Wie ben jij? Waar kom je vandaan?
Willem Laros: als iemand dat roept dan reageer ik. Hoewel ik ook een oom had en een neef heb die zo heetten. Geboren in Delft (1953), daarna verhuisd naar Rotterdam, Den Haag, Zoetermeer, Roosendaal en sinds ruim een jaar nu Bergen op Zoom. Getrouwd (1973), twee kinderen, twee kleinzoons.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?
Mijn oudere broer was een verwoed sleutelaar aan brommers. Mijn eerste was een Mobylette – met pookje – en daarna werd het afwisselend een Puch of een Tomos. Hoog stuur, afwisselend met twee of drie versnellingen. Mooie kampeervakanties op de Veluwe met mijn broer. Westerse knullen, Veluwse meisjes.
Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?
In de jaren zeventig haalde ik mijn motorrijbewijs: blauwe L achterop en rond je huis – Den Haag toen – oefenen, niet de snelweg op. Dat deed ik op mijn eerste motor, een Honda F350 (viercilinder). Naaimachientje, maar niet te veel vermogen. Op de snelweg was 110 km/h al heel wat. Zonder tegenwind althans.

Een collega van mijn vader reed BMW en onderhield die ook zelf. Mijn BMW R60/6 – gebruikt gekocht bij Motor Houtrust (Pim – nu doet zijn zoon het) in Den Haag/Scheveningen – ging daar dus ook in onderhoud. Daarna kwam er een K75: een driecilinder met een in de lengte geplaatst blok. Geweldige motorfiets. Zwart met een hele dunne, goudkleurige bies, speciaal door Pim in Duitsland besteld. In die tijd was ik motorfietsen gaan testen voor het Algemeen Dagblad: elke twee weken een kwart pagina op de autopagina van Paul Krol (wie kende hem niet in die tijd). Daar waren spectaculaire motoren bij. De Honda CX Turbo was bij de introductie een sensatie (en gevaarlijk: bij 80 km/h ging het voorwiel nog omhoog), de CBX ook. Met de verschillende Harleys had je altijd en overal aanspraak. Ik had een vette primeur met mijn interview – in Engeland – met Lord Hesketh, de man achter de Hesketh V1000. Mislukt project, want veel te duur. Maar wel mooi…
Vervolgens deed de GS zijn intrede in mijn schuur. Geen idee meer of dat nou een 1000, 1100 of 1200 cc was. Zwart, met gele buddyseat. De motorfiets werd ingezet voor woon-werk, maar vooral ook voor ritten met motorclubs, weekenden kamperen en vakanties in heel Europa. Mijn echtgenote is ooit bijna in slaap gevallen achterop, zo lang waren de ritten soms…
De laatste jaren maakte ik mijn toeristische reportages voor Moto73 op achtereenvolgens een Suzuki V-Strom 650 (fijne 140.000 km waren dat) en een V-Strom 1000 (ook nog eens 85.000 km). Geweldige motoren beide.
Ben jij een “mooi-weer-rijder” of een “door-rijder”?
Toen ons samenzijn resulteerde in de geboorte van eerst een dochter en daarna zoon volgde er een motorloos tijdperk. Voor eerst het blad Motor, daarna Promotor en uiteindelijk Moto73 begon ik later reisreportages te schrijven: de diverse importeurs stelden daarvoor steeds een motorfiets beschikbaar. Gratis publiciteit, want natuurlijk noemde ik de motor en zag je deze ook op de foto’s die eerst een meereizende fotograaf maakte. Later ben ik zelf gaan fotograferen en ging er vaak een vriend met motor mee: zo kon ik tenminste een rijdende motorfiets in het landschap fotograferen.

