The Pacific Coast Highway, in Calfornia USA, wordt ook wel de California State Route 1 genoemd. Die 1 snap je als je even achterover leunt en mee rijdt met deze motorrijders. Een paar vrienden die Royal Enfield rijden hebben een mooie opname gemaakt. Geen muziek, gewoon lekker dat rauwe geluid eronder.
Categorie archieven: Stories from abroad
Coos op Reis: MICHEL VAILLANT
(Het vervolg in de serie Coos op Reis, aflevering 51)
Het is half april. En prachtig weer. Het is strakblauw. Het is om 08:30 uur al 21 graden. Dit wordt een warme dag. Ik veeg het huis, schraap mijn zooitje bij elkaar en pak alles op mijn motorfiets. Das elke keer een uurtje werk. En ik verstop een eierdopje achter een beker. Beetje paniek zaaien. Vanwege die code en dat hek. Haha. Nee, hoor.
Ik verwijder maar gelijk in de caravan de goretex-voeringen uit mijn motorpak. Het maakt van mijn pak bijna een doorwaaipak. Als het erg warm wordt, dan kan ik op mijn borst nog twee grote ramen openzetten en de mouwen nog helemaal openritsen. Verder trek ik een dunne nekkraag aan, dunne sokken, een hightech hardloophempie en mijn Rukka doorwaaihandschoenen. Ik ben er klaar voor. Burn baby, burn!
Een extra probleem is wel dat ik de kleren, die ik bij kou en regen droeg, nu ergens moet zien op te bergen. In mijn koffers heb ik geen plek en mijn tassen zitten vol. De extra aangeschafte waterdichte zak lost echter alles op. Hij zit met twee rete slimme bandjes op mijn topkoffer. Die zak weegt niks, zorgt voor een extra zee van ruimte en alle spullen zijn snel bereikbaar. Wérelds!
Ik controleer of alle koffers goed gesloten zijn, de bagage stevig vastzit, de rits van mijn tanktas dicht is, doe mijn oordopjes in, zet mijn helm op en vertrek. Vroemmmm! Heerlijk!
Ik ontbijt twee dorpen verder bij een bakker. Ontbijt! staat er in het Frans met grote letters en een uitroepteken op een bord. Stokbrood en verse croissants en vruchtenprut uit blik en hete koffie.
Wees eerlijk, als je nou met een heel groot bord je voorbijgangers naar binnen lokt voor een ontbijt, hoe groot is de kans dan dat ze bij je komen ontbijten? Is die kans klein, gemiddeld of groot? Nou, ik zal je helpen: héél groot, want ik was daar zeker niet de enige. We stonden in de rij.
Potver, is het dan héél veel moeite om de boter op kamertemperatuur te serveren? Nondeju. Ze komt zó uit de vriezer. Hakken moet ik. Er is tegenwoordig ook bijna geen goed horecapersoneel meer, jôh. Ze hebben alleen maar geen zin om bij de Blokker of McDonalds te werken.
Whoehaa. Het is net 10:30 uur en ik heb het eerste deel van mijn reisverslag al klaar. Gewoon ff zeiken over iets. Lukt altijd. Lekker, man.
Ik wil heel graag de kustweg bij Nice en Monaco af. Die is prachtig. En ook retedruk. Maar als ik nou net doe alsof het niet druk is, dan is er verder geen enkele belemmering. Toch? Ik neem de kustweg.
En hij is prachtig! Ik kijk echt mijn ogen uit. De luxe, weelde en rijkdom die huizen, tuinen en opritten uitstralen. En steeds dat magnifieke uitzicht over het eindeloze azuurblauwe water. En afwisselend schitterende rotspartijen. En die prachtige gebouwen en luxe hotels onderweg en in Nice. Helemaal super. Ondertussen is het 25 graden.
Monaco slaat alles. Twintig jaar geleden dacht ik al dat het daar helemaal was volgebouwd, maar de kranen draaien nog steeds volop. Ze hebben nog wat meters gevonden om te bebouwen. Niet normaal. De kustweg is daar nog mooier en daar zijn ze helemaal immens rijk.
Voor autoliefhebbers is het hier zeker een walhalla. Al je dromen gaan hier in vervulling. Als ik eens goed naar zo’n auto kijk, dan ontdek ik dat MC van MC Zegveld helemaal niet voor MotorClub staat. Het betekent héél wat anders..
Jôh, ik wilde het persé zien en ervaren. Maar nu heb ik het gezien en nu mag ik dus ook ff zeiken over de drukte. Echt niet normaal. Er is geen doorkomen aan. Ik doe twéé uur over een traject van 38 kilometer. Het is geen doen. En dan kon ik er met de motor nog vaak langs.
Bij Ponte San Ludovico wip ik de grens over en rijd Italië binnen. Aan de grens tref ik een overmacht aan militairen. Ik rijd zelfs tussen twee zwaarbewapende mannen door. Ik steek zittend op mijn kasteel 50 cm boven die kleine Italiaantjes uit. Haha. Vroemmmm, op weg naar Ventimiglia!
De kustweg blijft prachtig. Maar de stadjes zijn een ramp om door te komen. Bij Alassio is het 30 graden. Maar het gaat verder wel goed. Ik heb mijn helm lekker open, maar snuif natuurlijk een paar pond stuifmeel van die KUT-bomen naar binnen. Dat moet ik vanavond bezuren.
Vlak bij Genua vind ik een hutje. Simpel. Verder niks. Geen verwarming, maar dat is niet nodig. Het is warm zat. En geen keukenspullen. En die heb ik ook niet nodig. Ach, wat maakt het uit.
Op advies van de campingboer wandel ik door een park langs de resten van een oude Romeinse villa naar beneden, naar de kust. Hij heeft mij het adres van zijn favoriete restaurant gegeven waar eigenlijk geen toeristen komen. Prachtige, orsinele Italiaanse tent. Ik eet een pizza voor 6 euro. Aan de Cote d’Azur kost zoiets gewoon 18 euro.
Mooie dag. Ik wil persé niet elke dag rijden, maar de rijdagen blijven altijd het mooist.
Ik kijk wel wat ik morgen doe. Ik weet het nu nog niet.
MICHEL VAIILLANT
Uit een zijstraat komt met veel kabaal een wel heel aparte auto. Hij kan zo van Michel Vaillant, mijn stripheld van de Franse tekenaar Jean Graton, uit Kuifje zijn. De carrosserie van de auto ligt heel laag boven de grond. Hij heeft een soort cockpit voor de piloot, een grote vleugel achterop en is in giftige kleuren van spiegelend materiaal gewrapt. Wat een auto! Niet normaal.
Mijn collega’s beschuldigden mij er vroeger nog wel eens van dat ik een tienerbrein heb. Op dit soort momenten denk ik dat ze gelijk hebben, hoor.
Heb ik een foto voor jou? Wat denk je? Is de paus…?
Ik rij kilometerslang achter de auto en zie dat voorbijgangers blijven staan, naar de auto omkijken of naar hun telefoon grijpen.
Mijn momentje-van-de-dag komt als de bolide in een bocht met bulderend lawaai twee streepjes gas geeft, we vervolgens samen aan de overkant een Rolls Royce cabrio én een Bentley tegenkomen en ik rechts in de diepte twee cruiseschepen van 15 verdiepingen zie liggen. Wôw! Hier zijn ze compleet gek, denk ik.
In Monte Carlo is het 28 graden. Die temperatuur hoort gewoon bij de waanzin hier.
Coos op Reis: IEDEREEN LEVEND VERBRAND OP DE CAMPING
Het is 17 april. (Redactie: Coos reist drie maanden door Zuid-Europa, wij publiceren zijn dagelijkse verhalen een keer of 2 per week.) Ik ben op een camping in Villeneuve-Loubet, aan de Côte d’Azur in Frankrijk. Het is al weer prachtig weer. Zoals verwacht. Strandweer!
Vandaag ben ik een man met een missie: mijn allereerste boek van deze vakantie helemaal uit lezen. Ik heb duizend boeken bij mij op twéé E-readers en, je gelooft het niet, te weinig tijd om veel te lezen. Ik ga snel op pad.
Mijn ontbijt scoor ik in de supermarkt. Hier verkopen ze ook bruin stokbrood en lekkere sapjes. Ik sla gelijk wat appels, bananen en tomaten in. Allemaal tegen de scheurbuik. Ik neem ook brood en kaas mee voor de lunch. Ik heb geen idee welke voorzieningen er op het strand zijn.
Het strand blijkt voor 80% kiezelstrand. De andere 20% bestaat uit zwerfhout en zand. Rechts in de verte zie ik een heel luxe jacht met de afmetingen van een fregat van de Franse marine voor de baai bij Antibes liggen, links arriveren in hoge frequentie de vliegtuigen met nog ongebruinde toeristen in Nice en steken de besneeuwde bergtoppen boven de huizen uit. Achter mij raast het verkeer op een drukke tweebaansweg en daar weer achter rijdt de trein. Maar …. ik hoor de zee en de zon schijnt en …. ík vind het een fantastisch strandje.
Gewoon een lekker dagje niks doen. Op mijn vouwstoel. Aan het einde van de middag is mijn boek uit. Missie geslaagd. Ik ben gelijk aan een nieuw boek van Lee Child begonnen. Heerlijke favoriete schrijver met zijn verhalen over Jack Reacher. Ik zou graag zijn kracht en slimheid willen hebben. Hij kan alles. Reacher demonteert met één arm een Frans fregat met een nagelvijl en redt ondertussen de honderdkoppige bemanning in een handomdraai.
Pas om halfzeven wandel ik van het strand af. Het lijkt wel vakantie!
Terug naar de camping, even douchen en dan op jacht naar een restaurant om een deel van de avond warm en gezellig door te brengen. Mooie dag!
IEDEREEN LEVEND VERBRAND OP DE CAMPING.
Nog even terug naar gisteravond… Ik wandel naar de haven om daar bij een Indiaas restaurant te gaan eten. De eigenaar van het restaurant heeft zijn prijzen afgestemd op het gemiddelde inkomen van de booteigenaren in de haven. Jeetje joh, ik moet ff twee keer slikken. En daar kom ik dan aanzakken in mijn eenvoudige motorkloffie. Maar ja, wat kan mij het schelen, dus stap ik zelfverzekerd naar binnen. Ik voel mij gelijk thuis in deze prachtige omgeving met fraai gesneden massief houten stoelen, linnen servetten, prachtige borden en bestek en een oase van planten. Het is hier prachtig. Wow! Mijn vader was vroeger maar gewoon chauffeur, maar van zijn smaak heb ik weinig meegekregen, hoor. Mijn vader hield meer van de kwantiteit, ik houd meer van de kwaliteit. Ik houd erg van mooie dingen. Ik kies iets lekkers met twee pepertjes. Lekker pittig en heet zat voor de morning-after op de caravandoos… Regeren is vooruitzien.
Ik heb na het eten geen haast en kuier nog wat door de omgeving. Op de terugweg schiet ik een paar mooie plaatjes voor the Catch of the Day.
Enfin, rond 23:00 uur kom ik bij de camping en … sta voor een héél gróót gemeen gesloten tweedeurs Duits smeedijzeren hek van een paar meter hoog en wel tien meter breed. Het is elf uur geweest. Dusss … is de campong dicht, vergrendeld, afgesloten, sperrzeit!
Wat denk ik? Juist…! Jij snapt het.
Niemand kan er in en niemand kan er uit. Als er brand uitbreekt, dan zitten alle bewoners gevangen en zullen hun huid, organen en lichaamssappen borrelend tot een kookpunt komen en het sissende vocht daarvan zal zich mengen met het slijk der aarde en vervolgens zullen de vlammen aan hun reeds geblakerde gebeenten likken. Ashes to ashes, dust to dust.
Het is elf uur, lock them up!
Tja, ik wil verder niet zo heel erg overdrijven, maar de enige die daar echt in en uit kan, is de campingpoes. Zij doet het ff voor en komt gewoon onder het hek door gedag zeggen en loopt miauwend weer terug de camping op. TYPE DE CODE IN, staat er op een display, aan de zijkant van het hek. Mij is geen code bekend. Men volgt alle procedures rondom de eierdopjes strikt op, maar we geven de toeristen níet de code van het hek. Stel je voor.
BEL AAN, als je de receptie wilt spreken, staat er bij het belletje. Dat doe ik een paar keer. Niemand reageert. De receptie is vanaf morgenochtend 09:00 uur (!) weer open zie ik in de verte op een bord staan.
Ik roep en ik fluit een paar keer hard op mijn vingers. Gelukkig kan ik dat. Niemand reageert.
Zo, daar sta ik dan. In het pikkedonker. Ik kijk eens om mij heen. Ik zou willen dat ik Jack Reacher was, die alleskunner uit mijn boek. Maar ja, ik ben Coos, ik schrijf een boek en kan niet alles.
De poes kijkt mij vanachter het hek hoopvol aan. Zij wil best even geaaid worden. Nou heb ik een klein beetje geluk. Ik ben namelijk niet zo dik. Das overigens een kwestie van niet teveel eten. Dat helpt.
Ik ga plat op mijn rug liggen en pers mij snel onder het hek door. Want als nu iemand het hek wel plots opent, dan smeren ze mij over straat uit. Probleem opgelost! De poes kijkt mij goedkeurend aan. En of ik haar gelijk even wil aaien…
De 2021 BMW R 1250 GS Adventure Safari in Cairns
Wat een motorevenement. De 2021 BMW GS Safari in Cairns (het tropische noorden van Queensland Australië).
De mannen gaan door de blubber, steken rivieren over, en ervaren eigenlijk alle soorten terrein waar deze BMW R 1250 GS Adventure voor gemaakt is. Niet een dag voor de beginnende motorrijder. En je moet er van houden om volledig onder de blubber en zeiknat aan te komen. Prachtig om te zien wat sommigen uit deze motorfiets halen. Deelnemers zijn veelal mensen die werken in de motorwereld, journalisten en fans. Ervaren off-road motorrijders. De meesten zijn bekend met deze motorfiets maar voor sommigen is het een nieuwe ervaring.
Coos op Reis: gewoon een lekkere motordag
We publiceren verhaal 49 in onze serie Coos Op Reis. Coos van der Spek reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee hier op de website. De zon schijnt, het is droog en nu al warm. Het belooft een mooie dag te worden.
Exact om 10:00 uur komt de mevrouw de eierdopjes tellen. De caravan ziet er keurig uit, kwettert ze. Hoe kan het anders? Ik slaap er alleen maar. En ik heb geen extra ruimte in mijn koffers om stiekem eierdopjes mee te nemen.
Ik rijd via de kust dertig kilometer terug richting de oorspronkelijke route bij La Ciotat. Daar start het traject via Ceyreste de bergen in. Ik wil het persé niet missen. Het begint met de D3 en gaat over in de D2 : Route de la Sainte-Beaume. Met name de D2 heeft een aantal prachtige stukken die mijn motorfiets en ik ‘van dik hout zaagt men planken’ noemen. Whoeiiii!
De route is fantastisch. Ik rijd o.a. door het Forêt Domaniale de Malaucène, een beetje het gebied in de uitlopers van de Mont Ventoux. Het is een vreemd bos. De bomen staan wijd uit elkaar met een typisch vet soort gras er tussen. Later wordt de ondergrond rotsig. De weg is bochtig en stoer en het asfalt is prima geschikt voor een extra streepje gas. De bergen in de verte zijn hoog, kaal en rotsig. Bomen in bloei wisselen af met helgroene bomen. Een kleurrijk geheel en erg bijzonder in combinatie met de rest van het landschap. Het is een prachtig gebied.
De rotsen reflecteren de warmte van de zon en het wordt nog warmer. Ik trek een truitje uit en wissel mijn zomerhandschoenen voor mijn doorwaaihandschoenen. Natuurlijk heb ik die bij mij…
Om de paar honderd meter staan vloeistoftanks waar 30.000 liter vloeistof in kan. Wat zou er in zitten?, denk ik. Water voor de dieren of water om de bosbranden te bestrijden? Ik zie op diverse plekken water stromen, maar over een paar weken is het hier vast bloedheet en gortdroog.
Ik dender Rocbaron in, een piepklein dorp. Maar er is wel een hele grote bakker met lekker bruin olijvenbrood en pizzabrood met chorizo.
Spoel ik weg met een blikje fris.
Precies op tijd want ik had honger!
Als ik weer wegrijd, dan sluiten ze de tent. Tuurlijk. Snap ik. Hierna zijn er geen mensen meer die rond lunchtijd honger hebben.
Ik nader bij Grimaud de kust weer en besluit om verder aan de kust op jacht te gaan naar een camping. Ik pak de Corniche via de Route Nationale. Werkelijk schitterend om de roodgekleurde rotsen zó in de zee te zien zakken.
Ik rijd door het beroemde Sainte-Maxime aan de Franse Rivièra. Fantastisch om hier te zijn. Heel lang geleden waren Janny, Danielle en ik hier in de buurt op vakantie. Saint-Aygulf komt voorbij, Fréjus en Saint-Raphaël. En dan geef ik mijn motor weer de sporen en jaag de kust via de D559 verder af. Soms stop ik even om over zee te kijken. Verslaafd, ik weet het.

Ik vind mijn slaapplek in Villeneuve Loubet Plage, precies tussen Nice en Cannes. Op loopafstand van restaurants en het strand want …. het wordt voorlopig mooi weer! En trouwens nog dichter bij het station voor als het mooie weer niet doorgaat. Dan zit ik zo met een tyfesgang in Nice of Cannes.

Ik heb vandaag zo’n 300 km gereden. Kijk jij maar naar de foto’s of ik een lekkere motordag had … in The Catch of the Day.





























