Tag archieven: Oude motorfietsen

Passie voor Motorsport

Voor de liefhebbers van (oude) motorsport publiceren we graag weer wat leuke plaatjes uit de vorige eeuw. Toen er nog kunstenaars zo konden schilderen en tekenen dat je de beweging er in zag. Artificial Intelligence bestond toen nog niet.

In onze besloten Facebook groep PASSIE VOOR MOTOREN plaatsen we regelmatig van die oude kunstwerken. Posters, vintage, advertenties en andere oude reclame uitingen. Veel van onze leden van deze Facebook groep, en lezers van deze website, houden van klassiekers en tonen met trots hun bewaard beeldmateriaal en sommigen rijden zelfs nog met deze oude motoren.

Onze besloten Facebook-groep, is dit jaar weer stevig gegroeid naar inmiddels al meer dan 4.200 leden. We zijn te vinden via deze link:

//www.facebook.com/groups/passievoormotoren

Motormuseum Friesland

Ben je een motorliefhebber pur sang en gaat jouw hart wat sneller kloppen als je het oudere klassieke spul ziet? Dan is een bezoek aan het Motormuseum Friesland in Raerd zeker de moeite waard. Het adres vind je via de doorlink hierboven. Voor de entree hoef je het niet te laten, die is €3,50.

Betty (redactie) bewondert de oude machines…

Wij (redactie) waren er een tijdje terug. In principe is het museum alleen op zaterdag open, maar omdat ergens vermeld was, dat het ‘ook op afspraak kon’ zijn we er op een middag gaan kijken.

De oprichter Gerrit Miedema is een zestigplusser die naast zijn koeien een enorme liefde had voor van alles op twee en vier wielen.

Het begon met brommers en zijn uiteindelijke passie was toch vooral voor de oudere Harley Davidson motoren. Als je bij hem binnen komt, ruik je meteen de olie en benzine lucht, want die voertuigen zijn niet alleen om naar te kijken, er wordt ook regelmatig mee gereden.

Gerrit is een man waar die olie en benzine door zijn aderen stroomt. We stelden hem een vraag over de oude Liberator die we bewonderden en de verhalen kwamen los. Van eerdere motorreizen in Amerika met vrienden.

Gerrit Miedema had bij elk voertuig een geweldig verhaal!

De bescheiden gepensioneerde boer (veehouder) vertelde ons met vuur en glimlach in de ogen hoe ze in de kleinste Amerikaanse dorpjes geholpen werden met stukken. Een motorliefhebber met motorverhalen. Het was een heerlijke middag.

Dolf Peeters: De Vondst

Met regelmaat plaatsen we hier een verhaal van Dolf Peeters. Dolf is geboren met de helm. Een valhelm. Omdat het leven een avontuur is.

Motorrijdend Nederland kent Dolf vooral van zijn unieke columns en verhalen in AUTOMOTOR Klassiek.

De Vondst.

Fred woont in een dorpje ergens langs de A2. Hij is daar “Die man met die motorfietsen.” Op een zaterdagochtend werd er gebeld. Aan de deur stond een oude- en een wat minder oude dame. Fred kent ze wel. Moeder en dochter. Ze wonen in het buitengebied. De moeder heeft ooit een attack gehad en praat moeilijk. De dochter is een verzuurde single. “Of ze Fred even mogen spreken?” Natuurlijk kan dat. Fred’s Inge zorgt voor koffie en koek. Er wordt wat over koetjes en kalfjes gepraat. Dat past in de landelijke omgeving. Maar dan komt moeder, moeizaam sprekend en ondersteund door de bitse blikken van de dochter ter zake. “Jij hebt van die oude motorfietsen. Mijn man zaliger spaarde die ook. Maar nu verkoop ik mijn huis en ga in een bejaardenflat. En dat oude spul van mijn man moet weg. Wil jij dat kopen?”

Fred is meer dan mild geïnteresseerd. Zegt dat hij de spullen dan wel eerst eens wil zien. Dat kan. Direct. Het trio vertrekt naar het buitengebied. Achter het huis staat een vervallen schuur van tien bij dertig. De sloten gaan er af. De deuren gaan open. Binnen, in de schemering staan de motorfietsen zij aan zij. Er staan ook nog een paar auto’s tussen de tweewielers. Fred is best bekend in motorland. Hij ziet één-, nee twee Norton Manxen. Een BMW met plaatstalen frame. Een Vincent, een Porsche 365 B Coupé, een paar Zündapp motorfietsen. Een Norton Atlas. Wat Harley’s. De weduwe vertelt dat haar man binnenvaarder was geweest. Als hij ergens en oude motor zag, dan kocht hij hem en nam hem mee aan boord. Dat deed hij vanaf 1950 tot zeg maar 1970. Tussen 1960 en 1970 hadden alle motorfietsen ongeveer dezelfde waarde wist Fred: ruim 0 gulden. Alle machines leken in redelijke- tot goede staat en kompleet en origineel. De dochter nam op kijverige toon het gesprek over. Zij was duidelijk de hard liner die de zaak tot een goed eind mocht brengen. Met de duidelijkheid dat de zaak glashard was zei ze dat Fred natuurlijk wel de knip moest trekken. “Wat willen jullie er voor hebben?”, sprak Fred die nog nauwelijks bijgekomen was van alles wat hij had gezien. Dochter keek onverbiddelijk en zei: “We weten dat het een hoop geld waard is. Dus ik wil er 5000 euro voor hebben.

De moeder knikte vol ontzag bij het noemen van zo’n monsterlijk bedrag. Fred deed alsof hij over zijn hart streek en zei: “Dat moet dan maar. Ik haal het geld en zorg dat de schuur maandag leeg is.” Moeder en dochter keken elkaar tevreden met hun keiharde zakelijke aanpak aan. Fred kwam zijn belofte na. En de Rudge Ulster met radiale kleppen vond hij pas bij het uitruimen. Die stond achter de Big Chief. Die maandag had hij nog even wat uit te leggen aan zijn werkgever. Want hij had zijn aanwinsten opgeslagen in een loods op zijn werk. In ruil voor de Norton Altlas had zijn baas er vrede mee.

Wil je meer lezen van Dolf Peeters?
Kijk dan ook eens op  op de website van AUTOMOTOR Klassiek.

 

Klassiek of gewoon oud?

“Klassiek of gewoon oud?” – is een gast-column van Dolf Peeters.

Er zij hele oorlogen gevoed over wat ‘klassiek’ is. De meest ambtelijke omschrijving is ‘ouder dan 25 jaar’. En dat is feitelijk raar.

Dolf Peeters, gast-columnist

Want voor motorfietsen is een kwart eeuw zo oud nog niet. Zeker omdat de motorfietsen van een kwart eeuw plus een beetje doorgaans niet als werkezels, maar als ‘fun’ dingetjes zijn gezien. Want laten we wel wezen: een bijna dertig jaar ‘oude’ motorfiets met 26.000 kilmeter op de teller? Laat zo’n ding intussen gedateerd zijn, maar technisch zit hij nog heel ver van zijn vermoeidheidsgrens af. Wat? Een Honda Pan European kan zomaar drie ton draaien voordat hij echt moe is geworden.

De BMWR80R, april 1193, een “klassieke” boxer, laatste 2-klepper.

Motorfietsen van 25+ worden dus doorgaans gezien als motorfiets. Niet als klassieker. De enige ‘klassiekerfactoren ’die er in worden gezien zijn de vrijstelling van houderschapbelasting en de mogelijkheid om de motor goedkoop te verzekeren. Motorfietsen van nog maar net 25, 26 jaar zijn daarbij vaak ook erg prettig geprijsd en ze stammen nog net uit de tijd voordat ook motorfietsen door hun assen gingen hangen van alle elektronica. En ze zien er doorgaans nog uit zoals je dat van een motorfiets verwacht.

Klassieke motorfietsen uit de zestiger-, begin zeventiger jaren maken heel duidelijk hoever de technologie inmiddels is voort geschreden. Want een moderne motorfiets? Die stuurt en remt fantastisch en kan doorgaans ‘beter rijden’ dan zijn bestuurder. En daar zitten de jongere klassiekers dan toch weer meer op de lijn van het oude motorrijden, dat soms best ‘werken’ was. Het is mij nog nooit gelukt om op een serieuze moderne motorfiets in de buurt van het grensgebied te komen waarbij het rijwielgedeelte nadrukkelijk begon te melden dat het dicht in de buurt van ‘de dood of de gladiolen’ kwam. Op een Honda CB750 OHC was die grens voor mij wel haalbaar. Zo’n ouwe CB op moderne banden, in orde zijnde demping en vering plus een tweede schijf in het voorrem is trouwens een motor waar je als ervaren motorrijder nog steeds erg vlot mee onderweg kunt zijn.

Maar de doorleefde Moto Guzzi Cali III die mijn ‘auto’ is en ik zijn qua vermogen en stuurcapaciteiten prettig aan elkaar gewaagd. Het ding – met Dell ‘Orto’s in plaats van de inspuiting die in zijn bouwjaar beschikbaar kwam – is dus 25+. Maar of dat hem klassiek maakt? Ach, het is een Guzzi. Dat spreekt in zijn voordeel. Maar hij is een heel stuk af gegroeid van de staat waar in hij ooit de showroom verliet. Voor mij als eigenaar is hij naar mij en zijn inzetgebied toe geëvolueerd. De Guzzi is voor mij een stuk gereedschap. We draaien jaarlijks heel wat – probleemloze – kilometers. Er zijn mensen die vinden dat de dikke Vtwin enorm verwaarloosd is, alleen al vanwege het feit dat hij buiten slaapt en ’s winters pekel eet.

En dat de doorleefde buffel onlangs een paar hipsters in 020 bijna tot tranen roerde vanwege zijn authentiek diep doorleefde uiterlijk en zijn unieke patina? Ach, als dat je ding is en als je geen tien winters door de pekel in wilt investeren, dan kun je altijd contact opnemen met Frans Mandigers.

In de tussentijd heb ik een Guzzi die binnen mag slapen plus mijn werkezel. Die is gewoon oud. Maar hij moet toch nog werken. Net als wij straks allemaal moeten doen. Maar soms zit ik wel eens te denken: Als ik één van de twee weg zou moeten doen: Zou dat dan de ‘ouwe’ of de ‘Echt Klassieke’ zijn?

Wil je meer lezen over klassiekers? Check op facebook.