Tag archieven: Zuid-Europa

Coos op Reis: Drie Ferrari’s

Het is al weer eind maart. Er zijn weliswaar wolken, maar er is ook heel veel zon. En het is droog!
Prima weer voor “Coos op Reis”.  Factor 50, korte broek en jas. Das een logische combinatie.

Morgen verlaat ik Albufeira en reis ik verder. Dan ga ik via Sagres naar Sines, aan de westkust van Portugal, een stukje onder Lissabon. Daarom ruim ik vast in de caravan wat rommel op en pak wat zaken bij elkaar. Mijn regenpak leg ik ook vast klaar.

Ontbijten doe ik met het Belgische echtpaar met hun drie honden: eentje is stokoud en wil het liefst op schoot. Hij is daar écht veel te groot voor maar weet dat nog steeds niet; eentje heeft zichtbare ondertandjes en een gespleten verhemelte en maar één oog, en de laatste heeft een klompvoet omdat hij de spieren van zijn andere poot moet ontwikkelen. Deze hond is zes maanden oud en heet Duke. Maar zijn vrienden noemen hem Djoek. Dus ik ook…

Eigenlijk val ik met mijn kale harses, mijn Mengele brilletje en mijn flaporen in dit gezelschap helemaal niet zo op, besef ik. Dat stelt mij gerust, want het is hier retegezellig.

Vandaag wandel ik via het strand naar Olhos d’Água, een pokkeneind weg. Gelukkig wil ik het zelf.

Op de rotsen ontmoet ik een echtpaar uit Oud-Beijerland, gebóóóre Rôtterdam, kèje goed hóóóre…. Zij was, net als Janny en ik, eind jaren zeventig hier voor het laatst. Zij heeft, net als Janny en ik, járen op Zalmplaat (Portugaal) gewoond en hij is, net als ik, geboren in de oude Provenierswijk in Rotterdam. We staan zowat een uur over het leven, hoop, angsten en gevoelens te praten en hebben zoveel overeenkomsten dat ik ze persé niet durf te vragen of ze mijn overleden vriend Cor uit Oud-Beijerland gekend hebben. De kans is echt te groot en ik wil er eigenlijk op deze mooie dag niet aan herinnerd worden.

Hier kan je even meewandelen op de rotsen. Niet misstappen, hoor:

Ik nuttig een heerlijke salade op het strand van Praia da Oura. Als de vijf in de klok zit, dan mag je een drankje. Welnu, het is vijf over half drie, dus…..

0nderweg trekt ma met een gemotoriseerde lier het vissersbootje van pa veilig op het droge en doen twee meeuwen zich te goed aan een aangespoelde vis. Voor hen een echte Catch of the Day! Ze vinden hem te lekker om zich even weg te laten jagen. Ik respecteer hun maaltijd en ga niet dichterbij voor de foto.

DRIE FERRARI’S

‘s Avonds wandel ik naar restaurante O Veleiro, hét beroemde restaurant dat de dame in de rolstoel mij een paar dagen terug op de berg adviseerde. De indeling is daar bijzonder omdat veel tafels redelijk strak tegen elkaar staan. Het is druk en de ober wijst mij een plaats toe.

En zo raak ik een hele avond in gesprek met de Engelsman naast mij. Hij zit alleen aan tafel. Hij vertelt mij dat hij al 45 jaar lang drie keer per jaar met zijn vrouw aan de Algarve komt. Als ik hem vraag waar zijn vrouw is, maakt hij als een Italiaanse maffiabaas met zijn wijsvinger een snijdende beweging langs zijn keel en vertelt olijk dat zij in november binnen een tijdsbestek van drie weken aan de gevolgen van kanker is overleden. Ik neem even een slokje water om mijn grijns te verstoppen. Dat gebaar met die wijsvinger. Het kan niet waar zijn, toch? Maar de Engelsman toont geen enkel verdriet en zet vrolijk zijn verhaal voort. Ik huiver er een beetje van. Vijfenveertig jaar is toch niet niks, denk ik. Toch? Ze zal toch wel een beetje aardig zijn geweest? Soms?

