Categorie archieven: Stories from abroad

Coos op Reis: dagje Split, toch weer een ongeval

DE BALKAN – DAGJE SPLIT – TÓCH WEER EEN ONGEVAL

Het is strakblauw en nu al 29 graden. En al weer zaterdag 8 juni. Op de dag dat ik dit schrijf in onze serie Coos op Reis.

Op de camping zit een prima restaurant. Ik scoor er voor minder dan vier euro scrambled eggs met bacon. Vertel dat ook ff aan Janny als je haar tegenkomt? Alle beetjes helpen…

Vandaag ga ik met bus 60 naar Split. Paar honderd meter wandelen, een half uur meehobbelen en dan ben ik er. En dan is hij óók nog tien keer gestopt. Ik wandel vanuit de bus vanzelf de beroemde fruitmarkt op. Het plein heet Vocni Trg en het is vol in bedrijf.

Naast de grote marktkoopmannen verkopen daar ook nog steeds de lokale boertjes hun fruit en groenten. Met allemaal hun eigen ouderwetse weegschalen met gewichtjes. Als kind zag ik in de
jaren vijftig de groenteboer in Rotterdam die ook gebruiken. Dat vond ik toen al magisch.

Ik scoor bij een dame voor een paar euro een sapje met vers geperst fruit van ananas, sinaasappel, citroen en weet ik veel. Ze mikt er ook gember in. Lekker pittig. Super.

Ik kom bij het Paleis van Diocletianus. Het paleis is van het begin van de vierde eeuw. Het paleis bestond uit een rechthoek met vier hoektorens, enkele muurtorens en grote poorten. De vorm lijkt sterk op een Romeins castrum, een versterkte legerplaats. Het oude centrum van Split wordt gevormd door het oude paleis, waarin winkels, restaurants en markten zijn gevestigd. Het paleis is een ommuurde stad in een stad en bestaat uit zeer smalle en hoge straatjes, poortjes, nisjes,
trappetjes en steegjes waar de zon niet komt. Het is prachtig!

En ik zie toeristen, toeristen en nog eens toeristen. Bijna net zoveel als stenen onderweg. Als mieren lopen ze zwetend in het rond. Groot en klein, dun en dik. De meesten te dik. De mensendrukte komt natuurlijk omdat het ook hier Pinksteren is.

De glimmende, spekgladde uitgesleten stenen, nog met de groeven van oude karren, maken op mij diepe indruk. Hier kijkt de oudheid mij vanuit het verleden aan en is mijn leven plotseling maar nietig. We zijn hier maar even. I am just a passenger, zingt Iggy Pop in mijn hoofd.

 

Vervolgens bezoek ik het Republiekplein. Het heet Trg Republike. En natuurlijk kuier ik over de Riva, een mooie en autovrije boulevard. Ik loop zo Narodni Trg op, ook een mooi en oud plein. Het is allemaal oud en zeker de moeite waard om te bekijken. In Split en omgeving zijn veel opnames van The Game of Thrones gemaakt. Ik vond het een onwijs mooie serie. Ik ben gek op die spectaculaire beelden. Ik kan het niet nalaten om het museum van de Game of Thrones te bezoeken. Mwah, het is aardig. En best wel klein.

Door het museum schalt bulderend de muziek van de soundtrack. Das best wel stoer. In het museum veel replica’s van kostuums en wapentuig. De gids laat foto’s uit de film zien en vertelt waar in de stad de opnames zijn gemaakt. Ik was een uurtje daarvoor o.a. in de crypte. In de film werd nou precies daar de draak gevangen gehouden.

De filmopnames zijn in Split en in de buurt gemaakt, maar ook o.a. in Dubrovnik. Dat ligt ook in Kroatië. Ik kom trouwens over een paar dagen ook in Dubrovnik.

Er is een grote zeehaven. Er liggen talloze enorme boten. Voor een paar centen…

Het is ondertussen 32 graden en de koperen knoert brandt ongenadig op mijn witte hoedje. In het park Sustipan is het even lekker koel. Park Suma Marjan blijkt te ver weg om te lopen. Dat bewaar ik voor een andere keer.

Ik liep vandaag ruim 15 kilometer. En twee dagen eerder hád ik al een blaar onder mijn rechtervoet… Pff.

Conclusie? Split is een mooie stad en een bezoek zeker waard. Het is enorm druk en absoluut toeristisch. Maar dat heeft natuurlijk een reden en dat maakt Split erg gezellig. Ook het avondleven bruist en knalt. Als ik rond 22:00 uur naar de bus wandel, dan zitten alle terrassen, en het zijn er héél veel, nog stampvol.

