Tag archieven: Spanje

Coos op Reis: N221 DOURO PORTUGAL

Wolken én zon. Een mooie combinatie. Het is 6 graden. En, geheel boven verwachting, droog. Het is super motorweer!

(We reizen verder in onze serie “Coos op Reis”, met verslag nummer 34.)

Mijn helm en iPhone zijn inmiddels opgeladen. Op mijn zeer ruime kamer van dit echt geweldige viersterren hotel zit helaas maar één leeg stopcontact. Maar dat is voor een ervaren reiziger geen probleem. Want natuurlijk heb ik een stekkerdoos bij mij… Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je een Sissie.

Het hotel is uitstekend. Het is een heerlijke luxe en rustig plek. Hier geen televisie in het restaurant en schreeuwt er niemand aan tafel. Pfff… Ik geniet dan ook volop van het ontbijtbuffet met de geklutste eitjes en de gebakken spek en alle andere lekkere dingen. En de jus d’orange uit een pak. Grrr! Ik ga er voortaan niets meer over zeggen.

Water en benzine zijn straks nummer één, bedenk ik mij. Ik realiseer mij dat ik straks een dunbevolkt gebied in zal rijden. Better safe than sorry.

En ik neem mij voor om zo meteen extra warme kleding aan te trekken.

Die kou van gisteren was helemaal niks.

De dampen hangen nog in mijn laarzen.

 

De dienstdoende mevrouw helpt mij om mijn bepakking van mijn kamer naar de garage te zeulen. Hijgend en puffend staat ze naast mij. Zou ze nou plots zo opgewonden zijn van míj of gewoon een slechte conditie hebben, vraag ik mij af?

Mijn BMW gromt als ik haar uit haar warme overdekte stal haal. Zij heeft zo lekker, warm en veilig geslapen, fluistert ze. Niemand kan het horen, zoals je inmiddels weet. Alleen ik.

De zijtassen bind ik vandaag nog wat verder naar voren op de zijkoffers in een poging om het pakgewicht nog wat meer in het midden van de motorfiets te krijgen. Elke centimeter helpt. Gewoon, even proberen. Ik denk wel dat het werkt.

Ik loop een rondje om mijn motor, check de olie, de banden op beschadigingen en controleer de bandenspanning op het dashboard. Dat is eigenlijk wel mijn standaard procedure ’s morgens. Veiligheid voor alles. Alles ziet er goed uit. En verder geloof ik het wel. Mijn motor controleert alles zelf en vertelt mij met oranje en rode lampjes als er iets aan de hand is. Vrienden doen dat!

140 euro armer verlaten we het hotel. Zij vindt het bedrag niet erg en ach, Janny heeft toch geen Feestboek, vergoeilijken we elkaar onze keus. Jôh, we hebben lekker geslapen, gisteravond lekker gegeten, lekkere Douro-huiswijn gedronken en vanmorgen van een heerlijk ontbijt genoten. Brullend van de lach gaan we op weg.

Ik douw de BMW eerst maar eens vol met de extra dure Top95 benzine. Zij kirt helemaal. Het schijnt geen reet uit te maken, maar ach, laat haar nou ook gewoon even in die waan. Zij belooft mij voor vandaag extra pk’s.

We rijden snel het natuurgebied ‘Parque Natural do Douro Internaciocal’ in. Een groot deel van het gebied ligt aan de Douro, een prachtig gebied waar de werkelijk bijzondere wijn vandaan komt. Het gebied lijkt op het gebied van de Moezel. Maar dan met cactussen en andere exotische planten.

We komen op de N221. Ik herken onmiddellijk het zogenaamde zwart fonkelende sterretjesasfalt. De weg slingert, ligt er zo strak als een biljartlaken bij en ziet er zo betrouwbaar uit als die gereformeerde ouderling die samen met zijn vrouw elke zondag op het eerste bankje voor in de kerk zit. Deze weg is ontworpen en gemaakt om sportief te rijden. Deze weg is voor motorrijders. Deze weg is voor mij! De vangrail is aan de onderzijde gesloten. Dit is gewoon een motorcircuit, maar dan zonder racelicenties, toegangskaarten en toeschouwers.

Het motormanagement staat nog op ‘rain’. Ik zet het snel terug op ‘dynamic’ en stel de vering op ‘hard’. Dat betekent weinig comfort maar snaarstrak sturen.

En dan gaan we! Volle bak. Alles open. Héérlijk samen dansen op de N221. Niet die uitdagende Tango, niet die slepende Bolero, nee, snoeiharde Rock & Roll. Snel, hard en ruig. Zij met haar Top95 benzine, ik met al mijn overbodige teringzooi die ik elke dag op haar rug zet. We hebben het elkaar al lang vergeven.

De N221 gaat verder. We komen uit het zuiden en gaan naar het noorden. De zon in de rug. Maximale controle op de kwaliteit van het asfalt. Het is niet nodig. Het is superieure circuitkwaliteit.

De route is fantastisch. En lang! Zoooo lang! En slingert maar door en door. Deze weg is abnormaal geweldig. Deze weg is een beest! Ik kan niet meer superlatieven verzinnen. Ik ben met de keuze van deze weg boven mijzelf uitgestegen. Haha. Gewoon stom geluk, hoor…

We zakken een stukje naar beneden en komen langs de rivier Douro te rijden. En de weg wordt gekker en gekker. Wat een prachtig circuit. Draaien van 180 graden, maar dan open, zodat je er met flink gas doorheen kunt. Geen krappe hairpins. Ik duw voor de linkerbochten met mijn linkerhand het stuur weg en roep GAS GAS GAS in mijn helm. De motor is topzwaar, maar komt gewoon mee. Puur door de snelheid. Het is helemaal super. Ik overweeg om alle bepakking en de drie zilveren koffers in de bossies te verstoppen en noges, maar dan vederlicht, het circuit bulderend en nog sneller over te doen. Beter van niet, hé. Dombo! Je bent geen 20 meer, je bent inmiddels gewoon een ouwe vent…

Koekel maar: N221 Douro Portugal. Of zoek hem in Basecamp op. Zet hem op je bucketlist. Doe de N221 voordat je ‘hier’ vertrekt. En als je dan daar toch in de buurt bent, pik dan de N216 en N217 ook maar mee. Kwalitatief niet altijd super, maar zeker de moeite waard.

Miranda is hier ook trouwens. Ze ligt een stukje verderop. Ik heb haar nog niet gevonden, maar ben onderweg!

Bij de dam sterft de wilde Douro en wordt gereguleerd tot een piswatertje. Ook de Portugezen willen alles onder controle hebben.

Als ik weer in de bewoonde wereld kom, is het al na 14:00 uur. En zijn de supermarkts dicht. Ik stap bij een café naar binnen voor iets eetbaars. De baas heeft er geen zin meer in, maar samen met een Frans sprekende Portugees lukt het om een fantasielunch te ritselen. Heerlijk! Buiten vergapen de locals zich aan mijn motor. Mijn BMW glimt van trots…

Ik vervolg mijn weg en krijg een lesje dat je nooit op je navigatiesysteem moet vertrouwen. Het waterpeil van de Rio Sabor is zo erg verhoogd, dat de oude weg onder water is komen te staan. Ik moet wel 30 km omrijden.

Ik zie en ruik nog steeds de gevolgen van oude bosbranden en kom hier en daar nog wat zooi tegen op de N216 en N217. Het is nog steeds een frisse dag. In de verte zie ik besneeuwde bergtoppen en langs de weg zie ik de laatste sneeuw liggen.

Ik dender Spanje weer in en na een kwartier signaleert mijn navigatiesysteem via de satellieten een andere tijdzone. Het maakt mij een tijdreiziger. Het is plotseling 19:30 uur! Tijd voor een slaapplek. Ik stop eerst bij een camping. Maar de man vraagt 85 euro voor een nacht. Hij wil niets van de prijs af doen. Dus ik vertrek daar rap. Ik vind een hotel in La Bañeza voor een mooi prijssie: 40 euro. De motor mag in hun garage, vijf minuten wandelen weg. De zoon brengt mij met de auto. Op zijn advies eet ik het speciale Paasgerecht van de streek: kabeljauw in spicy tomatensaus. Lekker!

Super dag. Ik heb waanzinnig heerlijk gereden!

Note: voor degenen die de draad ondertussen een beetje zijn kwijtgeraakt maakte ik even een overzichtje op de kaart. De vette rode streep geeft aan welke afstanden ik inmiddels heb afgelegd en de pijl geeft aan waar ik nu ongeveer ben.

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day!

Coos op Reis: CAPO DEI CAPI

Het is vandaag 30 maart. En het is nog maar net 08:00 uur geweest en ik sta al naast mijn bed. Das best uniek!

(We publiceren vandaag het 33e verhaal in onze serie Coos op Reis. Coos van der Spek vervolgt zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa.)

Er is bewolking en ik zie de zon. Dikke waterdruppels liggen op de koffers van mijn motorfiets. Het heeft vannacht geregend. Of … het zijn dikke tranen van de BMW omdat ik haar vannacht moederziel alleen en in haar blootje op straat heb laten staan. Achgossie.

Ik heb haar gisteravond echter beloofd dat ik bijtijds zou opstaan, zodat de nacht niet zo lang zou duren voor haar… Maar gelukkig, niemand heeft haar óf gestolen óf beschadigd óf een tyfusschop gegeven. Mooi. Het is volledig tegen al mijn principes om haar op een dergelijke plek te parkeren, maar soms kan het gewoon even niet anders.

Alle spullen zitten inmiddels weer op de motor en ik start het geweldige motorblok van de dikke tweecilinder. Ze komt ronkend tot leven. Al honderd meter verderop vind ik mijn ontbijt tussen de locals in de supermarkt. Ik bestel o.a. een jus d’orange en krijg tot mijn stomme verbazing een flesje Hero. Nou ja, in het land waar de sinaasappels letterlijk op straat liggen…. Verder een prima supermarkt.

Je kunt daar ook kroketten en een wasmachine en zo kopen. Whoehaa! Als ik vertrek roept de juffrouw ‘adios’ en ikke met veel bravoure ‘Byebye’. De hele zaak roept mij giechelend ‘ByeBye’ achterna. Alsof het snel is afgesproken. FF die lange kale Hollander piepelen… Dat zou zo maar kunnen, want ik versta helemaal niets van de Portugezen. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Het lijkt in mijn oren op Pools. Het klinkt rauw en Slavisch.

Ik vertrek uit Campo Maior en rijd al snel door een prachtig natuurgebied. Het is het nationale park ‘Parque Natural da Serra de S. Mamede’. De natuur varieert enorm. Het is Genieten met een grote G! Onderweg moet ik stoppen omdat ze een hele zooi stieren verweiden. Een heel bosje lullen op reis, filosofeer ik…

Ik dender met een gangetje recht op een hele boze donkere regenbui af. Mwah, het is nog te vroeg voor een regenpak, hoor. Ik weet dat hij vandaag onvermijdelijk is, maar nu nog even niet. Ik raadpleeg mijn navigatiesysteem en zie mogelijkheden om een lus van 25 kilometer af te steken. Ik krijg wat lichte spatten, maar kan precies om de donkere bui heen. Regeren is vooruitzien!