Die reportages in Europa betroffen doorgaans drie overnachtingen. Mooi weer was geluk, maar met beestenweer moest er toch worden gewerkt. Ik heb dus menig buitje op mijn helm gehad. Tot natte sneeuw aan toe (Oostenrijk). In Zweden reed ik ooit drie dagen lang in de stromende regen… niets was meer droog en de ketting kraakte bij gebrek aan smering.
Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Welke motorfiets zou je dan kopen?
Met de auto ben ik intussen ‘hybride’ gegaan, de motorfiets zou zeker een elektrische worden. Ik hoop namelijk dat mijn kleinzoons en al hun leeftijdgenoten ook nog iets aan deze wereld hebben. Waar ik een (kiezel)steentje kan bijdragen doe ik dat. Onze camper is helaas een – schone, want nieuwe – diesel: er is domweg nog geen andere keuze.
Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Die vraag krijg je als toeristisch journalist vaak. En hij is nauwelijks te beantwoorden. Puur landschappelijk is rijden in de bergen geweldig: Oostenrijk, Zwitserland, Noord-Italië. De Alpen en de Dolomieten. Bekende en onbekende passen: heerlijk. De Grand Tour of Switzerland: ik deed deze helemaal. The Wild Atlantic Way in Ierland: schitterend. IJsland en de Faeröer: wat een geweldige ritten waren dat! Met een vriend die in Stavanger woont reed ik naar en op de Lofoten. Veel (!) onvergetelijke kilometers. Corsica, ook heel bijzonder. En ik houd ook erg van het zuidoosten van Denemarken (Møns Klint). Het zuiden van Zweden: de Wallander toer! Maar ook in eigen land genoot ik van bijvoorbeeld bezoeken aan wijnboeren in de Achterhoek. En Luxemburg mag echt niet onvermeld blijven!
Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?
Ik ben enige tijd bezig geweest om een reportage in Zuid-Afrika te maken. Daar is helaas nooit iets van gekomen. Ik was destijds regelmatig in dat land om (natuur)fotocursussen te geven en hoopte dat een keer te kunnen combineren. Het is er niet van gekomen. Intussen vind ik al enige tijd dat vliegen louter voor plezier niet meer kan – dus Zuid-Afrika is daarmee een praktisch onbereikbare bestemming geworden. Het antwoord op deze vraag is dus: nee.
Willem, wat wil je nog vertellen aan onze lezers?
De grootste groep motorrijders anno nu bestaat uit keurige (groot)vaders die graag een mooie rit maken. Het imago wordt bij niet-ingewijden helaas bepaald door een uiterst kleine groep verkeershufters die met veel lawaai de ene na de andere verkeersovertreding maken, meestal te hard rijden. Jammer. Jammer vind ik ook dat criminele bendes in de media vaak ‘motorclubs’ worden genoemd. Wat ze helemaal niet zijn uiteraard.
In de enkele honderdduizenden (!) kilometers die ik reed heb ik nooit een ernstig ongeval gehad (wel gezien…). Het ergste was nog een auto die mij van achteren aanreed toen ik remde voor een file die ontstond, bij Woerden. De gladde zool van de chauffeur gleed van zijn rempedaal af, verklaarde hij later. Ik werd gelanceerd, de GS was total loss maar ik kwam met de schrik vrij. Ja, ik reed nooit een centimeter zonder beschermende kleding.
De ergste ‘motorpech’ was een lekke radiateur van de V-Strom 1000, veroorzaakt door steenslag. Vanuit Normandië is de motor toen twee weken later met pechhulp naar de Nederlandse dealer vervoerd, ik reed met drie TGV’s naar Rotterdam.
Het motorrijden heeft mij enorm veel plezier bezorgd en ik heb heel veel van Europa gezien. En ik kreeg er nog voor betaald ook. Desondanks ben ik nu gestopt met motorrijden. Want er zijn andere tijden aangebroken. Die ook heel aangenaam zijn.
Tip redactie: Voor meer prachtige foto’s van Willem Laros, kun je kijken op de website van Willem D A Laros
Tipje van de redactie:
Wil jij meer lezen over motorreizen?
Ga dan naar deze rubriek voor meer artikelen.
Ik was altijd meer met de zee bezig dan met het land. In mijn jeugd was ik vooral aan het zeilen en later aan het duiken. Mijn toenmalige schoonvader was duikinstructeur en ik werd dus al gauw ingezet als assistent. Ik wilde in die tijd marien-biologie studeren, maar een bezoek aan de Calypso van Jacques Cousteau deed mij daar van afzien. Dat ging uiteindelijk negen maanden per jaar om olieboren. Vervolgens wilde ik met een zeilboot de wereld over. Maar daar kwam gezin en werk tussen. Ik vaar nog wel steeds graag en dan vooral op schepen van anderen op de Noordzee, maar ik heb ook wel op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevaren.
Ik heb jaren lang woon-werk gereden, het hele jaar door en daarnaast nog de pretkilometers. Zodoende kwam ik aan 50-55.000 km per jaar. Soms was het lastig want ik hield er nooit zo van om te rijden als het sneeuwde en het gebeurde wel eens dat je na een nachtdienst naar huis moest en dan het intussen gesneeuwd. Dan is het wat minder leuk. Ik had wel een pekelfiets in die tijd. Nu ben ik een mooiweer rijder, mits we niet op reis zijn. Want we zijn eigenlijk meer reizigers op de motor dan toerrijders of toeristen.
Ik ben al op veel plekken geweest in Europa en daarbuiten zodat dit een lastige vraag is om te beantwoorden. Onze reis door Canada en de USA vorig jaar, 26.000 km in drie maanden- daar waren wel heel mooie stukken bij. Vooral Monument Valley en de Valley of the Gods waren spectaculair. Maar ook de tochten met
Wat ik heel graag wil doen is van Tierra de Fuego naar Alaska rijden. Het plan was om dit najaar te vertrekken als het voorjaar begint in Patagonië. De overtocht van de motoren is al geboekt. Alleen zit ook hier de corona in de weg. Er zit eigenlijk geen tijdslimiet aan deze reis want we komen aan als we aankomen en we kunnen desnoods altijd de reis een tijdje onderbreken, mocht dat noodzakelijk zijn.
Vanwege de Coronacrisis moet ik een slag om de arm houden, we weten nog lang niet hoe dit zich ontwikkelt en wanneer we er vanaf zijn. Ik meende toch mijn bedrijf per 1 april 2020 te openen om al bekendheid te krijgen. De hele wereld vertraagd even, mijn groei dus ook. Maar laten we deze vraag even aanhouden…

Ik ben Nicole Dekker, geboren en getogen in het Zuid-Hollandse Westland waar ik nog steeds met veel plezier woon. Ik ben 37 jaar oud en in het dagelijks leven ben ik event coördinator bij het Ministerie van Defensie & mede eigenaar van
De mooiste en tevens moeilijkste rit was afgelopen juni 2019 naar Oostenrijk. Dit was een bergtraining welke ter ere van mijn net overleden vriend toch nog door kon gaan. De training, welke hij organiseerde, zou onze eerste langere reis samen zijn.
Motorrijden heeft mij enorm veel plezier en nieuwe vrienden gebracht. De saamhorigheid tussen motorrijders is super. Ik rij graag mee met mijn eerste clubje de Biker Bella’s uit Zuid Holland, maar ook met Biker Singles, Motormeiden en nog een aantal. Sinds ik ben gaan rijden, voel ik de vrijheid en geniet. Ik heb ik er een passie bij zeg maar.
Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?
Ja samen met mijn Indiase gids Dev (David) en 2 Nederlandse vrienden Dia en Hans gaan we 1 April a.s. voor een periode van 4 weken rijden in Himachal Pradesh en Kashmir.