EN TOCH WEER EEN ONGEVAL…

Aan het einde van de dag wandel ik vanuit het oudste gedeelte van Split weer terug naar de bus. Een jochie van een jaar of zes fietst mij onstuimig op het trottoir met een noodgang voorbij. De dood of de gladiolen. Ik denk nog: kind, doe hier rustig, die oude stenen zien er echt spekglad uit.

Met een knal gaat hij onderuit en zijn fiets draait 360 graden. Het geluid maakt mij misselijk. In eerste instantie zet hij een enorme keel op en dan … wordt het plotseling doodstil. Beangstigend. Het joch draagt weliswaar een fietshelm, maar is met zijn platte gezicht op de stenen gevallen. Hij verroert geen vin, blijft seconden als dood, heel onnatuurlijk, met zijn gezicht naar beneden op straat liggen en beweegt totaal niet. En … wordt vervolgens na een minuutje krijsend wakker. Breath Holding Spell heet dat, leer ik nog dezelfde avond van motormaatje Hans den Ouden. Het is een reflex en het komt voor bij jonge kinderen.

 

Uh … zijn vader en moeder zijn erbij, en volgens mij ook zijn opa en oma en neven en nichten, ik vind het best zo en ik heb toch geen pleisters bij mij, draai mij om en haast mij naar de bus. Die arriveert gelijk.

Mooie dag. Mooie stad. Lekker rondgesjouwd!

Coos op Reis: gevaarlijk industrieterrein

Prachtig weer. Ik stap vanuit mijn hypermoderne huis het terras op om mijn BMW even een hele goede morgen te wensen en te vragen of zij de nacht ook lekker is doorgekomen. Ze staat er nog! Wat is ze lief, hè?


(We kunnen weer verder in onze serie Coos op Reis)

En … mijn helm en doorwaai-handschoenen zijn er ook nog… Jeetje, DIE was ik gister gewoon vergeten van het trapje van de buren te halen. Ze hebben vannacht gewoon buiten gebivakkeerd. Das knap stom van mij. Ik vind hier echt niet vlot een nieuw potje met mijn XXL-hoofd. En handschoenen in maatje 13/14 zullen in dit kabouterland ook wat lastig zijn. Nog beter opletten dus. Potver, sufferd!

Alles ingepakt en opgebonden. Daar gaan we weer. Het wordt vandaag 30 graden. Joepie. Zonder aarzelen komt met donderend geraas mijn ijzeren vriendin tot leven. Bij een supermarktje, 300 meter van de uitgang van de camping, koop ik een sappie en een lekker bruin broodje. En ik laat daar gelijk wat hele oude kaas snijden. Het breekt in stukjes uiteen. Op een muurtje in de schaduw van een olijfboom peuzel ik dat op. En ik geniet van mijn vruchtensapje. Jôh, het is pas half tien, maar mijn dag kan nu al niet meer stuk. En gelukkig heb ik mijn helm en handschoenen ook nog…

Ik mik mijn afval in mijn koffer. We vinden straks wel een prullenbak. Vervolgens draai ik de weg op en zoek naar mijn route. De onderkant van de vangrail is hier bijna altijd open. Patatsnijders, noemen motorrijders de ijzeren paaltjes. Maar over de motor-onvriendelijke vangrail geniet ik van de zee, het lichtspel van de zon op het water en van de baby-eilandjes in de verte. Achgossie, ze zijn vannacht helemaal alleen in het pikdonkere water geweest.

Ik vervolg mijn weg door het binnenland. En ik zie stenen, stenen en nog eens stenen.  Man, wat een stenen. Tien kilometer verderop pruttel ik een dorp binnen,  ik draai een bocht door en rijd tegen een soort warenhuis aan. Verkopen ze daar sténen! Gekkenhuis.

Ik krijg tot drie keer een insect in mijn gezicht. Dat doet trouwens flink zeer. En hoe harder ik rijd, hoe meer zeer het doet. Weer eens iets anders dan verkeersdrempels. Bij zee heb je normaliter minder last van beessies.

Dit blijken zwarte torren te zijn. Met zo’n keihard schildje. Een soort vliegende schildpadden. Ik sluit mijn vizier en hoor steeds Tok-Tok-Tok op mijn helm. Ga iemand anders pesten.

Dichterbij zee is het gelukkig weer over.

Tja, en dan komen we bij het volgende dorp langs een carwash. En natuurlijk vraagt ze of ze in bad mag. Ze voelt zich vies en wil dolgraag gewassen worden. Mmmm… Ik kleed haar helemaal uit: alle pakken en zakken haal ik van haar rug en heupen. Ze kirt als ik allemaal sop over al haar rondingen doe en haar later lekker spons in al haar geheime gaatjes en kiertjes. Ik was haar koplamp en haar uitlaat en raus ruig over haar spaken en velgen. En dan pak ik warm en helder water….. nou, verder deel ik geen intimiteiten, hoor…. Maar ze glimt en ruikt weer heerlijk fris. En dat allemaal voor drie eurootjes.

In een prachtig stuk natuur nuttig ik mijn gezonde, lichte lunch. Fotooo!

Vroeg in de middag vind ik op de camping de allerlaatste beschikbare caravan. Dat valt mij erg mee, want half Duitsland heeft Pinkstervakantie en is hier aanwezig. De caravan staat vijftig meter van het strand. Whoeiii! Een half uur na aankomst zit ik met mijn E-reader op mijn stoeltje in het zonnetje aan het strand. Het is 28 graden en er staat een lekkere bries van zee.

TripAdvisor (toffe app!) brengt mij ‘s avonds naar het Nummer Twee restaurant in het oude gedeelte van Stobrec: Kasa Grill. Lekkere kipfilet met gegrilde groenten. Voor tien euro. En alles van de houtgrill. Super. Heerlijke dag, heerlijk gereden.

GEVAARLIJK INDUSTRIETERREIN

De route is vandaag lekker kort. Dat is weer eens iets anders.

Op precies 3,6 km van mijn eindbestemming rijd ik tegen een afsluiting in verband met wegwerkzaamheden aan. Normaal is dat geen probleem. Binnen de motorclub hanteren we in dit soort gevallen de ‘MC Zegveld Methode’: we volgen de weg totdat 100% bewezen is dat we echt niet verder kunnen. Meestal kunnen we er met de motor wel langs, er is altijd wel een gaatje. Bij deze wegopbreking staat echter een hoog hek, volledig over de breedte van de weg. Er is geen doorkomen aan.

In Linschoten is elke versperring een fluitje van een cent. Als de vuilnisman Het Jaagpad blokkeert, dan rijd ik eenvoudig een straatje om. Maar in zo’n omgeving als dit, ligt dat anders. Dit is geen woonbuurt. Links is afgesloten, dus ik ga overstag en kies voor rechts en rijd daarmee een of ander smerig industrieterrein op. Je weet het niet, hè. Je kiest in een onderdeel van een seconde. Foute keus. Dat had ik niet moeten doen…

Er ligt allerhande troep in de berm. Lege flessen, doorgeroeste ijzeren jerricans, natte kartonnen dozen, half gevulde en aangevreten vuilniszakken, vervuild kinderspeelgoed, vergane autobanden, stukken hout, afgebrokkeld gips en weet ik veel… In de dode takken van grote dorre sinistere bomen klapperen flinke lappen gevangen plastic en wappert papier in de wind. Het ziet er hier vreselijk naar en spookachtig uit. Waar ben ik in vredesnaam in terechtgekomen? Een dikke penetrante lucht van de vuilnisbelt van Split rolt over het vergiftigde veld zó mijn helm binnen. In de verte ontwaar ik de contouren van een grauwe, traag malende cement-fabriek.

De rijweg is hier totaal verrot gereden. Aan de wegkanten steken stukken geroest betonijzer vanuit het asfalt omhoog. Grote kiepauto’s, diepladers, vrachtwagens en ander verkeer jakkert met hoge snelheid over wegen die ze al jaren berijdt en verder naar de klotuh helpt. En ik? Ik zit daar plotseling en zonder enige waarschuwing ineens midden tussen en ben voor 200% bezig met overleven. Man, die auto’s zijn zo vreselijk groot! En die wielen! Pff… Ik ben op mijn motor nergens. Ik stel helemaal niks voor. Mijn kasteel is plots een minihuisje uit Madurodam.

Een tegemoetkomende vrachtauto neemt bij een wegversmalling in stofwolken nonchalant en hondsbrutaal voorrang. De lul kijkt vanuit zijn hooggeplaatste bestuurdersplek niet eens naar mij. Rechts gaat de betonweg, zonder vangrail, minstens vier meter naar beneden. Ik kan met moeite mijn motor tijdig stoppen en met mijn rechtervoet (!), half onder mijn motor, mijzelf in evenwicht houden. Doodstil in balans blijven, even niet ademen en vér vooruitkijken. Concentreren op een niet bestaand punt in de verte. De volle twee seconden in overgave en wachten totdat alle 18 wielen met veel kabaal en in een wolk rubberlucht voorbij gedenderd zijn. Het gaat. Het is letterlijk en figuurlijk op het randje. Ik haal opgelucht adem, kantel mijn motor naar links en geef gas, weg van die rand. Het was echt mijn tweede ‘bijna ongeluk’.

