Tagarchief: Portugal

Coos op Reis: THE MESSIAH WILL COME AGAIN

( Vandaag verslag nummer 23 in onze serie COOS OP REIS. Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en brengt ons bijna dagelijks verslag uit. Ook van de rustdagen…)

“Het is inmiddels 20 maart.

De zon schijnt en het waait. Rap mijn laarzen en handschoenen op het terras zetten. Binnen drogen ze maar niet. En anders moet ik hier eeuwig blijven…

Overdag de ramen op een kiertje zetten voor een betere ventilatie is helaas géén optie. In deze caravan zitten ‘digital windows’ : het is nul of één, de ramen zijn óf volledig open óff volledig dicht. Dus zijn ze dicht. Ik vertrouw niemand.

Ontbijt in de zon op een plastic stoeltje. Drie hele sinaasappels gaan er in zo’n kingsize glas. Met een broodje Spaanse ham, café Americano en iets dat een mix is van een creme brulee en een puddingbroodje. Voor…vijf hele Portugese euro’s. Wat een tof land.

Vandaag staat een relaxte dag op de planning. Factor 50, korte broek aan, vijftien kilometer langs het strand wandelen, van de zon genieten, schoenen en sokken uit en op een terrasje in mijn blote teentjes een beetje om mij heen kijken. Uh, gewoon lekker gepensioneerd zijn en geen reet doen. Gôh, hoe zou het bij de DAS in Amsterdam zijn? Of bij ISS in Utrecht? Of bij Campina Melkunie in Rotterdam of Den Bosch? Vast heel goed. Ze rooien het wel zonder mij. En anders niet.

Vandaag ben ik drie weken op reis. De tijd vliegt echt voorbij. De vrijheid en het niets hoeven, is het mooist. Elke dag doen wat ik zelf wil. Geen planning, geen deadlines, geen budget, geen overleg, geen onderhandelingen, geen aanpassingen, geen rapportages, geen beloning of straf, geen stress. Niks. Wel elke dag een verslag natuurlijk. Nog steeds.

Drie keer per dag op mijn gemak uit eten. ‘s Morgens een broodje, ‘s middags een salade en ‘s avonds een vissie, een pasta of iets vegetarisch. Tussendoor een expreszo, een ijsje, een biertje, een appeltje of sinaasappel, wat noten of een wijntje. En ergens in mei weer thuis, of zo. Als ik zin heb. Maar….het gaat allemaal wel heel erg snel. Soms mij ietsje te snel.

Op de camping staan campers, campers en campers. De campers op de foto’s behoren tot de derde categorie. Daar schuiven ze de keuken naar buiten en slepen ze hun auto’s en motoren in aanhangers mee. Er staat zelfs een camper met een eigen zendmast. Haha, nee hoor, dat is niet waar. Die mast is van een telefoonbedrijf.

Over fantaseren gesproken: het schijnt dat kater Tijger thuis op mijn troon zit, de macht heeft overgenomen, de ramen met kranten heeft dichtgeplakt en het huis te koop heeft gezet. Tijger heeft de foto’s van al die lekkere poesjes gezien en wil emigreren naar Portugal, hoor ik van de buurvrouw. Nou ja, als mijn laarzen nou toch nog nat zijn, kan hij gelijk ff nieuwe….

THE MESSIAH WILL COME AGAIN

Ik wandel door Albufeira en loop, onderweg naar het strand, een donkere tunnel door. Ik hoor prachtige tonen van een elektrische gitaar. De gitarist zit op een stoepie aan het andere einde van de tunnel en speelt handig in op de natuurlijke nagalm van de tunnel. Bij het ene nummer denk ik aan Joe Bonamassa, bij het andere nummer aan David Gilmour, dan hoor ik Santana maar ook  Roy Buchanan, Gary Moore etc. Hij speelt gepassioneerd. Zijn bluesnummers trekken als een zwoele, hete wind langs de vochtige, koele stenen van het schaduwrijke tunneltje. De zon schijnt onbarmhartig aan de hemel, ik zit te bakken in de zon, maar…het kippenvel staat op mijn armen. Wat een prachtige muzikant en wat een vreselijk mooie nummers. Ik koop een paar meter verderop een lekkere koffie en zit ruim een uur eerste rang. Hij blijft spelen! Ik geef de muzikant geld. Hij bedankt. Maar deze mijnheer speelt niet voor wat euro’s, hij speelt gewoon voor zichzelf. Oh, wat begint deze dag weer goed. Hij kan niet meer kapot. Wat word ik hier vrolijk van. Wat een mooi leven is dit. Al gaat het nu sneeuwen, ik krijg die grijns niet meer van mijn gezicht.

Net als ik mijzelf dwing om te gaan wandelen, speelt hij hartverscheurend The Messiah Will Come Again (1972). Mijn muziekvrienden weten precíes wat ik bedoel en wat ik dan voel…

Bijna veertig jaar geleden hoorde ik dit nummer voor het eerst op de radio. Ik belde prompt de andere dag naar de studio van Veronica om te vragen wat ik in vredesnaam had gehoord. Het was de orginele versie van Roy Buchanan. Wat een geweldig mooi nummer.

Ik heb vandaag een herinnering aan mijn reis toegevoegd. Dat koude tunneltje, de prachtige muziek van die gepassioneerde muzikant en de bulderende golven aan het zonnige strand. Onuitwisbaar. Wôw! Wat een belevenis.

Even een korte impressie?

TENSLOTTE

Weleens gehoord dat iedereen ergens op de wereld een dubbelganger heeft? Ik vang vanavond een een tikkeltje aangeschoten Engelsman op. Hij struikelde over zijn eigen schoenen. Ik kijk hem aan en … potver, het is nét mijn overleden vader. In het echt lijkt hij nog meer als op de foto. Zo’n bijzondere ervaring!

Lekker dagje vandaag. Er gebeurt altijd wat. Het is net een project….

Morgen ga ik een dagje motorrijden. Ik heb vreselijk veel zin!”

Coos op Reis: GELOOF

Aflevering 22 in onze serie Coos op Reis

De zon komt aarzelend door. Op de ramen zitten spetters van de regen van vannacht.

Gatver, mijn laarzen en handschoenen zijn nog steeds zeiknat. Ze drogen niet lekker in de caravan. Zolang ik ter plekke aanwezig ben, zet ik ze maar buiten en in de wind.

Daar waar ik mijn ontbijt scoor, drinkt een grote groep Nederlandse bejaarden in de supermarkt koffie met elkaar. Hun stoelen staan half in een kring en vlakbij de kassa. Eentje heeft zelfs klompen aan. Het is net een kippenhok. Als ik bij binnenkomst hard ‘goedemorgen’ roep, nodigen zij mij onmiddellijk uit om er gezellig bij te komen zitten. Wat lief, hè! Ik geniet een uur lang van alle verhalen en de grappen die ze met elkaar uit halen. Het is een dolle bende. Erg leuk.

Bij de receptie boek ik vier nachten bij. Mijn laarzen zijn immers nog niet droog… Nee hoor, dit is voor mij een goede plek hier. De camping heeft goede aardstralen. Albufeira met al haar horeca op wandelafstand, het strand ook lekker dichtbij, wat moet een mens nog meer? Lekker plekkie.

Vandaag wandel ik naar Praia da Oura. Twintig kilometer heen en weer. Ik denk dat ik na deze trip óók nieuwe wandelschoenen nodig heb, dus als iemand binnenkort Janny-zonder-Facebook…..

Ik wil in Praia da Oura graag het appartement opzoeken waar Janny en ik in 1977 waren. Lijkt mij leuk.

Onderweg vlucht ik een paar keer voor een regenbui. De laatste run brengt mij bij een prachtig Italiaans restaurant voor de lunch. Ik heb ook altijd pech, hè? De zon laat mij vandaag echter mooi in de steek.

Ik zoek en vind het betreffende appartementsgebouw terug. Het is inmiddels in gebruik als hotel. Ik praat even met de seniormanager. Het oudste deel is 42 jaar oud. Het glazen onderwatervenster van het zwembad is er niet meer, vertelt hij weemoedig. Het complex is ondertussen flink uitgebreid en gemoderniseerd. Ik mag van hem rustig even rondkijken! Super, down memory lane..!

Ik hou daarvan. Je kunt mij af en toe ook gerust terugvinden in het straatje waar ik geboren ben, in de wijk waar ik ben opgegroeid, bij het pand waar ik heb gewerkt etc. Ik ben gewoon een sentimenteel lor, jôh.

Ik zoek wat verder en vind het strandje waar we toen regelmatig heen gingen. Man, wat leuk allemaal. Het is ruim 40 jaar geleden. We waren nog maar 25 jaar. Wáár blijft de tijd, niet normaal…uh…sterk spul, dat Fischerman’s Friend….

Mijn oude jeugdvriend Bas kan op zijn iPhone ook zien waar ik ben. Hij stuurt mij vanuit zijn caravan in Frankrijk via WhatsApp naar Restauranta a Ruine, een topvisrestaurant boven de zee in Albufeira. Het is een hele sjieke tent. Ik mag daar zelf het vissie aanwijzen dat ik ga opeten. En het eten is er super. Joepie, wat een feest. Kost wat, maar erg leuk voor een keer. En Janny heeft toch geen Facebook. Ik vertel later gewoon dat de benzine in Portugal erg duur was…

Nou, kortom, een fikse wandeldag met veel bewolking, weinig zon en een paar nare buien. Die factor 50 had niet echt gehoeven. Morgen beter!

 

GELOOF

Owja, het verhaal van de ober.

Om te voorkomen dat ik in het restaurant tegen een oversized helwitte spaarlamp aankijk, kies ik voor de stoel die zicht geeft op een blinde muur. Je zou het soms niet zeggen, maar ik heb van huis uit een gereformeerde opvoeding gehad. Wellicht zie ik daarom iets kerkelijks in die muur. Kijk zelf maar op de foto. Op zo’n bordje stonden vroeger de psalmen en gezangen in krijt geschreven.

Ik vraag aan de ober hoe dat zit. Achter de deurtjes blijken echter dartboards te zitten en ik bulder van de lach.

Na mijn verklaring vraagt de ober of ik een gelovige ben. Ik antwoord ontkennend. Dat begrijpt hij niet, zegt hij hoofdschuddend. Want het geloof kost immers niets en het geeft je meer zekerheid tot toegang naar het hiernamaals.  Hij gaat vertwijfeld verder: het zal je maar gebeuren dat ze straks de deur niet voor je openen. Nee, het is erg onverstandig om dat nou niet te doen en ik moet daar toch nog maar eens over nadenken…

“En vervolgens vertelt de ober mij oprecht wáárom en wannéér hij zelf is gaan geloven… 

Hij is op dat moment 16 jaar. En komt binnen bij een pizza-restaurant, daar waar nu de McDonald’s is. Ik knik begripvol… Weet ik van veel. Ik ben hier net één dag…

 In het restaurant ziet hij het mooiste meisje van heel Portugal. Ze heeft donkere ogen en zwart haar. Hij wil haar. Hij vraagt haar of ze met hem uit wil. Alleen als je geld hebt, antwoordt zij hooghartig.

Hij kan aan niets anders denken en gaat naar huis en bidt op het harde cocosmatje voor zijn bed op zijn blote knieën om geld, zodat hij het begeerde meisje mee uit kan vragen.

