Tag archieven: motorverhalen

Coos op Reis: Concert at Sea

DE BALKAN – CONCERT AT SEA.

Het is half bewolkt. Ik ga vandaag 27 graden zien. Het wordt een mooie motordag en ik popel om heerlijk samen op pad te gaan.

Hier mijn volgende verhaal in de serie ‘Coos op Reis’.

Het is al weer donderdag 6 juni. Whoeii, de tijd vliegt als je het naar je zin hebt. En dát heb ik. Ik ruim de koelerebende in de caravan op, loop van binnen naar buiten met mijn spullen, sjor in mijn luchtige niksie alles op de motor, geniet nog even van de omgeving, trek mijn motorpak aan, rol zachtjes naar de receptie en laat de rekening opmaken. Er komen ook nog schoonmaakkosten bij, laat de receptioniste weten. Ze knippert zelfs niet met haar ogen. Schoonmaakkosten, dat zou elk weldenkend mens in een hotel heel raar vinden. Maar ik sluit mijn ogen, kijk niet naar de nota en betaal met mijn creditcard het totale bedrag. En de rest vergeet ik. Heel snel. Het was hier tof. Dat blijft mij bij. Bij wie mag ik een poossie slapen als Janny het op de bankafrekening ontdekt? Ik mik op een week of zes…

Braska is alleen toegankelijk met een elektrisch voertuig. Das prettig voor al die ronddwalende toeristen, maar niet voor een hongerige en zwaarbeladen motorrijder die met zijn dikke
verbrandingsmotor op jacht is naar een ontbijt. Ik skip dus Braska.

Maar …. slechts dertig kilometer verder heb ik geluk (!) en vind ik een supermarkt met een bruin broodje en …. mét kaas uit Gouda. Die ze overigens gewoon in Kroatië maken, zegt de dame. Wat een copycats, wat een Japanners, hè?

Terwijl ik mijn broodje buiten opeet, vraagt een langslopende Kroaat hoe ik in staat ben om zo’n zware en groots bepakte motor te rijden. Als hij rolt, dan doen de gyroscopische krachten de rest, vertel ik hem luchtig. En als hij stilstaat, dan helpt mijn 1.95 meter mij, grap ik. Zijn auto is werkelijk aan alle kanten gedeukt. Dus ik snap zijn vraag wel… Voor hem is alles moeilijk.

Ik dender door een dorpje en moet persé even stoppen voor een kleurig fotootje van een karretje met houten wielen. Het is zo’n tafereeltje, net een schilderij. Leuk!

Als ik de tolbrug van CRK terug naar het vaste land neem, lees ik de aankondiging ‘Free exit from CRK’. Ik moet gelijk aan Hotel Californië van The Eagles denken… Weet je nog? I had to find the passage back to the place I was before, ‘relax’, said the nightman, ‘we are programmed to receive, you can check-out any time you like, but you can never leave…!’. Ik geef een poep gas, trek de quickshifter een paar keer omhoog en verlaat het eiland. Dag eiland, tot ziens! Ik kom bij je terug. En sneller dan je denkt.

THE MAN AND HIS MACHINE

Aan de kant van de weg staan borden waarop staat dat ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Een stukje verder rijd ik tegen de staart van een flinke file aan. Ik kan zover niet kijken. Het is warm. Voor mij te warm om in de rij te gaan staan. Al op mijn 18e jaar danste ik twee keer per dag met mijn Honda 250 door de drukte van het smalle Maastunneltraject. Dus op z’n Rotterdams slinger ik mijn kasteel naar links, geef twee toefjes gas en knal langs de file. Ik passeer een paar keer groepjes Italiaanse BMW-rijders. Het zijn wel dertig motoren. Ze staan braaf tussen de auto’s op hun beurt te wachten. Ik wuif vriendelijk naar ze, maar kan niet zien of ze terugzwaaien. Ik denk het niet. Mijn kasteel en ik eindigen hélemaal vooraan, bij het rode stoplicht. Zó hoort dat, daar heb je immers een motor voor. Als ik arriveer, springt het licht gelijk op groen en dáár ga ik: gepromoveerd als voorrijder van een héle grote Italiaanse BMW Motorclub. Hahaha. Das genieten. Ik heb ze niet meer gezien, trouwens… Sissy-Boys!

