Tag archieven: Coos van der Spek

Coos op Reis: WAT STAAN ER WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S

Het is vandaag 6 mei. (Als Coos dit schrijft, redactie.) De zon schijnt uitbundig. Het is strakblauw en al lekker warm.

We lezen verhaal nummer 68 in de serie “Coos op Reis.” Nog een paar reisverhalen en Coos is weer thuis.

Het hotel in Völsch serveert heerlijke donkerbruine boterhammen en bruine broodjes bij het ontbijt. Gelukkig eindelijk eens geen witte broodjes. Super. En vers gesneden ham en kaas en zelfgemaakte jam. En maar liefst twee eitjes! Twee! Zou ze weten dat ik weer naar huis aan het rijden ben? En tijdens het uitgebreide ontbijt gratis uitzicht op de kale bergen in de verte. Wat een verwennerij.

Ik haal mijn motor uit de Tiefgarage van het hotel. Zij heeft lekker warm en droog de nacht doorgebracht. Ik rijd even zonder helm om het hotel want dan hoef ik de zooi wat minder ver te sjouwen.

Met de reclameslogan ‘Helm op, daar kun je mee thuis komen’ werd in juni 1972 het dragen van een helm op een motorfiets in Nederland verplicht. Daarvoor hoefde het niet.

Ik kocht mijn eerste motor reeds in 1970, maar we hebben nooit zonder helm gereden. Janny wilde het eigenlijk niet, maar ze moest er aan geloven. Ze mocht wel haar hotpants en haar knielange laarzen met plateauzolen aanhouden. Stom achteraf, maar wel errug leuk als je 18 jaar bent….

In de schaduw van het smalle straatje bij de ingang zadel ik alles op de rug van mijn BMW.

Vandaag rijd ik een route die ik jaren terug al eens ontwierp. De route gaat via Bolzano over een aantal beroemde passen naar Oostenrijk.

Maar eerst nog even een blik werpen op het kantoortje van de 88-jarige eigenaresse. Zij is net zo oud als mijn lieve moedertje. De computer staat er vast alleen voor de sier. Zij schrijft mijn rekening nog met de hand en telt de bedragen vervolgens uit het hoofd op met de snelheid van een zakjapanner. De tijd staat hier gewoon al jaren stil. En waarom niet? Wat is er mis mee? Helemaal niks, hoor.

Het is onderweg echt genieten van de vele paardenbloemen. Hele velden vol. Het contrast en het kleurenspel tussen de gele velden, de blauwe luchten en de witte besneeuwde bergen is fenomenaal. En ik kan alles zo goed ruiken! De lucht is schoon en zuurstofrijk. Het is super om hier te zijn en mee te maken. Wat een mooi land.

De route pakt een randje van Bolzano mee en slingert al snel via frisse, donkere tunnels naar het noorden. Links en rechts hoor en zie ik het wilde, steenkoude bergwater bulderen. Ik voel de koelte van het water door mijn dunne pak, dat vandaag maar uit één laag bestaat.

Ik begin de klim naar Penser Joch. De pas is ruim 2200 meter hoog en vormt de verbinding tussen het Sarntal ten noorden van de provinciehoofdstad Bozen en het Wipptal bij Sterzing. Het asfalt is droog en de kwaliteit is goed. Ik ga lekker. Het is mooi weer. Ik zit goed en scherp op de motor. Ik neem heerlijke lange doorlopers, maar ook scherpe, venijnige bochten. Het motormanagement staat inmiddels op dynamic en ik draai al stijgend het gas steeds vol open na het passeren van de apex. Wat een power! De dikke tweecilinders, elke 600 cc, stampen naar boven en naar beneden en zetten via allerlei ingenieuze assen hun enorme krachten om naar het rubber van het achterwiel. Het gaat super en het geeft een fantastisch gevoel.

Na de pas slingert de weg weer naar beneden. Lekker om daar weer even op te warmen. Het is er 24 graden.

En dan gaan we weer omhoog. Nu nemen we de Jaufenpass. Die is bijna 2200 meter hoog. De
zon schijnt nog steeds, maar in de wind is het fris.

Ik bestel op de top een koffie en een klein taartje. Nou ja, klein…. Ik zie Oostenrijkse motorrijders daar een halve liter Hefenweissen naar binnen tikken.

Ze blijven daar vannacht vast niet slapen. Holladiee!

Vervolgens draai ik fluitend en verwachtingsvol naar het Timmelsjoch. Deze pas ligt op ruim 2500 meter hoogte en staat bekend om haar fraaie wegen en schitterende vergezichten. Maar … die is helaas afgesloten. Wat een teleurstelling. Ik vertrouwde volledig op de traffic-info van mijn navigatiesysteem die de informatie rechtstreeks van het internet haalt. Maar dat blijkt een enorme misser van mij.