Dit is een bandeloos gebied zonder wetten en regels. Een terrein waar de grootse, lelijkste en goorste vrachtauto de baas is. Het stinkt naar verrotting. Een gebied van rondrijdende zombies en living dead in trucks, geladen met oude kadavers. En van waaruit bijna geen ontsnappen mogelijk lijkt. Hier moet ik heel snel weg, flitst er door mijn hoofd. Ik ben nog aan het shaken van de woeste aanval van die truck. Ik moet zelfs een beetje opletten om niet in paniek te raken.

Met een grote bocht probeer ik weer terug naar mijn route te gaan. Als ik mijn geprogrammeerde route kruis, dan blijkt die weg als viaduct dertig meter boven mijn weg te liggen. Daar heb ik niks aan.

Ik keer om, want ik sta aan alle kanten vast. Ik moet persé weer door dat nare oorlogsgebied. Er is geen andere mogelijkheid. Zonder kleerscheuren sta ik een half uur later weer bij dezelfde immens grote rotonde. Natuurlijk stuurt mijn Garmin mij weer hetzelfde gebied in. Als ik zelf niet ingrijp, dan doet dat navigatietuig dat nog 100 keer, hoor. Maar deze keer kies ik voor rechtuit en rijd toch maar de snelweg op. Ik zie de rokende schoorstenen in mijn spiegels verdwijnen.

De weg komt door vier tunnels en de eerste afslag is pas twintig kilometer verder. Daar is echter geen veilige plek om te stoppen om mijn situatie even in ogenschouw te nemen. Ik zie dat ik steeds verder wegrijd van mijn eindbestemming. Dat is niet de bedoeling.

Bij een uitritje van een weiland besluit ik om mijn eindbestemming vanuit het zuiden te benaderen. Ik programmeer een plaatsje in de bergen in mijn navigatietoestel om vervolgens dan maar vanuit die nieuwe richting naar de camping te rijden. Ik heb weer moed en vertrouwen. Ik heb wat water gedronken en tegen een boom geplast. Daar knap ik altijd wel van op….

Onderweg zie ik trouwens dat het een volledig werkende fabriek is die een complete berg aan het opeten is. De berg is al half verdwenen. Gatver, wat kan de wereld soms ook naar zijn. Ik kom verdorie net uit het paradijs.

Maar het lukt allemaal. Ik worstel en kom boven. Al met al ben ik ruim een uur aan het vechten en zwoegen geweest. Mwah, het was best lekker spannend.

Ik heb nog even tijd om lekker in de zon te zitten. Morgen met de bus naar Split. Lekker relaxed. De bus stopt tegenover de camping. Maar das geen geluk, dat had ik afgelopen winter al uitgevogeld.

Héééé, spannend verhaal, hè? Whoeeiii!

Tip van de redactie:

Ben je thuis, met koud weer bij de kachel, of lig je net als Coos lekker ergens aan het water? Je kunt heel gemakkelijk alle verhalen van “Coos op Reis” op deze site lezen, via de rubrieken. Of ga meteen naar:
->  //ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/ 

Coos op Reis: Concert at Sea

DE BALKAN – CONCERT AT SEA.

Het is half bewolkt. Ik ga vandaag 27 graden zien. Het wordt een mooie motordag en ik popel om heerlijk samen op pad te gaan.

Hier mijn volgende verhaal in de serie ‘Coos op Reis’.

Het is al weer donderdag 6 juni. Whoeii, de tijd vliegt als je het naar je zin hebt. En dát heb ik. Ik ruim de koelerebende in de caravan op, loop van binnen naar buiten met mijn spullen, sjor in mijn luchtige niksie alles op de motor, geniet nog even van de omgeving, trek mijn motorpak aan, rol zachtjes naar de receptie en laat de rekening opmaken. Er komen ook nog schoonmaakkosten bij, laat de receptioniste weten. Ze knippert zelfs niet met haar ogen. Schoonmaakkosten, dat zou elk weldenkend mens in een hotel heel raar vinden. Maar ik sluit mijn ogen, kijk niet naar de nota en betaal met mijn creditcard het totale bedrag. En de rest vergeet ik. Heel snel. Het was hier tof. Dat blijft mij bij. Bij wie mag ik een poossie slapen als Janny het op de bankafrekening ontdekt? Ik mik op een week of zes…

Braska is alleen toegankelijk met een elektrisch voertuig. Das prettig voor al die ronddwalende toeristen, maar niet voor een hongerige en zwaarbeladen motorrijder die met zijn dikke
verbrandingsmotor op jacht is naar een ontbijt. Ik skip dus Braska.

Maar …. slechts dertig kilometer verder heb ik geluk (!) en vind ik een supermarkt met een bruin broodje en …. mét kaas uit Gouda. Die ze overigens gewoon in Kroatië maken, zegt de dame. Wat een copycats, wat een Japanners, hè?

Terwijl ik mijn broodje buiten opeet, vraagt een langslopende Kroaat hoe ik in staat ben om zo’n zware en groots bepakte motor te rijden. Als hij rolt, dan doen de gyroscopische krachten de rest, vertel ik hem luchtig. En als hij stilstaat, dan helpt mijn 1.95 meter mij, grap ik. Zijn auto is werkelijk aan alle kanten gedeukt. Dus ik snap zijn vraag wel… Voor hem is alles moeilijk.

Ik dender door een dorpje en moet persé even stoppen voor een kleurig fotootje van een karretje met houten wielen. Het is zo’n tafereeltje, net een schilderij. Leuk!

Als ik de tolbrug van CRK terug naar het vaste land neem, lees ik de aankondiging ‘Free exit from CRK’. Ik moet gelijk aan Hotel Californië van The Eagles denken… Weet je nog? I had to find the passage back to the place I was before, ‘relax’, said the nightman, ‘we are programmed to receive, you can check-out any time you like, but you can never leave…!’. Ik geef een poep gas, trek de quickshifter een paar keer omhoog en verlaat het eiland. Dag eiland, tot ziens! Ik kom bij je terug. En sneller dan je denkt.

THE MAN AND HIS MACHINE

Aan de kant van de weg staan borden waarop staat dat ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Een stukje verder rijd ik tegen de staart van een flinke file aan. Ik kan zover niet kijken. Het is warm. Voor mij te warm om in de rij te gaan staan. Al op mijn 18e jaar danste ik twee keer per dag met mijn Honda 250 door de drukte van het smalle Maastunneltraject. Dus op z’n Rotterdams slinger ik mijn kasteel naar links, geef twee toefjes gas en knal langs de file. Ik passeer een paar keer groepjes Italiaanse BMW-rijders. Het zijn wel dertig motoren. Ze staan braaf tussen de auto’s op hun beurt te wachten. Ik wuif vriendelijk naar ze, maar kan niet zien of ze terugzwaaien. Ik denk het niet. Mijn kasteel en ik eindigen hélemaal vooraan, bij het rode stoplicht. Zó hoort dat, daar heb je immers een motor voor. Als ik arriveer, springt het licht gelijk op groen en dáár ga ik: gepromoveerd als voorrijder van een héle grote Italiaanse BMW Motorclub. Hahaha. Das genieten. Ik heb ze niet meer gezien, trouwens… Sissy-Boys!

Een stukje verderop rijd ik langs een apotheek. Het grote gebouw staat niet in een winkelcentrum,  maar gewoon langs de doorgaande weg. Een beetje in the middle of nowhere, zoals een benzinestation. Maar … het gebouw is wel helemaal rondom in een zwaar uitgevoerde stalen kooi gezet. Wow, wat een macaber gezicht. Voor mij geen gezellige plek om even een paracetamolletje te halen. Het verkeer is ter plekke helaas te druk om mijn motor te draaien voor een foto.

Rond 12:00 uur ben ik in Senj. Honderd kilometer verder. Weet je nog? Het plaatsje dat ik vanaf de camping kon zien. Senj blijkt een populaire plaats voor motorrijders te zijn. Ik drink daar mijn eerste
kopje koffie van deze dag, gooi mijn tank vol en reis verder.

En dan … volgt de kustweg. Het is de E65 en dat klinkt niet erg avontuurlijk. Maar hij is werkelijk waanzinnig. Het is gewoon één grote gemeen slingerende slang en absoluut de natte droom van elke motorrijder. Natuurlijk, je kunt met volle bak alle bochten gummen. Koffers aan de grond en je schouders intrekken om de struiken niet te raken. Ondanks de waarschuwingsborden, is het asfalt betrouwbaar en stroef. Maar… dat is dan wel zonde van de omgeving. Ik kijk links en rechts mijn ogen uit en onderdruk een paar keer de neiging om achterstevoren op mijn buddyseat te gaan zitten. Ik wil gewoon niks missen en alles drie keer zien. Het water, de vergezichten, de rotsen, het groen en al die mooie bloemen. En die eilanden in de verte, elke keer weer. Ik heb het gevoel er tussendoor te rijden. Zoooo mooi! Dit zijn nou de momenten dat ik het jammer vind dat ik ze met niemand kan delen. Was er nou maar iemand bij mij zodat we even samen hand in hand konden
grienen…

Ik rijd een stuk of tig brommertjes voorbij. Ze rijden de Kroatische JubileumToer van de Tomos. Stìnken, die twee-tact dingen! Haha. Het herinnert mij aan vervlogen tijden. Aan mijn jeugd. Ik reed in 1969 een Kreidler. Een Puch had niet de kwaliteit die ik toen al wenste, en een Tomos al helemaal niet. Maar ach, het maakt niks uit, dit clubje heeft duidelijk net zoveel plezier met hun tochtje als ik.

In Prizna pak ik voor 47 Kuna de veerboot naar Stara Novalja. Hij gaat over een uur. Kan ik mooi even lunchen. Ik maak een praatje met vier jonge Italianen. Zij reizen in een auto en bieden mij een halve liter koud bier aan. Ik bedank vriendelijk. Ik donder in deze warmte zo van mijn motor af.

Op de veerboot klets ik gezellig met een echtpaar uit Duitsland. Ze rijden een BMW 1250 GS. We maken wat foto’s van elkaar. Ze rijden ongeveer dezelfde toer en zijn nu onderweg naar Zadar en pakken daar de ferry naar Italië. Ze willen graag de Amalfi-kust rijden. Heee, mijn trouwe lezers veren nu op, want die kust reed ik immers vorig jaar.

Het schiereiland is magisch voor mij. Die bleke, kale rotsen. Het doet mij denken aan de Mont Ventoux, de favoriete plek van mijn oudste vriend Bas Bijl. Maar hier voegen de waanzinnige vergezichten over het water er een extra dimensie aan toe. Het is allemaal niet te vangen in een foto. Het is het gevoel. De verlatenheid. De verdorde struiken. De loslopende schapen. De honderden stenen muurtjes. Ergens rijd ik tussen metershoog olifantengras door. Het is zó kicken! De natuur is overweldigend. Een oergevoel bekruipt mij. Geweldig.

Ik zie in dit gebied echter ook veel vervallen en verlaten huizen. Of ze zijn oud en nog steeds niet af. Komt het door de oorlog? Of de recessie? Ik heb geen idee.

Rond half zeven vind ik mijn onderkomen bij Vodice. Dat ligt in Dalmatië. Het is een hypermodern huis op een camping met twee badkamers van een Poolse organisatie: CroatiaCamp.dot.com. Ik betaal een hotelprijs.

CONCERT AT SEA

‘s Avonds wandel ik vier kilometer langs de zee naar het levendige plaatsje Vodice. Vanaf morgen is daar een Concert at Sea. Verschillende muzikanten zijn nu al in het donker aan het oefenen. De generale repetitie. Ook een of andere populaire Kroatische meidenband. Een jonge knul naast mij zingt alle teksten woordelijk in het Kroatisch mee en danst en swingt en is zó aanstekelijk dat hij al zijn vrienden en vriendinnen meekrijgt. Zij vinden de muziek best wel geinig, maar die jonge gast is echt een muziekliefhebber, gaat compleet uit z’n bol en is helemaal in de zevende hemel. Prachtig.

WoW. Wat een mooi en verstild moment. Ik sta daar, op de boulevard, kijk zo eens links en rechts om mij heen, zie rechts het helverlichte podium en links de pikdonkere zee. Het is windstil. De muziek is prima, het enthousiasme van het publiek en de inzet van de artiesten ook. Ik ruik het zoute water en de temperatuur is nog helemaal goed. Wát een momentje. Ik sta met kippenvel op de kade, het ontroert mij. Zoooo mooi! Toffe avond. Ik kan hier gewoon niet weg. Het wordt vanzelf laat. Dat dan weer wel…

Morgen verder! Vroemmm…!

Voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Een motortrip door Panama met Itchy Boots

Op een stormachtige natte zondagochtend is het heerlijk om even op YouTube te kijken welke afleveringen van Itchy Boots we nog terug kunnen kijken. Dat deden we dan ook gisteren. We publiceren hier niet elke filmpje van haar en in dit geval slaan we 4 afleveringen over. Je vindt ze wel op haar kanaal haar kanaal. Ze is inmiddels in Panama belandt waar ze een dag of 5 geleden een trip wilde maken naar het hoogste punt van dit land, de vulkaan Baru. Uiteindelijk bleek dat dit voor motorrijders niet is toegestaan, dus zocht ze een prachtige rit in de omgeving uit. Wat een prachtig land is Panama. Uiteraard moet je dan wel even zorgen dat je niet alleen de snelweg Pan America neemt, maar juist even de binnenwegen verkent. Mits je beschikt over de nodige off-road ervaring. De uitzichten zijn prachtig. Een paradijs voor motorreizigers.

Coos op Reis: het chagrijn van de kampwinkel

DE BALKAN – HET CHAGRIJNIGE WIJF VAN DE KAMPWINKEL

We publiceren vandaag het 80e verhaal van onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek.
We hebben inmiddels heel wat trouwe lezers die twee keer per week onze website bezoeken, al was het alleen om de verhalen van “Coos op Reis” te lezen. Daar gaan we:


Het is nu nog wat bewolkt, maar de weer-app voorspelt een mooie en warme dag. Ik ga vandaag lekker met de bus naar Pula.

Ik smeer factor 50 op mijn kale glimmende knar, pak een appeltje en vul mijn waterfles, check of ik mijn mini-paraplu bij mij heb, trek een luchtig hemd aan, berg de pijpen van mijn sexy afritsbroek en een BMW-trui op in mijn rugtas, en ga op pad. Geen idee wanneer ik weer op de kampong kom. Maar mij kan vandaag weinig gebeuren.

De bus naar Pula vertrekt om de 20 minuten. Direct naast de uitgang van de camping. In een kwartier sta ik in Pula. Mann, Ich darf Das! Het is in elk geval een betere verbinding dan die naar Triëst. Pfff…

Ik stap uit de bus en plaats direct op mijn iPhone via ‘markeer mijn locatie’ op het scherm ‘een speld’ in KAARTEN. Dat is voor mij een standaard procedure in een vreemde stad. Dan weet ik vanavond waar mijn bus naar de camping stopt. In Google Maps kan het ook, maar ik vind dat minder betrouwbaar.

Ik gebruik wel vaak Google Maps tijdens het wandelen. Sinds een paar jaar kent Google Maps zelfs Augmented Reality. Het heet tegenwoordig Live View. Live View gebruikt mijn camera aan de achterkant van mijn iPhone om te bepalen waar ik ben. Als een soort derde oog. Vervolgens toont Google Maps richting en details op het display. Alleen als ik stilsta overigens. Als ik weer ga lopen, dan komt de kaart weer te voorschijn. Het werkt super als je in een wildvreemde stad bent. En helemaal bij het starten van je wandeling. Voorheen liep ik vaak eerst de verkeerde kant op.

Nou, mooi wat geleerd?

Eigenlijk is het best bizar dat ik de allernieuwste technologie uit de 21e eeuw inzet om naar het beroemde stokoude Romeinse Amfitheater van Pula te wandelen. Keizer Caesar moest eens weten… Het Amfitheater lijkt als twee druppels water op het Colosseum in Rome. De bouw begon ruim voor de jaartelling. Het is één van de best bewaarde arena’s ter wereld. Ik vind het fantastisch. Allemaal oude stenen. De historie, de sfeer, de gruwelijke gladiatorgevechten, alle andere wreedheden van vroeger, de gedachte aan wat hier allemaal is gebeurd in al die jaren. Maar er was ook een optreden van David Gilmour en er zijn ooit ijshockeywedstrijden gehouden. Erg bijzonder. Ik zit wel een uur op de tribune te mijmeren. Of zit ik in mijn Nothing Box..? Dat kan ook, dat kan ik heel goed.

Deze oudheid ontroert mij altijd. Ik heb er iets mee. Ik weet niet waarom. Joh, ik ben vroeger vast een Romein geweest. Dat kan niet anders. Zo’n stoere, met een bos krulletjeshaar en bovenarmen die dikker waren dan nu mijn bovenbenen zijn. Maar ja, wellicht was ik wel gewoon zo’n bruin varkentje? Aan zo’n spit. En heet ik daarom nu Van Der Spek…

Voor 10 Kuna, omgerekend € 1,25, bezoek ik de tempel van Augustus. Ach, dat kan ik nog wel van mijn pensioentje en AOW-tje betalen.

Er is in Pula best veel te zien en ik ben dan ook de hele dag druk met het bezichtigen van alle bezienswaardigheden van deze fraaie en méér dan 3000 jaar oude stad. Toffe dag, man!

Morgen reis ik toch maar verder. Het is op deze camping ook net ff iets te druk, de caravans staan net ff te dicht op elkaar, zijn net ff iets te oud, de winkel net ff kut-met-peren en de aardstralen zijn hier net ff niet goed genoeg voor mij. Het ligt helemaal aan mij. Ik weet het. Maar ik reis in deze periode alleen, dus ik hoef met niemand te overleggen en iets uit te leggen. Of zit ik dat hier nou net te doen? Waarom doe ik dat nou? Ik reis morgen verder. Punt. Klinkt lekker!

Vanavond ga ik voetbal kijken met een groepje Engelsen. Heb ik besloten. Best gezellig. En verliezen kan ik niet. Want ik hou helemaal niet van voetbal. Ik vind er geen ene reet an. Maar dat simpele enthousiasme van mensen die het spelletje wel leuk vinden is soms wel aardig om te zien.

DE KAMPWINKEL

Op deze grote, commerciële camping zijn volgens mij nu zomaar 1000 à 2000 kampeerders. Grove schatting, hoor. En de camping is nog lang niet vol. Wat tenten, wat caravans, veel huisjes en heel veel campers. Campers zijn uiterst populair in Kroatië. Iedereen heeft er eentje. Als je geen camper hebt, dan ben je een loser. Zoals ik dus.

De meeste kampeerders en reizigers brengen de dag elders door en komen aan het eind van de middag op de camping aan. En hebben dan natuurlijk nog even iets uit de winkel nodig. Echter…, de campingwinkel is dagelijks van 07:00 uur tot 15:00 uur geopend. Je leest het goed. Tot 15:00 uur. Verder niet. Volgens mij gaan ze daarna gelijk naar bed.

Ik heb inmiddels besloten om daar nooit iets te kopen. Al kom ik om. Al krijg ik scheurbuik, vallen mijn tanden uit mijn mond en de gaten in mijn wangen. Sommige dingen moet je gewoon niet pikken in het leven. Ik reis echt niet naar Amsterdam om te protesteren tegen een prikkie. Prakkiseer er niet over. Dat geloof ik allemaal wel. Maar ik laat mij niet piepelen met openingstijden tot 15:00 uur. Dat grenst gewoon aan pesterij.

Er staat vast ook een chagrijnig wijf achter de kassa. Stel ik mij zo voor. Zo eentje die Hans Dorrestijn zo geweldig in zijn briljante gedicht beschrijft. Lees even door, dan zie je onderaan een leuk filmpje, om je te bescheuren.

En ze verkopen vast en zeker zwarte bananen en pakjes ham die ver over de datum zijn. En zure melk. Denk ik. Dat moet. Weet ik zeker. Ik hoop dat ze snel failliet gaan. Of een nare ziekte met enge zweren krijgen. Of in de brand vliegen. Maakt mij niks uit, want ik koop er toch niks.

En JAAA, je snapt het, ik WILDE rond 16:00 uur daar heel graag een grote fles water kopen. Onder Tilburg koop ik namelijk altijd water in flessen. Op de motor kan ik mij geen fysieke ongemakken veroorloven. En ik heb geen ruimte voor een pak plee-rollen. Dan gaat iedereen op Facebook weer zeiken dat ik teveel spullen bij mij heb.

Enfin, stond ik daar. Bij die gesloten rotwinkel. Met dat chagrijnige wijf. Het was donker binnen, dus ik zag haar niet. Met mijn beide handen maakte ik een tunneltje. Ik drukte mijn grote neus tegen de glazen deur aan. Ik liet een vetplekje op het glas achter. ONDER het bordje ‘gesloten’ ZAG ik de houten pallets met doorzichtige flessen water dóór die glazen deur in de verstilde en pikdonkere winkel staan. De plastic flessen keken mij wanhopig aan: kóóp mij, kóóp mij, kóóp mij…

Maar … dat chagrijnige wijf van de kassa lag natuurlijk al vanaf 15:00 uur op bed, te stinken onder haar klamme lappen en te bedenken hoe ze morgen die zwarte bananen de toeristen moest aansmeren…

Morgenochtend om 07:00 uur gaat ze weer open. Fijn voor haar, en de %&@#…

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch Of The Day.
Kijk maar. Tot morgen!

 

O ja, jullie hadden nog een filmpje te goed.
Hans Dorrestijn, over een chagrijnig wijf: