Categorie archieven: Stories from abroad

Coos op Reis: DE KUST VAN AMALFI – DE REGEN

Prachtig weer. Het is nu al warm. Ik pak de zooi bij elkaar en ben bijtijds op pad.

(We lezen verhaal nummer 61 in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee… )

Achteraf viel mijn villa met uitzicht op zee best mee. Voor 24 euro, jôh. En het was op dat moment alles dat nog beschikbaar was. Of een oud hotel voor 185 euro. Ach, het was goed zo. Ik hoef er niet de rest van mijn leven te wonen.

DE KUST VAN AMALFI

Op advies van twee jongelui, die ik een paar dagen terug in Rome ontmoette, ga ik vandaag de beroemde kustweg van Amalfi rijden. Er zijn in Europa een aantal wegen die je een keer gereden moet hebben, en één daarvan is de Amalfikust. De Amalfi-kustweg is een schitterende weg die op fenomenale wijze door het landschap slingert. Het ligt in Italië, net iets ten zuiden van de stad Napels, op het schiereiland Sorrento. De natuur is hier zó indrukwekkend mooi dat de Amalfikust inmiddels ook tot het werelderfgoed behoort. De weg is slechts vijftig kilometer lang. Maar hoe kort ook, het is echt een droomweg om te rijden, eentje die je met een gerust hart op je bucketlist kunt zetten.

De Amalfikust is vernoemd naar het stadje Amalfi. Een klein, toeristisch stadje waar de geschiedenis van deze kust ooit begon. Inmiddels is dit gebied uitgegroeid tot een van de beroemdste delen van de Italiaanse kust. Je vindt er een aantal van de mooiste dorpjes van Italië, waaronder Positano. Dit dorpje ligt op fenomenale wijze tegen de rotsachtige kust aan geplakt. En alle huisjes van Positano zijn ook nog eens in vrolijke kleuren geschilderd. Maar er zijn langs de kust nog veel meer bijzondere plekken waar je een keer moet stoppen.

Ik pruttel Sorrento uit en slinger via de woeste Colli di Fontenelle naar San Pietro. Daar neem ik de SS163 die rap in de zo beroemde en bezongen kustweg naar Amalfi en later Salerno verandert.

Direct als ik aan zee ben, begint de beleving van de kustweg. Links de extreem hoge, steile kale bergen. Rechts de weidse vergezichten over de azuurblauwe zee naar de talloze rotsen en de kleine eilanden. Daartussen de snelle speedboten die zich met hoge snelheid naar een geheimzinnig doel spoeden. Of het zijn gewoon cocaïne-runners, net als vroeger in Hawaii 5.0.

Schuin vóór pakt de route elke keer weer een vakantiesurprise voor mij uit: een rotsformatie, een stad in de verte aan zee, dorpjes tegen de bergen, prachtige huizen die door een reuzenhand op willekeurige plekken tegen de steile bergen aan zijn gekwakt of een blik op de verderop liggende en steeds slingerende bergweg. Er is hier geen tien meter recht. En het gaat maar door: links, rechts, links, rechts. De bochten zijn kort en fel. Het asfalt is goed. Ik durf best wat tandjes gas te geven. Maar ik wil ook kijken en genieten. Een duivels dilemma.

Ik heb niet zo op de borden gelet, maar ik zie geen campers en geen caravans. Ze zijn hier vast verboden. Gelukkig maar. Ze zijn te langzaam, te breed en te wit. Ze passen niet in de omgeving. En ze rijden mij maar in de weg…

Het is inmiddels extreem druk op de weg. Alle toeristen zijn op pad. De bussen veroorzaken de meeste ellende. Als twee bussen op een smal weggedeelte elkaar tegenkomen, dan is de narigheid helemaal niet te overzien en ontstaat gegarandeerd een verkeersinfarct. De bussen kunnen geen kant meer op omdat ze direct opgesloten worden door het achteropkomende verkeer. Achteruitrijden is dan bijna geen optie meer.

Ik profiteer ervan. Met de motor stuur ik er soepel langs. Simpelweg omdat er dan weinig tegemoetkomend verkeer is. En na het infarct is het groen licht op het circuit. De bussen houden immers alles tegen. Uiteraard neem ik ook voldoende tijd om te kijken.

In de dorpen doen ze het slimmer. Daar regelen mannen met groen-rode spiegeleitjes het verkeer. Dat lijkt heel toeristvriendelijk, maar het is pure zelfbescherming. Het is er zo smal, dat zelfs gewone auto’s elkaar echt niet kunnen passeren. Het hele dorp zou overdag ontwricht zijn.

Als ik langs een file dender en bij de man met het spiegelei arriveer, dan knikt hij genadig. Ik mag dóór. Haha. Dat komt vast omdat ik er met mijn bleke gezicht zo sneu uitzie op mijn poppenbrommer… Gas op die lolly! Vroemmm…!

Met de auto is de weg op zo’n dag als deze echt niet te doen, hoor. Niet doen. Het is één grote file. Je kunt als automobilist ook bijna nergens stoppen om even te kijken of een foto te maken. En met zo’n bus is het ook niks. Kortom: begin er niet aan. Het is niet leuk. Ga met je motorfiets of huur een lichte scooter. Er gaat ook een boot. Lekker in de zon en in de wind. Dat is veel leuker.

Maar voor mij, op mijn dikke BMW, is deze route prachtig en sensationeel om te zien, mee te maken en absoluut de moeite waard. Bijna 70 kilometer lang het paradijs op aarde.

Maar het wordt warmer en warmer. Ik neem mij voor om boven de 30 graden niet meer te stoppen voor een foto. En helemaal niet als ik net een bus voorbij ben gegaan. Maar ja, ik moet ook aan mijn lezers denken, hè? Ik heb natuurlijk wel mijn verplichtingen en moet productie voor het verslag leveren… Toch is het lastig om echt goed de route in beeld te brengen. Jullie missen op de foto’s de beleving.

De route was top. Ik ben er geweest. Wow. Vinkje op de lijst!

NAAR DE ADRIATISCHE ZEE

Ik verlaat de kust van de Middellandse Zee en ga op weg naar de Adriatische Zee. Ik stijg snel de heuvels in en kijk over het landbouwplastic uit naar zee. Tja, die pomodori moeten ergens vandaan komen. In een haarspeldbocht kom ik eerst een bonte mannetjesfazant tegen. Ik schrik mij de tandjes van hem. En hij van mij natuurlijk. Geen idee of die beesten tandjes hebben. Een stuk verderop sta ik plots tussen de schapen. Bêhbêh… Kijk ze bescherming en veiligheid bij elkaar zoeken. Dichies bij dichies.

Het is heerlijk in de bergen. Het koelt wat af. Er zijn hier helemaal geen scootertjes en auto’s. De wegen zijn leeg en verlaten. Ik snap dat wel. Iedereen gaat hier natuurlijk elke dag over die mooie kustweg heen en weer rijden….

Fluitend volg ik de route en draai ik mijn bochies en … plotseling houdt de weg op. Huh? Ik zit echt met mijn navigatiesysteem op de route. Maar hier stopt de weg. Einde. Klaar. The End. Fini.

In juni volg ik in het oosten van het land de offroad-training bij Bert Duursma.

Maar op mijn eigen motor met al die bepakking ga ik hier echt niet aan beginnen… Zie foto.

Ik verleg de route en denk een slimme omweg gevonden te hebben. Ik stamp door een dorp waarvan de straatjes zo smal zijn dat ik er net met de motor doorheen kan. Een half uur later sta ik weer op precies dezelfde plek.

Ik rijd terug naar het dorp en vraag aan een Italiaan naar de situatie. Hij adviseert mij om rond te rijden. Er is in dat gebied geen doorkomen aan en die weg bestaat niet. Een gigablunder in het kaartmateriaal. Anderhalf uur later sta ik weer in Salerno. Weet je wat ik denk..? Juist, dát denk ik!

Het is inmiddels 16:00 uur en ik heb nog 220 km te gaan. Rechtsvóór ontstaan pikzwarte wolken boven de bergen. Bliksemflitsen schieten door de lucht. Ik hoop de ellende te ontlopen, navigeer naar de tolweg, trek snel een kaartje en geef vol gas. Ik jaag de snelheid op en hou rechts de narigheid in de gaten. We gaan harder en harder en de weg slingert omhoog en omlaag. Maar het is een kansloze missie…!

DE REGEN

Het wordt eerst nog wat donkerder en vervolgens inktzwart. Ik ruik de ozon en voel de luchtdruk veranderen. De wind is plots weg en ik daver voort in een soort vacuüm. In mijn hoofd zet ik mij vast schrap. De temperatuur dondert eerst in een paar minuten van 31 graden naar 11 graden. En dan plotseling, alsof iemand met een grote hand op een felrode knop drukt, komt de regen met bakken naar beneden. Eén dikke grijze sluier. Van uit naar aan. Boem! Het is niet normaal. Zelfs Noach had het hier niet gered. Automobilisten schuilen onder viaducten omdat ze bang zijn voor aquaplaning en hagel. Tja, wie niet? Maar ik heb net 31 graden achter de rug en alle Velux-dakramen in mijn Stadler-motorpak staan op standje doortochten. De regenvoering zit er echt niet in. In een paar seconden ben ik zeik-en-zeiknat. Ik ga hier zeker niet op de vluchtstrook onder een guur viaductje schuilen. Dat is levensgevaarlijk. Maar ik ga door, ik moet! Ik ben heel snel nat en koud. Ik draag mijn doorwaaihandschoenen. Die blijken niet alleen warme lucht door te laten. De regendruppels vallen koud en hard op mijn handen. Ik zet de handvatverwarming op stand twee, maar daar worden alleen de binnenkant van mijn handen warm van.

Het heeft hier al effe niet geregend en het sop van banden- en olieprut staat letterlijk op de weg. Zolang ik echter rechtdoor rijd, maak ik mijn daar niet druk om. En over aquaplaning ook niet. Daar hebben motoren met hun smalle banden nauwelijks last van. Ik snijd het water open. Ik ga als Mozes door de Rode Zee, maar ik voel nondeju wel het water van de weg tegen mijn onderbenen aan slaan. Mooi dat Mozes in de film door het zand banjerde…

Een vrachtauto, aan de andere kant van de vangrail, knippert met zijn lichten en claxonneert langgerekt en luidruchtig. Razendsnel begrijp ik waarom hij dat doet. We passeren elkaar in een soort kuil in de weg. Aan mijn kant staat het water óók centimetershoog op het asfalt. Ik duik achter mijn loketje, zet mij schrap en de vrachtauto, met misschien wel 16 of 20 wielen, slingert een enorme grote golf koud en smerig water over mij heen. Secondenlang zie ik totaal niks. Het water gutst eerst over mijn scherm, dan tegen mijn vizier, vervolgens tegen mijn borst en buik, door mijn onderbroek en langs mijn benen mijn laarzen in. Bij 31 graden wellicht een erotisch moment, maar bij 11 graden vind ik er geen ene klote aan…

Na een kwartier ben ik er onderuit. Dan liggen alle baggerstromen achter mij. De temperatuur stijgt zachtjes weer tot 24 graden. Dat is maar goed ook, maar het is niet genoeg. Ik ben versteend van de kou. Dat komt door de verdamping van het vocht uit mijn pak, leerde ik van mijnheer Ferdinandusse tijdens fysicales op de middelbare school. Verdamping onttrekt warmte. Ik zit te rillen op mijn motor. Ik kan beter tegen de warmte dan tegen de kou. Brrr… Ik moet trouwens ook nog tanken. Voor 1,94 per liter in plaats van 1,54. Ik overweeg om morgen terug te gaan en die petrolhead een hoek voor z’n harses te geven. Ellende komt niet alleen.

MORGEN

Ik kom weer bij de kust, maar dan aan de Adriatische Zee. Er is in deze omgeving overigens geen druppel water gevallen. De regen zat echt alleen maar in de bergen. Ondanks het droge wegdek grijpt tot twee keer toe het ABS in op de spekglad gepolijste stenen in het dorp. Het blijft uitkijken.

Ik vind bij drie campings niks van mijn gading en kies in Manfredonia voor een hotel aan zee. Met zeezicht. Het is een klein kamertje voor 60 euro, inclusief ontbijt. Maar het is het enige dat zij nog hebben. Het is ook hier retedruk. Morgen is het 1 mei en dan vieren alle Italianen dat ze niet hoeven te werken.

Morgen reis ik verder. Dit gebied heeft voor mij geen goede aardstralen. Ik weet niet waarom. Ik vind het niks. Teveel verkeerde gezichten? Geen idee.

Mijn motor slaapt veilig. De politie komt hier 24 uur per dag koffiedrinken. Ik heb nog nooit zoveel pistolen gezien. Trusten!

Wat neem je mee op een alledaagse motorrit?

Praat erover met tien motorvrienden en je krijgt tien verschillende verhalen. De ene kiest voor zijn mobiele telefoon en een flesje water. De ander heeft een speciale tas in zijn koffer waarin je al het mogelijke aantreft wat je kunt bedenken. Natuurlijk is het handig om water bij te hebben. Wat reparatie materiaal is fijn. Ducktape en  tie raps zijn handig. Een Zwitsers zakmes is slim. Een reserve bril en wat medicatie misschien? Wat je meeneemt op je motorfiets hangt natuurlijk sterk af van het gebied waar je rijdt en hoe ver van huis je gaat. Hier in Nederland is een hulpdienst of je eigen motor garage zo gebeld, maar ergens afgelegen in het buitenland is het natuurlijk fijn dat je een aantal problemen zelf op kunt lossen. Voor de mensen die echt op alles voorbereid willen zijn is de volledige tas van deze ervaren motorjournalist misschien een idee? Hij heeft een volledige “motor survival kit” bij zich:

Wat neem jij zoal mee? Mis je nog iets belangrijks? Laat het ons weten in de comments.

 

Wat oude motorfiets reclames uit de USA

Op YouTube kwamen we deze compilatie tegen uit 2016. Gewoon wat vreemde en grappige motorfiets-reclames achter elkaar geplakt. Aan de motoren zie je dat de reclames van jaren terug zijn, die overigens nauwelijks hier in Europa op tv terecht zijn gekomen. Dus, best verassende om naar te kijken.

//youtu.be/jEn6j4PvYfg

Coos op Reis: POMPEÏ

Als onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek dit verhaal schrijft is het eind april. Hij is aan de laatste weken van zijn drie maanden durende reis door Zuid-Europa bezig, dit is verslag nummer 60 in onze serie “Coos op Reis”. Er komen er hierna nog 11 die we de komende 2 maanden dus publiceren. Onze motorreiziger schrijft: 

Ik ben in Sorrento op camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata. Het is bewolkt, nog vroeg maar best al warm. Het wordt vandaag een hete dag.

Ik dacht gisteravond een minder goede plek hier gevonden te hebben. Maar het valt erg mee. Bij de receptie ga ik toch nog maar een nacht bijboeken. Potver, schijnt mijn hutje inmiddels door iemand anders geboekt te zijn. Tijdens het ontbijt bedenk ik plan B en wandel terug naar de receptie om af te gaan rekenen. Daar blijkt dat het probleem inmiddels is opgelost: mijn plek is gewoon beschikbaar. Dat is fijn.

Dat was op mijn werk nou ook zo vaak. Was er plots paniek. Dan wachtte ik eerst even om te kijken wat er gebeurde. Vaak liep het dan met een sisser af of iemand anders loste het probleem op. Haha!

Dit huissie kost 24 euro. Alleen een bed. Verder niks. Poepen en wassen zoals in militaire dienst: op een centrale plek met z’n allen op een rijtje.

POEPEN

Enfin, dus ik met mijn verse rol, ik heb er nog niet ééntje van de vier gebruikt, op een drafje naar het toilet. Je kent vast die campingtoiletten in Italië wel. Strak naast elkaar en met zo’n flinterdun zwevend schotje d’r tussen. De eigenaar heeft alle toiletbrillen verwijderd. Uit hygiëne. Voor de heren zijn er echter geen urinoirs… Met stukken toiletpapier poets en bedek ik daarom de porseleinen rand van de pot. Heb ik dan smetvrees, bedenk ik mij? Aan de schaduw, onder het zwevende schotje, zie ik dat mijn buurman zich met dezelfde boodschap bezighoudt als ik. Als ik weer opsta, blijft er heel even een velletje papier aan mijn rechterbil plakken om direct daarna, licht als een wuivend najaarsblad van een jonge boom, naar beneden te dwarrelen. Het is bijna op de grond als een opwaarts windje er even mee speelt. Het velletje landt net aan de andere kant van het schotje. Ik houd mijn adem in…

Wat zou jij nou doen, in zo’n situatie? Laten liggen! Tja, dat lijkt mij geen optie. Dat is onprettig voor de poepende buurman, nietwaar? Wellicht blaast de wind het velletje terug? Niet dus …Het lijkt als aan de grond geplakt. Komt dat door mijn rechterbillenvet? Met mijn linkerhand onder het schot door, om het te pakken? Even snel? In een flits? Maar als mijn buurman dat nu ziet? Dat is wel een erg grote inbreuk op zijn privacy: het ongewenst naar binnendringen van iemands campingtoilet… Dat is vast strafbaar.

Met veel gegrom en lawaai beëindigt mijn buurman zijn boodschap en laat met een grote knal van de deur, mij en mijn twijfels, achter. Zijn aandacht ging absoluut ergens anders naar uit. Er is hem vast niks opgevallen. Opgelucht raap ik snel het velletje op en stap uit mijn kleine wereld, de grote wereld in…

Tegenover de ingang van de camping stopt de bus naar het station van Sorrento. Wat een geluk… En in Sorrento pak ik vervolgens de trein naar Pompeï.

Ik reis anderhalf uur met een vriendelijk jong stel van de camping en we hebben geanimeerde gesprekken. Ze komen uit Leeuwarden en hebben allebei twee maanden onbetaald verlof geregeld. Hij werkt in de psychiatrie en volgt een HBO-opleiding om in het laboratorium te kunnen gaan werken en zij is beleidsmedewerker in Harlingen. Goed gedaan. Ik heb tot mijn 66e op deze trip moeten wachten.

Bij het station in Pompeï scheiden onze wegen. Zij hebben een ander programma dan ik. Wellicht zie ik ze morgenochtend nog in de douche.

POMPEÏ

Op het station koop ik een kaartje voor een bezoek aan Pompeï. De ingang van het museum ligt 100 meter van het station. Ik hoef, ondanks de drukte vanwege de vakantie en het weekend, verder nergens in de rij te staan en ben in een paar minuten binnen.

Het komt door mijn oude moedertje dat ik graag naar Pompeï wilde. Toen ik kind was, vertelde zij daar al over. Dat het in Zuid-Italië lag en dat op 25 augustus in het jaar 79 de stad door een vier meter dikke laag as en stenen werd bedolven na de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius. En dat er, juist omdat in korte tijd alles door die hete as bedekt werd, veel oudheden heel goed bewaard zijn gebleven. Het is één van de best bewaarde Romeinse steden

Al in 1594 werden bij de aanleg van het Sarnokanaal resten van Pompeï gevonden. In 1748 werden opgravingen verricht, maar de eerste serieuze opgravingen begonnen in 1860. In die tijd bedacht men ook het procedé om gipsafgietsels van de slachtoffers te maken. Inmiddels is ongeveer 60% van Pompeï opgegraven. Vanaf 1999 wordt er meer geconcentreerd op conservering en worden er nauwelijks nieuwe opgravingen meer gestart.

Al die verhalen van mijn moeder in mijn jeugd maakten het voor mij toen al tot een mystieke voorstelling. En nu ben ik er! Ik ben intussen veel ouder dan mijn moeder toen zij mij hierover vertelde. Het is echt bijzonder voor mij en het ontroert mij als ik daar over na loop te denken. Kon ze er maar bij zijn…

Pompeï is vele malen groter dan ik dacht. Ik verwachtte wat huizen en een populatie van 500 inwoners. Dat is helemaal niet zo. Schattingen lopen uiteen dat hier tussen de 10.000 en 30.000 mensen woonden. Er staan restanten van enorme gebouwen en pleinen en er is zelfs een theater. Het was daar in die tijd reusachtig.

Ik wandel door de straten en over de oude kasseien en moet mij bedwingen om niet te gaan rennen omdat ik steeds meer en meer wil zien. Veel huizen in Pompeï hadden een binnentuin en verschillende woon- en werkvertrekken. De huizen hadden doorgaans ook een bovenverdieping, maar daar is zelden nog iets van bewaard. Veel huizen waren verbonden met een werkplaats. Vaak ook was er een winkel of een bar op de begane grond aan de straatkant. De huizen waren rijk versierd met mozaïeken op de vloeren en fresco’s op de muren. Tijdens mijn wandeling bewonder ik de mooi overgebleven resten. Er zijn tempels, badhuizen en een openluchtzwembad met nissen voor de kleding, latrines en peeskamers. En in het museum ontdek ik ook een afdruk van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt om zich te beschermen tegen de giftige dampen vanuit de vulkaan. Het voelt alsof ik het zelf ben.

Ik moet efficiënt met mijn dag omgaan en wandel via de uitgang weer naar het station. Na mijn bezoek aan Pompeï is er nog tijd over om 10 km verderop de veroorzaker van al deze narigheid te bezoeken: de Vesuvius.

VESUVIUS

Aan de zijkant van het treinstation vertrekt een bus naar de Vesuvius. Die brengt mij voor 10 euro bijna bij de top. Onderweg stopt de bus omdat ik daar nóg een toegangskaartje van 10 euro moet kopen. Tja, dom van mij natuurlijk. Daar heb ik beneden ook niet naar gevraagd. Ullahh…. Als je toerist bent, dan word je genaaid.

Het laatste stuk moeten we lopen. Dat is een half uur steil omhoog. Dat is echt stevig met deze temperatuur. Ik zie voldoende mensen met een minder goede conditie afhaken. Ik loop regelmatig 10 km hard, dus ik kom wel boven.

Ik ben er. En ik tuur in de diepte naar beneden. Daar sta ik dan. Op het randje van de vulkaan in ruste. De grote gemene veroorzaker van alle verhalen van mijn moeder over Pompeï. Mooi moment voor mij! Ach, als ze zich toch eens zou kunnen herinneren hoe zij al die verhalen aan mij vertelde. Wat zou dat mooi zijn. Op 11 mei is ze jarig. En … ik héb haar nog….

TWEE MAANDEN

Vandaag ben ik twee maanden op reis. Ik startte op de verjaardag van mijn tien jaar geleden overleden vader, 28 februari, in Barcelona. Het is onvoorstelbaar hoe snel mijn leven nu verloopt. Er gebeurt zoveel. Met een hoge frequentie veranderen mijn omgeving en mijn parameters. Het is enerverend, vermoeiend en verfrissend. Maar helemaal super. Ik vind het machtig. Niks ‘elke dag om 08:30 uur naar Amsterdam’. Dat was toen ook prima hoor, maar dit is echt een mooier leven. Dit is Genieten, met een grote G. Ik vind het allemaal nog steeds prachtig. Op reis met mijn motor, het onbekende, de omgeving, de mooie weggetjes, de lekkere geurtjes, de uitzichten, het leven van de zuidelijke landen, het weer, het lekkere eten en de lekkere wijntjes. Het onvoorspelbare maakt het altijd weer spannend. Wow! Aanrader! Wacht niet te lang. Denk aan die jongelui in de bus van vanmorgen.

MEEST ZUIDELIJKE PUNTJE

Morgen vertrek ik naar wat ze het paradijs van Zuid-Italië noemen: de kust van Amalfi. Ik ben benieuwd. Dit is voor mij het meest zuidelijke puntje in Italië. Zuidelijker ga ik niet. Ik wil langs de Italiaanse Adriatische kust weer richting het noorden rijden.

Ik vind het ook wel weer een lekker idee om richting huis te rijden. Twee-en-halve maand weg is best lang. En ik heb weer reuze zin om Janny en Danielle te knuffelen, de kater een aai te geven, in mijn eigen bed te slapen, mijn eigen badkamer en toilet te hebben en … nou ja, gewoon weer thuis te zijn. Want thuis is ook fijn.

De Overlander motortas, van Lone Rider

Motorreizigers die vaak op pad gaan, weten uit ervaring precies waar ze op moeten letten. Je koffers heb je dan vaak al standaard bij je motorfiets aangeschaft maar de motortas die je extra meeneemt (op de plaats van je top-koffer, of op de buddyseat van de duo) moet solide en veilig zijn. Bij extreem nat of juist droog weer is het ook fijn als je bagage blijft zoals hij is. Als je dan een tas vindt die ook nog als rugtas kan worden ingezet, dan heb je misschien de ideale reistas gevonden. Lone Rider heeft hem gemaakt. We zijn benieuwd naar de ervaringen.