Tagarchief: motorreis Zuid-Europa

Coos op Reis: THUIS!

Vandaag publiceren wij het 71e, en laatste verhaal van onze motorreiziger Coos van der Spek. In deze serie dan hè, want, we gaan samen met Coos mooie dingen doen hierna.

Wordt vervolgd.

We hebben vanaf februari tot nu al zijn verhalen gepubliceerd over de drie maanden durende motorreis die Coos heeft gemaakt door Zuid-Europa.

Je kunt ze allemaal teruglezen in de serie “Coos op Reis“. 

Het is 9 mei. Dit is mijn allerlaatste reisdag. Voor mij een dag met twee kanten. Heerlijk om straks weer thuis te zijn. Maar ook jammer dat morgen mijn avontuur voorbij is. Het is prachtig weer. Strakblauw en geen wolkje aan de hemel. Tot exact 09:30 uur kan ik beneden ontbijten, leerde ik gisteren van mijn hospita. Háál ik makkelijk, Duitser! Pfff…

Ik pak voor de allerlaatste keer al mijn zooi in en bind het allemaal weer op de motor. Dat ga ik morgen zeer zeker allemaal niet missen. Vanaf morgen liggen mijn tandenborstel en onderbroekies weer op dezelfde vaste plaats.

In mijn Garmin-navigatiesysteem laad ik de route richting Maastricht. Dit is de oudste internationale route die ik ooit ontwierp. Nog met Excel. Ik schat in 2004 of zo. Ik neem afscheid van de vriendelijke dame, start mijn motorfiets en vertrek.

Eerst wip ik even de grens over en gooi in Luxemburg fluitend voor € 1,23 mijn tank vol. Dan pak ik de route op en rijd een stuk door Duitsland naar het noorden. Na een poos kom ik vervolgens via Vianden weer terug in Luxemburg. Net voorbij Vianden geniet ik van het stoere asfalt op de 322 bij het waterleidingsbedrijf. Man, wat een vreselijk mooi stukkie weg blijft dat. Wat een circuit. Van die mooie lange doorlopers die je met zeer hoge snelheid kunt nemen. Vanwege de bepakking houd ik snelheid en hellingshoek vandaag beperkt. Als ik hier de bocht uitga, dan kom ik nooit meer thuis.

Ik rijd verder, kom op de N25 bij Kautenbach en vervolg mijn weg naar Merkholtz. Ook weer zo’n superstuk voor de motor. Wat een plezier en wat een mooie strakke weg. Mijn credo: in Duitsland slapen, eten en Hefeweizen drinken en in Luxemburg tanken en rijden. Plezier gegarandeerd. Luxemburg is en blijft toch een van de mooiste landen om motor te rijden. En lekker dichtbij.

In een aanhanger is vast een groot blik witte verf omgevallen. De man is vervolgens half Luxemburg doorgereden. Ik kom het verfspoor letterlijk overal tegen. Ik moet er hartelijk om
lachen. Ha, daar heb je de schilder weer, denk ik steeds…

Ik kan mijn foto’s aardig kleuren, maar die Luxemburgers kunnen er met hun kleurige huizen ook wat van. Ze zijn een fraai onderdeel van een prachtig decor.

Ik gluur even binnen bij een kleine houtzagerij. De man zet speciaal zijn kraan even stil voor de foto. Dit is vast niet de belangrijkste bron van inkomen van Luxemburg.

Ik stap weer op mijn motor en ontdek dat de bomen van één boomsoort met elkaar hebben afgesproken om vandaag alle pluisjes los te laten. Het is soms net een sneeuwblizzard waar ik in rijd. Ik houd mijn vizier maar dicht.

Ik rijd België in en passeer Vielsalm en Trois-Ponts via een voor mij, en veel van mijn oude motormaten, een bekende slingerweg. Daar scoor ik een broodje met pikante tonijn. Vervolgens dender ik langs Coo, Stoumont en Spa. Allemaal erg vertrouwd.

Bij Theux is het 29 graden. De laatste 50 km van deze route is toch niet zo interessant, dus pak ik vanaf hier de snelweg. Eerst naar Maastricht en dan via Eindhoven en Den Bosch naar Linschoten.

Rond 18:00 uur zet ik mijn motor tikkend in de garage en kus ik Janny gedag. Ze is mooi aangekleed en ruikt heerlijk. Natuurlijk neem ik haar ‘s avonds mee uit eten om alles te vertellen. Janny heeft immers geen Facebook…

En morgen halen we onze nieuwe auto.

Over een paar dagen gaan we samen met de auto op vakantie naar Zuid-Frankrijk.

Kut-leven!

THUIS

Ik ben weer gezond en wel thuis in Linschoten. Tweeëneenhalve maand op reis! Vanaf nu voorlopig geen telefoonsex meer….

Ik dacht heel lang geleden al: ik ga ooit drie maanden met de motorfiets weg en kijk dan wat mij dat biedt. Hoe is het om al die tijd alleen te zijn? Hoe is het voor mij om mijn leventje los te laten? Werkloos te zijn? En wat mis ik dan? Ben ik er sterk genoeg voor? Zelfstandig genoeg? Ik wilde het ervaren, voelen, meemaken.

Mijn reis was voor mij een unieke en fantastische ervaring. Het was heerlijk. Om nooit te vergeten. Al die vrijheid. Elke dag weer. Elke dag buiten. Teruggeworpen worden op mezelf. Alles alleen doen. Lichamelijk en geestelijk. Ik. Samen met mijn motorfiets, mijn altijd trouwe maatje. Geen wingman, geen backup bij mij. Het midden vinden tussen voorzichtigheid en risico’s nemen. Vinden ze je ooit als je ergens de bocht uitvliegt en naar beneden kukelt? Avontuur zoeken! Het onbekende. Spanning meemaken. Vertrouwen op mezelf. Mijn voelsprieten altijd uit. Instinctmatig handelen. Mijn gevoel volgen. Mijn eigen normen en waarden blijven hanteren.

Voor mij was dit het ultieme begin van mijn pensioenleven dat op 13 november 2017 begon. Ik had het allemaal niet anders willen doen. Een meer dan tien jaar oude droom die werkelijkheid werd. Droom tijdens je leven, maar ook: lééf je dromen!

Wat was het grootste gevaar? De weg en het verkeer? Nee, ik denk dat niet. Ik schreef al eerder: dat motorrijden zit in mijn genen. Ik voel mij altijd veilig in het verkeer. Ik heb er controle over. Dat heb ik van mijn vader meegekregen. Ik reed al vrachtauto toen ik tien jaar was. Op een glijpartijtje door slecht asfalt rijd ik dan ook al ruim vijftig jaar schadevrij met auto en motor.

Met die crimineel in het donker meegaan naar een besloten feestavond dan? Mwah, daar zou ik wellicht een volgende keer iets langer over na moeten denken. Dat was achteraf misschien niet zo heel verstandig. En zeker niet toen ik aldaar van anderen hoorde dat het een crimineel was. Maar ja, met mijn 1.95 meter vallen ze mij niet zo snel lastig. En ik kan, ondanks mijn 69 jaar, nog steeds 10 km hardlopen, vergeet dat niet….

Ik denk dat je in Europa geen groot gevaar loopt.  Ik heb ook nergens agressie gezien of meegemaakt. En als je altijd maar goed uitkijkt en scherp blijft. Helemaal met foto’s maken en de weg oversteken. Dan moest ik altijd wel even extra attent blijven.

Ah …. wil je een advies van mij? Is dat waarom je nu nog steeds aan het lezen bent?

Hier komt mijn advies. Doe het! Ga!

Het hoeft echt niet persé drie maanden te zijn. En je hoeft niet persé al gepensioneerd te zijn. Vier weken is ook fantastisch. Dat is op je werk best te regelen. Geniet van het leven. Nú! Je weet nooit wat de dokter je morgen vertelt. Ik heb bijna vijftig jaar in de ICT gewerkt en met collega’s gewerkt die nog geen veertig jaar oud werden. Ik heb een paar weken geleden nog een collega weggebracht. Investeer in ervaringen en in herinneringen. Lééf je dromen! Een nieuwe iPhone is na een paar maanden al verouderd. Maar dit soort verhalen worden alleen maar mooier en kleurrijker in je hoofd.

Ga je het doen? Echt? Heel goed! Neem dan vooral minder mee dan ik. Véél minder. Motorrijden is het leukst als je lekker lichtvoetig rijdt. Ik had veel te veel bij mij. Dat doe ik de volgende keer anders. Nee, ik heb mijn tent niet gebruikt. En ook mijn elektrische bandenpomp niet. En ook de verzekering van mijn motor niet, de zorgverzekering niet, de verbandtrommel niet etc. Gelukkig maar…

Ik heb een kleine 10.000 km gereden. Ik had in Spanje nieuwe banden nodig. Die banden waren voorzien. En in Oostenrijk had ik 400 cc olie nodig. Dat was niet gepland.

Wat heb je nodig?

Een vrouw die het goed vindt dat je gaat! Eentje die weet dat het belangrijk voor je is. Eentje die erop vertrouwt dat je voorzichtig bent en weer veilig terugkomt. Eentje die het thuis ook in haar eentje rooit. Dat is een eerste vereiste. Anders ben je kansloos. Janny, bedankt! Dikke kus.

Maar je hebt nog meer nodig! Geld! Ik denk circa een euro per kilometer. Ik heb ongeveer 10.000 km gereden. Het overnachten was het duurst. Dan de brandstof en dan het eten en drinken. Kan het goedkoper? Jazeker. Met een tentje. Maar vertrek dan niet op 28 februari. De nachten zijn tot ver in april nog best koud. Ga dan lekker in de zomer en trek een doorwaaipak aan. Gebruik gewoon je regenpak als het ff fris is. Dat werkt prima. Je weet het: travel light!

