Categorie archieven: Motorroutes

Coos op Reis: op de naturistencamping

DE BALKAN – OP DE NATURISTENCAMPING

Het is zondag 2 juni. (We gaan verder in de serie Coos op reis.) Ik was vannacht veel wakker. Tien kilometer verderop was een of ander muziekfestival. Dat duurde tot vanmorgen 06:00 uur. Het was te ver weg om mee te zingen, alleen de beats rolden maar in flarden over het water. De wind regelde dat. Dan was het geluid weg, dan was het er weer. Ik stel voor dat ze de muziek voortaan naar alle smartphones streamen. Dan kan iedereen ook gelijk zijn eigen volume regelen. Heeft er verder niemand last van.

Nou ja, ik hoef gelukkig vandaag niet te gaan werken. Verrek, niemand trouwens, realiseer ik mij. Het is zondag. Ik raak het ritme een beetje kwijt. Ik ben al een week op pad. Wat gaat het allemaal retesnel. Slaap? Ach, ik knap onderweg wel een uiltje. Heerlijk in het gras in de schaduw onder mijn ijzeren vriendin.

Om 08:00 uur gaat de wekker. Het is warm en half bewolkt. Men voorspelt voorlopig geen regen meer. Ik zal vandaag 28 graden gaan zien.

Ik verwijder de Goretex-voering uit mijn Stadler-pak, zet de ritsen in mijn mouwen op standje ‘doorluchten’ en leg mijn Rukka doorwaaihandschoenen stand-by. Goede spullen, daar komt het op aan in barre omstandigheden.

Ik begin ook wat ritme en handigheid met mijn kleding te krijgen: mijn dagelijkse spullen stop ik inmiddels allemaal in de grijze zak, die op de plek van de duo staat. Die zak is toch groot zat. Lekker makkelijk. En ik stop de voeringen van mijn motorpak en de extra truitjes ‘stand-by’ in de zak op de topkoffer. Ruimte zat. Het weegt immers niks. Super. Voor mij werkt dit prima.

Ik meander door groene landschappen, smalle straatjes en pleintjes in verstilde dorpjes, kijk naar oude gebouwen, stop soms voor een foto en geniet van de omgeving en de kust. Het is prachtig om hier te rijden.

Ik ontdek een Nederlander in Kroatië: Villa Orange. Verderop staan de overblijfselen van een motorfiets op een dak. Het moet niet gekker worden.

In Nederland zie je in tuinen steeds vaker muurtjes van stenen, die gevangen zitten in zo’n stalen net. Die muurtjes zie je hier ook wel. Maar dan zonder netjes. Of ze bouwen er een heel huis mee. Kijk!

Veel plaatsnamen blijven hier voor mij vaak wonderbaarlijk en wat geheimzinnig. Wat denk je van VRH? En KRK?

Ik stijg en rijd de bergen in. Op een veld vliegen enorme insecten in het rond. Soms ontwijk ik zo’n woest exemplaar. Eentje vliegt tegen het vizier van mijn helm. Beng! Het eigeel druipt naar beneden. ‘Zouden het vliegende kuikentjes zijn?’, bedenk ik mij.

Na het berggedeelte daal ik, met spectaculaire hellingspercentages, weer naar zee. De weg is zo steil en zo scheef, dat mijn ogen en hersenen moeite hebben om het totaalbeeld in de verte strak en horizontaal te krijgen.

Ik volg, samen met een Kroatisch echtpaar op een motorscooter, de route. Zij zitten saampies in korte mouwtjes en korte broeken. Ze dragen geen handschoenen. Heerlijk luchtig als het 28 graden is. En zeker om mee aan het zwembad te zitten. Maar op de weg en op twee wielen levensgevaarlijk. Als ik stop voor een foto, halen zij mij in. En als zij stoppen voor een slokje water, rijd ik hen weer voorbij. Het duurt niet lang en dan zwaaien wij naar elkaar in het voorbijgaan. Prima.

