In onze vervolgserie “Coos Op Reis” vandaag eindelijk de dag dat Coos van der Spek zijn reis ook echt kan beginnen. Hier gaat het om. We volgen hem in het wiel. Verhaal nummer 6. Onze eigen Floortje Dessing, maar dan iets groter en gepensioneerd, begint aan zijn reis van drie maanden door Zuid-Europa.
YES! Geluk hebben bestáát niet! Dat dwing je af. Niks aan ‘t handje. Mijn vrachtauto met mijn motorfiets arriveert volgens planning gewoon vandáág in Barcelona! Hij komt … slechts 20 minuten te laat aan. Ondanks de zware sneeuwval in Frankrijk. Joepie! De adrenaline vliegt door mijn lichaam. Ik strik mijn veters, trek mijn jas aan, kam mijn haar en sprint naar de hotelreceptie om mijn sleutel in te leveren.
Om 08:15 uur haalt José, de manager van de Spaanse vestiging van het transportbedrijf Nord Cargo, mij met zijn witte Audi Q5 bij mijn hotel op. Behendig manoeuvreert hij de grote auto door de spits. Het is hier bijna net zo druk als Amsterdam. Bijna, hè…
Hij is een gezellige man en onderweg raken we aan de praat. Hij woont al zijn hele leven in hetzelfde dorp in de buurt van het bedrijf. Hij werkt van 08:00 uur tot 20:00 uur. Minstens vijf dagen in de week. En niemand heeft siësta in Barcelona hoor, grijnst hij. Dat denken alleen maar mensen buiten Spanje. José heeft 20 dagen per jaar vakantie en gaat op zijn 67e met pensioen. En het pensioen is magertjes. Nou, ik wil niet met hem ruilen hoor, besluit ik, zómaar spontaan.

Het is een goed half uur met de auto. We gaan het hek door, rijden om het gebouw en zoeven zó door de grote geopende roldeur de hal in. En … dáár stáát ze! Op haar pallet. Trouw en geduldig op mij te wachten. Blinkend en gepoetst. Wat is ze mooi, wat is ze prachtig! En wat is ze gruwelijk stoer.
Samen met José haal ik de zware BMW uit de sjorbanden, rollen we haar via de ijzeren goot van de pallet en trekken we haar over het ijzeren stutje. Vervolgens monteer ik haar drie koffers en de tanktas en plaats ik de rest van de bepakking op de motorfiets. Daarna haal ik haar van de middenbok en draai haar met het voorwiel richting de uitgang.
En ze is zwáár! Jéétje man, ik lijk wel een vrouw, zovéél heb ik bij mij. Echt véél te veel. En nog niet eens een haarföhn. Niet normaal. Ik heb nu al spijt. Een lichte duo geeft mee in de bochten, maar dit is dóód gewicht en looiig van onderbroekies, kleding, schoenen, tent, stoeltje, slaapzak, luchtbed en allerlei elektrieke meuk. Heb ik het wel goed gedaan? Ik zit hier wel allemaal stoere verhalen te schrijven, maar de twijfel slaat mij om ‘t hart. Maar goed, ik heb lange benen, ben 1.95 meter en weeg 88 kilo. En ik sta best lekker stevig op die dikke Daytona’s, dus het moet maar. Nou effe niet zeiken.
Ik schenk mijn winterjas en mijn rugtas aan de medewerker van het magazijn. Ze waren reuzehandig in Barcelona, maar ze hebben nu voor mij geen nut meer. En nóg meer meenemen is geen optie. Tien minuten later komt José vragen of het verhaal wel klopt en of zijn medewerker niet ruig aan het gappen is. Lachend bevestig ik het verhaal en vertrek.
We hebben vandaag circa 300 km te gaan. Ik rijd voorzichtig het industrieterrein af, het dorp uit en de natuur in. Na een uur waag ik het om een deuntje te fluiten en na twee uurtjes ben ik het gewicht wat meer gewend en dender ik door de bergen. De weg is droog, dus ik dúrf. Yeah! Hier en daar wat extra streepies gas erbij en links en rechts wat hangen in de bochten… Ietsje éérder gas geven, ontdek ik. Ik klim tot 600 meter hoogte. Daar liggen zelfs nog wat resten sneeuw. Het wordt wat frisser.
Er valt hier en daar wat regen, het gas gaat er af en ik krijg het koud. Echter, toeristen en horeca gaan altijd samen. En in de bergen komen weinig toeristen… Er is hier niks, noppes, nada. Ik zie af. Ik heb te weinig gegeten, te weinig water gedronken en ik ben koud. Een leerpunt voor mij: meer regelmaat en nóg beter voor jezelf zorgen. Vooruitzien!
Máár…..dan kom ik bij Cunit weer terug aan de kust. De zon schijnt en het is hier stukken warmer. Met een café solo en een lekker koekie warm ik in het zonnetje op. En ik zie de zee! De Middellandse Zee. Ik ben mijn hele leven al verliefd op de zee. Ik blijf hier wel een half uur genieten.
Een stukje verderop brengt de route mij weer het binnenland in en rij ik richting Móra d’Ebre. Daar buigt de route weer af naar het zuiden en via de loop van de rivier d’Ebre en het plaatsje Tortosa sta ik na verloop van tijd weer aan het strand bij de schaamteloze stad Peñiscola.
Kort daarna arriveer ik bij mijn Bed & Breakfast. En wát voor één! Het is een super plek. Het is van een geëmigreerde Zwitser die als architect / bouwkundige dit gebouw zelf als B&B ontwierp. Met zelfs een ondergrondse parkeergarage.
Hij heeft net vandaag alle sinaasappels in zijn tuin geplukt, roept hij vrolijk. “Er hangen anders nog voldoende sinaasappels in je bomen”, roep ik terug. “Die laat ik hangen, speciaal voor mijn gasten, dat vinden ze enig”, grijnst hij. Slimme Zwitserse architect. Aardige vent.
Nou, het was een spannende dag.
Mijn éérste échte reisdag.
En ik ben eindelijk op weg!
Oh ja, ik besluit vandaag met een heuse kwis:
Ik kan mijn motor draadloos starten. Als ik de sleutel in mijn zak heb, dan is een druk op de power-knop voldoende om alle pk’s wakker te maken. KEY LOW, staat er vandaag plots op mijn dashboard. Batterijtje van de zender bijna op dus. Wat denk ik? Ik denk KUT! Ik heb aan alles gedacht, maar niet aan dàt ding. Potver.
Ik bel Grote Ton van Molenaar, mijn favoriete BMW-dealer in IJsselstein, en krijg het nummer van het benodigde batterijtje op: CR2032. Ik hou van Ton. Ton weet alles! Als ik noges trouw, dan trouw ik met Ton. Maar hij moet dan wel al zijn AOW krijgen. Net als Janny. Anders ga ik er op achteruit.
Enfin, terwijl ik Ton bel, sta ik op dàt moment rècht voor een Chinese toko. Wát denk jij? Kon ik dat batterijtje hier vinden? Het moet dus persé precies passen in een specale BMW-sleutel met keyless-bediening…
Ok. Ik geef een tip. Kijk eerst even naar de laatste foto. Das ongeveer 10% van wat ze allemaal in zo’n Chinese sjop verkopen… En ze spreken alleen maar Chinees.
Nou? Wát denk jij? Ja of nee? Heb ik hem daar kunnen kopen of niet? Gokje doen?
Je leest het in het volgende verhaal, in Coos op Reis.





























Ik was altijd meer met de zee bezig dan met het land. In mijn jeugd was ik vooral aan het zeilen en later aan het duiken. Mijn toenmalige schoonvader was duikinstructeur en ik werd dus al gauw ingezet als assistent. Ik wilde in die tijd marien-biologie studeren, maar een bezoek aan de Calypso van Jacques Cousteau deed mij daar van afzien. Dat ging uiteindelijk negen maanden per jaar om olieboren. Vervolgens wilde ik met een zeilboot de wereld over. Maar daar kwam gezin en werk tussen. Ik vaar nog wel steeds graag en dan vooral op schepen van anderen op de Noordzee, maar ik heb ook wel op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevaren.
Ik heb jaren lang woon-werk gereden, het hele jaar door en daarnaast nog de pretkilometers. Zodoende kwam ik aan 50-55.000 km per jaar. Soms was het lastig want ik hield er nooit zo van om te rijden als het sneeuwde en het gebeurde wel eens dat je na een nachtdienst naar huis moest en dan het intussen gesneeuwd. Dan is het wat minder leuk. Ik had wel een pekelfiets in die tijd. Nu ben ik een mooiweer rijder, mits we niet op reis zijn. Want we zijn eigenlijk meer reizigers op de motor dan toerrijders of toeristen.
Ik ben al op veel plekken geweest in Europa en daarbuiten zodat dit een lastige vraag is om te beantwoorden. Onze reis door Canada en de USA vorig jaar, 26.000 km in drie maanden- daar waren wel heel mooie stukken bij. Vooral Monument Valley en de Valley of the Gods waren spectaculair. Maar ook de tochten met
Wat ik heel graag wil doen is van Tierra de Fuego naar Alaska rijden. Het plan was om dit najaar te vertrekken als het voorjaar begint in Patagonië. De overtocht van de motoren is al geboekt. Alleen zit ook hier de corona in de weg. Er zit eigenlijk geen tijdslimiet aan deze reis want we komen aan als we aankomen en we kunnen desnoods altijd de reis een tijdje onderbreken, mocht dat noodzakelijk zijn.

