Tag archieven: motorreis Europa

Coos op Reis: het ijshotel

DE BALKAN – HET IJSHOTEL, … EEN JUBILEUMVERHAAL…

Een bijzonder moment voor onze website. Vandaag publiceren we het HONDERSTE verhaal in onze serie Coos op Reis. Deze serie heeft onze website op het gebied van motorreizen in een stroomversnelling gebracht. We zijn blij met onze Coos!!

Het is vrijdag 21 juni, als ik dit schrijf. Al om 07:00 uur gaat de wekker. Gáááp!

Ik open één oog en zie dat het prachtig weer is.

Wat een heerlijk vooruitzicht.

Al om 08:00 uur zitten we met onze 19 koppen tellende motorfamilie in Oberdrauburg aan de bruine bolletjes, de roereieren en de uitgebakken spek. We gaan weer opbreken om naar huis te gaan, dus we moesten extra vroeg opstaan. Er ontstaat altijd een bepaald soort onrust bij het afreizen. Vraag mij niet waarom. Er zijn maar weinig zekerheden in het leven, en één is je huis. Dat staat er vast nog wel als je daar arriveert. En daar ben je immers altijd al, toch? Maar goed, tóch altijd die nervositeit.

Vandaag neem ik weer afscheid van de motorclub. Zij rijden in twee of drie dagen weer rap naar huis. Bijna iedereen moet maandag weer werken. En omdat ik daar geen last van heb, is mijn bochie naar huis ietsje groter.

We maken nog een laatste groepsfoto op het plein voor het hotel, knuffelen elkaar en met een toffe ride-out-movie zwaaien de laat-vertrekkers de vroeg-vertrekkers kort na negenen uit.

Sommige leden blijven nog een paar dagen hier en anderen reizen met de aanhanger terug naar Nederland. De grootste groep houdt zich echter aan het draaiboek, anderen trekken weer een eigen plan. Vrijheid-blijheid! Zelf vertrek ik een half uurtje later. Ik start mijn motor, zwaai en ga op weg naar Italië.

De Duitsers en Oostenrijkers hebben een lang weekend vanwege een feestdag. En dat is goed te merken. Het is erg druk op de weg. Op de tolweg van de Brenner staat minstens tien kilometer stilstaand verkeer. Ik rijd er parallel langs, dus heb er geen last van.

Ik kies eerst de Jaufenpass, redelijk dicht in de buurt van de Brenner. De Jaufenpass is bijna 20 kilometer lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van ruim 7 procent. Ik stijg op de pas tot 2100 meter hoogte. De uitzichten zijn magnifiek.


Daarna volgt Timmelsjoch. Ongeveer 50 kilometer kronkelt de weg in 44 haarspeldbochten omhoog de berg op tot 2509 meter. Tussen St. Leonhard en Sölden in Noord-Tirol openen zich op de Timmelsjoch-pasweg prachtige vergezichten op de omliggende bergen en dalen. Het blijft één van de mooiste passen voor mij. Ik rijd daar echt tussen de sneeuw door.

En pas als je boven bent, laten ze je weten dat je veertien euro tol moet betalen. Je kunt ook terug. Ja, lekker dan.

Even voorbij Sölden bezondig ik mij aan drie bolletjes ijs. De dame vult gelijk mijn fles met een liter water. Super.

Vervolgens dender ik de Bregenzerwaldstrasse op. Fantastische weg met peilloze dieptes en een uitdagend wegdek. Ik rijd op met twee Nederlanders op twee Pan European’s. We gaan lekker, zo met z’n drietjes. Heerlijk.

In de buurt van de Zwitserse grens vind ik in Lingenau een hotel. De eigenaar is Nederlander. Gezellig!

HET IJSHOTEL

Tijdens het diner praat ik even met de ober. Hij en de Nederlandse eigenaar kennen elkaar sinds de kleuterschool. Ik vraag hem wat hem hier in Oostenrijk brengt.

Nou, vertelt hij, ik bouw in de winter in Noorwegen een ijshotel met zeven kamers. Maar dat smelt in het voorjaar. En dan heb ik daar geen werk meer. Vandaar…. Volgend jaar doe ik het wéér, gaat hij monter verder….