Na de laatste stop constateer ik dat hij harder en harder aan het rijden is om mij vóór te blijven. Hij kijkt vaker in zijn spiegels en neemt de bochten scherper. Hij snijdt ze zelfs af door een deel van de linkerbaan mee te nemen. Hij maakt er een wedstijd van. Zij heeft zich stevig aan wat stangen vastgegrepen en blijft dapper, maar zit zichtbaar niet op haar gemak. Dat straalt ze helemaal uit. Dit is echt onverantwoord. De bestuurder is niet goed bij zijn hoofd. Ik geef een enorme poep gas. De zware BMW springt als een luipaard naar voren. Ik ga de scooter met veel machtsvertoon voor de zesde en tevens laatste keer voorbij. Ik houd het gas er flink op en creëer zo een grote afstand. Ik wil ze niet meer zien en ik wil ze helemaal niet zien vallen. Ik heb deze week al voldoende pleisters en jodium gebruikt. Trouwens, niet iedereen haalt hier de overkant….

In Presika stop ik voor de lunch en geniet van het prachtige uitzicht over zee. Dat er toch mensen zijn die elke dag van zo’n uitzicht mogen genieten. Het restaurant heeft grote parasols en linnen servetten. Ik voel mij gelijk thuis. Er staat een lekker windje.

Het menu geeft o.a. schapenkaas aan. Met wat olijfolie en verse peper.

Door die olie blijven de pepertjes lekker plakken. Ik ben razend enthousiast. En daarna volgt een bord heerlijke vissoep. Mijn dag kan niet meer stuk.

Ik mis op een haar na een donderse regenbui en vind aan het einde van de middag op KRK een naturistencamping met werkelijk absurde prijzen.

Maar voor mij een prima plekkie.

DE NATURISTENCAMPING

Op de camping is kleding en (helaas) fotograferen verboden. Haha. Je moet alles geprobeerd hebben in je leven! Ik ga lekker een paar dagen met mijn e-reader aan het strand zitten. Ik heb nog geen letter in mijn boek gelezen. Gewoon, ff niks doen. Héérlijk. Ik meld mij weer!

Wel grappig dat ik mij morgenochtend niet aan hoef te kleden. Kan ik langer op bed blijven liggen…

Nog wat voor The Catch of The Day

Wil je alle verhalen van Coos van der Spek na elkaar lezen, je vindt ze via deze link: //ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/ 

Coos op reis, vanuit de Balkan: Sorry pa!

DE BALKAN – MET DE BUS NAAR TRIËST 

We lezen verder in onze vervolgserie “Coos op Reis”, waarin Coos van der Spek ons meeneemt door de Balkan landen.

Het is inmiddels donderdag 30 mei. Mijn BMW en ik hebben heerlijk geslapen. Zij dichies bij mij en droog onder de luifel op het piepkleine terras van de caravan en ik lekker warm onder het dekbed in mijn grote tweepersoonsbed.

Op deze camping staan geen mensen met een arbeidsethos, maar louter vrolijke en opgeruimde vakantiegangers. Hun levensritme benadert meer het mijne. Hier in de vroegte geen slaande deuren en stampende voeten op oude houten vloeren van schoenen van de …. nee, ik zou dat rare woord niet meer schrijven. Ik zal er over op houden. Denk ik.

Oh, nee. Nog ff niet. Ik word wakker. Het is 05:30 uur. Er loopt een enorme vogel met grote blote poten over mijn plastieken dak. Hij maakt ruzie met een andere vogel en eet gelijk iets hards op. Dat slaat hij eerst even stuk tegen mijn schoorsteen. Rakker! Ik ga gelijk maar plassen en zie dat het licht is. Verrèk…, dat wist ik helemaal niet. Het is zó vroeg al licht? Is dat altijd zo geweest?

Het is bewolkt en 15 graden. En droog. Hoera! Vandaag laat ik de motor staan en ga met de bus naar Triëst. Goretex-wandelschoenen aan. Tuurlijk heb ik die bij mij. En mijn sandalen. En vier paar handschoenen trouwens. Die ik overigens al allemaal aan had. Tja, ik moet die grote koffers en die gladde grijze zak ergens mee vullen. Ik kan daar moeilijk leeg mee gaan rijden. Mijn zak en ik horen immers bij elkaar…

Ik loop de poort van de camping uit en loop zo tegen Pekarna Slascicarna Pannetería-pastíccería aan. Heb jij ook geen idee wat het is? Nou, ik ook niet, maar het ruikt naar lekkere broodjes. En koffie. Met een keurig blauw flesje jus d’orange. Hé, je kan niet alles hebben. Geen verse jus, het is hier geen Spanje. En het moet hier een beetje een avontuur blijven. Whoehaaaa! Enfin, een lekker broodje dus. Ik heb ook altijd geluk.

