Tag archieven: drie maanden op reis

Coos op Reis: Ticket to Freedom

Het is eind april als Coos van der Spek dit schrijft. Wij (redactie: Betty) publiceren zijn verhalen wat later in onze serie Coos op Reis.

De hemel is strak blauw; het is prachtig weer. Waar heb ik het toch allemaal aan verdiend? Het wordt in Rome vandaag ruim 27°. En daar ga ik naar toe. Met de trein.

Deze camping is trouwens helemaal super. Alle mogelijke voorzieningen. Uitstekend restaurant voor diner en ontbijt. Zeer schappelijke prijzen. Eerst maar eens naar het uitstekende ontbijtbuffet, met alles er op en eraan, voor acht euro. Vriendelijk personeel. Alles is goed geregeld. Er zijn veel huisjes in verschillende vormen en formaten per dag te huur. En uiteraard zijn er voldoende mogelijkheden voor caravans, campers en tenten. Het is echt een aanrader als je Rome mee wilt nemen tijdens je kampeervakantie. Doen!

Direct buiten het hek zit je letterlijk gelijk midden in de hectiek van Rome. Het stoplicht staat voor de deur. Ze razen er met volle snelheid langs. Gekkenhuis. Maar wandel terug, tien meter de poort in en je komt weer in een oase van rust.

Het Toeristische Informatie Punt op de camping is vandaag gesloten. Dat had ik nou echt niet verwacht. Ik koop voor drie euro een heen-en-weertje bij de receptie en wandel 300 meter naar het treinstation. De trein gaat om de twaalf minuten. En met een kwartiertje sta ik midden in Rome.

Het is nog maar woensdag en het is gruwelijk druk in Rome. Het is niet normaal. Ik kan over de hoofden lopen. Het blijkt een feestdag in Italië te zijn.

Er is bijzonder veel bewaking van militairen en politie. Zware militaire voertuigen blokkeren de ingang van drukke straten. Stoere militairen, gewapend met hele grote geweren, staan er dreigend naast. Geen mallotige terrorist die het hier in zijn hoofd haalt om iets geks te doen. De mannen zijn scherp en houden iedereen in de gaten. Ze kijken mij recht in de ogen. Eén keer te langzaam met je ogen knipperen en je ligt met een tie wrap om beide duimen met je koontjes op de kasseien. Een foto maken van zo’n stoer karretje? De politieman komt gelijk op mij af! Het is hier nog veiliger dan op zondagmorgen tijdens kerktijd in Linschoten.

Toen Janny en ik in 2004 dertig jaar getrouwd waren, gingen we voor het eerst naar Rome. Ik vond die waanzin van die scooters en motorfietsen toen al helemaal het einde. Rome voegde ik toe aan mijn bucketlist. Daar wilde ik ook tussen rijden: in mijn donkergrijze driedelige kostuum met krijtstreep, wit overhemd en stropdas en mijn laptoptas achterop. En dan vol gas met al die achterlijke tweewielers mee als het stoplicht op groen gaat. Beng! Gas-gas-gas … en met een teringgang naar het volgende stoplicht razen. Whooooeeeiii! Helemaal het einde!

Het is inmiddels 27° in Rome en ik besluit om deze wens per direct van mijn wensenlijst af te strepen. Het lijkt me helemaal niet leuk en véél te warm. En het stinkt nog harder dan toen. Ik ben ook zo’n vijftien jaar wijzer, denk ik….

Ken je die kraampjes in de grote steden waar ze kastanjes poffen? Londen, Parijs etc? Het doet mij aan mijn jeugd denken. Bij mijn tante Jo op de Gordelweg in Rotterdam mochten Lia en ik dat soms doen. Op het fornuis. Bij tante Jo mocht alles. We noemden haar Jo van Frans. Haar man heette zo. Grappig. Ik mocht in 1973 zelfs een paar maanden bij haar op zolder logeren.

Ik had net een nieuwe baan bij het rekencentrum van de Melkunie. Kort daarna trouwden Janny en ik.

Ik kan het niet laten en bij zo’n kraampje koop ik gepofte kastanjes in een puntzakje. Zoooo lekker en zo’n nostalgische smaak. Terug naar mijn jeugd. Terug naar tante Jo.

Ik ben onderweg naar het Forum Romanum. Plotseling kom ik Julius Ceasar tegen met een plastic zwaard en een iPhone. Voor een euro gaat hij met je op de foto. Rome is nu echt gevallen….

Ik maak ook een selfie met de meest gefotografeerde meeuw van Italië. Geweldig. Alsof het zíjn gebouw is. Wegvliegen? Waarvan? Voor wie? Hoe bedoel je?

Bij het Forum Romanum staat een vijfkoppige Spaanse band te spelen. De rappe muziek schalt over de oude stenen. Omstanders dansen mee. Wat een feest! Ik zit er een hele poos te kijken en te genieten. Het is zooo leuk.

Heel veel wegen in het centrum zijn autovrij gemaakt. Ik vind dat erg prettig. Opzouten, met die vieze ouwe lawaaiige diesels. Dit is veel mooier zo. Goed gedaan, Rome! Ik wandel verder en kom bij De Spaanse trappen. Helaas. je ziet ze niet door de toeristen. Het is druk, druk, druk!

Dus ik zwerf verder en vermijd de drukte. In de achterafstraatjes is het ook hartstikke leuk. Door een stad moet je dwalen, haar lekker als een ouwe jas ‘aantrekken’. Heerlijk.

TICKET TO FREEDOM

Mannen uit donker Afrika hebben mij al tig keer ongevraagd een armband omgedaan en een lulverhaal verteld: ze zijn je vriend en geven je een cadeau omdat ze je aardig vinden. Maar o wee, als je bedankt en wegwandelt. En natuurlijk moet je je cadeau dan teruggeven.

Elke honderd meter hoor ik hetzelfde verhaal. Ik vertel ze veelal dat ik geen geld heb en dat ze dat mijn moeder moeten vragen. En dan wijs ik een willekeurig persoon aan. Ik zie nog steeds die wachtende sukkel van een zoon met zijn moeder voor mij, van een paar dagen terug. Weet je nog?

Maar de armbandjes gaan maar door. Daar moet een organisatie achter zitten, want het concept is elke keer hetzelfde. Dus koop ik voor een tientje drie van die dingen en draag ze opzichtig aan mijn pols. En als dan zo’n donkere mijnheer mij benadert, dan roep ik uit de verte: NO WAY MAN, GO AWAY, LET ME GO, I ALREADY BOUGHT MY TICKET TO FREEDOM!

Owja, the Catch of the Day. Voor veel lezers bekende beelden, hieronder. Nou, kijk maar. En kijk even naar het vrolijke dansfilmpje, midden in Rome:

Coos op Reis: ROME, WE KOME

Het is 24 april.

(* redactie: de verhalen van Coos publiceren we wat later dan dat Coos van der Spek zijn kilometers maakte. We genieten dus wat langer door hier in de serie Coos op reis.)

En het is half bewolkt. Maar de zon schijnt en het is heerlijk zwoel. Het lijkt wel alsof ik in Italië ben… Vandaag vertrek ik naar Rome!

Tijdens het bij elkaar schrapen van mijn zooi ontdek ik nog een tweede badkamer in deze caravan. Het blijkt dat aan elke slaapkamer een badkamer grenst. Was míj helemaal niet opgevallen.

Het blijkt dat niemand hier persé eierdopjes wil tellen. Ze vinden het allemaal best. Het verlies van een eierdopje zit in de prijs verdisconteerd. Goeie marketeers hier.

Ik wandel nog even naar zee en rond 09.30 uur druk ik op de startknop van mijn machtige BMW. De motor slaat soepel aan en begint mooi rond te draaien. Ik schakel in en vertrek. Het wordt een lange dag. Ik ga eerst tanken voordat we de bergen in sturen. Het is broodnodig, mijn dashboard geeft al een poosje aan dat ik op reserve rijd. De benzine kost hier in Livorno  € 1,75 de liter. Niet normaal. En een uurtje verderop nog maar € 1,55 per liter. Stelletje dieven.

Ik rijd door het werkelijk prachtige Toscane. La dolce vita, ofwel: het goede leven. Het is er adembenemend mooi. Absoluut één van de allermooiste en rijkste regio’s van Italië. Toscane is super. De glooiende heuvels, de middeleeuwse dorpjes, de eeuwenoude wijngaarden die de beste wijnen ter wereld produceren, de villa’s op de toppen van de heuvels en de stokoude boerderijen.

Iedereen die er is geweest, is gelijk verliefd op Toscane. De beelden van Toscane blijven de rest van je leven op je netvlies staan. De schitterende cipressen langs de wegen maken een onuitwisbare indruk. Het licht in Toscane is véél intenser dan in de rest van Italië. Alles is veel groener dan normaal. Zelfs het onkruid is groener, geler, bruiner en roder. De blaadjes aan de bomen fonkelen als sterren aan de hemel. Het is alsof achter elk blaadje een lampje brandt. Een sprookje in deze tijd van het jaar.


Toscane ís anders, voelt anders en ruikt anders. Ruiken, één van de vele voordelen van het motorrijden. Je ruikt de route! Ik ruik onderweg veel gras. Geen gemaaid gras. Natuurlijk, dat ruik ik onderweg soms ook. Nee, zo’n vettige boterachtige lucht van vers groeiend gras. Van dichtbij. Alsof je op je buik in de wei ligt. Het is heerlijk. Ik ruik ook de bloemen, bomen en alle dieren. Geweldig! Owja, en pollen natuurlijk. Prikkels voor al mijn zintuigen.

Er is hier opvallend weinig rotsgrond. Toscane is bijna volledig groen gestoffeerd. Zo’n aaibaar knuffellandschap. Het lijkt wel één grote groene golfbaan. Het asfalt is wisselend. De éne keer twee streepjes gas extra, de andere keer vier streepjes minder en dan vliegt toch nog het grit je om de oren.

Ik neem onderweg nog even de tijd voor een kopje koffie. De Italiaanse is de lekkerste van de wereld. Ik stop zomaar bij een willekeurige tent. Ik heb geen spijt van mijn keus trouwens….

Na het heerlijke broodje van panifici e pasticcerie Sclavi in Monteriggioni (sinds 1949) mogen mijn BMW en ik even een klein dutje, met uitzicht op het meer en in de schaduw van een prachtige boom, doen. Zwaar leven. Klopt. Een goed kwartier op een mooie platte bank en dan zijn we allebei weer zo fris als twee fruitvliegjes op een mooie rijpe sinaasappel.

De route is prima. Ruim 180 km flink sturen plus circa 200 km op wat meer doorgaande wegen. Ik zie o.a. Volterra, Sienna, Bolsena, Viterbo, Sutri en natuurlijk … Rome.

Het is al met al een stevige dag sturen om bijtijds op de camping te arriveren. Vooral het laatste stuk is erg druk. Ik zit dan in de buitenwijken van Rome en rijd midden tussen zenuwachtig en hectisch verkeer. Ik moet het territorium van mijn kasteel agressief verdedigen. Ik moet breder zijn, harder rijden, grover sturen en meer toeren en lawaai maken.

Dit is het absurde verkeer van Rome. Het  is Amsterdam in het kwadraat. Auto’s, scooters en motoren zijn hier allemaal rondom beschadigd. Soms hangen spatborden er gewoon op half zeven los bij. Hier val je, sta je op en rijd je verder, zonder je om het blik of plastic te bekommeren. Schadeformulieren bestaan niet. Je scooter is geen bezit. Je rijdt gewoon met een vervoermiddel. Verder niks.

De Italiaantjes zoemen als vliegen om mij heen. In hun korte broek. Met hun mouwloze shirtjes. In hun teenslippers. En ik zie ze zwenken en draaien en scheuren. Met soepele polsbewegingen draaien ze aan het gas. Remmen doen ze niet. Ze ontwijken. Naast mij, voor mij en achter mij. In mijn spiegels kijk ik al helemaal niet. Die moet je op het circuit ook afplakken. Het gevaar komt van voren. Ik hou mijn motor hoog in zijn toeren en hoor de uitlaat ronken en klappen geven. Ik voel mij Sir Lancelot en ga met een heldhaftige reddingsactie mijn geliefde Guinevere uit handen van de vijand houden. Opzouten! Want ik ga dood als ik maar één krasje op mijn motor krijg. Hahaha! Ik gebruik de breedte, de indrukwekkende verschijning van mijn machine en haar bagage en mijn postuur om mij een weg te banen. Gewoon méé met de waanzin! Maar het gaat allemaal goed.

ROME, WE KOME…

Ik ben in Rome. Op een megagrote camping aan de rand van deze megagrote stad. Voor 60 euro per nacht. Maar hier met alles d’r op en d’r an. Met een meer dan uitstekend restaurant met zeer acceptabele prijzen, een vriendelijke receptie, een fraai zwembad en een oase van rust. Prima. Helemaal goed. Ik ben tevreden.

Owja, en het metrostation naar het centrum van Rome is op wandelafstand van de camping. Wat heb ik toch weer… Nee, hoor. Dat is niet waar. Dat heb ik afgelopen winter allemaal uitgestippeld.

Morgen ga ik een dagje Rome bekijken. Daar heb ik zin in.

Janny en ik waren er twee keer. Een keer op eigen rekening en … een keer op rekening van mijn werkgever, ISS Nederland, na het succesvol beëindigen van een studie in Engeland. We kregen van ISS een enveloppe met geld mee, hebben eerste klas gevlogen en eerste klas geslapen op twintig meter van de Spaanse trappen. De bagage werd op de kamer gebracht en er stond een lakei in een pak voor de voordeur met een hoge hoed. Het hotel kostte per nacht een klein vermogen. Maar…. als Janny in de badkamer wilde, moest ik er uit. Samen paste echt niet… Wat een stad.

Eerst maar eens even ergens iets lekkers gaan eten en een koud biertje zien te vinden.

Proost!

Coos op Reis: DE ONGEDULDIGE

DE ONGEDULDIGE

(Verslag nummer 55 in onze serie Coos op reis.)  Strakblauw.  Het wordt een mooie dag. Een graad of 23, schat ik. Prima weer om iets te ondernemen. Factor 50, korte broek en tien blote tenen in de sandalen. Truitje mee voor vanavond. Fles water en mijn e-reader in het rugzakkie en op weg.

Ik ontdek bij de receptie waarom de prijs per nacht nu lager is: het restaurant en de bar gaan woensdag pas weer open. Er is nu niks. Nou, lekker dan.

Een kilometer verder vind ik een mooi plekje voor het ontbijt. Vlakbij de bushalte en dat komt goed uit, want vandaag ga ik een dagje naar het oude Livorno, een kleine tien kilometer naar het noorden. Met de bus heen en dan terug wandelen. Slechts 22 kilometer op blote voeten in sandalen te gaan vandaag. Piesofkeek.

Dit blijft voor mij een goede combinatie: één of twee daagjes motorrijden, een dagje aan het strand en een dagje wandelen en wat cultuur snuiven.

Livorno noemt zich graag Nieuw Venetië. Maar dat komt vast omdat Livorno de ‘jongste’ grote stad in Toscane is. De stad stamt slechts uit de 15e eeuw. Ik heb een lijstje van de dingen die ik vandaag graag wil gaan zien.

Maar eerst haal ik bij de apotheek de door mijn achternicht Fabienne geadviseerde oogdruppels. Zij heeft jaren in Italië gewoond en kent de goede dingen van Italië. Samen met de neusdruppels van motormaat en dokter Hans moet het nu in orde komen.

Fortezza Nuova valt mij tegen. Ik had er veel van verwacht. Het is absoluut niet fotogeniek. Het fort is verwaarloosd en onderdeel van een park. En dan trekt dat toch ander publiek. Ik zie veel graffiti op de muren. Het fort is ook half overwoekerd met onkruid en bomen en struiken.

Er is wel een gedenkplaats van de scheepsramp die daar in 1991 plaatsvond. Daar kwamen 140 mensen bij om. De veerboot botste op een voor de kust liggen de tanker. Allemaal niet zo heel bijzonder, maar deze boot heeft tot 1984 als de Koningin Juliana op de lijn Hoek van Holland-Harwich gevaren. En nu ben ik plots weer heel dichtbij huis.

Ik ontdek het prachtige standbeeld van De Vier Moren. Het standbeeld symboliseert de overwinning op de piraterij rond 1600. De familie Dei Medici heeft een belangrijke rol daarin gespeeld. Er is één plek waar je alle vier de neuzen van de piraten kunt zien. En als je díe plek hebt ontdekt, dan brengt dat geluk. Ik heb ‘m gevonden. Gelukkig maar, ik heb immers zoveel pech in mijn leven.

Ik heb de blanke heerser, die boven de Moren op het standbeeld staat, maar van de foto afgesneden. In de tijd dat ik mijn reis maakte, zeurde niemand nog over zwarte Piet, maar die is in 2020 door de middenstand definitief afgeschaft. Of we het willen of niet.

Mijn iPhone hoesje is kapot gegaan. Peperduur lederen ding van Nederlandse makelij. Rond de 50 euro voor betaald. De kwaliteit is eigenlijk absurd slecht. Dus ik loop bij zo’n Chinese shop naar binnen. Voor 5 euro heb ik ff een ander hoesje. De keuze was reuze…

Monter wandel ik naar de Cattedrale di San Francesco uit 1595. Hij is echter dicht. Dat had ik niet verwacht.

Ik wandel langs de zeekant terug richting de camping. Hardlopen is erg populair in Italië. Ik kom zeker 200 hardlopers tegen. Ik voel mij schuldig. Ik heb alle hardloopspullen bij mij en ben nog niet één keertje gaan hardlopen. Het komt er gewoon niet van. Ik heb het te druk. Haha.

Onderweg drink ik op een terrasje nog even een dubbele espresso. En daar leg ik een werkelijk prachtig tafereel vast. Dat ga ik even uitleggen…

DE ONGEDULDIGE

Een moeder en haar toch niet meer zo piepjonge zoon zitten bij mij in de buurt op het terras. Ik zie ze vanuit mijn ooghoek en kan ze vanachter mijn donkere glazen in de gaten houden. OK, bespieden dan.. En een beetje achter mijn vuistje grinniken.

Zoonlief geniet zichtbaar van zijn vette hap die mama voor hem heef gekocht. Hij duwt de voedzame maaltijd met van het vet glimmende vingers naar binnen. Dat doet hij niet voor het eerst, zo aan zijn buik te zien. Hij drinkt er een blikje met mierzoete limonade achteraan. Van de schreeuwerige kleuren op de verpakking van het blikje schiet spontaan mijn suikerspiegel omhoog.

Moeder drinkt een alcoholisch drankje. Daarnaast rookt ze als een schoorsteen om de beurt sigaretten en sigaartjes. Ze praten ook niet met elkaar. Het gaat ze duidelijk om het eten, drinken en roken. De zoon rookt niet. Dat is ongezond. Tja joh, iedereen heeft recht op zijn eigen verslaving. Wees eerlijk, dat gejakker op die motorfiets en dat gehang op het strand van mij, is ook niet normaal.

Als zoon al zijn troep op heeft, dan stelt hij zijn moeder direct voor om weer te vertrekken. Ik zie het aan de knik van zijn hoofd. Ik proest het bijna uit.

Moeder wijst echter achteloos op haar nog half gevulde glas en steekt nog een sigaret op. Het ritueel van ma duurt nog wel tien minuten…

Nou, en dan begint het grote ijsberen van zoonlief. Van de rand van het trottoir en weer terug naar de tafel. En kijk ma lekker rustig zitten. Wat een prachtig fotomoment voor mij. Het ongeduld druipt als bakvet van de foto…

Coos op Reis: EEN LUIER DAG

In onze serie Coos op Reis publiceren we vandaag zijn 54e verslag. Hij schrijft dit op een voorjaarsdag ergens in april. Zijn motorfiets waar hij in februari op vertrok, heeft vandaag een rustdag. 

Het is 22 april vandaag, Coos is in Livorno! Om 08:00 uur maak ik ff ruzie met de wekker. Luister: míjn dag begint vandaag pas om 09:30 uur, want ik heb een hoesterige nacht achter de rug. Teveel pollen in mijn neus.

Het is strakblauw en gelukkig niet meer zo warm als gisteren. Dat maakt veel goed. Bij de receptie meld ik dat ik nog een extra dag blijf. Díe nacht kost dan slechts 75 euro. En als ik dan nog een nacht blijf kost die maar 63 euro. Bijna net zo’n progressief tarief als de parkeermeter van vorige week.

Overigens is werkelijk al het personeel zeer voorkomend en vriendelijk. Dat is heel opvallend. Hier zeker geen Spaanse buschauffeurs. En helemaal de jonge generatie. Ze hebben er allemaal plezier in. Er werken veel mensen uit andere landen op de campings. Das maar goed ook, want ik spreek net zo goed Italiaans als Portugees.

Na het ontbijt op de camping wandel ik met mijn stoel en e-reader naar het privéstrand van de camping, op één minuut van mijn mobilhome. Ik kan voor vijf euro een bedje huren. Ik heb nog maar vier euro contant geld in mijn portemonnee en de geldautomaat hangt vier kilometer verderop. Ach, vier euro is ook wel goed, zegt de sloeber. Hij brengt mijn bed op de plaats waar ik hem wil hebben. Plots voel ik mij een snob.

Mijn wereld is klein vandaag. Ik heb er een mooie foto van. Ik geniet van mijn stoel en mijn bedje, de pollenvrije zeelucht, het briesje, het uitzicht, de bootjes in de verte, het zachte geklots van het water tegen de rotsen, de zon, de dames in hun bikini’s, mijn boek en natuurlijk … de luid telefonerende Italianen om mij heen. Waar zouden ze het over hebben? Ik herken alleen woorden als internet, iPhone en pizza. Zelfs het woord internet spreken ze Italiaans uit. In die carnaval-attractie van de Efteling draaien ze één deuntje terwijl ze je in een eierdopje (en ze zijn geteld!) door verschillende landen trekken. Weet je nog? En ook daar slagen ze erin om dat ene deuntje in het Japans, Frans, Duits en Italiaans te laten klinken. En je herkent het dan gelijk.

Mijn lunch komt uit Toscane. Zelfs het glaasje witte wijn. Op het zonovergoten terras van het restaurant op de camping. Het is voor mij een feestje. Hier hou ik van. Tja, wie niet?

Na de lunch ren ik terug naar mijn bedje. Achter mij vier luid ratelende Italianen. Volgens mij maken ze ruzie. Ik hoor het nog precies 30 seconden en ga vervolgens een uur in coma. Ze hadden mijn been eraf kunnen zagen en elkaar met het bloedende eind om de oren kunnen slaan, ik was er niet wakker van geworden.

Verder nog iets beleefd? Jazeker, een harpoenvisser met de allergrootste zwemvliezen van de hele wereld. Lijkt mij een soort V8-motor voor onder water. Ging twee meter naast mijn stoel het water in. Toch nog een actiefoto vanaf mijn luierplek. Best wel makkelijk. Er is een Chinees spreekwoord: men moet heel lang op een stoel wachten, voordat de gebraden haan in de mond vliegt. Nou, da’s net gebeurd. Ik hoefde niet eens op te staan voor mijn fotomoment.

Om 17:30 uur heeft iemand op een fluitje geblazen. Ik heb het niet gehoord, maar zoiets moet het zijn geweest. Ondanks het feit dat het nog steeds strakblauw en schitterend weer is, is als ik om mij heen kijk, plots iedereen als bij toverslag verdwenen. Allemaal naar huis. Morgen moeten ze de Italiaanse economie weer opstarten…. Zet ‘m op!

‘s Avonds eet ik rond 21:00 uur een heerlijke met olijfolie overgoten gegrilde dorade in een sjiek restaurant, een stukje wandelen, verderop aan zee. Romantiek in mijn eentje!

Pfff. Retedrukke dag vandaag. Bíjna geen tijd gehad om te lezen…

Coos op Reis: VERWACHTINGS MANAGEMENT

Prachtig weer. (Weer voor Coos op Reis.) Geen wolkje. Het is nu al 22 graden. Om 10:00 uur stap ik op mijn kasteel. Mijn ontbijt zit al diep achter mijn kiezen.

Mijn flesje met oogdruppels tegen de pollen mik ik weg. Waarschijnlijk is de vloeistof niet meer in orde. Gaat ook maar een maand mee, staat op de verpakking. Ik heb veel last van mijn ogen door de pollen. In mijn rechteroog zie ik wat kristalvorming en in mijn linkeroog zitten eiwitachtige draadjes. Het voelt alsof een ooghaar in mijn oog zit. Het kijkt niet lekker. Gelukkig zitten er nog meer flesjes in de voorraadtassen. Ik heb alles bij mij. Mij kan niks gebeuren. Ik ben een avonturier zonder risico’s. Ik spreek met mijzelf af om vandaag niet meer in mijn ogen te wrijven…

Ik wil de verkeersdrukte vermijden. Op mijn Garmin kies ik een plaatsje dat op 50 kilometer ten noordoosten van Genua ligt. Ik rijd de camping af, rij eerst een heuvel af naar beneden, dan drie ouwe straatjes door, langs twee armoedige flatgebouwen, rol over een stokoude brug en rij zó de bergen in. Joepie. Ik heb van de drukte en de warmte van Genua helemaal niets meegekregen.

Note: onbewust van het gevaar vermeed ik met mijn handigheidje daarbij de op dat moment gevaarlijkste brug van Italië: slechts vier maanden later zou Ponte Morandi instorten. Dat kostte 43 mensen hun leven. Deze verkeersbrug van voorgespannen beton werd half in de jaren zestig gebouwd.

De weg klimt de bergen in en we stijgen tot bijna 800 meter hoogte. Het is hier heerlijk koel: 20 graden. Wat een geluk. Het eerste stuk is superasfalt. Stroef. Het draait en draait en stijgt en daalt tot ik er horendol van word. Er is hier bijna geen enkel recht stukje weg. En het is lekker rustig op de weg. Af en toe zie ik in de diepte de auto’s op de tolweg in de zon glinsteren.

Wat later worden de weggetjes smaller en steiler. Soms houdt de kwaliteit van de wegen het midden tussen een beroerd weggetje en een knap karrenspoor. Er ligt ook veel steenslag op. Het is af en toe ook gruwelijk steil. Zo steil dat er soms bochten van meer dan 180 graden zijn. Er staan borden met daarop ‘tornanti’, maar die helpen niet, hoor. In sommige bochten val ik bijna stil. Dan moet ik er donders goed op letten om eventueel mijn bergbeen en niet mijn dalbeen neer te zetten, anders lig ik als ridder met mijn lange staken en mijn ventilerend maliënkolder onder de stenen en balken van mijn kasteel, te wachten tot er een Italiaan komt om mij uit te graven.

Maar het gaat goed en het is prachtig allemaal. Ik kan wel blijven stoppen om foto’s te maken. Maar ik moet dóór! Dit is een forse dag. Ik heb een einddoel.

Ik kom weer even beneden. Daar is het ondertussen 30° geworden. Ik was er al bang voor. Ik gebruik alle ventilatiekanalen in mijn Stadler-pak: de ramen op mijn borst èn de mouwen staan open. En ik heb mijn doorwaaihandschoenen aan. Als ik maar rijd, dan is het goed uit te houden. Ik ben wel tevreden zo.

Om nóg meer last van mijn ogen te voorkomen, houd ik het buitenste vizier van mijn helm maar dicht. Maar dat is wel erg benauwd bij deze temperatuur. Dus open ik dat vizier en schuif het donkere zonnevizier naar beneden. Ik heb een hekel aan dat zonnevizier. Mijn ouwe-mannen-ogen kunnen het verschil tussen de zon en de schaduw sowieso niet zo goed overbruggen. Een fietser met een zwart pak in de schaduw? Ik rijd hem plat. Ik heb het probleem ook als ik met lage zon aan het tennissen ben. Of bij het tennissen in een hal met kunstlicht. Maar goed, ik probeer het maar even zo.

Voor het eerst tref ik in een Italiaans dorp een zogenaamd snelheidsregulerend stoplicht aan: die blijven oranje knipperen of op groen staan als je je aan de toegestane snelheid houdt, en anders springen ze ff op rood. Kan je een minuutje afkoelen.

Spanje staat er vol mee. De eerste keren had ik het daar niet zo in de gaten. Toen sprong het oranje knipperende licht plots op rood. Ik schrok ervan en gaf een poep gas. Toen leerde ik ook dat als ik maar grof genoeg op dat knipperende licht af denderde, ik er door kon zijn vóórdat het rood werd. Haha. Wel wat onbehoorlijk. In Italië fotograferen ze ook bij dat soort lichten, dus ik neem het risico maar niet meer.

Ik koop een complete salade bij de Coöp en samen met mijn vork zoeken wij een plekje in de natuur op om ‘m lekker op de peuzelen. Ik hoor in de verte een gierend geluid. Het komt snel naderbij. Ik pak snel mijn iPhone … en het filmpje laat ik jullie straks nog even zien…!

Later kom ik ook weer even aan de kust, maar dan slingert de route toch weer de bergen in. Ik kan daar lekker doorrijden en het blijft er koeler. Ik slinger deze dag wel zo’n 200 km door de bergen. Heerlijk.

De laatste honderd kilometer gaan weer langs de kust. Anders wordt het teveel gepuzzel. Het is heet. Pfff.. Ik heb trek in een ijsje. Ik kan aan niks anders meer denken. Ik moet en ik zal een ijsje. Dus rijd ik Lerici in. Dat blijkt autoluw te zijn. Maar ik ben geen auto. Dus ik vind mijn ijsje. Het is drúk op het strand. Als mieren liggen ze daar op en naast elkaar.

Als mijn ijsje op is wandel ik weer terug naar mijn motorfiets. Ik ben net op tijd om te voorkomen dat zij met haar zijstandaard wegzakt in het gloeiend hete asfalt.

Foto! Lekker warm hier, hoor…

Ik rijd het laatste stuk van de route. En ook hier lonken weer de dames van lichte zeden. Gewoon aan de snelweg. Ze staan half naakt bij kleine inritjes. Grappig woord… De service vindt waarschijnlijk plaats in je eigen auto. Heb ik weer, ben ik op de motor! Maar ja, het zal je dochter maar zijn. Vrijheid, blijheid. En als het hun vrije keus is, dan moeten ze het allemaal zelf weten. Maar we weten allemaal beter.

Ik ben nu bij Livorno. Een camping gevonden dírect aan het strand. Schofterig duur.
Tja, er is hier geen concurrentie, vertellen ze doodleuk bij de receptie. Het is wel erg luxe. Het is bijna het nivo van een hotel.

Ik blijf hier tenminste twee dagen.

Morgen weer een lekker boekje lezen op het privé-strand van de camping. Morgen mooi weer! En aan het strand zijn altijd minder pollen.

Ik vond het een lekkere dag. Prima aangepaste route. Lekker gereje…

VERWACHTINGSMANAGEMENT

Even iets aan verwachtingsmanagement doen? (Let op, info redactie: dit artikel is een eerder jaar geschreven en wij publiceren deze serie dus later.)

Uiterlijk woensdag 9 mei ben ik weer thuis in Linschoten. Vlak voor het lange weekend met veel mensen in drukbevolkte hotels. Want donderdag is het Hemelvaartsdag. Tja, en vrijdag 11 mei wordt mijn oude moedertje 88 jaar. Ik wil erbij zijn. Ze trakteert de familie ‘s avonds op een etentje in Breda. En … die dag halen we dan ‘s morgens onze nieuwe auto op…

Owja, het filmpje! Ik hoor in de verte een gierend geluid. Het komt snel naderbij. Ik pak snel mijn iPhone en …..