Geweldig verhaal, hè?

 

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day.

Coos op Reis: het spel met de kawasaki’s

DE BALKAN – HET SPEL MET DE KAWASAKI’S

Op het moment dat ik dit schrijf voor de serie “Coos op Reis” is het maandag 10 juni ennuh … saai om te vertellen, maar het is wéér prachtig weer. Sorry.

Ik heb gisteravond mijn klamme strandlaken, zwembroek, handdoeken en wat andere kleding gewassen en buiten gehangen, maar alles is nu nog zeiknat. Das een misser van mij. Tja, ik heb ook geen centrifuge bij mij. Wellicht is dat een ideetje voor volgend jaar.

De op houtvuur gegrilde lamskoteletjes van gisteravond vallen vanmorgen … mwah … niet zo lekker. Het lammetje neemt wraak op mij én met veel bombarie … uh … afschijt van de wereld. Het was ook allemaal wat veel en eigenlijk ben ik niet zo’n enorme vleeseter. Ik ben al tevreden met een piepklein kipfiletje. Hé, ook ik moet moeite doen om niet zo’n dikke 65-plusser te worden, hoor!

OK. Ik zal het ff gewoon duidelijk schrijven: ik ben aan de diarree, aan de rees, spuitpoep, Poepen-Zonder-Douwe…
En dat is zeker niet handig op de motor. Nou ja, ik zie wel. Er is nu toch niks meer aan te doen. Dag lammetje. Vaarwel wrede wereld.

Ik red eerst even een bij uit mijn woonkamer. Hij is kwaad en vliegt woedend tegen het glas aan. D’r uit, d’r uit, d’r uit, roept zijn instinct. Ik vang hem met een glas en een stukje keukenrol. Voorzichtig, wij zijn vrienden, alleen wéét hij-de-bij dat niet. En ik heb genoeg aan één lichamelijk ongemak.

Als mijn meuk op mijn motor zit, dan pruttel ik op mijn motor naar de receptie. Het is dan al 29 graden. De receptionist overhandigt mij een nota met 1879 Kuna. Ik geef hem zijn kladbriefje van twee dagen terug met daarop .. 1618 Kuna. Hij doet quasi verbaasd en snapt niks van het bedrag dat op het briefje staat. Nou, ik ook niet hoor, antwoord ik nonchalant en kijk vervolgens een beetje achteloos om mij heen. Voor mij is het nog te vroeg om ruzie te maken. De receptionist stottert wat en zegt dat hij het verschil uit eigen zak zal bijbetalen.

Zullen wij samen lekker zoenen?, vraag ik hem. Dat snapt hij niet. Nou, als ik genaaid word, dan zoen ik er graag bij, glimlach ik. Yeah, life sucks… Je kunt best proberen om een toerist te neppen, maar dat lukt jou niet bij een zuunige Holllander, mooie oplichter.

Tussen de camping en Omis is het erg druk. Het verkeer gaat traag. Campers, vrachtauto’s, caravans en een bus met toeristen rijden allemaal voor mij uit. Het is ondertussen 31 graden. Het credo van een surfer luidt: wacht op wind. De motorrijder kan die wind maken… Ik voer de snelheid op en ga een paar keer de doorgetrokken streep over. FF dapper zijn. Er is trouwens opvallend weinig politie hier…

Bij een stop maak ik een praatje met een Duits stel. Hij rijdt op een oude African Twin, met van die lelijke schuinstaande beschuittrommels, en zij rijdt op een oude Triumph. Allebei in korte broek en in een luchtig hempie. Zij doen zoiets anders echt nooit, vertellen zij, met een beetje schaamte. Maar het is nu 33 graden… Ze dragen trouwens wél handschoenen. Tja, alle beetjes helpen. Als je vingers heel blijven na een crash, dan kan je tenminste nog zelf wat pleisters plakken.

Ik zie het echter anders. Ik heb al mijn motorkleding altijd aan. Het is óf zweet óf bloed. Als je met 50 km een schuiver over het ruwe asfalt maakt, dan lig je tot op het bot open. En verder. Ja, het is erg warm. De mouwen staan open, beide borstzakken zijn van mijn jas, de ventilatie is optimaal. De ruit een beetje naar beneden, blijven rijden, alleen in de schaduw stoppen en veel water drinken. Dat is het.

In een toeristisch plaatsje passeer ik een jongedame op een witte scooter. Het is ook hier weer retedruk.  De dame zit met een gipsen been op haar tweewieler. Ook wit. Het steekt een halve meter uit. Ik rijd met mijn kasteel bijna dat been eraf. Nou ja, wat maakt het uit, het was toch al gebroken. Tja, wie rekent dáár nu op?

Bij Drvenik verlaat ik even de route. De veerboot naar Hvar komt net aan. Ze hebben daar een waanzinnig kekke servicepaal voor fietsen. Het gereedschap hangt weliswaar vast aan stalen kabels, maar is door de lengte van de kabels allemaal te gebruiken. Ik heb zoiets nog niet eerder gezien.

In de buurt ga ik gelijk even plassen. Rustig aan. Vooral niet persen. Billen knijpen. De koteletjes van het lammetje blaten, maar het gaat goed…

Langs de rivier Neretva verkopen de lokale boeren hun producten. Aan de doorgaande weg wemelt het van de kraampjes. En die zien er allemaal precies hetzelfde uit. Bij wie moet ik nu ff stoppen om iets te eten te kopen? Maar verderop staan ook wat dames die hun vruchten te koop aanbieden. Daar is het zéker veel te warm voor, hoor.

Ik moet door dat fruit denken aan een mop. Een groenteboer heeft op de Wallen een publieke dame vermoord. De politie ondervraagt de groenteboer en wil zijn motieven weten. De man vertelt dat hij gewoon stikjaloers was omdat zij met haar ene pruim meer verdiende dan hij met zijn hele groentenwinkel. Haha. Het is wel een ouwe mop, denk ik. Mijn oma vertelde ‘m al en zij is in 1984 gestorven. Wat er allemaal door je hoofd gaat op zo’n drukke provinciale weg met wat fruitkramen.

Ik stop om te tanken en koop gelijk wat water. Ik schat het water van mijn veldfles in mijn tanktas op ruim 40 graden. Mijn grote grijze zak, achterop de duo-plek, staat inmiddels bol omdat daar de zak met de natte was aan het exploderen is. Het is inmiddels 34 graden. We steunen en kreunen wat en ik verlos de zak van haar spanning. Wat een hitte.

Er staat plots een symbool van een temperatuurmeter op mijn iPhone. Huh? En eronder staat ‘ik ga weer verder als ik ben afgekoeld’. Ik snap dat. Het is heet!

Mijn persoonlijk warmterecord staat op 38.5 graden. Dat stamt al weer van een paar jaar terug. We reden met de motorclub dwars door Freiburg in Duitsland. Veel verkeersdrukte en talloze stoplichten. Het hield niet op. Ik had hetzelfde Stadler-pak aan. Ik lag bijna op apegapen… Yeah..

Joh, ik stop mijn oordoppies gewoon vandaag niet in. Dan kan de stoom makkelijker uit mijn oren! Tegelijk roep ik, net als Nux in Mad Max Fury Road: Oh, what a day, what a lovely day! Het is afzien! Lijden! Zweten! Met klotsende oksels! Natte sokken, het water in mijn laarzen. Tanden op elkaar. The man and his machine!

Ik rijd een soort tolpoort in, moet stoppen en mijn paspoort laten zien. Het blijkt dat ik een stukje door Bosnië ga rijden. Het is Europa’s grootste zeegeheim: Bosnië-Herzegovina heeft stranden!
Ze hebben in het verleden wellicht een doorgang naar zee geclaimd toen de grenzen werden bepaald, denk ik. Ik dender ruim vijfentwintig kilometer over de zogenaamde Neumcorridor en moet vervolgens mijn paspoort weer laten zien om terug Kroatië in te komen.


