Tag archieven: reisverhalen serie

Coos op Reis: NAAR DE STERREN

Soms krijgen we op de redactie kippenvel als we de verhalen van Coos op reis lezen. Dit, nummer 24, is zo een juweeltje van een verhaal:

Vandaag al wéér een pracht…nou ja, kijk zelf maar naar de foto’s…

Als je thuis ooit een hond had, dan weet je dat hij razend enthousiast werd als je zijn riem pakte. Naar buiten! Rennen! Uit! Als ik met mijn helm in mijn hand het terras op stap, dan gaat er een rilling door mijn motor. Zij gloeit helemaal. Mijn motorfiets en ik hebben vandaag een date. We gaan het samen doen… We gaan samen het binnenland in. Richting het noorden. Wij zijn zeer benieuwd…

Onderweg naar Paderne kom ik langs een oude vervallen fabriek. Daar kan ik vast wat mooie zwartwitfoto’s maken. Er staat nog een grote oude schoorsteen overeind. Een mooi plaatje van mijn motor, pal náást die schoorsteen, zit er echter niet in. Er liggen honderden spijkers en veel glas. Dan maar eentje van een afstandje. Een kinderhand is gauw gevuld.

Ik vervolg mijn weg en met wat zoekwerk op mijn Garmin, kom ik uit bij Castelo de Paderne. Ze zijn het oude kasteel uit 1200 aan het renoveren. Al heel wat jaren, lees ik op een bordje. Het schiet niet erg op. En als het aan die éne bouwvakker met dat éne emmertje ligt, die daar op z’n gemakkie in de hitte rondloopt, duurt dat proces nog wel even… Hij gaat zijn pensioen daar zeer zeker halen.

Het is wel heel leuk om er even rond te gluren. Ik banjer daar wel een uur tussen al die ouwe stenen. Wat zouden zij allemaal gezien en meegemaakt hebben? Prachtig!

In de verte zie ik een stokoude brug over de rivier liggen. Ik wil naar die brug! Ik heb een motor die óók offroad kan, dus ik ga er effe heen, besluit ik. Een tikkeltje impulsief, zal later blijken.

Ik pruttel en hobbel een paar kilometers door een oude, droge rivierbedding. Ik zie gaten, gleuven, kieren, hobbels, putten en de stenen worden groter en groter. Ik zit als een gekko op de buddy…

Ik draai weer om als het echt te gek wordt. Er is hier niemand, ik ben ver van de bewoonde wereld en heb geen signaal meer op mijn iPhone. Maar ja, ik moet en zal naar die brug… Ouwe idioot! Potver.

Het is een GSA, het is een BMW en ik ben geen Sissy, bedenk ik mij.

Ik spreek mijzelf wat moed in. Gewoon even omrijden en een andere route proberen. Ik heb weer wat signaal op mijn telefoon, schakel GoogleMaps in en pak het routepunt over naar mijn Garmin. Ik moet en ik zal! Ik gááá!

Maar ook deze weg wordt glibberiger en steiler. Daarnaast zie ik de stenen groter worden. Er komen steeds  grotere plassen op de weg en er staat hier geen zuchtje wind. Is het de warmte of de spanning? Het water staat in mijn bilnaad. Ik ga op mijn steppies staan. Dat doen de pro’s ook altijd… Ik heb het héét, jôh!

Maar man, zo’n loeizware GSA mét drie koffers en een volle brandstoftank is hier helemaal niet geschikt voor, joh. Dat willen ze ons bij BMW Motorrad wel wijs maken, maar dit is het leefgebied van een ouwe gebutste Yamaha 450 met noppenbanden. Zo eentje waar ik op tijd afspring als-tie valt. Waar ben ik toch in hemelsnaam aan begonnen?

Maar ik moet persé naar die brug, verdorie. Na een paar kilometer stop ik, parkeer mijn motor op een platte steen en ga de rest lopen. Een nieuwe zijkoffer kost namelijk 500 euro… Ik sta 50 meter bóven de brug, maar kan er niet op. Ik loop langs een oude molen en een waterval, langs scherpe takken en door drie dichte bosjes. Kansloos. Ik draai weer om. Ik geef het op! Kutbrug, de koelere!