Mijn buurman adviseert mij om het toeristenmenu te nemen: olijven en brood, plus boter en sardinepaté, een bord soep, een groot bord met kip piripiri met salade en rijst en friet, een halve fles wijn, een creme brulee en een expreszo. Voor…tadaaa…€ 10,50. Wat denk je dat ik doe? Ik doe het. En het is werkelijk uitstekend! Zie je wel: ga in een vreemde stad altijd eten waar het druk is. Maar het eten is véél teveel allemaal. Ik laat een grote hoeveelheid staan. Als je drie keer per dag buiten de deur eet, dan moet je dagelijks écht beheerst eten en drinken, anders ga je vroeg dood. Echt waar. Als ik met mijn 1.95 meter onder de 88 kilo blijf, dan voel ik mij goed. Maar gelukkig verbrand ik veel energie met mijn wandelingen.

De Engelse mijnheer is 72 jaar, woont in Essex, ten oosten van Londen, en was bij Ford jarenlang eindverantwoordelijk voor de investeringen van innovaties, vertelt hij monter. Hij vertelt luchtig, maar met glimmende oogjes, dat hij, naast ‘zijn estate’, ook nog twéé Ferrari’s heeft. Met de oudste heeft hij lang geracet en is hij twee keer kampioen in zijn klasse geworden, praat hij verder.

Hij weet alles van de circuits in Engeland, het nieuwe in Portugal, Zandvoort, de Nordschleife bij de Nurburgring, Ferrari en Lamborghini, hellingshoeken en G-krachten en weet ik veel… Hij vertelt honderduit. Het duizelt mij van alle techniek.

Hij is voorzitter van een Ferrari-club en organiseert vaak evenementen. Daar komen beroemdheden als leden van Pink Floyd, Cliff Richard en nog veel meer op af.

Die andere Ferrari gebruikt hij op de circuits in Engeland en ‘gewoon’ als vervoermiddel op de openbare weg.

Maar hij wil ook alles weten van mijn motorfiets en mijn reis. Ik laat hem foto’s zien en vertel waar ik vandaan kom en wat mijn verdere plannen zijn. Hij vindt het prachtig. Hij wil ook weten of ik met mijn motor ooit op de Nordschleife reed. Met mijn antwoord dat ik ‘erg van het leven hier op aarde houd’ is hij tevreden.

Omdat zijn vrouw overleden is en ze toch geen kinderen hebben, overweegt hij nu om nóg een Ferrari F12 met 800 pk aan te schaffen. Die heb je niet voor 350.000 euro. De levertijd is twee jaar, dus hij twijfelt nog een beetje. Zijn overleden vrouw hield helemaal niet van Ferrari’s, zegt hij bedroefd. Ik denk dat hij eerder daar bedroefd over is, dan dat ze is overleden. Maar ja, in zijn laatste hemd zitten straks geen zakken, dus nú kan het, spreekt hij blij…

Hij is superhappy met mijn visitekaartje van Indian Ocean, het Indiase restaurant waar ik gisteravond mijn very very spicy Chicken Curry Madras at. Zijn vrouw hield ook al niet van Indiaas eten, vertelt hij, al weer wat mistroostig. Nou, ik denk wel te weten waarom hij niet zo droevig is over het verlies van zijn vrouw, hoor. Geen Ferrari, geen Indiaas, wat moet je nou met zo’n mens?

Het is laat geworden. We nemen afscheid. Nice, we share the same interests, zegt hij, en wandelt weg, zomaar uit mijn reisverslag…

Mooie dag. Gezellige lange avond.

The Catch of the Day:

Coos op Reis: LAPTOP

Het is bewolkt, somber, nat en koud. Tot 14:00 uur.
En méér zeg ik er niet over.

We vervolgen in onze serie verhalen van Coos op Reis.

Coos reist 3 maanden door Zuid-Europa en brengt ons dagelijks verslag uit. 

 

Het Belgisch hondenechtpaar nodigt mij aan hun tafel uit voor het ontbijt. Een keertje níet in mijn eentje eten is leuk. Het moet geen gewoonte worden, hoor. De honden herkennen mij al een beetje en de jongste gaat gelijk op mijn tas en mijn voeten liggen. Belgische gezelligheid…

Enfin, ik heb mijn paraplu dus óók niet voor niks meegenomen. En mijn goretex-wandelschoenen komen nu erg van pas. Dus gewoon naar buiten. Zo’n caravan is enig, maar ik ga er persé niet de hele dag in zitten. Daar ben ik echt te groot voor. Slapen ok, maar dan er op uit. Gewoon in de regen. Maar jôh, het wordt al lichter. Optimist tot in mijn kist…

Ik wandel naar Albufeira en maak wat sombere foto’s, uh…sfeerfoto’s, in de regen.

In een winkel heb ik een leuk gesprek met een jong meisje uit Nepal. Ze is qua lengte de helft van mij, maar wel net zo breed. Dat zegt wellicht ook iets over mij… Ze studeert IT en is een half jaar hier in Portugal. Mensen met een IT-opleiding hebben een riante toekomst voor zich, babbelt ze verder. Ze valt bijna om, maar gelukkig niet hoog hoor, als ik vertel dat ik bijna 50 jaar in de ICT werkte. Ze is leergierig en nieuwsgierig en wil alles van mij horen. Maar ook wáár ik vandaan kom, wat ik doe, waar ik heen ga en, of ik ooit in Nepal was etc. Nog niet, vertel ik haar, maar dat staat wel op mijn bucketlist. Met een gids en groepje op Royal Enfields motoren door de bergen op superhoogte. Dat lijkt mij wel erg gaaf… We zeggen elkaar gedag en ik stap weer de regen in.

Ik lunch vroeg. En bij een grote kachel. Tijdens de lunch probeer ik een autoverzekering met een goede bonus op de premie voor onze nieuwe auto te regelen. Die komt ergens in mei. Maar een scherpe premie vinden valt na ruim 25 jaar lease-auto’s niet mee. Ik ben er nog niet uit. Ach, je moet wat te doen hebben. Rond 14:00 is het droog. Zoals voorspeld.

Die morgen wandelde ik langs een muzikant die in de zeikregen een klaagzang zong over het weer. Als ik ‘s middags in een waterig zonnetje wéér langs loop, dan roep ik dat zijn lied zéker heeft geholpen. Ik bedank en schenk hem een euro. Met ‘dankjewels’ ligt vast zijn hele zolder vol, áls hij die al heeft.

Ik pruts met de iPhone en een paar meeuwen en fabriek ff op een bankje een grappige slowmotion-video in elkaar. Kijk maar hier:

Ik vervolg mijn weg en wandel het havengebied in. En na vijf motorwinkels en ruim drie weken zoeken, vind ik dan eindelijk in een duikwinkel (!) een waterdichte zak voor op de topkoffer van mijn motor. Topding. Voor slechts 13 euro. Ik ben er wijs mee, want in mijn vuilniszak zaten inmiddels gaten. Wíe wil mijn waterdichte zak zien? Nou?

Ik krijg wat vragen over mijn regenpak. Het is van Scott, het is elastisch en enigszins ademend, heeft een kleine pakmaat en is tweedelig. De jas is leverbaar in het geel of zwart, de broek alleen in het zwart. De broek heeft wel een bijzondere sluiting, maar dat werkt prima. Er is veel ruimte aan de onderkant van de pijpen, dus je hoeft op de vluchtstrook niet je laarzen uit. Het is wel wat duurder van een normaal regenpak. Goedhart Bodegraven verkoopt ze. Zie foto. De foto geeft ook een indruk van de pakmaat.

LAPTOP

Ik wandel strakkies vijf kilometer terug naar de camping, zet de kachel aan en ga een filmpje kijken op mijn laptop. Laptop? Ja, welke motorrijder heeft er nou géén laptop bij zich? Noem mij íemand!

Kijk nog even naar de catch of the day…

Coos op Reis: THAISE MASSAGE

Het is weer prachtig weer. Geen wolkje aan de hemel, joh. In het zonnetje is het gewoon zomer, in de wind nog wat winters. Maar het is nog maar 09:30 uur, dus nog vroeg. The best is yet to come.

Ik boek bij de receptie nog twee nachies bij. Ik vind het hier heerlijk en heb het erg naar mijn zin. Het tarief stijgt met 15 euro per nacht vanwege de Paasvakantie. Das nu marketing. Hetzelfde product verkopen voor meer geld. Commercie is overal, zelfs voor straatarme zwervende motorrijders.

’s Morgens komen mijn Duitse buren altijd even naar buiten voor een praatje. Zij blijven meestal rond hun caravan hangen en ik ga altijd op stap. En zij houden scherp mijn geparkeerde motorfiets in de gaten. Het geeft mij een veilig gevoel.