Op mijn eindbestemming blijkt de camping vol. Cobus, jij denkt wel heel slim te zijn met je Pinkstertheorie, maar nu zit je er mooi naast. Er is nog één twee-onder-één-kap caravan vrij, die ‘gesplitst’ is in 1a en 1b. Kost 90 euro per nacht. Zien! De uiterst vriendelijke receptionist neemt mij in een golfkarretje mee om het onderkomen te showen. De man doet de deur open en ik kijk zó de wc in. Het lammetje blaat gelijk vrolijk tegen de binnenkant van mijn motorbroek. Ik vraag aan de receptionist: verrèk, hoe wéét jij nou dat ik aan de spuitpoep ben?

Verder is er alleen een slaapkamer en een keukentje van één bij één. Lekker gezellig om vanavond nog ff een boekje te lezen. En een dun plastic wandje tussen de buren en mij. Hoe kan je nu een caravan opdelen in twee appartementen? Wat een schijthok! En dat voor 90 euro. Dat is toch niet normaal?

Ik bedank de man vriendelijk voor zijn service, zoek via Booking-dot-Com een appartement, neem het adres van de site over in mijn navigatiesysteem, rijd er heen, onderhandel met de uiterst vriendelijke dame over de bovenste verdieping, want ik wil persé geen mensen boven mijn hoofd, en de prijs. Ik heb de etage nog veertig euro onder de al extra scherpe prijs van Booking. En het is super. Mooier en beter en ruimer dan elke caravan tot nu. Het is echt een aanrader. Ik betaal contant en zeg dat ik geen factuur hoef. Ze is zooo aardig en alles is zooo schoon. Super.  Het kost 140 euro voor twee nachten. Inclusief de schoonmaak. Ja, túúrlijk, dit is hier geen peperdure naturistencamping…

Tip van Coos? Het stikt in héél Kroatië van de appartementen. Om de tweehonderd meter kom je iets tegen. Op de mooiste plekken. En veel appartementen hebben uitzicht op zee.

Even samen mijmeren? Het is zo tof om elke keer in een andere omgeving te komen. Alles is elke keer nieuw. Alle omgevingsparameters veranderen permanent. Andere stad, andere restaurants, ander terrassen, andere mensen. Er is steeds een andere dynamiek. Je reset jezelf steeds, de teller op nul. Je weet elke keer niks. Wéér ergens je weg vinden. Enerverend en inspirerend. Ik hou ervan!

Na mijn douche wandel ik, downhill, in twintig minuten naar het strand in Lapad. Het beach-restaurant heeft de speakers in verborgen paddenstoelen in het groen in de tuin geplaatst. Het geluid is overal! Ze draaien loeiharde loungemuziek. En het klinkt vreselijk goed. WoW! Ik zit in mijn blote bast in het zonnetje met een biertje helemaal te genieten. Het kost mij moeite om te vertrekken.

Oh, what a day, what a lovely day! En wat een mooie avond.

DE KAWASAKI’S

Bij een stoplicht sluit ik aan bij vier jonge gassies op Kawasaki’s. Ik mik op Z1000’s of Ninja’s, fraaie straatvechters. Ik heb weinig verstand van die racemachines. Ik ben er veel te groot en lomp voor. En ik herken het merk aan het Kawasaki-green. De mannen zijn Oostenrijkers. We groeten elkaar vriendelijk. Ik steek, rechtop zittend, meer dan een halve meter boven ze uit. De kleuren en lijnen van hun lederen motorpakken corresponderen met de motoren. Ze zijn professioneel gekleed. Goede pakken, prima helmen en laarzen en uitstekende handschoenen. Het ziet er prima uit. Dit zijn de mannen die opgegroeid zijn in de bergen. Zij hebben het motorrijden met de paplepel ingegoten gekregen. Wij zijn opgegroeid met pindakaas en stroopwafels, zij met gas blijven geven in scherpe bochten.

Het stoplicht gaat op groen en ze spuíten op volle snelheid en met oorverdovend lawaai weg. De achterste motorrijder checkt zijn spiegels om te zien wat ik doe. Ik volg op gepaste afstand vanwege het lawaai. Er is niet ééntje die een standaard uitlaat heeft. Koelere, was een pokkeherrie. Het is net de doorstart van een F16 van General Dynamics.

Ik geef mijn volbepakte kasteel twee toefjes gas en het personeel gooit vast wat stevige blokken hout op het haardvuur. … Ik verklein de afstand iets. Mijn BMW heeft bijna 140 pk aan boord, dus ik hoef mij nergens voor te schamen.  En ik hoef mij trouwens ook nog niet te haasten.

De spiegels van hun motoren hangen onder hun stuur. Vast een nieuw modeverschijnsel, denk ik. Hebben ze opgepikt uit een motorblad of op internet gezien. Zo gaat dat. Je hebt wéér niet opgelet, ouwe lul… Daar rijd je dan, met je spiegels bóven je stuur.

De mannen hebben moed, ervaring in de Oostenrijkse bergen en durven een poepie gas te geven. Ze gaan er voor zitten en geven ‘m van Jetje. Ik volg gezellig. Ik sluit mijn helm en mijn vizier. Ze ronden prachtig de bochten af en, zoals de echte racers dat doen, met het knietje aan de grond. En elke keer lekker vroeg in de bocht dat gas open en brullend er uit. Heerlijk om te zien. De achterste rijder kijkt weer in zijn spiegels.

Het asfalt is goed en het is droog. Ik geef twee toefjes gas bij en trek met de schakelassistent het motorblok in de volgende versnelling. Ik houd voldoende afstand en ga lekker mee. Ik duw niemand op. Niet remmen, beheerst de bocht in en vol d’r weer uit. Als een dweil er in en als een speer er uit, heet dat.

De achterste coureur kijkt links en rechts steeds wat nerveus in zijn hypermoderne upsite-down-spiegels. En … ziet daar steeds maar die grote kale Nederlander op zijn kasteel in zijn spiegels. Hij praat waarschijnlijk via de motorintercom met zijn maatjes en ze schakelen door en door. De achterste kijkt weer in zijn spiegels, en daar is die lelijke kale BWM-rijder weer. Wat bochten later weer. En weer. En noges! Als een Knaus-caravan achter een Volkswagen. Ik zit met een grote grijns op mijn gezicht. Het is zó grappig en het gaat moeiteloos. Ze trekken en scheuren en draaien en gummen. En hup, daar is dat kasteel met die drie lampen weer in de spiegels. Elke keer weer en weer en weer. Hèhèhè…

Het spel eindigt na een half uur bij een pauzestop. En dan is het klaar. Het was goed en het was leuk. We zwaaien naar elkaar.

Mooie dag. Wel warm. Maar ik kan er goed tegen. Fantastische avond. Magisch, met die lounge-muziek aan het strand. Net een trip. Topper.!

Morgen met de bus naar Dubrovnic. Ik kijk er naar uit. Lekker lang verhaal!

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Coos op Reis: gevaarlijk industrieterrein

Prachtig weer. Ik stap vanuit mijn hypermoderne huis het terras op om mijn BMW even een hele goede morgen te wensen en te vragen of zij de nacht ook lekker is doorgekomen. Ze staat er nog! Wat is ze lief, hè?


(We kunnen weer verder in onze serie Coos op Reis)

En … mijn helm en doorwaai-handschoenen zijn er ook nog… Jeetje, DIE was ik gister gewoon vergeten van het trapje van de buren te halen. Ze hebben vannacht gewoon buiten gebivakkeerd. Das knap stom van mij. Ik vind hier echt niet vlot een nieuw potje met mijn XXL-hoofd. En handschoenen in maatje 13/14 zullen in dit kabouterland ook wat lastig zijn. Nog beter opletten dus. Potver, sufferd!

Alles ingepakt en opgebonden. Daar gaan we weer. Het wordt vandaag 30 graden. Joepie. Zonder aarzelen komt met donderend geraas mijn ijzeren vriendin tot leven. Bij een supermarktje, 300 meter van de uitgang van de camping, koop ik een sappie en een lekker bruin broodje. En ik laat daar gelijk wat hele oude kaas snijden. Het breekt in stukjes uiteen. Op een muurtje in de schaduw van een olijfboom peuzel ik dat op. En ik geniet van mijn vruchtensapje. Jôh, het is pas half tien, maar mijn dag kan nu al niet meer stuk. En gelukkig heb ik mijn helm en handschoenen ook nog…

Ik mik mijn afval in mijn koffer. We vinden straks wel een prullenbak. Vervolgens draai ik de weg op en zoek naar mijn route. De onderkant van de vangrail is hier bijna altijd open. Patatsnijders, noemen motorrijders de ijzeren paaltjes. Maar over de motor-onvriendelijke vangrail geniet ik van de zee, het lichtspel van de zon op het water en van de baby-eilandjes in de verte. Achgossie, ze zijn vannacht helemaal alleen in het pikdonkere water geweest.

Ik vervolg mijn weg door het binnenland. En ik zie stenen, stenen en nog eens stenen.  Man, wat een stenen. Tien kilometer verderop pruttel ik een dorp binnen,  ik draai een bocht door en rijd tegen een soort warenhuis aan. Verkopen ze daar sténen! Gekkenhuis.

Ik krijg tot drie keer een insect in mijn gezicht. Dat doet trouwens flink zeer. En hoe harder ik rijd, hoe meer zeer het doet. Weer eens iets anders dan verkeersdrempels. Bij zee heb je normaliter minder last van beessies.

Dit blijken zwarte torren te zijn. Met zo’n keihard schildje. Een soort vliegende schildpadden. Ik sluit mijn vizier en hoor steeds Tok-Tok-Tok op mijn helm. Ga iemand anders pesten.

Dichterbij zee is het gelukkig weer over.

Tja, en dan komen we bij het volgende dorp langs een carwash. En natuurlijk vraagt ze of ze in bad mag. Ze voelt zich vies en wil dolgraag gewassen worden. Mmmm… Ik kleed haar helemaal uit: alle pakken en zakken haal ik van haar rug en heupen. Ze kirt als ik allemaal sop over al haar rondingen doe en haar later lekker spons in al haar geheime gaatjes en kiertjes. Ik was haar koplamp en haar uitlaat en raus ruig over haar spaken en velgen. En dan pak ik warm en helder water….. nou, verder deel ik geen intimiteiten, hoor…. Maar ze glimt en ruikt weer heerlijk fris. En dat allemaal voor drie eurootjes.

In een prachtig stuk natuur nuttig ik mijn gezonde, lichte lunch. Fotooo!

Vroeg in de middag vind ik op de camping de allerlaatste beschikbare caravan. Dat valt mij erg mee, want half Duitsland heeft Pinkstervakantie en is hier aanwezig. De caravan staat vijftig meter van het strand. Whoeiii! Een half uur na aankomst zit ik met mijn E-reader op mijn stoeltje in het zonnetje aan het strand. Het is 28 graden en er staat een lekkere bries van zee.

TripAdvisor (toffe app!) brengt mij ‘s avonds naar het Nummer Twee restaurant in het oude gedeelte van Stobrec: Kasa Grill. Lekkere kipfilet met gegrilde groenten. Voor tien euro. En alles van de houtgrill. Super. Heerlijke dag, heerlijk gereden.

GEVAARLIJK INDUSTRIETERREIN

De route is vandaag lekker kort. Dat is weer eens iets anders.

Op precies 3,6 km van mijn eindbestemming rijd ik tegen een afsluiting in verband met wegwerkzaamheden aan. Normaal is dat geen probleem. Binnen de motorclub hanteren we in dit soort gevallen de ‘MC Zegveld Methode’: we volgen de weg totdat 100% bewezen is dat we echt niet verder kunnen. Meestal kunnen we er met de motor wel langs, er is altijd wel een gaatje. Bij deze wegopbreking staat echter een hoog hek, volledig over de breedte van de weg. Er is geen doorkomen aan.

In Linschoten is elke versperring een fluitje van een cent. Als de vuilnisman Het Jaagpad blokkeert, dan rijd ik eenvoudig een straatje om. Maar in zo’n omgeving als dit, ligt dat anders. Dit is geen woonbuurt. Links is afgesloten, dus ik ga overstag en kies voor rechts en rijd daarmee een of ander smerig industrieterrein op. Je weet het niet, hè. Je kiest in een onderdeel van een seconde. Foute keus. Dat had ik niet moeten doen…

Er ligt allerhande troep in de berm. Lege flessen, doorgeroeste ijzeren jerricans, natte kartonnen dozen, half gevulde en aangevreten vuilniszakken, vervuild kinderspeelgoed, vergane autobanden, stukken hout, afgebrokkeld gips en weet ik veel… In de dode takken van grote dorre sinistere bomen klapperen flinke lappen gevangen plastic en wappert papier in de wind. Het ziet er hier vreselijk naar en spookachtig uit. Waar ben ik in vredesnaam in terechtgekomen? Een dikke penetrante lucht van de vuilnisbelt van Split rolt over het vergiftigde veld zó mijn helm binnen. In de verte ontwaar ik de contouren van een grauwe, traag malende cement-fabriek.

De rijweg is hier totaal verrot gereden. Aan de wegkanten steken stukken geroest betonijzer vanuit het asfalt omhoog. Grote kiepauto’s, diepladers, vrachtwagens en ander verkeer jakkert met hoge snelheid over wegen die ze al jaren berijdt en verder naar de klotuh helpt. En ik? Ik zit daar plotseling en zonder enige waarschuwing ineens midden tussen en ben voor 200% bezig met overleven. Man, die auto’s zijn zo vreselijk groot! En die wielen! Pff… Ik ben op mijn motor nergens. Ik stel helemaal niks voor. Mijn kasteel is plots een minihuisje uit Madurodam.

Een tegemoetkomende vrachtauto neemt bij een wegversmalling in stofwolken nonchalant en hondsbrutaal voorrang. De lul kijkt vanuit zijn hooggeplaatste bestuurdersplek niet eens naar mij. Rechts gaat de betonweg, zonder vangrail, minstens vier meter naar beneden. Ik kan met moeite mijn motor tijdig stoppen en met mijn rechtervoet (!), half onder mijn motor, mijzelf in evenwicht houden. Doodstil in balans blijven, even niet ademen en vér vooruitkijken. Concentreren op een niet bestaand punt in de verte. De volle twee seconden in overgave en wachten totdat alle 18 wielen met veel kabaal en in een wolk rubberlucht voorbij gedenderd zijn. Het gaat. Het is letterlijk en figuurlijk op het randje. Ik haal opgelucht adem, kantel mijn motor naar links en geef gas, weg van die rand. Het was echt mijn tweede ‘bijna ongeluk’.

Dit is een bandeloos gebied zonder wetten en regels. Een terrein waar de grootse, lelijkste en goorste vrachtauto de baas is. Het stinkt naar verrotting. Een gebied van rondrijdende zombies en living dead in trucks, geladen met oude kadavers. En van waaruit bijna geen ontsnappen mogelijk lijkt. Hier moet ik heel snel weg, flitst er door mijn hoofd. Ik ben nog aan het shaken van de woeste aanval van die truck. Ik moet zelfs een beetje opletten om niet in paniek te raken.

Met een grote bocht probeer ik weer terug naar mijn route te gaan. Als ik mijn geprogrammeerde route kruis, dan blijkt die weg als viaduct dertig meter boven mijn weg te liggen. Daar heb ik niks aan.

Ik keer om, want ik sta aan alle kanten vast. Ik moet persé weer door dat nare oorlogsgebied. Er is geen andere mogelijkheid. Zonder kleerscheuren sta ik een half uur later weer bij dezelfde immens grote rotonde. Natuurlijk stuurt mijn Garmin mij weer hetzelfde gebied in. Als ik zelf niet ingrijp, dan doet dat navigatietuig dat nog 100 keer, hoor. Maar deze keer kies ik voor rechtuit en rijd toch maar de snelweg op. Ik zie de rokende schoorstenen in mijn spiegels verdwijnen.

De weg komt door vier tunnels en de eerste afslag is pas twintig kilometer verder. Daar is echter geen veilige plek om te stoppen om mijn situatie even in ogenschouw te nemen. Ik zie dat ik steeds verder wegrijd van mijn eindbestemming. Dat is niet de bedoeling.

Bij een uitritje van een weiland besluit ik om mijn eindbestemming vanuit het zuiden te benaderen. Ik programmeer een plaatsje in de bergen in mijn navigatietoestel om vervolgens dan maar vanuit die nieuwe richting naar de camping te rijden. Ik heb weer moed en vertrouwen. Ik heb wat water gedronken en tegen een boom geplast. Daar knap ik altijd wel van op….

Onderweg zie ik trouwens dat het een volledig werkende fabriek is die een complete berg aan het opeten is. De berg is al half verdwenen. Gatver, wat kan de wereld soms ook naar zijn. Ik kom verdorie net uit het paradijs.

Maar het lukt allemaal. Ik worstel en kom boven. Al met al ben ik ruim een uur aan het vechten en zwoegen geweest. Mwah, het was best lekker spannend.

Ik heb nog even tijd om lekker in de zon te zitten. Morgen met de bus naar Split. Lekker relaxed. De bus stopt tegenover de camping. Maar das geen geluk, dat had ik afgelopen winter al uitgevogeld.

Héééé, spannend verhaal, hè? Whoeeiii!

Tip van de redactie:

Ben je thuis, met koud weer bij de kachel, of lig je net als Coos lekker ergens aan het water? Je kunt heel gemakkelijk alle verhalen van “Coos op Reis” op deze site lezen, via de rubrieken. Of ga meteen naar:
->  //ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/ 

2022 programma van Stelvio Motorreizen

Het motorreisprogramma van Stelvio Motorreizen voor 2022 is gereed. Naast de individuele reizen naar o.a. Duitsland, Luxemburg, Italië, Oostenrijk, Schotland, De Franse Alpen en de Pyreneeën zijn er weer fantastische groepsreizen.

Donderdag 19 mei t/m maandag 23 mei (5 dagen) het voorjaarsweekend naar de “bergen” in Sauerland in Duitsland met in de routes veel plaatsen die met Bad beginnen en veel plaatsen die met berg eindigen zoals Winterberg.

Donderdag 16 juni t/m zondag 26 juni (11 dagen) naar het noorden en westen van het ruige Schotland met o.a. John O’Groats, North Coast 500, Applecross en Skye. Al 2 keer doorgeschoven en nu volgeboekt.

Donderdag 18 augustus t/m dinsdag 30 augustus (13 dagen) naar het mooie Noorwegen met vele watervallen zoals de Steindalsfossen, geweldige fjorden zoals het Geirangerfjord en de mooie wegen waar je geweest moet zijn zoals de Trollstiegen, de Atlantic Road, Hardangervidda en nog veel meer.

Vrijdag 23 september t/m maandag 26 september (4 dagen) de traditionele afsluiter naar het gezelligeLuxemburg met een deel door de Eifel en o.a. door Echternach, Blumenthal en Klein Zwitserland.

Voor het uitgebreide reisprogramma en het aanmeldingsformulier kun je terecht opwww.stelviomotorreizen.nl

Reizen per motor

Over motorreizen wordt op onze site veel geschreven. Logisch. Wie van motoren houdt, kiest voor vrijheid. In het verlengde van vrijheid ligt reizen. Het reizen per motorfiets heeft prachtige voordelen. je snuift het klimaat op en je maakt tijdens het onderweg zijn veel meer deel uit van het landschap dan in de auto.  Files zijn handig te omzeilen. Een bijkomend voordeel is dat je op de motor gemakkelijker contact maakt met mensen.

Maar, natuurlijk kleven er aan het motorreizen ook nadelen. Je zit in weer en wind, je bent kwetsbaar voor alles om je heen. Het regelen van een goede motorverzekering en reisverzekering is natuurlijk verstandig. Een motorrijder moet continu alert zijn, en zeker wanneer je door verschillende landen reist zul je op de hoogte moeten zijn over de regels per land.  Verkeersregels in het buitenland kunnen zeer verwarrend zijn. Zo vind je bijvoorbeeld op de website van de Wereldreizigersclub een mooi lijstje van landen als België, Duitsland, Frankrijk en Spanje. In deze Europese landen zie je al snel verschillen en dan ben je dus nog niet eens zo ver van huis.