Zoals ik gisteren vertelde, rijd ik langs de grens Portugal-Spanje. Ik passeer een aantal keren de grens. Soms herinneren oude vervallen dreigende gebouwen aan vroegere tijden met strenge besnorde douaniers en met grote geweren bewapende militairen. Maar dat is verleden tijd. Ik rij onbelemmerd door.

Ik kom in een gebied dat op de Dolomieten lijkt. Grote, hoge kale in het zonlicht blakende naakte bergen zonder enkele begroeiing. Erg fraai. Ondertussen zit ik op ruim 700 meter hoogte. Ik zie zeven graden op mijn dashboard en vind al een poos dat ik te weinig kleding aan heb. Als de temperatuur nog verder zakt, trek ik mijn regenpak aan tegen de kou. Dat helpt.

Het is Goede Vrijdag. Er is niemand op straat. Waar is iedereen? Familie en vrienden zijn óf bij elkaar thuis of met elkaar in café’s.

Ik stap rond 14:00 uur in Alcántara een bar binnen voor de lunch. Het is er rétedruk. En vooral veel lawaai natuurlijk. De vriendelijke dame vertelt mij dat ik hier vandaag niks kan eten. Ik wijs op twee gerechten van andere bezoekers en vertel haar dat dáár niks mis mee is. Dus spoel ik met cola haar heerlijke kouwe pikante piepers en haar hete worstjes weg. Prima lunch voor € 2,20.

Ik vervolg mijn weg en kom door een gebied waar de wegen met stenen muurtjes zijn afgezet. Net als in Engeland. Wie heeft deze methode nou van wie gepikt?

Op veel plekken liggen hopen kiezels op de weg. Ik moet hier goed kijken hoe snel ik de bochten neem. Het gaat tien keer goed en dan ligt plots het verraad in losse stenen op de loer. Maar het is en blijft een prachtig gebied met adembenemend veel groen.

Rond 14:30 uur gaat het serieus regenen en wordt het takkeweer.

Op 800 meter is het nog maar drie graden. Mijn wintervoering zit in een tas en die ga ik er hier echt niet even in ritsen. Ik warm mij met een koffie bij een houtkachel. Mijn ACSI-app weigert dienst omdat hij eerst een nieuwe kaart van 220 MB wil updaten. Programmeur-van-lik-mijn-vessie. Sukkel. Ik zie wel campings, maar ze liggen allemaal op deze zelfde hoogte. Het is mij te koud hier. Mooi gebied om doorheen te reizen, maar niet om er te verblijven. Daar ben ik niet op gebouwd. Ik heb echt te weinig vet om mijn botten hangen. Ik besluit: het wordt vandaag weer geen camping.

Ik rijd door Rochoso en verwonder mij over de werkelijk enorme zwerfstenen. Jôh, sommige stenen zijn groter dan mijn huis. Níet normaal. En ik zie prachtige harige bomen. Het is koud en het regent nog steeds, maar ik moet en zal jullie laten zien wat ik gezien heb. Prachtig!

In Almeida gooi ik de handdoek in de ring. Ik heb het koud, ik ben het zat en ben moe. Ik begin dingen te zien die er niet zijn. Vet 350 kilometer binnendoor gestuurd. Ik stap bij een viersterrenhotel naar binnen, onderhandel over de prijs, plaats de motor warm en droog in de garage (had ik haar beloofd) en de dienstdoende mevrouw brengt al mijn bagage voor mij naar boven. Daar voel ik mij wel wat schuldig over. Prachtig hier. Kost wat, maar dan heb je ook wat. Dus eerst een flink hete douche! Ennuh … voor dat bedrag mag ik met hún doucheshampoo óók wel mijn shampooreisflesje vullen, vind ik. Want ik eet hier vanavond ook. Vet duur. Ik ga trouwens vandaag helemaal niet meer naar buiten. Mij te koud en te nat. Koelereweer. Daarnaast heb ik het reuze naar mijn zin. Weet je wat? Ik neem nog een wijntje!

Het was een stevige dag!

CAPO DEI CAPI / NOG EVEN OVER GISTERAVOND….

Als gisteravond het café dan eindelijk sluit, betaalt de kleinste Portugese druktemaker mijn biertje en troont mij mee naar ‘een ander café’ waar het nog gezellig is, gebaart hij met handen en voeten.

Ik aarzel even, maar ik moet en zal mee, volgens de druktemaker. Tja, dat kun je als vrouw-alleen natuurlijk maar beter niet doen, maar ach, wat kan mij als lelijke ouwe en straatarme vent nou precies gebeuren? Hij is een klein mannetje en ik ben 1.95 meter en weeg 87 kilo. En mijn mes uit Apeldoorn zit in mijn tas. Jôh, ik vind het wel leuk. We lopen door allemaal donkere en stille straatjes. Ik heb werkelijk geen idee waar we heen gaan. De straatjes worden smaller en smaller en stiller en stiller..

Dan staan we plots in het donker voor een grote groen deur. Hij geeft er een flinke duw tegen en de zware deur zwaait open. En ja hoor. Het is hier nog stampvol, de televisie staat hard aan, waar niemand naar kijkt, de muziek staat aan, waar niemand naar luistert en iedereen schreeuwt gezellig met een drankje in de hand met elkaar. Het ziet blauw want er wordt gewoon gerookt.

