Tag archieven: motorvakantie

Coos op Reis, klantenbinding

DE BALKAN – KLANTENBINDING

Het is woensdag 5 juni, op het moment dat ik dit schrijf.

De dag (in deze aflevering in de serie Coos op Reis) begint met wat bewolking.

De temperatuur is echter meer dan prima.

Mooie gelegenheid om even wat spullen te wassen. Gewoon in de spoelbak in de keuken. Tip van Coos? Ik heb een tube van HG ‘Op-Reis-Wasje’ bij mij. Erg handig voor een snel wasje. O.a. bij de Hema. Motorvriendin Mely heeft ook een tip: gewoon doucheshampoo gebruiken. Dat scheelt weer plek. Ik pak spullen in die ik niet meer nodig heb en draai mijn motor vast om, met de neus naar het einde van het tuinpad. Zonder bepakking kan ik makkelijker met haar manoeuvreren.

Morgen (donderdag) reis ik weer verder, besluit ik. Het ontbijt op de camping is duurder dan het diner in het dorp… Mijn geld is op. Gelukkig heeft Janny geen Facebook, anders moest ik in het schuurtje slapen als ik over een poossie weer thuiskom. Of ik mag helemaal niet meer thuiskomen.

Waarom is deze camping zo duur? Schaarste. Eén van de centrale begrippen in de economie. Schaarste bepaalt de prijs. Start een naaktcamping, vraag de hoofdprijs en houd anderen ver uit de buurt, als je snel rijk wilt worden.

Maar eerlijk is eerlijk: het is hier super, prachtige omgeving, een waar paradijs met rondom glashelder water van 20 graden. En … ik geniet elke middag tijdens de lunch van de waanzinnige loungemuziek van Buddha Bar (koekel!). Mmmm… Ik zou daar zo de muziek kunnen verzorgen; volledig mijn smaak.

Korte blik terug? Ik wandelde gisteravond ruim na 23:00 uur vanuit het havenstadje Baska terug naar de camping. Twee kilometer via een prachtig donker kustweggetje over de klippen. De zee diep onder mij. Halverwege bleef ik even staan om van de rust en het tafereel te genieten. Heel ver over de inktzwarte zee zag ik de stad Senj liggen. De lichtjes van de boulevard lagen als een ketting van parels aan de rand van het water. Wat een momentje… Daar rijd ik morgen met de motor, mijmerde ik. Helaas is de veerdienst tussen Baska en Senj enige jaren geleden gestaakt. Ik zal daarom 95 kilometer moeten omrijden. Nou ja, of ik nou hier of daar rijd? Ik moet toch ergens zijn…

Maar goed. Terug naar nu. Nog een heerlijk dagje relaxen. Inmiddels schijnt de zon volop.

Ik monteer mijn compacte Sunset Chair van Helinox (wérelds!), bewapen mijzelf met mijn Kobo E-reader en ga aan de rand van de Adriatische Zee zitten. Genieten. Tijd zat. Tijd is immers niet iets dat gaat, maar iets dat komt. Tijd is wel begrensd. Het is een niet-hervulbare bron. Daarom heb ik natuurlijk altijd zo’n haast met leven, bedenk ik mij. Mijn leven loopt gewoon tussen mijn vingers weg terwijl ik er een beetje bij sta te dromen. Zo is het. Mooi, hè?

KLANTENBINDING

Herinner jij je ook nog die trainingen die jou moesten leren om ‘dichter’ bij je klant te gaan staan? Zo kreeg ik ooit bij Commit Information Systems (powered by Campina Melkunie) een driedaagse training Customer Intimacy en een cursus Klantgericht Werken. Daarna waren collega’s plots óók mijn klanten.

Later volgde ook nog een workshop Klantgericht Denken. Ik zal er nog wel meer hebben gehad, maar die ben ik vergeten. Joh, jaren negentig. Het paste allemaal prima in de tijdgeest van toen. Ik liep ook alle dagen in een driedelig kostuum. Prachtig allemaal. Ik zou er niet meer aan moeten denken, maar ik gooi mijn certificaten niet weg. Haha.

De eigenaresse van het havenrestaurant, waar ik vanavond met prachtig uitzicht op de rustige zee zit te eten, heeft zeer waarschijnlijk geen enkele training op dit gebied gehad. Dat weet ik zeker. Daar is hier simpelweg geen tijd en geen geld voor. Nee, zij komt na het eten even gezellig aan mijn tafel zitten, wijst naar de druivenranken boven mijn hoofd, biedt mij een ‘grappa van pappa’ van het huis aan, geeft vriendelijk gelijk de rekening en zegt ‘tot morgen’, als ik vertrek. Daar hoef je echt geen academische opleiding voor te hebben. Vriendelijk voor je klant zijn is zóóó simpel allemaal…

TENSLOTTE

Net als ik vertrek, begint, onder leiding van een accordeonist, een grote groep mensen liederen van het land en de zee te zingen. Het klinkt reuzegezellig. Als ik naast de groep even sta te genieten, biedt een man mij gelijk een stoel en een drankje aan. Hij graait met zijn eeltige handen een doorzichtige fles zonder dop en etiket van tafel. ‘Negen jaar gerijpte cognac en zelf gemaakt’, zegt hij trots. We proosten samen en ik smeer hem snel…

Ik moet te voet, en in het pikkedonker langs de kliffen, nog heel wat meters stijgen naar de camping… Pffff…

Móói afscheid van deze omgeving.

Nog één extra foto gevangen voor The Catch of The Day….

Wil jij alle andere verhalen van Coos ook eens lezen? Je vindt ze via:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis, cairns en het echte verhaal

DE BALKAN, CAIRNS ÉN HET ECHTE VERHAAL, VOLGENS HENK

Het is dinsdag 4 juni. (Toen Coos dit schreef dus… We vervolgen onze serie “Coos op Reis”, momenteel vanuit de Balkan). Wie veel reist, kan veel verhalen, is een mooi spreekwoord. Maar ja, ik reis momenteel niet. Dus weinig te verhalen? Mwah…

“Ik leg hiero in het zand streeploos bruin te bakkuh en te braaie en een beetje te nixen, te lezen, te zwemmen en lekkere dingen te eten.” Heerlijk! En ik kan trouwens heeel goed lui zijn… Ik zou hier zo maar een week kunnen blijven. Of twee. Als ik maar rijk genoeg was.

CAIRNS

Cairns zijn steenmannetjes: op elkaar gestapelde natuurstenen. Per cultuur hebben ze een andere functie en betekenis. Het stapelen vraagt vaardigheid en geduld en werkt therapeutisch.

Zo links en rechts zie ik op de camping deze natuurmannetjes staan. Vast een enthousiasteling die overal zijn ‘tag’ zet, denk ik. Net als graffiti-artiesten. Of een reu, die overal tegenaan pist. Of een BMW-rijder met zijn BMW-pak, zijn BMW-helm, zijn BMW-laarzen en zijn BMW-shirt.

Gistermorgen ging ik op het strand rechtsaf, dus nu ga ik naar links. Een beetje variatie en wellicht is daar ietsje meer lebensraum. Met mijn 1,95 meter heb ik nu eenmaal een enorme spanwijdte.

En daar vind ik de artiest! Tot aan zijn knieën in het water staat hij zijn stenen te zoeken, te selecteren op grootte en gewicht, het evenwicht te bepalen en buitengewoon voorzichtig zijn steenmannetjes op te bouwen.

En als ik mijn iPhone voor een foto pak, dan stapt hij geduldig even opzij. Hij is er hele dagen mee bezig, vertelt hij. Hij vindt het gewoon leuk en ontspannend om te doen. Leuk, hè?

Tja, verder heb ik vandaag geen pleisters geplakt of chagrijnige wijven ontmoet of zo….

Maar … voor degenen die gisteren de reactie van mijn motorvriend Henk misten, heb ik een dessert. Ik herhaal zijn bericht. Zijn zienswijs mag persé niet op mijn podium ontbreken…

HET ECHTE VERHAAL, volgens motorvriend Henk:

Beste Coos, dit gedeelte uit je verslag miste ik gisteren. Waarschijnlijk is het per ongeluk verwijderd bij het ter perse gaan van je bericht. Maar gelukkig heb ik het nog kunnen redden…

De eerste dag in het kamp ontkleed ik mezelf en begin ik, weliswaar nog wat onwennig, rond te wandelen.

De eerste persoon die ik tegenkom is een uiterst mooie, rondborstige blondine. Het gevolg was direct duidelijk te zien aan het enige mannelijke lichaamsdeel dat nooit liegt: er volgde onmiddellijk een erectie. De blondine merkt de erectie op en zegt: “Meneer, u heeft mij geroepen?”. Ik schrik me het lazarus. “Nee, absoluut niet, wat bedoel je?”. De blondine zegt: ‘Oh, u moet nieuw zijn hier. Ik zal het uitleggen. Het is één van de regels hier dat als u een erectie krijgt, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Glimlachend neemt ze me mee naar de zijkant van het kiezelstrand, legt haar handdoek neer en laat me mijn lusten botvieren.

Maar de verkenningstocht is nog niet over. Wanneer ik ga zitten, moet ik plots een scheet laten en binnen een paar minuten komt er een enorme grote, nogal gore, harige gozer naar me toe. “U had mij geroepen? ‘, vraagt deze. “Neen, neen, wat bedoel je?”’, vraag ik. “Oh, u zult nieuw zijn hier”, zegt de man. “Het is hier één van de regels dat als je een scheet laat, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Ik weet niet wat me overkomt, hij pakt me vast en draait me om en begint zijn lusten op me bot te vieren.

Ik waggel uiteindelijk terug naar het kantoor van het nudistenkamp en word begroet door een glimlachende, naakte receptioniste. “Kan ik u helpen, mijnheer?”, vraagt ze beleefd. Ik roep: “Hier is mijn kaart, hier zijn mijn sleutels van de caravan en hou mijn 500 euro verblijfsbijdrage maar. ‘Ik vertrek meteen”.

“Maar mijnheer”, antwoordt ze, “U bent hier nog maar een paar uur en u heeft nog niet eens al onze faciliteiten bekeken”.

“Luister”, zeg ik, “ik ben 69 jaar, ik krijg nog ongeveer één keer per maand een erectie, maar ik moet wél minstens 15 keer per dag een scheet laten!”.

Fijne avond, mannen!

Met de groeten van motorvriend Henk van Rookhuijzen

 

Beperkte levensruimte vandaag, maar nog voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Wil jij alle verhalen lezen in onze serie “Coos op Reis”, ga dan naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: de zingende indiaan

DE BALKAN – DE ZINGENDE INDIAAN OP CAMPING BUNCULUKA OP CRK (We gaan verder in onze serie “Coos op Reis”.)

Hoe gaat dat nou precies in zijn werk op zo’n … uh …. naaktcamping? Dat denk jij vast… Toch?

Nou, gewoon. Je trekt ‘s morgens je zwembroek NIET aan. Simpel. Overigens trek je wel beter je sandalen of slippers aan. Anders doen scherpe steentjes en takjes zeer aan je voeten. En als je het koud hebt, dan trek je gewoon een shirt aan. Gewoon ook praktisch blijven dus. Nou, das alles…

Op de camping Bunculuka recreëert 99% van de gasten bloot. Das logisch, want daar komen de mensen voor. Tja, en verder loopt en zit hier iedereen zoals hij geboren is en dagelijks onder de douche staat. Het is natuurlijk en heel gewoon. En relaxed. Eigenlijk heeft het niks om het lijf…

Veel mensen relaxen hier op het strand. Je kunt voor wat Kuna’s een bedje met matrasje huren. Anders leggie op de kiezelstenen. Tja, en vervolgens lig je allemaal als sardientjes in een blikje naast elkaar een boekje te lezen of naar de zee te staren.

Ik ga normaal liever naar een rustig zandstrand met wat meer lebensraum, maar als ik niet eerst op de motor wil stappen, dan zijn er verder hier geen alternatieven. Voor een paar dagen is dit prima. Ik pas mij gewoon aan met ’wat’ er op dat moment is. Dan heb ik een makkelijker leven, heb ik ondertussen geleerd.

Alle personeel, ze noemen zich staff, is gekleed. Zelfs in lange broek. In de winkel en in het restaurant is kleding voor de gasten verplicht. Dat laatste is wel fijn als je zit te eten….

Verder is de camping één groot paradijs. Alles is perfect. Het is hier een schitterende plek, mìdden in de natuur. Ik zwem in de zee tussen de vissen. Het is gewoon allemaal goed geregeld. En schoon. Er is een mooi en strak beachrestaurant. En gratis en razendsnel WiFi over de hele camping, tot aan de waterlijn toe. Iedereen is rustig, er is nauwelijks geschreeuw of rumoer. Er komt hier net ff wat ander publiek. Dat klinkt wat snobistisch, ik weet het.

Ik heb tot nu toe maar één nadeel van de camping kunnen ontdekken: een overnachting kost 155 euro per nacht. Voor een stacaravan met twee slaapkamers. Ik kon, voor twee tientjes minder, ook ééntje met slechts één slaapkamer huren, maar dan ligt mijn complete bepakking in de woonkamer. En daar word ik triest van, heb ik vorig jaar ontdekt. Dan voel ik mij zo’n nomade en zo ontheemd. En … bij deze caravan heeft de BMW een betere parkeerplek. Dichies bij mij. Onder het afdakje van mijn caravan. Daar wordt ze zoooo blij van. En ach, zij heeft immers nu ook vakantie.

Het dorpje Baska met haar haven is vlakbij. Je wandelt daar direct langs de kust op een fantastische manier naar toe. Daar zijn een aantal restaurantjes aan het water waar je voor zeer acceptabele prijzen kunt eten.

Maar goed. Die prijs per nacht. Dat zit mij wel dwars. Ik was in Oostenrijk 75 euro met ontbijt plus diner plus drinken kwijt. Dus het kan wel. Dit is wel wat absurd. Nou ja, ik zie wel.

Mooie dag! Daverende zon. Strakblauw. Lekker relaxed. Ik lees een e-book van Jo Nesbo. Mmmmmm….

DE ZINGENDE INDIAAN

Een man heeft bij het strandhuis een surfplank en een peddel gehuurd en vaart daar een heel stuk mee het water op. Hij heeft het reuze naar zijn zin en begint hard één of ander oerlied te zingen. Het klinkt als een oud Indiaans gezang en het past prima bij zijn gespierde en gebronsde lichaam, zijn rieten hoed en zijn paardenstaart. Het klinkt prachtig. De man is best een eind weg, maar geluid draagt ver op het water. Links en rechts zie ik mensen opkijken, luisteren en grinniken.

Als de Indiaan na een poosje weer aan land komt, wacht hem een daverend applaus. Hij weet echt niet wat hem overkomt en is werkelijk stomverbaasd. Zooo leuk!

Wil jij alle verhalen lezen die Coos van der Spek op onze website heeft geschreven? Ga dan naar deze link, en als je dan telkens 10 verhalen door scrolt, dan zie je de 10 ervoor. 
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: op de naturistencamping

DE BALKAN – OP DE NATURISTENCAMPING

Het is zondag 2 juni. (We gaan verder in de serie Coos op reis.) Ik was vannacht veel wakker. Tien kilometer verderop was een of ander muziekfestival. Dat duurde tot vanmorgen 06:00 uur. Het was te ver weg om mee te zingen, alleen de beats rolden maar in flarden over het water. De wind regelde dat. Dan was het geluid weg, dan was het er weer. Ik stel voor dat ze de muziek voortaan naar alle smartphones streamen. Dan kan iedereen ook gelijk zijn eigen volume regelen. Heeft er verder niemand last van.

Nou ja, ik hoef gelukkig vandaag niet te gaan werken. Verrek, niemand trouwens, realiseer ik mij. Het is zondag. Ik raak het ritme een beetje kwijt. Ik ben al een week op pad. Wat gaat het allemaal retesnel. Slaap? Ach, ik knap onderweg wel een uiltje. Heerlijk in het gras in de schaduw onder mijn ijzeren vriendin.

Om 08:00 uur gaat de wekker. Het is warm en half bewolkt. Men voorspelt voorlopig geen regen meer. Ik zal vandaag 28 graden gaan zien.

Ik verwijder de Goretex-voering uit mijn Stadler-pak, zet de ritsen in mijn mouwen op standje ‘doorluchten’ en leg mijn Rukka doorwaaihandschoenen stand-by. Goede spullen, daar komt het op aan in barre omstandigheden.

Ik begin ook wat ritme en handigheid met mijn kleding te krijgen: mijn dagelijkse spullen stop ik inmiddels allemaal in de grijze zak, die op de plek van de duo staat. Die zak is toch groot zat. Lekker makkelijk. En ik stop de voeringen van mijn motorpak en de extra truitjes ‘stand-by’ in de zak op de topkoffer. Ruimte zat. Het weegt immers niks. Super. Voor mij werkt dit prima.

Ik meander door groene landschappen, smalle straatjes en pleintjes in verstilde dorpjes, kijk naar oude gebouwen, stop soms voor een foto en geniet van de omgeving en de kust. Het is prachtig om hier te rijden.

Ik ontdek een Nederlander in Kroatië: Villa Orange. Verderop staan de overblijfselen van een motorfiets op een dak. Het moet niet gekker worden.

In Nederland zie je in tuinen steeds vaker muurtjes van stenen, die gevangen zitten in zo’n stalen net. Die muurtjes zie je hier ook wel. Maar dan zonder netjes. Of ze bouwen er een heel huis mee. Kijk!

Veel plaatsnamen blijven hier voor mij vaak wonderbaarlijk en wat geheimzinnig. Wat denk je van VRH? En KRK?

Ik stijg en rijd de bergen in. Op een veld vliegen enorme insecten in het rond. Soms ontwijk ik zo’n woest exemplaar. Eentje vliegt tegen het vizier van mijn helm. Beng! Het eigeel druipt naar beneden. ‘Zouden het vliegende kuikentjes zijn?’, bedenk ik mij.

Na het berggedeelte daal ik, met spectaculaire hellingspercentages, weer naar zee. De weg is zo steil en zo scheef, dat mijn ogen en hersenen moeite hebben om het totaalbeeld in de verte strak en horizontaal te krijgen.

Ik volg, samen met een Kroatisch echtpaar op een motorscooter, de route. Zij zitten saampies in korte mouwtjes en korte broeken. Ze dragen geen handschoenen. Heerlijk luchtig als het 28 graden is. En zeker om mee aan het zwembad te zitten. Maar op de weg en op twee wielen levensgevaarlijk. Als ik stop voor een foto, halen zij mij in. En als zij stoppen voor een slokje water, rijd ik hen weer voorbij. Het duurt niet lang en dan zwaaien wij naar elkaar in het voorbijgaan. Prima.

Na de laatste stop constateer ik dat hij harder en harder aan het rijden is om mij vóór te blijven. Hij kijkt vaker in zijn spiegels en neemt de bochten scherper. Hij snijdt ze zelfs af door een deel van de linkerbaan mee te nemen. Hij maakt er een wedstijd van. Zij heeft zich stevig aan wat stangen vastgegrepen en blijft dapper, maar zit zichtbaar niet op haar gemak. Dat straalt ze helemaal uit. Dit is echt onverantwoord. De bestuurder is niet goed bij zijn hoofd. Ik geef een enorme poep gas. De zware BMW springt als een luipaard naar voren. Ik ga de scooter met veel machtsvertoon voor de zesde en tevens laatste keer voorbij. Ik houd het gas er flink op en creëer zo een grote afstand. Ik wil ze niet meer zien en ik wil ze helemaal niet zien vallen. Ik heb deze week al voldoende pleisters en jodium gebruikt. Trouwens, niet iedereen haalt hier de overkant….

In Presika stop ik voor de lunch en geniet van het prachtige uitzicht over zee. Dat er toch mensen zijn die elke dag van zo’n uitzicht mogen genieten. Het restaurant heeft grote parasols en linnen servetten. Ik voel mij gelijk thuis. Er staat een lekker windje.

Het menu geeft o.a. schapenkaas aan. Met wat olijfolie en verse peper.

Door die olie blijven de pepertjes lekker plakken. Ik ben razend enthousiast. En daarna volgt een bord heerlijke vissoep. Mijn dag kan niet meer stuk.

Ik mis op een haar na een donderse regenbui en vind aan het einde van de middag op KRK een naturistencamping met werkelijk absurde prijzen.

Maar voor mij een prima plekkie.

DE NATURISTENCAMPING

Op de camping is kleding en (helaas) fotograferen verboden. Haha. Je moet alles geprobeerd hebben in je leven! Ik ga lekker een paar dagen met mijn e-reader aan het strand zitten. Ik heb nog geen letter in mijn boek gelezen. Gewoon, ff niks doen. Héérlijk. Ik meld mij weer!

Wel grappig dat ik mij morgenochtend niet aan hoef te kleden. Kan ik langer op bed blijven liggen…

Nog wat voor The Catch of The Day

Wil je alle verhalen van Coos van der Spek na elkaar lezen, je vindt ze via deze link: //ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/ 

Coos op Reis: het chagrijn van de kampwinkel

DE BALKAN – HET CHAGRIJNIGE WIJF VAN DE KAMPWINKEL

We publiceren vandaag het 80e verhaal van onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek.
We hebben inmiddels heel wat trouwe lezers die twee keer per week onze website bezoeken, al was het alleen om de verhalen van “Coos op Reis” te lezen. Daar gaan we:


Het is nu nog wat bewolkt, maar de weer-app voorspelt een mooie en warme dag. Ik ga vandaag lekker met de bus naar Pula.

Ik smeer factor 50 op mijn kale glimmende knar, pak een appeltje en vul mijn waterfles, check of ik mijn mini-paraplu bij mij heb, trek een luchtig hemd aan, berg de pijpen van mijn sexy afritsbroek en een BMW-trui op in mijn rugtas, en ga op pad. Geen idee wanneer ik weer op de kampong kom. Maar mij kan vandaag weinig gebeuren.

De bus naar Pula vertrekt om de 20 minuten. Direct naast de uitgang van de camping. In een kwartier sta ik in Pula. Mann, Ich darf Das! Het is in elk geval een betere verbinding dan die naar Triëst. Pfff…

Ik stap uit de bus en plaats direct op mijn iPhone via ‘markeer mijn locatie’ op het scherm ‘een speld’ in KAARTEN. Dat is voor mij een standaard procedure in een vreemde stad. Dan weet ik vanavond waar mijn bus naar de camping stopt. In Google Maps kan het ook, maar ik vind dat minder betrouwbaar.

Ik gebruik wel vaak Google Maps tijdens het wandelen. Sinds een paar jaar kent Google Maps zelfs Augmented Reality. Het heet tegenwoordig Live View. Live View gebruikt mijn camera aan de achterkant van mijn iPhone om te bepalen waar ik ben. Als een soort derde oog. Vervolgens toont Google Maps richting en details op het display. Alleen als ik stilsta overigens. Als ik weer ga lopen, dan komt de kaart weer te voorschijn. Het werkt super als je in een wildvreemde stad bent. En helemaal bij het starten van je wandeling. Voorheen liep ik vaak eerst de verkeerde kant op.

Nou, mooi wat geleerd?

Eigenlijk is het best bizar dat ik de allernieuwste technologie uit de 21e eeuw inzet om naar het beroemde stokoude Romeinse Amfitheater van Pula te wandelen. Keizer Caesar moest eens weten… Het Amfitheater lijkt als twee druppels water op het Colosseum in Rome. De bouw begon ruim voor de jaartelling. Het is één van de best bewaarde arena’s ter wereld. Ik vind het fantastisch. Allemaal oude stenen. De historie, de sfeer, de gruwelijke gladiatorgevechten, alle andere wreedheden van vroeger, de gedachte aan wat hier allemaal is gebeurd in al die jaren. Maar er was ook een optreden van David Gilmour en er zijn ooit ijshockeywedstrijden gehouden. Erg bijzonder. Ik zit wel een uur op de tribune te mijmeren. Of zit ik in mijn Nothing Box..? Dat kan ook, dat kan ik heel goed.

Deze oudheid ontroert mij altijd. Ik heb er iets mee. Ik weet niet waarom. Joh, ik ben vroeger vast een Romein geweest. Dat kan niet anders. Zo’n stoere, met een bos krulletjeshaar en bovenarmen die dikker waren dan nu mijn bovenbenen zijn. Maar ja, wellicht was ik wel gewoon zo’n bruin varkentje? Aan zo’n spit. En heet ik daarom nu Van Der Spek…

Voor 10 Kuna, omgerekend € 1,25, bezoek ik de tempel van Augustus. Ach, dat kan ik nog wel van mijn pensioentje en AOW-tje betalen.

Er is in Pula best veel te zien en ik ben dan ook de hele dag druk met het bezichtigen van alle bezienswaardigheden van deze fraaie en méér dan 3000 jaar oude stad. Toffe dag, man!

Morgen reis ik toch maar verder. Het is op deze camping ook net ff iets te druk, de caravans staan net ff te dicht op elkaar, zijn net ff iets te oud, de winkel net ff kut-met-peren en de aardstralen zijn hier net ff niet goed genoeg voor mij. Het ligt helemaal aan mij. Ik weet het. Maar ik reis in deze periode alleen, dus ik hoef met niemand te overleggen en iets uit te leggen. Of zit ik dat hier nou net te doen? Waarom doe ik dat nou? Ik reis morgen verder. Punt. Klinkt lekker!

Vanavond ga ik voetbal kijken met een groepje Engelsen. Heb ik besloten. Best gezellig. En verliezen kan ik niet. Want ik hou helemaal niet van voetbal. Ik vind er geen ene reet an. Maar dat simpele enthousiasme van mensen die het spelletje wel leuk vinden is soms wel aardig om te zien.

DE KAMPWINKEL

Op deze grote, commerciële camping zijn volgens mij nu zomaar 1000 à 2000 kampeerders. Grove schatting, hoor. En de camping is nog lang niet vol. Wat tenten, wat caravans, veel huisjes en heel veel campers. Campers zijn uiterst populair in Kroatië. Iedereen heeft er eentje. Als je geen camper hebt, dan ben je een loser. Zoals ik dus.

De meeste kampeerders en reizigers brengen de dag elders door en komen aan het eind van de middag op de camping aan. En hebben dan natuurlijk nog even iets uit de winkel nodig. Echter…, de campingwinkel is dagelijks van 07:00 uur tot 15:00 uur geopend. Je leest het goed. Tot 15:00 uur. Verder niet. Volgens mij gaan ze daarna gelijk naar bed.

Ik heb inmiddels besloten om daar nooit iets te kopen. Al kom ik om. Al krijg ik scheurbuik, vallen mijn tanden uit mijn mond en de gaten in mijn wangen. Sommige dingen moet je gewoon niet pikken in het leven. Ik reis echt niet naar Amsterdam om te protesteren tegen een prikkie. Prakkiseer er niet over. Dat geloof ik allemaal wel. Maar ik laat mij niet piepelen met openingstijden tot 15:00 uur. Dat grenst gewoon aan pesterij.

Er staat vast ook een chagrijnig wijf achter de kassa. Stel ik mij zo voor. Zo eentje die Hans Dorrestijn zo geweldig in zijn briljante gedicht beschrijft. Lees even door, dan zie je onderaan een leuk filmpje, om je te bescheuren.

En ze verkopen vast en zeker zwarte bananen en pakjes ham die ver over de datum zijn. En zure melk. Denk ik. Dat moet. Weet ik zeker. Ik hoop dat ze snel failliet gaan. Of een nare ziekte met enge zweren krijgen. Of in de brand vliegen. Maakt mij niks uit, want ik koop er toch niks.

En JAAA, je snapt het, ik WILDE rond 16:00 uur daar heel graag een grote fles water kopen. Onder Tilburg koop ik namelijk altijd water in flessen. Op de motor kan ik mij geen fysieke ongemakken veroorloven. En ik heb geen ruimte voor een pak plee-rollen. Dan gaat iedereen op Facebook weer zeiken dat ik teveel spullen bij mij heb.

Enfin, stond ik daar. Bij die gesloten rotwinkel. Met dat chagrijnige wijf. Het was donker binnen, dus ik zag haar niet. Met mijn beide handen maakte ik een tunneltje. Ik drukte mijn grote neus tegen de glazen deur aan. Ik liet een vetplekje op het glas achter. ONDER het bordje ‘gesloten’ ZAG ik de houten pallets met doorzichtige flessen water dóór die glazen deur in de verstilde en pikdonkere winkel staan. De plastic flessen keken mij wanhopig aan: kóóp mij, kóóp mij, kóóp mij…

Maar … dat chagrijnige wijf van de kassa lag natuurlijk al vanaf 15:00 uur op bed, te stinken onder haar klamme lappen en te bedenken hoe ze morgen die zwarte bananen de toeristen moest aansmeren…

Morgenochtend om 07:00 uur gaat ze weer open. Fijn voor haar, en de %&@#…

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch Of The Day.
Kijk maar. Tot morgen!

 

O ja, jullie hadden nog een filmpje te goed.
Hans Dorrestijn, over een chagrijnig wijf: