De winters waren wit en koud er was schaatsplezier voor jong en oud na school gingen we bij ‘t Sluiske kwallen en grote keien in het water laten vallen.
We hadden kapotte duimen van het repen de knikkers waren toen niet aan te slepen lekker sjekkie draaien om de hoek van het gymlokaal en verbaal protesteren in je eigen straattaal.
In de Verfraaiing de meiden ‘n bietje klieren Carnavalsleut bij de Witte Rosieren spruitjes, bloemkool en rabarber uit eigen tuin de Philipsfabriek lag nog lang niet in puin.
Op een ouwe Jawa op het cross terreintje rijen en stiekem achter het schuurke vrijen met de maten trokken we langs de kroegen voor de pilskes en het algemeen genoegen.
Kleinkinderen zijn niet in vroeger geïnteresseerd voor hun jeugdplezier hebben ze andere dingen geleerd op het schermpje staren naar Vloggers en Instagram tegen heug en meug eten ze een belegde boterham.
Maar misschien moeten wij wat ruimer denken en aan hun gedrag wat meer aandacht schenken om te weten te komen wat hen zoal beweegt zodat al onze vooroordelen van tafel worden geveegd.
Dit gedicht mochten we plaatsen in overleg met de schrijver: André Verwijmeren.
Vorige week zondag kreeg ik via Andrew Thijssen (een trouwe Facebook vriend) een zeer bijzondere verzameling aangeboden. Hij was namelijk zijn huis aan het verbouwen en hield dus een grote schoonmaak.
Hier wat voorbeelden van Moto 73.
Vanaf 1980 tot 2006 was hij geabonneerd op Moto 73, en in de 70er jaren had hij ook jarenlang een abonnement op KicXStart. Verder zaten er nog andere oudere motorbladen bij. Daarover binnenkort meer. Al met al haalden we die zelfde middag een Toyota Corolla VOL met bladen op. Bij elkaar staan er nu 8 verhuisdozen hier. Voor sommige mensen misschien oud papier. Voor ons een bron aan inspiratie uit de historie van motorfietsen in Nederland.
Drie stuks kicXstart bladen uit de zeventiger jaren.
Een geschiedenis die begint vanaf de eind 60-er jaren met zwart-wit tijdschriften nog. We hebben meteen een magazijnstelling gebouwd. De bladen zijn we nu aan het rubriceren tot een archief, waarin we ze gemakkelijk kunnen zoeken en gebruiken. Ze staan natuurlijk vol met de klassiekers van nu, wat toen nieuwe motorfietsen waren. Hoe gaaf is het bijvoorbeeld om uit een blad van 1993 een artikel over mijn oude BMW R80R te kunnen lezen. Het testrapport, met de nieuwe motor van toen, de prijs in guldens etc. Aan de reacties van de trouwe leden in onze BESLOTEN FACEBOOKGROEP zag ik al dat mensen genieten van dit “oude nieuws”. We hebben contact gehad met een aantal nog bestaande uitgevers en het plan is om voortaan wekelijks een verhaal “UIT DE OUDE DOOS” te gaan delen. We plaatsen er wat foto’s dan bij uit de bladen, uiteraard met doorlink en bronvermelding. De nieuwe rubriek is dus bij deze geboren. Wordt vervolgd!
We hadden vandaag contact met Tom Boudewijns. Rond 1986 is Tom al begonnen met het uitzetten van motortoertochten. Internet was nog geen echt communicatie middel in die tijd. De tijd van papier en inkt dus nog.
Eerst waren het wat ritjes in de omgeving van zijn woonplaats, maar spoedig kwam heel Nederland in beeld. Langzaam kwamen de Eifel en de Ardennen in zicht. De eerste grote vakantie werd in 1992 een trip van 14 dagen naar Oostenrijk met 26 motoren, waarna het volledige VTO vakantieprogramma volgde. Inmiddels heeft Tom 36 boeken geschreven met toertochten door Europa, diverse cd-roms en memorysticks uitgebracht met een dikke duizend toertochten door 20 Europese landen.
“Omdat ik vanaf 01-01-2020 gestopt ben met VTO Total Care en met vier jaar schrijven in Moto73, wil ik jullie zoveel mogelijk laten genieten van de afgelopen ruim 30 jaar”, zo vertelde Tom onze redactie.
SONY DSC
Binnenkort gaat hij alle tochten plaatsen op zijn website TomBoudewijns.nl, zowel in gpx, gpx track als in itn bestand.
Gratis professionele toertochten kun je ook downloaden, zie
zijn Facebook.
Tom wenst iedereen veel vakantie- en toerplezier. We gaan vaker van hem horen op Ikzoekeenmotor.nl.
Foto’s waar liefhebbers bij wegdromen. Een BMW R90/6, omgebouwd tot een unieke vintage-racer. Voor meer unieke foto’s kun je ook eens een kijkje nemen in onze besloten Facebook groep.
“Klassiek of gewoon oud?” – is een gast-column van Dolf Peeters.
Er zij hele oorlogen gevoed over wat ‘klassiek’ is. De meest ambtelijke omschrijving is ‘ouder dan 25 jaar’. En dat is feitelijk raar.
Dolf Peeters, gast-columnist
Want voor motorfietsen is een kwart eeuw zo oud nog niet. Zeker omdat de motorfietsen van een kwart eeuw plus een beetje doorgaans niet als werkezels, maar als ‘fun’ dingetjes zijn gezien. Want laten we wel wezen: een bijna dertig jaar ‘oude’ motorfiets met 26.000 kilmeter op de teller? Laat zo’n ding intussen gedateerd zijn, maar technisch zit hij nog heel ver van zijn vermoeidheidsgrens af. Wat? Een Honda Pan European kan zomaar drie ton draaien voordat hij echt moe is geworden.
De BMWR80R, april 1193, een “klassieke” boxer, laatste 2-klepper.
Motorfietsen van 25+ worden dus doorgaans gezien als motorfiets. Niet als klassieker. De enige ‘klassiekerfactoren ’die er in worden gezien zijn de vrijstelling van houderschapbelasting en de mogelijkheid om de motor goedkoop te verzekeren. Motorfietsen van nog maar net 25, 26 jaar zijn daarbij vaak ook erg prettig geprijsd en ze stammen nog net uit de tijd voordat ook motorfietsen door hun assen gingen hangen van alle elektronica. En ze zien er doorgaans nog uit zoals je dat van een motorfiets verwacht.
Klassieke motorfietsen uit de zestiger-, begin zeventiger jaren maken heel duidelijk hoever de technologie inmiddels is voort geschreden. Want een moderne motorfiets? Die stuurt en remt fantastisch en kan doorgaans ‘beter rijden’ dan zijn bestuurder. En daar zitten de jongere klassiekers dan toch weer meer op de lijn van het oude motorrijden, dat soms best ‘werken’ was. Het is mij nog nooit gelukt om op een serieuze moderne motorfiets in de buurt van het grensgebied te komen waarbij het rijwielgedeelte nadrukkelijk begon te melden dat het dicht in de buurt van ‘de dood of de gladiolen’ kwam. Op een Honda CB750 OHC was die grens voor mij wel haalbaar. Zo’n ouwe CB op moderne banden, in orde zijnde demping en vering plus een tweede schijf in het voorrem is trouwens een motor waar je als ervaren motorrijder nog steeds erg vlot mee onderweg kunt zijn.
Maar de doorleefde Moto Guzzi Cali III die mijn ‘auto’ is en ik zijn qua vermogen en stuurcapaciteiten prettig aan elkaar gewaagd. Het ding – met Dell ‘Orto’s in plaats van de inspuiting die in zijn bouwjaar beschikbaar kwam – is dus 25+. Maar of dat hem klassiek maakt? Ach, het is een Guzzi. Dat spreekt in zijn voordeel. Maar hij is een heel stuk af gegroeid van de staat waar in hij ooit de showroom verliet. Voor mij als eigenaar is hij naar mij en zijn inzetgebied toe geëvolueerd. De Guzzi is voor mij een stuk gereedschap. We draaien jaarlijks heel wat – probleemloze – kilometers. Er zijn mensen die vinden dat de dikke Vtwin enorm verwaarloosd is, alleen al vanwege het feit dat hij buiten slaapt en ’s winters pekel eet.
En dat de doorleefde buffel onlangs een paar hipsters in 020 bijna tot tranen roerde vanwege zijn authentiek diep doorleefde uiterlijk en zijn unieke patina? Ach, als dat je ding is en als je geen tien winters door de pekel in wilt investeren, dan kun je altijd contact opnemen met Frans Mandigers.
In de tussentijd heb ik een Guzzi die binnen mag slapen plus mijn werkezel. Die is gewoon oud. Maar hij moet toch nog werken. Net als wij straks allemaal moeten doen. Maar soms zit ik wel eens te denken: Als ik één van de twee weg zou moeten doen: Zou dat dan de ‘ouwe’ of de ‘Echt Klassieke’ zijn?