert mij.


In het verkeersdrukke Nerja dendert een 1200 GSA voorbij. Ik herken de diepe brom onmiddellijk. Hij is op dezelfde manier bepakt als mijn motor. Alleen heeft deze óók nog een echte, levende duo achterop in plaats van die grote plastic zak van mij. Het kan altijd gekker..

Ik bezoek een kapel uit het jaar 1700 met fraaie schilderingen in de stijl van Granada. Wat zou het handig zijn als ik hier even plassen kon. Maar ja, in zo’n kapel zijn ze ook meer met het verleden bezig dan met het heden.

‘s Avonds zit ik in het restaurant aan zee zomaar uren te praten met iemand uit IJsselstein. We drinken samen een wijntje. Hij is een gepensioneerde bankman, is 75 jaar en hier alleen op vakantie. Het is erg gezellig. Ik herkende hem trouwens als Nederlander omdat hij in steenkool Engels om mayonaise vroeg…

Mooie dag, ondanks de bewolking!

DARWIN

Onderweg naar de bushalte zegt een poes mij gedag. Het verkeer raast op topsnelheid over de tweebaansweg langs. Iedereen die hier oversteekt, of daar maar even aan denkt, is op slag dood. Maar poes is slim en blijft aan háár kantje op háár stoepie…

Das nou eens een mooi en praktisch voorbeeld van de evolutietheorie van Darwin, mijmer ik. Poezen die oversteken worden doodgereden. En zo blijven de slimme poezen, die aan hun eigen kantje blijven, in leven én planten zich voort. En ontstaan er poezen die niet oversteken. Zoiets dus….

Coos op Reis: UIT DE KAST

COOS KOMT UIT DE KAST

Het is bewolkt. Das nieuw! Maar het is al wél 17 graden. Het is buiten warmer dan binnen.

Ik ruim de boel op en sjor alles op mijn motorfiets. Luxe hoor, op mijn eigen opritje. Das wat anders dan alles van de 5e verdieping naar de garage op min 2 sjouwen. Mijn natte handdoek bind ik achterop. Ik ga hem vandaag droog rijden, heb ik bedacht.

Eén overnachting kostte 53 euro. Ik ben er twee nachten geweest en reken bij de receptie…. 96 euro af. Nou ja! Daarvóór gaan ze trouwens eerst met een karretje langs mijn hutje om de meterstanden op te nemen. Om te checken of ik ‘s nachts het wc-lichtje heb laten branden? En wat dat nog? Get a live!

Ik start de motor en ga op zoek naar een ontbijtje. Dat kost moeite. Het zit mij gewoon tegen. Ik cirkel al een poosje in Roquetas de Mar rond als ik plots een geschikte ontbijtplek zie. Omdat ik tegen het verkeer een éénrichtingsweg moet inrijden, kies ik voor een flink stuk trottoir. Om de één of andere reden denk ik dat dat minder erg is. Ik heb wel éérst goed gekeken. Of ik een juut zag natuurlijk. Stap ik daar binnen, zit er een juut in vol ornaat koffie te drinken… Heb ik weer. Maar gelukkig heeft hij meer interesse in zijn koffie en in zijn nieuwe vriendin.

Ik organiseer een in de lengte doorgesneden warm stokbroodje. Daarop een tomatenprutje zoals wij de boter smeren. Vervolgens Spaanse ham en Spaanse kaas. Ik zit er de hele dag om te glimjuichen. Wat was dát lekker. En zó simpel.

De eigenaar brengt samen met de verse jus en de café americano een praatje over motoren. Hij rijdt een Honda CB1300. Hij is razend enthousiast over mijn reisverhaal en met een grijns, een schouderklopje, een handdruk en ‘goodbye amigo’ neemt hij afscheid. Wat leuk! En ik reken vier euro af voor al dat lekkers…

Ik rijd langs Berja en bolder dieper de bergen in richting het meer van Benínar. Er wonen hier weinig mensen en het is doodstil. De weg is droog en de wind is redelijk. Het asfalt is op sommige stukken prachtig. Op die momenten ga ik er eens goed voor zitten. Als het asfalt slecht is, dan temporiseer ik en geniet van de fraaie uitzichten. Om elke hoek wacht een verrassing. Het is overal mooi.

Als ik op 1400 meter hoogte rijd, zie ik in de verte de sneeuw op de toppen van de bergen liggen. Het is een adembenemend gezicht.

