Tag archieven: Coos op reis

Coos op Reis: bromfietsongeval met Van der Spek

DE BALKAN – BROMFIETSONGEVAL MET VAN DER SPEK!

Vrijdag 31 mei. Joepie!

(We lezen verder in onze serie “Coos op Reis”, waarin hij ons schrijft vanuit de Balkan.)

De zon schijnt. Het wordt vandaag ruim 22 graden. Heerlijk motorweer.

Eerst even alle rommel in de caravan opruimen en de zooi bij elkaar schrapen. Wat een troep uit die koffers van zo’n motorfiets komt. Ik dacht altijd dat Janny die rommel tijdens onze vakanties maakte, maar dat blijk ik zelf te zijn. Gelukkig heeft Janny geen Facebook. Dan kan ik straks thuis gewoon blijven roepen dat ik nooit rotzooi maak.

Ik lever bij de receptie de sleutel in. Ze hoeven hier gelukkig geen eierdopjes te tellen. Zij geloven dat ik zonder zonden ben. Als enige. Ontbijten doe ik net buiten de camping, aan de rand van het dorp. Heerlijk in het zonnetje op een terrasje. Het leven is verrukkelijk.

Om 10:00 uur breng ik het beest onder mij tot leven en rijd ik weg. Slechts 165 km te gaan vandaag. Eigenlijk heb ik gewoon een vrije dag. Eindelijk ben ik eens aan de beurt.

Bij de havens van Koper rijd ik kilometerslang (!) om de modernste en grootste autoterminal van het Middellandse Zeegebied. Er komt geen einde aan. Niet normaal. Er gaan daar ruim 600.000 auto’s per jaar doorheen van meer dan twintig Europese en Aziatische merken. Indrukwekkend. Verderop rijd ik de bergen in. De bergen liggen hier dichtbij de kust. Dat geeft schitterende uitzichten over zee. Ik zou hier best willen wonen. Slechts twintig meter van de weg wonen bijenhuishoudens. Het zijn net gezinnetjes. Elk huishouden heeft zijn eigen gekleurde voordeur. Kijk maar. Heb ik een foto? Is de paus katholiek?

Bij Dragonja rijd ik tegen de staart van zeker een kilometer stilstaand verkeer aan. Ik ben verbaasd. Is dit een tolpoort? Maar ik zie op een bord dat ik op het punt sta om Slovenië te verlaten en Kroatië binnen te gaan. Ah, dan is het paspoortcontrole. Mens, dat gaat zo minstens een uur duren. Ik kijk op mijn navigatiescherm, zie een alternatieve weg, draai mijn motor, rijd een stuk terug, sla linksaf de 6282 op en vijf kilometer later sta ik op de 200 bij een andere paspoortcontrole. Hier ben ik direct aan de beurt. Wat een lol. Ik zit te glunderen en voel mij Dikkie Slim. Whoeiii!

De grenscontrole stelt weinig voor. Ik berg mijn paspoort in mijn binnenzak op en dender Kroatië in. Direct na de grens zie ik bij een grenswisselkantoor een bord ‘Euro -> Kuna’. Kuna? Huh? Bedoelen ze …..? De euro blijkt pas over een paar jaar naar Kroatië te komen. Uh…ik heb mij niet zo goed voorbereid, geloof ik. Nu ben ik plots weer een oetlul. Er zit géén vijf minuten tussen…

In een toeristisch dorp ram ik mijn dikke BMW de stoep op, wandel een terras op en bestel een expreszo. Die kost 8 Kuna. OK. Géén idee. Dat is ongeveer één euro, leert Koekel mij. En ik kan NIET met euro’s betalen, vertelt de ober. Maar ik heb geluk. Acht meter verderop kan ik gewoon met mijn ING-pas Kuna’s uit de muur trekken. Tien meter de andere kant op koop ik voor 40 Kuna (5 euro) een lederen portemonnee. Dan houd ik mijn geld wat beter uit elkaar.

Ik pruttel een stuk door het binnenland. Mij vallen de luxe huizen op. Er zijn zelfs huizen met zwembad. Ik zie ook veel wijnvelden en olijfgaarden. Het wemelt van de kamers, hotels en appartementen. En fietsende Duitsers. De economie draait hier op volle toeren. Maar wel af en toe een verkeersdrempel. Dat zijn die Nederlandse ambtenaren daar komen vertellen zeker.

Ergens aan de weg zie ik stevige rookwolken omhoog kringelen. Ik heb geen idee wat het is. Het lijkt uit een soort oventje te komen. Verrek, ze roosteren gewoon een heel varkentje. Net zoals in de films van de Middeleeuwen. Fotooo! Wel zielig voor dat knorretje.

Even voor tweeën is het tijd voor de lunch en nuttig ik een salade. Ik wacht nog even met het opeten van een varken. Maar ook bij dit restaurant braden ze biggetjes aan het spit. Het zal wel een traditie zijn. Zoals de Poulet Roti in Frankrijk.

Maar liefst 47 Kuna reken ik af. Voor een cola en een tonijnsalade. En wat brood. Dat is € 6,20. Nou, ik kom hier noges terug. Zeker weten. De benzine kost overigens circa € 1,30.

Ik vind vlakbij Pula op een grote camping een caravan. Slechts 50 meter van zee. Prima. Ik blijf hier twee of drie dagen en ga de buurt eens verkennen.

BROMFIETSONGEVAL MET VAN DER SPEK

Ik wijk een stukje van de route af, op zoek naar een expreszo of een ijsje. Wat het eerst komt. Zachtjes rollen mijn BMW en ik een dorpje aan de kust binnen. Ik geniet van de oude huizen en de gezellige straatjes.

Er is wat tegemoetkomend verkeer. Er rijdt een auto achter mij. Er lopen wat wandelaars op het trottoir. Voor mij een normaal verkeersbeeld. Ik zie in een flits iets van links naar rechts schuiven en plots rolt een seniorenechtpaar over het sterk verouderde asfalt achter een licht scootertje aan. Het plastic maakt een erg naar schurend geluid. Het valt mij op dat de dame raar op haar rug valt en angstvallig moeite doet om haar beide benen in de lucht te houden. Dat lukt grotendeels.

Ik rem, zet de alarmlichten van mijn motor aan, laat alle andere lichten branden en zet mijn kasteel een beetje schuin midden op de weg. Op die manier scherm ik met mijn burcht het echtpaar van het overige verkeer af en probeer ik erger te voorkomen.

Ik schop mijn zijsteun uit, stap af en loop vervolgens de weg op, stop het tegemoetkomende verkeer en help de dame, samen met haar partner, overeind. Zij is aangeslagen. Ik dirigeer haar naar het veilige trottoir. Iemand van een winkeltje biedt een stoel aan. Haar man en vriendinnen staan er wat bedremmeld bij.

Pas na een paar minuten is ze wat helderder. Ik heb pas twee nieuwe knieën, stamelt ze. Ah … vandaar de reflex en die beentjes in de lucht…, bedenk ik mij. De vrouw draagt een zomerse driekwartbroek en is aan benen, armen en handen flink geschaafd. Het ziet er allemaal naar uit.

Ik haal mijn motorfiets van straat en pak mijn vorig jaar nieuw aangeschafte EHBO-tasje uit mijn topkoffer. Daar zitten ook chirurgische wegwerphandschoenen in. Samen besprenkelen we alle gemene schaafwonden met Betadine. Wat stukken keukenrol en een paar pleisters uit mijn tasje op haar voeten, beperken verdere schade. Ze kalmeert wat van alle zorg. Van de winkelmevrouw krijgt ze een glaasje water.

Ze heet …..Tonny Pols – van der Spek, zegt ze. En ze komt uit Vlaardingen. Ergens moet het familie zijn. Haha, wat is onze enorme wereld toch klein. En wat een toeval.

Ze is erg dankbaar. Ik ben haar reddende engel en krijg een hééééle dikke knuffel. Míjn dag is weer goed. Móói avontuur met De Spekkies beleefd!

Nog wat plaatje voor The Catch Of The Day?

Coos op reis, vanuit de Balkan: Sorry pa!

DE BALKAN – MET DE BUS NAAR TRIËST 

We lezen verder in onze vervolgserie “Coos op Reis”, waarin Coos van der Spek ons meeneemt door de Balkan landen.

Het is inmiddels donderdag 30 mei. Mijn BMW en ik hebben heerlijk geslapen. Zij dichies bij mij en droog onder de luifel op het piepkleine terras van de caravan en ik lekker warm onder het dekbed in mijn grote tweepersoonsbed.

Op deze camping staan geen mensen met een arbeidsethos, maar louter vrolijke en opgeruimde vakantiegangers. Hun levensritme benadert meer het mijne. Hier in de vroegte geen slaande deuren en stampende voeten op oude houten vloeren van schoenen van de …. nee, ik zou dat rare woord niet meer schrijven. Ik zal er over op houden. Denk ik.

Oh, nee. Nog ff niet. Ik word wakker. Het is 05:30 uur. Er loopt een enorme vogel met grote blote poten over mijn plastieken dak. Hij maakt ruzie met een andere vogel en eet gelijk iets hards op. Dat slaat hij eerst even stuk tegen mijn schoorsteen. Rakker! Ik ga gelijk maar plassen en zie dat het licht is. Verrèk…, dat wist ik helemaal niet. Het is zó vroeg al licht? Is dat altijd zo geweest?

Het is bewolkt en 15 graden. En droog. Hoera! Vandaag laat ik de motor staan en ga met de bus naar Triëst. Goretex-wandelschoenen aan. Tuurlijk heb ik die bij mij. En mijn sandalen. En vier paar handschoenen trouwens. Die ik overigens al allemaal aan had. Tja, ik moet die grote koffers en die gladde grijze zak ergens mee vullen. Ik kan daar moeilijk leeg mee gaan rijden. Mijn zak en ik horen immers bij elkaar…

Ik loop de poort van de camping uit en loop zo tegen Pekarna Slascicarna Pannetería-pastíccería aan. Heb jij ook geen idee wat het is? Nou, ik ook niet, maar het ruikt naar lekkere broodjes. En koffie. Met een keurig blauw flesje jus d’orange. Hé, je kan niet alles hebben. Geen verse jus, het is hier geen Spanje. En het moet hier een beetje een avontuur blijven. Whoehaaaa! Enfin, een lekker broodje dus. Ik heb ook altijd geluk.

Behalve met de bus. Daar heb ik pech mee. Die vertrekt pas over een uur. En ik mis in Koper straks mijn aansluiting. Wéér een uur. Ach, kan ik lekker lang over mijn broodje doen en vast hier een beetje rondkijken. Ik heb de tijd. Tot aan mijn dood in 2070. Want zó oud ga ik worden. Ik moet nog heel veel beleven. Zeker met die flesjes jus d’orange.

Ik koop een buskaartje. De chauffeur noemt de prijs. Ik heb geen idee wat hij zegt, dus geef hem 50 euro. Kost een enkeltje 80 cent. Ik pis in mijn broek. Wat een lullo ben ik toch, hè? Voor 50 euro koop je hier een hele bus. Krijg je de chauffeur er bij.

De bus heeft gedeeltelijk een houten stuur. Prachtig. Ik ben gelijk verliefd. Ik wil ook een bus.

Het doet mij aan onze Kever uit 1975 denken. Daar was ik ook verliefd op. Een witte. Hij had van die grote Amerikaanse achterlichten. In onze Kever zat een gehéél houten stuur. Een piepkleintje. Die Kevers waren zo windgevoelig als wat, dus als het waaide ging ik met mijn handen op stand ‘half één’ aan het stuur over de Van Brienenoordbrug. Wacht, anders geloven jullie mij niet. Ik heb nog een oude foto. Eentje met Janny en Danielle d’r op. Ach, ze hebben toch geen Feestboek…

Mijn vader vond zo’n Kevertje maar niks. Die vond toen al dat zijn zoon in een dikke BMW of Mercedes moest rijden. Ik ben nooit verder dan Passats gekomen. Sorry, pa…

TRIËSTE.

Inmiddels is het 18 graden. Wel zwaar bewolkt. En nog steeds droog. Triëst is een echte Italiaanse stad. Het is groot, mooi en statig. Net als de vrouwen. Die zijn statig en slank en prachtig gekleed. De stad heeft een oud centrum, veel terrasjes en veel winkels. Triëst heeft een echt Canal Grande, van wel 200 meter lang… En een soort Ramblas op de Viale Venti Settembre. En Klein Berlijn: een stokoude gevangenis. Die is helaas gesloten. En uiteraard veel prachtige gebouwen en monumentale gevels. Italië is geweldig. Ik hou van Italië! Meer dan Spanje en meer dan Frankrijk. Heerlijk en gezond eten. Italië hééft het!

Ik navigeer op een bankje via mijn telefoon naar een kathedraal. Ik heb gelijk aanspraak met een grote zwarte hond. Hij is aan de achterzijde voor een groot deel verlamd, vertelt haar bazin. Aangereden door een grote motorfiets, zegt ze plotseling fel. Wat erg, antwoord ik. Ik ben hier met de bus naar toegekomen, meesmuil ik en hoor een haan driemaal in de verte kraaien…

Om 14:00 uur is het ineens lekker weer. De kouwe wind is weg en de bewolking dunner. Ik zie zelfs een waterig zonnetje.

In een kerk kan ik voor twee euro water van Benedetta kopen. Dat water is door een priester gewijd en kun je gebruiken voor een symbolische reiniging. Ik zondig nooit, volgens de kranten veel priesters wel trouwens, dus heb ik helemaal niks aan dat water. Ik laat de flesjes staan.

Een stukje verderop tref ik, in een oude tuin van een museum, oude Romeinse resten aan. Er liggen zelfs ouwe stenen gewoon op een bergje opgestapeld. Het water loopt in mijn mond. Zou ik er eentje mee mogen nemen? En zal ik dan alsnog ff zo’n flesje water van Benedetta gaan kopen? Voor de zekerheid?

Ik pak om 19:00 uur de bus van Triëst naar Koper. Mis net mijn tweede bus naar Ankaran. Fijn dat ze ff op elkaar wachten. Maar dan neem ik maar voor zes euro een taxi. Niet in mijn vaders Mercedes, maar in een Dacia. Ja, hoor, heb ik weer. Sorry pa.

De taxichauffeur en ik maken gezellig een praatje. Hij komt uit Bosnië en is Christen. Hij heeft de oorlog meegemaakt. Maar woont en werkt nu heel gelukkig in Slovenië. Er was geen werk waar hij geboren is. Zijn vader werkte in de jaren zeventig bij Shell in Pernis / Rotterdam. Als ik hem vertel dat ik hier met de motor ben, toont hij mij op vier plaatsen in zijn lichaam stalen pennen van een eerder motorongeval. En bedankt voor de gezelligheid en de goede vooruitzichten, hè? Ik geef hem maar een royale fooi.

Ik vond vanmorgen hier een restaurant annex bierbrouwerij: Ristorante Mangal ad Ancarano. Piepklein en zonder toeristen. Top! De eigenaresse wil met mij mee op reis. Effe aan Janny gevraagd. NOGO…. Ook stom om zoiets te vragen.

Toffe dag. Heerlijk 13 kilometer gewandeld. Lekker relaxed. Effe geen gehoorbescherming in mijn oren.

Net zoiets als geen tampon in hebben. Stel ik mij maar zo voor, hoor…

Morgen weer verder. Ik vertrek naar Pula. Langs de kust. Kort ritje. Maar daar is het beter weer. Voorlopig heb ik ff geen zin in regen. Ik wil factor 50 en de zon!

Lekker kort verhaal vandaag. Mijn vrienden klagen. Ik zal mijn leven beteren.

Nog wat van The Catch of the Day kijken?

Coos op Reis, elke dag nasi is ook niet lekker

COOS SCHRIJFT ONS VANUIT DE BALKAN – TRIËST

Met al die duizenden lezers hier op de website en sociale media, is elke dag de druk om te presteren gigantisch hoog. Mijn serie CoosOpReis wordt super gelezen, dus ik blijf gas geven uiteraard. Hapklare teksten en kekke foto’s. Daar gaat het om. En precies op tijd.

Net als de krant. Die moet ruim vóór zevenen ‘s morgens op de mat liggen. En de stukken moeten vermakelijk zijn. En informatief. En verrassend. En blijven boeien. En niet te kort. En niet te lang. Oei, dat laatste is wat lastig voor mij. Pffff…

Maar … exact vanmorgen om 06:00 uur bedenkt het brein in mijn geschoren hoofd bovenstaande regels als eerste voor vandaag. Want precies op dat tijdstip laat de matineuze (ok, ik zal het nu niet meer doen…) pater zijn klokken in de kerktoren beieren. Hard! Niet normaal. Aan het werk, aan het werk, schreeuwen die klokken. Ik zit gelijk rechtop in mijn bed. Idiote blote poten paters, dat zijn het.

Om 08:00 uur is het zwaarbewolkt. En het regent behoorlijk. Gatver. Nog een natte dag.

Mijn motor sliep in de zelfventilerende hotelgarage. Met lichte tegenzin hing ik gisteravond mijn zeiknatte kleding en handschoenen in het Trockenraum van het hotel. Ik heb nou eenmaal alles graag bij mij. Ja, ik ben een tikkeltje autistisch. Ik weet het. De hotelier keek gisteren naar mijn regenpak en vertelde zo sip dat het fraaie houten parket  al 200 jaar in het oude hotel ligt… Dat gaf voor mij de doorslag. Ik haal de motor en al mijn regenspullen op. Het is super. Echt. Alles is kurkdroog. Ik ben om.

Het hotel is prima. En de familie is erg vriendelijk. Precies zoals het hoort.

En de kamer heeft een fijne en moderne douche. Ik reken 75 euro (!) af, inclusief ontbijt, diner en drankjes. Het kan allemaal best.

Is er dan vandaag helemaal niks te zeiken, Coos? Weet je dat zeker?

Uh … jawel. Er mag daar binnen gerookt worden. Op veel plaatsen in Oostenrijk overigens. Als enige land in de EU. Ik ben zelf een kind van de jaren vijftig. Opgegroeid met een rokende vader en vanaf mijn middelbare schooltijd ook shaggies gepaft. Iedereen deed dat in die tijd. Tijdens een jarenlange avondstudie, die ik in de jaren tachtig volgde, ben ik met roken gestopt. Ik dacht: dan heb ik straks eindelijk mijn diploma en ga ik vervolgens dood aan longkanker; das zonde van de tijd. Sindsdien heb ik niks meer met roken. Ik vind het vies. En zeer zeker binnen. Ik zet daarom dit land voorlopig op mijn blacklist. Totdat het is opgelost. En verder wemelt het daar van de flitscamera’s en borden met maximum snelheden… Dat moedigt mij ook niet zo aan.

Opmerking: inmiddels heeft Oostenrijk ook de wet aangepast en mag je binnen niet meer roken.  Nou die snelheidscamera’s nog weg.

Ik bepak mijn ezel en vertrek. Al rap bestijg ik de Plockenpass. Saillant detail: ze verstoppen op deze pas de haarspeldbochten in de donkere tunnels. En dat is een heel raar gevoel. Ik los mijn desoriëntatie op door steeds net op tijd vlot mijn vizier omhoog te swipen. We stijgen tot circa 1400 meter. Het is 6 graden en nat. Echt een zomervakantie, jôh…

Mijn BMW en ik rijden Italië in. Gelijk verandert de structuur van het asfalt. Niet meer van die gitzwarte glimmende platen. Dit is ruwer, stroever. Zoals het verschil tussen een zijden blouse van een dame en een nieuwe spijkerbroek van een man. Zoiets. Het geeft direct meer vertrouwen en ik ben gelijk weer lekker aan het sturen. Italië is fantastisch.

Rond 11:30 uur is het droog. Een uur later regent het weer. En zo wisselt het de hele dag. Het goede nieuws is dat alle watervallen op ‘aan’ staan. Het water gutst de bergen af. Ik ben dol op watervallen en vind het elke keer prachtig om te zien. Ik stop bij elke waterval.

Dan denderen we Slovenië in. Uh …. het asfalt is hier meestal Kwalitatief Uiterst Twijfelachtig… Ik doe het wat rustiger aan.

Van de Slovenische taal snap ik helemaal niks. Het is een Slavische taal.  Ze spreken soms wat Duits en soms wat Engels. Maar … ik snap de plaatjes. Zie foto. Welja jôh, jij ken die shit, ouwe!, zou mijn Danielle zeggen, die overigens cum laude is afgestudeerd in Letteren aan de Universiteit in Utrecht.

Slovenië is ruiger, steiler en woester. Het is veel meer echte, ruige natuur. Ik vind het mooi.

Ergens in de hoogte en in de Sloveense kou scoor ik een warm broodje met tomaat en mozzarella. En een warme choco, die meer naar melk smaakt. Ach, wat maakt het uit.

TRIËSTE

Ik rijd door Triëste. Dat is een grote Italiaanse stad aan de Adriatische Zee. Vlakbij de grens van Slovenië. Het is een magische stad voor mij. Ik weet niet waarom. Morgen ga ik er met de bus heen en daar lekker wandelen.

Voor nu heb ik een stacaravan op een Sloveense camping gevonden op 50 meter van de Middellandse Zee. Ik blijf hier twee nachten. Voor ruim € 170,-. Gekkenhuis. Maar goed, even iets anders, even geen motorrijden. Het is net zoiets als elke dag nasi eten. Dan is dat ook niet meer lekker…

THE CATCH OF THE DAY

Ik heb nog wat gevangen voor The Catch of the day. Veel plezier. Welterusten.

Coos op Reis: de regen is voorspeld

DE BALKAN – DE REGEN IS VOORSPELD ÉN …. IS GEKOMEN!

Dinsdag 28 mei. Jôh, ik ben om 08:00 uur al wakker. Nog vóór de wekker. Het moet niet gekker worden.

Ouwe mensen hebben minder slaap nodig, schijnt. Zou het ouder worden dan eindelijk vandaag begonnen zijn?

Het heeft vannacht heel hard en heel lang geregend. Verder voorspelde de weerman voor vandaag meer dan 90% kans op regen. Wat denk je? Het is droog!

Om 08:40 uur wandel ik blinkend schoon, okselfris, met mijn duurste aftershave op en in mijn motorpak, de ontbijtzaal in. Er zijn verder geen ontbijters aanwezig.

Chagrijnig personeel schuift tijdens het dweilen van de vloer alle houten stoelen van de ontbijtruimte van links naar rechts over de harde vloer. Nou, gezellig, tijdens het ontbijt… Een hels kabaal trekt door het luxe hotel. Waar verder niemand last van heeft. Want alle Mitarbeitern zijn met hun stropdassen om in alle vroegte al in grote stofwolken met hun peperdure bolides naar hun belangrijke vergaderingen in hun anonieme glazen kantoren vertrokken. Alleen één of andere sufgepikte ouwe Nederlandse kale motorrijder hoeft hier nog maar even te ontbijten. Geef de lul een sneetje brood. Owja, let op hoor, zegt mevrouw twee: de stenen vloer is nat en spekglad. Ja, duh.. Reeds vijftien minuten later onttakelt het ongeïnteresseerde personeel ook vast het buffet. Hallo, ik ben hier nog en zit nog te eten!

Ik tik bij de receptie € 135,- af en vertrek. Zonder een dubbeltje fooi uiteraard. Ik kom hier nóóit meer. En ik weet trouwens zeker dat het allemaal familie van elkaar is dat daar werkt. Ze hebben dezelfde gedrongen bouw en zijn op dezelfde manier chagrijnig. Zo’n half boze, vanaf de geboorte ingebouwde, sikkeneurigheid. En niemand roept daar iemand ter verantwoording. Er is ook geen leiding. Niemand rekent daar met iemand af.

Het kan zó anders, denk ik. Het runnen van hotels moet toch leuk zijn? Vraag maar aan mijn oude Amerikaanse vriend Tommy Abrams. Hij heeft dat 30 jaar gedaan. Jôh, en dan is je leven zóveel leuker. Get a life! Nou, genoeg gezeikt. Haha. Ik vind zeikend schrijven zo leuk. Het hoort ook echt bij ouwe mensen. Zoals ik, sinds vandaag.

Ik zoek mijn route weer op en tuf de stad uit. Rond 11:00 uur komt de voorspelde regen. Met bakken uit de hemel. Ik stop bij een overdekte benzinepomp, trek mijn regenpak aan en wissel mijn handschoenen. Ik gooi mijn hoofd achterover, bal mijn vuist en roep naar de goden: kom maar op dan met dat water. Bring it on, babe!

De temperatuur valt op dit moment nog wel mee. De hoogte is 300 meter. Ik moet echter nogal door wat lagen plastic kijken om alles droog en scherp te blijven zien: mijn bril, mijn anticondens vizier, mijn vizier en het ruitje van mijn loketje. En blijven proberen om langs alle druppeltjes te kijken en niet naar de druppeltjes op mijn vizier. Als ik mijn scherm iets lager draai, dan blaast de wind wat meer mijn vizier schoon. Het blijft een machtsstrijd.

Een uit de kluitengewassen merrie werpt zich ruggelings in het natte gras en kronkelt glunderend met vier benen in de lucht. “Wellustig wijf!”, roep ik in mijn potje. Ze kijkt niet eens.

Ik meander van dorp naar dorp en rijd voorbij een grote bouwmarkt van de Hornbach. Gelijk zing ik heel hard in mijn potje: VanJeAaaaiAaaiJippieJippieJeeee… Haha, dat hebben de reclamemakers toch mooi voor elkaar. Net zoals: toettoet, zó, dat is snel, dat lijkt Overtoom wel. Weet je nog? Of zou ik gewoon een neuro-psychiatrische aandoening hebben? Het Syndroom van Gilles de la Tourette? Kan best hoor, ik heb wel meer neigingen die ik niet kan bedwingen… Dat zegt Janny-zonder-Facebook altijd, tenminste.

Er staat een groot veld met hop langs de weg. Ik maak op mijn motor een diepe buiging. Hop is een belangrijk ingrediënt voor bier. En dat Duitse bier is zo tadeloos lekker.

Een stukje verderop tref ik, gewoon op een doodstille landweg en zomaar aan de kant van de weg, aardbeien uit de automaat aan. Net als een kroketje bij de Febo. Das nou boerenslimheid. Zo grappig. Heb ik een foto? Wat dacht je..! Ik neem een doosje vitamientjes mee, want ‘a box of strawberries a day, keeps the doctor away’. Of was dat nou met appels?

Het regent nog steeds. Volle bak met gratis water uit de hemel.

Maar ik blijf messcherp achter mijn loketje. Ik zit hier niet om postzegels te verkopen, maar om in leven te blijven.

Ik zit droog en ik maal er niet om. Ik geniet en zing The Chamber of 32 Doors van Genesis: I’d rather trust a countryman than a townman, you can judge by his eyes, take a look if you can. Maar dan….

In een dorp steekt een stokoud dametje, tussen twee hoge heggen door, de neus van haar piepkleine autootje vast een stukje de straat op. Het is net het neusje van een muis, die uit haar holletje komt. Ik voel mij medium veilig, want ik rijd immers op een voorrangsweg. Ik schuif naar links. De oude dame kijkt naar links, ziet mij, kijkt naar rechts, ziet op redelijke afstand een grote vrachtauto naderen, is in haar korte termijngeheugen mij inmiddels al weer vergeten, en draait zo de weg op. Huppekeee! Zonder mankeren. Godskelere, ik rem de knalroze, zijdezachte en op maat gemaakte oordoppies van Hoorhuis Diemen uit mijn oren! Volle bak in de ankers: knijpen in hengsels en stampen op stangen. Alles wat ik in huis heb, want mijn leven hangt ervan af. Onderbroekies en sokkies vliegen naar voren. ABS aan. En tegelijk vloeken en tieren in mijn potje. Dat helpt. Echt. Ik – haal – het – net. Het scheelt heel erg weinig.

Omaatje kijkt mij met haar blauwe kapsel en rood gestifte lippen vriendelijk aan. Ik knik vriendelijk terug, want ik heb een zwak voor omaatjes. Koelere, mijn ‘bijna’ eerste ongeluk in 1000 kilometer. Ze hadden mij zowat uit een Fiat Pinda moeten zagen… I’d rather trust a countryman, maar géén ouwe dorpstantes met blauw haar.

Aan de Starnberger See word ik in Seeshaupt geflitst: 5 km te hard. Ik ben ook echt hardleers. Ik rijd met twee actieve radarwaarschuwingssystemen en geen enkel systeem waarschuwt mij op tijd. Je hebt ook geen reet aan die elektrieke meuk. De flitser staat langs de weg in een tuin! Ja hallo, als ik nu ook nog langsrijdend én ouwe omaatjes én de geraniums in Duitse tuinen moet scannen… Gelukkig flitst hij mij aan de voorkant. Dan heb je als motorrijder, zonder kentekenplaat aan de voorkant, best wel geluk.


Bij het vervolg van de route moet ik kiezen: neem ik de voorkeurroute via de Grossglockner Hochalpenstrasse of neem ik de Felbertauerntunnel. Het weer is echter nog bar en boos. Ik vrees op de hoge Grossglockner in dikke mist en verse sneeuw terecht te komen. Het is vragen om problemen. Ik moet verstandig zijn: ik kies de tunnel. Jammer, maar het is niet anders.


Rond zessen kom ik bij mijn hotel. Ik ben nat en heb het koud. Het was een zware dag. Het is vandaag … Ruhetag. Ja, wanneer niet, als ik ergens kom. Koelere. Ik maak mij bekend als de organisator van een grote motortrip en vertel dat ik op 16 juni met 20 motormaatjes hier terugkom. Dat helpt.

Ik krijg een mooie kamer met een prachtige regendouche en ze bakken zelfs een grote Wiedergutmachungschnitzel voor mij.

Met pommes en mayo. En een grote bier. Een beetje ouwehoeren lukt mij altijd wel…

Mwah. Ze voorspellen hier nog meer slecht weer. Ik ga vannacht nadenken wat ik morgen ga doen.

THE CATCH OF THE DAY

Nog teenentander met de camera gevangen vandaag. Trusten!

Coos op Reis: romantiek in de avond

DE BALKAN – ’S AVONDS TOCH NOG ROMANTIEK

Het is maandag 27 mei. Het is bewolkt en het heeft vannacht geregend. We gaan weer verder in onze serie “CoosOpReis”. Het miezert nog een beetje. Het is om 09:00 uur 13 graden. Uiteraard weet ik niet hoeveel graden het om bijvoorbeeld 07:00 uur was…

Tijdens het ontbijt raak ik in gesprek met een ouder Duits echtpaar. Het zijn bootjesmensen. Hij verplettert mij in het Duits met uitdrukkingen vanuit zijn waterwereld. Zoiets als: de beste stuurlui staan aan wal, overstag gaan, zijn ra is lam geschoten, het loopt de spuigaten uit etc. Ik snap er niks van. Maar als hij doceert dat er altijd ‘een handdikte water onder de kiel moet zijn’, reageer ik dat we in mijn motorwereld zeggen ‘hou de gepoetste kant altijd boven!’ Hij snapt het meteen. Mijn conclusie is nu dat mijn Duits beter moet zijn dan het zijne. Kijk, dat heet nu omdenken….

Ik monteer mijn navigatiesysteem en laad rap de route. Omdat er op dat moment op de binnenplaats nog net geen satellietontvangst is, berekent de Garmin de complete route opnieuw: 1%, 2%, 3% etc. Dat is de tweede keer in mijn leven dat ik daar in trap. Opletten dus: wachten tot de satellieten in beeld zijn. En dan pas je route starten. Kijk op je scherm.


Ruim voor tienen (ik schat 3 minuten..) rijd ik weg. Lekker op tijd. Af en toe miezert het. Soms is het ff droog. De weg is nat. Ik heb een pittige dag voor de boeg. Een stuk snelweg van 60 km brengt mij rap om Frankfurt heen. Ik rijd achter de file aan. Dat schiet op zo. Regeren is vooruitzien. Een stukje vóór mij rijdt een Audi A3. Plotseling zie ik een gigantische rookontwikkeling in zijn auto. Ik houd altijd ruim afstand, zeer zeker met de motor, maar ik schrik mij de tandjes. De rook komt met vette pluimen uit zijn geopende raam. Ik denk dat de airbag is afgegaan. Ik snap niet waarom. Als ik er voorbij rijd, zie ik dat de bestuurder zit te ‘dampen’. Dat is het nieuwe roken. De Shell in Pernis is er niks bij. Die Duitsers blijven overigens maar stug doorroken. Heel opvallend. Overal sigarettenautomaten aan de muur. In elk dorp. Een land vol rokers. Het lijkt hier 1955 wel. Longkanker? Hoe bedoel je?

Verderop rijd ik Seeheim in. Voor mijn gevoel gewoon één of ander dorpje in Duitsland. Maar … er ligt tramrails. Echt waar. Net als op de Coolsingel. Gekkenhuis hiero!

Af en toe is het droog en af en toe komt de zon door. Het is een mooi schouwspel. Ik dender door het heuvelachtige en bochtige landschap. Het is hier super.

Plots zie ik twee reetjes in het veld staan. Ze richten zich op. De beestjes hebben respect voor de machtige brom van mijn dikke tweecilinder. Terecht. Ze twijfelen… Steken we de weg nog ff over vóór die Nederlandse bromnozem met die vette grijns op zijn ponem of lopen we terug? Ik claxonneer. Luid! Ik heb bij de aanschaf van de motor een extra luide claxon laten monteren…

Ze kiezen gelukkig voor ‘terug’.  Het is alsof iemand de beesten in hun reetjes prikt. Ze draaien zich om en schieten als kogels terug naar hun bossies. Staartjes omhoog. Ik kijk ze zó in hun reetjes… Haha. Dit was wel erg makkelijk stoeien met de tekst….

Na circa 110 km rijden kom ik in de buurt van Feuchtwangen op mijn route een traject van 4 km tegen dat in het weekend verboden is voor motoren.

Maar het is maandag. Joepie! Het circuit is geopend. En ik hoef zelfs geen kaartje te kopen. Ik ben coureur en toeschouwer. Het is een stoer en uiterst bochtig stuk van 10 km met prachtig asfalt. Wat een lol. Subliem. Ik heb werkelijk genoten. Leden van mijn motorclub: stuur straks op zaterdag één rijder vooruit en bel even naar de rest of er überhaupt een smeris staat. Het is het mooiste stuk van deze dag. Mis het niet.

In een stuk bos vind ik ook De Limes van de oude Romeinen nog. Leuk! Tot in Woerden en omgeving zijn daar nog resten gevonden. Gewoon, van 2000 jaar terug. En daar sta ik dan, lullo, met mijn flesje water.

Precies in een haarspeldbocht kom ik een hele grote vrachtauto-met-aanhanger met omgezaagde bomen tegen. Man, wat een ding! Ik heb één meter ruimte. Tóch moet ik lachen. Tja, die bomen moeten natuurlijk ook af en toe eens afgevoerd worden, hè?

Rond 11:00 is het droog en komt het zonnetje. Ik zie al 22 graden. Ik pruttel door Ahorn. Zou daar de naam Ahornsiroop vandaan komen? Mwaw, vast niet.

In Bad Mergentheim is het lunchtijd. Ik toer de Altstad in en vind een bakker met een terras. Weet je wat er nog lekkerder is dan een lekker broodje? Twéé lekkere broodjes!

Na de lunch zit ik vrolijk te zingen in mijn helm. Ik heb het vreselijk naar mijn zin. De weg kronkelt als een woeste slang door het diepe dal. Links, rechts, links, rechts. Het zicht is optimaal. Ik kan de bochten met zeer hoge snelheid nemen. Dorpjes wisselen de route af. Even van het gas af en dan daarna, weer vol er op. Gas!

Een reuzenhand werpt schaduwen over het groene land en haar heuvels. Een meesterlijk spel van licht en donker. En het verandert steeds. Het is prachtig! Wat een mooie toeristische route. Zelf gemaakt. Ahumm…

En als ik dan langs een kweekvijver van kerstbomen rijd, dan mijmer ik vast over de Kerstdagen. Best gezellig. Maar dan ligt er vast pekel. Gas! Gas! Gas!

Ik eet een appeltje aan de kant van de weg. De auto’s suizen mij voorbij. Het valt mij op hoe oerendhard iedereen hier rijdt. Maar … ik passeer ze onderweg allemaal. De hele dag door.

Vrooeemmm! Haha.

DE ROMANTISCHE STRASSE

Ik rijd vandaag hele stukken van de Romantische Strasse. Vroeger was mijn beeld dat aan deze weg allemaal jonge dames met dirndls stonden om bloemen te strooien, als ik langs reed. Zó romantisch. Maar het is gewoon een ordinair stuk zwart asfalt met witte strepen en bomen ernaast. Net als de rest hier.

Maar … als ik dan op mijn hotelkamer kom ….