Ik moet rechtsomdraaien, helemaal terugrijden naar Vipiteno en dus nogmaals over de Jaufenpass. Op zichzelf geen echte straf want zo’n pas ziet er vanaf de andere kant weer heel anders uit. Maar toch gooit het danig mijn reisschema van deze dag in de war.

Mijn motormaatjes rijden over een paar weken dezelfde route. Hen adviseer ik om vóór vertrek van Seiser Alm op Timmelsjoch.com te checken of de pas die dag ook echt open is. Die dag heeft al een zwaar programma (450 km) en je kunt in dat geval beter maar gelijk over de oude Brenner gaan.

Ik ga snel op pad. Met de vlam in mijn pijp via de Brennerpas met mijn dertigtonner motor, ver van huis maar beter in mijn sas dan in Amsterdam bij DAS, zing ik in mijn potje. Op richting Innsbruck. Ik kies voor de oude Brennerpas, immers de Brennertunnel met tol is voor Sissies, campers en caravans met de Libelle of de grote ANWB-gids levensgevaarlijk op de hoedenplank. Nietwaar? Jôh, ik maak er gewoon een enerverende middag van. Wat maakt het uit?

De met groen aangegeven weg markeert op het kaartje het rechtsomdraaien en mijn omweg. Aan het einde van de dag gooi ik de handdoek in de ring. Op een camping, in de buurt van Innsbruck en vlakbij Natters en Mutters, vertellen zij mij luchtig dat één overnachting € 128,- kost.

Rudi Carrell liep ooit in één van zijn shows rond met vijftig ballonnen aan een touwtje. ‘Ballon te koop, ballon te koop’, riep hij hard. Hij vroeg één miljoen gulden voor één ballon. Ik hoef er maar één te verkopen, en dan ben ik binnen, was zijn redenatie… Nou, dat schijnen ze bij deze camping ook te denken. Ik zeg ze vriendelijk gedag, start mij motor weer en rijd verder richting het westen.

Rond vijven moet het regenpak aan. Er valt een stevige bui. Na een goed half uur rijden we er onder uit en kan het pak weer uit.

Het is nog wel ff puzzelen voor een goed hotel. Ik wil immers wel weer richting de oorspronkelijke route. Ik vind onderweg twee hotels, maar die zijn allebei dicht op zondag. Logisch, hoor. Wie wil er nou op zondag slapen? Of iets eten? Ik snap dat best… En in het derde hotel staan grote asbakken op tafel en zit iedereen te roken. Het is helemaal blauw binnen. Ik ben blij dat het weer wat beter met de pollen en mijn ogen gaat en ren snel naar buiten. Roken! Jôh, het is geen 1960 meer.

En plots heb ik geluk.

Een mooi hotel met een mooie kamer bij Hotel Jäger in Telfs voor 55 euro inclusief ontbijt.

Ik ben weer het ventje. Prima zo.

Morgen rijd ik de pas bij Reutte over naar Duitsland. Dan vervolg ik mijn weg deels door het Zwarte Woud en dan verder noordwaarts.

WAT STAAN ER TOCH WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S…..

“Hoe komt het toch dat er steeds zo weinig mensen op jouw foto’s staan?”, wordt mij gevraagd.

Dat klopt! Overbodige mensen probeer ik altijd te vermijden. Ik wacht vaak even tot iedereen opgehoepeld is. En helemaal als ze erg opvallende kleding dragen. Motorrijders met gele jassen of gele helmen. Brrrr…. ze verpieteren mijn foto.

OK, dus weinig mensen op de foto. Waarom? Dat komt door mijn schoonmoeder! Jammer genoeg is het lieve mens een paar jaar terug overleden, anders hadden we er samen nog eens hartelijk om kunnen lachen.

Wat gebeurde er namelijk altijd? Dan kwamen Janny en ik na de vakantie thuis met alle verhalen en foto’s uit een ver land. Vervolgens toonde ik trots de prachtigste foto’s van bergen en bruggen en gebouwen. Tja, en op die foto’s stonden soms andere toeristen. En dan vroeg ze altijd: ‘En wie zijn dat, Coos?’.

Hahaha. Mooi, hè? Dus dat gaat mij niet meer gebeuren… Proost!

Coos op Reis: Zij bestiert al 70 jaar een hotel

(Coos van der Spek is aan de laatste dagen van zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa bezig.

We lezen hier in de serie CoosOpReis zijn 67e verhaal, over 4 verhalen is hij weer thuis….)

De bewolking en de zon vechten samen hoog in de lucht uit wie hier vandaag de baas mag zijn. Het is ruim voor tienen al meer dan 20 graden. En dat is uitmuntend weer om motor te rijden. Joepie!

Ik neem afscheid van de zee. Ik reis vandaag weer verder naar Noord-Italië. Dat heet daar Süd-Tirol. De voertaal is grotendeels Duits.

Ik moet mijn olie in de gaten houden. Deze watergekoelde motoren staan er, in tegenstelling tot de luchtgekoelde blokken van de vorige generatie, om bekend nagenoeg géén olie te verbruiken. Een blik op mijn kijkglaasje geeft echter aan dat aandacht nodig is. Maar welllicht staat de motor niet helemaal horizontaal. Naar de BMW-dealer in Bolzano voor een kannetje olie is geen optie. Die is op zaterdag om 12:00 uur dicht. Dat had ik nou niet verwacht…

Al na 30 kilometer doemen de bergen in de verte op. Dat betekent tot aan Nederland géén polderlandschappen meer. Ik zit te fluiten in mijn potje van dat blije vooruitzicht.

Overigens heb ik nooit muziek aan in mijn helm. Technisch zijn alle voorbereidingen daarvoor getroffen. Het is slechts een druk op de knop en dan schuiven Gazpacho of Steven Wilson langs mijn kale schedel door mijn goudvissenkommetje zo mijn grote oren in. Maar muziek leidt mij af. Waarschijnlijk omdat het teveel met mij doet. In de jaren negentig kreeg ik van mijn werkgever mijn eerste mobiele telefoon in mijn auto. Mijn dochter noemde mij toen al Coos Draadloos. Nu heet ik voor mijn lezers vast Coos Muziekloos.

Voordat ik de wat minder bevolkte bergen in trek, wil ik eerst even tanken. Klaarblijkelijk zijn de inwoners van deze omgeving hier wat betrouwbaarder, want ik kan hier gewoon voor de benzine met mijn creditcard aan de kassa betalen. Wat een ongekende luxe. De Italiaanse maffia zit echt in het zuiden van Italië, hoor. Hier zijn ze rijk en hebben ze geld. En vertrouwen dus!

Ondertussen is het 25 graden. Best warm. Ik ben blij met mijn dunne hightechshirtje dat lichaamsvocht extra snel afvoert. Katoen wordt nat en blijft nat. Dit spul droogt ultrasnel op.

Een poos later rijd ik de bergen in en stijg als een berggeit steeds verder omhoog. Een vuistregel is dat er één graad per honderd meter van de temperatuur af gaat. De temperatuur zakt naar 19 graden.

Tijdens een fotomoment onderweg trek ik een extra truitje aan. En bij het volgende fotomoment gaat de Goretex-voering losjes in mijn jas. Dan is het nog maar 14 graden.
Een goed halfuur geleden nog 25 graden.

De donkere wolken blijven steeds wat dreigen, maar de zon heeft de overhand.

In de verte ligt sneeuw. De zon speelt met de wolken en met de door groene bomen bedekte bergen. Sommige stukken lichten licht op, andere stukken blijven donker. Het is een levendig tafereel en een prachtig gezicht.

Uit die donkere wolken is een paar uur terug regen gekomen. En dat is jammer, want nu is de weg nog nat. Dat drukt het tempo.

Bij de Lidl scoor ik een broodje en een sapje voor onderweg. En dan dender ik door naar de Passo Staulanza en de Passo Duran. De Staulanzapas verbindt de Bellunese bergdalen Val Fiorentina en Val di Zoldo met elkaar en de Duranpas vormt de verbinding tussen het dal van de rivier de Cordevole en het Val di Zoldo.

De enorme klim naar boven is dertien kilometer lang. Ongeveer drie kilometer voor de pashoogte bereikt de pas een hellingspercentage van 14%. Twee kilometer lang allemaal tornanti. Wel dertig! De één na de ander. Om draaierig van te worden. Maar machtig om hier te kunnen sturen. Het Italiaanse asfalt is ook veel stroever dan in Spanje en Portugal. Het geeft bijna altijd vertrouwen.

Onderweg tref ik een echt mooi kasteel. Het hoort thuis in een sprookje. Of in de Efteling.

Ik kom hoger en hoger. Reuzen spelen hier ‘s nachts met de bomen het spelletje Mikado uit mijn jeugd.

Rond de 1800 meter ligt sneeuw. Dan bestorm ik met de nog immer loodzware BMW Passo Pordoi. Die gaat zelfs naar 2240 meter. Dit zijn de beroemde passen uit dit gebied. De natte droom van elke motorrijder. Het is er 6 graden en ik rij nog steeds met mijn zomerdoorwaaihandschoenen aan en zonder extra voering in mijn motorbroek. Het gaat wel. Of zou ik gewoon helemaal geen watje zijn? Is dat een optie? Wat denken jullie?

Passo Sella ligt ongeveer op dezelfde hoogte en ook hier ligt ruim sneeuw. De maatjes van mijn motorclub gaan over een paar weken weer naar dit gebied. Ik ben er dit jaar niet bij, maar hier alvast een impressie, vrienden en vriendinnen! Er ligt in die periode vast nog sneeuw. Heerlijk.

En terwijl aan de ene kant de sneeuw aan de kant van de weg ligt, bloeit aan de andere kant de hei. Fantastisch om hier weer te zijn. Ik rijd naar de mij bekende camping Seiser Alm op 950 meter hoogte. De camping is een topper met sanitair van het nivo van een kuuroord. Helaas verhuren ze alleen berghutjes voor een hele week. Gelukkig maar, want het wordt hier vannacht 6 graden. Daarom wijk ik maar uit naar het dorp, hier in de buurt.

Genoeg gevangen voor the Catch of the Day. Was je ooit in de Dolomiti? Prachtig gebied! Zeker op de motor. Zet ‘m op je lijst.

Uiteindelijk beland ik vier kilometer verderop, in Völsch am Schein. Voor mij een bekende plaats uit één van mijn eerdere reizen. Ik zit in het prima hotel Rose Wenzer.

ZIJ BESTIERT AL 70 JAAR EEN HOTEL

Een zeer vriendelijke ietwat warrige oude dame schrijft mij in. Op een oorkonde aan de muur staat dat Rose Baumgarten al 50 jaar dit hotel Rose Wenzer bestiert. En als ik noges goed kijk, dan zie ik dat die oorkonde uit 2001 stamt. Miljonair, stokoud en alleen maar datgene kunnen en willen doen wat je je hele leven al doet. Maar goed, zij is er gelukkig mee, hoop ik maar.

Als ik er om 22:00 uur achter kom dat ik de enige gast in het hele hotel ben, stel ik de oude dame voor dat ze voor mij nog een biertje inschenkt en dan zelf lekker naar bed gaat.

Ze laat mij zien hoe het licht uit moet en zegt wel vier keer dankuwel.

Achgossie…

Wil jij nog veel meer PASSIE VOOR MOTOREN lezen? Wellicht is het dan leuk om lid te worden van onze super gezellige besloten FACEBOOKGROEP, via DEZE LINK. We hebben nu bijna 3.000 leden!

Coos op Reis: ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Het is vandaag 4 mei.

(Redactie: op het moment dat Coos van der Spek dit verhaal schreef was het 4 mei dus. Ikzoekeenmotor.nl publiceert hier met wat vertraging zijn 66e verhaal in de serie Coos op Reis.)

Vannacht viel er heel veel regen. Niet normaal. Mijn wasje is er niet droger van geworden. Maar … nu is het droog en schijnt af en toe de zon. Zonnebril en factor 50 op en de korte kant van mijn sexy en verleidelijke afritsbroek aan. Een inmiddels bekend programma onder mijn lezers.

De vriendelijke mevrouw van de supermarkt snijdt verse salami op een grote bruine bol. Samen met een liter verse melk ga ik kauwend op mijn lekkere broodje, met mijn rugzak op pad. Ik voel mij net een zwerver. En zo is het ook natuurlijk…

Ik ga vandaag met de boot naar Venetië. Venetië is ontstaan in de 5de eeuw en was vroeger één van de belangrijkste havens van Europa. Het speelde een belangrijke rol in de Europese geschiedenis. In de 18de eeuw echter verhuisde de handel naar de Atlantische Oceaan, onder meer naar Antwerpen en Rotterdam, en werd Venetië een dode stad.

Na deze ultrakorte geschiedenisles wandel ik eerst een kilometertje naar de veerpont en vaar dan in circa 40 minuten met de boot van Punta Sabbioni naar Piazza San Marco, het grote en bekende plein in Venetië.

Een heen-en-weertje kost 15 euro, maar voor 20 euro kan je dan ook binnen Venetië de waterbus vrijelijk gebruiken. Lijkt mij leuk. Ik doe het. Ik moet het kartonnen kaartje éénmalig activeren en vervolgens opent de ingebouwde RFID-chip de deuren naar de platforms. Dat hebben die Italianen beter voor elkaar dan de afgekeurde hogesnelheidstreinen die ze naar Nederland hebben verscheept.

