Alle berichten van Redactie

Redactie Ikzoekeenmotor.nl.

Waarom we motorrijden?

Wie met een auto rijdt, gaat nogal eens van A naar B. Wordt vervoerd. Motorrijders zien hun motorfiets toch veelal als veel meer dan een vervoermiddel. Heel wat motorrijders rijden vanuit passie. Maken hun hoofd leeg. Kiezen om een stuk te gaan rijden. Vaak zonder doel. Kijken waar het stuur naar links gaat, of rechtsaf. Als het maar rolt. De reis is belangrijker dan de bestemming.

Even een rondje uitwaaien, noemen we dit dan graag. En kom je na 2 uurtjes weer thuis dan kan het voelen alsof je een week met vakantie bent geweest of een goed gesprek hebt gehad met de beste psycholoog ter wereld. Dat gevoel, is eigenlijk bijna niet uit te leggen. Dit filmpje komt echter aardig dicht in de buurt bij wat we hier proberen te omschrijven.

 

De Royal Enfield 650 Interceptor

De Royal Enfield 650 Interceptor. Een Indiase motor met Britse roots.

Een trouwe lezer van onze website, Ad van Dijk, maakte eerder een proefrit met deze motorfiets en was zo vriendelijk om voor onze redactie@ikzoekeenmotor.nl hier een leuk verslag over te schrijven. Met meteen een mooi stuk geschiedenis erin!

“Royal Enfield werd in Groot-Brittannië in 1893 opgericht en begon o.m. met de productie van fietsen. In 1901 zag de eerste motorfiets met 211 cc Minerva inbouwmotor het levenslicht. Vanaf 1933 rolden de 350 cc en 500 cc ééncilinder Bullets van de band, die tot op de dag van vandaag nog steeds geproduceerd worden, zij het wel met de nodige wijzigingen. Na de Tweede Wereldoorlog ging men ook weer dikkere twins bouwen, de 750 cc Interceptor was in 1963 de grootste twin die het merk ooit gebouwd heeft. Royal Enfield vestigde in 1955 in India een dependance fabriek onder de naam Enfield India. In de toenmalige Britse kolonie was veel vraag naar motoren voor het leger en voor andere overheidsinstellingen. Daar werd ook begonnen met de productie van de 350 cc Bullet, waarvan zelfs een Dieselversie leverbaar is geweest. Evenals vele Engelse motorfietsfabrikanten sloot Royal Enfield in 1970 de hoofdvestiging, daarentegen is de Indiase vestiging “still going strong”, maar het duurde wel een aantal jaren voordat de Indiase vestiging de naam Royal Enfield mocht gebruiken.

Vanaf 1976 wordt de 350 cc Bullet weer in Nederland geïmporteerd en in de loop der jaren kwam er ook een 500 cc uitvoering, die inmiddels diverse varianten kent. Door de steeds groeiende vraag naar motoren vestigden diverse motorfabrikanten filialen in India, kijk maar naar BMW en Harley Davidson en daarvan profiteren ook de Indiase fabrikanten.

Vorig jaar introduceerde Royal Enfield 2 modellen met een nieuwe 650 cc twin, goed voor 47 pk, dus ook geschikt voor het A2 rijbewijs. Retro modellen zijn populairder dan ooit en de nieuwe Interceptor lijkt als 2 druppels water op zijn 750 cc naamgenoot uit 1963. Er is ook een caféracer onder de naam Continental GT leverbaar, dit model heeft een andere tank, zadel, stuur en de voetsteunen zijn 65 mm naar achteren geplaatst.

Motomondo heeft de import van het Indiase merk op zich genomen en er zijn al een aantal nieuwe dealers aangesteld. Lowlands Biker Store in Zwolle is één van de nieuwe dealers waar ik (Ad van Dijk) tijdens een demo-dag de Interceptor kon rijden. Met een zithoogte van 804 mm kan menig rijder prima uit de voeten en de machine weegt droog 202 kg.

Behalve een elektronisch motormanagementsysteem zijn beide twins verder wars van elektronica. Of de twin is uitgerust met een balansas is niet bekend, maar hinderlijk trillen doet het blok met 270 graden ontstekingsinterval absoluut niet. Schakelen doet de zesbak perfect en de kabelbediende natte meerplaatskoppeling is prima te doseren. Vanaf 2500 toeren heeft de machine al voldoende in huis om weg te rijden en de krachtbron is werkelijk soepel te noemen. Bediening van de knoppen op het stuur gaat als vanzelf en de analoge klokken zijn prima afleesbaar. Verchroomde ronde spiegels passen goed bij dit concept en bieden prima zicht. Om de 18 inch velgen zijn Pirelli Phantom banden gemonteerd, je merkt wel dat de machine gevoelig is voor oneffenheden in het wegdek, ondanks de goede stuureigenschappen. Aan het frame kan het niet liggen, dat is bij Harris Performance in Engeland ontworpen. Het schijnt dat de Continental GT door de sportievere zithouding daar minder gevoelig voor is. Stelmogelijkheden zijn alleen weggelegd voor de veervoorspanning van de stereo achterschokbrekers. Voor en achter zijn beide modellen uitgerust met een enkele schijfrem voorzien van dubbelzuigerklauwen, die voldoende vertraging hebben en afkomstig zijn van BijBre, het Indiase zusterbedrijf van Brembo. Op de bedienbaarheid van beide standaards valt niets aan te merken.

Dat Royal Enfield vertrouwen heeft in de nieuwe twins blijkt wel uit het feit dat er 3 jaar garantie zonder kilometerbeperking gegeven wordt. Vanaf € 7798,- verwisselt de Interceptor van eigenaar, de prijs verschilt wel per kleur! Je kunt kiezen uit oranje, rood, zilvergrijs, wit, zwart of grijs. Aan de Continental GT hangt een prijskaartje vanaf € 8098,-  ook afhankelijk van de kleur.

Voor beide modellen zijn er inmiddels een aantal accessoires leverbaar en er wordt ook gewerkt aan een kledinglijn. Gewerkt wordt er ook aan uitbreiding van de 650 cc modellenlijn, waarvan ik inmiddels  al een aantal schetsen heb gezien. Een allroad en een paar ruigere caféracers behoren daar zonder meer al toe!”

Wil je meer informatie over Royal Enfield? De importeur is MotoMondo.

Ad van Dijk, de schrijver van dit verslag, heeft proefgereden bij Lowlands Biker Store in Zwolle.

De foto’s zijn gemaakt bij Motor Centrum Roosendaal.

 

 

Luuc Muis met zijn unieke Indian op Racer TV

Als motorliefhebber kijk je nogal eens op YouTube naar filmpjes van nieuwe motorfietsen en bijzondere creaties. Zo kom ik regelmatig terecht op Racer TV, en getriggerd door een bijzonder plaatje van een omgebouwde Indian motorfiets start ik bijgaand filmpje. De monotone stem van de presentator is bekend. Niet door iedereen geliefd maar de man weet nu eenmaal waar hij over praat. Bij de eerste beelden blijkt het deze keer om een Nederlandse bouwer te gaan. Luuc Muis Creations heeft met behulp van hele bijzondere bouwtechniek en unieke materialen, met veel geduld en passie een machine gebouwd die jaren geleden als model al bestond, alleen dan nu met de motortechniek van Indian van vandaag. Kijk en verbaas je. Deze 27 jarige bouwer uit de provincie Groningen mag trots zijn dat hij door Racer TV op de kaart is gezet. We gaan hem op ikzoekeenmotor volgen uiteraard. Het recente filmpje bekijk je hier via:

Van Vancouver naar Alaska op de motor

“Let’s go to the other side. We’re going all the way up!”

Weer een prachtig reisverslag van onze vaste columnist Hans den Ouden, die samen met zijn vrouw Dia deze reis maakte in 2019:

Veel familie van mij emigreerde na WO II naar Canada en allen gingen in het westen wonen. Het gevolg is dat ik nu in BC zo’n 50 familieleden heb, zowel van mijn vaders als moederskant. Dus we gingen eerst uitgebreid op familiebezoek en dat was dan ook meteen goed voor de jetlag. We kregen veel hulp met het afhalen van de motoren en er werd ons onderdak geboden, waar we uiteraard graag gebruik van gemaakt hebben. Uiteraard moesten er ook nog wat boodschappen gedaan worden want voor het koken moest er gas gekocht worden en we wilden ook een spuitbus “Bearspray” meenemen. Bearspray is hetzelfde als traangas, maar dat is dan weer verboden in Canada. We hebben het steeds bij ons gehad maar nooit nodig gehad al zagen we wel beren, zelfs van dichtbij.

Na een kleine week gingen we noordwaarts, uiteindelijk was dat de reden van onze reis.
Vanuit Vancouver reden we de Sea to Sky Highway, een leuke slingerende bergweg richting Whistler en daarna naar Lytton. Ooit was ik daar met mijn kinderen om te raften met Kumsheen Rafting op de Thompson River. Dat is echt “White Water Rafting”, erg spectaculair om te doen. Alleen toen we er aankwamen bleek dat ze tot eind juni alleen met motorboten voeren en de concurrent was gesloten. Jammer, maar daarom hebben we dat rondje later nog een keer gereden en de tweede keer ging het wel door en wat meer is, dat was op Labour Day en konden we voor de halve prijs mee. Dat was wel fijn want het is niet goedkoop.

Gelukkig is er wel een camping. De campings in de National Parks zijn veelal vrij primitief. Er zijn geen toiletgebouwen en alleen chemische toiletten, dat is geen feest want ze stinken enorm. Gelukkig is er meestal wel water, maar meestal alleen een kraan en geen douche.

De volgende dag deden we rustig aan, immers stond er geen raften op het menu. In Spences Bridge ontbeten we in een leuk zaakje aan de rivier en kwamen daar iemand tegen die onderweg terug was uit Alaska. Hij had er 24 dagen getoerd op zijn KTM en hij was er nog stil van.

We reden naar het noorden langs Kelowna en Lake Okaganan naar Shuswap Lake. Daar woont ook familie. Tegenover mijn neef Norm woont iemand die oude A Fords verzamelt en restaureert. Van alle ooit uitgebrachte modellen heeft hij er een en de meeste zijn inmiddels klaar.

Na een gezellige avond met Norm en Pauline gingen we verder richting Nakusp. We kregen onderweg een paar flinke buien over ons heen. Tegen de avond zagen we wel veel bliksem en regen in de bergen maar wij kampeerden droog. De volgende dag echter was zo nat dat we in Golden besloten om een hotel te nemen. De ferry’s die we onderweg namen waren allemaal gratis want in Canada maken die gewoon deel uit van het wegennet, zo is de filosofie.

Na 4 dagen van gemiddeld 400 km rijden waren we in Jasper. De week voor we aankwamen op 30 juni, bleek het er nog gesneeuwd te hebben. Onderweg kwamen we langs de Columbia Icefields aan de Icefields Parkway. Uiteraard was het daar erg druk. Grappig was het om te zien hoeveel mensen zich voor serieus geld (CA$ 87 pp) de gletsjer op laten vervoeren waar ze dan een kwartier een rondje mogen lopen. Na het boodschappen doen zaten we op het terras met twee andere bikers, ze hadden er zelfs Hefeweizen van de tap. Gezelligheid alom. We verbleven er in een cabin bij Beckers die €150 per nacht kostte. De campings waren er allemaal vol en het was ook de laatste cabin die we konden boeken.

Onderweg van Jasper naar Hythe zagen we de eerste beer, een Grizzly, kariboe’s en een elk. De kariboe’s zijn de neefjes van de rendieren.

 

De elk was net zo schuw als de elanden in Noorwegen, dus die was al weg voor ik de camera had getrokken.
In Hythe was de camping dan weer helemaal leeg en inclusief gratis hout voor een kampvuur betaalden we €10.-

Na een stevige regenbui in de nacht, met een kleddernatte tent tot gevolg, klaarde het ’s morgens op en bleef het verder droog die dag. Voor we erg in hadden waren we Mile Zero van de Alaska Highway gepasseerd. Zo’n plek waar iedereen een, die er langs komt, een foto van maakt.

De Alascan Highway is 2237 km lang. De eerste 450 km is tamelijk desolaat. Je komt er een benzine pomp en een winkeltje tegen, maar verder niets. Dan arriveer je in Fort Nelson, een dorpje met 4500 inwoners. Grappig is dat je steeds dezelfde motorrijders tegenkomt bij elke benzine pomp. Voorts door naar de Liard Hotsprings weer 500 km. Op dat hele traject is geen enkele winkel dus we konden ook geen eten in slaan. Gelukkig is er wel een indiaans restaurant waar je een buffalo burger kan eten. De tijd heeft daar flink stil gestaan. Bij de benzinepomp moet je zelf onthouden hoeveel liter je getankt hebt en dan binnen gaan afrekenen. Warbij met zo’n jaren 80 rekenmachientje vastgesteld wordt hoeveel je moet betalen.

Na een dagje relaxen in de Liard Hotsprings (waar de week daarna een aantal mensen werd vermoord door een stel gekken) gingen we naar Teslin Jct. Een spectaculaire rit want we zagen buffalo’s, meerdere beren, een wolf, herten en een racoon. Allemaal vrij dicht langs de kant van de weg. Helaas zijn sommigen dieren zo schichtig dat je niet de kans hebt om de camera te pakken voor ze verdwenen zijn.

Onderweg naar Teslin kom je langs Watson Lake waar het Signpost Forest is. Dat werd gestart door de bouwers van de Alcan Highway in 1942 en bevat nu duizenden nummerplaten en andere bordjes uit de hele wereld, een leuke lunch plek.
De camping daar in de buurt was vergeven van enorme muggen, die door je motorbroek heen steken. Daarom zijn we verder gereden en na 200 km kwamen we een hotel tegen.

Royal Enfield in Roosendaal bij MCR

In diverse columns van onze motorreizigers lezen we spannende verhalen over tochten door bijvoorbeeld India en Nepal.

Een merk wat we daar dagelijks tegenkomen is de Royal Enfield. Dit is van oorsprong een Brits motormerk wat destijds werd geëxporteerd en verder uitgebouwd in India. Wie verre reizen naar het Oosten maakt kent dit motormerk. Juist die enorme retro look is de laatste jaren erg in.

Zoek je een handzame stadse motorfiets of wil je gewoon lekker betaalbaar toeren, dan is Royal Enfield een bijzonder fijn motormerk. We wilden het gewoon eens rustig bekijken. En eens even op gaan zitten. Het voelde klasse.

Motor Centrum Roosendaal staat al jaren goed bekend als Harley Davidson specialist. Sinds begin dit jaar zijn ze ook officieel dealer van dit unieke merk Royal Enfield. Tijdens een bakje koffie met de mannen van MCR hebben we een paar foto’s genomen. Binnenkort gaan we er nog een middagje mee rijden. Wordt vervolgd.

De importeur van Royal Enfield is MotoMondo in IJsselstein.

De foto’s zijn genomen bij MCR in Roosendaal.