En je hebt een goede en betrouwbare motorfiets nodig. Eentje die je niet in de steek laat. Die goed is nagekeken voor je vertrek.

Bedankt voor jullie enthousiaste reacties! Het heeft mij gestimuleerd om elke dag een reisverslag te schrijven en mijn foto’s te publiceren. Dat was ik eigenlijk in deze vorm van tevoren helemaal niet van plan. Maar het ging vanzelf. Het is voor mij een prachtig document geworden om alle herinneringen levend te houden. Ik heb ze inmiddels gebundeld en alles is klaar om in een boek te stoppen….

Ga ik noges? Absoluut! Ik weet nog niet in welke vorm en hoe en waarheen, maar het avontuur trekt enorm. Een keer naar de Balkan? Dat staat al veertig jaar op mijn lijst. Dat kon op ons Hondaatje met haar 10 litertank in de jaren zeventig persé niet. De brandstofpompen lagen verder uit elkaar dan de actieradius van de Honda. En wellicht dan doorrijden via Albanië naar Griekenland? Of met een Royal Enfield Himalayan door India? Of eerst eens naar Frankrijk met de tent en de auto? Net als toen ik jong was? Nog geen idee. Maar zeker ga ik iets doen. Achter de geraniums zitten doe ik wel als ik 90 ben.

Nou, je snapt het. Het was super! Van mijn kant heb ik alles met genoegen gedeeld. Bedankt voor alle tips en aangeboden hulp en alle reacties onderweg. Heb ik erg gewaardeerd.

Tjúúús! Coos van der Spek, Linschoten

Wil je met Coos contact opnemen, stuur dan een e-mail naar redactie@ikzoekeenmotor.nl en wij koppelen jou aan hem. Je vindt hem uiteraard ook via onze besloten groep op Facebook.

Namens de redactie, en ik weet zeker, namens heel wat lezers, willen we Coos bedanken voor zijn prachtige verhalen, we komen daar volgende week in een artikel op terug. Wat Coos ons gebracht heeft, en wat de plannen voor de toekomst zijn, het wordt vervolgd.

Coos op Reis: slapen, bij een andere vrouw

Het is 8 mei vandaag, prachtig weer en een strakblauwe hemel.

(Redactie: het was 8 mei toen Coos dit artikel schreef, nummer 70 in onze serie Coos op Reis, we publiceren later….  in het volgende motorverhaal komt Coos weer thuis.)

We hebben vannacht samen lekker dichies-bij-dichies geslapen en rijden kort na tienen weg. Dat is een mooie tijd. Ik heb vakantie, hè! Dus geen gehaast. Ik hoef niet naar mijn werk of zo. En er zit vandaag nog niemand op mij te wachten.  Het wordt een warme dag, dat voel ik nu al.

Waar heb ik al dit mooie weer toch aan verdiend? Ik heb in alle landen alle regels en geboden aan mijn grote motorlaarzen (maat 46) gelapt. Te hard gereden, foutief ingehaald, voorrang genomen, over de doorgetrokken streep geraced, door donker oranje gereden, kutbrommertjes klem gereden, ouwe vrouwtjes laten schrikken, tegen het verkeer in gemanoeuvreerd, verkeerd geparkeerd, teveel in de zon geweest, teveel gelopen, hard kut geroepen als ik struikelde, teveel gegeten, gedronken en noem maar op. En toch blijft elke dag dat mooie weer maar komen. Misschien hebben ze mijn misdaden gewoon niet gezien…. Ik ben ook niet zo’n opvallend type, nu ik er eens goed over nadenk.

Ik zie op mijn Garmin-navigatiesysteem dat ik nog circa 700 kilometer van huis ben. Dat is een mooi stukkie om in tweeën te delen en lekker nog wat binnendoor te prutsen.

Dat toeristisch rijden bevalt mij erg goed, overigens. Dat wordt straks met de ritten van de motorclub weer even omschakelen. Dan zien we alleen maar asfalt, links en rechts een waas van bomen en kijken we alleen maar naar de strepen op de weg. Anders vliegen we de bocht uit.

Ik laad een oude route van een paar jaar terug en ga op pad richting Bollendorf in Duitsland, vlak bij de grens met Luxemburg.

Het is 17 graden en das net nog een tikje fris met alleen een piepdun shirtje onder mijn motorjas. Mwah, het is maar 80 kilometer Autobahn, dus ik neem de gok. Het valt mee.

Op de Autobahn waarschuwen borden voor een hellingspercentage van 6% gedurende 4 kilometer. Snelheidscamera’s zorgen ervoor dat de auto’s zich aan de snelheid houden.

Ik begin de daling op 775 meter hoogte. Ik denk aan Peter Hermens. Hij zou vlot uitrekenen hoe hoog ik over 4 kilometer nog ben met 6% daling.
Tja, en dát komt dan weer door het kerstdiner met de familie en Peter, vele jaren terug…

Janny en ik namen het reeds klaargemaakte eten in een plastic kratje mee naar de familie bij ma in Zwijndrecht. Omdat het buiten toch net zo koud was als in de koelkast, plaatste ik het kratje op het terras in de tuin. Toen het tijd was voor het diner, kwamen we erachter dat ook de rode wijn nog in het koude kratje stond. In vier graden dus. Geen paniek. Peter checkte het maximale wattage van de magnetron, de inhoud van de flessen, de buitentemperatuur, stelde de gewenste temperatuur van de rode wijn vast en berekende uit het hoofd het aantal minuten dat de flessen in de magnetron moesten. En … de wijn was super!

Nou, ik ben een gewone boerenlul en ik zie pas na 4 kilometer hoe hoog het hier is. En nog belangrijker: het is hier gelijk 23 graden! Dat zou zelfs Peter niet weten. Whoeiii….!

Een Poolse vrachtauto is duidelijk niet gewend om in de bergen te rijden. Ik ruik dat hij zijn remmen aan het verbranden is. Gauw er achter vandaan. Na een klein uur mag ik de Autobahn af en kan ik lekker binnendoor rijden. Het feest gaat weer beginnen.

Ik meander kilometers lang mee met een prachtig authentiek regenwaterriviertje dat zich heel lang geleden in de kleigrond een weg heeft gebaand. Erg bijzonder voor mij, ik blijf er maar naar kijken. Zo mooi en ik kan daar zoveel fantasieën over hebben, jôh. Hoe oud zou dat riviertje nou zijn? En wat en wie heeft dat riviertje allemaal gezien? Wie is er in verdronken?

En ik blijf maar blij en gelukkig van al dat mooie groen. Ik maak foto’s aan de doorgaande weg en zwaai luchtig naar een Duitse motorrijder. Hij komt prompt terug om te vragen of alles in orde is en of ik hulp nodig heb. Weet hij veel dat ik zijn groene bomen zo mooi vind. Haha.

Motorrijders onder elkaar. Het blijft uniek. Toen ik in 1970 ging motorrijden, waren er minder dan 30.000 motorrijders in Nederland.

Nu meer dan een half miljoen. Maar het sfeertje blijft. Ongeveer dan.

Ik rij op de Weinstrasse van Stromberg en stop omdat het stoplicht op een kruising op rood gaat. Ik gluur een beetje gedachteloos om mij heen en check na een halve minuut het stoplicht. Verrek, alle stoplichten zijn plots uit! Huh? Ik ben even de weg volledig kwijt. Waarom sta ik hier eigenlijk? Nou, ze zijn hier gewoon klaar vandaag met kleur geven. Of zo. Ik geef een poep gas en speer er vandoor. Gekkenhuis.

Bij Knielingen steek ik de Rijn over. En daar besluit ik dat ik honger heb. Kort daarna dender ik een dorpje in.

Ik koop een broodje en wat fruit …

Fruit koop je immers gewoon bij de bakker.

 

Ondertussen zie ik dat het 28 graden is. Man, wat ben ik blij met mijn textielen doorwaaihandschoenen van Rukka. Koele handen houden je hoofd koel.

Ergens onderweg halen ze sjalotjes uit de grond. Ik ruik ze eerder, dan dat ik ze zie. Mmmmm….! Net een Franse groentewinkel. Tientallen mensen staan gebukt hun zware werk te doen.

Bij Neustadt an der Weinstrasse doemen in de verte de bergen op. Op de voorgrond de verse druivenranken voor de wijn van dit komende wijnjaar.

Het is nu 29 graden. Verderop is de weg afgezet vanwege een ongeluk met een bus. Gewoon midden in de polder. Hoe kan dat nou? Ik zie weer politie en ambulance staan. En na een paar minuten landt zelfs de traumahelicopter. Narigheid op het platte land. Snel er vandoor.

Ik kom in de bergen en rijd door een prachtig bos. In de schaduw is het heerlijk koel. De zon brandt het hars uit de naaldbomen. Ik ruik het. Van dat bos hebben ze sinds kort een natuurpark gemaakt. Op zaterdag en zondag is het verboden voor motorrijders.

Ook de weg naar Johanniskreuz is in het weekend afgesloten voor motoren. Logisch, want de weg kronkelt heel spannend als een slang door het gifgroene landschap. Dus maatjes, wijzig de route voor over drie weken. Dit is een topper om te rijden!

Ik ben het zat na de vijfde omleiding. Het is ondertussen tegen half zes en de avondspits is lekker op gang. Het is druk en warm en ik rijd door een woud van stoplichten. Ik erger mij aan die braveriken die 26 km rijden waar je 30 km mag. Grrrr…!

De laatste 130 km neem ik de snelweg. Veel sneller en koeler. En je mist Saarbrücken. Het is erg leuk om elke keer op jacht te gaan naar een slaapplek. En een bed te schieten. Spannend. Mannen zijn jagers. Dat is toch de natuur, hè?

Vandaag slaap ik in een Landhotel. Landhaus Oesen. Maar het is gewoon kamernummer 2 bij een oude mevrouw in een huis bij Bollendorf. Leuk en rustig. 40 euro met ontbijt en balkon met uitzicht. En gelukkig is het password van de WiFi niet zo lang : 7922382771669327. Zij kent het uit haar hoofd.

Ik dacht vanmorgen: ik schrijf vandaag een kort verhaal. Kunnen we zachtjes afkicken. Das niet gelukt. Wel minder foto’s. Maar dat komt omdat ik 450 kilometer moest overbruggen vandaag.

Pittig dagje! Pffff….

EN VANNACHT … SLAAP IK ZELFS BIJ EEN ANDERE VROUW….

Ik vertel Janny dat ik een oude mevrouw vond die een mooi pension bestiert. En hoe oud is die mevrouw?, vraagt Janny. Ik stuur haar een foto als bevestiging…

Maarruh …. is zij het wel…?

Coos op Reis: Vannacht slapen we weer bij elkaar

Nog een paar verhalen, en onze schrijver Coos van der Spek is thuis. Zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa hebben wij via zijn dagboekverslagen dit jaar (vanaf februari) ongeveer wekelijks gepubliceerd.

Hier nummer 69 in zijn serie “Coos op Reis”.

Het is stralend weer. Geen wolkje aan de hemel. Het is circa 20 graden. Ik zie op de Oostenrijkse buienradar dat het in de omgeving van Innsbruck vanmiddag gaat regenen. Goed dat ik vandaag weer verder reis. En bij de eindbestemming van vandaag is het prachtig weer, zag ik. Alles gaat passen. Top.

Ik was trouwens vroeg wakker vanmorgen. Pfff… Maar dat levert wel een mooi plaatje op van de opgaande zon op de besneeuwde bergen. Alpenglühen!

Ik reis slim via de binnenwegen van Telfs naar Reutte. Alleen als je in Oostenrijk over de tolwegen reist, moet je een tolkaartje kopen. In Oostenrijk is de benzine overigens retegoedkoop: € 1,26 voor een liter.

Ik heb voor mijn motor olie nodig. En wel nú! Ik had een half litertje mee moeten nemen. Advies aan mijn motormaatjes: heb het bij je als je een trip maakt van vele duizenden kilometers. Zelfs al rijd je met een Liquid Cooled versie van BMW. Elke verbrandingsmotor verbrandt olie.

Mijn mechanicien-op-afstand-van-Harmelen-tot-Loosdrecht adviseert mij om niet te wachten tot het lampje op het dashboard brandt. Ik zoek en vind olie 5W40. Het is niet precies de olie die mijn BMW graag in haar gaatje wil voelen, dus voor de zekerheid vul ik het peil slechts aan tot ‘acceptabel nivo’. Niet teveel. Het is best zo. Ik heb vanuit Italië voor volgende week een 40.000 km beurt gepland. Krijgt zij straks weer lekker haar orsinele olie.

Ik storm richting de Fernpass. Die reden Janny en ik in 1971 op een Honda 250cc. Twee personen op een minimotor plus tent, luchtbed, slaapzakken, kookspullen, een opvouwbare emmer, kleding en gereedschap bij ons. Ik snap er geen reet van. Hoe déden we het?

De B189 en de B179 zijn helemaal voor mij alleen. Normaal is het hier berendruk. Maar nu is het 10:30 uur en er is niemand op de weg. Gas-gas-gas! Ik glimlach onderweg om het bord ‘Ich bin der B179 und kein Mühlplatz’. Die slogan is mooi gevonden. Het klinkt een stuk vrolijker dan ‘gooi lekker je rotzooi zelf in de prullenbak’. Toch?

Ik verlaat hier zo’n beetje de omgeving van de besneeuwde bergen. De hele hoge punten zijn voorgoed voorbij. Ik kijk nog een keer weemoedig in mijn spiegels. Wat waren ze mooi. Tot volgend jaar. Of zo.

Kort na de Fernpass is mijn geluk op. Wegwerkers zijn grote stukken asfalt aan het vernieuwen. En dat is trouwens maar goed ook want het oude asfalt spiegelt zo erg dat ik mijn haar er in kan kammen. Bij wijze van spreken dan…. Er staat aan beide kanten 13 km file. Hatsekidee! Alles staat vast. De mensen staan buiten met elkaar te praten. Wat een narigheid om zo op vakantie te gaan.

Ik dender er brutaal met die dikke koffers langs. Ondanks het feit dat het op de tweebaansweg erg smal is. Gewoon ruimte claimen. Niet als een mietje vlak langs de stilstaande auto’s rijden. Als iemand een deur opengooit…. Nee, gewoon brutaal op de weghelft van de tegenliggers jezelf breed maken. Mistlampen en zo aan. Haha. Ik rijd heel wat uiterst geduldige Duitse motorrijders voorbij. Ze staan in de file op hun beurt te wachten. Braverikken! roep ik hard in mijn potje. Niemand volgt. Oelewappers. Maar ik ga echt niet in deze warmte in het rijtje tussen de gassende koekblikken staan. Ik speel een kwartiertje haasje-over tussen de auto’s en ben er voorbij. Vrrrroooeemmmm…..!

Bij Füssen kom ik Duitsland in. Mijn maatjes pakken daar over een paar weken gedurende 130 km de snelweg. Ik heb echter tijd zat en kies voor een stuk van de Romantische Strasse. Best gezellig in mijn eentje… Het is nog steeds strakblauw en ruim 23 graden. Prachtig motorweer.

Aan de Hopfensee betaal ik € 2,50 voor een expreszo. In Spanje betaalde ik soms maar 60 cent en in Italië bijna altijd één euro. Zo jammer. Maar de economie draait in Duitsland als een tierelier en daar betaal ik toch maar mooi aan mee. Dankzij mij gaat het hier goed, troost ik mijzelf. Ik reken af, start de motor en reis weer verder.

We rijden hier tenminste op 800 meter hoogte en toch is het landschap vaak nogal vlak of wat licht glooiend. Er zijn hier geen echte bergen en dalen. De boeren maaien het gras en dat zorgt voor prachtige lichte en donkere schakeringen in het groene landschap.

Dat groen. Het is fantastisch. Zo mooi. En het ruikt zoooo heerlijk. Gelukkig ben ik niet allergisch voor grasjes. Dat heerlijke luchtje trekt echter ook vliegende beesten aan en mijn windscherm en vizier zitten in een mum van tijd vol kadavers. Op een gelijkvloerse kruising heeft een erg vervelend ongeluk plaatsgevonden. Alle wegen zijn afgezet. Er staan vier politieauto’s, wel zes ambulances en er loopt veel personeel in fluoriserende kleding rond.

Bijna veertig jaar geleden heb ik eens nieuwsgierig bij een ongeval op de Duitse Autobahn even in een auto gekeken. Nadien kijk ik noooooit meer. Ik wil het persé niet meer zien en wil het ook niet meer weten. Dus ik kan je er niks van vertellen. Meer dan dit weet ik niet: zwaaiauto’s en personeel in gele jassies. Punt.

VANNACHT SLAPEN WE WEER BIJ ELKAAR…..

Ik heb een mooie overnachtingsplek gevonden in een zogenaamd Landeshotel, ten westen van Ulm. Op de menukaart staan asperges en ze adviseren er een mooi wit wijntje bij. Zo eentje die wat vettig aan de binnenkant van het glas blijft hangen. Weet je wat? Ik doe het!

Mijn motor slaapt direct onder mijn slaapkamerraam. Dus eigenlijk slapen we vannacht lekker samen…..

Ik vind onderweg nog voldoende mooie plekkies voor The Catch of The Day.

Coos op Reis: WAT STAAN ER WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S

Het is vandaag 6 mei. (Als Coos dit schrijft, redactie.) De zon schijnt uitbundig. Het is strakblauw en al lekker warm.

We lezen verhaal nummer 68 in de serie “Coos op Reis.” Nog een paar reisverhalen en Coos is weer thuis.

Het hotel in Völsch serveert heerlijke donkerbruine boterhammen en bruine broodjes bij het ontbijt. Gelukkig eindelijk eens geen witte broodjes. Super. En vers gesneden ham en kaas en zelfgemaakte jam. En maar liefst twee eitjes! Twee! Zou ze weten dat ik weer naar huis aan het rijden ben? En tijdens het uitgebreide ontbijt gratis uitzicht op de kale bergen in de verte. Wat een verwennerij.

Ik haal mijn motor uit de Tiefgarage van het hotel. Zij heeft lekker warm en droog de nacht doorgebracht. Ik rijd even zonder helm om het hotel want dan hoef ik de zooi wat minder ver te sjouwen.

Met de reclameslogan ‘Helm op, daar kun je mee thuis komen’ werd in juni 1972 het dragen van een helm op een motorfiets in Nederland verplicht. Daarvoor hoefde het niet.

Ik kocht mijn eerste motor reeds in 1970, maar we hebben nooit zonder helm gereden. Janny wilde het eigenlijk niet, maar ze moest er aan geloven. Ze mocht wel haar hotpants en haar knielange laarzen met plateauzolen aanhouden. Stom achteraf, maar wel errug leuk als je 18 jaar bent….

In de schaduw van het smalle straatje bij de ingang zadel ik alles op de rug van mijn BMW.

Vandaag rijd ik een route die ik jaren terug al eens ontwierp. De route gaat via Bolzano over een aantal beroemde passen naar Oostenrijk.

Maar eerst nog even een blik werpen op het kantoortje van de 88-jarige eigenaresse. Zij is net zo oud als mijn lieve moedertje. De computer staat er vast alleen voor de sier. Zij schrijft mijn rekening nog met de hand en telt de bedragen vervolgens uit het hoofd op met de snelheid van een zakjapanner. De tijd staat hier gewoon al jaren stil. En waarom niet? Wat is er mis mee? Helemaal niks, hoor.

Het is onderweg echt genieten van de vele paardenbloemen. Hele velden vol. Het contrast en het kleurenspel tussen de gele velden, de blauwe luchten en de witte besneeuwde bergen is fenomenaal. En ik kan alles zo goed ruiken! De lucht is schoon en zuurstofrijk. Het is super om hier te zijn en mee te maken. Wat een mooi land.

De route pakt een randje van Bolzano mee en slingert al snel via frisse, donkere tunnels naar het noorden. Links en rechts hoor en zie ik het wilde, steenkoude bergwater bulderen. Ik voel de koelte van het water door mijn dunne pak, dat vandaag maar uit één laag bestaat.

Ik begin de klim naar Penser Joch. De pas is ruim 2200 meter hoog en vormt de verbinding tussen het Sarntal ten noorden van de provinciehoofdstad Bozen en het Wipptal bij Sterzing. Het asfalt is droog en de kwaliteit is goed. Ik ga lekker. Het is mooi weer. Ik zit goed en scherp op de motor. Ik neem heerlijke lange doorlopers, maar ook scherpe, venijnige bochten. Het motormanagement staat inmiddels op dynamic en ik draai al stijgend het gas steeds vol open na het passeren van de apex. Wat een power! De dikke tweecilinders, elke 600 cc, stampen naar boven en naar beneden en zetten via allerlei ingenieuze assen hun enorme krachten om naar het rubber van het achterwiel. Het gaat super en het geeft een fantastisch gevoel.

Na de pas slingert de weg weer naar beneden. Lekker om daar weer even op te warmen. Het is er 24 graden.

En dan gaan we weer omhoog. Nu nemen we de Jaufenpass. Die is bijna 2200 meter hoog. De
zon schijnt nog steeds, maar in de wind is het fris.

Ik bestel op de top een koffie en een klein taartje. Nou ja, klein…. Ik zie Oostenrijkse motorrijders daar een halve liter Hefenweissen naar binnen tikken.

Ze blijven daar vannacht vast niet slapen. Holladiee!

Vervolgens draai ik fluitend en verwachtingsvol naar het Timmelsjoch. Deze pas ligt op ruim 2500 meter hoogte en staat bekend om haar fraaie wegen en schitterende vergezichten. Maar … die is helaas afgesloten. Wat een teleurstelling. Ik vertrouwde volledig op de traffic-info van mijn navigatiesysteem die de informatie rechtstreeks van het internet haalt. Maar dat blijkt een enorme misser van mij.

Ik moet rechtsomdraaien, helemaal terugrijden naar Vipiteno en dus nogmaals over de Jaufenpass. Op zichzelf geen echte straf want zo’n pas ziet er vanaf de andere kant weer heel anders uit. Maar toch gooit het danig mijn reisschema van deze dag in de war.

Mijn motormaatjes rijden over een paar weken dezelfde route. Hen adviseer ik om vóór vertrek van Seiser Alm op Timmelsjoch.com te checken of de pas die dag ook echt open is. Die dag heeft al een zwaar programma (450 km) en je kunt in dat geval beter maar gelijk over de oude Brenner gaan.

Ik ga snel op pad. Met de vlam in mijn pijp via de Brennerpas met mijn dertigtonner motor, ver van huis maar beter in mijn sas dan in Amsterdam bij DAS, zing ik in mijn potje. Op richting Innsbruck. Ik kies voor de oude Brennerpas, immers de Brennertunnel met tol is voor Sissies, campers en caravans met de Libelle of de grote ANWB-gids levensgevaarlijk op de hoedenplank. Nietwaar? Jôh, ik maak er gewoon een enerverende middag van. Wat maakt het uit?

De met groen aangegeven weg markeert op het kaartje het rechtsomdraaien en mijn omweg. Aan het einde van de dag gooi ik de handdoek in de ring. Op een camping, in de buurt van Innsbruck en vlakbij Natters en Mutters, vertellen zij mij luchtig dat één overnachting € 128,- kost.

Rudi Carrell liep ooit in één van zijn shows rond met vijftig ballonnen aan een touwtje. ‘Ballon te koop, ballon te koop’, riep hij hard. Hij vroeg één miljoen gulden voor één ballon. Ik hoef er maar één te verkopen, en dan ben ik binnen, was zijn redenatie… Nou, dat schijnen ze bij deze camping ook te denken. Ik zeg ze vriendelijk gedag, start mij motor weer en rijd verder richting het westen.

Rond vijven moet het regenpak aan. Er valt een stevige bui. Na een goed half uur rijden we er onder uit en kan het pak weer uit.

Het is nog wel ff puzzelen voor een goed hotel. Ik wil immers wel weer richting de oorspronkelijke route. Ik vind onderweg twee hotels, maar die zijn allebei dicht op zondag. Logisch, hoor. Wie wil er nou op zondag slapen? Of iets eten? Ik snap dat best… En in het derde hotel staan grote asbakken op tafel en zit iedereen te roken. Het is helemaal blauw binnen. Ik ben blij dat het weer wat beter met de pollen en mijn ogen gaat en ren snel naar buiten. Roken! Jôh, het is geen 1960 meer.

En plots heb ik geluk.

Een mooi hotel met een mooie kamer bij Hotel Jäger in Telfs voor 55 euro inclusief ontbijt.

Ik ben weer het ventje. Prima zo.

Morgen rijd ik de pas bij Reutte over naar Duitsland. Dan vervolg ik mijn weg deels door het Zwarte Woud en dan verder noordwaarts.

WAT STAAN ER TOCH WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S…..

“Hoe komt het toch dat er steeds zo weinig mensen op jouw foto’s staan?”, wordt mij gevraagd.

Dat klopt! Overbodige mensen probeer ik altijd te vermijden. Ik wacht vaak even tot iedereen opgehoepeld is. En helemaal als ze erg opvallende kleding dragen. Motorrijders met gele jassen of gele helmen. Brrrr…. ze verpieteren mijn foto.

OK, dus weinig mensen op de foto. Waarom? Dat komt door mijn schoonmoeder! Jammer genoeg is het lieve mens een paar jaar terug overleden, anders hadden we er samen nog eens hartelijk om kunnen lachen.

Wat gebeurde er namelijk altijd? Dan kwamen Janny en ik na de vakantie thuis met alle verhalen en foto’s uit een ver land. Vervolgens toonde ik trots de prachtigste foto’s van bergen en bruggen en gebouwen. Tja, en op die foto’s stonden soms andere toeristen. En dan vroeg ze altijd: ‘En wie zijn dat, Coos?’.

Hahaha. Mooi, hè? Dus dat gaat mij niet meer gebeuren… Proost!

Coos op Reis: Drie maanden met de motor door Zuid-Europa

Ikzoekeenmotor.nl stelt je graag voor aan een nieuwe motorreis-verhalenverteller: Coos van der Spek. We gaan nog heel wat verhalen van hem lezen. We publiceren dit zoals Coos het aan het begin van zijn pensioen schreef, de motorreis is dus al gemaakt, wij kijken mee in de film van Coos:

Coos van der Spek (1952) droomde op de Middelbare School op 14-jarige leeftijd al van brommers. Na zijn bromfietsperiode haalde hij direct in 1970 op 18-jarige leeftijd zijn motorrijbewijs in Rotterdam. Overigens in vijf lessen á negen gulden per uur. Vervolgens keerde hij zijn spaarvarken om en schafte een spiksplinternieuwe Honda CB250 aan. Daarmee stak hij voor het eerst van zijn leven de grens over en ging met zijn huidige vrouw met een tentje op vakantie naar Zwitserland. Vele motorreizen en avonturen volgden. En zó begon het motorleven van Coos….

Coos startte in 1969 zijn arbeidzame leven als shiftleader-operator in de ICT. Na een paar jaar avondstudie klom Coos snel via analist-programmeur op naar ontwerper en projectmanager. Aanvullende avondstudies zorgden ervoor dat hij het grootste deel van zijn vijftigjarige (!) carrière als manager leiding mocht geven aan grote ICT-afdelingen en interessante omvangrijke en complexe ICT-projecten. Coos werkte bij bedrijven als Melkunie, ISS en DAS Rechtsbijstand.

Kort na zijn pensionering liet Coos een oude droom in vervulling gaan. Hij startte zijn drie maanden durende avontuurlijke motorreis door Zuid-Europa.

In de komende maanden zal hij regelmatig op zijn eigen en kenmerkende wijze ‘een luchtig verslag’ over zijn avonturen schrijven. We kijken nu al uit naar zijn verhalen.

Coos (1952) is getrouwd met Janny (1951). Zij wonen sedert 1990 in Linschoten, een dorpje onder de rook van Utrecht. Zij hebben een dochter Danielle (1978).

Tip van de redactie: als je onderaan de artikelen op de “tag” Coos van der Spek” klikt, of links op deze banner, dan kom je straks vanzelf in zijn serie van verhalen. We starten vandaag…