Maar…ik vind later aan de weg wel een leuk en werkelijk keurig restaurant op een kruising. Met echt Flintstonemeubilair. Ik voel mij Fred: jabbedabbedoe! Ik zit er wel een uur in de schaduw, samen met een groot koel glas geperste sinaasappelsap. Als ik voldoende ben afgekoeld reis ik verder.

Op de hoogste berg in de omgeving tref ik een Boedistisch centrum. De zon schijnt nog steeds onbarmhartig aan de hemel. Het waait flink bovenop de berg. Vlak bij een trap staat een auto met een Spaans kenteken en daarnaast een stevig en warm ingepakte mevrouw in een rolstoel, samen met een mijnheer die sinaasappels pelt.

Of ik een stukje sinaasappel wil, vraagt de mevrouw in het Nederlands. Ze heeft het kenteken op mijn motorfiets gespot. We raken aan de praat en zij vertelt haar verhaal. Zij woont alleen, in Badhoevedorp, en was tot haar 37e jaar gewoon gezond. Maar in dat jaar werd ze kort na elkaar door een paar beroertes getroffen. Daardoor zijn vitale lichaamsfuncties uitgevallen. Ze kan sindsdien niet veel zelf meer. Zij is nu hier op vakantie. De meneer die bij haar is, is van een hulporganisatie en haar tijdelijke Spaanse buddy. Hij zorgt volledig voor haar tijdens haar tweemaandelijks verblijf in Albufeira. Ze delen een appartement. Zij heeft een lage uitkering, maar deze vakantie betaalt ze van haar PGB. Ik vraag wat het doel is van haar komst naar deze berg. Zij antwoordt: ik ga hier straks bij het beeld bidden voor alle mensen die het in de wereld minder hebben. Het kippenvel trekt over mijn armen en benen. Het maakt mij op dat moment héél erg nederig…

We eten met z’n drietjes een paar sinaasappels. Heel bijzonder op deze berg. Als ik haar vervolgens vertel dat ik in Albufeira verblijf, dan geeft ze mij het adres van een toprestaurant in de badplaats. We nemen afscheid, ik stap op mijn motor, zwaai en rijd ronkend de berg weer af.

TENSLOTTE

Aan het einde van de dag rij ik weer terug naar de camping. De zon schijnt en er staat geen wind. Ik dender over strak, kurkdroog en vreselijk betrouwbaar asfalt. Het is klasse A kwaliteit. Het niveau van een nieuw, maar ingereden circuit. Werkelijk een schitterende weg die als een woeste slang links en rechts door het bergachtige landschap meandert. Een ritmische afwisseling van korte bochten en zeer fraaie lange doorlopers. Toerental tegen het rode gebied. Quickshifter van 3 naar 4 en weer terug. Hoge snelheid. Geen onnodige bagage. Tank inmiddels half leeg. Lichtvoetig rijden. Dunne zomerhandschoenen aan. Chirurgisch gevoel in mijn vingertoppen. Scherp bochtenwerk. Motormanagement op dynamisch. Volle bak, alle pk’s los.  Mijn BMW en ik. Samen dansen in het laatste zonlicht, samen op weg naar The Golden Hour…

De laagstaande zon tovert glinstertjes in het asfalt. Het zijn nèt diamantjes… Miljoenen!

Het is….een rit dóór en náár de sterren, mijmer ik…

Wát een superdag! Eéntje voor in het boekje. Toppertje!

Coos op Reis: THE MESSIAH WILL COME AGAIN

( Vandaag verslag nummer 23 in onze serie COOS OP REIS. Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en brengt ons bijna dagelijks verslag uit. Ook van de rustdagen…)

“Het is inmiddels 20 maart.

De zon schijnt en het waait. Rap mijn laarzen en handschoenen op het terras zetten. Binnen drogen ze maar niet. En anders moet ik hier eeuwig blijven…

Overdag de ramen op een kiertje zetten voor een betere ventilatie is helaas géén optie. In deze caravan zitten ‘digital windows’ : het is nul of één, de ramen zijn óf volledig open óff volledig dicht. Dus zijn ze dicht. Ik vertrouw niemand.

Ontbijt in de zon op een plastic stoeltje. Drie hele sinaasappels gaan er in zo’n kingsize glas. Met een broodje Spaanse ham, café Americano en iets dat een mix is van een creme brulee en een puddingbroodje. Voor…vijf hele Portugese euro’s. Wat een tof land.

