Tag archieven: motorvakantie

Coos op Reis: het chagrijn van de kampwinkel

DE BALKAN – HET CHAGRIJNIGE WIJF VAN DE KAMPWINKEL

We publiceren vandaag het 80e verhaal van onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek.
We hebben inmiddels heel wat trouwe lezers die twee keer per week onze website bezoeken, al was het alleen om de verhalen van “Coos op Reis” te lezen. Daar gaan we:


Het is nu nog wat bewolkt, maar de weer-app voorspelt een mooie en warme dag. Ik ga vandaag lekker met de bus naar Pula.

Ik smeer factor 50 op mijn kale glimmende knar, pak een appeltje en vul mijn waterfles, check of ik mijn mini-paraplu bij mij heb, trek een luchtig hemd aan, berg de pijpen van mijn sexy afritsbroek en een BMW-trui op in mijn rugtas, en ga op pad. Geen idee wanneer ik weer op de kampong kom. Maar mij kan vandaag weinig gebeuren.

De bus naar Pula vertrekt om de 20 minuten. Direct naast de uitgang van de camping. In een kwartier sta ik in Pula. Mann, Ich darf Das! Het is in elk geval een betere verbinding dan die naar Triëst. Pfff…

Ik stap uit de bus en plaats direct op mijn iPhone via ‘markeer mijn locatie’ op het scherm ‘een speld’ in KAARTEN. Dat is voor mij een standaard procedure in een vreemde stad. Dan weet ik vanavond waar mijn bus naar de camping stopt. In Google Maps kan het ook, maar ik vind dat minder betrouwbaar.

Ik gebruik wel vaak Google Maps tijdens het wandelen. Sinds een paar jaar kent Google Maps zelfs Augmented Reality. Het heet tegenwoordig Live View. Live View gebruikt mijn camera aan de achterkant van mijn iPhone om te bepalen waar ik ben. Als een soort derde oog. Vervolgens toont Google Maps richting en details op het display. Alleen als ik stilsta overigens. Als ik weer ga lopen, dan komt de kaart weer te voorschijn. Het werkt super als je in een wildvreemde stad bent. En helemaal bij het starten van je wandeling. Voorheen liep ik vaak eerst de verkeerde kant op.

Nou, mooi wat geleerd?

Eigenlijk is het best bizar dat ik de allernieuwste technologie uit de 21e eeuw inzet om naar het beroemde stokoude Romeinse Amfitheater van Pula te wandelen. Keizer Caesar moest eens weten… Het Amfitheater lijkt als twee druppels water op het Colosseum in Rome. De bouw begon ruim voor de jaartelling. Het is één van de best bewaarde arena’s ter wereld. Ik vind het fantastisch. Allemaal oude stenen. De historie, de sfeer, de gruwelijke gladiatorgevechten, alle andere wreedheden van vroeger, de gedachte aan wat hier allemaal is gebeurd in al die jaren. Maar er was ook een optreden van David Gilmour en er zijn ooit ijshockeywedstrijden gehouden. Erg bijzonder. Ik zit wel een uur op de tribune te mijmeren. Of zit ik in mijn Nothing Box..? Dat kan ook, dat kan ik heel goed.

Deze oudheid ontroert mij altijd. Ik heb er iets mee. Ik weet niet waarom. Joh, ik ben vroeger vast een Romein geweest. Dat kan niet anders. Zo’n stoere, met een bos krulletjeshaar en bovenarmen die dikker waren dan nu mijn bovenbenen zijn. Maar ja, wellicht was ik wel gewoon zo’n bruin varkentje? Aan zo’n spit. En heet ik daarom nu Van Der Spek…

Voor 10 Kuna, omgerekend € 1,25, bezoek ik de tempel van Augustus. Ach, dat kan ik nog wel van mijn pensioentje en AOW-tje betalen.

Er is in Pula best veel te zien en ik ben dan ook de hele dag druk met het bezichtigen van alle bezienswaardigheden van deze fraaie en méér dan 3000 jaar oude stad. Toffe dag, man!

Morgen reis ik toch maar verder. Het is op deze camping ook net ff iets te druk, de caravans staan net ff te dicht op elkaar, zijn net ff iets te oud, de winkel net ff kut-met-peren en de aardstralen zijn hier net ff niet goed genoeg voor mij. Het ligt helemaal aan mij. Ik weet het. Maar ik reis in deze periode alleen, dus ik hoef met niemand te overleggen en iets uit te leggen. Of zit ik dat hier nou net te doen? Waarom doe ik dat nou? Ik reis morgen verder. Punt. Klinkt lekker!

Vanavond ga ik voetbal kijken met een groepje Engelsen. Heb ik besloten. Best gezellig. En verliezen kan ik niet. Want ik hou helemaal niet van voetbal. Ik vind er geen ene reet an. Maar dat simpele enthousiasme van mensen die het spelletje wel leuk vinden is soms wel aardig om te zien.

DE KAMPWINKEL

Op deze grote, commerciële camping zijn volgens mij nu zomaar 1000 à 2000 kampeerders. Grove schatting, hoor. En de camping is nog lang niet vol. Wat tenten, wat caravans, veel huisjes en heel veel campers. Campers zijn uiterst populair in Kroatië. Iedereen heeft er eentje. Als je geen camper hebt, dan ben je een loser. Zoals ik dus.

De meeste kampeerders en reizigers brengen de dag elders door en komen aan het eind van de middag op de camping aan. En hebben dan natuurlijk nog even iets uit de winkel nodig. Echter…, de campingwinkel is dagelijks van 07:00 uur tot 15:00 uur geopend. Je leest het goed. Tot 15:00 uur. Verder niet. Volgens mij gaan ze daarna gelijk naar bed.

Ik heb inmiddels besloten om daar nooit iets te kopen. Al kom ik om. Al krijg ik scheurbuik, vallen mijn tanden uit mijn mond en de gaten in mijn wangen. Sommige dingen moet je gewoon niet pikken in het leven. Ik reis echt niet naar Amsterdam om te protesteren tegen een prikkie. Prakkiseer er niet over. Dat geloof ik allemaal wel. Maar ik laat mij niet piepelen met openingstijden tot 15:00 uur. Dat grenst gewoon aan pesterij.

Er staat vast ook een chagrijnig wijf achter de kassa. Stel ik mij zo voor. Zo eentje die Hans Dorrestijn zo geweldig in zijn briljante gedicht beschrijft. Lees even door, dan zie je onderaan een leuk filmpje, om je te bescheuren.

En ze verkopen vast en zeker zwarte bananen en pakjes ham die ver over de datum zijn. En zure melk. Denk ik. Dat moet. Weet ik zeker. Ik hoop dat ze snel failliet gaan. Of een nare ziekte met enge zweren krijgen. Of in de brand vliegen. Maakt mij niks uit, want ik koop er toch niks.

En JAAA, je snapt het, ik WILDE rond 16:00 uur daar heel graag een grote fles water kopen. Onder Tilburg koop ik namelijk altijd water in flessen. Op de motor kan ik mij geen fysieke ongemakken veroorloven. En ik heb geen ruimte voor een pak plee-rollen. Dan gaat iedereen op Facebook weer zeiken dat ik teveel spullen bij mij heb.

Enfin, stond ik daar. Bij die gesloten rotwinkel. Met dat chagrijnige wijf. Het was donker binnen, dus ik zag haar niet. Met mijn beide handen maakte ik een tunneltje. Ik drukte mijn grote neus tegen de glazen deur aan. Ik liet een vetplekje op het glas achter. ONDER het bordje ‘gesloten’ ZAG ik de houten pallets met doorzichtige flessen water dóór die glazen deur in de verstilde en pikdonkere winkel staan. De plastic flessen keken mij wanhopig aan: kóóp mij, kóóp mij, kóóp mij…

Maar … dat chagrijnige wijf van de kassa lag natuurlijk al vanaf 15:00 uur op bed, te stinken onder haar klamme lappen en te bedenken hoe ze morgen die zwarte bananen de toeristen moest aansmeren…

Morgenochtend om 07:00 uur gaat ze weer open. Fijn voor haar, en de %&@#…

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch Of The Day.
Kijk maar. Tot morgen!

 

O ja, jullie hadden nog een filmpje te goed.
Hans Dorrestijn, over een chagrijnig wijf:

Coos op reis, vanuit de Balkan: Sorry pa!

DE BALKAN – MET DE BUS NAAR TRIËST 

We lezen verder in onze vervolgserie “Coos op Reis”, waarin Coos van der Spek ons meeneemt door de Balkan landen.

Het is inmiddels donderdag 30 mei. Mijn BMW en ik hebben heerlijk geslapen. Zij dichies bij mij en droog onder de luifel op het piepkleine terras van de caravan en ik lekker warm onder het dekbed in mijn grote tweepersoonsbed.

Op deze camping staan geen mensen met een arbeidsethos, maar louter vrolijke en opgeruimde vakantiegangers. Hun levensritme benadert meer het mijne. Hier in de vroegte geen slaande deuren en stampende voeten op oude houten vloeren van schoenen van de …. nee, ik zou dat rare woord niet meer schrijven. Ik zal er over op houden. Denk ik.

Oh, nee. Nog ff niet. Ik word wakker. Het is 05:30 uur. Er loopt een enorme vogel met grote blote poten over mijn plastieken dak. Hij maakt ruzie met een andere vogel en eet gelijk iets hards op. Dat slaat hij eerst even stuk tegen mijn schoorsteen. Rakker! Ik ga gelijk maar plassen en zie dat het licht is. Verrèk…, dat wist ik helemaal niet. Het is zó vroeg al licht? Is dat altijd zo geweest?

Het is bewolkt en 15 graden. En droog. Hoera! Vandaag laat ik de motor staan en ga met de bus naar Triëst. Goretex-wandelschoenen aan. Tuurlijk heb ik die bij mij. En mijn sandalen. En vier paar handschoenen trouwens. Die ik overigens al allemaal aan had. Tja, ik moet die grote koffers en die gladde grijze zak ergens mee vullen. Ik kan daar moeilijk leeg mee gaan rijden. Mijn zak en ik horen immers bij elkaar…

Ik loop de poort van de camping uit en loop zo tegen Pekarna Slascicarna Pannetería-pastíccería aan. Heb jij ook geen idee wat het is? Nou, ik ook niet, maar het ruikt naar lekkere broodjes. En koffie. Met een keurig blauw flesje jus d’orange. Hé, je kan niet alles hebben. Geen verse jus, het is hier geen Spanje. En het moet hier een beetje een avontuur blijven. Whoehaaaa! Enfin, een lekker broodje dus. Ik heb ook altijd geluk.

Behalve met de bus. Daar heb ik pech mee. Die vertrekt pas over een uur. En ik mis in Koper straks mijn aansluiting. Wéér een uur. Ach, kan ik lekker lang over mijn broodje doen en vast hier een beetje rondkijken. Ik heb de tijd. Tot aan mijn dood in 2070. Want zó oud ga ik worden. Ik moet nog heel veel beleven. Zeker met die flesjes jus d’orange.

Ik koop een buskaartje. De chauffeur noemt de prijs. Ik heb geen idee wat hij zegt, dus geef hem 50 euro. Kost een enkeltje 80 cent. Ik pis in mijn broek. Wat een lullo ben ik toch, hè? Voor 50 euro koop je hier een hele bus. Krijg je de chauffeur er bij.

De bus heeft gedeeltelijk een houten stuur. Prachtig. Ik ben gelijk verliefd. Ik wil ook een bus.

Het doet mij aan onze Kever uit 1975 denken. Daar was ik ook verliefd op. Een witte. Hij had van die grote Amerikaanse achterlichten. In onze Kever zat een gehéél houten stuur. Een piepkleintje. Die Kevers waren zo windgevoelig als wat, dus als het waaide ging ik met mijn handen op stand ‘half één’ aan het stuur over de Van Brienenoordbrug. Wacht, anders geloven jullie mij niet. Ik heb nog een oude foto. Eentje met Janny en Danielle d’r op. Ach, ze hebben toch geen Feestboek…

Mijn vader vond zo’n Kevertje maar niks. Die vond toen al dat zijn zoon in een dikke BMW of Mercedes moest rijden. Ik ben nooit verder dan Passats gekomen. Sorry, pa…

TRIËSTE.

Inmiddels is het 18 graden. Wel zwaar bewolkt. En nog steeds droog. Triëst is een echte Italiaanse stad. Het is groot, mooi en statig. Net als de vrouwen. Die zijn statig en slank en prachtig gekleed. De stad heeft een oud centrum, veel terrasjes en veel winkels. Triëst heeft een echt Canal Grande, van wel 200 meter lang… En een soort Ramblas op de Viale Venti Settembre. En Klein Berlijn: een stokoude gevangenis. Die is helaas gesloten. En uiteraard veel prachtige gebouwen en monumentale gevels. Italië is geweldig. Ik hou van Italië! Meer dan Spanje en meer dan Frankrijk. Heerlijk en gezond eten. Italië hééft het!

Ik navigeer op een bankje via mijn telefoon naar een kathedraal. Ik heb gelijk aanspraak met een grote zwarte hond. Hij is aan de achterzijde voor een groot deel verlamd, vertelt haar bazin. Aangereden door een grote motorfiets, zegt ze plotseling fel. Wat erg, antwoord ik. Ik ben hier met de bus naar toegekomen, meesmuil ik en hoor een haan driemaal in de verte kraaien…

Om 14:00 uur is het ineens lekker weer. De kouwe wind is weg en de bewolking dunner. Ik zie zelfs een waterig zonnetje.

In een kerk kan ik voor twee euro water van Benedetta kopen. Dat water is door een priester gewijd en kun je gebruiken voor een symbolische reiniging. Ik zondig nooit, volgens de kranten veel priesters wel trouwens, dus heb ik helemaal niks aan dat water. Ik laat de flesjes staan.

