Tag archieven: motorreis Balkan

Coos op Reis: de zingende indiaan

DE BALKAN – DE ZINGENDE INDIAAN OP CAMPING BUNCULUKA OP CRK (We gaan verder in onze serie “Coos op Reis”.)

Hoe gaat dat nou precies in zijn werk op zo’n … uh …. naaktcamping? Dat denk jij vast… Toch?

Nou, gewoon. Je trekt ‘s morgens je zwembroek NIET aan. Simpel. Overigens trek je wel beter je sandalen of slippers aan. Anders doen scherpe steentjes en takjes zeer aan je voeten. En als je het koud hebt, dan trek je gewoon een shirt aan. Gewoon ook praktisch blijven dus. Nou, das alles…

Op de camping Bunculuka recreëert 99% van de gasten bloot. Das logisch, want daar komen de mensen voor. Tja, en verder loopt en zit hier iedereen zoals hij geboren is en dagelijks onder de douche staat. Het is natuurlijk en heel gewoon. En relaxed. Eigenlijk heeft het niks om het lijf…

Veel mensen relaxen hier op het strand. Je kunt voor wat Kuna’s een bedje met matrasje huren. Anders leggie op de kiezelstenen. Tja, en vervolgens lig je allemaal als sardientjes in een blikje naast elkaar een boekje te lezen of naar de zee te staren.

Ik ga normaal liever naar een rustig zandstrand met wat meer lebensraum, maar als ik niet eerst op de motor wil stappen, dan zijn er verder hier geen alternatieven. Voor een paar dagen is dit prima. Ik pas mij gewoon aan met ’wat’ er op dat moment is. Dan heb ik een makkelijker leven, heb ik ondertussen geleerd.

Alle personeel, ze noemen zich staff, is gekleed. Zelfs in lange broek. In de winkel en in het restaurant is kleding voor de gasten verplicht. Dat laatste is wel fijn als je zit te eten….

Verder is de camping één groot paradijs. Alles is perfect. Het is hier een schitterende plek, mìdden in de natuur. Ik zwem in de zee tussen de vissen. Het is gewoon allemaal goed geregeld. En schoon. Er is een mooi en strak beachrestaurant. En gratis en razendsnel WiFi over de hele camping, tot aan de waterlijn toe. Iedereen is rustig, er is nauwelijks geschreeuw of rumoer. Er komt hier net ff wat ander publiek. Dat klinkt wat snobistisch, ik weet het.

Ik heb tot nu toe maar één nadeel van de camping kunnen ontdekken: een overnachting kost 155 euro per nacht. Voor een stacaravan met twee slaapkamers. Ik kon, voor twee tientjes minder, ook ééntje met slechts één slaapkamer huren, maar dan ligt mijn complete bepakking in de woonkamer. En daar word ik triest van, heb ik vorig jaar ontdekt. Dan voel ik mij zo’n nomade en zo ontheemd. En … bij deze caravan heeft de BMW een betere parkeerplek. Dichies bij mij. Onder het afdakje van mijn caravan. Daar wordt ze zoooo blij van. En ach, zij heeft immers nu ook vakantie.

Het dorpje Baska met haar haven is vlakbij. Je wandelt daar direct langs de kust op een fantastische manier naar toe. Daar zijn een aantal restaurantjes aan het water waar je voor zeer acceptabele prijzen kunt eten.

Maar goed. Die prijs per nacht. Dat zit mij wel dwars. Ik was in Oostenrijk 75 euro met ontbijt plus diner plus drinken kwijt. Dus het kan wel. Dit is wel wat absurd. Nou ja, ik zie wel.

Mooie dag! Daverende zon. Strakblauw. Lekker relaxed. Ik lees een e-book van Jo Nesbo. Mmmmmm….

DE ZINGENDE INDIAAN

Een man heeft bij het strandhuis een surfplank en een peddel gehuurd en vaart daar een heel stuk mee het water op. Hij heeft het reuze naar zijn zin en begint hard één of ander oerlied te zingen. Het klinkt als een oud Indiaans gezang en het past prima bij zijn gespierde en gebronsde lichaam, zijn rieten hoed en zijn paardenstaart. Het klinkt prachtig. De man is best een eind weg, maar geluid draagt ver op het water. Links en rechts zie ik mensen opkijken, luisteren en grinniken.

Als de Indiaan na een poosje weer aan land komt, wacht hem een daverend applaus. Hij weet echt niet wat hem overkomt en is werkelijk stomverbaasd. Zooo leuk!