Een stukje verderop rijd ik langs een apotheek. Het grote gebouw staat niet in een winkelcentrum,  maar gewoon langs de doorgaande weg. Een beetje in the middle of nowhere, zoals een benzinestation. Maar … het gebouw is wel helemaal rondom in een zwaar uitgevoerde stalen kooi gezet. Wow, wat een macaber gezicht. Voor mij geen gezellige plek om even een paracetamolletje te halen. Het verkeer is ter plekke helaas te druk om mijn motor te draaien voor een foto.

Rond 12:00 uur ben ik in Senj. Honderd kilometer verder. Weet je nog? Het plaatsje dat ik vanaf de camping kon zien. Senj blijkt een populaire plaats voor motorrijders te zijn. Ik drink daar mijn eerste
kopje koffie van deze dag, gooi mijn tank vol en reis verder.

En dan … volgt de kustweg. Het is de E65 en dat klinkt niet erg avontuurlijk. Maar hij is werkelijk waanzinnig. Het is gewoon één grote gemeen slingerende slang en absoluut de natte droom van elke motorrijder. Natuurlijk, je kunt met volle bak alle bochten gummen. Koffers aan de grond en je schouders intrekken om de struiken niet te raken. Ondanks de waarschuwingsborden, is het asfalt betrouwbaar en stroef. Maar… dat is dan wel zonde van de omgeving. Ik kijk links en rechts mijn ogen uit en onderdruk een paar keer de neiging om achterstevoren op mijn buddyseat te gaan zitten. Ik wil gewoon niks missen en alles drie keer zien. Het water, de vergezichten, de rotsen, het groen en al die mooie bloemen. En die eilanden in de verte, elke keer weer. Ik heb het gevoel er tussendoor te rijden. Zoooo mooi! Dit zijn nou de momenten dat ik het jammer vind dat ik ze met niemand kan delen. Was er nou maar iemand bij mij zodat we even samen hand in hand konden
grienen…

Ik rijd een stuk of tig brommertjes voorbij. Ze rijden de Kroatische JubileumToer van de Tomos. Stìnken, die twee-tact dingen! Haha. Het herinnert mij aan vervlogen tijden. Aan mijn jeugd. Ik reed in 1969 een Kreidler. Een Puch had niet de kwaliteit die ik toen al wenste, en een Tomos al helemaal niet. Maar ach, het maakt niks uit, dit clubje heeft duidelijk net zoveel plezier met hun tochtje als ik.

In Prizna pak ik voor 47 Kuna de veerboot naar Stara Novalja. Hij gaat over een uur. Kan ik mooi even lunchen. Ik maak een praatje met vier jonge Italianen. Zij reizen in een auto en bieden mij een halve liter koud bier aan. Ik bedank vriendelijk. Ik donder in deze warmte zo van mijn motor af.

Op de veerboot klets ik gezellig met een echtpaar uit Duitsland. Ze rijden een BMW 1250 GS. We maken wat foto’s van elkaar. Ze rijden ongeveer dezelfde toer en zijn nu onderweg naar Zadar en pakken daar de ferry naar Italië. Ze willen graag de Amalfi-kust rijden. Heee, mijn trouwe lezers veren nu op, want die kust reed ik immers vorig jaar.

Het schiereiland is magisch voor mij. Die bleke, kale rotsen. Het doet mij denken aan de Mont Ventoux, de favoriete plek van mijn oudste vriend Bas Bijl. Maar hier voegen de waanzinnige vergezichten over het water er een extra dimensie aan toe. Het is allemaal niet te vangen in een foto. Het is het gevoel. De verlatenheid. De verdorde struiken. De loslopende schapen. De honderden stenen muurtjes. Ergens rijd ik tussen metershoog olifantengras door. Het is zó kicken! De natuur is overweldigend. Een oergevoel bekruipt mij. Geweldig.

Ik zie in dit gebied echter ook veel vervallen en verlaten huizen. Of ze zijn oud en nog steeds niet af. Komt het door de oorlog? Of de recessie? Ik heb geen idee.

Rond half zeven vind ik mijn onderkomen bij Vodice. Dat ligt in Dalmatië. Het is een hypermodern huis op een camping met twee badkamers van een Poolse organisatie: CroatiaCamp.dot.com. Ik betaal een hotelprijs.

CONCERT AT SEA

‘s Avonds wandel ik vier kilometer langs de zee naar het levendige plaatsje Vodice. Vanaf morgen is daar een Concert at Sea. Verschillende muzikanten zijn nu al in het donker aan het oefenen. De generale repetitie. Ook een of andere populaire Kroatische meidenband. Een jonge knul naast mij zingt alle teksten woordelijk in het Kroatisch mee en danst en swingt en is zó aanstekelijk dat hij al zijn vrienden en vriendinnen meekrijgt. Zij vinden de muziek best wel geinig, maar die jonge gast is echt een muziekliefhebber, gaat compleet uit z’n bol en is helemaal in de zevende hemel. Prachtig.

WoW. Wat een mooi en verstild moment. Ik sta daar, op de boulevard, kijk zo eens links en rechts om mij heen, zie rechts het helverlichte podium en links de pikdonkere zee. Het is windstil. De muziek is prima, het enthousiasme van het publiek en de inzet van de artiesten ook. Ik ruik het zoute water en de temperatuur is nog helemaal goed. Wát een momentje. Ik sta met kippenvel op de kade, het ontroert mij. Zoooo mooi! Toffe avond. Ik kan hier gewoon niet weg. Het wordt vanzelf laat. Dat dan weer wel…

Morgen verder! Vroemmm…!

Voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Coos op Reis, cairns en het echte verhaal

DE BALKAN, CAIRNS ÉN HET ECHTE VERHAAL, VOLGENS HENK

Het is dinsdag 4 juni. (Toen Coos dit schreef dus… We vervolgen onze serie “Coos op Reis”, momenteel vanuit de Balkan). Wie veel reist, kan veel verhalen, is een mooi spreekwoord. Maar ja, ik reis momenteel niet. Dus weinig te verhalen? Mwah…

“Ik leg hiero in het zand streeploos bruin te bakkuh en te braaie en een beetje te nixen, te lezen, te zwemmen en lekkere dingen te eten.” Heerlijk! En ik kan trouwens heeel goed lui zijn… Ik zou hier zo maar een week kunnen blijven. Of twee. Als ik maar rijk genoeg was.

CAIRNS

Cairns zijn steenmannetjes: op elkaar gestapelde natuurstenen. Per cultuur hebben ze een andere functie en betekenis. Het stapelen vraagt vaardigheid en geduld en werkt therapeutisch.

Zo links en rechts zie ik op de camping deze natuurmannetjes staan. Vast een enthousiasteling die overal zijn ‘tag’ zet, denk ik. Net als graffiti-artiesten. Of een reu, die overal tegenaan pist. Of een BMW-rijder met zijn BMW-pak, zijn BMW-helm, zijn BMW-laarzen en zijn BMW-shirt.

Gistermorgen ging ik op het strand rechtsaf, dus nu ga ik naar links. Een beetje variatie en wellicht is daar ietsje meer lebensraum. Met mijn 1,95 meter heb ik nu eenmaal een enorme spanwijdte.

En daar vind ik de artiest! Tot aan zijn knieën in het water staat hij zijn stenen te zoeken, te selecteren op grootte en gewicht, het evenwicht te bepalen en buitengewoon voorzichtig zijn steenmannetjes op te bouwen.

En als ik mijn iPhone voor een foto pak, dan stapt hij geduldig even opzij. Hij is er hele dagen mee bezig, vertelt hij. Hij vindt het gewoon leuk en ontspannend om te doen. Leuk, hè?

Tja, verder heb ik vandaag geen pleisters geplakt of chagrijnige wijven ontmoet of zo….

Maar … voor degenen die gisteren de reactie van mijn motorvriend Henk misten, heb ik een dessert. Ik herhaal zijn bericht. Zijn zienswijs mag persé niet op mijn podium ontbreken…

HET ECHTE VERHAAL, volgens motorvriend Henk:

Beste Coos, dit gedeelte uit je verslag miste ik gisteren. Waarschijnlijk is het per ongeluk verwijderd bij het ter perse gaan van je bericht. Maar gelukkig heb ik het nog kunnen redden…

De eerste dag in het kamp ontkleed ik mezelf en begin ik, weliswaar nog wat onwennig, rond te wandelen.

De eerste persoon die ik tegenkom is een uiterst mooie, rondborstige blondine. Het gevolg was direct duidelijk te zien aan het enige mannelijke lichaamsdeel dat nooit liegt: er volgde onmiddellijk een erectie. De blondine merkt de erectie op en zegt: “Meneer, u heeft mij geroepen?”. Ik schrik me het lazarus. “Nee, absoluut niet, wat bedoel je?”. De blondine zegt: ‘Oh, u moet nieuw zijn hier. Ik zal het uitleggen. Het is één van de regels hier dat als u een erectie krijgt, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Glimlachend neemt ze me mee naar de zijkant van het kiezelstrand, legt haar handdoek neer en laat me mijn lusten botvieren.

Maar de verkenningstocht is nog niet over. Wanneer ik ga zitten, moet ik plots een scheet laten en binnen een paar minuten komt er een enorme grote, nogal gore, harige gozer naar me toe. “U had mij geroepen? ‘, vraagt deze. “Neen, neen, wat bedoel je?”’, vraag ik. “Oh, u zult nieuw zijn hier”, zegt de man. “Het is hier één van de regels dat als je een scheet laat, er verondersteld wordt dat u mij heeft geroepen”. Ik weet niet wat me overkomt, hij pakt me vast en draait me om en begint zijn lusten op me bot te vieren.

Ik waggel uiteindelijk terug naar het kantoor van het nudistenkamp en word begroet door een glimlachende, naakte receptioniste. “Kan ik u helpen, mijnheer?”, vraagt ze beleefd. Ik roep: “Hier is mijn kaart, hier zijn mijn sleutels van de caravan en hou mijn 500 euro verblijfsbijdrage maar. ‘Ik vertrek meteen”.

“Maar mijnheer”, antwoordt ze, “U bent hier nog maar een paar uur en u heeft nog niet eens al onze faciliteiten bekeken”.

“Luister”, zeg ik, “ik ben 69 jaar, ik krijg nog ongeveer één keer per maand een erectie, maar ik moet wél minstens 15 keer per dag een scheet laten!”.

Fijne avond, mannen!

Met de groeten van motorvriend Henk van Rookhuijzen

 

Beperkte levensruimte vandaag, maar nog voldoende gevangen voor The Catch of The Day….

Wil jij alle verhalen lezen in onze serie “Coos op Reis”, ga dan naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Twee vrienden, twee motoren, één motorreis

Twee vrienden, twee motorfietsen, 41 landen en 83.000 kilometer. We kijken naar een film van twee Franse avonturiers die twee jaar lang reisden op hun Triumph Scramblers door meerdere continenten. Zoals trouwe lezers weten kijken wij (van de redactie@ikzoekeenmotor.nl) graag YouTube documentaires over motorreizen. Dit is een bijzondere die kijkt als een film. Wat ook fijn is, we hoefden tijdens het kijken nu eens niet om de 10 minuten de reclames te bekijken of over te slaan. De sfeer van deze film lijkt op die van een prettige roadmovie. Weinig geklets, veel mooie beelden en fijne muziek. Een aanrader voor mensen die graag reisverhalen bekijken. Verhalen van mensen die vertrokken, hun droom leefden.

Coos op Reis: ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Het is vandaag 4 mei.

(Redactie: op het moment dat Coos van der Spek dit verhaal schreef was het 4 mei dus. Ikzoekeenmotor.nl publiceert hier met wat vertraging zijn 66e verhaal in de serie Coos op Reis.)

Vannacht viel er heel veel regen. Niet normaal. Mijn wasje is er niet droger van geworden. Maar … nu is het droog en schijnt af en toe de zon. Zonnebril en factor 50 op en de korte kant van mijn sexy en verleidelijke afritsbroek aan. Een inmiddels bekend programma onder mijn lezers.

De vriendelijke mevrouw van de supermarkt snijdt verse salami op een grote bruine bol. Samen met een liter verse melk ga ik kauwend op mijn lekkere broodje, met mijn rugzak op pad. Ik voel mij net een zwerver. En zo is het ook natuurlijk…

Ik ga vandaag met de boot naar Venetië. Venetië is ontstaan in de 5de eeuw en was vroeger één van de belangrijkste havens van Europa. Het speelde een belangrijke rol in de Europese geschiedenis. In de 18de eeuw echter verhuisde de handel naar de Atlantische Oceaan, onder meer naar Antwerpen en Rotterdam, en werd Venetië een dode stad.

Na deze ultrakorte geschiedenisles wandel ik eerst een kilometertje naar de veerpont en vaar dan in circa 40 minuten met de boot van Punta Sabbioni naar Piazza San Marco, het grote en bekende plein in Venetië.

Een heen-en-weertje kost 15 euro, maar voor 20 euro kan je dan ook binnen Venetië de waterbus vrijelijk gebruiken. Lijkt mij leuk. Ik doe het. Ik moet het kartonnen kaartje éénmalig activeren en vervolgens opent de ingebouwde RFID-chip de deuren naar de platforms. Dat hebben die Italianen beter voor elkaar dan de afgekeurde hogesnelheidstreinen die ze naar Nederland hebben verscheept.

Het is lekker druk maar als je een beetje uit de mainstream van de andere toeristen blijft, dan is het goed te doen. Natuurlijk kom ik langs de brug der Zuchten. Eén van de bekendste bruggen in Venetië. De brug is een verbinding tussen het Dogepaleis en de gevangenis. En verderop de Rialtobrug over Canal Grande natuurlijk. De brug stamt uit 1591. Ik wil bij een andere brug een foto maken zonder toeristen, maar dat is een kansloze missie. Als Lemmingen blijven ze komen. Japanners! Grrr…! Ik moet trouwens ook altijd aan Pearl Harbor denken….

Er staan flinke rijen belangstellenden voor de Basilica di San Marco, Piazza San Marco patrimonio dell’Umanità en de Logetts e Campanile. Die moet je gezien hebben natuurlijk. Maar ik heb geen drie dagen. Ik heb maar één dag. Dus niet in de rij voor mij. Gelukkig maar. Een Duitser roept naar jongelui dat het verboden is om de duiven te voeren. Jaja, de Duitsers zullen ook de regeltjes eens niet uit het hoofd kennen. Wat een natie, hè. Op dezelfde hoop als de Jappen. Kijk maar naar hun bombardement in mei 1940 op Rotterdam… Hahaha. Lekker ff trappen.

Jaren geleden reed ik voor mijn werk elke dag van Linschoten naar Veghel. Bijna 180 km per dag. En het laatste stuk de teller op maximaal 80 km langs het Wilhelminakanaal. Kwam geen eind aan. Staat er plots een keer iemand water uit het kanaal te drinken. Ik stop en roep dat het water sterk verontreinigd is. ‘Wass sagen Sie?’, krijg ik als antwoord terug. ‘Immer mit zwei Händen trinken!’, roep ik en rijd vlug verder.

Terug naar Venetië. Ik wandel langs alle beroemde merken zoals Versace, Prada, Michael Kors, Chanel, Gucci etc. Die merken draaien hun hand niet om voor een handtasje van drieduizend euro. Ik sla al op tilt bij een nieuwe tanktas van BMW voor 230 euro.

Ik zie talloze mensen selfies maken. Honderden! Kom je terug van vakantie, heb je alleen maar foto’s van je eigen ponem. Die had je net zo goed thuis op je eigen balkon kunnen maken. Of snap ik iets niet?

Ik heb verder ook geen idee hoelang geleden de Japanners met elkaar hebben afgesproken om zich zo stijf mogelijk vóór het onderwerp te positioneren en zich vervolgens ‘spontaan’ te laten fotograferen. Ze doen het allemaal exact op dezelfde manier. Lemmingen dus, dat schreef ik al.

Ik wandel door de straatjes naar Cannaregio, het oudste en meest authentieke deel van Venetië. Het is het oude 16e-eeuwse joodse getto. Het is prachtig.

In tegenstelling tot Rome zijn er hier geen Afrikanen die armbanden, zonnebrillen, horloges en andere zooi verkopen. Er ligt ook nergens troep op straat en ik zie gemeentepersoneel de pleintjes en straten vegen. Hier is de toerist echt de bron van inkomen. Venetië houdt Venetië schoon.

Ik zie ook nauwelijks politie. Dat is best wel logisch. Er zijn hier alleen maar toeristen die naar de cultuur en de historie komen kijken. Niemand komt hier om rotzooi te schoppen. Daarnaast zit je op een eiland en kan je nooit snel wegkomen.

Ik kijk bij een paar mannen die Het Nieuwe Venetië aan het maken zijn. Onder de grond van de eeuwenoude stad komt glasvezel. Op naar de volgende eeuw, want het leven gaat door.

Ik spring een paar keer op zo’n watertaxi. Dat is erg leuk. En gelijk een hele andere manier om Venetië te beleven. Op de kruispunten van waterwegen komen alle vaartuigen elkaar vaak tegen: waterbussen, lijn 1 en 2 en 3, taxi’s en gondels. Alles door elkaar. Mooie chaos. Whoeiii! En het gaat allemaal goed en lekker relaxed.

Een hele mooie dag vandaag. Venetië is echt een aanrader! Het is bijzonder. Pak het vliegtuig en stap op de waterbus naar je hotel. Voor 5 euro mag je de hele dag op de waterbus springen. Die gondels laat je links liggen. Ze zijn veel te duur. Ik ben een keer met een gondel het Canal Grande overgestoken. Voor 2 euro. Wat een Hollander, hè… Dus Venetië doen! Niet in het weekend natuurlijk. Het is best een dure stad, dus eerst ff sparen.

ZOU MIJN DUITSE BMW TÓCH STIEKEM EEN JAPANNER ZIJN?

Ik bedenk mij plots dat mijn BMW wel veel op de foto staat. Zij gaat altijd een beetje extra rechtop staan, laat haar spiegels extra blinken en steekt haar tank naar voren als ik met mijn iPhone in haar buurt rondloop….

Zou mijn Duitse BMW dan tóch stiekem een Japanner zijn?

Genoeg gevangen voor The Catch of The Day! Kijk maar mee.

Coos op Reis: POMPEÏ

Als onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek dit verhaal schrijft is het eind april. Hij is aan de laatste weken van zijn drie maanden durende reis door Zuid-Europa bezig, dit is verslag nummer 60 in onze serie “Coos op Reis”. Er komen er hierna nog 11 die we de komende 2 maanden dus publiceren. Onze motorreiziger schrijft: 

Ik ben in Sorrento op camping Villaggio Campeggio Santa Fortunata. Het is bewolkt, nog vroeg maar best al warm. Het wordt vandaag een hete dag.

Ik dacht gisteravond een minder goede plek hier gevonden te hebben. Maar het valt erg mee. Bij de receptie ga ik toch nog maar een nacht bijboeken. Potver, schijnt mijn hutje inmiddels door iemand anders geboekt te zijn. Tijdens het ontbijt bedenk ik plan B en wandel terug naar de receptie om af te gaan rekenen. Daar blijkt dat het probleem inmiddels is opgelost: mijn plek is gewoon beschikbaar. