Categorie archieven: Stories from abroad

Coos op reis: VAKANTIEHUISJE ZONDER SEX

Het is 2 mei, als ik dit schrijf. Er is vandaag zon en bewolking.
Het is rond de 20°, dus het allermooiste weer om motor te rijden.

(We lezen aflevering 64 in onze serie Coos op Reis.)

Ik vervang eerst het defecte iPhone-kabeltje van mijn powerbank. Zonder stroom op mijn iPhone kan ik heel veel dingen niet. Natuurlijk heb ik een extra kabeltje bij mij. Alleen Sissies hebben dat niet…

Bij het afrekenen legt de receptionist van de camping een rekening van 150 euro op de balie. Ik kijk gelijk om mij heen of Bananasplit hier is. Maar helaas. Na wat vechten krijg ik een nieuwe factuur van 38 euro. De afspraak was immers dat ik mee kon liften op de aanbieding van 1 mei. Snel verdiend. Goedkope dag. Als jullie Janny tegenkomen, vertel haar dan svp…..

Tevreden met mijn kleine overwinning ga ik op weg. Ik volg een stuk de kust, draai dan het binnenland in en kom al rap in een mooie bergachtige omgeving. Het is een randje van de Apennijnen. Pas een hele poos later zakken we weer richting de kust.

Bij Marcelli ontdek ik in de verte steile krijtachtige rotsen. Ik stop aan het strand voor een foto. Een schilder werkt met een grote kwast wat witte panelen en deuren bij. Hij teert de verf er maar een beetje tegenaan en schildert alleen de heel lelijke, verweerde stukken. Vanaf dichtbij knapt het wellicht wel wat op. ‘Het ziet er vanaf hier echt niet uit, hoor!’, roep ik hard, tijdens het wegrijden richting het haventje. Vriendelijk steekt hij zijn hand op en zwaait terug. Een taalbarrière kan ook voordelen hebben….

Ik kom in een ander bergachtig stuk van de Apennijnen. Het doet hier wat Oostenrijks aan en de wegen zijn erg bochtig. Ik heb de laatste tien jaar een aantal speciale motortrainingen gevolgd. In Nederland, maar ook in het buitenland. Tijdens deze trainingen leer je o.a. dat je met je motor zolang als mogelijk aan de buitenkant van de bocht moet blijven. Omdat je motor dan langer rechtop staat, jijzelf meer zicht in de bocht hebt, jij eerder gezien wordt en na het kantelen van je motor jij weer aan de veilige binnenzijde van de weg terechtkomt. Buiten blijven, buiten blijven, buiten blijven en dan pas kantelen, leerden we toen.

De Italianen hebben deze training echter niet gevolgd. Met alle gevolgen. Als ik de theorie van mijn trainingen blijf volgen, dan eindig ik ongetwijfeld nog eens met mijn hoofd in een Fiat Croma. Dus middel ik maar een beetje. Zeker niet rechts teveel naar de buitenkant. Want daar snijden die tegemoetkomende spaghettivreters met grote snelheid blindelings hun bochten af. In hun auto voelen zij zich allemaal Alberto Ascari.

Als rechtgeaarde Hollander probeer ik de woekerprijzen van de bediende benzinepompen natuurlijk te vermijden. Vrolijk fluitend rijd ik dus na lang zoeken een pompstation in met normale brandstofprijzen … en is alle brandstof uitverkocht. Alle tanks zijn leeg! Tja, iedereen komt híer tanken, natuurlijk. Ik denk dat de Italianen zelf ook best van al die bediende pompen af willen. Het verschil tussen 1,58 en 1,74 is gewoon te groot. Bediend tanken? Jôh, dat komt uit de jaren zestig en hoort bij stoomboten, telefooncellen en fax-apparaten. Onzinnige werkverschaffing.

Onderweg waarschuwt mijn navigatiesysteem mij steeds voor de oranje flitspalen die veelal aan het begin van de dorpjes staan. Het zijn net grote oranje vuilcontainers. Italië heeft ze nog niet zo gek lang massaal in gebruik genomen. De flitspalen staan er altijd, alleen weet je nooit zeker of er ook daadwerkelijk een camera in zit. Dat is elke keer een gokje. Nou, ben erg benieuwd wat er straks voor enveloppen uit Italië op de mat vallen.

Op jacht naar een goed plekkie om de door mijzelf in de supermarkt samengestelde risotto-salade op te eten, stuit ik op een wel heel erg laag viaduct. Dat de Italianen klein zijn is bekend. Maar nu moet ik mijn kin op mijn tanktas leggen om er onderdoor te kunnen. Maar het lukt. Ik ben nog lenig op mijn ouwe dag.

Rimini laat ik rechts liggen. Daar keken we in het verleden al eens naar binnen. Dat trekt mij niet zo. Te hoog Frietje-van-Pietje- en hamburgergehalte. San Marino ligt in de buurt. Het is een apart ministaatje, maar dat komt qua planning nu ff niet uit. Ik ga door, anders kom ik te laat op mijn overnachtingsplek aan.

Nog even met de veerpont naar Porto Corsini en dan ben ik op de camping. Ik ben hier voor één nachtje. Het is een tweesterren-camping. En ook een tweesterren-huisje. Dus stel ik weinig eisen. Maar in dit simpele huisje van 40 euro is werkelijk helemaal niks. Ja, twee gezellige TL-balken. Het warm water staat nog niet aan. Er is geen vork, geen glas, geen lakens en dekens en zelfs geen toiletpapier. Maar…die toiletrollen heb ik natuurlijk bij mij. Nog van thuis. Die hebben heel wat kilometers gemaakt. Ze zaten waarschijnlijk klem want ze zijn nu vierkant. Maakt niet uit. De motor staat een meter van de voordeur overdekt op het terras en ik kan via het strand naar het dorp wandelen om daar te eten en door het pikdonkere bos terug. Das weer eens iets anders.

In het dorp zijn de meeste restaurants gesloten. Het horecapersoneel ligt voor pampus achter de televisie, moe van de feestdag gisteren. Eén restaurant is wel open. En daar tik ik de hoofdprijs af voor mijn diner. Pfff…

Morgen reis ik verder. Naar Venetië! Kijken of ik iets slims kan bedenken om daar handig te komen….

Verder nog iets leuks? Jazeker! Loop ik in het dorp, hoor ik een Sinterklaasliedje spelen op de kerktoren. Ik heb het eerst niet in de gaten. Ik loop gewoon ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’, mee te zingen. Gekke Italiaanse kerktoren. Of zou ons Sinterklaaslied gewoon een oud deuntje van die Romeinen zijn?

Owja. En ik babbel in het dorp even met een prachtige poes. Jeeetje, wat is-tie móói!

VAKANTIEHUISJE ZONDER SEX

Stel jezelf nou eens voor dat je als familie drie weken met elkaar op vakantie gaat. Naar Italië. Je kijkt er al de hele winter naar uit. Je vrouw heeft speciaal een piepkleine bikini gekocht waar jij alle lange, hete stranddagen naar mag gluren.

En dan kom je vervolgens in dit huisje van mij terecht. Jullie hebben twee kinderen. Van een jaar of twaalf. Die alles al weten… En dan slapen jullie allemaal in één kamer in je eigen éénpersoonsbed… Fijn voor je sexleven… Gelukkig staat er ook een grote televisie…

Coos op Reis: VIAGRA

We volgen al een tijd de reisverhalen van Coos van der spek. Als je op de foto klikt (of hier op deze groene tekst) dan kom je vanzelf in de hele serie, dit is vandaag verhaal nummer 63…
De laatste verhalen publiceren we nu ongeveer elk weekend.

Ik ben in Porto Sant’Elpidio. Het is bewolkt en af en toe piept de zon er even tussendoor. Het is een graad of 20, het voelt lekker zwoel aan en er komt een zacht windje van zee.

Ik besluit om nog een nachtje hier te blijven en wandel na het ontbijt naar de boulevard, hier honderd meter vandaan. Het is 1 mei. De Dag van de Arbeid. Ze vieren de invoering van de achturige werkdag. Nou, daar begin ik niet meer aan, hoor. Dat is zonde van mijn vrije tijd. In Europa is deze dag in bijna alle landen een officiële feestdag, op een paar landen na waaronder Nederland. Ze noemen het in Italië Primo Maggio, één mei. Dat is makkelijk te onthouden.

De Italianen brengen feestdagen veelal door met familie. Ze gaan ergens met z’n allen in een park picknicken of ’s middags met elkaar uit eten. Ik zie het glaswerk en het bestek al verwachtingsvol glimmend op lange gedekte tafels in de restaurants liggen.

Op de boulevard is markt. En zeker niet zo maar eentje. Deze markt is ruim vier (!) kilometer lang. Ik wandel langs festiviteiten voor kinderen, een kermis met een spookhuis, botsautootjes en allerlei draai- en beweegdingen waar ik al misselijk van word als ik er naar kijk. Het is net Koninginnedag. Er is muziek en tussendoor bewegen allerlei artiesten zich. Het is ene grote happening en de hele provincie heeft hier vast het hele jaar naar uitgekeken. Het ziet zwart van de mensen. Volk uit het dorp, maar ook boeren en buitenlui.

Achter de markt een groot veld en … plots ontdek ik waar al die campers gebleven zijn. Lekker gezellig daar, hoop ik voor ze…

Erg leuk om op zo’n markt rond te snuffelen. Ze verkopen werkelijk van alles: schoenen, kleding, gereedschap, noten, kruiden, pannen, open haarden, kussens en heel veel eten en drinken.

Er is trouwens niks maar dan ook helemaal niks op die markt dat ik graag zou willen hebben.

Het betekent dat het óf allemaal zooi is of dat ik alles al heb. Ach, ik zou er op mijn motor toch geen plek voor hebben.

Ik sta een poos te kijken bij een grappige act van een man in een kinderwagen. Hij praat tegen de toeschouwers met een piepstemmetje en heeft twee poppenarmpjes. Zo meteen vind jij het ook leuk… Als twee vrouwen een selfie met hem maken, knijpt hij hen plotseling van onder zijn kleed uit, in hun kuitjes. Iedereen giert het uit. Kijk maar:

De Italiaanse racefederatie heeft, op het asfalt van een stuk parkeerplaats, voor de koters een circuitje afgezet. Er staan, pal naast de kassa, piepkleine pikzwarte motortjes te wachten op racegrage jochies. Een juf knoopt ze vluchtig wat slecht passende bescherming op hun onderbenen en onderarmen om en zet ze vervolgens een veel te grote helm op. Het beschadigde vizier klapt steeds hinderlijk vanzelf weer naar beneden. De knulletjes krijgen verder geen protectie en ook geen handschoenen aan. Hup, in je T-shirt en je korte broek op die motorfiets stappen. De Italianen gieten het gevaar met de paplepel in.

Sommige jochies stuiven zó weg en nemen de bochten als ware coureurs. Erg leuk om te zien. Ik zit er wel een uur te genieten.

Een jochie met een Tom&Jerry-helm op, kijkt waarschijnlijk al jaren met zijn vader naar de MotoGP en ziet zijn held Valentino Rossi op televisie elke bocht op volle snelheid met het grootste gemak nemen. Wees eerlijk, als je het op de buis ziet, dan lijkt het voor leken ook allemaal erg eenvoudig.

Het joch krijgt nog wat aanvullende instructies van de stalmeester. Maar ik zie dat hij er niets meer van hoort. Hij heeft ‘de starende blik op oneindig’. Op het moment dat de kleine man op zijn machientje stapt, is het een ander mens geworden. Hij gluurt met een waas voor zijn ogen door het beschadigde vizier van de te grote helm, die inmiddels half over zijn ogen is gezakt. Hij tilt zijn kin op om redelijk te kunnen kijken. Híer staat Valentino Rossi de Tweede, nu nog in de dop. Hij geeft vol gas en stuift onverschrokken weg en … rijdt bij de allereerste bocht gewoon rechtdoor tegen de opblaasvangrail aan. De motor veert terug en hij verdwijnt met zijn blote beentjes in de lucht achter die dikke witte lekkende opgeblazen worst. Ik zie alleen zijn teentjes in zijn schoentjes spartelen…

Ik moet gaan zitten van de lach. Het is zó komisch en zó snel gebeurd. Gewoon rechtdoor. Beng! Hij nam niet eens de moeite om de bocht te nemen. Geen idee hoe dat nou moest. Nooit aan gedacht.

Met hulp van de stalmeester krabbelt hij weer op. De meester zet ‘m op de motor en draait hem soepel de goede rijrichting op. Rossi stuift weer weg en gaat er als een kamikazepiloot vandoor. En beng noges tegen de opblaasvangrail. Hij valt wel vijf keer, maar blijft het prachtig vinden. Geen enkele angst. Net als allebei zijn ouders trouwens. Die staan er heel gelaten bij. Wat een rare
ouders. Koop later lekker een ouwe auto, jongen, denk ik. Je hebt duidelijk geen talent.

Ennuh …. gelukkig ben ik te groot voor die pokkedingen. Ik hoef niet… Pffff.

Eén moeder is echt verstandig. Dat zou mijn moedertje kunnen zijn. Zij haalt haar kind ervan af als hij twee keer in het opgeblazen condoom is gereden. Klaar. Gewogen en te licht bevonden. Later gewoon direct voor zijn autorijbewijs op laten gaan, mevrouw. Geef hem elke keer een hengst voor zijn harses als hij maar naar een tweewieler kijkt. Het zit niet in zijn DNA. Motorrijden moet in je genen zitten. Je kunt wel lessen nemen en het een beetje leren, maar pas als je vader het motorvirus in je moeder heeft geïnjecteerd en het werkelijk in je DNA zit, dan word je een motorrijder. Een echte. Eentje die met gevoel en instinct rijdt. Eentje die angst heeft én lef. Die zweeft tussen voorzichtigheid en roekeloosheid. Maar altijd binnen de lijntjes blijft. Geen gewone weggebruiker wil zijn. Die zitten immers veilig in koektrommels te appen op hun smartphone.

Bijna aan het einde van de boulevard speelt ruim een uur lang een Pink Floyd Tribute Band. Een gratis Concert at Sea. Mooooooi man! Wat een geluk. Tegen half zes spelen ze ook nog het lievelingsnummer van elke rechtgeaarde Pink Floyd-fan: het bijna zeven minuten durende Comfortably Numb van het album The Wall uit 1979. In deze song wordt Pink, de hoofdpersoon van het album, langzaam gek en kan alleen onder de invloed van toegediende medicatie nog ontspannen. De zee als decor, het zachte briesje over het groene gras, het geroezemoes, het gedrentel van de Italianen achter mij, het sfeertje en de ozo bekende tonen in mijn oren. Ik heb in mijn lange leven nog nooit hash gebruikt, nog nooit ergens een snufje van genomen of een raar pilletje geslikt. Vanaf The Rolling Stones  ben ik gewoon groot en oud geworden met de muziek die door mijn hoofd en met mijn ziel speelde. Ik was met Janny bij concerten van Pink Floyd zoals in 1977 bij Animals Rotterdam-Ahoy. Ik heb dit specifieke nummer wel duizend keer gehoord in mijn leven. De tranen lopen over mijn wangen…. Pffff.. Blijft sterk spul, dat Fisherman’s Friend.. Móóier wordt het deze reis niet. Stukkie meekijken:

Net zoals de Veluwe voor de Nederlanders is, is de oostkust duidelijk voor de Italianen. Op de markt, op de hele camping en in restaurants zie en hoor ik geen enkele andere nationaliteit. Alleen maar Italianen. Die dan ook echt alleen maar Italiaans spreken en nauwelijks Engels.

Mijn wereld is klein en erg lokaal vandaag. Ruim 20 kilometer in de benen.

VIAGRA

Op de markt ontdek ik bij een kraampje een wel héél bijzonder kaasje… Als een mevrouw van middelbare leeftijd ziet waar deze zestigplusser een foto van neemt, krijg ik een vette knipoog van haar…

De BMW R18 heeft bekijks in Sturgis

In deze aflevering van A Bavarian Soulstory van BMW Motorrad kijken we naar twee broers die een ‘Wild West’ avontuur aan gaan. Ze gaan naar Sturgis (South Dakota) naar een van de bekendste motor meetups in de USA.  Op dit event zie je natuurlijk meestal hele dikke Harley’s. Toch hadden de mannen met deze prachtige BMW’S heel wat bekijks. Een heerlijk filmpje om naar te kijken.

Het bouwen van een BMW R80 CaféRacer

De caféracer is nog steeds hip en in. Soms worden er de prachtigste originele motorfietsen omgebouwd tot snelle machines om naar te kijken. Of je er dan heerlijk lange toertochten op kunt maken? Nee, maar dat is dan de bedoeling ook niet. Op YouTube komen we hele mooie verbouwingen tegen. Deze twee monteurs hebben hun gehele aanpak van begin tot eind gefilmd, gedurende een maand en tien dagen. We kijken naar een time-laps van een half uurtje. We zien hoe zij met heel veel passie, kennis en ervaring de BMW uit elkaar halen en weer helemaal opbouwen tot een ‘nieuwe’ caféracer.

Coos op Reis: DE ADRIATISCHE ZEE

“Als ik dit schrijf is het 30 april, 09:30 uur en strak blauw. Ik ga het vast heet krijgen vandaag. Ik heb het nu al warm, terwijl ik nog in de schaduw van het hotelgebouw sta.”

(We lezen verhaal nummer 62 in onze serie Coos op Reis.

Als je klikt op de TAG onderaan, “Coos op Reis” dan komen op deze site vanzelf alle motorreis verhalen van Coos onder elkaar te staan.)

“Ik ga eerst mijn tank volgooien en vertrek vervolgens naar Monte Sant’Angelo. Ik kreeg de tip van een trouwe Facebook-lezer. Dank voor het advies!


Het is een spannende weg met veel tornantes. We stijgen tot bijna 800 meter hoog en onderweg geniet ik van de fraaie uitzichten over de Adriatische Zee, het landschap beneden en de bergen om mij heen. En van het feit dat het hier op deze hoogte een stuk koeler is dan beneden.

Monte Sant’Angelo blijkt inderdaad een fraai en gezellig plaatsje. Het ligt hoog in de bergen met uitzicht over de Adriatische Zee. Volgens geschriften zou de aartsengel Michaël zich hier in de 5e eeuw enkele malen vertoond hebben. Monte Sant’Angelo behoort tot de bekendste bedevaartsoorden van Europa. Het centrum is goed bewaard gebleven. Bijzonder is de lagergelegen woonwijk, met zijn spierwitte, in kaarsrechte rijen staande huizen.

Het plaatsje is voor een groot deel afgesloten voor het verkeer. Maar daar denkt mijn Garmin-navigatiesysteem heel anders over. Die blijft mij maar uitnodigen om dwars door het stadje te trekken. Na wat puzzelen en wat rondkijken kom ik er doorheen en vervolg ik weer mijn weg.

Vlak voor ik echter met mijn motor het dorp verlaat, rolt er een voetbal schuin op mij af. Daarachter een Italiaans jochie dat met rollende ogen de bal wanhopig probeert in te halen.

Tijdens een VRO-training, heel wat jaartjes terug, oefenden we op het circuit van Lelystad met het overrijden van oude autobanden. Daar knalden we dan met 70 km overheen. Blik op oneindig en wham, d’r over. Piesofkeek. Alles dat niet hoger is dan de as van je voorwiel, kun je makkelijk overheen. Ik hoor het onze trainer nog zo zeggen.

Die bal is dus geen probleem, maar dat jochie komt wel een stuk boven mijn vooras uit…

Dus ik knijp hard in mijn elektrisch bekrachtigde voorrem. Het ABS-systeem van mijn motor controleert constant de omwentelingen van het wiel, ziet op dat moment dat het bijna blokkeert en doet haar werk. Ik voel de motor schudden. Alsof ik over ribbels rijd. Bijna sta ik stil. Op dat moment komt de bal echter precies onder mijn voorwiel en de BMW steigert als een ontembare merrie. De motor schiet met het voorwiel over de bal heen. Die blijft onder de gloeiend hete pot van de uitlaat, aan de onderkant van mijn motor, steken. Gelukkig heb ik lange benen, dus ik val niet om. Ik geef een poep gas en rijd de motor snel van de bal. Als dat plastic van zo’n bal dáár smelt… Het jochie is blij met de bal en rent opgelucht terug naar zijn vriendjes. En ik? Ik ben nu officieel geslagen ridder op het steigerend paard van zijn kasteel. Waarvan acte!

Een half uur verderop verlaat een tegemoetkomend Fiatje zijn weghelft en komt over de doorgetrokken streep recht op mij af. Zo’n pokkejong, met zijn petje achterstevoren op zijn hoofd, zit achter het stuur. Naar zijn telefoon te kijken natuurlijk. Zoals jullie weten heb ik gelukkig een extra harde claxon laten monteren en die gebruik ik even. Hij schrikt zich werkelijk de tandjes en rukt zijn stuur terug. Het loopt daardoor goed af. Pff….

Maar na nog een stukkie haalt een idiote kamikazepiloot in een witte bestelbus heel gevaarlijk op mijn weghelft een vrachtwagen in. Ik moet vol in de ankers en scherp de kant in sturen om ons allemaal voldoende ruimte te geven. Het gaat maar net goed en ik zie nog in een flits dat hij verontschuldigend zijn hand opsteekt. Jôh, zaag die hand af en zet hem lekker op je graf, idioot!

Op dat moment overweeg ik om terug naar het hotel te rijden en die dag veilig in mijn bed te gaan liggen. Maar het is echt te mooi hier. En dat schiereilandje is een prachtig gebied. Ik rij door een fraai dal met aan beide zijden hoge bergen. Er staat hier een heerlijk briesje.

Ik sla mijn lunch in bij een kleine supermarkt en scoor gelijk bij de apotheek nieuwe neusdruppels. Ze zijn al weer op. Dat komt vast omdat ik een grote neus heb en er veel druppels in moet spuiten, natuurlijk. Jaja, ik weet het…

Het valt mij op dat hier bijna geen scooters zijn. Er is hier meer ruimte en mensen hebben dan toch liever een auto, denk ik.

Inmiddels is het 32.5 graden. Das erg warm met een motorpak aan, een helm op en dikke laarzen aan. Pfff.. Ik gloei van de vermoeidheid en door de hoge temperatuur, dus doe ik bij het strand van Termoli even een dutje op een bankje van 200 meter lang. Owowow, wat is dat toch altijd heerlijk.

In Marina di San Vito koop ik het lekkerste ijsje van deze reis. Heerlijk. En gróót! Voor drie euro met slagroom. Sinds 1940! Toen was mijn moedertje tien jaar oud.

De weg langs de kust is voor mij prachtig, maar ik denk voor de meeste motorrijders niet zo interessant. De temperatuur is hier inmiddels gelukkig gedaald naar 23 graden.

Bij Porto Sant’Elpidio vind ik voor 19 (!) euro een groot huis met zes slaapplaatsen en een vide, op 50 meter van de Adriatische Zee. En dat is wat ik nou zo graag wilde. Het was een lekker dagje toeren. En genoten van de Adriatische Zee.

Onderweg nog wat gevangen voor the Catch of the Day!”