Ryan Urlacher is een bekende YouTuber uit de USA. Hij maakte met een club motorvrienden een plan om in tien dagen de twaalf Staten in de regio ‘MidWest’ van de USA. Ze rijden behoorlijke afstanden, deze leden van bekende Amerikaanse motorclubs, als “Swarn Few MC Washington’. Uiteraard zijn het allemaal Harleys. Grote kerels die liefdevolle herinneringen maken. Hier en daar wat regenbuien, lange ritten, veel snelwegkilometers en soms met stukken langs de weg. Horecatips volop. Zoals dat gaat met een club rijders.
Tag archieven: USA
Wat oude motorfiets reclames uit de USA
Op YouTube kwamen we deze compilatie tegen uit 2016. Gewoon wat vreemde en grappige motorfiets-reclames achter elkaar geplakt. Aan de motoren zie je dat de reclames van jaren terug zijn, die overigens nauwelijks hier in Europa op tv terecht zijn gekomen. Dus, best verassende om naar te kijken.
//youtu.be/jEn6j4PvYfg
Van de Oostkust naar de Westkust van de USA
Jake Rides Away. Dit is de naam van een prachtig YouTube kanaal waar we dit filmpje tegen kwamen. Jake rijdt prachtige motortrips door de USA. In deze aflevering heeft hij de mooiste en leukste shots achter elkaar gezet, van zijn motorreis van de Oostkust naar de Westkust. Het geeft in nog geen 20 minuten een prachtige indruk van deze mooie reis op zijn Triumph Bonneville.
Go West Young Man
Go West Young Man
Juist nu we niet kunnen reizen, niet mogen reizen, is het een troost om reisverhalen te kunnen lezen. Gewoon even dat gevoel alsof je de prachtigste routes langs indrukwekkende Amerikaanse kusten rijdt. Hans en Dia den Ouden reizen al jaren over de hele wereld en in hun motorreis-verhalen op Ikzoekeenmotor.nl delen zij met ons hun belevenissen. En of je deze verhalen nu leest als motorrijder, of als reiziger in het algemeen, het blijft genieten…. Hier weer een verhaal van Hans:
Na het buitenaardse traject door Utah kwamen we aan in Nevada. Achteraf hadden we vanuit Utah nog Arizona in moeten rijden en dan vooral richting de Grand Canyon. Want dat is natuurlijk ook een schitterende omgeving. Dat hebben we dan nog te goed voor een volgende reis. Het stuk door Nevada was tamelijk leeg en er waren weinig campings en hotels langs onze route. Zo reden we 1200 km in twee dagen en we hebben geen enkele foto gemaakt. Soms reden we 200 km door een totaal leeg gebied. Een deel van dit traject ging langs de oude Route 66.
Bij een supermarkt kwam er een andere motorrijder aangereden op een KTM 1290. Hij keek naar onze nummerplaten en zoals iedereen wilde hij weten waar we vandaan kwamen. Zijn openingszin was: “I can tell by your face that you’ve been on the road a long time.” En zo voelde het ook wel na 18.000 km.
De man was 76 en vertelde dat hij pas een off-road trip had gemaakt met zijn zoon en kleinzoon. Hij kreeg last van warmtestuwing (een zonnesteek) en hij belandde daardoor in het ziekenhuis. Het was dan ook flink warm. Ik heb hem onze “Cooldown” vesten laten zien en de werking uitgelegd. We zijn gestopt in Carson City, de hoofdstad van Nevada en hebben onze plannen aangepast. We besloten om richting Sacramento te rijden en dan langs de kust over Highway One naar het noorden te rijden.
We waren erg moe van de afgelopen twee dagen rijden en sliepen mede daardoor ook nog eens slecht. Daarnaast moest er gas gekocht worden voor het kooktoestel en die winkel ging pas om 09:00 uur open. De timing om daar gas te gaan kopen bleek goed, want het oude blik was die zelfde avond leeg. We reden een heel stuk langs Lake Tahoe, een iconische plek. Het meer is prachtig en is omgeven door bergen. Tegen de wanden staan veel enorm grote huizen tussen naaldbomen. Het deed ons denken aan Paris Plage.
Van dit stuk had ik geen route gemaakt en dus gebruikte ik de functie “kronkelroute” van de Garmin Navigatie. In Nederland werkt dat niet geweldig maar hier wel. Behalve 10 km snelweg ging het inderdaad alleen maar over kleine bochtige weggetjes. Wel werd het weer erg warm, de temperatuur liep op tot 38ºC.
Na Lake Tahoe volgende nog Lake Donner, ook een mooi meer in de heuvels. We kampeerden in Oroville op weg naar Ford Braggs aan de kust.
De volgende dag reden we een leuke slingerweg door Napa Valley, tussen de wijngaarden door en daarna alleen maar bochten tot we aan de kust waren. Het werd in de middag wederom 38ºC en ondanks de Cooldown vesten was het samen met het intensieve rijden erg vermoeiend. Gelukkig ging de weg in de middag door een bos met sequoia bomen. We vonden een camping die vol stond met deze bomen.
Het bordje bij de camping meldde dat er geen plek was, de ervaring heeft geleerd dat het toch vaak loont om dat nog even na te vragen. De dame aan de balie meende in eerste instantie ook dat ze geen plek had, maar uiteindelijk bedacht ze dat er toch nog een klein plekje beschikbaar was. Op de foto kan je zien dat klein een relatief begrip was.
De volgende dag reden we op de kustweg en daar was het een comfortabele 21ºC. Op de parkeerplaats bij de supermarkt kwam een zeker Larry naar me toe. Hij wilde alles weten van onze reis en wilde met ons op de foto. Hij reed ook op een GS, maar hij was nog nooit op reis geweest. Hij bleek een pastor te zijn, na het gesprek kreeg ik een boekje van hem, zie de foto, nu zou het vast goed komen met ons…
Vanaf Gualala reden we langs de kust noordwaarts over een prachtige weg, grotendeels met uitzicht over de oceaan. Na een half uur kwamen we bij wegwerkzaamheden waar we tien minuten moesten wachten op de tegenliggers.
Tijd genoeg dus voor een babbel met de verkeersregelaar en de agent die er toezicht hield. Uiteraard werd er uitgebreid gevraagd waar we vandaan kwamen en hoe we de motoren getransporteerd hadden. Na wat selfies over en weer konden we weer verder rijden. De temperatuur vlak aan zee was wederom perfect met 21ºC. Na 150 km boog de weg, Highway One af landinwaarts en liep de temperatuur snel op naar 32ºC.

We kwamen langs de sequoiaboom waar je met de auto onderdoor kan rijden. Dat kost $10.- voor twee motoren. Het staat daar echter vol met van die bomen, daar kan je dan weer niet onderdoor, maar ach. Highway 1 gaat over in de 101 en die loopt weer terug naar de kust, alleen dat is dan 150 km verder. We besloten te stoppen na slechts 185 km gereden te hebben en vonden een camping met zwembad.
We zijn twee uur gaan wandelen in St. Patricks Point State Park. Vlak aan de kust was het met 12ºC aan de frisse kant,
De volgende dag reden we Oregon in. Californië is een dure staat. De camping daar kostte $39 gemiddeld en in Oregon $16. De benzine was in Oregon $0,70 per gallon goedkoper. De camping in Humbug Mountain State Park was wat meer ingericht op tentkamperen i.p.v. RV’s.
Grappig is dat Amerikanen op een camping altijd onmiddellijk in de weer gaan met hout om een kampvuur te maken, dat zorgt kennelijk voor het “outdoor” gevoel of is het “survival”? In ieder geval zit je dus vaak in de rook en kerosine lucht. Iedereen heeft minstens twee honden bij zich. De buren hier waren continu in de weer met hun bedoeninkje. Het was verbazingwekkend om te zien wat ze meegesleept hadden. Ze hadden bijlen bij zich waar je een sequoia mee kon omhakken.