De kleine opdonder introduceert mij als een Engelse amigo. Later wijzigt dat in een Duitse amigo en vervolgens in een Zweedse amigo. Twee jonge Portugese studenten schieten in de lach en ik raak met hen in gesprek. Ze vertellen mij dat de kleine man de onderkoning van het plaatsje is, maar liefst twee vrouwen heeft, nog nooit gewerkt heeft, altijd geld heeft en níemand weet hoe hij daar aan komt. Jammer, dat de kleine man geen Engels spreekt, zeg ik. Ze schateren het uit. Hij spreekt ook geen Portugees. Alleen een dialect van hier. Niemand verstaat hem!

Het is hartstikke gezellig. De twee jonge mannen studeren elektronica in Lissabon, maar zijn hier vanwege de feestdagen. Ze zijn hier geboren en getogen. Iedereen hier in het café is familie van elkaar. En iedereen kent iedereen. Alle nieuwe bezoekers die later binnenkomen zeggen elkaar gedag en geven elkaar een hand. En ook mij natuurlijk. Het is gewoon één grote reünie.

De twee Portugezen vinden mijn verhaal ook prachtig. En helemaal als ik ze vertel dat ik uit Nederland kom. En ja, het is wel een beetje laf van mij om ze niet te vertellen dat ik het stuk naar Barcelona ben komen vliegen.

Ze geven mij nog een biertje, gelukkig zijn het mini-flesjes van 150cc, maar als ik bij de volgende fles vertel dat ik morgen verder reis en dan de hele dag op de motor zit, dan is het goed als ik oversla.

Iemand maakt nog een afscheidsfoto en ik vertrek naar de frisse lucht. Wat een aparte belevenis. En wat leuk en gezellig. En wat is het vreselijk laat geworden…

The Catch of the Day:

Coos op Reis: ALBUFEIRA – PORTUGAL

 ALBUFEIRA – PORTUGAL

Het is vandaag zaterdag. Om 07:00 uur hoor ik nog grote druppels regen op mijn plastic dak vallen, maar om 08:00 uur is het droog. Ik zie zelfs een waterig zonnetje. Vandaag reis ik weer verder.

(We lezen hier verder in de serie “Coos op Reis“)

De beheerder wil de caravan vóór mijn vertrek persé controleren. Of ik misschien wel een vork krom heb gemaakt, een glas van 40 cent heb gebroken of met viltstift iets banaals op de muur heb geschreven. Zoiets. De procedure is mij bij aankomst wel drie keer verteld. Bij controle loopt de controlemanager met zijn grote vuile baggerschoenen dwars over mijn schoon gepoetste caravanvloer, kijkt verder nergens naar en zegt dat het allemaal prima in orde is. Dát had hij ook vanaf het terras kunnen doen. Of vanuit de receptie. Hoe bedoel je, overbodige managers en wassen neuzenprocedures?

Ik besluit om Anzar vandaag te tarten. Ik stop mijn regenpak diep en onzichtbaar in de topkoffer en kijk vol vertrouwen naar het zonnetje, dat inmiddels dapper door de wolken prikt.

Ik laad de route, zet het geluid in mijn helm aan, rits mijn jas dicht, trek mijn handschoenen aan en ga op weg. Ik rij het prachtige natuurpark Nacional de Doñana uit. Het is een enorm bosgebied. Mijn GSA en ik gaan vandaag Spanje weer verlaten. We gaan op weg naar Portugal.

Het asfalt is hier ruk. Dáárvoor kan ik beter in Luxemburg blijven. Daar hebben ze tenminste geld voor goede wegen. Grote delen van het asfalt hier zijn gekrakeleerd. Net als de tweezitsbank van mijn oude moedertje, denk ik. We zijn al jaren regelmatig aan het kijken voor een nieuwe bank. Maar ja, besluiten nemen is moeilijk voor mijn moedertje. Daarnaast vergeet ze snel wat ze precies gezien heeft. Dat mag ook wel, ze gaat al richting de 90. Ma zegt altijd: iedereen wil graag oud worden, maar niemand wil graag oud zijn. En zo is dat. Wellicht wil het asfalt ook helemaal niet oud zijn…

Het gaat harder waaien. De wind komt over de vlakten aanstormen en trekt en plukt aan mijn motorpak en buldert in mijn Schubert-helm. Ik hou mijn lichaam en geest ontspannen en ben helemaal zen. Want de wind waait ook alle stof weg, waait alle wolken weg, de regen weg, maakt de wegen droog en nog veel meer. De wind is goed. De wind is prima. De wind … is mijn vriend!

Ik zie borden met Matalascañas en mijn navigatiesysteem toont dat we de golf van Cadiz naderen. Hoe heette die boot ook al weer van dat beroemde scheepsongeluk? Owja, de Amoco Cadiz! In 1978, bij Bretagne. Ik weet het nog, mijn hersens zijn nog niet gekrakeleerd gelukkig.

De wind van de Atlantische Oceaan beukt en buldert tegen de werkelijk torenhoge duinen van de kust. Wat een geweld. En wat een prachtig gebied is het hier. Het is super. Ik heb trouwens nog nooit zulke hoge duinen gezien. Het zijn gewoon bergen!

In Mazagón drink ik een café solo. En ze hebben wifi! Als de uiterst vriendelijke meneer eindelijk het password heeft gevonden, ben ik al weer bijna op pad. Het password voor de geheel gratis dienst is LasDunasWifi1234Gratis#. Lekker makkelijk en klantvriendelijk… Ik snap dat nooit. Mjin password is gewoon overal COOS. Veilig genoeg toch zo? Maar ik kan eindelijk mijn reisverslag van de dag ervoor even opsturen.