Vandaag staat een relaxte dag op de planning. Factor 50, korte broek aan, vijftien kilometer langs het strand wandelen, van de zon genieten, schoenen en sokken uit en op een terrasje in mijn blote teentjes een beetje om mij heen kijken. Uh, gewoon lekker gepensioneerd zijn en geen reet doen. Gôh, hoe zou het bij de DAS in Amsterdam zijn? Of bij ISS in Utrecht? Of bij Campina Melkunie in Rotterdam of Den Bosch? Vast heel goed. Ze rooien het wel zonder mij. En anders niet.

Vandaag ben ik drie weken op reis. De tijd vliegt echt voorbij. De vrijheid en het niets hoeven, is het mooist. Elke dag doen wat ik zelf wil. Geen planning, geen deadlines, geen budget, geen overleg, geen onderhandelingen, geen aanpassingen, geen rapportages, geen beloning of straf, geen stress. Niks. Wel elke dag een verslag natuurlijk. Nog steeds.

Drie keer per dag op mijn gemak uit eten. ‘s Morgens een broodje, ‘s middags een salade en ‘s avonds een vissie, een pasta of iets vegetarisch. Tussendoor een expreszo, een ijsje, een biertje, een appeltje of sinaasappel, wat noten of een wijntje. En ergens in mei weer thuis, of zo. Als ik zin heb. Maar….het gaat allemaal wel heel erg snel. Soms mij ietsje te snel.

Op de camping staan campers, campers en campers. De campers op de foto’s behoren tot de derde categorie. Daar schuiven ze de keuken naar buiten en slepen ze hun auto’s en motoren in aanhangers mee. Er staat zelfs een camper met een eigen zendmast. Haha, nee hoor, dat is niet waar. Die mast is van een telefoonbedrijf.

Over fantaseren gesproken: het schijnt dat kater Tijger thuis op mijn troon zit, de macht heeft overgenomen, de ramen met kranten heeft dichtgeplakt en het huis te koop heeft gezet. Tijger heeft de foto’s van al die lekkere poesjes gezien en wil emigreren naar Portugal, hoor ik van de buurvrouw. Nou ja, als mijn laarzen nou toch nog nat zijn, kan hij gelijk ff nieuwe….

THE MESSIAH WILL COME AGAIN

Ik wandel door Albufeira en loop, onderweg naar het strand, een donkere tunnel door. Ik hoor prachtige tonen van een elektrische gitaar. De gitarist zit op een stoepie aan het andere einde van de tunnel en speelt handig in op de natuurlijke nagalm van de tunnel. Bij het ene nummer denk ik aan Joe Bonamassa, bij het andere nummer aan David Gilmour, dan hoor ik Santana maar ook  Roy Buchanan, Gary Moore etc. Hij speelt gepassioneerd. Zijn bluesnummers trekken als een zwoele, hete wind langs de vochtige, koele stenen van het schaduwrijke tunneltje. De zon schijnt onbarmhartig aan de hemel, ik zit te bakken in de zon, maar…het kippenvel staat op mijn armen. Wat een prachtige muzikant en wat een vreselijk mooie nummers. Ik koop een paar meter verderop een lekkere koffie en zit ruim een uur eerste rang. Hij blijft spelen! Ik geef de muzikant geld. Hij bedankt. Maar deze mijnheer speelt niet voor wat euro’s, hij speelt gewoon voor zichzelf. Oh, wat begint deze dag weer goed. Hij kan niet meer kapot. Wat word ik hier vrolijk van. Wat een mooi leven is dit. Al gaat het nu sneeuwen, ik krijg die grijns niet meer van mijn gezicht.

Net als ik mijzelf dwing om te gaan wandelen, speelt hij hartverscheurend The Messiah Will Come Again (1972). Mijn muziekvrienden weten precíes wat ik bedoel en wat ik dan voel…

Bijna veertig jaar geleden hoorde ik dit nummer voor het eerst op de radio. Ik belde prompt de andere dag naar de studio van Veronica om te vragen wat ik in vredesnaam had gehoord. Het was de orginele versie van Roy Buchanan. Wat een geweldig mooi nummer.

Ik heb vandaag een herinnering aan mijn reis toegevoegd. Dat koude tunneltje, de prachtige muziek van die gepassioneerde muzikant en de bulderende golven aan het zonnige strand. Onuitwisbaar. Wôw! Wat een belevenis.

Even een korte impressie?

TENSLOTTE

Weleens gehoord dat iedereen ergens op de wereld een dubbelganger heeft? Ik vang vanavond een een tikkeltje aangeschoten Engelsman op. Hij struikelde over zijn eigen schoenen. Ik kijk hem aan en … potver, het is nét mijn overleden vader. In het echt lijkt hij nog meer als op de foto. Zo’n bijzondere ervaring!

Lekker dagje vandaag. Er gebeurt altijd wat. Het is net een project….

Morgen ga ik een dagje motorrijden. Ik heb vreselijk veel zin!”

Coos op Reis: GELOOF

Aflevering 22 in onze serie Coos op Reis

De zon komt aarzelend door. Op de ramen zitten spetters van de regen van vannacht.

Gatver, mijn laarzen en handschoenen zijn nog steeds zeiknat. Ze drogen niet lekker in de caravan. Zolang ik ter plekke aanwezig ben, zet ik ze maar buiten en in de wind.

Daar waar ik mijn ontbijt scoor, drinkt een grote groep Nederlandse bejaarden in de supermarkt koffie met elkaar. Hun stoelen staan half in een kring en vlakbij de kassa. Eentje heeft zelfs klompen aan. Het is net een kippenhok. Als ik bij binnenkomst hard ‘goedemorgen’ roep, nodigen zij mij onmiddellijk uit om er gezellig bij te komen zitten. Wat lief, hè! Ik geniet een uur lang van alle verhalen en de grappen die ze met elkaar uit halen. Het is een dolle bende. Erg leuk.

Bij de receptie boek ik vier nachten bij. Mijn laarzen zijn immers nog niet droog… Nee hoor, dit is voor mij een goede plek hier. De camping heeft goede aardstralen. Albufeira met al haar horeca op wandelafstand, het strand ook lekker dichtbij, wat moet een mens nog meer? Lekker plekkie.

Vandaag wandel ik naar Praia da Oura. Twintig kilometer heen en weer. Ik denk dat ik na deze trip óók nieuwe wandelschoenen nodig heb, dus als iemand binnenkort Janny-zonder-Facebook…..

Ik wil in Praia da Oura graag het appartement opzoeken waar Janny en ik in 1977 waren. Lijkt mij leuk.

Onderweg vlucht ik een paar keer voor een regenbui. De laatste run brengt mij bij een prachtig Italiaans restaurant voor de lunch. Ik heb ook altijd pech, hè? De zon laat mij vandaag echter mooi in de steek.

Ik zoek en vind het betreffende appartementsgebouw terug. Het is inmiddels in gebruik als hotel. Ik praat even met de seniormanager. Het oudste deel is 42 jaar oud. Het glazen onderwatervenster van het zwembad is er niet meer, vertelt hij weemoedig. Het complex is ondertussen flink uitgebreid en gemoderniseerd. Ik mag van hem rustig even rondkijken! Super, down memory lane..!

Ik hou daarvan. Je kunt mij af en toe ook gerust terugvinden in het straatje waar ik geboren ben, in de wijk waar ik ben opgegroeid, bij het pand waar ik heb gewerkt etc. Ik ben gewoon een sentimenteel lor, jôh.

Ik zoek wat verder en vind het strandje waar we toen regelmatig heen gingen. Man, wat leuk allemaal. Het is ruim 40 jaar geleden. We waren nog maar 25 jaar. Wáár blijft de tijd, niet normaal…uh…sterk spul, dat Fischerman’s Friend….

Mijn oude jeugdvriend Bas kan op zijn iPhone ook zien waar ik ben. Hij stuurt mij vanuit zijn caravan in Frankrijk via WhatsApp naar Restauranta a Ruine, een topvisrestaurant boven de zee in Albufeira. Het is een hele sjieke tent. Ik mag daar zelf het vissie aanwijzen dat ik ga opeten. En het eten is er super. Joepie, wat een feest. Kost wat, maar erg leuk voor een keer. En Janny heeft toch geen Facebook. Ik vertel later gewoon dat de benzine in Portugal erg duur was…

Nou, kortom, een fikse wandeldag met veel bewolking, weinig zon en een paar nare buien. Die factor 50 had niet echt gehoeven. Morgen beter!

 

GELOOF

Owja, het verhaal van de ober.

Om te voorkomen dat ik in het restaurant tegen een oversized helwitte spaarlamp aankijk, kies ik voor de stoel die zicht geeft op een blinde muur. Je zou het soms niet zeggen, maar ik heb van huis uit een gereformeerde opvoeding gehad. Wellicht zie ik daarom iets kerkelijks in die muur. Kijk zelf maar op de foto. Op zo’n bordje stonden vroeger de psalmen en gezangen in krijt geschreven.

Ik vraag aan de ober hoe dat zit. Achter de deurtjes blijken echter dartboards te zitten en ik bulder van de lach.

Na mijn verklaring vraagt de ober of ik een gelovige ben. Ik antwoord ontkennend. Dat begrijpt hij niet, zegt hij hoofdschuddend. Want het geloof kost immers niets en het geeft je meer zekerheid tot toegang naar het hiernamaals.  Hij gaat vertwijfeld verder: het zal je maar gebeuren dat ze straks de deur niet voor je openen. Nee, het is erg onverstandig om dat nou niet te doen en ik moet daar toch nog maar eens over nadenken…

“En vervolgens vertelt de ober mij oprecht wáárom en wannéér hij zelf is gaan geloven… 

Hij is op dat moment 16 jaar. En komt binnen bij een pizza-restaurant, daar waar nu de McDonald’s is. Ik knik begripvol… Weet ik van veel. Ik ben hier net één dag…

 In het restaurant ziet hij het mooiste meisje van heel Portugal. Ze heeft donkere ogen en zwart haar. Hij wil haar. Hij vraagt haar of ze met hem uit wil. Alleen als je geld hebt, antwoordt zij hooghartig.

Hij kan aan niets anders denken en gaat naar huis en bidt op het harde cocosmatje voor zijn bed op zijn blote knieën om geld, zodat hij het begeerde meisje mee uit kan vragen.

De volgende dag, net als hij een weg over wil steken, houdt een onzichtbare hand hem tegen en vrrrroeeemmmm dendert met hoge snelheid een zware motorfiets voorbij. Twee seconden later schraapt er iets over straat en ziet hij een dikke geldbuidel over straat schuiven. Hij opent de buidel. Er zit geld in. Heel veel geld.

Zijn gebed is verhoord! De ober is vanaf dat moment een echte, oprechte gelovige!

Haha. Echt gebeurd, volgens hem. Vet verhaal, toch?
Ik lach mij de koelere…”

In the Catch of the Day een impressie van Praia da Oura en omgeving.

Coos op Reis: ROLTRAP NAAR DE HEMEL

Vanaf 10:00 uur is het droog. De zon schijnt en het is half bewolkt. Super!
Mijn handschoenen en Daytona-laarzen zijn nog zeiknat van gisteren. Mijn laarzen trouwens óók aan de binnenkant… Ik kreeg de peperdure laarzen als verjaardagskado toen ik 60 werd. Inmiddels ben ik héél wat jaren verder. Dus als iemand Janny-zonder-Facebook tegenkomt….

(In onze serie “Coos op Reis” vervolgen we met het 21e motorreis verslag van Coos van der Spek. We zitten inmiddels in Portugal…. )

Ik ga eerst even vrienden worden met de buren in de caravan van de overkant. Dan is namelijk de kans erg groot dat ze op mijn motorfiets passen als ik hier niet ben… Het is een Duits echtpaar uit Tangermünde aan de Elbe. Dat ligt ten oosten van Hannover. Ze zijn rond de 80 jaar oud en ze huren van september tot april hun caravan. Voor een prikkie trouwens. Waarom blijven we in de winter in Nederland?

Buurman zit in het zonnetje een gruwelijk dikke Cubaanse Cohiba Siglo sigaar van zéker 20 euro te roken. Hij heeft wel een petje op. Want de zon is immers slecht voor zijn gezondheid…

Buurman vindt mijn Duitse motorfiets prachtig. Tja, wie niet?