We reden verder langs de kust richting de ferry naar Vancouver Island. Onderweg zagen we veel arenden en in de zee zeehonden. Het was moeilijk om een camping te vinden want het was het laatste weekend van de schoolvakantie en dan trekken velen er nog even op uit, Uiteindelijk vonden we een KOA camping in Astoria, met nog een plek waar je de tent op een vlonder moet neer zetten. Dat paste maar net.
De volgende dag waren we in Washington en ook daar waren de campings erg vol. Bij een visten we net achter het net en werd de laatste plaats aan iemand anders vergeven. Het was inmiddels 16:30 uur en de dame van de camping zei dat er 100 mijl naar het noorden nog wel een camping was, dat is dus 160 km. We zagen er kennelijk moe en hopeloos uit, een van de mensen die wel een plekje hadden gekregen kreeg medelijden met ons en we mochten hun plekje hebben, zij zouden dan nog een eind naar het zuiden door rijden. Geweldig!
->> Volgende keer: Vancouver Island
Terug naar het Zuiden
“In to the lower 48”
Hier weer een verslag uit onze vervolgserie van de motorreizen die Hans den Ouden met zijn vrouw Dia maakte. Ze hielden een dagboek bij, en delen met ons alle beelden en verhalen. Als je onderaan op de tag “Hans den Ouden” klikt, dan kom je al zijn verhalen vanzelf chronologisch tegen. Alsof je meereist op je motorfiets….
Vanaf de Moon Shadows camping reden we verder naar het zuiden, richting de staat Washington.
Highway 3 naar de grens is erg leuk rijden met heel veel bochten in een stuk van 56 km. De grens overgaan als je een Visa Waiver in je paspoort hebt is erg makkelijk. We hoefden alleen ons paspoort te laten zien en konden weer verder rijden.
Auto’s werden strenger gecontroleerd, die moesten allemaal de kofferbak openen en campers werden ook van binnen geïnspecteerd.
Tegen lunchtijd waren natuurlijk, zoals gewoonlijk alle picknick tafels als bij toverslag verdwenen. We zijn daarom op een boomstam gaan zitten van een bedrijf met historische voertuigen, zoals de huifkar op de foto. Er was een uitstapje bezig dat ons deed denken aan het TV programma “We zijn er bijna” – er stonden tien dezelfde campers op een rijtje.
Na de grensovergang reden we richting Spokane, dat is een saai stuk en veel graanvelden, eindeloos tot aan de horizon. De temperatuur liep op van 12ºC naar 33ºC, de warmste week tot dan toe – het was inmiddels 1 augustus.
We zetten de tent op nabij de Coulee dam, ten noorden van Spokane. De herten, een moeder met haar nageslacht, fotografeerde ik voor de tent zittend.
De staat Idaho heeft naar het noorden een smalle uitloper en daarna kom je in Montana. We reden richting Coeur d’Alene Lake. Dat is een prachtige plek en er staan dan ook schitterende huizen tegen de bergwand aan en daar loopt een heel leuk slingerweggetje. Kilometers lang genoten we van de omgeving.
De route was 450 km, we stopten op een leuke camping aan een riviertje, de St Joe river. De rivier was heerlijk om in te zwemmen. De camping had dan wel normale toiletten, maar geen douches. De rivier voldeed echte prima, ook voor het wassen van de kleren. We voelden ons net van die kleine Indiase vrouwtjes, die doen het immers ook zo.
We waren inmiddels al dagen op zoek naar een kapper, maar die zagen we nergens. Dus Dia heeft mijn haar geknipt en ik dat van haar. Ik heb geleerd dat het nog niet eenvoudig is.
De volgende dag reden we nog 120 km langs deze kronkelende rivier op de St. Joe River Road. Ik moest denken aan de Lekdijk, maar dan zonder drempels. We kwamen in totaal 2 auto’s tegen op dit traject. Ten zuiden van Missoula vonden we een camping aan het begin van de Lewis & Clark highway. Deze weg is genoemd naar de twee mannen die deze route voor het eerst aflegden, van het oosten naar het westen, in 1803. De expeditie vond plaats op verzoek van president Thomas Jefferson. Ze werden daarbij uitgebreid geholpen door de indianen (Nez Percé) en de relaties waren toen nog goed, sterker nog, de expeditie was mislukt zonder hun hulp door de invallende winter. Deze route is dus veel ouder dan route 66 en loopt een stuk noordelijker. Ze vertrokken vanuit St. Louis en eindigden aan de monding van de Columbia in Oregon.
De camping die net aan het begin ligt, bleek een Square Dance Hall te hebben waar elk weekend wordt gedanst sinds 1973. We waren er nog maar net of we raakten in gesprek met een van de de organisatoren die daar ook sinds 1973 optreden. Hij is een Duitser en zij bleek een Française.
Ze hebben daar een vaste stacaravan en elke zomer verzorgen ze het dansen gedurende een aantal maanden. We werden direct uitgenodigd om dit mee te maken inclusief hapjes en drankjes. De “gangmaker” vertelde ons alvast dat het kijken naar een Square Dance net zo spannend is als kijken naar opdrogende verf. Elke weekend staat de camping daarom min of meer vol want het trekt veel volk.
Het viel ons op hoeveel motoren er langs de camping reden op de Lewis & Clark highway, maar zodra je de weg oprijdt, staat er een bord dat aangeeft dat de komende 96 miles een “winding road” zijn, ofwel 150 km bochten. We reden in totaal 360 km, deels langs de rivier en deels door het land waar in 1863 grote veldslagen plaats vonden tussen de indianen en de “pioniers”. Er reden de hele dag veel motoren op de weg, bezig met hun Sunday Ride Out. We stopten uiteindelijk in Donnely waar het erg warm was.
Op 5 augustus 2019 waren we 52 dagen onderweg en hadden 16.000 km afgelegd. We reden 460 km door het eindeloze en uitgestrekte prairie landschap van Idaho. Het is zo enorm dat je het ook niet gemakkelijk kan fotograferen. Het gebied ligt op een hoogte van 1000 meter, het heeft indrukwekkende graanvelden en ook veel gras voor veevoer.
De temperatuur liep gestaag op tot 35ºC. We moesten elke anderhalf uur onze cooldown vestjes natmaken. We besloten een hotel op te zoeken in Arco want er was nergens schaduw, dus kamperen sprak ons niet aan.
Ook de volgende dag reden we nog een eind door de prairies tot we bij het Yellowstone Park aankwamen. Het park was erg druk en je mag er in voor $30 per motor. Voor een auto hoeft maar $35 betaald te worden, onafhankelijk van het aantal inzittenden. Voor dat geld mag je er dan wel een paar dagen blijven. Alle campings waren echter vol, dus dat ging hem niet worden. In het park rij je eigenlijk in hetzelfde soort landschap als er buiten, alleen nu dan in de file.
De geisers zijn interessant om te zien, er stond een flinke file om het parkeerterrein op te rijden. Achteraf bleek dat aan de oostkant de wegen leuker zijn voor een motorrijder. Dan rij je via Beartooth Pass naar de ingang van het Yellowstone Park en dat moet een leuke weg zijn met haarspeldbochten. Die houden we dus te goed voor een volgende keer.
We verlieten het park via de zuiduitgang en na 410 km vonden we een zeer ruim opgezette camping, zij het wederom zonder douche. Gelukkig was er een wasbakje om te poedelen. Met deze temperaturen is dat noodzakelijk.
Op 7 augustus reden we verder naar het zuiden door het Grand Tetons National Park en het was weer een dag van 500 km.
Voor wat bewegende beelden, hier een kort filmpje: