Tag archieven: drie maanden op reis

Coos op Reis: WIJ DUITERS BEGRIJPEN ELKAAR

Het is 20 april. (We publiceren hier het 52e verhaal in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa, schreef bijna dagelijks een verslag, en wij pubiceren ze wat trager hier)

Ik word wakker op Campeggio Villa Doria in Genua, Italië. De wekker loopt af. Verrek, het blijft pikkedonker als ik mijn ogen open. Ik ben dood, denk ik. Maar dan zou ik de wekker niet horen. Pisnijdige Italiaanse automobilisten hebben mij levend begraven. Samen met mijn piepwekkertje. Omdat zij nu nog steeds in de file aan de Cote d’Azur staan en ik ze gisteren met mijn ronkende kasteel allemaal heb ingehaald.

Ach welnee jôh, de luiken van het slaapkamerraam zijn buiten nog gesloten… Ik begrijp dat wel, want het uitzicht is niet heel erg boeiend. Ze waren mij gisteravond trouwens helemaal niet opgevallen. D’r uit, met je luie reet!

Deur open en …. prachtig weer! Strakblauw! Ontbijt op de camping bij een aardige jongedame die wel vijf of zes talen spreekt en nu ff Duits studeert. Croissants en koffie. Wat een luxe. We hebben een leuk gesprek samen over het goede leven in Italië en in Nederland.

Ik kijk vanaf het terras geamuseerd toe hoe twee corpulente heren plus drie ongeïnteresseerde stevige dames een gehuurde Spaanse Ford Fiesta (!) volladen. Ze moeten drie keer opnieuw beginnen om het passend te krijgen. Ik moet even aan mijn eigen bagage denken…

Ik verbaas mij over de enorme hoeveelheid flessen limonade die ze meenemen. Ik maakte eerder al even een praatje met de grootste dikkerd. Het gezelschap komt uit Argentinië en gaat nu naar Valencia. Heeeele prettige reis! roep ik ze nog na… Teringjantje. Ik ging voor geen goud mee. En dan moest ik onderweg vast al die grote flessen vieze limonade opdrinken… Jakkes.

De campingmevrouw beweert dat Genua een prachtige oude stad is met een rijk verleden. En dat het een hele grote haven heeft. Nou, dat zullen we dan wel eens zien. Ik koop op de camping voor € 4,50 een heen-en-weertje. Dat is 24 uur geldig en daarmee kan ik van al het openbaar vervoer in de omgeving gebruikmaken, inclusief een lift die mij boven de stad tilt. De Genuanen weten precies hoe ze de toeristen met hun auto’s uít de stad houden…

Ik wandel vanaf de camping een kilometertje naar beneden en pak de trein naar Genua. Die gaat elk kwartier. In twintig minuten sta ik in het centrum van Genua: station Genova Sestri Ponente. Perfect.

Het is hier 29°. Ik loop in een mouwloos shirt, korte broek en keurig geknipte blote tenen in sandalen. Lekker luchtig. Nu kan het nog. Morgen moet ik mijn motorpak weer aan.

Mensen kijken mij maar raar aan. Dat zijn ze hier allemaal niet gewend. De Italianen lopen hier met een lange broek en sommigen dragen zelfs een warme jas. Maar goed, ik denk dat die Italianen niet op vakantie zijn. Wellicht is dat het. Hoop ik dan maar.

Via Le Strade Nuove loop ik langs gebouwen die op de Unescolijst staan. Ik stap gewoon doelbewust overal naar binnen en als ik er niet in mag, dan houden ze mij wel tegen, stel ik mij zo voor. Ik kom zo overal.

In de kerk dus niet! Daar houden ze mij tegen. Omdat ik geen mouwen aan mijn shirt heb. Klopt, het is buiten ondertussen 31 graden en ík hoef niet te werken en ook niet persé een warme jas aan en ik ben toevallig wel op vakantie. Ik begrijp trouwens die hele kerkelijke redenering ook niet. Jezus heeft naakt aan het kruis gehangen, maar mijn blote schouders mogen ze in de kerk niet zien.

Maar … men heeft een praktische oplossing bedacht. Ik krijg een gouden gewaad om mijn schouders in de dezelfde kleur als het plafond. Haha! Klaarblijkelijk mag ik er als prins carnaval wel in. Mij best. Zou … uh… d’r een foto van zijn..? Nou?

Ik loop trouwens ook nog tegen Het Laatste Avondmaal aan. Uit 1618! Heel bijzonder.

Met een lift kan ik via mijn openbaar vervoerkaartje naar het hoogste punt van Genua, lees ik ergens. Aldaar heb ik een fenomenaal uitzicht, belooft men mij. Ik kijk verder nergens naar en loop met behulp van Google Maps naar de lift. Ik klim een trap op, nog een trap op, nog eentje en nog eentje. Pfff.. Niet normaal. Afijn, sta ik helemaal boven, bij de lift dus. Handige Harry. Heb ik de lift maar naar beneden genomen. Kon ik toch nog mijn vervoerkaartje gebruiken.

De deuren van de lift gaan open en ik kom beneden uit in een hele andere wijk. Ik loop via het oude centrum terug naar mijn route en dan word ik plots aangesproken door een feestelijk uitgedoste mevrouw. Haar rokje en truitje zijn allebei erg kort en haar truitje goed gevuld. Wat was het kamernummer op dat label van een poosje terug, nou ook al weer?

Ze zegt in het Duits dat ik hele mooie benen heb en dat ik daarom vast een Duitser ben. Dat zijn twee leugens in één zin, dat zou je bij mijn motormaat Henk eens moeten proberen, zeg ik haar. Want die gelooft nooit iets.

Verderop zie ik nog meer uitdagende dames staan. Of ik met haar mee ga, vraagt ze. Nee joh, het is veel te warm hoor, roep ik en vlucht snel bij deze half ontblote verleiding vandaan.

Ik dwaal door hele smalle straatjes. Als ik mijn armen spreid, dan kan ik gemakkelijk allebei de muren raken. Maar het zegt wellicht ook iets over de spanwijdte van mijn armen.

Ik wandel weer verder en ik kom door de vrolijkste straatjes van mijn reis. Quanto è bella la vita, roep ik. Wat is het leven mooi. Elke dag weer.

In de buurt van een groentemarkt vind ik bij een gezellig restaurant een rustig terrasje. Ik bestel een lauwwarme pasta als lunch. Ik zit heerlijk in de schaduw op een heel koel pleintje waar een zalig briesje waait. Ik zit er zowaar een uurtje in mijn e-reader te lezen. Mijn boek is spannend want Jack Reacher is weer iets aan het slopen…

Plotseling sta ik voor het huis van Columbus. Niet één of andere Tinus de Zoveelste. Nee, Columbus, himself! Super om daar te zijn. Het huis blijkt een 18de-eeuwse reconstructie van het orsinele huis van Christoffel Columbus te zijn. Hij woonde hier rond 1460. Een poossie terug.

Ik slenter verder door de havens. Het is prachtig. De campingmevrouw had gelijk. Genua is zeer de moeite waard.

In de haven kijk ik naar een boot die op het punt van vertrekken staat. Whale Watching, staat er met grote letters op. Het kost drie euro heen en drie euro terug. Waarheen dan? Nou, naar Perli, precies naar het plaatsje waar ik weer moet zijn en waar mijn camping is. Wat een geluk, hè.

Weet je wat? Ik doe het. Lekker met de koele boot in plaats van met de warme trein. Ik laat mijn 24-uurskaartje nog even zien, maar dat zit er helaas niet in. Stelletje krenten…. Haha.

Géén walvis gezien natuurlijk, tja, wat wil je voor drie euro? Zal ik mijn geld terugvragen? Wel lekker om op zee 40 minuten lang geen last van die kutbomen en de pollen te hebben. Ik heb gelijk weer lucht. Dan is het leven nog mooier.

Ik stap aan de haven uit, slechts op korte afstand van de camping. Goed gepland.

‘s Avonds eet ik op een terrasje aan zee. Ik zie het zachtjes donker worden terwijl ik een mooie droge witte Italiaanse wijn drink en Trofie al pesto Genovese eet: een typisch Ligurisch gerecht van hier, heb ik zonet geleerd.

Ruim 17 kilometer en 43 verdiepingen van mijn sandalen afgesleten. Op blote voeten d’r in. Ik heb wel wat hete voetzolen. Yeah…

Morgen reis ik weer verder. Via Viareggio (Altijd Viareggio; heb je het boek van Rick Nieman gelezen?) en Pisa naar Livorno.

Ik probeer morgen waarschijnlijk wel een beetje de kust te vermijden. Dat schiet wellicht wat meer op.

WIJ DUITSERS BEGRIJPEN ELKAAR

Aan het einde van de avond heb ik in het restaurant nog even een gesprek met een echte Duitser.

We zijn samen van mening dat die spaghettivreters hier maar hele kleine kuttafeltjes hebben. Koelere. Wij passen er nooit onder.

Woefff…!

Coos op Reis: MICHEL VAILLANT

(Het vervolg in de serie Coos op Reis, aflevering 51)

Het is half april. En prachtig weer. Het is strakblauw. Het is om 08:30 uur al 21 graden. Dit wordt een warme dag.  Ik veeg het huis, schraap mijn zooitje bij elkaar en pak alles op mijn motorfiets. Das elke keer een uurtje werk. En ik verstop een eierdopje achter een beker. Beetje paniek zaaien. Vanwege die code en dat hek. Haha. Nee, hoor.

Ik verwijder maar gelijk in de caravan de goretex-voeringen uit mijn motorpak. Het maakt van mijn pak bijna een doorwaaipak. Als het erg warm wordt, dan kan ik op mijn borst nog twee grote ramen openzetten en de mouwen nog helemaal openritsen. Verder trek ik een dunne nekkraag aan, dunne sokken, een hightech hardloophempie en mijn Rukka doorwaaihandschoenen. Ik ben er klaar voor. Burn baby, burn!

Een extra probleem is wel dat ik de kleren, die ik bij kou en regen droeg, nu ergens moet zien op te bergen. In mijn koffers heb ik geen plek en mijn tassen zitten vol. De extra aangeschafte waterdichte zak lost echter alles op. Hij zit met twee rete slimme bandjes op mijn topkoffer. Die zak  weegt niks, zorgt voor een extra zee van ruimte en alle spullen zijn snel bereikbaar. Wérelds!

Ik controleer of alle koffers goed gesloten zijn, de bagage stevig vastzit, de rits van mijn tanktas dicht is, doe mijn oordopjes in, zet mijn helm op en vertrek. Vroemmmm! Heerlijk!

Ik ontbijt twee dorpen verder bij een bakker. Ontbijt! staat er in het Frans met grote letters en een uitroepteken op een bord. Stokbrood en verse croissants en vruchtenprut uit blik en hete koffie.

Wees eerlijk, als je nou met een heel groot bord je voorbijgangers naar binnen lokt voor een ontbijt, hoe groot is de kans dan dat ze bij je komen ontbijten? Is die kans klein, gemiddeld of groot? Nou, ik zal je helpen: héél groot, want ik was daar zeker niet de enige. We stonden in de rij.

Potver, is het dan héél veel moeite om de boter op kamertemperatuur te serveren? Nondeju. Ze komt zó uit de vriezer. Hakken moet ik. Er is tegenwoordig ook bijna geen goed horecapersoneel meer, jôh. Ze hebben alleen maar geen zin om bij de Blokker of McDonalds te werken.

Whoehaa. Het is net 10:30 uur en ik heb het eerste deel van mijn reisverslag al klaar. Gewoon ff zeiken over iets. Lukt altijd. Lekker, man.

Ik wil heel graag de kustweg bij Nice en Monaco af. Die is prachtig. En ook retedruk. Maar als ik nou net doe alsof het niet druk is, dan is er verder geen enkele belemmering. Toch? Ik neem de kustweg.

En hij is prachtig! Ik kijk echt mijn ogen uit. De luxe, weelde en rijkdom die huizen, tuinen en opritten uitstralen. En steeds dat magnifieke uitzicht over het eindeloze azuurblauwe water. En afwisselend schitterende rotspartijen. En die prachtige gebouwen en luxe hotels onderweg en in Nice. Helemaal super. Ondertussen is het 25 graden.

Monaco slaat alles. Twintig jaar geleden dacht ik al dat het daar helemaal was volgebouwd, maar de kranen draaien nog steeds volop. Ze hebben nog wat meters gevonden om te bebouwen. Niet normaal. De kustweg is daar nog mooier en daar zijn ze helemaal immens rijk.

Voor autoliefhebbers is het hier zeker een walhalla. Al je dromen gaan hier in vervulling. Als ik eens goed naar zo’n auto kijk, dan ontdek ik dat MC van MC Zegveld helemaal niet voor MotorClub staat. Het betekent héél wat anders..

Jôh, ik wilde het persé zien en ervaren. Maar nu heb ik het gezien en nu mag ik dus ook ff zeiken over de drukte. Echt niet normaal. Er is geen doorkomen aan. Ik doe twéé uur over een traject van 38 kilometer. Het is geen doen. En dan kon ik er met de motor nog vaak langs.

Bij Ponte San Ludovico wip ik de grens over en rijd Italië binnen. Aan de grens tref ik een overmacht aan militairen. Ik rijd zelfs tussen twee zwaarbewapende mannen door. Ik steek zittend op mijn kasteel 50 cm boven die kleine Italiaantjes uit. Haha. Vroemmmm, op weg naar Ventimiglia!

De kustweg blijft prachtig. Maar de stadjes zijn een ramp om door te komen. Bij Alassio is het 30 graden. Maar het gaat verder wel goed. Ik heb mijn helm lekker open, maar snuif natuurlijk een paar pond stuifmeel van die KUT-bomen naar binnen. Dat moet ik vanavond bezuren.

Vlak bij Genua vind ik een hutje. Simpel. Verder niks. Geen verwarming, maar dat is niet nodig. Het is warm zat. En geen keukenspullen. En die heb ik ook niet nodig. Ach, wat maakt het uit.

Op advies van de campingboer wandel ik door een park langs de resten van een oude Romeinse villa naar beneden, naar de kust. Hij heeft mij het adres van zijn favoriete restaurant gegeven waar eigenlijk geen toeristen komen. Prachtige, orsinele Italiaanse tent. Ik eet een pizza voor 6 euro. Aan de Cote d’Azur kost zoiets gewoon 18 euro.

Mooie dag. Ik wil persé niet elke dag rijden, maar de rijdagen blijven altijd het mooist.

Ik kijk wel wat ik morgen doe. Ik weet het nu nog niet.

MICHEL VAIILLANT

Uit een zijstraat komt met veel kabaal een wel heel aparte auto. Hij kan zo van Michel Vaillant, mijn stripheld van de Franse tekenaar Jean Graton, uit Kuifje zijn. De carrosserie van de auto ligt heel laag boven de grond. Hij heeft een soort cockpit voor de piloot, een grote vleugel achterop en is in giftige kleuren van spiegelend materiaal gewrapt. Wat een auto! Niet normaal.

Mijn collega’s beschuldigden mij er vroeger nog wel eens van dat ik een tienerbrein heb. Op dit soort momenten denk ik dat ze gelijk hebben, hoor.

Heb ik een foto voor jou? Wat denk je? Is de paus…?

Ik rij kilometerslang achter de auto en zie dat voorbijgangers blijven staan, naar de auto omkijken of naar hun telefoon grijpen.

Mijn momentje-van-de-dag komt als de bolide in een bocht met bulderend lawaai twee streepjes gas geeft, we vervolgens samen aan de overkant een Rolls Royce cabrio én een Bentley tegenkomen en ik rechts in de diepte twee cruiseschepen van 15 verdiepingen zie liggen. Wôw! Hier zijn ze compleet gek, denk ik.

In Monte Carlo is het 28 graden. Die temperatuur hoort gewoon bij de waanzin hier.

Coos op Reis: IEDEREEN LEVEND VERBRAND OP DE CAMPING

Het is 17 april. (Redactie: Coos reist drie maanden door Zuid-Europa, wij publiceren zijn dagelijkse verhalen een keer of 2 per week.) Ik ben op een camping in Villeneuve-Loubet, aan de Côte d’Azur in Frankrijk. Het is al weer prachtig weer. Zoals verwacht. Strandweer!

Vandaag ben ik een man met een missie: mijn allereerste boek van deze vakantie helemaal uit lezen. Ik heb duizend boeken bij mij op twéé E-readers en, je gelooft het niet, te weinig tijd om veel te lezen. Ik ga snel op pad.

Mijn ontbijt scoor ik in de supermarkt. Hier verkopen ze ook bruin stokbrood en lekkere sapjes. Ik sla gelijk wat appels, bananen en tomaten in. Allemaal tegen de scheurbuik. Ik neem ook brood en kaas mee voor de lunch. Ik heb geen idee welke voorzieningen er op het strand zijn.

Het strand blijkt voor 80% kiezelstrand. De andere 20% bestaat uit zwerfhout en zand. Rechts in de verte zie ik een heel luxe jacht met de afmetingen van een fregat van de Franse marine voor de baai bij Antibes liggen, links arriveren in hoge frequentie de vliegtuigen met nog ongebruinde toeristen in Nice en steken de besneeuwde bergtoppen boven de huizen uit. Achter mij raast het verkeer op een drukke tweebaansweg en daar weer achter rijdt de trein. Maar …. ik hoor de zee en de zon schijnt en …. ík vind het een fantastisch strandje.

Gewoon een lekker dagje niks doen. Op mijn vouwstoel. Aan het einde van de middag is mijn boek uit. Missie geslaagd. Ik ben gelijk aan een nieuw boek van Lee Child begonnen. Heerlijke favoriete schrijver met zijn verhalen over Jack Reacher. Ik zou graag zijn kracht en slimheid willen hebben. Hij kan alles. Reacher demonteert met één arm een Frans fregat met een nagelvijl en redt ondertussen de honderdkoppige bemanning in een handomdraai.

Pas om halfzeven wandel ik van het strand af. Het lijkt wel vakantie!

Terug naar de camping, even douchen en dan op jacht naar een restaurant om een deel van de avond warm en gezellig door te brengen. Mooie dag!

IEDEREEN LEVEND VERBRAND OP DE CAMPING.

Nog even terug naar gisteravond…   Ik wandel naar de haven om daar bij een Indiaas restaurant te gaan eten. De eigenaar van het restaurant heeft zijn prijzen afgestemd op het gemiddelde inkomen van de booteigenaren in de haven. Jeetje joh, ik moet ff twee keer slikken. En daar kom ik dan aanzakken in mijn eenvoudige motorkloffie. Maar ja, wat kan mij het schelen, dus stap ik zelfverzekerd naar binnen. Ik voel mij gelijk thuis in deze prachtige omgeving met fraai gesneden massief houten stoelen, linnen servetten, prachtige borden en bestek en een oase van planten. Het is hier prachtig. Wow! Mijn vader was vroeger maar gewoon chauffeur, maar van zijn smaak heb ik weinig meegekregen, hoor. Mijn vader hield meer van de kwantiteit, ik houd meer van de kwaliteit. Ik houd erg van mooie dingen. Ik kies iets lekkers met twee pepertjes. Lekker pittig en heet zat voor de morning-after op de caravandoos… Regeren is vooruitzien.

Ik heb na het eten geen haast en kuier nog wat door de omgeving. Op de terugweg schiet ik een paar mooie plaatjes voor the Catch of the Day.

Enfin, rond 23:00 uur kom ik bij de camping en … sta voor een héél gróót gemeen gesloten tweedeurs Duits smeedijzeren hek van een paar meter hoog en wel tien meter breed. Het is elf uur geweest. Dusss … is de campong dicht, vergrendeld, afgesloten, sperrzeit!

Wat denk ik? Juist…! Jij snapt het.

Niemand kan er in en niemand kan er uit. Als er brand uitbreekt, dan zitten alle bewoners gevangen en zullen hun huid, organen en lichaamssappen borrelend tot een kookpunt komen en het sissende vocht daarvan zal zich mengen met het slijk der aarde en vervolgens zullen de vlammen aan hun reeds geblakerde gebeenten likken. Ashes to ashes, dust to dust.

Het is elf uur, lock them up!

Tja, ik wil verder niet zo heel erg overdrijven, maar de enige die daar echt in en uit kan, is de campingpoes. Zij doet het ff voor en komt gewoon onder het hek door gedag zeggen en loopt miauwend weer terug de camping op. TYPE DE CODE IN, staat er op een display, aan de zijkant van het hek. Mij is geen code bekend. Men volgt alle procedures rondom de eierdopjes strikt op, maar we geven de toeristen níet de code van het hek. Stel je voor.

BEL AAN, als je de receptie wilt spreken, staat er bij het belletje. Dat doe ik een paar keer. Niemand reageert. De receptie is vanaf morgenochtend 09:00 uur (!) weer open zie ik in de verte op een bord staan.

Ik roep en ik fluit een paar keer hard op mijn vingers. Gelukkig kan ik dat. Niemand reageert.

Zo, daar sta ik dan. In het pikkedonker. Ik kijk eens om mij heen. Ik zou willen dat ik Jack Reacher was, die alleskunner uit mijn boek. Maar ja, ik ben Coos, ik schrijf een boek en kan niet alles.

De poes kijkt mij vanachter het hek hoopvol aan. Zij wil best even geaaid worden. Nou heb ik een klein beetje geluk. Ik ben namelijk niet zo dik. Das overigens een kwestie van niet teveel eten. Dat helpt.

Ik ga plat op mijn rug liggen en pers mij snel onder het hek door. Want als nu iemand het hek wel plots opent, dan smeren ze mij over straat uit. Probleem opgelost! De poes kijkt mij goedkeurend aan. En of ik haar gelijk even wil aaien…

Coos op Reis: gewoon een lekkere motordag

We publiceren verhaal 49 in onze serie Coos Op Reis. Coos van der Spek reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee hier op de website. De zon schijnt, het is droog en nu al warm. Het belooft een mooie dag te worden.

Exact om 10:00 uur komt de mevrouw de eierdopjes tellen. De caravan ziet er keurig uit, kwettert ze. Hoe kan het anders? Ik slaap er alleen maar. En ik heb geen extra ruimte in mijn koffers om stiekem eierdopjes mee te nemen.

Ik rijd via de kust dertig kilometer terug richting de oorspronkelijke route bij La Ciotat. Daar start het traject via Ceyreste de bergen in. Ik wil het persé niet missen. Het begint met de D3 en gaat over in de D2 : Route de la Sainte-Beaume. Met name de D2 heeft een aantal prachtige stukken die mijn motorfiets en ik ‘van dik hout zaagt men planken’ noemen. Whoeiiii!

De route is fantastisch. Ik rijd o.a. door het Forêt Domaniale de Malaucène, een beetje het gebied in de uitlopers van de Mont Ventoux. Het is een vreemd bos. De bomen staan wijd uit elkaar met een typisch vet soort gras er tussen. Later wordt de ondergrond rotsig. De weg is bochtig en stoer en het asfalt is prima geschikt voor een extra streepje gas. De bergen in de verte zijn hoog, kaal en rotsig. Bomen in bloei wisselen af met helgroene bomen. Een kleurrijk geheel en erg bijzonder in combinatie met de rest van het landschap. Het is een prachtig gebied.

De rotsen reflecteren de warmte van de zon en het wordt nog warmer. Ik trek een truitje uit en wissel mijn zomerhandschoenen voor mijn doorwaaihandschoenen. Natuurlijk heb ik die bij mij…

Om de paar honderd meter staan vloeistoftanks waar 30.000 liter vloeistof in kan. Wat zou er in zitten?, denk ik. Water voor de dieren of water om de bosbranden te bestrijden? Ik zie op diverse plekken water stromen, maar over een paar weken is het hier vast bloedheet en gortdroog.

Ik dender Rocbaron in, een piepklein dorp. Maar er is wel een hele grote bakker met lekker bruin olijvenbrood en pizzabrood met chorizo.

Spoel ik weg met een blikje fris.
Precies op tijd want ik had honger!

Als ik weer wegrijd, dan sluiten ze de tent. Tuurlijk. Snap ik. Hierna zijn er geen mensen meer die rond lunchtijd honger hebben.

Ik nader bij Grimaud de kust weer en besluit om verder aan de kust op jacht te gaan naar een camping. Ik pak de Corniche via de Route Nationale. Werkelijk schitterend om de roodgekleurde rotsen zó in de zee te zien zakken.

Ik rijd door het beroemde Sainte-Maxime aan de Franse Rivièra. Fantastisch om hier te zijn. Heel lang geleden waren Janny, Danielle en ik hier in de buurt op vakantie. Saint-Aygulf komt voorbij, Fréjus en Saint-Raphaël. En dan geef ik mijn motor weer de sporen en jaag de kust via de D559 verder af. Soms stop ik even om over zee te kijken. Verslaafd, ik weet het.

Ik vind mijn slaapplek in Villeneuve Loubet Plage, precies tussen Nice en Cannes. Op loopafstand van restaurants en het strand want …. het wordt voorlopig mooi weer! En trouwens nog dichter bij het station voor als het mooie weer niet doorgaat. Dan zit ik zo met een tyfesgang in Nice of Cannes.

Ik heb vandaag zo’n 300 km gereden. Kijk jij maar naar de foto’s of ik een lekkere motordag had … in The Catch of the Day.

Coos op Reis: LE CHEMIN DU DIABLE

LE CHEMIN DU DIABLE

(We publiceren dit verhaal wat later dan Coos toen reisde. In onze serie “Coos op Reis” plaatsen we wekelijks 2 verhalen van hem zodat we nog zeker tot midden de zomer van zijn dagelijkse vertellingen kunnen genieten. Wij lopen wat uit om jou als lezer te plezieren….)

Het is 14 april en ik ben vandaag 66 jaar geworden.

Ik ben op camping Parc Mogador in Sanary-sur-Mer en ik voel mij erg jarig met zóveel berichtjes via de email, WhatsApp, FaceBook, Messenger, LinkedIn etc. Ik hoor ze vanaf half acht allemaal binnenkomen terwijl ik in mijn warme peentje het dagelijkse gevecht met de wekker aan het verliezen ben.

Normaal zet ik ‘s avonds de telefoon op stil, maar dat was ik gisteravond vergeten. Ach, nietwaar joh, sentimentele ouwe kerel. Je liegt. Je hebt de hele nacht liggen draaien in je eigen angstzweet. Je was bang dat ze niet aan je zouden denken….

Dankjulliewel voor alle felicitaties en mooie wensen. Het doet mijn stokoude zwak kloppende rimpelige zwarte hart goed.

Het is bewolkt, af en toe wat zon en het is droog. Het is best aardig weer. Vanmiddag tikken we ruim de 21 graden aan en komt de zon, roepen de weermannen. Joepie!Na wat kledingwasjes scoor ik op de camping een licht ontbijt. Ik kreeg van diverse kanten instructies om vandaag een taartje te gaan eten.

Maar ik heb vandaag ook een missie! Als je je motorfiets op de zijstandaard op een drassige ondergrond parkeert, dan heb je een extra plaatje nodig om ervoor te zorgen dat je motorfiets niet omvalt.

Mijn plaatje is van plastic, is 16 jaar oud en twee dagen geleden doormidden gebroken. Ik heb dus een nieuw plaatje voor mijn jiffy nodig.

Ik loop de camping uit, sla twee keer rechtsaf en loop zo tegen Azur Motos aan. Hoeveel mazzel kan een mens nou hebben? Alsof Berry Goedhart Motoren aan het einde van je straat woont. Zegt jou niks? Geeft niks, gewoon verder lezen.

Wat denken jullie? Is motorwinkel Azur Motos open? Nou? AarzelAarzel, TwijfelTwijfel,  Nagelbijten …. uh… Hoofdletters aan: JAAA! Hoofdletters uit. Hij is open. Teringjantje! Ik word er helemaal vrolijk van.  Maar aan de andere kant… Het kan ook niet anders. Het is nog geen half twaalf. Geen enkele Franse rotsmoes om dicht te zijn.

Ik wacht buiten effe op mijn beurt. Ik pas namelijk in de hoogte niet in de winkel. Nu weet ik wel dat ik met mijn 1,95 m niet de kleinste ben, maar hallo, ik ben geen 2,75 m of zo. Dit is een winkel voor kinderen!

Enfin, wat denken jullie: heeft deze winkel een plaatje voor mijn zij-standaard? Er staan daar minstens 30 motoren en scooters buiten. Het is echt geen klein winkeltje. Het is niet rijwielhandel Kleingeld op de Hordijk in Rotterdam waar ik in 1969 mijn Kreidler kocht en het is ook geen 1969.

Nou? Hebben zij zo’n plastic plaatje van € 0,75 voor mij in voorraad? Doe es? Hoofdletters aan. NEEEE! Hoofdletters uit. Natuurlijk niet, optimist! De oetlul pakt een boek om het te bestellen. En dan heeft hij het over een week al binnen. Man, weet ik veel wáár ik dan ben?

Verzin eens een list? vraag ik hem. Je hebt vast wel ergens een plaatje ijzer liggen, toch? De man kijkt alsof hij plots moet poepen. Hij wéét het niet. Jôh, dat had ik nou niet verwacht. Man, man. Als ik vroeger op mijn werk geen oplossing had voor een probleem, dan werd ik ontslagen. Echt waar.

En bedankt voor niks, hè, roep ik, als ik weer vertrek. Ik steel vanavond wel een schoteltje uit de caravan. Ze tellen ze hier toch niet. Haha. Nee hoor, dat zou ik niet doen.

Ik wandel verder naar het dorp. Sanary-sur-Mer blijkt een droomplaatsje. Alles klopt hier. Als ik met een blanco A3 een mooi plaatsje zou mogen ontwerpen, dan zou ik het doen zoals dit plaatsje in elkaar zit.

Er zijn leuke smalle gezellige straatjes met bijzondere winkeltjes en sjieke restaurants. Allemaal autovrij. Hier geen stinkende dieseldampen van ouwe Peugeots. De straatjes komen bijna allemaal uit bij het beschutte haventje. In het haventje liggen fraaie stokoude vissersbootjes. Eén bootje is zelfs nog ouder dan mijn oude moedertje. Langs de haven loopt een brede promenade en aan die promenade zijn talloze restaurants en cafés met grote terrassen. Daar tussen staan hoge oude gebouwen met houten luiken en hoge palmbomen, met zo’n zacht ruisend windje er doorheen. Het is hier zwoel en de zon is lichtgesluierd. Het haventje is zo gebouwd dat de zon er de hele dag omheen draait. Hier leven de mensen met de zee en de zon. Het doet Italiaans aan. Ik word er helemaal blij van. En dat op mijn verjaardag. Wat een cadeau.

Ik scoor een appeltaartje en een expreszo. Dat hoort bij een jarige. In dezelfde winkel kan ik ook een mooie sigaar kopen voor mijn verjaardag. Zo eentje waar je een uur over doet. Kost wel wat… Maar ik besluit om er maar niet aan te beginnen. Slecht voor mijn gezondheid. Ik heb twee sinaasappels bij me en die ga ik strakjes lekker op een bankje oppeuzelen. Dat is beter.

Ik bewonder de kunst van het jeux de boules. Bij deze variant gooien ze ook lopend en op grote afstand. En loepzuiver die ouwe kereltjes! Nou ja, zo oud zijn ze niet natuurlijk. Ongeveer van mijn leeftijd…

Tripadvisor brengt mij ‘s avonds bij restaurant du Theatre. Ik kies voor de dorade van de houtskool, niet in de keuken maar in het restaurant klaargemaakt. Hij is super. Mijn moedertje zei het vroeger al: er is niemand die zo goed voor Cosy zorgt als Cosy zelf.

LE CHEMIN DU DIABLE (de duivelsweg)

Bij de receptionist van de campin vraag ik wat de beste weg is om naar het centrum van Sanary-sur-Mer te wandelen. Op de kaart geeft hij de route aan en maakt mij attent op de weg naar beneden: Le Chemin du Diable – de duivelsweg.

Het lijkt mij een normale weg naar beneden. Waarom noemt men de weg zo? vraag ik.

Dát begrijp je wel als je vanavond terug hijgend omhoog wandelt, zegt hij….

DE DAG IS VOORBIJ

Mooie dag. Ik was alleen, maar dat is mijn eigen keus. Fijn jarig geweest. Met Janny en Danielle en familie en vrienden gesproken, geappt etc. Prima.

En ik heb zelf mijn oude moedertje maar gebeld. En haar verteld dat ik vandaag jarig ben. Wat voor dag is het dan vandaag? vraagt ze. Mijn hart bloedt. Maar … ik heb haar nog…!