Behalve met de bus. Daar heb ik pech mee. Die vertrekt pas over een uur. En ik mis in Koper straks mijn aansluiting. Wéér een uur. Ach, kan ik lekker lang over mijn broodje doen en vast hier een beetje rondkijken. Ik heb de tijd. Tot aan mijn dood in 2070. Want zó oud ga ik worden. Ik moet nog heel veel beleven. Zeker met die flesjes jus d’orange.

Ik koop een buskaartje. De chauffeur noemt de prijs. Ik heb geen idee wat hij zegt, dus geef hem 50 euro. Kost een enkeltje 80 cent. Ik pis in mijn broek. Wat een lullo ben ik toch, hè? Voor 50 euro koop je hier een hele bus. Krijg je de chauffeur er bij.

De bus heeft gedeeltelijk een houten stuur. Prachtig. Ik ben gelijk verliefd. Ik wil ook een bus.

Het doet mij aan onze Kever uit 1975 denken. Daar was ik ook verliefd op. Een witte. Hij had van die grote Amerikaanse achterlichten. In onze Kever zat een gehéél houten stuur. Een piepkleintje. Die Kevers waren zo windgevoelig als wat, dus als het waaide ging ik met mijn handen op stand ‘half één’ aan het stuur over de Van Brienenoordbrug. Wacht, anders geloven jullie mij niet. Ik heb nog een oude foto. Eentje met Janny en Danielle d’r op. Ach, ze hebben toch geen Feestboek…

Mijn vader vond zo’n Kevertje maar niks. Die vond toen al dat zijn zoon in een dikke BMW of Mercedes moest rijden. Ik ben nooit verder dan Passats gekomen. Sorry, pa…

TRIËSTE.

Inmiddels is het 18 graden. Wel zwaar bewolkt. En nog steeds droog. Triëst is een echte Italiaanse stad. Het is groot, mooi en statig. Net als de vrouwen. Die zijn statig en slank en prachtig gekleed. De stad heeft een oud centrum, veel terrasjes en veel winkels. Triëst heeft een echt Canal Grande, van wel 200 meter lang… En een soort Ramblas op de Viale Venti Settembre. En Klein Berlijn: een stokoude gevangenis. Die is helaas gesloten. En uiteraard veel prachtige gebouwen en monumentale gevels. Italië is geweldig. Ik hou van Italië! Meer dan Spanje en meer dan Frankrijk. Heerlijk en gezond eten. Italië hééft het!

Ik navigeer op een bankje via mijn telefoon naar een kathedraal. Ik heb gelijk aanspraak met een grote zwarte hond. Hij is aan de achterzijde voor een groot deel verlamd, vertelt haar bazin. Aangereden door een grote motorfiets, zegt ze plotseling fel. Wat erg, antwoord ik. Ik ben hier met de bus naar toegekomen, meesmuil ik en hoor een haan driemaal in de verte kraaien…

Om 14:00 uur is het ineens lekker weer. De kouwe wind is weg en de bewolking dunner. Ik zie zelfs een waterig zonnetje.

In een kerk kan ik voor twee euro water van Benedetta kopen. Dat water is door een priester gewijd en kun je gebruiken voor een symbolische reiniging. Ik zondig nooit, volgens de kranten veel priesters wel trouwens, dus heb ik helemaal niks aan dat water. Ik laat de flesjes staan.

Een stukje verderop tref ik, in een oude tuin van een museum, oude Romeinse resten aan. Er liggen zelfs ouwe stenen gewoon op een bergje opgestapeld. Het water loopt in mijn mond. Zou ik er eentje mee mogen nemen? En zal ik dan alsnog ff zo’n flesje water van Benedetta gaan kopen? Voor de zekerheid?

Ik pak om 19:00 uur de bus van Triëst naar Koper. Mis net mijn tweede bus naar Ankaran. Fijn dat ze ff op elkaar wachten. Maar dan neem ik maar voor zes euro een taxi. Niet in mijn vaders Mercedes, maar in een Dacia. Ja, hoor, heb ik weer. Sorry pa.

De taxichauffeur en ik maken gezellig een praatje. Hij komt uit Bosnië en is Christen. Hij heeft de oorlog meegemaakt. Maar woont en werkt nu heel gelukkig in Slovenië. Er was geen werk waar hij geboren is. Zijn vader werkte in de jaren zeventig bij Shell in Pernis / Rotterdam. Als ik hem vertel dat ik hier met de motor ben, toont hij mij op vier plaatsen in zijn lichaam stalen pennen van een eerder motorongeval. En bedankt voor de gezelligheid en de goede vooruitzichten, hè? Ik geef hem maar een royale fooi.

Ik vond vanmorgen hier een restaurant annex bierbrouwerij: Ristorante Mangal ad Ancarano. Piepklein en zonder toeristen. Top! De eigenaresse wil met mij mee op reis. Effe aan Janny gevraagd. NOGO…. Ook stom om zoiets te vragen.

Toffe dag. Heerlijk 13 kilometer gewandeld. Lekker relaxed. Effe geen gehoorbescherming in mijn oren.

Net zoiets als geen tampon in hebben. Stel ik mij maar zo voor, hoor…

Morgen weer verder. Ik vertrek naar Pula. Langs de kust. Kort ritje. Maar daar is het beter weer. Voorlopig heb ik ff geen zin in regen. Ik wil factor 50 en de zon!

Lekker kort verhaal vandaag. Mijn vrienden klagen. Ik zal mijn leven beteren.

Nog wat van The Catch of the Day kijken?

Coos op Reis, elke dag nasi is ook niet lekker

COOS SCHRIJFT ONS VANUIT DE BALKAN – TRIËST

Met al die duizenden lezers hier op de website en sociale media, is elke dag de druk om te presteren gigantisch hoog. Mijn serie CoosOpReis wordt super gelezen, dus ik blijf gas geven uiteraard. Hapklare teksten en kekke foto’s. Daar gaat het om. En precies op tijd.

Net als de krant. Die moet ruim vóór zevenen ‘s morgens op de mat liggen. En de stukken moeten vermakelijk zijn. En informatief. En verrassend. En blijven boeien. En niet te kort. En niet te lang. Oei, dat laatste is wat lastig voor mij. Pffff…

Maar … exact vanmorgen om 06:00 uur bedenkt het brein in mijn geschoren hoofd bovenstaande regels als eerste voor vandaag. Want precies op dat tijdstip laat de matineuze (ok, ik zal het nu niet meer doen…) pater zijn klokken in de kerktoren beieren. Hard! Niet normaal. Aan het werk, aan het werk, schreeuwen die klokken. Ik zit gelijk rechtop in mijn bed. Idiote blote poten paters, dat zijn het.

Om 08:00 uur is het zwaarbewolkt. En het regent behoorlijk. Gatver. Nog een natte dag.

Mijn motor sliep in de zelfventilerende hotelgarage. Met lichte tegenzin hing ik gisteravond mijn zeiknatte kleding en handschoenen in het Trockenraum van het hotel. Ik heb nou eenmaal alles graag bij mij. Ja, ik ben een tikkeltje autistisch. Ik weet het. De hotelier keek gisteren naar mijn regenpak en vertelde zo sip dat het fraaie houten parket  al 200 jaar in het oude hotel ligt… Dat gaf voor mij de doorslag. Ik haal de motor en al mijn regenspullen op. Het is super. Echt. Alles is kurkdroog. Ik ben om.

Het hotel is prima. En de familie is erg vriendelijk. Precies zoals het hoort.

En de kamer heeft een fijne en moderne douche. Ik reken 75 euro (!) af, inclusief ontbijt, diner en drankjes. Het kan allemaal best.

Is er dan vandaag helemaal niks te zeiken, Coos? Weet je dat zeker?

Uh … jawel. Er mag daar binnen gerookt worden. Op veel plaatsen in Oostenrijk overigens. Als enige land in de EU. Ik ben zelf een kind van de jaren vijftig. Opgegroeid met een rokende vader en vanaf mijn middelbare schooltijd ook shaggies gepaft. Iedereen deed dat in die tijd. Tijdens een jarenlange avondstudie, die ik in de jaren tachtig volgde, ben ik met roken gestopt. Ik dacht: dan heb ik straks eindelijk mijn diploma en ga ik vervolgens dood aan longkanker; das zonde van de tijd. Sindsdien heb ik niks meer met roken. Ik vind het vies. En zeer zeker binnen. Ik zet daarom dit land voorlopig op mijn blacklist. Totdat het is opgelost. En verder wemelt het daar van de flitscamera’s en borden met maximum snelheden… Dat moedigt mij ook niet zo aan.