Wil jij alle verhalen lezen die Coos van der Spek op onze website heeft geschreven? Ga dan naar deze link, en als je dan telkens 10 verhalen door scrolt, dan zie je de 10 ervoor. 
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: op de naturistencamping

DE BALKAN – OP DE NATURISTENCAMPING

Het is zondag 2 juni. (We gaan verder in de serie Coos op reis.) Ik was vannacht veel wakker. Tien kilometer verderop was een of ander muziekfestival. Dat duurde tot vanmorgen 06:00 uur. Het was te ver weg om mee te zingen, alleen de beats rolden maar in flarden over het water. De wind regelde dat. Dan was het geluid weg, dan was het er weer. Ik stel voor dat ze de muziek voortaan naar alle smartphones streamen. Dan kan iedereen ook gelijk zijn eigen volume regelen. Heeft er verder niemand last van.

Nou ja, ik hoef gelukkig vandaag niet te gaan werken. Verrek, niemand trouwens, realiseer ik mij. Het is zondag. Ik raak het ritme een beetje kwijt. Ik ben al een week op pad. Wat gaat het allemaal retesnel. Slaap? Ach, ik knap onderweg wel een uiltje. Heerlijk in het gras in de schaduw onder mijn ijzeren vriendin.

Om 08:00 uur gaat de wekker. Het is warm en half bewolkt. Men voorspelt voorlopig geen regen meer. Ik zal vandaag 28 graden gaan zien.

Ik verwijder de Goretex-voering uit mijn Stadler-pak, zet de ritsen in mijn mouwen op standje ‘doorluchten’ en leg mijn Rukka doorwaaihandschoenen stand-by. Goede spullen, daar komt het op aan in barre omstandigheden.

Ik begin ook wat ritme en handigheid met mijn kleding te krijgen: mijn dagelijkse spullen stop ik inmiddels allemaal in de grijze zak, die op de plek van de duo staat. Die zak is toch groot zat. Lekker makkelijk. En ik stop de voeringen van mijn motorpak en de extra truitjes ‘stand-by’ in de zak op de topkoffer. Ruimte zat. Het weegt immers niks. Super. Voor mij werkt dit prima.

Ik meander door groene landschappen, smalle straatjes en pleintjes in verstilde dorpjes, kijk naar oude gebouwen, stop soms voor een foto en geniet van de omgeving en de kust. Het is prachtig om hier te rijden.

Ik ontdek een Nederlander in Kroatië: Villa Orange. Verderop staan de overblijfselen van een motorfiets op een dak. Het moet niet gekker worden.

In Nederland zie je in tuinen steeds vaker muurtjes van stenen, die gevangen zitten in zo’n stalen net. Die muurtjes zie je hier ook wel. Maar dan zonder netjes. Of ze bouwen er een heel huis mee. Kijk!

Veel plaatsnamen blijven hier voor mij vaak wonderbaarlijk en wat geheimzinnig. Wat denk je van VRH? En KRK?

Ik stijg en rijd de bergen in. Op een veld vliegen enorme insecten in het rond. Soms ontwijk ik zo’n woest exemplaar. Eentje vliegt tegen het vizier van mijn helm. Beng! Het eigeel druipt naar beneden. ‘Zouden het vliegende kuikentjes zijn?’, bedenk ik mij.

Na het berggedeelte daal ik, met spectaculaire hellingspercentages, weer naar zee. De weg is zo steil en zo scheef, dat mijn ogen en hersenen moeite hebben om het totaalbeeld in de verte strak en horizontaal te krijgen.

Ik volg, samen met een Kroatisch echtpaar op een motorscooter, de route. Zij zitten saampies in korte mouwtjes en korte broeken. Ze dragen geen handschoenen. Heerlijk luchtig als het 28 graden is. En zeker om mee aan het zwembad te zitten. Maar op de weg en op twee wielen levensgevaarlijk. Als ik stop voor een foto, halen zij mij in. En als zij stoppen voor een slokje water, rijd ik hen weer voorbij. Het duurt niet lang en dan zwaaien wij naar elkaar in het voorbijgaan. Prima.

