Tag archieven: Dolf Peeters

Meer schade aan hun ego dan aan de motorfiets

Regelmatig plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.

Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek.

“Ben zooi aan het opruimen. En dan vindt je nog meer reisherinneringen:

Als je niet altijd je oude motor hebt ingeruild, maar er af en toe gewoon eentje bijgekocht hebt, dan heb je na verloop van tijd best wat oude dingen in de schuur staan. Als je de enige niet bent met die verder onschuldige afwijking, dan is het leuk om eens per jaar wat oud ijzer te voorschijn te halen voor een lang weekend weg.

Dit jaar gingen we voor onverdund avontuur. Of zo. We besloten naar Italië te gaan om weer eens de Stelvio te pakken. Net als vroeger. We keken op Internet: de Stelvio was er nog steeds. Dus we konden gaan.

Eenmaal in de buurt viel ons op dat er blijkbaar gloednieuwe zware allroads, adventure-motoren, Ducati’s en KTM’s waren uitgedeeld in de regio. En dan ben je niet eens verbaasd dat al die motards ook in de meest actuele, trendy motor outfits gestoken zijn.

Ons kwartet, en ik moet eerlijk zeggen onze verschijning, stak daar wat povertjes bij af. Maar ach, wij rijden voor ons plezier en niet voor het uiterlijk vertoon. Dat is natuurlijk een zwaktebod, maar onder elkaar komen we ermee weg. De ochtend van onze eerste dag zaten we na een laat ontbijt nog wat cappuccini te verdelgen toen er een fraai geboetseerde dame op ook alweer zo’n showroomshine Ducati aan kwam.

We dachten eerst blij verrast dat ze alleen bodypainting droeg, maar het was haar motorpak. Dat was waarschijnlijk dicht gestikt terwijl zij er al in zat. En haar motorlaarzen? Dat waren stilletto’s in dezelfde styling als haar pak. Natuurlijk waren haar helm en handschoenen ook ‘matching’ bij haar kleding en haar moto. Goed. Ze draaide de parking voor ons terras op….

En smakte tegen de grond. We bleven even zitten omdat we dachten dat dat misschien een nieuwe trend was, maar stonden toch maar op om haar en haar motorfiets overeind te zetten. Toen ze stond, stond ze scheef. Eén van haar hoge hakken had het tijdens de landing begeven. We begeleiden haar naar een tafeltje.

Ze kreupelde als een mank paard. Eén van ons, een man met een Über Romantische hang naar het Wilde Westen, was nog bezig met de Duc en keek ons, de drie andere ridders en de gevallen prinses na. Later droomde hij weg: “Haar billen bewogen als twee jonge coyotes in een jute zak”. Dat bedoelde hij poëtisch romanties. Niet veterinair.

Omdat we niet in functie van ridders op witte paarden waren, trokken we verder ons plan. Aan iemand die met stilletto’s aan de Stelvio bedwingen wil, daar moet je niet teveel aandacht aan besteden. In de dagen daar op pakten we de Stelvio vier keer. Dat was erg leuk. Onze oudgedienden genoten er ook van. Ze bewezen ook dat wegligging, vering en remmen van 40+ jaar jonge machines op een heel ander plan staan dan tegenwoordig. Spannend! Ze gaven geen klap verkeerd en bewezen dapper dat 50-60 paarden voldoende zijn om dikke pret te hebben.

Bij onze passenpakkerij viel trouwens wel op dat ‘omvallen in haarspeldbochten’ blijkbaar tot een voor ons tot op dat moment onbekend facet van het motorrijden is. We moesten vier keer een tussenstop maken om gevallen motorrijders te helpen met weer opstaan. Ze hadden stuk voor stuk meer schade aan hun ego dan aan hun machines. Alleen al omdat omdat schades aan bijna nieuwe machines doorgaans 100% verzekerd zijn. Maar het leek ons een verontrustende trend.

Intussen is het statistisch al zo dat er meer motorrijders actief sturend de Stevio op gaan dan dat er afkomen. Het verschil wordt gecompenseerd door lieden die de pas per ambulance of traumahelikopter verlaten. Wij deden het hele verhaal keurig met de rubbertjes op het asfalt. De terugreis was al net zo probleemloos.

Misschien pakken we volgend jaar de Stelvio op onze moderne motoren. Hoe gevaarlijk dat blijkbaar ook zijn kan.”

Mash-i-nist

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek. Op sociale media lazen we van Dolf dit verhaal:

“Ik ben nu alweer een poosje eigenaar van een 2017 Mash 125 cc. En hier in de schuur staat ook de Honda CBF 125 die onze zoon door zijn studietijd heeft geloodst. Die Honda is ‘Made in India’. De Mash is Frans, en made in China. De Honda heb ik net even een beurt gegeven. Het konijn had bijna een jaar niet gelopen en startte met de eerste druk op de knop. Mijn Mash had ook ongeveer zolang gestaan en had twee tanks met een forse dosis brandstofsysteemreiniger nodig voordat hij weer gewoon wilde starten.

Vandaag heb ik de twee 125 cc giganten eens na elkaar bereden en naast elkaar gezet. De Honda is ‘modern’ gestyleerd, dus in mijn ogen lelijk. De Mash ziet er uit zoals een motorfiets er uit hoort te zien. Qua productiekwaliteit en afwerking blijft de Honda ver achter bij de Mash, die gewoon een echte motorfiets is. Het meest overtuigende deel van de Mash is daarbij zijn tankdop.

Het blokje en de inspuiting van de Honda zijn wat beter. De Honda loopt mooier rond. Aan de andere kant: Het Mash blokje is een clone van de Suzuki GN ( met carburateur). En dat blokje komt uit de vroege eerste helft van de jaren tachtig. Vanuit die hoek bezien is er weinig reden tot zeuren.

De Mash loopt iets van ruim 1 op 30. De Honda is (nog) wat zuiniger. Op secundaire wegen komen allebei de brommers goed mee. Maar als je achter een bus zit ben je de sjaak tot hij een halte pakt. Allebei de eenpittertjes lopen een kilometer of 100/uur.

De vering en remmen van de Honda zijn gemoedelijker. Met de Mash kan ik toch wat meer stoeien.

Qua prijsstelling is de Mash een 100% winnaar. Qua looks en motor gevoel ook. Misschien scoor ik er nog wel een ‘zware’Mash bij.”

Wil je meer lezen van Dolf Peeters?
Kijk dan ook eens op  op de website van AUTOMOTOR Klassiek.

Dolf Peeters: De Vondst

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.

Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek.

De Vondst.

Fred woont in een dorpje ergens langs de A2. Hij is daar “Die man met die motorfietsen.” Op een zaterdagochtend werd er gebeld. Aan de deur stond een oude- en een wat minder oude dame. Fred kent ze wel. Moeder en dochter. Ze wonen in het buitengebied. De moeder heeft ooit een attack gehad en praat moeilijk. De dochter is een verzuurde single. “Of ze Fred even mogen spreken?” Natuurlijk kan dat. Fred’s Inge zorgt voor koffie en koek. Er wordt wat over koetjes en kalfjes gepraat. Dat past in de landelijke omgeving. Maar dan komt moeder, moeizaam sprekend en ondersteund door de bitse blikken van de dochter ter zake. “Jij hebt van die oude motorfietsen. Mijn man zaliger spaarde die ook. Maar nu verkoop ik mijn huis en ga in een bejaardenflat. En dat oude spul van mijn man moet weg. Wil jij dat kopen?”

Fred is meer dan mild geïnteresseerd. Zegt dat hij de spullen dan wel eerst eens wil zien. Dat kan. Direct. Het trio vertrekt naar het buitengebied. Achter het huis staat een vervallen schuur van tien bij dertig. De sloten gaan er af. De deuren gaan open. Binnen, in de schemering staan de motorfietsen zij aan zij. Er staan ook nog een paar auto’s tussen de tweewielers. Fred is best bekend in motorland. Hij ziet één-, nee twee Norton Manxen. Een BMW met plaatstalen frame. Een Vincent, een Porsche 365 B Coupé, een paar Zündapp motorfietsen. Een Norton Atlas. Wat Harley’s. De weduwe vertelt dat haar man binnenvaarder was geweest. Als hij ergens en oude motor zag, dan kocht hij hem en nam hem mee aan boord. Dat deed hij vanaf 1950 tot zeg maar 1970. Tussen 1960 en 1970 hadden alle motorfietsen ongeveer dezelfde waarde wist Fred: ruim 0 gulden. Alle machines leken in redelijke- tot goede staat en kompleet en origineel. De dochter nam op kijverige toon het gesprek over. Zij was duidelijk de hard liner die de zaak tot een goed eind mocht brengen. Met de duidelijkheid dat de zaak glashard was zei ze dat Fred natuurlijk wel de knip moest trekken. “Wat willen jullie er voor hebben?”, sprak Fred die nog nauwelijks bijgekomen was van alles wat hij had gezien. Dochter keek onverbiddelijk en zei: “We weten dat het een hoop geld waard is. Dus ik wil er 5000 euro voor hebben.

De moeder knikte vol ontzag bij het noemen van zo’n monsterlijk bedrag. Fred deed alsof hij over zijn hart streek en zei: “Dat moet dan maar. Ik haal het geld en zorg dat de schuur maandag leeg is.” Moeder en dochter keken elkaar tevreden met hun keiharde zakelijke aanpak aan. Fred kwam zijn belofte na. En de Rudge Ulster met radiale kleppen vond hij pas bij het uitruimen. Die stond achter de Big Chief. Die maandag had hij nog even wat uit te leggen aan zijn werkgever. Want hij had zijn aanwinsten opgeslagen in een loods op zijn werk. In ruil voor de Norton Altlas had zijn baas er vrede mee.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters?
Kijk dan ook eens op  op de website van AUTOMOTOR Klassiek.

 

Cadzand in de regen

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is. Dolf schreef het boek “Mannen, motoren en (wat) meisjes”. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. Hier een verhaal van hem:

Ernie is ooit, als dertienjarige naar Cadzand Bad gefietst. We besluiten de rit op de motor over te doen. In dertig jaar is Nederland erg veranderd. En vier ouwe motorfietsen zijn wat anders dan een fiets. Zeker als er een zijspan mee rijdt. De rit volgt zo natuurgetrouw de authentieke route. We rijden over fietspaden, door inmiddels gegroeide woonwijken, plantsoenen en winkelcentra. Het is hartje zomer dus iedereen denkt dat we een lokale vakantieactiviteit zijn. Het veer Kruiningen-Perkpolder is niet meer. Maar zo’n tunnel heeft ook wel wat. De oudgedienden daveren door de kilometerslange pijp die zich van voor tot achter met geblaf, geknal en gegrom vult. Wat spelen met de voorontsteking levert een onweersbui van daverende knallen en blauw paarse uitlaatvlammen op. Vakantiegangers met caravans dwarrelen verdoofd in ons spoor. De geluidsorkaan loopt ook voor ons uit. Dat heeft blijkbaar iets te maken met resonantiefrequenties. Het oplopen van blijvende gehoorschade is een feest!  Aan de andere kant van de tunnel komen we in een wat sombere klimaatzone, maar we halen Cadzand Bad, de badplaats met de lelijkste boulevard ooit. Het is een lange dag geweest en er moet dus eerst gefoerageerd worden. We lopen naar de Zeemeeuw. Daar is het gezellig druk op het terras. Iedereen knipoogt tevreden naar de zee. De bewolking neemt toe. Jacks en helmen mogen in een hoek van het terras uitrusten. We doen een bier en regelen asbakken. Er zit een man met Harley tattoos op zijn anabole schouders. Hij heeft een aanzienlijk jongere dame bij zich en is erg druk met het negeren van motorrijders zonder Harley tattoos. Zou dat eigenlijk pijn doen, een tattoo zetten? Er vallen wat druppels. Wij bestellen nog wat bier en een driedubbele bittergarnituur. Gefrituurde dingen zijn goed. Want een motor kan ook niet zonder olie. Het begint serieus te regenen. Het terrasvolk vlucht massaal naar binnen. Zomerregen is niet erg. We doen gewoon onze motorspullen weer aan. En waarom zou je je helm niet opzetten omdat je toevallig op een terras zit? De bediening snapt het volkomen. Onze bitterballen en dingen worden opgediend onder plastic. In de eetwaar zijn vrolijke parapluutjes gestoken die doorgaans op sorbets gezet worden. Het is stevig doordrinken om de glazen leeg te krijgen. We zoeken ons honk op. De volgende dag is het weer zomer. In Philippine zit een mosselrestaurant waarvan we de eigenaar kennen. De man heeft een mooie collectie Vincents achter de zaak staan. Een dag is zo voorbij.

Op de terugweg is er alleen nog wat consternatie bij de tolpoort. We zeggen dat we niet hoeven te betalen omdat er aan de andere kant van de tunnel een man met een tas staat die de voorverkoop van de kaartjes regelt. Er gaan direct twee tunnelaars met een dienstwagen op zoek naar de zojuist bedachte ondernemer aan het andere eind van de pijp. De terugreis gaat over gebaande wegen. Als je met tachtig over de snelwegen rijdt creëer je je eigen eiland van verkeersstilte. Zo’n weekend is zo voorbij. Jammer.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters? Hier bestel je zijn boek:

//bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/

Als je Guzzi niet wil starten

We kwamen vandaag dit artikel tegen van Dolf Peeters, en met zijn toestemming delen we het graag met onze lezers.  Altijd handig in het handboek van sleutelaars aan oude klassiekers.

Stap voor stap op weg naar perfectie. Okay, daar moet je bij een wat oudere Italiaan een hoop stappen voor doen. Maar toch… De elektriek van de kleine Guzzies is naar Italiaanse aard gewoon karaktervol. Dat houdt dus in dat je er onverwachte storingen van kunt verwachten.

Een van de bekende problemen betreft het starten. De Italianen hebben zoveel elektriekerij over het contactslot laten lopen dat de motor – ook bij voldoende klemspanning op de accu – bij het starten regelmatig niet verder komt dan het zachtkens aantikken van het relais. Als je er een boosteraccu over zet, dan start hij wel.

Er zijn twee oplossingen: Een theelepeltje of een stukje extra elektrisch touw. Met dat theelepeltje sluit de startmotor kort. De oplossing met het externe touwtje is eleganter: touwtje van de + van de accu naar een waterdichte, veerbelaste schakelaar (scheepsbenodigdhedenwinkel, buitenboordmotorhandel) die normaal open is. Vandaar naar de aansluiting van het startrelais. Nooit meer problemen! Ik heb het originele draadje gewoon laten zitten. Want je weet maar nooit. Ik ben immers net zo’n ster met bedrading als dat Italianen zijn.

Tis alleen qua bediening handiger om die startknop over de rechter kant te bedienen. Dan kun je beter choken.

Wil jij meer lezen van Dolf Peeters? Via deze link bestel je zijn boek:

//bestelmijnboek.nl/product/mannen-motoren-en-wat-meisjes/