Het asfalt is weer superstrak en ik kom sportief en bulderend naar beneden. Mijn uitlaat roffelt en veroorzaakt donkere klappen tegen de bergwanden. Ik nader een rotonde en schrik mij de tandjes: de hele rotonde is afgezet door wel twintig agenten in gele hesjes. Kut! Radarcontrole en ik ben er zonet met een flinke gang doorheen gereden, schiet er door mijn hoofd. Lullo! Vanavond niet uit eten en met blote billen in de kou naar bed! De kleine Spaanse hoofdcommissaris is staand net zo groot als ik, zittend op mijn buddyseat. Hij kijkt met zijn bruine ogen in mijn blauwe, schat mijn nationaliteit in, werpt een blik op mijn bagage, loopt om mijn pakezel heen, kijkt naar mijn kentekenplaat en gebaart dat ik gelijk door mag rijden. Gewoon controle van papieren. Ennuh,
niemand spreekt daar Nederlands natuurlijk…


Granada laat ik rechts liggen. Daar ga ik wel eens met Janny met een vliegtuig en een cabrio heen als we een rondritje Andalusië gaan doen. Jôh, een mens moet iets te wensen over hebben in deze armetierige tijden.


Ik lunch in de bergen op 1300 meter hoogte met een salade en een soep waar ik citroen in moet doen. Erg bijzonder. Ondertussen inspecteren twee poezen mijn motor.

Het was een mooie dag. Lekker gereden, prima weer en mooie dingen gezien. Geen kramp, maar er was ook geen extreme wind. Tips opgevolgd. Goed geoefend met ontspannen om onbewust bekwaam te worden….


Kijk nog even naar The Catch of the Day. Korte impressie van de dag.

COOS KOMT UIT DE KAST

Ik heb voor de komende twee dagen een vrijstaande bungalow op een camping in Torrox gevonden. Ik parkeer mijn motor heel luxe onder het huis. Ik heb een overdekt terras met schuifpui en een riante tuinset. Nou, hoe klinkt dat? Haha. Nee jôh, het is net zo’n ding als gisteren. Iets uit de jaren zestig. Pfff… Ik zie wel.

Ik sta onder de douche en leun even tegen de muur om ook mijn voeten in te soppen. Ik schrik, want de muur gaat heen en weer. Ik heb alleen maar water op, maar het voelt alsof ik een stevig glas wijn op heb. Wat blijkt? De douche is gewoon een soort kant-en-klare plastic douchekast die los in de badkamer staat, compleet met aansluitingen en douchegordijn…

Ik stap snel die kast uit…

P.S. Ben vandaag al weer twee weken op pad. Mijn regenpak heb ik nog niet aangehad. Best wel mazzel. Ik heb het tot nu reuze naar mijn zin!

Coos op Reis: DJANGO

“Het is prachtig weer in Roquetas de Mar. De wind is gelukkig gaan liggen. Ik ga op weg naar mijn ontbijt. What’s new?”

(Je leest het 15e verhaal wat we op deze website publiceren in de serie “Coos op Reis”.

Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en we reizen met hem mee in zijn verhalen.)

 

“In de campingwinkel hangt een corpulente, ongeschoren oude man onderuitgezakt op een  gammele burostoel achter een ouderwetse computer. Hij heeft een groezelig shirt aan en kijkt verveelt naar zijn beeldscherm. Ik vraag hem vriendelijk of hij Engels spreekt. Met moeite kan hij voor mij een half ooglid optrekken. Hij bromt dat hij geen Engels spreekt en richt zijn lodderige oog weer op het scherm. Het is zo’n belachelijke en onbeschofte vertoning dat ik de man midden in zijn gezicht hard uitlach. Gaat hij plotseling rechtop zitten en lacht hij met mij mee! Whoehaa! We gieren het samen uit. De dag is begonnen!

Ik scoor een bruin broodje en zo’n lekker mals Spaans hammetje. Ik zorg ervoor dat die lamlendige vetklep mijn eten niet aanraakt. Een heel klein beetje smetvrees heb ik wel, denk ik.

Verse jus d’orange is echt een utopische gedachte in het sobere campingwinkeltje. Dat koopt niemand daar. Al die campingoudjes scoren hier kilo’s sinaasappels voor een prikkie bij de boeren. Zij hangen ze als trofeeën in zakken aan hun plastieke huisjes. Als je geen zak met sinaasappels aan je caravan hebt hangen, dan ben je een sufferd en doe je niet mee met de rollatorbrigade. Ouwe gekko’s!

Op een stoepie in het zonnetje nuttig ik mijn ontbijt.

Het voordeel van een camping is dat je snel contact hebt. Het nadeel van een camping is dat iedereen een praatje komt maken…

Ik kom niet aan mijn broodje toe. Ze komen allemaal leuteren. De grappigste is de Duitse mevrouw die komt vragen of ik soms onwel ben geworden omdat ik op het stoepie zit. Tja, wie gaat er nou op straat zitten als je bij je caravan tien zitplekken hebt? Al die ouwetjes zitten al vanaf begin november achter de plastic raampjes van hun voortent te gluren en te wachten tot zo’n ouwe kale gek uit Nederland op het stoepie van het hoekie van de straat kwijlend het loodje legt. Dan heb je de familie in Nederland ook eens wat te vertellen, bedenk ik, traag kauwend op mijn bruine broodje.

En toch heeft zo’n camping wel wat. Het wordt in het winterseizoen een geheel eigen gemeenschap. Met veel nationaliteiten. De gemeenschappelijkheid zíe je en voel je aan de manier waarop de mensen met elkaar omgaan.

Tot nu verbleef ik in twee hotels, in een bed&breakfast, in een appartement en dan nu in een hutje op een camping. Die b&b beviel mij het beste. Maar dat was er ook wel eentje van een aparte klasse, met mijn motor in de grote parkeergarage onder het gebouw… Wat ruimere mobilehomes en mijn eigen tentje staan voor mijn reis o.a. nog op de planning. Hotels zijn lekker en luxe, maar toch een stuk massaler, anoniemer en rumoeriger. En ik heb dan minder zicht op mijn motor, schat ik in.

Mijn reis door Zuid-Europa is niet alleen een motorvakantie. Het is tegelijk een gewone vakantie. Maar wel lekker lang dan… Heerlijk om dat te kunnen combineren.

Ik probeer tijdens deze trip in principe overal tenminste twee nachten te blijven. Dan kan ik op de tweede dag iets gaan bekijken, iets gaan doen, gaan wandelen of fietsen of zwemmen, stukje hardlopen (ik heb mijn hardloopschoenen en spullen bij mij… ) etc. En dan hoef ik mijzelf ook niet elke dag te installeren. Ik noem mijn concept: avontuur en rust. Een contradictio in terminis!

Naast mijn passie voor motoren heb ik nog een passie: het strand. Het liefst bij Noordwijk. De ruimte, de zon, de zee, de rust maar óók de bulderende branding, de sensuele warmte van het zand aan mijn ouwe verbleekte botten, een spannend boek van Lee Child in mijn e-reader, lekkere bruine boterhammen van de bakker uit Linschoten in een zakkie, een kouwe chocomelk… Mmmmm. Strand is áltijd geweldig.

Dus …. vandaag ga ik heerlijk langs het strand wandelen. 17 kilometer staat op de planning. Lunch onderweg. Ik smeer mij goed in en ga op weg. Onderweg vang ik nog wat mooie plaatjes voor The Catch of The Day.

Deze verzonnen opslagplek van de winterbanden is wel erg bijzonder. Het valt mij wel meer op dat Spanjaarden veel vuil zo maar ergens storten. Ik kom onderweg ook wasmachines tegen die ze van bovenaan de berg naar beneden hebben gegooid. Een lelijke gewoonte. Dan is Spanje toch plots weer een bananenrepubliek.

Het was een lekkere relaxte, actieve dag. Hoe heet zoiets ook al weer? Een contradictio…..

DJANGO

Tijdens de lunch in een restaurant bezoekt Django mij. Gewoon even kennismaken. We vinden elkaar gelijk leuk. Django is een enorm grote, jonge, edoch vroeggrijze bouvier. Hij heeft de soepele loop van een tangodanser. Hij loopt niet, hij glijdt. Net de Moonwalk van Michael Jackson.


Met zijn postuur kan hij moeiteloos naar mijn heerlijke tappas op tafel gluren. Want Django vindt mij wel leuk, maar mijn tappas nog veel leuker. Zéér waarschijnlijk heeft hij in het verleden van zijn baas wel eens een enorme stuiter tegen zijn harige harses gekregen vanwege het stelen van  tappas. Daarom kijkt Django mij, tijdens het gluren naar mijn tappas, schuin en omzichtig aan. Ik schud in het Spaans nee. Django knort, draait zich om en danst naar binnen. Wát een leuke hond die Django…

Morgen reis ik weer verder. Langs de kust richting Malaga. Volgens de weersvoorspelling kan ik beter hier bij Almería blijven, maar ja, ik zal nog wel eens vaker minder weer krijgen. Ik kan niet overal omheen rijden. Morgen tot Motril door de bergen, dan de kustweg af. Ik ga. Ik heb zin.”