In het restaurant trek ik gelijk mijn elastische Scott-regenpak aan. Ik ben net een vrolijke kanarie. De Spaanse buienrader toont namelijk dat er een groot breed regenfront mijn kant op komt. Recht op mij af. Ik ben kánsloos! Anzar heeft echter vast niet gezien dat ik binnen mijn regenpak aantrok. Hij wacht nu nog steeds bij de ingang van het restaurant op mij. Sukkel…

Ik kijk even in een dorp waar aan het begin een bord staat dat het dorp alléén toegankelijk is voor dorpsbewoners. Ja, dág! Dat willen we allemaal. En Amsterdam alléén voor de Amsterdammers zeker. Het zou overal een mooi zootje worden. Dat is ongeveer dezelfde onzin als de Lekdijk afsluiten voor motorrijders. En ken je die wegen die alleen toegankelijk zijn voor bestemmingsverkeer? Ammehoela. Daar wonen alleen maar wethouders die rustig willen wonen. Wie wil dat niet? Zolang vreemden mijn straat in Linschoten in mogen rijden, mag ik het straatje van iemand anders inrijden. Zo werkt dat en niet anders. Hahaha. DrOetker heeft gesproken. Pudding! Aardbeismaak was het deze keer, geloof ik.

Een vriendelijke jonge Engelsman komt enthousiast naar mij toe en is blij dat ik Engels spreek. Hij is hier met een lorry. Hij hoopt dat ik hier blijf want er is verder niks te doen. Maar helaas, er staat voor mij nog ruim 100 km op het programma vandaag. Hij geeft mij een hand en verdwijnt weer naar binnen.

De huizen van het dorp staan, net als het Urks-mannenkoor, schouder aan schouder, aan de rand van de Oceaan. Het huizen worden in de rug gedekt door de zo kenmerkende gele rotsen van de zuidkust. Het regent en ik geniet. Ik voel de nabijheid van de zee. Het is hier gewoon anders dan een uur terug. Het ruikt ook anders. Het voelt erg goed. Goede aardstralen hier! Ik ben goed beschermd tegen de regen. Eenmaal ingepakt blijf ik zo makkelijk een hele dag droog. Het water rolt zo m’n regenpak af. Als je maar goede spullen hebt en als alles maar waterdicht en warm is. Dan is het goed.

Aan de zuidkust van Spanje rijd ik heel lang door een natuurgebied. En precies grenzend aan dit gebied heeft Repsol zijn benzine-opslagtanks. Ik ben helemaal niet zo’n milieufreak, hoor. Dan zou ik ook immers niet met mijn motorfiets helemaal hier zijn. Wie zonder zonde is…… Maar deze lelijke dingen in dit prachtige gebied vind ik echt een misdaad tegen de natuur. Ik rijd er snel voorbij.

Ik steek de Rio Tinto over. De rivier kleurt zo groen als gras. Oplichters. Je wordt ook overal belazerd tegenwoordig. Een automobilist toetert naast mij. Als ik opzij kijk, dan steekt de bestuurder zijn duim omhoog en grijnst breeduit. Best leuk zoiets. Vrienden onderweg die geen vrienden zijn. Een soort Facebook van weggebruikers.

Er is niet zoveel horeca in het dorp waar ik met mijn kasteel binnen dender. Er is één plein. En dát is het. In een diarreecafé bestel ik een broodje gebakken ei. De eigenaar doet mij een beetje aan Boy Bensdorp denken. Uit de tijd van De Lachende Scheerkwast. Zelfs het snorretje klopt. Dus lijkt het mij veiliger als de man mijn voedsel verhit. Maar ja, er is hier verder even weinig keus. Joh, als avonturier moet ik natuurlijk straks ook een paar ziektes opgelopen hebben.

Een klein meisje kijkt verkikkerd naar mij en mijn kanariegele regenjas. Ze ziet in mij vast een avontuurlijke opa. We maken foto’s van elkaar en ze zwaait als ik weer vertrek.

Bij Ayamonte steek ik de rivier Guadiana over en verlaat Spanje. De rivier Guadiana is één van de grootste rivieren van dit gebied. Ze is maarliefst 750 km lang en vormt een deel van de grens tussen Spanje en Portugal.

Ik rijd Portugal binnen. Een mooi moment voor mij.

Maar onmiddellijk worden de wegen nóg slechter. Dat is nou weer jammer. Ik ontwijk talloze gaten en kuilen. En diep! Bij ééntje kan ik mij nog nét aan de rand vasthouden… Ik zit veel te veel op het asfalt te letten. Dat is echt geen rijden zo. De kuilen zijn natuurlijk niet erg comfortabel, maar daar komt over het algemeen weinig gevaar vandaan. Ik besluit de vering op comfort te zetten en de kuilen verder te negeren. Ik ga er dwars doorheen. Maar ik word er wel moe van.

In een bushokje doe ik een hazenslaapje. Slechts twee minuten. Ik droom over heerlijke…. Tja, dat zou je graag willen weten, hé!

Een kleine 300 km gestuurd. Aan de rand van Albufeira vind ik een prima plekkie voor 35 euro per nacht. Motor straks in het piepkleine tuintje, maar mét een tuinset en mét een eigen palmboom. Vanzelf.

Ik heb hier een uur tijdverschil. Jéétje, wat ben ik ver van huis. Zo’n beetje het verste punt: 2400 km!

Ik ga straks eerst maar eens een echte Portugese port drinken! Maakt mij niet uit hoe duur hij is. Ik heb ‘m verdiend. Ik denk wel dat ik een paraplu meeneem. Of ik die bij mij heb? Zeg, eh, …is de Paus …..?

Coos op Reis: Middelburg en Portugal

De wereld is nu ruim een jaar in de ban van Corona. En terwijl er door motorrijders momenteel nauwelijks tot niet gereisd kan worden, genieten wij van de verhalen van Coos van der Spek in onze serie “Coos op Reis”.  We krijgen al vragen van lezers zo van:  “Hee, waar blijft het volgende verhaal van Coos?” Welnu, hier is nummer 19 dus.

Middelburg en Portugal

Het is 16 maart en prachtig weer. Half bewolkt. Prima voor een ingekorte afritsbroek, zonnebril, factor 50 en een BMW-truitje in de aanslag.

Vroeg in de middag wandel ik voor mijn lunch zo’n 10 km door het bos naar het dorp Hinojos. Het is een mooie en rustige omgeving en onderweg geniet ik van het groen en alle bloemen.

In het restaurant organiseer ik een pannetje garnalen. De dame plaatst ze borrelend en sissend in de olie op tafel. De geuren van knoflook en rode pepers vullen de lucht. Een paar stukken vers stokbrood maken de maaltijd compleet.

Een meneer tikt mij op mijn schouder en zegt dat, als ik uitgegeten ben, hij even met mij wil praten… Ik schrik er eigenlijk een beetje van, maar ben wel erg benieuwd.

Wat blijkt? De man is de baas van de supermark. Hij had mij gisteravond, toen ik daar mijn diner bij elkaar aan het sprokkelen was, ook al opgemerkt. En zonet heeft hij de logo’s op mijn kleding herkend. Hij komt op zijn gemak aan mijn tafel zitten. De man graait in zijn zak en toont mij vol trots foto’s van zijn BMW 1200 GS, alle drie zijn koffers en een enorme lawaaipijp. Hij is razend enthousiast en vertelt allemaal verhalen van zijn reizen, mooie gebieden in Spanje en interessante steden. En aan langslopende dorpsgenoten vertelt hij dat ik uit Hollanda kom. Erg leuk en gezellig. We hebben wel twee uur zitten praten.

Terug door het bos denk ik er glimlachend nog eens over na. Er schiet mij plotseling een dergelijke gebeurtenis uit het verleden te binnen. En die wil ik noges delen….

MIDDDELBURG

Enfin, wandelen we in Middelburg terug naar de auto. De wind giert door de straat in ons gezicht. Het is mei, maar koúd, jonguh…!

We stappen een willekeurig café binnen voor een warme versnapering. De eigenaar staat achter de bar. Hij ziet er gevaarlijk uit. Levensgrote tatoeages trekken mijn aandacht: afbeeldingen op zijn armen, teksten op zijn handen, op zijn vingers, in zijn hals en in zijn nek. De meest raadselachtige en bizarre geschriften geven aan hoe zijn ruige leven is verlopen. Hel en verdoemenis over zijn hele lijf. Een deel van zijn café bestaat uit oud meubilair van een gereformeerde kerk. Da’s vast nu van de duivel, bedenk ik mij.

Bij het afrekenen vraagt hij aan mij of ik straks nog even een minuutje heb…

Nondeju, ik gaf hem maar een euro fooi. Op een bedrag van 7 euro. Dat is onder de norm van 15%, flitst er door mij heen. Man, dat wordt hier echt knokken met die goser.

Heb ik, met mijn 1.95 meter, vanmorgen voor Jan Lul mijn hoofd kaal geschoren, heb ik voor niks vanmiddag mijn gevaarlijke zonnebril in het formaat van een Mengele brilletje opgezet en is hij niet bang van mijn onzichtbare bodywarmer, die mij zo breed doet lijken als de bodyguard van Willem Alexander?

Janny weet van niks, kijkt argeloos om zich heen en ik zoek in gedachten de kortste weg naar de uitgang.

Komt die kroegbaas met een plattegrond van Middelburg gemoedelijk aan ons tafeltje zitten!

Kijk jochie, ik zal jou es ff de mooie plekkies van Middelburg laten zien. Want jij bent een toerist en ik ben een echte Middelburger en ik vind dat ik wat voor mijn stadje moet doen. En hij toont ons op de kaart waar we die dag nog allemaal heen moeten, waar hij geboren is, wat het oudste gedeelte is en waar de film van Michiel de Ruyter is opgenomen en hoever je moet bukken als je een toertje met de rondvaartboot doet. Het is leúk en leerzaam!

En … hij weet o.a. precies te vertellen wáár de kazerne heeft gestaan waar ik in Middelburg in 1972 in militaire dienst zat. Natuurlijk zijn we daar even gaan kijken. Er is nu alleen nog maar een grasveldje over…

Toffe gast, die kroegbaas met al zijn tattoos. We gaan noges langs, hoor. Heeft hij verdiend!

Morgen reis ik verder. Naar Portugal. Ben benieuwd waar ik terecht kom. Het weer is niet zo best. Maar dat kan ik toch niet veranderen.

In de Catch of the Day uiteraard veel natuur.
Ik ontsnap wéér aan een hevige bui. Hij scheert precies langs.

Coos op Reis: HIJ SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN

De wekker gaat om 08:00 uur.

Ik hoor gelijk de regen op het dak. Grote, dikke vette druppels op het houten dakkie van mijn huissie. Tak-Tak-Tak. De regen wás voorspeld en het ís gekomen.
Gatver.

Het is vandaag 15 maart. Op die dag ging ik in militaire dienst. In 1972. Dat is zowat 50 jaar geleden. Gek, ik moet er op die datum altijd aan denken. Mijn militaire diensttijd was echt zonde van mijn tijd. Ik heb er niets geleerd. In dienst voor het vaderland. Jôh, koning en toekomstige ministers, ga lekker zelf ergens in de blubber schieten als je zo nodig ruzie moet maken, dacht ik, toen al. Ik was toen nog maar 19 jaar.


Ik ruim de boel op en pak mijn zooi in. Vandaag gaat de route richting Sevilla. Als ik mijn motor, bepakt en bezakt, uit haar overdekte parkeerplaats rijd, dan is het ondertussen gestopt met regenen. Lekker man!

Tijdens mijn ontbijt op de camping bepaal ik mijn strategie. Toen ik dit navigatietoestel koos, kocht ik er op mijn iPhone een applicatie bij. Die applicatie staat via het internet in verbinding met diverse diensten: de verkeersinformatie met files en wegafsluitingen, de flitspalen en mobiele camera’s en de weersinformatie. Mijn iPhone praat met blauwe tandjes op zijn beurt weer met het navigatiesysteem. Ik laad de geplande route op mijn navigatietoestel en start de weersapplicatie. De Garmin toont dat er forse regen precies in de knik van mijn route zit. Wat een móóie techniek allemaal, hè. Besturing en controle. En alles onder een knopje.

Maar terug naar de regen in dat knikje. Gatver. Extra jammer, want ik kreeg de sleutel van het appartement van mijn ouwe DAS-makker Rob Bloemer mee. Ik verheugde mij al op een paar dagen strand met de e-reader… Beetje bakken en braaien en wentelen als een sucadelapje. Dutje doen in de middag… Ik kan énorm lui zijn, hoor.

Ik besluit om de regen te ontwijken en kies voor een alternatieve route om zo de knik af te snijden. Ik bind mijn regenpak héél duidelijk zichtbaar achterop mijn motor en vraag of Anzar, de god van de regen, mij goedgezind wil zijn. Als Anzar ziet dat ik mijn regenpak bij mij heb, dan laat hij geen regen vallen. Zo is dat. Tja, en als je het niet kunt bewijzen, dan moet je het geloven. Want zó gaat dat met het geloof…

Het motormanagement van de BMW stel ik af op RAIN. Het maakt de motor minder fel. En dat is prettig en veiliger op natte en gladde wegen. En zeker bij het uitkomen van de bochten. Ik zet de handvatverwarming aan en ga op weg.

Ik klim de bergen in en zie de temperatuur rap zakken. Af en toe krijg ik van Anzar wat druppeltjes op mijn vizier. Dan bulder ik in mijn helm dat hij eens goed naar mijn regenpak achterop moet kijken. Heb je hem gezien? roep ik steeds. Ik heb mijn volledige regenpak bij mij! Kort daarna is het dan weer droog. Met een beetje grote bek houd je een hoop onheil van je af, hoor. Ik praat mijzelf wat moed in, dat hoor je zeker wel.

Ik stop voor een warme kop koffie. Een lieve dame doet de deur open. Eigenlijk is het restaurant nog gesloten. Allervriendelijkst maakt ze verse koffie en serveert er een kleine cake bij. Potver, als ze van déze dame nou eens 200 Spaanse buschauffeurs zouden maken, wat zou het dán voor toeristen leuk zijn om met de bus in Spanje te reizen.

In de koffietent trek ik gelijk een extra warme trui van BMW aan. Janny heeft er altijd een hekel aan als ik weer eens thuis kom met een nieuw kledingstuk waar BMW op staat. Het is twee keer zo duur en de kwaliteit is twee keer zo slecht, moppert ze dan. Maar ik vind het zooo leuk dat er BMW op staat, jôh. Ik ben gewoon een groot kind, blij met z’n warme truitje mét stoer BMW-logo. Ik kan altijd zó verlekkerd in de kledingrekkies daar kijken…. Haha!

Ondertussen ben ik in de buurt van Algodonales en is die nare regenhoek afgesneden. Ik verleg de route weer naar de oorspronkelijke route en gluur eens om mij heen. Ik zie blauwe luchten en ik zie dreigende luchten. Een beetje door elkaar heen. Ach, ik heb gewoon wat geluk nodig.

Soms stop ik voor een foto. Zo eentje met wat stralende luchten en wat zonneschijn. Maar dan halen de dreigende luchten mij rap in en gaat het plots weer druppelen. Gatver.

En opééns besef ik: Anzar zit mij achterna, hij zit mij op de hielen. Nondeju! Ik heb mijn regenpak gedurende deze gehele trip, die vanaf 28 februari aan de gang is, nog steeds níet aangehad. En das uniek. Das best lang. En dat schreef ik onlangs vrolijk in mijn verslag. En nu zint Anzar op wraak. Want hij wil geen vrolijke verhaaltjes. Daar is-tie potverdorie geen regengod voor geworden. Anzar wil mij vandaag in mijn spiksplinternieuwe hightech elastische kanariegele pakkie van Goedhart Motoren in Bodegraven zien, die smerige boef. Anzar wil mij nat, Anzar maakt er een wedstrijd van… !

Dus gauw een foto van die lucht maken en rap weer op de motor. Huphuphup. Ik moet Anzar vóórblijven. Dat stuk chagrijn zal zijn zin niet krijgen. Jij gaat mijn regenpak niet zien vandaag, sukkel. GO Coos, GOOO! Gas op die lolly!

En ondertussen ben ik nog steeds lekker droog. Ik zit te fluiten in mijn potje. Reteslim om dat smerige regengebied effe te vermijden. Geen moer aan.

Janny kan op haar iPhone tot op de meter nauwkeurig zien waar ik ben en vraagt via Whatsapp of ik in de regen rijd. Want dat kán bijna niet anders, typt zij. Zij weet ondertussen niks van mijn regenrace natuurlijk.

Maar het blijft maar lukken en ik blijf maar droog. Haha. Goed gedaan. Yeah! Ben jij ook wel eens zo tevreden over jezelf? Wellicht ik wel ietsje vaker dan de gemiddelde mens, hoor. Dat zou zo maar kunnen.

Maar je weet het: als ouwehoeren pudding was, dan heette ik DrOetker…Ik heb de naam én de daad.

Bij Montellano bolder ik tussen uitgestrekte olijfbomenvelden door. Links staan de knoestige oude olijfbomen en rechts de sprieterige jonge olijfbomen. Hoe moeten die ouwe nou de jonkies leren hoe ze olijven moeten maken? bedenk ik mij. Of zouden ze ‘s nachts weleens stiekem de weg oversteken, Darwin trotserend?

Ik maak een mooie foto van een solitaire boom. Samen met mijn motor. We hebben best veel gemeen, die boom en ik.

Onderweg kruist een dikke duif mijn weg en vliegt bijna tegen mijn hoofd. Het scheelt minder dan een meter. Ik kijk hem recht in zijn angstige oogjes aan. Alle G-krachten trotserend draait hij als een gevechtspiloot in een F16 op volle snelheid bij en voorkomt een enorme botsing met veel veren en onreinheid op mijn scherm en vizier. Goeie raceduif! Op een schaal van één tot tien krijgt hij een negen van mij.

De regen komt mij achterna. Ik moet steeds harder gaan rijden om Anzar vóór te blijven. Maar het is een ongelijke strijd. Anzar heeft geen stoplichten en rotondes. En bij mij ligt veel modder op de weg.

In Utrera geef ik mij gewonnen en vlucht ik een overdekt terras op voor een lekker broodje. De regent komt met bakken uit de lucht. Ik lach Anzar uit. Ik sta hier veilig droog. Mijn pak heeft hij nog niet gezien…

Het broodje is op en ik rij weer een blauwe lucht tegemoet. Anzar doet vast even een dutje en heeft mijn vertrek niet in de gaten. Volgens mij is Anzar een sufferd. Gewoon zo’n rotgodje waar je verder niks aan hebt.

Kort voor Sevilla moet ik tanken. Een pompbediende wil dat werkje wel even voor mij doen. Only in your dreams, mate. Tanken doe ik mooi zelf. Je stopt je dieselpistool maar lekker ergens anders in, roep ik hem toe. Gelaten geeft hij mij de handgreep aan. Hij wil wél van tevoren weten voor hoeveel geld ik ga tanken. En ik moet cash betalen. Ik tank totdat de tank vol is, señor, vertel ik hem vriendelijk. Ik heb nu nog geen idee hoeveel d’r in haar tank gaat, amigo.

Ik moet plots denken aan telefoonabonnementen: daar moet je ook van te voren opgeven hoeveel je gaat bellen en hoeveel je gaat internetten. Wie wéét dat nou? Van tevoren? En we pikken het allemaal, hè? Wat een stomme klantonvriendelijke onzin. Ze leggen je daarmee toch gewoon aan de ketting?

Hup verder! Kein keloel over benzine en abonnementen. De donkere wolken komen er aan!

Anzar trekt nog een paar keer vals zijn lippen op, grijnst gemeen zijn tanden bloot en stort voorzichtig een beetje water over mij uit. Ik tart hem en lach hem uit. Het gebeurt diverse keren dat ik recht op zo’n pikdonkere lucht afrijd en dat mijn route héél kort daarvoor weer afslaat. En dan scheer ik er weer langs. Anzar verbijt zijn ellende. Hij pist maar wat schlemielige druppeltjes naar beneden, maar dat mag geen naam hebben.

In Sevilla heeft hij mij bijna te pakken. Bijna! Het is tegen 18:00 uur. Ik heb er 330 km op zitten. Ik rij midden in de drukke stad en heb tien ogen nodig om te overleven. Die Spanjolen in hun koektrommels willen allemaal tappas van mij maken. Ze zijn of aan het bellen, of aan het roken of ze zijn met hun passagier druk in gesprek.

En dan, plotseling, zet Anzar de kraan helemaal vol open. De regen komt met bakken naar beneden! Het ziet grijs van de regen. Ik kan geen kant op. Ik wil je pak zien, dondert hij. Ik maak je zeiknat, bliksemse kaaskop uit de Lage Landen!

En nét als ik hem dan maar wil voorstellen om met 1:1 te eindigen, ik ben er immers bijna en heb hem de héle dag ontweken, vind ik tussen de scholieren een droge overdekte schuilplek. Haha. Je kunt de koelere krijgen, Anzar. Ik heb gewonnen! Géén regenpakkie aan vandaag! Het zit nog steeds ingepakt achterop mijn motor!

Het laatste stukkie rij ik droog.

Ik vind een toffe camping in het nationaal park Doñana in de buurt van Almonte. Zéven wandelkilometers van de bewoonde wereld. Maar eindelijk in een echte caravan, en super netjes, zoals het hoort. Het restaurant en de winkel zijn hier alleen in het weekend open. Nou ja…

COOS SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN….

Ik werd vanmorgen wakker met vier muggenbulten. De klootzak!