Ik neem het risico dat mijn vrienden en volgers mij gaan haten, want ik weet hoe het weer in Nederland is, maarruh…. ik…uh… ga vandaag naar het strand…

Heerlijk met mijn e-reader en mijn Speedo-zwembroek (dochter Danielle zegt dat het nog wel kan..) en mijn strandlaken op maat. Huh? Strandlaken? Wéés eerlijk: elke goeie motorrijder heeft immers een strandlaken bij zich. En een paraplu. Toch? Anders snap je de wereld niet en ben je een mietje. Zegh… wat denken jullie dat ik ánders in die koffers en tassen heb? Nou?

Tijdens de koffie (zie prijzen..) raak ik aan de praat met een Belgisch echtpaar. Iets ouder dan ik. Ze hebben drie honden bij zich. Ik heb de honden in 30 seconden helemaal mesjokke. Ze springen een halve meter omhoog en bijten speels in mijn veters en in mijn handen. Het echtpaar woont bij Maastricht, op een paar kilometer afstand van de Nederlandse grens. Hij kon dertig jaar naar zijn werk FIETSEN! Hij wel. Ik heb jaren gehad dat ik 70.000 km per jaar reed.

Ze zijn hier van januari tot medio mei en zijn vrijwilligers in een red-de-hond-project. Een dame in de buurt runt een privé-asiel met 26 honden. Zij betaalt alle kosten zelf. Om de drempel zo laag als mogelijk te houden, vraagt zij voor honden die een thuisadres vinden, geen vergoeding. Ze hóópt alleen maar op een bijdrage van de nieuwe eigenaar.

Het echtpaar heeft tijdelijk de zorg op zich genomen voor een zes maanden oude jachthond. Ze betalen alle rekeningen van de veearts en voeden de hond op. Het is een scheetje. Hij kijkt mij met zijn trouwe hondenogen smachtend aan en gaat uitgebreid op mijn blote voeten liggen. Hij zoekt altijd huidcontact, verklaart de vrouw.

Communicatie is niet altijd eenvoudig, want man en vrouw praten gewoon dwars door elkaar heen. Het stoort hen overigens niet…

De hond is verwaarloosd en waarschijnlijk mishandeld. Maar als ze jong zijn, dan herstelt dat makkelijk, vertelt ze ervaren.

Zal ik hem meenemen naar huis?, denk ik. Zal hij dan onze je-weet-wel-kater Tijger van zijn troon stoten? Of gaat HIJ dan gewoon met zijn dikke reet in mijn stoel liggen als ik er niet ben? Gelukkig heb ik geen plek op de motor. Ik zeg de honden en de vriendelijke Nederlanders, ja in die volgorde, gedag en vertrek richting het strand.

Mijn favoriete muzikant zit bij zijn tunneltje. Ik hoopte er al op. Wow! Ik koop onbeschaamd de strandbedjesmijnheer met tien euro om en krijg een strandbedje tússen de muziek en het gebulder van de golven. De muzikant speelt minstens 2.5 uur aan één stuk door. Ik zit te soppen op mij bedje en schenk hem al mijn kleingeld als hij vertrekt.

Lekkere relaxte dag. Niks gedaan eigenlijk. Nou ja, een kleine 10 kilometer gewandeld tussen camping en strand. Lekker hoor.

THAISE MASSAGE

Owja. Ik ontvang wat reacties over mijn offroadtripje door de droge rivierbedding. Mijn vrienden zijn er ongerust over. Het valt wel mee hoor. Dit is geen Zuid-Amerika. Ik heb meestal bereik op mijn iPhone en Janny en Danielle kunnen 24 uur per dag tot op 6 meter nauwkeurig zien waar ik ben.

Dat laatste heeft ook wel wat nadelen trouwens. Ik moet wel altijd extra snel langs de Thaise massage en de GoGo-clubs rennen, anders heb ik er géén verhaal bij…

Wil jij meer verhalen lezen van Coos van der Spek? Klik dan op: Coos op Reis. 

Coos reist 3 maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en brengt ons dagelijks verslag uit. 

 

 

Coos op Reis: NAAR DE STERREN

Soms krijgen we op de redactie kippenvel als we de verhalen van Coos op reis lezen. Dit, nummer 24, is zo een juweeltje van een verhaal:

Vandaag al wéér een pracht…nou ja, kijk zelf maar naar de foto’s…

Als je thuis ooit een hond had, dan weet je dat hij razend enthousiast werd als je zijn riem pakte. Naar buiten! Rennen! Uit! Als ik met mijn helm in mijn hand het terras op stap, dan gaat er een rilling door mijn motor. Zij gloeit helemaal. Mijn motorfiets en ik hebben vandaag een date. We gaan het samen doen… We gaan samen het binnenland in. Richting het noorden. Wij zijn zeer benieuwd…

Onderweg naar Paderne kom ik langs een oude vervallen fabriek. Daar kan ik vast wat mooie zwartwitfoto’s maken. Er staat nog een grote oude schoorsteen overeind. Een mooi plaatje van mijn motor, pal náást die schoorsteen, zit er echter niet in. Er liggen honderden spijkers en veel glas. Dan maar eentje van een afstandje. Een kinderhand is gauw gevuld.

Ik vervolg mijn weg en met wat zoekwerk op mijn Garmin, kom ik uit bij Castelo de Paderne. Ze zijn het oude kasteel uit 1200 aan het renoveren. Al heel wat jaren, lees ik op een bordje. Het schiet niet erg op. En als het aan die éne bouwvakker met dat éne emmertje ligt, die daar op z’n gemakkie in de hitte rondloopt, duurt dat proces nog wel even… Hij gaat zijn pensioen daar zeer zeker halen.

Het is wel heel leuk om er even rond te gluren. Ik banjer daar wel een uur tussen al die ouwe stenen. Wat zouden zij allemaal gezien en meegemaakt hebben? Prachtig!

In de verte zie ik een stokoude brug over de rivier liggen. Ik wil naar die brug! Ik heb een motor die óók offroad kan, dus ik ga er effe heen, besluit ik. Een tikkeltje impulsief, zal later blijken.

Ik pruttel en hobbel een paar kilometers door een oude, droge rivierbedding. Ik zie gaten, gleuven, kieren, hobbels, putten en de stenen worden groter en groter. Ik zit als een gekko op de buddy…

Ik draai weer om als het echt te gek wordt. Er is hier niemand, ik ben ver van de bewoonde wereld en heb geen signaal meer op mijn iPhone. Maar ja, ik moet en zal naar die brug… Ouwe idioot! Potver.

Het is een GSA, het is een BMW en ik ben geen Sissy, bedenk ik mij.

Ik spreek mijzelf wat moed in. Gewoon even omrijden en een andere route proberen. Ik heb weer wat signaal op mijn telefoon, schakel GoogleMaps in en pak het routepunt over naar mijn Garmin. Ik moet en ik zal! Ik gááá!

Maar ook deze weg wordt glibberiger en steiler. Daarnaast zie ik de stenen groter worden. Er komen steeds  grotere plassen op de weg en er staat hier geen zuchtje wind. Is het de warmte of de spanning? Het water staat in mijn bilnaad. Ik ga op mijn steppies staan. Dat doen de pro’s ook altijd… Ik heb het héét, jôh!

Maar man, zo’n loeizware GSA mét drie koffers en een volle brandstoftank is hier helemaal niet geschikt voor, joh. Dat willen ze ons bij BMW Motorrad wel wijs maken, maar dit is het leefgebied van een ouwe gebutste Yamaha 450 met noppenbanden. Zo eentje waar ik op tijd afspring als-tie valt. Waar ben ik toch in hemelsnaam aan begonnen?

Maar ik moet persé naar die brug, verdorie. Na een paar kilometer stop ik, parkeer mijn motor op een platte steen en ga de rest lopen. Een nieuwe zijkoffer kost namelijk 500 euro… Ik sta 50 meter bóven de brug, maar kan er niet op. Ik loop langs een oude molen en een waterval, langs scherpe takken en door drie dichte bosjes. Kansloos. Ik draai weer om. Ik geef het op! Kutbrug, de koelere!

Maar…ik vind later aan de weg wel een leuk en werkelijk keurig restaurant op een kruising. Met echt Flintstonemeubilair. Ik voel mij Fred: jabbedabbedoe! Ik zit er wel een uur in de schaduw, samen met een groot koel glas geperste sinaasappelsap. Als ik voldoende ben afgekoeld reis ik verder.

Op de hoogste berg in de omgeving tref ik een Boedistisch centrum. De zon schijnt nog steeds onbarmhartig aan de hemel. Het waait flink bovenop de berg. Vlak bij een trap staat een auto met een Spaans kenteken en daarnaast een stevig en warm ingepakte mevrouw in een rolstoel, samen met een mijnheer die sinaasappels pelt.

Of ik een stukje sinaasappel wil, vraagt de mevrouw in het Nederlands. Ze heeft het kenteken op mijn motorfiets gespot. We raken aan de praat en zij vertelt haar verhaal. Zij woont alleen, in Badhoevedorp, en was tot haar 37e jaar gewoon gezond. Maar in dat jaar werd ze kort na elkaar door een paar beroertes getroffen. Daardoor zijn vitale lichaamsfuncties uitgevallen. Ze kan sindsdien niet veel zelf meer. Zij is nu hier op vakantie. De meneer die bij haar is, is van een hulporganisatie en haar tijdelijke Spaanse buddy. Hij zorgt volledig voor haar tijdens haar tweemaandelijks verblijf in Albufeira. Ze delen een appartement. Zij heeft een lage uitkering, maar deze vakantie betaalt ze van haar PGB. Ik vraag wat het doel is van haar komst naar deze berg. Zij antwoordt: ik ga hier straks bij het beeld bidden voor alle mensen die het in de wereld minder hebben. Het kippenvel trekt over mijn armen en benen. Het maakt mij op dat moment héél erg nederig…

We eten met z’n drietjes een paar sinaasappels. Heel bijzonder op deze berg. Als ik haar vervolgens vertel dat ik in Albufeira verblijf, dan geeft ze mij het adres van een toprestaurant in de badplaats. We nemen afscheid, ik stap op mijn motor, zwaai en rijd ronkend de berg weer af.

TENSLOTTE

Aan het einde van de dag rij ik weer terug naar de camping. De zon schijnt en er staat geen wind. Ik dender over strak, kurkdroog en vreselijk betrouwbaar asfalt. Het is klasse A kwaliteit. Het niveau van een nieuw, maar ingereden circuit. Werkelijk een schitterende weg die als een woeste slang links en rechts door het bergachtige landschap meandert. Een ritmische afwisseling van korte bochten en zeer fraaie lange doorlopers. Toerental tegen het rode gebied. Quickshifter van 3 naar 4 en weer terug. Hoge snelheid. Geen onnodige bagage. Tank inmiddels half leeg. Lichtvoetig rijden. Dunne zomerhandschoenen aan. Chirurgisch gevoel in mijn vingertoppen. Scherp bochtenwerk. Motormanagement op dynamisch. Volle bak, alle pk’s los.  Mijn BMW en ik. Samen dansen in het laatste zonlicht, samen op weg naar The Golden Hour…

De laagstaande zon tovert glinstertjes in het asfalt. Het zijn nèt diamantjes… Miljoenen!

Het is….een rit dóór en náár de sterren, mijmer ik…

Wát een superdag! Eéntje voor in het boekje. Toppertje!

Coos op Reis: THE MESSIAH WILL COME AGAIN

( Vandaag verslag nummer 23 in onze serie COOS OP REIS. Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en brengt ons bijna dagelijks verslag uit. Ook van de rustdagen…)

“Het is inmiddels 20 maart.

De zon schijnt en het waait. Rap mijn laarzen en handschoenen op het terras zetten. Binnen drogen ze maar niet. En anders moet ik hier eeuwig blijven…

Overdag de ramen op een kiertje zetten voor een betere ventilatie is helaas géén optie. In deze caravan zitten ‘digital windows’ : het is nul of één, de ramen zijn óf volledig open óff volledig dicht. Dus zijn ze dicht. Ik vertrouw niemand.

Ontbijt in de zon op een plastic stoeltje. Drie hele sinaasappels gaan er in zo’n kingsize glas. Met een broodje Spaanse ham, café Americano en iets dat een mix is van een creme brulee en een puddingbroodje. Voor…vijf hele Portugese euro’s. Wat een tof land.

Vandaag staat een relaxte dag op de planning. Factor 50, korte broek aan, vijftien kilometer langs het strand wandelen, van de zon genieten, schoenen en sokken uit en op een terrasje in mijn blote teentjes een beetje om mij heen kijken. Uh, gewoon lekker gepensioneerd zijn en geen reet doen. Gôh, hoe zou het bij de DAS in Amsterdam zijn? Of bij ISS in Utrecht? Of bij Campina Melkunie in Rotterdam of Den Bosch? Vast heel goed. Ze rooien het wel zonder mij. En anders niet.

Vandaag ben ik drie weken op reis. De tijd vliegt echt voorbij. De vrijheid en het niets hoeven, is het mooist. Elke dag doen wat ik zelf wil. Geen planning, geen deadlines, geen budget, geen overleg, geen onderhandelingen, geen aanpassingen, geen rapportages, geen beloning of straf, geen stress. Niks. Wel elke dag een verslag natuurlijk. Nog steeds.

Drie keer per dag op mijn gemak uit eten. ‘s Morgens een broodje, ‘s middags een salade en ‘s avonds een vissie, een pasta of iets vegetarisch. Tussendoor een expreszo, een ijsje, een biertje, een appeltje of sinaasappel, wat noten of een wijntje. En ergens in mei weer thuis, of zo. Als ik zin heb. Maar….het gaat allemaal wel heel erg snel. Soms mij ietsje te snel.

Op de camping staan campers, campers en campers. De campers op de foto’s behoren tot de derde categorie. Daar schuiven ze de keuken naar buiten en slepen ze hun auto’s en motoren in aanhangers mee. Er staat zelfs een camper met een eigen zendmast. Haha, nee hoor, dat is niet waar. Die mast is van een telefoonbedrijf.

Over fantaseren gesproken: het schijnt dat kater Tijger thuis op mijn troon zit, de macht heeft overgenomen, de ramen met kranten heeft dichtgeplakt en het huis te koop heeft gezet. Tijger heeft de foto’s van al die lekkere poesjes gezien en wil emigreren naar Portugal, hoor ik van de buurvrouw. Nou ja, als mijn laarzen nou toch nog nat zijn, kan hij gelijk ff nieuwe….

THE MESSIAH WILL COME AGAIN

Ik wandel door Albufeira en loop, onderweg naar het strand, een donkere tunnel door. Ik hoor prachtige tonen van een elektrische gitaar. De gitarist zit op een stoepie aan het andere einde van de tunnel en speelt handig in op de natuurlijke nagalm van de tunnel. Bij het ene nummer denk ik aan Joe Bonamassa, bij het andere nummer aan David Gilmour, dan hoor ik Santana maar ook  Roy Buchanan, Gary Moore etc. Hij speelt gepassioneerd. Zijn bluesnummers trekken als een zwoele, hete wind langs de vochtige, koele stenen van het schaduwrijke tunneltje. De zon schijnt onbarmhartig aan de hemel, ik zit te bakken in de zon, maar…het kippenvel staat op mijn armen. Wat een prachtige muzikant en wat een vreselijk mooie nummers. Ik koop een paar meter verderop een lekkere koffie en zit ruim een uur eerste rang. Hij blijft spelen! Ik geef de muzikant geld. Hij bedankt. Maar deze mijnheer speelt niet voor wat euro’s, hij speelt gewoon voor zichzelf. Oh, wat begint deze dag weer goed. Hij kan niet meer kapot. Wat word ik hier vrolijk van. Wat een mooi leven is dit. Al gaat het nu sneeuwen, ik krijg die grijns niet meer van mijn gezicht.

Net als ik mijzelf dwing om te gaan wandelen, speelt hij hartverscheurend The Messiah Will Come Again (1972). Mijn muziekvrienden weten precíes wat ik bedoel en wat ik dan voel…

Bijna veertig jaar geleden hoorde ik dit nummer voor het eerst op de radio. Ik belde prompt de andere dag naar de studio van Veronica om te vragen wat ik in vredesnaam had gehoord. Het was de orginele versie van Roy Buchanan. Wat een geweldig mooi nummer.

Ik heb vandaag een herinnering aan mijn reis toegevoegd. Dat koude tunneltje, de prachtige muziek van die gepassioneerde muzikant en de bulderende golven aan het zonnige strand. Onuitwisbaar. Wôw! Wat een belevenis.

Even een korte impressie?

TENSLOTTE

Weleens gehoord dat iedereen ergens op de wereld een dubbelganger heeft? Ik vang vanavond een een tikkeltje aangeschoten Engelsman op. Hij struikelde over zijn eigen schoenen. Ik kijk hem aan en … potver, het is nét mijn overleden vader. In het echt lijkt hij nog meer als op de foto. Zo’n bijzondere ervaring!

Lekker dagje vandaag. Er gebeurt altijd wat. Het is net een project….

Morgen ga ik een dagje motorrijden. Ik heb vreselijk veel zin!”