Tag archieven: motorreis Balkan

Coos op Reis, elke dag nasi is ook niet lekker

COOS SCHRIJFT ONS VANUIT DE BALKAN – TRIËST

Met al die duizenden lezers hier op de website en sociale media, is elke dag de druk om te presteren gigantisch hoog. Mijn serie CoosOpReis wordt super gelezen, dus ik blijf gas geven uiteraard. Hapklare teksten en kekke foto’s. Daar gaat het om. En precies op tijd.

Net als de krant. Die moet ruim vóór zevenen ‘s morgens op de mat liggen. En de stukken moeten vermakelijk zijn. En informatief. En verrassend. En blijven boeien. En niet te kort. En niet te lang. Oei, dat laatste is wat lastig voor mij. Pffff…

Maar … exact vanmorgen om 06:00 uur bedenkt het brein in mijn geschoren hoofd bovenstaande regels als eerste voor vandaag. Want precies op dat tijdstip laat de matineuze (ok, ik zal het nu niet meer doen…) pater zijn klokken in de kerktoren beieren. Hard! Niet normaal. Aan het werk, aan het werk, schreeuwen die klokken. Ik zit gelijk rechtop in mijn bed. Idiote blote poten paters, dat zijn het.

Om 08:00 uur is het zwaarbewolkt. En het regent behoorlijk. Gatver. Nog een natte dag.

Mijn motor sliep in de zelfventilerende hotelgarage. Met lichte tegenzin hing ik gisteravond mijn zeiknatte kleding en handschoenen in het Trockenraum van het hotel. Ik heb nou eenmaal alles graag bij mij. Ja, ik ben een tikkeltje autistisch. Ik weet het. De hotelier keek gisteren naar mijn regenpak en vertelde zo sip dat het fraaie houten parket  al 200 jaar in het oude hotel ligt… Dat gaf voor mij de doorslag. Ik haal de motor en al mijn regenspullen op. Het is super. Echt. Alles is kurkdroog. Ik ben om.

Het hotel is prima. En de familie is erg vriendelijk. Precies zoals het hoort.

En de kamer heeft een fijne en moderne douche. Ik reken 75 euro (!) af, inclusief ontbijt, diner en drankjes. Het kan allemaal best.

Is er dan vandaag helemaal niks te zeiken, Coos? Weet je dat zeker?

Uh … jawel. Er mag daar binnen gerookt worden. Op veel plaatsen in Oostenrijk overigens. Als enige land in de EU. Ik ben zelf een kind van de jaren vijftig. Opgegroeid met een rokende vader en vanaf mijn middelbare schooltijd ook shaggies gepaft. Iedereen deed dat in die tijd. Tijdens een jarenlange avondstudie, die ik in de jaren tachtig volgde, ben ik met roken gestopt. Ik dacht: dan heb ik straks eindelijk mijn diploma en ga ik vervolgens dood aan longkanker; das zonde van de tijd. Sindsdien heb ik niks meer met roken. Ik vind het vies. En zeer zeker binnen. Ik zet daarom dit land voorlopig op mijn blacklist. Totdat het is opgelost. En verder wemelt het daar van de flitscamera’s en borden met maximum snelheden… Dat moedigt mij ook niet zo aan.

Opmerking: inmiddels heeft Oostenrijk ook de wet aangepast en mag je binnen niet meer roken.  Nou die snelheidscamera’s nog weg.

Ik bepak mijn ezel en vertrek. Al rap bestijg ik de Plockenpass. Saillant detail: ze verstoppen op deze pas de haarspeldbochten in de donkere tunnels. En dat is een heel raar gevoel. Ik los mijn desoriëntatie op door steeds net op tijd vlot mijn vizier omhoog te swipen. We stijgen tot circa 1400 meter. Het is 6 graden en nat. Echt een zomervakantie, jôh…

Mijn BMW en ik rijden Italië in. Gelijk verandert de structuur van het asfalt. Niet meer van die gitzwarte glimmende platen. Dit is ruwer, stroever. Zoals het verschil tussen een zijden blouse van een dame en een nieuwe spijkerbroek van een man. Zoiets. Het geeft direct meer vertrouwen en ik ben gelijk weer lekker aan het sturen. Italië is fantastisch.

Rond 11:30 uur is het droog. Een uur later regent het weer. En zo wisselt het de hele dag. Het goede nieuws is dat alle watervallen op ‘aan’ staan. Het water gutst de bergen af. Ik ben dol op watervallen en vind het elke keer prachtig om te zien. Ik stop bij elke waterval.

Dan denderen we Slovenië in. Uh …. het asfalt is hier meestal Kwalitatief Uiterst Twijfelachtig… Ik doe het wat rustiger aan.

Van de Slovenische taal snap ik helemaal niks. Het is een Slavische taal.  Ze spreken soms wat Duits en soms wat Engels. Maar … ik snap de plaatjes. Zie foto. Welja jôh, jij ken die shit, ouwe!, zou mijn Danielle zeggen, die overigens cum laude is afgestudeerd in Letteren aan de Universiteit in Utrecht.

Slovenië is ruiger, steiler en woester. Het is veel meer echte, ruige natuur. Ik vind het mooi.

Ergens in de hoogte en in de Sloveense kou scoor ik een warm broodje met tomaat en mozzarella. En een warme choco, die meer naar melk smaakt. Ach, wat maakt het uit.

TRIËSTE

Ik rijd door Triëste. Dat is een grote Italiaanse stad aan de Adriatische Zee. Vlakbij de grens van Slovenië. Het is een magische stad voor mij. Ik weet niet waarom. Morgen ga ik er met de bus heen en daar lekker wandelen.

Voor nu heb ik een stacaravan op een Sloveense camping gevonden op 50 meter van de Middellandse Zee. Ik blijf hier twee nachten. Voor ruim € 170,-. Gekkenhuis. Maar goed, even iets anders, even geen motorrijden. Het is net zoiets als elke dag nasi eten. Dan is dat ook niet meer lekker…

THE CATCH OF THE DAY

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch of the day. Veel plezier. Welterusten.

Coos op Reis: de regen is voorspeld

DE BALKAN – DE REGEN IS VOORSPELD ÉN …. IS GEKOMEN!

Dinsdag 28 mei. Jôh, ik ben om 08:00 uur al wakker. Nog vóór de wekker. Het moet niet gekker worden.

Ouwe mensen hebben minder slaap nodig, schijnt. Zou het ouder worden dan eindelijk vandaag begonnen zijn?

Het heeft vannacht heel hard en heel lang geregend. Verder voorspelde de weerman voor vandaag meer dan 90% kans op regen. Wat denk je? Het is droog!

Om 08:40 uur wandel ik blinkend schoon, okselfris, met mijn duurste aftershave op en in mijn motorpak, de ontbijtzaal in. Er zijn verder geen ontbijters aanwezig.

Chagrijnig personeel schuift tijdens het dweilen van de vloer alle houten stoelen van de ontbijtruimte van links naar rechts over de harde vloer. Nou, gezellig, tijdens het ontbijt… Een hels kabaal trekt door het luxe hotel. Waar verder niemand last van heeft. Want alle Mitarbeitern zijn met hun stropdassen om in alle vroegte al in grote stofwolken met hun peperdure bolides naar hun belangrijke vergaderingen in hun anonieme glazen kantoren vertrokken. Alleen één of andere sufgepikte ouwe Nederlandse kale motorrijder hoeft hier nog maar even te ontbijten. Geef de lul een sneetje brood. Owja, let op hoor, zegt mevrouw twee: de stenen vloer is nat en spekglad. Ja, duh.. Reeds vijftien minuten later onttakelt het ongeïnteresseerde personeel ook vast het buffet. Hallo, ik ben hier nog en zit nog te eten!

Ik tik bij de receptie € 135,- af en vertrek. Zonder een dubbeltje fooi uiteraard. Ik kom hier nóóit meer. En ik weet trouwens zeker dat het allemaal familie van elkaar is dat daar werkt. Ze hebben dezelfde gedrongen bouw en zijn op dezelfde manier chagrijnig. Zo’n half boze, vanaf de geboorte ingebouwde, sikkeneurigheid. En niemand roept daar iemand ter verantwoording. Er is ook geen leiding. Niemand rekent daar met iemand af.

Het kan zó anders, denk ik. Het runnen van hotels moet toch leuk zijn? Vraag maar aan mijn oude Amerikaanse vriend Tommy Abrams. Hij heeft dat 30 jaar gedaan. Jôh, en dan is je leven zóveel leuker. Get a life! Nou, genoeg gezeikt. Haha. Ik vind zeikend schrijven zo leuk. Het hoort ook echt bij ouwe mensen. Zoals ik, sinds vandaag.

Ik zoek mijn route weer op en tuf de stad uit. Rond 11:00 uur komt de voorspelde regen. Met bakken uit de hemel. Ik stop bij een overdekte benzinepomp, trek mijn regenpak aan en wissel mijn handschoenen. Ik gooi mijn hoofd achterover, bal mijn vuist en roep naar de goden: kom maar op dan met dat water. Bring it on, babe!

De temperatuur valt op dit moment nog wel mee. De hoogte is 300 meter. Ik moet echter nogal door wat lagen plastic kijken om alles droog en scherp te blijven zien: mijn bril, mijn anticondens vizier, mijn vizier en het ruitje van mijn loketje. En blijven proberen om langs alle druppeltjes te kijken en niet naar de druppeltjes op mijn vizier. Als ik mijn scherm iets lager draai, dan blaast de wind wat meer mijn vizier schoon. Het blijft een machtsstrijd.

Een uit de kluitengewassen merrie werpt zich ruggelings in het natte gras en kronkelt glunderend met vier benen in de lucht. “Wellustig wijf!”, roep ik in mijn potje. Ze kijkt niet eens.

Ik meander van dorp naar dorp en rijd voorbij een grote bouwmarkt van de Hornbach. Gelijk zing ik heel hard in mijn potje: VanJeAaaaiAaaiJippieJippieJeeee… Haha, dat hebben de reclamemakers toch mooi voor elkaar. Net zoals: toettoet, zó, dat is snel, dat lijkt Overtoom wel. Weet je nog? Of zou ik gewoon een neuro-psychiatrische aandoening hebben? Het Syndroom van Gilles de la Tourette? Kan best hoor, ik heb wel meer neigingen die ik niet kan bedwingen… Dat zegt Janny-zonder-Facebook altijd, tenminste.

Er staat een groot veld met hop langs de weg. Ik maak op mijn motor een diepe buiging. Hop is een belangrijk ingrediënt voor bier. En dat Duitse bier is zo tadeloos lekker.

Een stukje verderop tref ik, gewoon op een doodstille landweg en zomaar aan de kant van de weg, aardbeien uit de automaat aan. Net als een kroketje bij de Febo. Das nou boerenslimheid. Zo grappig. Heb ik een foto? Wat dacht je..! Ik neem een doosje vitamientjes mee, want ‘a box of strawberries a day, keeps the doctor away’. Of was dat nou met appels?

Het regent nog steeds. Volle bak met gratis water uit de hemel.

Maar ik blijf messcherp achter mijn loketje. Ik zit hier niet om postzegels te verkopen, maar om in leven te blijven.

Ik zit droog en ik maal er niet om. Ik geniet en zing The Chamber of 32 Doors van Genesis: I’d rather trust a countryman than a townman, you can judge by his eyes, take a look if you can. Maar dan….

In een dorp steekt een stokoud dametje, tussen twee hoge heggen door, de neus van haar piepkleine autootje vast een stukje de straat op. Het is net het neusje van een muis, die uit haar holletje komt. Ik voel mij medium veilig, want ik rijd immers op een voorrangsweg. Ik schuif naar links. De oude dame kijkt naar links, ziet mij, kijkt naar rechts, ziet op redelijke afstand een grote vrachtauto naderen, is in haar korte termijngeheugen mij inmiddels al weer vergeten, en draait zo de weg op. Huppekeee! Zonder mankeren. Godskelere, ik rem de knalroze, zijdezachte en op maat gemaakte oordoppies van Hoorhuis Diemen uit mijn oren! Volle bak in de ankers: knijpen in hengsels en stampen op stangen. Alles wat ik in huis heb, want mijn leven hangt ervan af. Onderbroekies en sokkies vliegen naar voren. ABS aan. En tegelijk vloeken en tieren in mijn potje. Dat helpt. Echt. Ik – haal – het – net. Het scheelt heel erg weinig.

Omaatje kijkt mij met haar blauwe kapsel en rood gestifte lippen vriendelijk aan. Ik knik vriendelijk terug, want ik heb een zwak voor omaatjes. Koelere, mijn ‘bijna’ eerste ongeluk in 1000 kilometer. Ze hadden mij zowat uit een Fiat Pinda moeten zagen… I’d rather trust a countryman, maar géén ouwe dorpstantes met blauw haar.

Aan de Starnberger See word ik in Seeshaupt geflitst: 5 km te hard. Ik ben ook echt hardleers. Ik rijd met twee actieve radarwaarschuwingssystemen en geen enkel systeem waarschuwt mij op tijd. Je hebt ook geen reet aan die elektrieke meuk. De flitser staat langs de weg in een tuin! Ja hallo, als ik nu ook nog langsrijdend én ouwe omaatjes én de geraniums in Duitse tuinen moet scannen… Gelukkig flitst hij mij aan de voorkant. Dan heb je als motorrijder, zonder kentekenplaat aan de voorkant, best wel geluk.


Bij het vervolg van de route moet ik kiezen: neem ik de voorkeurroute via de Grossglockner Hochalpenstrasse of neem ik de Felbertauerntunnel. Het weer is echter nog bar en boos. Ik vrees op de hoge Grossglockner in dikke mist en verse sneeuw terecht te komen. Het is vragen om problemen. Ik moet verstandig zijn: ik kies de tunnel. Jammer, maar het is niet anders.


Rond zessen kom ik bij mijn hotel. Ik ben nat en heb het koud. Het was een zware dag. Het is vandaag … Ruhetag. Ja, wanneer niet, als ik ergens kom. Koelere. Ik maak mij bekend als de organisator van een grote motortrip en vertel dat ik op 16 juni met 20 motormaatjes hier terugkom. Dat helpt.

Ik krijg een mooie kamer met een prachtige regendouche en ze bakken zelfs een grote Wiedergutmachungschnitzel voor mij.

Met pommes en mayo. En een grote bier. Een beetje ouwehoeren lukt mij altijd wel…

Mwah. Ze voorspellen hier nog meer slecht weer. Ik ga vannacht nadenken wat ik morgen ga doen.

THE CATCH OF THE DAY

Nog teenentander met de camera gevangen vandaag. Trusten!

Coos op Reis: romantiek in de avond

DE BALKAN – ’S AVONDS TOCH NOG ROMANTIEK

Het is maandag 27 mei. Het is bewolkt en het heeft vannacht geregend. We gaan weer verder in onze serie “CoosOpReis”. Het miezert nog een beetje. Het is om 09:00 uur 13 graden. Uiteraard weet ik niet hoeveel graden het om bijvoorbeeld 07:00 uur was…

Tijdens het ontbijt raak ik in gesprek met een ouder Duits echtpaar. Het zijn bootjesmensen. Hij verplettert mij in het Duits met uitdrukkingen vanuit zijn waterwereld. Zoiets als: de beste stuurlui staan aan wal, overstag gaan, zijn ra is lam geschoten, het loopt de spuigaten uit etc. Ik snap er niks van. Maar als hij doceert dat er altijd ‘een handdikte water onder de kiel moet zijn’, reageer ik dat we in mijn motorwereld zeggen ‘hou de gepoetste kant altijd boven!’ Hij snapt het meteen. Mijn conclusie is nu dat mijn Duits beter moet zijn dan het zijne. Kijk, dat heet nu omdenken….

Ik monteer mijn navigatiesysteem en laad rap de route. Omdat er op dat moment op de binnenplaats nog net geen satellietontvangst is, berekent de Garmin de complete route opnieuw: 1%, 2%, 3% etc. Dat is de tweede keer in mijn leven dat ik daar in trap. Opletten dus: wachten tot de satellieten in beeld zijn. En dan pas je route starten. Kijk op je scherm.


Ruim voor tienen (ik schat 3 minuten..) rijd ik weg. Lekker op tijd. Af en toe miezert het. Soms is het ff droog. De weg is nat. Ik heb een pittige dag voor de boeg. Een stuk snelweg van 60 km brengt mij rap om Frankfurt heen. Ik rijd achter de file aan. Dat schiet op zo. Regeren is vooruitzien. Een stukje vóór mij rijdt een Audi A3. Plotseling zie ik een gigantische rookontwikkeling in zijn auto. Ik houd altijd ruim afstand, zeer zeker met de motor, maar ik schrik mij de tandjes. De rook komt met vette pluimen uit zijn geopende raam. Ik denk dat de airbag is afgegaan. Ik snap niet waarom. Als ik er voorbij rijd, zie ik dat de bestuurder zit te ‘dampen’. Dat is het nieuwe roken. De Shell in Pernis is er niks bij. Die Duitsers blijven overigens maar stug doorroken. Heel opvallend. Overal sigarettenautomaten aan de muur. In elk dorp. Een land vol rokers. Het lijkt hier 1955 wel. Longkanker? Hoe bedoel je?

Verderop rijd ik Seeheim in. Voor mijn gevoel gewoon één of ander dorpje in Duitsland. Maar … er ligt tramrails. Echt waar. Net als op de Coolsingel. Gekkenhuis hiero!

Af en toe is het droog en af en toe komt de zon door. Het is een mooi schouwspel. Ik dender door het heuvelachtige en bochtige landschap. Het is hier super.

Plots zie ik twee reetjes in het veld staan. Ze richten zich op. De beestjes hebben respect voor de machtige brom van mijn dikke tweecilinder. Terecht. Ze twijfelen… Steken we de weg nog ff over vóór die Nederlandse bromnozem met die vette grijns op zijn ponem of lopen we terug? Ik claxonneer. Luid! Ik heb bij de aanschaf van de motor een extra luide claxon laten monteren…

Ze kiezen gelukkig voor ‘terug’.  Het is alsof iemand de beesten in hun reetjes prikt. Ze draaien zich om en schieten als kogels terug naar hun bossies. Staartjes omhoog. Ik kijk ze zó in hun reetjes… Haha. Dit was wel erg makkelijk stoeien met de tekst….

Na circa 110 km rijden kom ik in de buurt van Feuchtwangen op mijn route een traject van 4 km tegen dat in het weekend verboden is voor motoren.

Maar het is maandag. Joepie! Het circuit is geopend. En ik hoef zelfs geen kaartje te kopen. Ik ben coureur en toeschouwer. Het is een stoer en uiterst bochtig stuk van 10 km met prachtig asfalt. Wat een lol. Subliem. Ik heb werkelijk genoten. Leden van mijn motorclub: stuur straks op zaterdag één rijder vooruit en bel even naar de rest of er überhaupt een smeris staat. Het is het mooiste stuk van deze dag. Mis het niet.

In een stuk bos vind ik ook De Limes van de oude Romeinen nog. Leuk! Tot in Woerden en omgeving zijn daar nog resten gevonden. Gewoon, van 2000 jaar terug. En daar sta ik dan, lullo, met mijn flesje water.

Precies in een haarspeldbocht kom ik een hele grote vrachtauto-met-aanhanger met omgezaagde bomen tegen. Man, wat een ding! Ik heb één meter ruimte. Tóch moet ik lachen. Tja, die bomen moeten natuurlijk ook af en toe eens afgevoerd worden, hè?

Rond 11:00 is het droog en komt het zonnetje. Ik zie al 22 graden. Ik pruttel door Ahorn. Zou daar de naam Ahornsiroop vandaan komen? Mwaw, vast niet.

In Bad Mergentheim is het lunchtijd. Ik toer de Altstad in en vind een bakker met een terras. Weet je wat er nog lekkerder is dan een lekker broodje? Twéé lekkere broodjes!

Na de lunch zit ik vrolijk te zingen in mijn helm. Ik heb het vreselijk naar mijn zin. De weg kronkelt als een woeste slang door het diepe dal. Links, rechts, links, rechts. Het zicht is optimaal. Ik kan de bochten met zeer hoge snelheid nemen. Dorpjes wisselen de route af. Even van het gas af en dan daarna, weer vol er op. Gas!

Een reuzenhand werpt schaduwen over het groene land en haar heuvels. Een meesterlijk spel van licht en donker. En het verandert steeds. Het is prachtig! Wat een mooie toeristische route. Zelf gemaakt. Ahumm…

En als ik dan langs een kweekvijver van kerstbomen rijd, dan mijmer ik vast over de Kerstdagen. Best gezellig. Maar dan ligt er vast pekel. Gas! Gas! Gas!

Ik eet een appeltje aan de kant van de weg. De auto’s suizen mij voorbij. Het valt mij op hoe oerendhard iedereen hier rijdt. Maar … ik passeer ze onderweg allemaal. De hele dag door.

Vrooeemmm! Haha.

DE ROMANTISCHE STRASSE

Ik rijd vandaag hele stukken van de Romantische Strasse. Vroeger was mijn beeld dat aan deze weg allemaal jonge dames met dirndls stonden om bloemen te strooien, als ik langs reed. Zó romantisch. Maar het is gewoon een ordinair stuk zwart asfalt met witte strepen en bomen ernaast. Net als de rest hier.

Maar … als ik dan op mijn hotelkamer kom ….

Coos op Reis: ijs in Katzenelnbogen

DE BALKAN – IJS IN KATZENELNBOGEN

Dit is aflevering 2 in de BALKAN serie Coos op Reis. De eerdere 70 verhalen kwamen uit Zuid-Europa, de komende (ongeveer) 30 verhalen gaan over de Balkan. Dit reisverslag schrijft Coos van der Spek over zijn avonturen een tijdje terug en gelukkig deelt hij ze weer met ons op Ikzoekeenmotor.nl.

Het is zondag 26 mei. Precies om 09:00 uur trek ik de garagedeur in Linschoten open en maak vervolgens mijn trouwe blauwe dikke tweecilinder wakker. Zij is al gepakt en bezakt en wacht gepoetst en verlangend in haar hoekje. Donkerronkend komt zij met een druk op haar knop tot leven.

Ik vind 09:00 uur nou eens echt een hele mooie tijd voor een pensionado. Potver, de matineuze medemensen regeren de wereld. Hoe bedoel je, om 06:50 uur starten met heipalen heien? Of zand brengen om stenen te metselen? Of een vergadering om 08:00 uur! Of op de motor stappen? In de winter is het dan zelfs nog pikkedonker.

Enfin, 09:00 uur dus. Het is bewolkt. Droog. En 16 graden. Ik ga vandaag in Duitsland 24 graden zien. Prima weer om motor te rijden. De wintervoering is gelukkig al uit mijn Stadler-pak…

Ik dender met mijn motor de A2 af. Ik heb Flitsmeister op mijn iPhone gestart en de smartphone aan de 12 volt-stekker gekoppeld. Ik voel mij voor 95% veilig voor bekeuringen en durf best een extra poepie gas te geven. Soms tik ik even de 150+ km per uur aan. Dat schiet op. En ik ga zeker nooit tussen de slaperige koekblikken hangen. Das levensgevaarlijk. Vroemmm…

Kort na Budel, daar komen die mooie overhemden van LeDûb met mouwlengte 7 vandaan, ze draaiden gewoon de letters van het gehucht om, ga ik bij Nederweert de snelweg af. Vanaf nu pruttel ik heerlijk binnendoor. Het echte motorrijden is begonnen. Op de snelweg rijden is niks aan.

In Roermond zoek ik een koffiestop. Ik rijd een piepklein stukje de verkeerde kant in van een straat met eenrichtingsverkeer. Onmiddellijk staat een oud mannetje op het stoepie druk te gebaren. O, ik ben in de buurt van Duitsland hoor, denk ik. Het land van de regeltjes en de wetjes met ijverig gepeupel om je de les te lezen als je iets overtreedt. Duitsers… Maar toch haal ik opgelucht adem als ik de grens oversteek: de komende weken geen verkeersdrempels meer. In Afrika heten ze spoedhobbels. Leuk, hè? Dat leerde ik van Itchy Boots. Maar fijn om die hobbels eens een poossie te missen.

Eerst even tanken.

De E10 kost hier € 1,45 per liter. Het kan dus best, Den Haag. Stelletje dieven!

Onderweg geniet ik van het zacht glooiende landschap en de vergezichten.

Ik steek een paar keer de Rijn over, één van de belangrijkste rivieren voor Nederland.

En natuurlijk gluur ik even bij Klooster Arnstein. De weg daarheen is 16%!

Het wordt in de middag wat warmer. Ik verwijder nog een voering uit mijn jas en zet wat ritsen open. De voering berg ik vlot op in een waterdichte zak, snel bereikbaar op mijn topkoffer. Die zak zit met robuuste elastieken spanbandjes van The Rok vast. Ik schreef er al eerder over. Die dingen zijn werelds. Koekel op ‘Rokstraps’. Goedhart Motoren in Bodegraven heeft ze.

Tja. En dit jaar dus geen kampeerspullen bij mij. Dat scheelt veel volume en veel gewicht. En die twee zware zijtassen op mijn zijkoffers heb ik vorig jaar gelijk verkocht. Daar begin ik niet meer aan. Het rijdt echt beter zo. Ik heb ook minder spullen en kleding bij mij. Ik ga nu gewoon wat vaker wassen. Maar ja: nog wel twee paar schoenen, twee e-readers, twee slaapzakken, een elektrische bandenpomp, een sleepkabel en een doorzichtige benzineslang. Dat bedoel ik…

Vandaag ruim 450 km te gaan. Ik ontwierp in Basecamp voor vandaag wat meer routes over doorgaande wegen. Anders kom ik wel heel laat in het hotel aan.

En zo is er straks voldoende tijd voor een lekkere lunch en .. ijs in Katzenelnbogen. Kom je daar ooit in de buurt? Rijd daar dan persé NIET voorbij. En maak er gelijk een waypoint van. Voor drie grote kogels betaal ik slechts € 2,70. En ze hebben hier zoveel smaken. Heerlijk. En ze hebben er óók spaghetti-ijs. Aardbeismaak, met verse aardbeien. Oei, oei, alsof er een engeltje over je tong piest… Héééérlijk!

Ik arriveer rond 18:30 uur in het familiehotel Kern in Idstein. Het is meer dan prima hier. Het is nog heerlijk weer, dus ik geniet eerst van een biertje en dan van een glas droge witte wijn en asperges met gerookte ham op het buitenterras in het hof. En een kopje koffie. Wat een genot. Vannacht mag mijn BMW daar lekker veilig op het terras slapen.

De eerste dag is bijna voorbij. En mijn verlangen is al een beetje bevredigd. Een heel klein beetje. Ik ben immers onderweg. Mijn dromen achterna. Het was een mooie dag. En ik heb heerlijk relaxed gereje en genoeg gevangen voor The Catch Of The Day….😍

Coos op Reis: op naar de Balkan

Onze trouwe motorcolumnist gaat weer op reis. Vorig jaar hebben we in ruim 70 heerlijke verhalen mogen genieten van de belevenissen van Coos van der Spek.

Met dank aan Bas Bijl voor de fotobewerking.

Hij nam ons toen mee op motorreis door Zuid-Europa. Op onnavolgbare wijze schreef hij zijn verhalen, met een lach, een knipoog en soms een traan. En altijd met de mooiste foto’s, weet hij je een gevoel te geven dat je achterop zijn BMW zit en mee reist. Vandaag kunnen we melden dat we met een nieuwe serie “Coos op Reis” beginnen. Enfin, Coos legt het uit:


DE ULTIEME BEVREDIGING VAN EEN OUD VERLANGEN

Mijn vorige reisverslag op deze website ging over mijn drie maanden durende motortrip door Zuid-Europa. Na ruim 70 verslagen eindigde mijn reisverslag met dit sfeervolle plaatje van de ondergaande zon.

Wees eerlijk, zo’n tafereel houdt ook een belofte in. De belofte van een stralende nieuwe dag, een prachtige toekomst en … een mooi nieuw reisplan.

Het nieuwe plan is er na mijn vorige reis dan ook gekomen. Eigenlijk is het de realisatie van een heel oud plan.

Het is een motorreis die ik in 1971 al met mijn vrouw wilde maken. Maar omdat de benzinepompen toen in dat gebied nog 250 km van elkaar lagen en de actieradius van mijn Honda 250cc maar 160 km was, heb ik die reis toen ’een poosje’ uitgesteld. Mijn huidige motor heeft een actieradius van een kleine 600 km én de brandstofpompen liggen lang niet meer zover uit elkaar als vroeger. Alle belemmeringen zijn intussen opgeheven.

Een klein jaar na mijn thuiskomst uit Zuid-Europa begon alles weer te kriebelen. En een paar maanden later gingen mijn BMW R1200 GSA LC en ik dus weer op reis. Deze keer met meer ervaring, veel minder bepakking en zónder tent.

Het werd een gemengde trip: het grootste deel reisde ik in mijn eentje: heerlijk zonder overleg, zonder discussies, zonder ergernissen en zonder verantwoordelijkheden. Vrijheid!

Het andere deel van de reis genoot ik samen met mijn motorclub MC Zegveld in Karinthië. Maar liefst 20 deelnemers deden mee met het reisplan dat ik ’s winters schreef.

Voor mij werd het een reis die mij via Duitsland, Oostenrijk en Italië naar Slovenië bracht. En vervolgens naar Kroatië, Bosnië en Montenegro. En via Oostenrijk weer terug naar huis.

Het was de ultieme bevrediging van een oud verlangen….