Opmerking: inmiddels heeft Oostenrijk ook de wet aangepast en mag je binnen niet meer roken.  Nou die snelheidscamera’s nog weg.

Ik bepak mijn ezel en vertrek. Al rap bestijg ik de Plockenpass. Saillant detail: ze verstoppen op deze pas de haarspeldbochten in de donkere tunnels. En dat is een heel raar gevoel. Ik los mijn desoriëntatie op door steeds net op tijd vlot mijn vizier omhoog te swipen. We stijgen tot circa 1400 meter. Het is 6 graden en nat. Echt een zomervakantie, jôh…

Mijn BMW en ik rijden Italië in. Gelijk verandert de structuur van het asfalt. Niet meer van die gitzwarte glimmende platen. Dit is ruwer, stroever. Zoals het verschil tussen een zijden blouse van een dame en een nieuwe spijkerbroek van een man. Zoiets. Het geeft direct meer vertrouwen en ik ben gelijk weer lekker aan het sturen. Italië is fantastisch.

Rond 11:30 uur is het droog. Een uur later regent het weer. En zo wisselt het de hele dag. Het goede nieuws is dat alle watervallen op ‘aan’ staan. Het water gutst de bergen af. Ik ben dol op watervallen en vind het elke keer prachtig om te zien. Ik stop bij elke waterval.

Dan denderen we Slovenië in. Uh …. het asfalt is hier meestal Kwalitatief Uiterst Twijfelachtig… Ik doe het wat rustiger aan.

Van de Slovenische taal snap ik helemaal niks. Het is een Slavische taal.  Ze spreken soms wat Duits en soms wat Engels. Maar … ik snap de plaatjes. Zie foto. Welja jôh, jij ken die shit, ouwe!, zou mijn Danielle zeggen, die overigens cum laude is afgestudeerd in Letteren aan de Universiteit in Utrecht.

Slovenië is ruiger, steiler en woester. Het is veel meer echte, ruige natuur. Ik vind het mooi.

Ergens in de hoogte en in de Sloveense kou scoor ik een warm broodje met tomaat en mozzarella. En een warme choco, die meer naar melk smaakt. Ach, wat maakt het uit.

TRIËSTE

Ik rijd door Triëste. Dat is een grote Italiaanse stad aan de Adriatische Zee. Vlakbij de grens van Slovenië. Het is een magische stad voor mij. Ik weet niet waarom. Morgen ga ik er met de bus heen en daar lekker wandelen.

Voor nu heb ik een stacaravan op een Sloveense camping gevonden op 50 meter van de Middellandse Zee. Ik blijf hier twee nachten. Voor ruim € 170,-. Gekkenhuis. Maar goed, even iets anders, even geen motorrijden. Het is net zoiets als elke dag nasi eten. Dan is dat ook niet meer lekker…

THE CATCH OF THE DAY

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch of the day. Veel plezier. Welterusten.

Coos op Reis: de regen is voorspeld

DE BALKAN – DE REGEN IS VOORSPELD ÉN …. IS GEKOMEN!

Dinsdag 28 mei. Jôh, ik ben om 08:00 uur al wakker. Nog vóór de wekker. Het moet niet gekker worden.

Ouwe mensen hebben minder slaap nodig, schijnt. Zou het ouder worden dan eindelijk vandaag begonnen zijn?

Het heeft vannacht heel hard en heel lang geregend. Verder voorspelde de weerman voor vandaag meer dan 90% kans op regen. Wat denk je? Het is droog!

Om 08:40 uur wandel ik blinkend schoon, okselfris, met mijn duurste aftershave op en in mijn motorpak, de ontbijtzaal in. Er zijn verder geen ontbijters aanwezig.

Chagrijnig personeel schuift tijdens het dweilen van de vloer alle houten stoelen van de ontbijtruimte van links naar rechts over de harde vloer. Nou, gezellig, tijdens het ontbijt… Een hels kabaal trekt door het luxe hotel. Waar verder niemand last van heeft. Want alle Mitarbeitern zijn met hun stropdassen om in alle vroegte al in grote stofwolken met hun peperdure bolides naar hun belangrijke vergaderingen in hun anonieme glazen kantoren vertrokken. Alleen één of andere sufgepikte ouwe Nederlandse kale motorrijder hoeft hier nog maar even te ontbijten. Geef de lul een sneetje brood. Owja, let op hoor, zegt mevrouw twee: de stenen vloer is nat en spekglad. Ja, duh.. Reeds vijftien minuten later onttakelt het ongeïnteresseerde personeel ook vast het buffet. Hallo, ik ben hier nog en zit nog te eten!

Ik tik bij de receptie € 135,- af en vertrek. Zonder een dubbeltje fooi uiteraard. Ik kom hier nóóit meer. En ik weet trouwens zeker dat het allemaal familie van elkaar is dat daar werkt. Ze hebben dezelfde gedrongen bouw en zijn op dezelfde manier chagrijnig. Zo’n half boze, vanaf de geboorte ingebouwde, sikkeneurigheid. En niemand roept daar iemand ter verantwoording. Er is ook geen leiding. Niemand rekent daar met iemand af.

Het kan zó anders, denk ik. Het runnen van hotels moet toch leuk zijn? Vraag maar aan mijn oude Amerikaanse vriend Tommy Abrams. Hij heeft dat 30 jaar gedaan. Jôh, en dan is je leven zóveel leuker. Get a life! Nou, genoeg gezeikt. Haha. Ik vind zeikend schrijven zo leuk. Het hoort ook echt bij ouwe mensen. Zoals ik, sinds vandaag.

Ik zoek mijn route weer op en tuf de stad uit. Rond 11:00 uur komt de voorspelde regen. Met bakken uit de hemel. Ik stop bij een overdekte benzinepomp, trek mijn regenpak aan en wissel mijn handschoenen. Ik gooi mijn hoofd achterover, bal mijn vuist en roep naar de goden: kom maar op dan met dat water. Bring it on, babe!

De temperatuur valt op dit moment nog wel mee. De hoogte is 300 meter. Ik moet echter nogal door wat lagen plastic kijken om alles droog en scherp te blijven zien: mijn bril, mijn anticondens vizier, mijn vizier en het ruitje van mijn loketje. En blijven proberen om langs alle druppeltjes te kijken en niet naar de druppeltjes op mijn vizier. Als ik mijn scherm iets lager draai, dan blaast de wind wat meer mijn vizier schoon. Het blijft een machtsstrijd.

Een uit de kluitengewassen merrie werpt zich ruggelings in het natte gras en kronkelt glunderend met vier benen in de lucht. “Wellustig wijf!”, roep ik in mijn potje. Ze kijkt niet eens.

Ik meander van dorp naar dorp en rijd voorbij een grote bouwmarkt van de Hornbach. Gelijk zing ik heel hard in mijn potje: VanJeAaaaiAaaiJippieJippieJeeee… Haha, dat hebben de reclamemakers toch mooi voor elkaar. Net zoals: toettoet, zó, dat is snel, dat lijkt Overtoom wel. Weet je nog? Of zou ik gewoon een neuro-psychiatrische aandoening hebben? Het Syndroom van Gilles de la Tourette? Kan best hoor, ik heb wel meer neigingen die ik niet kan bedwingen… Dat zegt Janny-zonder-Facebook altijd, tenminste.

Er staat een groot veld met hop langs de weg. Ik maak op mijn motor een diepe buiging. Hop is een belangrijk ingrediënt voor bier. En dat Duitse bier is zo tadeloos lekker.

Een stukje verderop tref ik, gewoon op een doodstille landweg en zomaar aan de kant van de weg, aardbeien uit de automaat aan. Net als een kroketje bij de Febo. Das nou boerenslimheid. Zo grappig. Heb ik een foto? Wat dacht je..! Ik neem een doosje vitamientjes mee, want ‘a box of strawberries a day, keeps the doctor away’. Of was dat nou met appels?

Het regent nog steeds. Volle bak met gratis water uit de hemel.

Maar ik blijf messcherp achter mijn loketje. Ik zit hier niet om postzegels te verkopen, maar om in leven te blijven.

Ik zit droog en ik maal er niet om. Ik geniet en zing The Chamber of 32 Doors van Genesis: I’d rather trust a countryman than a townman, you can judge by his eyes, take a look if you can. Maar dan….