Het is lekker druk maar als je een beetje uit de mainstream van de andere toeristen blijft, dan is het goed te doen. Natuurlijk kom ik langs de brug der Zuchten. Eén van de bekendste bruggen in Venetië. De brug is een verbinding tussen het Dogepaleis en de gevangenis. En verderop de Rialtobrug over Canal Grande natuurlijk. De brug stamt uit 1591. Ik wil bij een andere brug een foto maken zonder toeristen, maar dat is een kansloze missie. Als Lemmingen blijven ze komen. Japanners! Grrr…! Ik moet trouwens ook altijd aan Pearl Harbor denken….

Er staan flinke rijen belangstellenden voor de Basilica di San Marco, Piazza San Marco patrimonio dell’Umanità en de Logetts e Campanile. Die moet je gezien hebben natuurlijk. Maar ik heb geen drie dagen. Ik heb maar één dag. Dus niet in de rij voor mij. Gelukkig maar. Een Duitser roept naar jongelui dat het verboden is om de duiven te voeren. Jaja, de Duitsers zullen ook de regeltjes eens niet uit het hoofd kennen. Wat een natie, hè. Op dezelfde hoop als de Jappen. Kijk maar naar hun bombardement in mei 1940 op Rotterdam… Hahaha. Lekker ff trappen.

Jaren geleden reed ik voor mijn werk elke dag van Linschoten naar Veghel. Bijna 180 km per dag. En het laatste stuk de teller op maximaal 80 km langs het Wilhelminakanaal. Kwam geen eind aan. Staat er plots een keer iemand water uit het kanaal te drinken. Ik stop en roep dat het water sterk verontreinigd is. ‘Wass sagen Sie?’, krijg ik als antwoord terug. ‘Immer mit zwei Händen trinken!’, roep ik en rijd vlug verder.

Terug naar Venetië. Ik wandel langs alle beroemde merken zoals Versace, Prada, Michael Kors, Chanel, Gucci etc. Die merken draaien hun hand niet om voor een handtasje van drieduizend euro. Ik sla al op tilt bij een nieuwe tanktas van BMW voor 230 euro.

Ik zie talloze mensen selfies maken. Honderden! Kom je terug van vakantie, heb je alleen maar foto’s van je eigen ponem. Die had je net zo goed thuis op je eigen balkon kunnen maken. Of snap ik iets niet?

Ik heb verder ook geen idee hoelang geleden de Japanners met elkaar hebben afgesproken om zich zo stijf mogelijk vóór het onderwerp te positioneren en zich vervolgens ‘spontaan’ te laten fotograferen. Ze doen het allemaal exact op dezelfde manier. Lemmingen dus, dat schreef ik al.

Ik wandel door de straatjes naar Cannaregio, het oudste en meest authentieke deel van Venetië. Het is het oude 16e-eeuwse joodse getto. Het is prachtig.

In tegenstelling tot Rome zijn er hier geen Afrikanen die armbanden, zonnebrillen, horloges en andere zooi verkopen. Er ligt ook nergens troep op straat en ik zie gemeentepersoneel de pleintjes en straten vegen. Hier is de toerist echt de bron van inkomen. Venetië houdt Venetië schoon.

Ik zie ook nauwelijks politie. Dat is best wel logisch. Er zijn hier alleen maar toeristen die naar de cultuur en de historie komen kijken. Niemand komt hier om rotzooi te schoppen. Daarnaast zit je op een eiland en kan je nooit snel wegkomen.

Ik kijk bij een paar mannen die Het Nieuwe Venetië aan het maken zijn. Onder de grond van de eeuwenoude stad komt glasvezel. Op naar de volgende eeuw, want het leven gaat door.

Ik spring een paar keer op zo’n watertaxi. Dat is erg leuk. En gelijk een hele andere manier om Venetië te beleven. Op de kruispunten van waterwegen komen alle vaartuigen elkaar vaak tegen: waterbussen, lijn 1 en 2 en 3, taxi’s en gondels. Alles door elkaar. Mooie chaos. Whoeiii! En het gaat allemaal goed en lekker relaxed.

Een hele mooie dag vandaag. Venetië is echt een aanrader! Het is bijzonder. Pak het vliegtuig en stap op de waterbus naar je hotel. Voor 5 euro mag je de hele dag op de waterbus springen. Die gondels laat je links liggen. Ze zijn veel te duur. Ik ben een keer met een gondel het Canal Grande overgestoken. Voor 2 euro. Wat een Hollander, hè… Dus Venetië doen! Niet in het weekend natuurlijk. Het is best een dure stad, dus eerst ff sparen.

ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Ik bedenk mij plots dat mijn BMW wel veel op de foto staat. Zij gaat altijd een beetje extra rechtop staan, laat haar spiegels extra blinken en steekt haar tank naar voren als ik met mijn iPhone in haar buurt rondloop….

Zou mijn Duitse BMW dan tóch stiekem een Japanner zijn?

Genoeg gevangen voor The Catch of The Day! Kijk maar mee.

Coos op Reis: DOORKIJKBLOUSE

Het is bewolkt en ik hoor de regen zachtjes op mijn plastic dakkie tikken. Tik-Tik-Tik. Regen, das lang geleden! Maar het is 17 graden, de temperatuur valt best mee. En mijn ijzeren ros staat gelukkig overdekt, dus we kunnen samen opzadelen en inpakken zonder dat wij nat worden.

(We vervolgen onze serie Coos op Reis. Lezen aflevering 65…..)

Terwijl ik met mijn spullen aan het rommelen ben, stapt de buurman naar buiten. Hij heeft in precies zo’n zelfde huisje, ook zonder eierdopjes, als ik geslapen. Alleen …. hij stapt in zijn Maserati diesel. Jôh, ik wist niet eens dat ze bestonden en ik dacht dat huisjes zonder eierdopjes voor arme gepensioneerde motorrijders zoals ik waren. Zo’n auto kost ruim een ton.

Het campingrestaurant is gewoon open, maar er is niemand van het bedienend personeel aanwezig. Daarom haal ik de receptioniste op. Het allereerste dat deze dame doet, is de televisie aanzetten. Dat is immers het allerbelangrijkste, nog vóór de verse koffie, vóór de verse jus en vóór de warme croissants. Ik snap dat ondertussen wel.

Na mijn ontbijt op de camping is het droog. Gelukje. Ik stap met het regenpak in de aanslag op de motor.

Na vijftien minuten is het geluk op en sta ik in een bushokje dat regenpak aan te trekken.

Het heeft hier een hele poos niet geregend en de weg is aalglad. ‘Een beetje minder kolen op het vuur stokertje, en kalm aan met die soms ontembare paardenkrachten’, roep ik vanachter mijn loketje. Ik draai mijn windscherm een stukje naar beneden in de hoop dat de wind dan wat meer de regendruppels van mijn vizier blaast.

Verderop zit ik echt op de verkeerde weg. Gatver, het is een tweebaansweg, strak rechtdoor, gelijkvloerse kruisingen en heel druk. Niet normaal. Er zitten acht vrachtauto’s vóór mij en tien achter mij. Dat voelt niet veilig. Vrachtauto’s hebben met hun 12 brede banden veel meer grip dan ik met op mijn twee smalle loopvlakjes. Ik sla af en rijd de veel rustigere polder in. Dit is een stuk leuker. Het is hier 5 meter onder NAP. Net zo laag als bij ons thuis in Linschoten.

De drukke doorgaande weg van zonet is bijna niet te vermijden in dit waterrijke gebied. De bruggen zijn onderdeel van de weg. Elke keer kom ik weer bij die drukke weg. Dus een poos later moet ik weer de route verleggen. Zo hop ik van gehucht naar gehucht.

Ik laat bij Comacchio, in een ouderwets wegrestaurant voor chauffeurs, een lekker warm broodje salami-kaas klaarmaken door een mevrouw die met haar doorkijkblouse aan alle truckers net zoveel bloot geeft als ik, met mijn dagelijkse reisverslagen. Over wat ik doe, denk, eet en lik. En ook steeds weer alle tyfuszooi toon die ik elke keer op bedden in vreemde slaapkamers flikker waar mijn voorgangers hebben liggen rotzooien. Zou er een foto zijn, mannen? Is de paus katholiek? Whoehaa!

Het wegrestaurant is zo stokoud dat het nog de ouderwetse hurktoiletten heeft. Bretels van een motorbroek zijn daar gevaarlijk, denk ik. Gelukkig hoef ik het risico niet te nemen. Mijn boodschap ligt op mijn vorige overnachtingslocatie. Weten jullie dat ook weer.

Onderweg zie ik bewegwijzering naar Lombardije. Grappig, ik woonde van 1960 tot 1973 in Lombardijen in Rotterdam. De wereld blijft klein. In Bosco Mesola verbaas ik mij over de foto’s op het monument van de gevallenen. Nog niet eerder zo gezien. En dan zo’n snuitje van een kind er tussen. Wat oneerlijk.

Onderweg plots een bord van een BMW Motorrad dealer. Potver. Effe een vet shirtje scoren. Zijn ze gesloten. Had ik niet verwacht…

Na twee uur rijd ik de regen uit en wordt het 25 graden. Het heeft hier zelfs nog niet eens geregend.

Ik heb voor Venetië een strategisch aanvalsplan bedacht en maak een ruime omtrekkende beweging. Ik zoek en vind een mobilehome op Camping Miramare Venezia op 700 meter van Punta Sabbioni. En dat is voor mij helemaal prima. Mijn motor staat hier niet voor veel geld op een grote anonieme parkeerplaats, maar gewoon op het overdekte terras van mijn caravan.

Van Punta Sabbioni kan ik morgen met de boot in 40 minuten naar Venetië varen. Ik stap dan bij het San Marco plein uit. Dan struin ik door Venetië en mag met hetzelfde kaartje gratis met de watertaxi (Vaporetto). Wat een geluk, hè? Ik kijk er naar uit!

‘s Avonds in het restaurant, hier een paar honderd meter verderop, geven ze mij precies het juiste tafelnummer…

Als ik klaar ben met eten, kan ik echt niet weg. De regen komt werkelijk met bakken naar beneden. Wat een noodweer. Dus … nu moet ik ook nog persé een toetje nemen en begin ik maar vast aan mijn reisverslag. En terwijl ik dat typ, luister ik in mijn kleine wereld via mijn koptelefoon naar het nummer Time of Ye Life, Born For Nothing van Crippled Black Phoenix van hun prachtige album 200 Tons of Bad Luck uit 2009. Man, wat word ik nou blij en extra gelukkig van zo’n stukkie muziek… Het nummer duurt bijna 19 minuten. Mooie tekst ook aan het begin met ‘you only gonne be here one time in life, so get the most out of it’.

Yeah, dát lukt! Welterusten!

Coos op reis: VAKANTIEHUISJE ZONDER SEX

Het is 2 mei, als ik dit schrijf. Er is vandaag zon en bewolking.
Het is rond de 20°, dus het allermooiste weer om motor te rijden.

(We lezen aflevering 64 in onze serie Coos op Reis.)

Ik vervang eerst het defecte iPhone-kabeltje van mijn powerbank. Zonder stroom op mijn iPhone kan ik heel veel dingen niet. Natuurlijk heb ik een extra kabeltje bij mij. Alleen Sissies hebben dat niet…

Bij het afrekenen legt de receptionist van de camping een rekening van 150 euro op de balie. Ik kijk gelijk om mij heen of Bananasplit hier is. Maar helaas. Na wat vechten krijg ik een nieuwe factuur van 38 euro. De afspraak was immers dat ik mee kon liften op de aanbieding van 1 mei. Snel verdiend. Goedkope dag. Als jullie Janny tegenkomen, vertel haar dan svp…..

Tevreden met mijn kleine overwinning ga ik op weg. Ik volg een stuk de kust, draai dan het binnenland in en kom al rap in een mooie bergachtige omgeving. Het is een randje van de Apennijnen. Pas een hele poos later zakken we weer richting de kust.

Bij Marcelli ontdek ik in de verte steile krijtachtige rotsen. Ik stop aan het strand voor een foto. Een schilder werkt met een grote kwast wat witte panelen en deuren bij. Hij teert de verf er maar een beetje tegenaan en schildert alleen de heel lelijke, verweerde stukken. Vanaf dichtbij knapt het wellicht wel wat op. ‘Het ziet er vanaf hier echt niet uit, hoor!’, roep ik hard, tijdens het wegrijden richting het haventje. Vriendelijk steekt hij zijn hand op en zwaait terug. Een taalbarrière kan ook voordelen hebben….

Ik kom in een ander bergachtig stuk van de Apennijnen. Het doet hier wat Oostenrijks aan en de wegen zijn erg bochtig. Ik heb de laatste tien jaar een aantal speciale motortrainingen gevolgd. In Nederland, maar ook in het buitenland. Tijdens deze trainingen leer je o.a. dat je met je motor zolang als mogelijk aan de buitenkant van de bocht moet blijven. Omdat je motor dan langer rechtop staat, jijzelf meer zicht in de bocht hebt, jij eerder gezien wordt en na het kantelen van je motor jij weer aan de veilige binnenzijde van de weg terechtkomt. Buiten blijven, buiten blijven, buiten blijven en dan pas kantelen, leerden we toen.

De Italianen hebben deze training echter niet gevolgd. Met alle gevolgen. Als ik de theorie van mijn trainingen blijf volgen, dan eindig ik ongetwijfeld nog eens met mijn hoofd in een Fiat Croma. Dus middel ik maar een beetje. Zeker niet rechts teveel naar de buitenkant. Want daar snijden die tegemoetkomende spaghettivreters met grote snelheid blindelings hun bochten af. In hun auto voelen zij zich allemaal Alberto Ascari.

Als rechtgeaarde Hollander probeer ik de woekerprijzen van de bediende benzinepompen natuurlijk te vermijden. Vrolijk fluitend rijd ik dus na lang zoeken een pompstation in met normale brandstofprijzen … en is alle brandstof uitverkocht. Alle tanks zijn leeg! Tja, iedereen komt híer tanken, natuurlijk. Ik denk dat de Italianen zelf ook best van al die bediende pompen af willen. Het verschil tussen 1,58 en 1,74 is gewoon te groot. Bediend tanken? Jôh, dat komt uit de jaren zestig en hoort bij stoomboten, telefooncellen en fax-apparaten. Onzinnige werkverschaffing.

Onderweg waarschuwt mijn navigatiesysteem mij steeds voor de oranje flitspalen die veelal aan het begin van de dorpjes staan. Het zijn net grote oranje vuilcontainers. Italië heeft ze nog niet zo gek lang massaal in gebruik genomen. De flitspalen staan er altijd, alleen weet je nooit zeker of er ook daadwerkelijk een camera in zit. Dat is elke keer een gokje. Nou, ben erg benieuwd wat er straks voor enveloppen uit Italië op de mat vallen.

Op jacht naar een goed plekkie om de door mijzelf in de supermarkt samengestelde risotto-salade op te eten, stuit ik op een wel heel erg laag viaduct. Dat de Italianen klein zijn is bekend. Maar nu moet ik mijn kin op mijn tanktas leggen om er onderdoor te kunnen. Maar het lukt. Ik ben nog lenig op mijn ouwe dag.

Rimini laat ik rechts liggen. Daar keken we in het verleden al eens naar binnen. Dat trekt mij niet zo. Te hoog Frietje-van-Pietje- en hamburgergehalte. San Marino ligt in de buurt. Het is een apart ministaatje, maar dat komt qua planning nu ff niet uit. Ik ga door, anders kom ik te laat op mijn overnachtingsplek aan.

Nog even met de veerpont naar Porto Corsini en dan ben ik op de camping. Ik ben hier voor één nachtje. Het is een tweesterren-camping. En ook een tweesterren-huisje. Dus stel ik weinig eisen. Maar in dit simpele huisje van 40 euro is werkelijk helemaal niks. Ja, twee gezellige TL-balken. Het warm water staat nog niet aan. Er is geen vork, geen glas, geen lakens en dekens en zelfs geen toiletpapier. Maar…die toiletrollen heb ik natuurlijk bij mij. Nog van thuis. Die hebben heel wat kilometers gemaakt. Ze zaten waarschijnlijk klem want ze zijn nu vierkant. Maakt niet uit. De motor staat een meter van de voordeur overdekt op het terras en ik kan via het strand naar het dorp wandelen om daar te eten en door het pikdonkere bos terug. Das weer eens iets anders.

In het dorp zijn de meeste restaurants gesloten. Het horecapersoneel ligt voor pampus achter de televisie, moe van de feestdag gisteren. Eén restaurant is wel open. En daar tik ik de hoofdprijs af voor mijn diner. Pfff…

Morgen reis ik verder. Naar Venetië! Kijken of ik iets slims kan bedenken om daar handig te komen….

Verder nog iets leuks? Jazeker! Loop ik in het dorp, hoor ik een Sinterklaasliedje spelen op de kerktoren. Ik heb het eerst niet in de gaten. Ik loop gewoon ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’, mee te zingen. Gekke Italiaanse kerktoren. Of zou ons Sinterklaaslied gewoon een oud deuntje van die Romeinen zijn?

Owja. En ik babbel in het dorp even met een prachtige poes. Jeeetje, wat is-tie móói!

VAKANTIEHUISJE ZONDER SEX

Stel jezelf nou eens voor dat je als familie drie weken met elkaar op vakantie gaat. Naar Italië. Je kijkt er al de hele winter naar uit. Je vrouw heeft speciaal een piepkleine bikini gekocht waar jij alle lange, hete stranddagen naar mag gluren.

En dan kom je vervolgens in dit huisje van mij terecht. Jullie hebben twee kinderen. Van een jaar of twaalf. Die alles al weten… En dan slapen jullie allemaal in één kamer in je eigen éénpersoonsbed… Fijn voor je sexleven… Gelukkig staat er ook een grote televisie…