Zijn vrouw toont foto’s van een grote overstroming in Albufeira in 2015. Indrukwekkend. Zelfs de roltrap naar het strand stond deels onderwater, vertelt ze sensationeel. Roltrap naar het strand? Ik neem mij gelijk voor om die roltrap op te zoeken. Ik mijmer er al over. Dat is nou nog eens klantgericht denken: een roltrap naar het strand voor je rijke bejaarde toeristen. En ‘m dan maar één kant op laten draaien. Dan blijven ze extra lang op het terras zitten en daar hun dure drankjes
drinken. Iedereen blij.

Als buurman voor de vierde keer mijn motor gaat bewonderen, fluistert zijn vrouw dat hij aan het dementeren is. Dat had ik al van zijn vertelsels begrepen trouwens. Ik heb helaas ervaring met bejaarde dementerenden. Wat zal Janny allemaal over mij fluisteren, nu ik zo lang van huis ben, flitst er door mijn hoofd…?

We hebben geen auto meer, vertelt de man weemoedig. Hij neemt gelijk even een ferme trek aan zijn sigaar en trekt de lucht tot aan zijn behaarde blote tenen zijn lichaam in. Hij heeft hem helemaal in de prak gereden, samen met nóg vijf andere geparkeerde auto’s, roept zij monter. Ze voegt er fluisterend aan toe dat het waarschijnlijk door een schwere Schlaganfall kwam én dat de verzekering gelukkig alles heeft betaald.

Nou, híj mag op míjn motor geen rondje rijden hoor, beslis ik ter plekke…

Maar ze zijn allebei heel erg aardig en vinden het verhaal van mijn motorreis maar stoer en dapper. Ik soms ook trouwens.

Ik scoor mijn ontbijt bij de supermarkt. Daar laten ze ook op een poster zien dat ik wellicht een nieuwe buurvrouw krijg. Ik denk dat ik hier nog maar een paar dagen blijf. Wellicht kan ik meedoen met hun BBQ..

Nà het ontbijt begin ik aan mijn wandelroute naar en door Albufeira.

Het is voor mij héél bijzonder om weer hier in Albufeira te zijn. Janny en Danielle en ik waren hier namelijk al in 1977. Danielle (1978) heeft daar niks van meegekregen: die zat nog in de buik van Janny.

We woonden in die tijd in Poortugaal en we reisden naar Portugal. Ik zie zó het verbaasde gezicht van de douane-meneer op het vliegveld Faro nog vóór mij.

Albufeira was toen nog een vissersdorp. Pas in de jaren tachtig is het een toeristische stad geworden. Midden in het oude Albufeira tref ik nu een soort Leidseplein aan. Gelukkig ietsje minder dan Valkenburg. Veel eettentjes, maar ook nog gezellige oude straatjes. Overdag best leuk. Hier zeker nog geen hoge torenflats. Er is ook direct toegang tot het strand. Het is prima.

Ik maak een lange wandeling langs het strand. De zware golven beuken op het zand. Het is indrukwekkend. De zon schijnt en de zee maakt veel kabaal. Ik ruik het zoute water en het schuim spat op mijn lippen. Ik ben een gelukkig mens.

Het was een mooie, relaxte dag!

Owja. Morgen vertel ik de anekdote van de vriendelijke ober van het restaurant waar ik dit verslag schrijf. Het gaat over ‘het geloof’.

ROLTRAP NAAR DE HEMEL

En dáár tref ik hem dan eindelijk aan: the moving stairway to heaven…..

In The Catch of the Day nog wat impressies van Albufeira.

Coos op Reis: ALBUFEIRA – PORTUGAL

 ALBUFEIRA – PORTUGAL

Het is vandaag zaterdag. Om 07:00 uur hoor ik nog grote druppels regen op mijn plastic dak vallen, maar om 08:00 uur is het droog. Ik zie zelfs een waterig zonnetje. Vandaag reis ik weer verder.

(We lezen hier verder in de serie “Coos op Reis“)

De beheerder wil de caravan vóór mijn vertrek persé controleren. Of ik misschien wel een vork krom heb gemaakt, een glas van 40 cent heb gebroken of met viltstift iets banaals op de muur heb geschreven. Zoiets. De procedure is mij bij aankomst wel drie keer verteld. Bij controle loopt de controlemanager met zijn grote vuile baggerschoenen dwars over mijn schoon gepoetste caravanvloer, kijkt verder nergens naar en zegt dat het allemaal prima in orde is. Dát had hij ook vanaf het terras kunnen doen. Of vanuit de receptie. Hoe bedoel je, overbodige managers en wassen neuzenprocedures?

Ik besluit om Anzar vandaag te tarten. Ik stop mijn regenpak diep en onzichtbaar in de topkoffer en kijk vol vertrouwen naar het zonnetje, dat inmiddels dapper door de wolken prikt.

Ik laad de route, zet het geluid in mijn helm aan, rits mijn jas dicht, trek mijn handschoenen aan en ga op weg. Ik rij het prachtige natuurpark Nacional de Doñana uit. Het is een enorm bosgebied. Mijn GSA en ik gaan vandaag Spanje weer verlaten. We gaan op weg naar Portugal.

Het asfalt is hier ruk. Dáárvoor kan ik beter in Luxemburg blijven. Daar hebben ze tenminste geld voor goede wegen. Grote delen van het asfalt hier zijn gekrakeleerd. Net als de tweezitsbank van mijn oude moedertje, denk ik. We zijn al jaren regelmatig aan het kijken voor een nieuwe bank. Maar ja, besluiten nemen is moeilijk voor mijn moedertje. Daarnaast vergeet ze snel wat ze precies gezien heeft. Dat mag ook wel, ze gaat al richting de 90. Ma zegt altijd: iedereen wil graag oud worden, maar niemand wil graag oud zijn. En zo is dat. Wellicht wil het asfalt ook helemaal niet oud zijn…

Het gaat harder waaien. De wind komt over de vlakten aanstormen en trekt en plukt aan mijn motorpak en buldert in mijn Schubert-helm. Ik hou mijn lichaam en geest ontspannen en ben helemaal zen. Want de wind waait ook alle stof weg, waait alle wolken weg, de regen weg, maakt de wegen droog en nog veel meer. De wind is goed. De wind is prima. De wind … is mijn vriend!

Ik zie borden met Matalascañas en mijn navigatiesysteem toont dat we de golf van Cadiz naderen. Hoe heette die boot ook al weer van dat beroemde scheepsongeluk? Owja, de Amoco Cadiz! In 1978, bij Bretagne. Ik weet het nog, mijn hersens zijn nog niet gekrakeleerd gelukkig.

De wind van de Atlantische Oceaan beukt en buldert tegen de werkelijk torenhoge duinen van de kust. Wat een geweld. En wat een prachtig gebied is het hier. Het is super. Ik heb trouwens nog nooit zulke hoge duinen gezien. Het zijn gewoon bergen!

In Mazagón drink ik een café solo. En ze hebben wifi! Als de uiterst vriendelijke meneer eindelijk het password heeft gevonden, ben ik al weer bijna op pad. Het password voor de geheel gratis dienst is LasDunasWifi1234Gratis#. Lekker makkelijk en klantvriendelijk… Ik snap dat nooit. Mjin password is gewoon overal COOS. Veilig genoeg toch zo? Maar ik kan eindelijk mijn reisverslag van de dag ervoor even opsturen.

In het restaurant trek ik gelijk mijn elastische Scott-regenpak aan. Ik ben net een vrolijke kanarie. De Spaanse buienrader toont namelijk dat er een groot breed regenfront mijn kant op komt. Recht op mij af. Ik ben kánsloos! Anzar heeft echter vast niet gezien dat ik binnen mijn regenpak aantrok. Hij wacht nu nog steeds bij de ingang van het restaurant op mij. Sukkel…

Ik kijk even in een dorp waar aan het begin een bord staat dat het dorp alléén toegankelijk is voor dorpsbewoners. Ja, dág! Dat willen we allemaal. En Amsterdam alléén voor de Amsterdammers zeker. Het zou overal een mooi zootje worden. Dat is ongeveer dezelfde onzin als de Lekdijk afsluiten voor motorrijders. En ken je die wegen die alleen toegankelijk zijn voor bestemmingsverkeer? Ammehoela. Daar wonen alleen maar wethouders die rustig willen wonen. Wie wil dat niet? Zolang vreemden mijn straat in Linschoten in mogen rijden, mag ik het straatje van iemand anders inrijden. Zo werkt dat en niet anders. Hahaha. DrOetker heeft gesproken. Pudding! Aardbeismaak was het deze keer, geloof ik.

Een vriendelijke jonge Engelsman komt enthousiast naar mij toe en is blij dat ik Engels spreek. Hij is hier met een lorry. Hij hoopt dat ik hier blijf want er is verder niks te doen. Maar helaas, er staat voor mij nog ruim 100 km op het programma vandaag. Hij geeft mij een hand en verdwijnt weer naar binnen.

De huizen van het dorp staan, net als het Urks-mannenkoor, schouder aan schouder, aan de rand van de Oceaan. Het huizen worden in de rug gedekt door de zo kenmerkende gele rotsen van de zuidkust. Het regent en ik geniet. Ik voel de nabijheid van de zee. Het is hier gewoon anders dan een uur terug. Het ruikt ook anders. Het voelt erg goed. Goede aardstralen hier! Ik ben goed beschermd tegen de regen. Eenmaal ingepakt blijf ik zo makkelijk een hele dag droog. Het water rolt zo m’n regenpak af. Als je maar goede spullen hebt en als alles maar waterdicht en warm is. Dan is het goed.

Aan de zuidkust van Spanje rijd ik heel lang door een natuurgebied. En precies grenzend aan dit gebied heeft Repsol zijn benzine-opslagtanks. Ik ben helemaal niet zo’n milieufreak, hoor. Dan zou ik ook immers niet met mijn motorfiets helemaal hier zijn. Wie zonder zonde is…… Maar deze lelijke dingen in dit prachtige gebied vind ik echt een misdaad tegen de natuur. Ik rijd er snel voorbij.

Ik steek de Rio Tinto over. De rivier kleurt zo groen als gras. Oplichters. Je wordt ook overal belazerd tegenwoordig. Een automobilist toetert naast mij. Als ik opzij kijk, dan steekt de bestuurder zijn duim omhoog en grijnst breeduit. Best leuk zoiets. Vrienden onderweg die geen vrienden zijn. Een soort Facebook van weggebruikers.

Er is niet zoveel horeca in het dorp waar ik met mijn kasteel binnen dender. Er is één plein. En dát is het. In een diarreecafé bestel ik een broodje gebakken ei. De eigenaar doet mij een beetje aan Boy Bensdorp denken. Uit de tijd van De Lachende Scheerkwast. Zelfs het snorretje klopt. Dus lijkt het mij veiliger als de man mijn voedsel verhit. Maar ja, er is hier verder even weinig keus. Joh, als avonturier moet ik natuurlijk straks ook een paar ziektes opgelopen hebben.

Een klein meisje kijkt verkikkerd naar mij en mijn kanariegele regenjas. Ze ziet in mij vast een avontuurlijke opa. We maken foto’s van elkaar en ze zwaait als ik weer vertrek.

Bij Ayamonte steek ik de rivier Guadiana over en verlaat Spanje. De rivier Guadiana is één van de grootste rivieren van dit gebied. Ze is maarliefst 750 km lang en vormt een deel van de grens tussen Spanje en Portugal.

Ik rijd Portugal binnen. Een mooi moment voor mij.

Maar onmiddellijk worden de wegen nóg slechter. Dat is nou weer jammer. Ik ontwijk talloze gaten en kuilen. En diep! Bij ééntje kan ik mij nog nét aan de rand vasthouden… Ik zit veel te veel op het asfalt te letten. Dat is echt geen rijden zo. De kuilen zijn natuurlijk niet erg comfortabel, maar daar komt over het algemeen weinig gevaar vandaan. Ik besluit de vering op comfort te zetten en de kuilen verder te negeren. Ik ga er dwars doorheen. Maar ik word er wel moe van.

In een bushokje doe ik een hazenslaapje. Slechts twee minuten. Ik droom over heerlijke…. Tja, dat zou je graag willen weten, hé!

Een kleine 300 km gestuurd. Aan de rand van Albufeira vind ik een prima plekkie voor 35 euro per nacht. Motor straks in het piepkleine tuintje, maar mét een tuinset en mét een eigen palmboom. Vanzelf.

Ik heb hier een uur tijdverschil. Jéétje, wat ben ik ver van huis. Zo’n beetje het verste punt: 2400 km!

Ik ga straks eerst maar eens een echte Portugese port drinken! Maakt mij niet uit hoe duur hij is. Ik heb ‘m verdiend. Ik denk wel dat ik een paraplu meeneem. Of ik die bij mij heb? Zeg, eh, …is de Paus …..?