Na de laatste stop constateer ik dat hij harder en harder aan het rijden is om mij vóór te blijven. Hij kijkt vaker in zijn spiegels en neemt de bochten scherper. Hij snijdt ze zelfs af door een deel van de linkerbaan mee te nemen. Hij maakt er een wedstijd van. Zij heeft zich stevig aan wat stangen vastgegrepen en blijft dapper, maar zit zichtbaar niet op haar gemak. Dat straalt ze helemaal uit. Dit is echt onverantwoord. De bestuurder is niet goed bij zijn hoofd. Ik geef een enorme poep gas. De zware BMW springt als een luipaard naar voren. Ik ga de scooter met veel machtsvertoon voor de zesde en tevens laatste keer voorbij. Ik houd het gas er flink op en creëer zo een grote afstand. Ik wil ze niet meer zien en ik wil ze helemaal niet zien vallen. Ik heb deze week al voldoende pleisters en jodium gebruikt. Trouwens, niet iedereen haalt hier de overkant….

In Presika stop ik voor de lunch en geniet van het prachtige uitzicht over zee. Dat er toch mensen zijn die elke dag van zo’n uitzicht mogen genieten. Het restaurant heeft grote parasols en linnen servetten. Ik voel mij gelijk thuis. Er staat een lekker windje.

Het menu geeft o.a. schapenkaas aan. Met wat olijfolie en verse peper.

Door die olie blijven de pepertjes lekker plakken. Ik ben razend enthousiast. En daarna volgt een bord heerlijke vissoep. Mijn dag kan niet meer stuk.

Ik mis op een haar na een donderse regenbui en vind aan het einde van de middag op KRK een naturistencamping met werkelijk absurde prijzen.

Maar voor mij een prima plekkie.

DE NATURISTENCAMPING

Op de camping is kleding en (helaas) fotograferen verboden. Haha. Je moet alles geprobeerd hebben in je leven! Ik ga lekker een paar dagen met mijn e-reader aan het strand zitten. Ik heb nog geen letter in mijn boek gelezen. Gewoon, ff niks doen. Héérlijk. Ik meld mij weer!

Wel grappig dat ik mij morgenochtend niet aan hoef te kleden. Kan ik langer op bed blijven liggen…

Nog wat voor The Catch of The Day

Wil je alle verhalen van Coos van der Spek na elkaar lezen, je vindt ze via deze link: //ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/ 

Coos op Reis: het chagrijn van de kampwinkel

DE BALKAN – HET CHAGRIJNIGE WIJF VAN DE KAMPWINKEL

We publiceren vandaag het 80e verhaal van onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek.
We hebben inmiddels heel wat trouwe lezers die twee keer per week onze website bezoeken, al was het alleen om de verhalen van “Coos op Reis” te lezen. Daar gaan we:


Het is nu nog wat bewolkt, maar de weer-app voorspelt een mooie en warme dag. Ik ga vandaag lekker met de bus naar Pula.

Ik smeer factor 50 op mijn kale glimmende knar, pak een appeltje en vul mijn waterfles, check of ik mijn mini-paraplu bij mij heb, trek een luchtig hemd aan, berg de pijpen van mijn sexy afritsbroek en een BMW-trui op in mijn rugtas, en ga op pad. Geen idee wanneer ik weer op de kampong kom. Maar mij kan vandaag weinig gebeuren.

De bus naar Pula vertrekt om de 20 minuten. Direct naast de uitgang van de camping. In een kwartier sta ik in Pula. Mann, Ich darf Das! Het is in elk geval een betere verbinding dan die naar Triëst. Pfff…

Ik stap uit de bus en plaats direct op mijn iPhone via ‘markeer mijn locatie’ op het scherm ‘een speld’ in KAARTEN. Dat is voor mij een standaard procedure in een vreemde stad. Dan weet ik vanavond waar mijn bus naar de camping stopt. In Google Maps kan het ook, maar ik vind dat minder betrouwbaar.

Ik gebruik wel vaak Google Maps tijdens het wandelen. Sinds een paar jaar kent Google Maps zelfs Augmented Reality. Het heet tegenwoordig Live View. Live View gebruikt mijn camera aan de achterkant van mijn iPhone om te bepalen waar ik ben. Als een soort derde oog. Vervolgens toont Google Maps richting en details op het display. Alleen als ik stilsta overigens. Als ik weer ga lopen, dan komt de kaart weer te voorschijn. Het werkt super als je in een wildvreemde stad bent. En helemaal bij het starten van je wandeling. Voorheen liep ik vaak eerst de verkeerde kant op.

Nou, mooi wat geleerd?

Eigenlijk is het best bizar dat ik de allernieuwste technologie uit de 21e eeuw inzet om naar het beroemde stokoude Romeinse Amfitheater van Pula te wandelen. Keizer Caesar moest eens weten… Het Amfitheater lijkt als twee druppels water op het Colosseum in Rome. De bouw begon ruim voor de jaartelling. Het is één van de best bewaarde arena’s ter wereld. Ik vind het fantastisch. Allemaal oude stenen. De historie, de sfeer, de gruwelijke gladiatorgevechten, alle andere wreedheden van vroeger, de gedachte aan wat hier allemaal is gebeurd in al die jaren. Maar er was ook een optreden van David Gilmour en er zijn ooit ijshockeywedstrijden gehouden. Erg bijzonder. Ik zit wel een uur op de tribune te mijmeren. Of zit ik in mijn Nothing Box..? Dat kan ook, dat kan ik heel goed.

Deze oudheid ontroert mij altijd. Ik heb er iets mee. Ik weet niet waarom. Joh, ik ben vroeger vast een Romein geweest. Dat kan niet anders. Zo’n stoere, met een bos krulletjeshaar en bovenarmen die dikker waren dan nu mijn bovenbenen zijn. Maar ja, wellicht was ik wel gewoon zo’n bruin varkentje? Aan zo’n spit. En heet ik daarom nu Van Der Spek…

Voor 10 Kuna, omgerekend € 1,25, bezoek ik de tempel van Augustus. Ach, dat kan ik nog wel van mijn pensioentje en AOW-tje betalen.

Er is in Pula best veel te zien en ik ben dan ook de hele dag druk met het bezichtigen van alle bezienswaardigheden van deze fraaie en méér dan 3000 jaar oude stad. Toffe dag, man!

Morgen reis ik toch maar verder. Het is op deze camping ook net ff iets te druk, de caravans staan net ff te dicht op elkaar, zijn net ff iets te oud, de winkel net ff kut-met-peren en de aardstralen zijn hier net ff niet goed genoeg voor mij. Het ligt helemaal aan mij. Ik weet het. Maar ik reis in deze periode alleen, dus ik hoef met niemand te overleggen en iets uit te leggen. Of zit ik dat hier nou net te doen? Waarom doe ik dat nou? Ik reis morgen verder. Punt. Klinkt lekker!

Vanavond ga ik voetbal kijken met een groepje Engelsen. Heb ik besloten. Best gezellig. En verliezen kan ik niet. Want ik hou helemaal niet van voetbal. Ik vind er geen ene reet an. Maar dat simpele enthousiasme van mensen die het spelletje wel leuk vinden is soms wel aardig om te zien.

DE KAMPWINKEL

Op deze grote, commerciële camping zijn volgens mij nu zomaar 1000 à 2000 kampeerders. Grove schatting, hoor. En de camping is nog lang niet vol. Wat tenten, wat caravans, veel huisjes en heel veel campers. Campers zijn uiterst populair in Kroatië. Iedereen heeft er eentje. Als je geen camper hebt, dan ben je een loser. Zoals ik dus.

De meeste kampeerders en reizigers brengen de dag elders door en komen aan het eind van de middag op de camping aan. En hebben dan natuurlijk nog even iets uit de winkel nodig. Echter…, de campingwinkel is dagelijks van 07:00 uur tot 15:00 uur geopend. Je leest het goed. Tot 15:00 uur. Verder niet. Volgens mij gaan ze daarna gelijk naar bed.

Ik heb inmiddels besloten om daar nooit iets te kopen. Al kom ik om. Al krijg ik scheurbuik, vallen mijn tanden uit mijn mond en de gaten in mijn wangen. Sommige dingen moet je gewoon niet pikken in het leven. Ik reis echt niet naar Amsterdam om te protesteren tegen een prikkie. Prakkiseer er niet over. Dat geloof ik allemaal wel. Maar ik laat mij niet piepelen met openingstijden tot 15:00 uur. Dat grenst gewoon aan pesterij.

Er staat vast ook een chagrijnig wijf achter de kassa. Stel ik mij zo voor. Zo eentje die Hans Dorrestijn zo geweldig in zijn briljante gedicht beschrijft. Lees even door, dan zie je onderaan een leuk filmpje, om je te bescheuren.

En ze verkopen vast en zeker zwarte bananen en pakjes ham die ver over de datum zijn. En zure melk. Denk ik. Dat moet. Weet ik zeker. Ik hoop dat ze snel failliet gaan. Of een nare ziekte met enge zweren krijgen. Of in de brand vliegen. Maakt mij niks uit, want ik koop er toch niks.

En JAAA, je snapt het, ik WILDE rond 16:00 uur daar heel graag een grote fles water kopen. Onder Tilburg koop ik namelijk altijd water in flessen. Op de motor kan ik mij geen fysieke ongemakken veroorloven. En ik heb geen ruimte voor een pak plee-rollen. Dan gaat iedereen op Facebook weer zeiken dat ik teveel spullen bij mij heb.

Enfin, stond ik daar. Bij die gesloten rotwinkel. Met dat chagrijnige wijf. Het was donker binnen, dus ik zag haar niet. Met mijn beide handen maakte ik een tunneltje. Ik drukte mijn grote neus tegen de glazen deur aan. Ik liet een vetplekje op het glas achter. ONDER het bordje ‘gesloten’ ZAG ik de houten pallets met doorzichtige flessen water dóór die glazen deur in de verstilde en pikdonkere winkel staan. De plastic flessen keken mij wanhopig aan: kóóp mij, kóóp mij, kóóp mij…

Maar … dat chagrijnige wijf van de kassa lag natuurlijk al vanaf 15:00 uur op bed, te stinken onder haar klamme lappen en te bedenken hoe ze morgen die zwarte bananen de toeristen moest aansmeren…

Morgenochtend om 07:00 uur gaat ze weer open. Fijn voor haar, en de %&@#…

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch Of The Day.
Kijk maar. Tot morgen!

 

O ja, jullie hadden nog een filmpje te goed.
Hans Dorrestijn, over een chagrijnig wijf:

Coos op Reis: bromfietsongeval met Van der Spek

DE BALKAN – BROMFIETSONGEVAL MET VAN DER SPEK!

Vrijdag 31 mei. Joepie!

(We lezen verder in onze serie “Coos op Reis”, waarin hij ons schrijft vanuit de Balkan.)

De zon schijnt. Het wordt vandaag ruim 22 graden. Heerlijk motorweer.

Eerst even alle rommel in de caravan opruimen en de zooi bij elkaar schrapen. Wat een troep uit die koffers van zo’n motorfiets komt. Ik dacht altijd dat Janny die rommel tijdens onze vakanties maakte, maar dat blijk ik zelf te zijn. Gelukkig heeft Janny geen Facebook. Dan kan ik straks thuis gewoon blijven roepen dat ik nooit rotzooi maak.

Ik lever bij de receptie de sleutel in. Ze hoeven hier gelukkig geen eierdopjes te tellen. Zij geloven dat ik zonder zonden ben. Als enige. Ontbijten doe ik net buiten de camping, aan de rand van het dorp. Heerlijk in het zonnetje op een terrasje. Het leven is verrukkelijk.

Om 10:00 uur breng ik het beest onder mij tot leven en rijd ik weg. Slechts 165 km te gaan vandaag. Eigenlijk heb ik gewoon een vrije dag. Eindelijk ben ik eens aan de beurt.

Bij de havens van Koper rijd ik kilometerslang (!) om de modernste en grootste autoterminal van het Middellandse Zeegebied. Er komt geen einde aan. Niet normaal. Er gaan daar ruim 600.000 auto’s per jaar doorheen van meer dan twintig Europese en Aziatische merken. Indrukwekkend. Verderop rijd ik de bergen in. De bergen liggen hier dichtbij de kust. Dat geeft schitterende uitzichten over zee. Ik zou hier best willen wonen. Slechts twintig meter van de weg wonen bijenhuishoudens. Het zijn net gezinnetjes. Elk huishouden heeft zijn eigen gekleurde voordeur. Kijk maar. Heb ik een foto? Is de paus katholiek?

Bij Dragonja rijd ik tegen de staart van zeker een kilometer stilstaand verkeer aan. Ik ben verbaasd. Is dit een tolpoort? Maar ik zie op een bord dat ik op het punt sta om Slovenië te verlaten en Kroatië binnen te gaan. Ah, dan is het paspoortcontrole. Mens, dat gaat zo minstens een uur duren. Ik kijk op mijn navigatiescherm, zie een alternatieve weg, draai mijn motor, rijd een stuk terug, sla linksaf de 6282 op en vijf kilometer later sta ik op de 200 bij een andere paspoortcontrole. Hier ben ik direct aan de beurt. Wat een lol. Ik zit te glunderen en voel mij Dikkie Slim. Whoeiii!

De grenscontrole stelt weinig voor. Ik berg mijn paspoort in mijn binnenzak op en dender Kroatië in. Direct na de grens zie ik bij een grenswisselkantoor een bord ‘Euro -> Kuna’. Kuna? Huh? Bedoelen ze …..? De euro blijkt pas over een paar jaar naar Kroatië te komen. Uh…ik heb mij niet zo goed voorbereid, geloof ik. Nu ben ik plots weer een oetlul. Er zit géén vijf minuten tussen…

In een toeristisch dorp ram ik mijn dikke BMW de stoep op, wandel een terras op en bestel een expreszo. Die kost 8 Kuna. OK. Géén idee. Dat is ongeveer één euro, leert Koekel mij. En ik kan NIET met euro’s betalen, vertelt de ober. Maar ik heb geluk. Acht meter verderop kan ik gewoon met mijn ING-pas Kuna’s uit de muur trekken. Tien meter de andere kant op koop ik voor 40 Kuna (5 euro) een lederen portemonnee. Dan houd ik mijn geld wat beter uit elkaar.

Ik pruttel een stuk door het binnenland. Mij vallen de luxe huizen op. Er zijn zelfs huizen met zwembad. Ik zie ook veel wijnvelden en olijfgaarden. Het wemelt van de kamers, hotels en appartementen. En fietsende Duitsers. De economie draait hier op volle toeren. Maar wel af en toe een verkeersdrempel. Dat zijn die Nederlandse ambtenaren daar komen vertellen zeker.

Ergens aan de weg zie ik stevige rookwolken omhoog kringelen. Ik heb geen idee wat het is. Het lijkt uit een soort oventje te komen. Verrek, ze roosteren gewoon een heel varkentje. Net zoals in de films van de Middeleeuwen. Fotooo! Wel zielig voor dat knorretje.

Even voor tweeën is het tijd voor de lunch en nuttig ik een salade. Ik wacht nog even met het opeten van een varken. Maar ook bij dit restaurant braden ze biggetjes aan het spit. Het zal wel een traditie zijn. Zoals de Poulet Roti in Frankrijk.

Maar liefst 47 Kuna reken ik af. Voor een cola en een tonijnsalade. En wat brood. Dat is € 6,20. Nou, ik kom hier noges terug. Zeker weten. De benzine kost overigens circa € 1,30.

Ik vind vlakbij Pula op een grote camping een caravan. Slechts 50 meter van zee. Prima. Ik blijf hier twee of drie dagen en ga de buurt eens verkennen.

BROMFIETSONGEVAL MET VAN DER SPEK

Ik wijk een stukje van de route af, op zoek naar een expreszo of een ijsje. Wat het eerst komt. Zachtjes rollen mijn BMW en ik een dorpje aan de kust binnen. Ik geniet van de oude huizen en de gezellige straatjes.

Er is wat tegemoetkomend verkeer. Er rijdt een auto achter mij. Er lopen wat wandelaars op het trottoir. Voor mij een normaal verkeersbeeld. Ik zie in een flits iets van links naar rechts schuiven en plots rolt een seniorenechtpaar over het sterk verouderde asfalt achter een licht scootertje aan. Het plastic maakt een erg naar schurend geluid. Het valt mij op dat de dame raar op haar rug valt en angstvallig moeite doet om haar beide benen in de lucht te houden. Dat lukt grotendeels.

Ik rem, zet de alarmlichten van mijn motor aan, laat alle andere lichten branden en zet mijn kasteel een beetje schuin midden op de weg. Op die manier scherm ik met mijn burcht het echtpaar van het overige verkeer af en probeer ik erger te voorkomen.

Ik schop mijn zijsteun uit, stap af en loop vervolgens de weg op, stop het tegemoetkomende verkeer en help de dame, samen met haar partner, overeind. Zij is aangeslagen. Ik dirigeer haar naar het veilige trottoir. Iemand van een winkeltje biedt een stoel aan. Haar man en vriendinnen staan er wat bedremmeld bij.

Pas na een paar minuten is ze wat helderder. Ik heb pas twee nieuwe knieën, stamelt ze. Ah … vandaar de reflex en die beentjes in de lucht…, bedenk ik mij. De vrouw draagt een zomerse driekwartbroek en is aan benen, armen en handen flink geschaafd. Het ziet er allemaal naar uit.

Ik haal mijn motorfiets van straat en pak mijn vorig jaar nieuw aangeschafte EHBO-tasje uit mijn topkoffer. Daar zitten ook chirurgische wegwerphandschoenen in. Samen besprenkelen we alle gemene schaafwonden met Betadine. Wat stukken keukenrol en een paar pleisters uit mijn tasje op haar voeten, beperken verdere schade. Ze kalmeert wat van alle zorg. Van de winkelmevrouw krijgt ze een glaasje water.

Ze heet …..Tonny Pols – van der Spek, zegt ze. En ze komt uit Vlaardingen. Ergens moet het familie zijn. Haha, wat is onze enorme wereld toch klein. En wat een toeval.

Ze is erg dankbaar. Ik ben haar reddende engel en krijg een hééééle dikke knuffel. Míjn dag is weer goed. Móói avontuur met De Spekkies beleefd!

Nog wat plaatje voor The Catch Of The Day?

Coos op reis, vanuit de Balkan: Sorry pa!

DE BALKAN – MET DE BUS NAAR TRIËST 

We lezen verder in onze vervolgserie “Coos op Reis”, waarin Coos van der Spek ons meeneemt door de Balkan landen.

Het is inmiddels donderdag 30 mei. Mijn BMW en ik hebben heerlijk geslapen. Zij dichies bij mij en droog onder de luifel op het piepkleine terras van de caravan en ik lekker warm onder het dekbed in mijn grote tweepersoonsbed.

Op deze camping staan geen mensen met een arbeidsethos, maar louter vrolijke en opgeruimde vakantiegangers. Hun levensritme benadert meer het mijne. Hier in de vroegte geen slaande deuren en stampende voeten op oude houten vloeren van schoenen van de …. nee, ik zou dat rare woord niet meer schrijven. Ik zal er over op houden. Denk ik.

Oh, nee. Nog ff niet. Ik word wakker. Het is 05:30 uur. Er loopt een enorme vogel met grote blote poten over mijn plastieken dak. Hij maakt ruzie met een andere vogel en eet gelijk iets hards op. Dat slaat hij eerst even stuk tegen mijn schoorsteen. Rakker! Ik ga gelijk maar plassen en zie dat het licht is. Verrèk…, dat wist ik helemaal niet. Het is zó vroeg al licht? Is dat altijd zo geweest?

Het is bewolkt en 15 graden. En droog. Hoera! Vandaag laat ik de motor staan en ga met de bus naar Triëst. Goretex-wandelschoenen aan. Tuurlijk heb ik die bij mij. En mijn sandalen. En vier paar handschoenen trouwens. Die ik overigens al allemaal aan had. Tja, ik moet die grote koffers en die gladde grijze zak ergens mee vullen. Ik kan daar moeilijk leeg mee gaan rijden. Mijn zak en ik horen immers bij elkaar…

Ik loop de poort van de camping uit en loop zo tegen Pekarna Slascicarna Pannetería-pastíccería aan. Heb jij ook geen idee wat het is? Nou, ik ook niet, maar het ruikt naar lekkere broodjes. En koffie. Met een keurig blauw flesje jus d’orange. Hé, je kan niet alles hebben. Geen verse jus, het is hier geen Spanje. En het moet hier een beetje een avontuur blijven. Whoehaaaa! Enfin, een lekker broodje dus. Ik heb ook altijd geluk.

Behalve met de bus. Daar heb ik pech mee. Die vertrekt pas over een uur. En ik mis in Koper straks mijn aansluiting. Wéér een uur. Ach, kan ik lekker lang over mijn broodje doen en vast hier een beetje rondkijken. Ik heb de tijd. Tot aan mijn dood in 2070. Want zó oud ga ik worden. Ik moet nog heel veel beleven. Zeker met die flesjes jus d’orange.

Ik koop een buskaartje. De chauffeur noemt de prijs. Ik heb geen idee wat hij zegt, dus geef hem 50 euro. Kost een enkeltje 80 cent. Ik pis in mijn broek. Wat een lullo ben ik toch, hè? Voor 50 euro koop je hier een hele bus. Krijg je de chauffeur er bij.

De bus heeft gedeeltelijk een houten stuur. Prachtig. Ik ben gelijk verliefd. Ik wil ook een bus.

Het doet mij aan onze Kever uit 1975 denken. Daar was ik ook verliefd op. Een witte. Hij had van die grote Amerikaanse achterlichten. In onze Kever zat een gehéél houten stuur. Een piepkleintje. Die Kevers waren zo windgevoelig als wat, dus als het waaide ging ik met mijn handen op stand ‘half één’ aan het stuur over de Van Brienenoordbrug. Wacht, anders geloven jullie mij niet. Ik heb nog een oude foto. Eentje met Janny en Danielle d’r op. Ach, ze hebben toch geen Feestboek…

Mijn vader vond zo’n Kevertje maar niks. Die vond toen al dat zijn zoon in een dikke BMW of Mercedes moest rijden. Ik ben nooit verder dan Passats gekomen. Sorry, pa…

TRIËSTE.

Inmiddels is het 18 graden. Wel zwaar bewolkt. En nog steeds droog. Triëst is een echte Italiaanse stad. Het is groot, mooi en statig. Net als de vrouwen. Die zijn statig en slank en prachtig gekleed. De stad heeft een oud centrum, veel terrasjes en veel winkels. Triëst heeft een echt Canal Grande, van wel 200 meter lang… En een soort Ramblas op de Viale Venti Settembre. En Klein Berlijn: een stokoude gevangenis. Die is helaas gesloten. En uiteraard veel prachtige gebouwen en monumentale gevels. Italië is geweldig. Ik hou van Italië! Meer dan Spanje en meer dan Frankrijk. Heerlijk en gezond eten. Italië hééft het!

Ik navigeer op een bankje via mijn telefoon naar een kathedraal. Ik heb gelijk aanspraak met een grote zwarte hond. Hij is aan de achterzijde voor een groot deel verlamd, vertelt haar bazin. Aangereden door een grote motorfiets, zegt ze plotseling fel. Wat erg, antwoord ik. Ik ben hier met de bus naar toegekomen, meesmuil ik en hoor een haan driemaal in de verte kraaien…

Om 14:00 uur is het ineens lekker weer. De kouwe wind is weg en de bewolking dunner. Ik zie zelfs een waterig zonnetje.

In een kerk kan ik voor twee euro water van Benedetta kopen. Dat water is door een priester gewijd en kun je gebruiken voor een symbolische reiniging. Ik zondig nooit, volgens de kranten veel priesters wel trouwens, dus heb ik helemaal niks aan dat water. Ik laat de flesjes staan.

Een stukje verderop tref ik, in een oude tuin van een museum, oude Romeinse resten aan. Er liggen zelfs ouwe stenen gewoon op een bergje opgestapeld. Het water loopt in mijn mond. Zou ik er eentje mee mogen nemen? En zal ik dan alsnog ff zo’n flesje water van Benedetta gaan kopen? Voor de zekerheid?

Ik pak om 19:00 uur de bus van Triëst naar Koper. Mis net mijn tweede bus naar Ankaran. Fijn dat ze ff op elkaar wachten. Maar dan neem ik maar voor zes euro een taxi. Niet in mijn vaders Mercedes, maar in een Dacia. Ja, hoor, heb ik weer. Sorry pa.

De taxichauffeur en ik maken gezellig een praatje. Hij komt uit Bosnië en is Christen. Hij heeft de oorlog meegemaakt. Maar woont en werkt nu heel gelukkig in Slovenië. Er was geen werk waar hij geboren is. Zijn vader werkte in de jaren zeventig bij Shell in Pernis / Rotterdam. Als ik hem vertel dat ik hier met de motor ben, toont hij mij op vier plaatsen in zijn lichaam stalen pennen van een eerder motorongeval. En bedankt voor de gezelligheid en de goede vooruitzichten, hè? Ik geef hem maar een royale fooi.

Ik vond vanmorgen hier een restaurant annex bierbrouwerij: Ristorante Mangal ad Ancarano. Piepklein en zonder toeristen. Top! De eigenaresse wil met mij mee op reis. Effe aan Janny gevraagd. NOGO…. Ook stom om zoiets te vragen.

Toffe dag. Heerlijk 13 kilometer gewandeld. Lekker relaxed. Effe geen gehoorbescherming in mijn oren.

Net zoiets als geen tampon in hebben. Stel ik mij maar zo voor, hoor…

Morgen weer verder. Ik vertrek naar Pula. Langs de kust. Kort ritje. Maar daar is het beter weer. Voorlopig heb ik ff geen zin in regen. Ik wil factor 50 en de zon!

Lekker kort verhaal vandaag. Mijn vrienden klagen. Ik zal mijn leven beteren.

Nog wat van The Catch of the Day kijken?