In een dorp steekt een stokoud dametje, tussen twee hoge heggen door, de neus van haar piepkleine autootje vast een stukje de straat op. Het is net het neusje van een muis, die uit haar holletje komt. Ik voel mij medium veilig, want ik rijd immers op een voorrangsweg. Ik schuif naar links. De oude dame kijkt naar links, ziet mij, kijkt naar rechts, ziet op redelijke afstand een grote vrachtauto naderen, is in haar korte termijngeheugen mij inmiddels al weer vergeten, en draait zo de weg op. Huppekeee! Zonder mankeren. Godskelere, ik rem de knalroze, zijdezachte en op maat gemaakte oordoppies van Hoorhuis Diemen uit mijn oren! Volle bak in de ankers: knijpen in hengsels en stampen op stangen. Alles wat ik in huis heb, want mijn leven hangt ervan af. Onderbroekies en sokkies vliegen naar voren. ABS aan. En tegelijk vloeken en tieren in mijn potje. Dat helpt. Echt. Ik – haal – het – net. Het scheelt heel erg weinig.

Omaatje kijkt mij met haar blauwe kapsel en rood gestifte lippen vriendelijk aan. Ik knik vriendelijk terug, want ik heb een zwak voor omaatjes. Koelere, mijn ‘bijna’ eerste ongeluk in 1000 kilometer. Ze hadden mij zowat uit een Fiat Pinda moeten zagen… I’d rather trust a countryman, maar géén ouwe dorpstantes met blauw haar.

Aan de Starnberger See word ik in Seeshaupt geflitst: 5 km te hard. Ik ben ook echt hardleers. Ik rijd met twee actieve radarwaarschuwingssystemen en geen enkel systeem waarschuwt mij op tijd. Je hebt ook geen reet aan die elektrieke meuk. De flitser staat langs de weg in een tuin! Ja hallo, als ik nu ook nog langsrijdend én ouwe omaatjes én de geraniums in Duitse tuinen moet scannen… Gelukkig flitst hij mij aan de voorkant. Dan heb je als motorrijder, zonder kentekenplaat aan de voorkant, best wel geluk.


Bij het vervolg van de route moet ik kiezen: neem ik de voorkeurroute via de Grossglockner Hochalpenstrasse of neem ik de Felbertauerntunnel. Het weer is echter nog bar en boos. Ik vrees op de hoge Grossglockner in dikke mist en verse sneeuw terecht te komen. Het is vragen om problemen. Ik moet verstandig zijn: ik kies de tunnel. Jammer, maar het is niet anders.


Rond zessen kom ik bij mijn hotel. Ik ben nat en heb het koud. Het was een zware dag. Het is vandaag … Ruhetag. Ja, wanneer niet, als ik ergens kom. Koelere. Ik maak mij bekend als de organisator van een grote motortrip en vertel dat ik op 16 juni met 20 motormaatjes hier terugkom. Dat helpt.

Ik krijg een mooie kamer met een prachtige regendouche en ze bakken zelfs een grote Wiedergutmachungschnitzel voor mij.

Met pommes en mayo. En een grote bier. Een beetje ouwehoeren lukt mij altijd wel…

Mwah. Ze voorspellen hier nog meer slecht weer. Ik ga vannacht nadenken wat ik morgen ga doen.

THE CATCH OF THE DAY

Nog teenentander met de camera gevangen vandaag. Trusten!

Itchy Boots, van Ecuador naar Colombia

Als Noraly de grens tussen Ecuador en Colombia nadert, dan lijkt het dat de grensposten gesloten zijn. Normaal gesproken regelt de douane een tijdelijke invoervergunning voor je motorfiets. Uiteindelijk ontdekt ze dat ze wel heel gemakkelijk de grens kan passeren, maar het regelen van de invoervergunning is een andere zaak. Alles bij elkaar heeft ze bijna 6 uur oponthoud aan de grens. Je moet er dus wel wat geduld voor hebben.  Kijk zelf maar wat ze allemaal moet regelen.

We liepen iets achter met het publiceren van de filmpjes van Itchy Boots dus doen we er in dit artikel twee. In haar inmiddels 6e serie op YouTube zijn dit de afleveringen 18 en 19. Haar eerste dag rijden door Colombia is veelbelovend. Uiteraard neemt ze weer een uitdagende route door de bergen. Wanneer het daar regent, op de onverharde wegen, dan komen er toch wat uitdagingen bij om je motorfiets op de weg te houden.