De volgende dag, net als hij een weg over wil steken, houdt een onzichtbare hand hem tegen en vrrrroeeemmmm dendert met hoge snelheid een zware motorfiets voorbij. Twee seconden later schraapt er iets over straat en ziet hij een dikke geldbuidel over straat schuiven. Hij opent de buidel. Er zit geld in. Heel veel geld.

Zijn gebed is verhoord! De ober is vanaf dat moment een echte, oprechte gelovige!

Haha. Echt gebeurd, volgens hem. Vet verhaal, toch?
Ik lach mij de koelere…”

In the Catch of the Day een impressie van Praia da Oura en omgeving.

Coos op Reis: Middelburg en Portugal

De wereld is nu ruim een jaar in de ban van Corona. En terwijl er door motorrijders momenteel nauwelijks tot niet gereisd kan worden, genieten wij van de verhalen van Coos van der Spek in onze serie “Coos op Reis”.  We krijgen al vragen van lezers zo van:  “Hee, waar blijft het volgende verhaal van Coos?” Welnu, hier is nummer 19 dus.

Middelburg en Portugal

Het is 16 maart en prachtig weer. Half bewolkt. Prima voor een ingekorte afritsbroek, zonnebril, factor 50 en een BMW-truitje in de aanslag.

Vroeg in de middag wandel ik voor mijn lunch zo’n 10 km door het bos naar het dorp Hinojos. Het is een mooie en rustige omgeving en onderweg geniet ik van het groen en alle bloemen.

In het restaurant organiseer ik een pannetje garnalen. De dame plaatst ze borrelend en sissend in de olie op tafel. De geuren van knoflook en rode pepers vullen de lucht. Een paar stukken vers stokbrood maken de maaltijd compleet.

Een meneer tikt mij op mijn schouder en zegt dat, als ik uitgegeten ben, hij even met mij wil praten… Ik schrik er eigenlijk een beetje van, maar ben wel erg benieuwd.

Wat blijkt? De man is de baas van de supermark. Hij had mij gisteravond, toen ik daar mijn diner bij elkaar aan het sprokkelen was, ook al opgemerkt. En zonet heeft hij de logo’s op mijn kleding herkend. Hij komt op zijn gemak aan mijn tafel zitten. De man graait in zijn zak en toont mij vol trots foto’s van zijn BMW 1200 GS, alle drie zijn koffers en een enorme lawaaipijp. Hij is razend enthousiast en vertelt allemaal verhalen van zijn reizen, mooie gebieden in Spanje en interessante steden. En aan langslopende dorpsgenoten vertelt hij dat ik uit Hollanda kom. Erg leuk en gezellig. We hebben wel twee uur zitten praten.

Terug door het bos denk ik er glimlachend nog eens over na. Er schiet mij plotseling een dergelijke gebeurtenis uit het verleden te binnen. En die wil ik noges delen….

MIDDDELBURG

Enfin, wandelen we in Middelburg terug naar de auto. De wind giert door de straat in ons gezicht. Het is mei, maar koúd, jonguh…!

We stappen een willekeurig café binnen voor een warme versnapering. De eigenaar staat achter de bar. Hij ziet er gevaarlijk uit. Levensgrote tatoeages trekken mijn aandacht: afbeeldingen op zijn armen, teksten op zijn handen, op zijn vingers, in zijn hals en in zijn nek. De meest raadselachtige en bizarre geschriften geven aan hoe zijn ruige leven is verlopen. Hel en verdoemenis over zijn hele lijf. Een deel van zijn café bestaat uit oud meubilair van een gereformeerde kerk. Da’s vast nu van de duivel, bedenk ik mij.

Bij het afrekenen vraagt hij aan mij of ik straks nog even een minuutje heb…

Nondeju, ik gaf hem maar een euro fooi. Op een bedrag van 7 euro. Dat is onder de norm van 15%, flitst er door mij heen. Man, dat wordt hier echt knokken met die goser.

Heb ik, met mijn 1.95 meter, vanmorgen voor Jan Lul mijn hoofd kaal geschoren, heb ik voor niks vanmiddag mijn gevaarlijke zonnebril in het formaat van een Mengele brilletje opgezet en is hij niet bang van mijn onzichtbare bodywarmer, die mij zo breed doet lijken als de bodyguard van Willem Alexander?

Janny weet van niks, kijkt argeloos om zich heen en ik zoek in gedachten de kortste weg naar de uitgang.

Komt die kroegbaas met een plattegrond van Middelburg gemoedelijk aan ons tafeltje zitten!

Kijk jochie, ik zal jou es ff de mooie plekkies van Middelburg laten zien. Want jij bent een toerist en ik ben een echte Middelburger en ik vind dat ik wat voor mijn stadje moet doen. En hij toont ons op de kaart waar we die dag nog allemaal heen moeten, waar hij geboren is, wat het oudste gedeelte is en waar de film van Michiel de Ruyter is opgenomen en hoever je moet bukken als je een toertje met de rondvaartboot doet. Het is leúk en leerzaam!

En … hij weet o.a. precies te vertellen wáár de kazerne heeft gestaan waar ik in Middelburg in 1972 in militaire dienst zat. Natuurlijk zijn we daar even gaan kijken. Er is nu alleen nog maar een grasveldje over…

Toffe gast, die kroegbaas met al zijn tattoos. We gaan noges langs, hoor. Heeft hij verdiend!

Morgen reis ik verder. Naar Portugal. Ben benieuwd waar ik terecht kom. Het weer is niet zo best. Maar dat kan ik toch niet veranderen.

In de Catch of the Day uiteraard veel natuur.
Ik ontsnap wéér aan een hevige bui. Hij scheert precies langs.

Ron Betist: “Never sell, just add!”

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?
Ik ben Ron Betist. Trotse ‘Amsterdammer in ballingschap’. Helaas een soort van ‘historische vergissing’ om Amsterdam te verlaten. Hoewel er nu amper nog echte Amsterdammers wonen. Ik ben opgegroeid tussen politie en motoren. Mijn vader was Chef Motordienst bij de Verkeersdienst in Amsterdam. Was later mijn baas. Best lastig, want ik ben nogal avontuurlijk op motorfietsen. Dat bleek al op mijn 12e toen mijn vader zijn Jawa Californian 250 (had ik die nog maar) door zijn collega’s het bureau binnengereden zag worden. “Hoe komen jullie aan mijn motor” vroeg hij. “Van je zoontje in beslag genomen” was het droge antwoord.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?
Hahaha! Ja, maar ik en brommers is geen goede combi. Ik leende er een van een buurjongen toen ik 14 was en reed vervolgens tegen een lantaarnpaal. Zonder helm. Hersenschudding en voortand afgebroken. Goede actie. Later veel gereden op brommers. Ik woonde toen in Amsterdam Noord. Waar nu de Ring A10 Noord is had je een afgesloten stuk Oude Leeuwarderweg. Perfect voor sprintwedstrijden. En op de dijk kon je machtig mooi crossen! Op mijn zestiende kreeg ik van mijn vader een Simplex Kievit. Met 1 versnelling. Kosten: fl. 50,00. Waarvan fl. 49,00 voor de verzekering en fl. 1,00 voor de brommer. Niet echt heel blits. Ik vond het nodig die te customizen (we spreken 1974!!). Ik was mijn tijd ver vooruit dus. Helaas bleek toen al dat demonteren me een stuk beter afging dan het weer werkend in elkaar zetten. Een roemloos einde op de sloop was het gevolg.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?
Toen ik 18 werd heb ik meteen mijn autorijbewijs gehaald bij een collega van mijn vader. Daarna direct door met een oefenvergunning op de Jawa van mijn vader. Vroeger kon je dat aanvragen en met een ‘L’ plaatje gaan rijden. Afrijden was wat vreemd. De examinator keerde halverwege om en bij het CBR voegde hij me toe “je bent geslaagd en doe de groeten aan die ouwe”. Tja, zo ging dat vroeger. Na de Jawa kwam mijn eerste nieuwe motor in 1979. Supergaaf ding. Een witte Honda 500 XL, de tegen hanger van de XT500.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?
Ik rij onder alle omstandigheden. Maar ik heb zoveel geld gestoken in het verbouwen van mijn ’11 Triumph Thruxton, dat het dom zou zijn deze teveel bloot te stellen aan pekel. Maar ik heb nu voor het tweede achtereenvolgende jaar ‘Ho! Ho! Ho! tegen kinderkanker!’ georganiseerd. Verkleed als Kerstman of -vrouw reden er afgelopen december circa 90 bikkels door de sneeuw naar Utrecht om de kinderen in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht liefde, warmte en een hoop geld te brengen. Dan moet het maar even. Maar wel met iconische foto’s als resultaat (met re-posts totaal 50.000 likes op Instagram!)

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?
Daar hoef ik niet lang over na te denken! De eigenaar van Norton is een goede vriend van me. Die heeft het er telkens over dat ik op het verkeerde merk rijd. Van de nieuwe Norton V4 SS krijg ik kippenvel zo mooi vind ik ‘m, maar een tweecilinder Domiracer vind ik ook niet te versmaden. Iconische fietsen die je in Nederland niet of nauwelijks op de weg zult zien. Diep respect voor wat Stuart Garner met die failliete boedel tot nu toe heeft weten te bereiken!

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?
De eerste rit samen met mijn oudste zoon Julius in 2016. We reden 2.500 kilometer dwars door Frankrijk in vijf dagen. Waanzinnig. Voorafgaand aan de rit heb ik hem wel een KNMV cursus bochtentechniek laten doen onder leiding van mijn motorvriend en oud-motordienst collega Jan Schilder. Ook op deze leeftijd ben ik nog telkens in gevecht met mijn hormonen. Dat speelt vooral op bij mooie bochten. Dan is het wel prettig als je weet dat je zoon je kan volgen zonder in de berm te eindigen.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?
Ik wil heel graag naar Portugal op de motor. Gewoon in mijn eentje een road trip maken over kleine wegen door Frankrijk, Spanje en Portugal zonder tijdsdruk.

Denk je al aan een volgende motorfiets?
Elke dag! De grootste fout die ik gemaakt heb met motoren is verkopen. Dat doe ik nooit meer. Iedereen die het horen wil adviseer ik “never sell, just add”. Het meeste spijt heb ik van de Ducati 851 die ik moest verkopen. Als ondernemer heb je wel eens mindere tijden en dan is zo’n beslissing op dat moment de juiste. Echter, die fiets was zo bijzonder. Liep tegen de 300 km/u zonder demping. Niemand wilde achter me rijden hahaha!

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?
Onvoorstelbaar veel. Mooie en (fysiek) pijnlijke ervaringen (echt rijden leer je als je over het randje bent gegaan). Maar vooral veel vriendschappen. Ik heb meer dan 4.000 motorrijdende vrienden op Facebook die allemaal tenminste 1x per jaar wat van me horen. Behoorlijk wat zijn inmiddels ook vriend buiten het digitale domein. Het heeft me tot schrijven gebracht en ik ben inmiddels eigenaar van www.bikebrewers.com. Een site over custom motoren, hun bouwers en de rijders. Opgezet door mijn maat Joeri, die het inmiddels te druk heeft met zijn succesvolle bedrijf. Ik kan er volledig mijn ei in kwijt. Maar het blijft een dure hobby helaas.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?
Ik kan boeken vol schrijven met ervaringen en anekdotes over motoren en motorrijden. Mijn droom is de laatste fase van mijn werkende leven (ik verwacht daar nog wel minstens vijftien jaar) me volledig met motoren bezig te mogen houden. Ik heb gesprekken gehad met Norton, maar we zijn er nog niet uit.