Een stukje verderop tref ik, in een oude tuin van een museum, oude Romeinse resten aan. Er liggen zelfs ouwe stenen gewoon op een bergje opgestapeld. Het water loopt in mijn mond. Zou ik er eentje mee mogen nemen? En zal ik dan alsnog ff zo’n flesje water van Benedetta gaan kopen? Voor de zekerheid?

Ik pak om 19:00 uur de bus van Triëst naar Koper. Mis net mijn tweede bus naar Ankaran. Fijn dat ze ff op elkaar wachten. Maar dan neem ik maar voor zes euro een taxi. Niet in mijn vaders Mercedes, maar in een Dacia. Ja, hoor, heb ik weer. Sorry pa.

De taxichauffeur en ik maken gezellig een praatje. Hij komt uit Bosnië en is Christen. Hij heeft de oorlog meegemaakt. Maar woont en werkt nu heel gelukkig in Slovenië. Er was geen werk waar hij geboren is. Zijn vader werkte in de jaren zeventig bij Shell in Pernis / Rotterdam. Als ik hem vertel dat ik hier met de motor ben, toont hij mij op vier plaatsen in zijn lichaam stalen pennen van een eerder motorongeval. En bedankt voor de gezelligheid en de goede vooruitzichten, hè? Ik geef hem maar een royale fooi.

Ik vond vanmorgen hier een restaurant annex bierbrouwerij: Ristorante Mangal ad Ancarano. Piepklein en zonder toeristen. Top! De eigenaresse wil met mij mee op reis. Effe aan Janny gevraagd. NOGO…. Ook stom om zoiets te vragen.

Toffe dag. Heerlijk 13 kilometer gewandeld. Lekker relaxed. Effe geen gehoorbescherming in mijn oren.

Net zoiets als geen tampon in hebben. Stel ik mij maar zo voor, hoor…

Morgen weer verder. Ik vertrek naar Pula. Langs de kust. Kort ritje. Maar daar is het beter weer. Voorlopig heb ik ff geen zin in regen. Ik wil factor 50 en de zon!

Lekker kort verhaal vandaag. Mijn vrienden klagen. Ik zal mijn leven beteren.

Nog wat van The Catch of the Day kijken?

Coos op Reis: de regen is voorspeld

DE BALKAN – DE REGEN IS VOORSPELD ÉN …. IS GEKOMEN!

Dinsdag 28 mei. Jôh, ik ben om 08:00 uur al wakker. Nog vóór de wekker. Het moet niet gekker worden.

Ouwe mensen hebben minder slaap nodig, schijnt. Zou het ouder worden dan eindelijk vandaag begonnen zijn?

Het heeft vannacht heel hard en heel lang geregend. Verder voorspelde de weerman voor vandaag meer dan 90% kans op regen. Wat denk je? Het is droog!

Om 08:40 uur wandel ik blinkend schoon, okselfris, met mijn duurste aftershave op en in mijn motorpak, de ontbijtzaal in. Er zijn verder geen ontbijters aanwezig.

Chagrijnig personeel schuift tijdens het dweilen van de vloer alle houten stoelen van de ontbijtruimte van links naar rechts over de harde vloer. Nou, gezellig, tijdens het ontbijt… Een hels kabaal trekt door het luxe hotel. Waar verder niemand last van heeft. Want alle Mitarbeitern zijn met hun stropdassen om in alle vroegte al in grote stofwolken met hun peperdure bolides naar hun belangrijke vergaderingen in hun anonieme glazen kantoren vertrokken. Alleen één of andere sufgepikte ouwe Nederlandse kale motorrijder hoeft hier nog maar even te ontbijten. Geef de lul een sneetje brood. Owja, let op hoor, zegt mevrouw twee: de stenen vloer is nat en spekglad. Ja, duh.. Reeds vijftien minuten later onttakelt het ongeïnteresseerde personeel ook vast het buffet. Hallo, ik ben hier nog en zit nog te eten!

Ik tik bij de receptie € 135,- af en vertrek. Zonder een dubbeltje fooi uiteraard. Ik kom hier nóóit meer. En ik weet trouwens zeker dat het allemaal familie van elkaar is dat daar werkt. Ze hebben dezelfde gedrongen bouw en zijn op dezelfde manier chagrijnig. Zo’n half boze, vanaf de geboorte ingebouwde, sikkeneurigheid. En niemand roept daar iemand ter verantwoording. Er is ook geen leiding. Niemand rekent daar met iemand af.

Het kan zó anders, denk ik. Het runnen van hotels moet toch leuk zijn? Vraag maar aan mijn oude Amerikaanse vriend Tommy Abrams. Hij heeft dat 30 jaar gedaan. Jôh, en dan is je leven zóveel leuker. Get a life! Nou, genoeg gezeikt. Haha. Ik vind zeikend schrijven zo leuk. Het hoort ook echt bij ouwe mensen. Zoals ik, sinds vandaag.

Ik zoek mijn route weer op en tuf de stad uit. Rond 11:00 uur komt de voorspelde regen. Met bakken uit de hemel. Ik stop bij een overdekte benzinepomp, trek mijn regenpak aan en wissel mijn handschoenen. Ik gooi mijn hoofd achterover, bal mijn vuist en roep naar de goden: kom maar op dan met dat water. Bring it on, babe!

De temperatuur valt op dit moment nog wel mee. De hoogte is 300 meter. Ik moet echter nogal door wat lagen plastic kijken om alles droog en scherp te blijven zien: mijn bril, mijn anticondens vizier, mijn vizier en het ruitje van mijn loketje. En blijven proberen om langs alle druppeltjes te kijken en niet naar de druppeltjes op mijn vizier. Als ik mijn scherm iets lager draai, dan blaast de wind wat meer mijn vizier schoon. Het blijft een machtsstrijd.

Een uit de kluitengewassen merrie werpt zich ruggelings in het natte gras en kronkelt glunderend met vier benen in de lucht. “Wellustig wijf!”, roep ik in mijn potje. Ze kijkt niet eens.

Ik meander van dorp naar dorp en rijd voorbij een grote bouwmarkt van de Hornbach. Gelijk zing ik heel hard in mijn potje: VanJeAaaaiAaaiJippieJippieJeeee… Haha, dat hebben de reclamemakers toch mooi voor elkaar. Net zoals: toettoet, zó, dat is snel, dat lijkt Overtoom wel. Weet je nog? Of zou ik gewoon een neuro-psychiatrische aandoening hebben? Het Syndroom van Gilles de la Tourette? Kan best hoor, ik heb wel meer neigingen die ik niet kan bedwingen… Dat zegt Janny-zonder-Facebook altijd, tenminste.

Er staat een groot veld met hop langs de weg. Ik maak op mijn motor een diepe buiging. Hop is een belangrijk ingrediënt voor bier. En dat Duitse bier is zo tadeloos lekker.

Een stukje verderop tref ik, gewoon op een doodstille landweg en zomaar aan de kant van de weg, aardbeien uit de automaat aan. Net als een kroketje bij de Febo. Das nou boerenslimheid. Zo grappig. Heb ik een foto? Wat dacht je..! Ik neem een doosje vitamientjes mee, want ‘a box of strawberries a day, keeps the doctor away’. Of was dat nou met appels?

Het regent nog steeds. Volle bak met gratis water uit de hemel.

Maar ik blijf messcherp achter mijn loketje. Ik zit hier niet om postzegels te verkopen, maar om in leven te blijven.

Ik zit droog en ik maal er niet om. Ik geniet en zing The Chamber of 32 Doors van Genesis: I’d rather trust a countryman than a townman, you can judge by his eyes, take a look if you can. Maar dan….

In een dorp steekt een stokoud dametje, tussen twee hoge heggen door, de neus van haar piepkleine autootje vast een stukje de straat op. Het is net het neusje van een muis, die uit haar holletje komt. Ik voel mij medium veilig, want ik rijd immers op een voorrangsweg. Ik schuif naar links. De oude dame kijkt naar links, ziet mij, kijkt naar rechts, ziet op redelijke afstand een grote vrachtauto naderen, is in haar korte termijngeheugen mij inmiddels al weer vergeten, en draait zo de weg op. Huppekeee! Zonder mankeren. Godskelere, ik rem de knalroze, zijdezachte en op maat gemaakte oordoppies van Hoorhuis Diemen uit mijn oren! Volle bak in de ankers: knijpen in hengsels en stampen op stangen. Alles wat ik in huis heb, want mijn leven hangt ervan af. Onderbroekies en sokkies vliegen naar voren. ABS aan. En tegelijk vloeken en tieren in mijn potje. Dat helpt. Echt. Ik – haal – het – net. Het scheelt heel erg weinig.

Omaatje kijkt mij met haar blauwe kapsel en rood gestifte lippen vriendelijk aan. Ik knik vriendelijk terug, want ik heb een zwak voor omaatjes. Koelere, mijn ‘bijna’ eerste ongeluk in 1000 kilometer. Ze hadden mij zowat uit een Fiat Pinda moeten zagen… I’d rather trust a countryman, maar géén ouwe dorpstantes met blauw haar.

Aan de Starnberger See word ik in Seeshaupt geflitst: 5 km te hard. Ik ben ook echt hardleers. Ik rijd met twee actieve radarwaarschuwingssystemen en geen enkel systeem waarschuwt mij op tijd. Je hebt ook geen reet aan die elektrieke meuk. De flitser staat langs de weg in een tuin! Ja hallo, als ik nu ook nog langsrijdend én ouwe omaatjes én de geraniums in Duitse tuinen moet scannen… Gelukkig flitst hij mij aan de voorkant. Dan heb je als motorrijder, zonder kentekenplaat aan de voorkant, best wel geluk.


Bij het vervolg van de route moet ik kiezen: neem ik de voorkeurroute via de Grossglockner Hochalpenstrasse of neem ik de Felbertauerntunnel. Het weer is echter nog bar en boos. Ik vrees op de hoge Grossglockner in dikke mist en verse sneeuw terecht te komen. Het is vragen om problemen. Ik moet verstandig zijn: ik kies de tunnel. Jammer, maar het is niet anders.


Rond zessen kom ik bij mijn hotel. Ik ben nat en heb het koud. Het was een zware dag. Het is vandaag … Ruhetag. Ja, wanneer niet, als ik ergens kom. Koelere. Ik maak mij bekend als de organisator van een grote motortrip en vertel dat ik op 16 juni met 20 motormaatjes hier terugkom. Dat helpt.

Ik krijg een mooie kamer met een prachtige regendouche en ze bakken zelfs een grote Wiedergutmachungschnitzel voor mij.

Met pommes en mayo. En een grote bier. Een beetje ouwehoeren lukt mij altijd wel…

Mwah. Ze voorspellen hier nog meer slecht weer. Ik ga vannacht nadenken wat ik morgen ga doen.

THE CATCH OF THE DAY

Nog teenentander met de camera gevangen vandaag. Trusten!

Itchy Boots vast in de modder

In aflevering 20 van deze serie van Itchy Boots besluit ze in Colombia een alternatieve route te nemen. Onderweg ernaar toe zien we eerst hoe ze een local met een lekke band aanbiedt om te helpen. Even later zit ze compleet vast in de modder. Kijk eens hoe zit dit in haar eentje oplost.

Coos op Reis: THUIS!

Vandaag publiceren wij het 71e, en laatste verhaal van onze motorreiziger Coos van der Spek. In deze serie dan hè, want, we gaan samen met Coos mooie dingen doen hierna.

Wordt vervolgd.

We hebben vanaf februari tot nu al zijn verhalen gepubliceerd over de drie maanden durende motorreis die Coos heeft gemaakt door Zuid-Europa.

Je kunt ze allemaal teruglezen in de serie “Coos op Reis“. 

Het is 9 mei. Dit is mijn allerlaatste reisdag. Voor mij een dag met twee kanten. Heerlijk om straks weer thuis te zijn. Maar ook jammer dat morgen mijn avontuur voorbij is. Het is prachtig weer. Strakblauw en geen wolkje aan de hemel. Tot exact 09:30 uur kan ik beneden ontbijten, leerde ik gisteren van mijn hospita. Háál ik makkelijk, Duitser! Pfff…

Ik pak voor de allerlaatste keer al mijn zooi in en bind het allemaal weer op de motor. Dat ga ik morgen zeer zeker allemaal niet missen. Vanaf morgen liggen mijn tandenborstel en onderbroekies weer op dezelfde vaste plaats.

In mijn Garmin-navigatiesysteem laad ik de route richting Maastricht. Dit is de oudste internationale route die ik ooit ontwierp. Nog met Excel. Ik schat in 2004 of zo. Ik neem afscheid van de vriendelijke dame, start mijn motorfiets en vertrek.

Eerst wip ik even de grens over en gooi in Luxemburg fluitend voor € 1,23 mijn tank vol. Dan pak ik de route op en rijd een stuk door Duitsland naar het noorden. Na een poos kom ik vervolgens via Vianden weer terug in Luxemburg. Net voorbij Vianden geniet ik van het stoere asfalt op de 322 bij het waterleidingsbedrijf. Man, wat een vreselijk mooi stukkie weg blijft dat. Wat een circuit. Van die mooie lange doorlopers die je met zeer hoge snelheid kunt nemen. Vanwege de bepakking houd ik snelheid en hellingshoek vandaag beperkt. Als ik hier de bocht uitga, dan kom ik nooit meer thuis.

Ik rijd verder, kom op de N25 bij Kautenbach en vervolg mijn weg naar Merkholtz. Ook weer zo’n superstuk voor de motor. Wat een plezier en wat een mooie strakke weg. Mijn credo: in Duitsland slapen, eten en Hefeweizen drinken en in Luxemburg tanken en rijden. Plezier gegarandeerd. Luxemburg is en blijft toch een van de mooiste landen om motor te rijden. En lekker dichtbij.

In een aanhanger is vast een groot blik witte verf omgevallen. De man is vervolgens half Luxemburg doorgereden. Ik kom het verfspoor letterlijk overal tegen. Ik moet er hartelijk om
lachen. Ha, daar heb je de schilder weer, denk ik steeds…

Ik kan mijn foto’s aardig kleuren, maar die Luxemburgers kunnen er met hun kleurige huizen ook wat van. Ze zijn een fraai onderdeel van een prachtig decor.

Ik gluur even binnen bij een kleine houtzagerij. De man zet speciaal zijn kraan even stil voor de foto. Dit is vast niet de belangrijkste bron van inkomen van Luxemburg.

Ik stap weer op mijn motor en ontdek dat de bomen van één boomsoort met elkaar hebben afgesproken om vandaag alle pluisjes los te laten. Het is soms net een sneeuwblizzard waar ik in rijd. Ik houd mijn vizier maar dicht.

Ik rijd België in en passeer Vielsalm en Trois-Ponts via een voor mij, en veel van mijn oude motormaten, een bekende slingerweg. Daar scoor ik een broodje met pikante tonijn. Vervolgens dender ik langs Coo, Stoumont en Spa. Allemaal erg vertrouwd.

Bij Theux is het 29 graden. De laatste 50 km van deze route is toch niet zo interessant, dus pak ik vanaf hier de snelweg. Eerst naar Maastricht en dan via Eindhoven en Den Bosch naar Linschoten.

Rond 18:00 uur zet ik mijn motor tikkend in de garage en kus ik Janny gedag. Ze is mooi aangekleed en ruikt heerlijk. Natuurlijk neem ik haar ‘s avonds mee uit eten om alles te vertellen. Janny heeft immers geen Facebook…

En morgen halen we onze nieuwe auto.

Over een paar dagen gaan we samen met de auto op vakantie naar Zuid-Frankrijk.

Kut-leven!

THUIS

Ik ben weer gezond en wel thuis in Linschoten. Tweeëneenhalve maand op reis! Vanaf nu voorlopig geen telefoonsex meer….

Ik dacht heel lang geleden al: ik ga ooit drie maanden met de motorfiets weg en kijk dan wat mij dat biedt. Hoe is het om al die tijd alleen te zijn? Hoe is het voor mij om mijn leventje los te laten? Werkloos te zijn? En wat mis ik dan? Ben ik er sterk genoeg voor? Zelfstandig genoeg? Ik wilde het ervaren, voelen, meemaken.

Mijn reis was voor mij een unieke en fantastische ervaring. Het was heerlijk. Om nooit te vergeten. Al die vrijheid. Elke dag weer. Elke dag buiten. Teruggeworpen worden op mezelf. Alles alleen doen. Lichamelijk en geestelijk. Ik. Samen met mijn motorfiets, mijn altijd trouwe maatje. Geen wingman, geen backup bij mij. Het midden vinden tussen voorzichtigheid en risico’s nemen. Vinden ze je ooit als je ergens de bocht uitvliegt en naar beneden kukelt? Avontuur zoeken! Het onbekende. Spanning meemaken. Vertrouwen op mezelf. Mijn voelsprieten altijd uit. Instinctmatig handelen. Mijn gevoel volgen. Mijn eigen normen en waarden blijven hanteren.

Voor mij was dit het ultieme begin van mijn pensioenleven dat op 13 november 2017 begon. Ik had het allemaal niet anders willen doen. Een meer dan tien jaar oude droom die werkelijkheid werd. Droom tijdens je leven, maar ook: lééf je dromen!

Wat was het grootste gevaar? De weg en het verkeer? Nee, ik denk dat niet. Ik schreef al eerder: dat motorrijden zit in mijn genen. Ik voel mij altijd veilig in het verkeer. Ik heb er controle over. Dat heb ik van mijn vader meegekregen. Ik reed al vrachtauto toen ik tien jaar was. Op een glijpartijtje door slecht asfalt rijd ik dan ook al ruim vijftig jaar schadevrij met auto en motor.

Met die crimineel in het donker meegaan naar een besloten feestavond dan? Mwah, daar zou ik wellicht een volgende keer iets langer over na moeten denken. Dat was achteraf misschien niet zo heel verstandig. En zeker niet toen ik aldaar van anderen hoorde dat het een crimineel was. Maar ja, met mijn 1.95 meter vallen ze mij niet zo snel lastig. En ik kan, ondanks mijn 69 jaar, nog steeds 10 km hardlopen, vergeet dat niet….

Ik denk dat je in Europa geen groot gevaar loopt.  Ik heb ook nergens agressie gezien of meegemaakt. En als je altijd maar goed uitkijkt en scherp blijft. Helemaal met foto’s maken en de weg oversteken. Dan moest ik altijd wel even extra attent blijven.

Ah …. wil je een advies van mij? Is dat waarom je nu nog steeds aan het lezen bent?

Hier komt mijn advies. Doe het! Ga!

Het hoeft echt niet persé drie maanden te zijn. En je hoeft niet persé al gepensioneerd te zijn. Vier weken is ook fantastisch. Dat is op je werk best te regelen. Geniet van het leven. Nú! Je weet nooit wat de dokter je morgen vertelt. Ik heb bijna vijftig jaar in de ICT gewerkt en met collega’s gewerkt die nog geen veertig jaar oud werden. Ik heb een paar weken geleden nog een collega weggebracht. Investeer in ervaringen en in herinneringen. Lééf je dromen! Een nieuwe iPhone is na een paar maanden al verouderd. Maar dit soort verhalen worden alleen maar mooier en kleurrijker in je hoofd.

Ga je het doen? Echt? Heel goed! Neem dan vooral minder mee dan ik. Véél minder. Motorrijden is het leukst als je lekker lichtvoetig rijdt. Ik had veel te veel bij mij. Dat doe ik de volgende keer anders. Nee, ik heb mijn tent niet gebruikt. En ook mijn elektrische bandenpomp niet. En ook de verzekering van mijn motor niet, de zorgverzekering niet, de verbandtrommel niet etc. Gelukkig maar…

Ik heb een kleine 10.000 km gereden. Ik had in Spanje nieuwe banden nodig. Die banden waren voorzien. En in Oostenrijk had ik 400 cc olie nodig. Dat was niet gepland.

Wat heb je nodig?

Een vrouw die het goed vindt dat je gaat! Eentje die weet dat het belangrijk voor je is. Eentje die erop vertrouwt dat je voorzichtig bent en weer veilig terugkomt. Eentje die het thuis ook in haar eentje rooit. Dat is een eerste vereiste. Anders ben je kansloos. Janny, bedankt! Dikke kus.

Maar je hebt nog meer nodig! Geld! Ik denk circa een euro per kilometer. Ik heb ongeveer 10.000 km gereden. Het overnachten was het duurst. Dan de brandstof en dan het eten en drinken. Kan het goedkoper? Jazeker. Met een tentje. Maar vertrek dan niet op 28 februari. De nachten zijn tot ver in april nog best koud. Ga dan lekker in de zomer en trek een doorwaaipak aan. Gebruik gewoon je regenpak als het ff fris is. Dat werkt prima. Je weet het: travel light!

En je hebt een goede en betrouwbare motorfiets nodig. Eentje die je niet in de steek laat. Die goed is nagekeken voor je vertrek.

Bedankt voor jullie enthousiaste reacties! Het heeft mij gestimuleerd om elke dag een reisverslag te schrijven en mijn foto’s te publiceren. Dat was ik eigenlijk in deze vorm van tevoren helemaal niet van plan. Maar het ging vanzelf. Het is voor mij een prachtig document geworden om alle herinneringen levend te houden. Ik heb ze inmiddels gebundeld en alles is klaar om in een boek te stoppen….

Ga ik noges? Absoluut! Ik weet nog niet in welke vorm en hoe en waarheen, maar het avontuur trekt enorm. Een keer naar de Balkan? Dat staat al veertig jaar op mijn lijst. Dat kon op ons Hondaatje met haar 10 litertank in de jaren zeventig persé niet. De brandstofpompen lagen verder uit elkaar dan de actieradius van de Honda. En wellicht dan doorrijden via Albanië naar Griekenland? Of met een Royal Enfield Himalayan door India? Of eerst eens naar Frankrijk met de tent en de auto? Net als toen ik jong was? Nog geen idee. Maar zeker ga ik iets doen. Achter de geraniums zitten doe ik wel als ik 90 ben.

Nou, je snapt het. Het was super! Van mijn kant heb ik alles met genoegen gedeeld. Bedankt voor alle tips en aangeboden hulp en alle reacties onderweg. Heb ik erg gewaardeerd.

Tjúúús! Coos van der Spek, Linschoten

Wil je met Coos contact opnemen, stuur dan een e-mail naar redactie@ikzoekeenmotor.nl en wij koppelen jou aan hem. Je vindt hem uiteraard ook via onze besloten groep op Facebook.

Namens de redactie, en ik weet zeker, namens heel wat lezers, willen we Coos bedanken voor zijn prachtige verhalen, we komen daar volgende week in een artikel op terug. Wat Coos ons gebracht heeft, en wat de plannen voor de toekomst zijn, het wordt vervolgd.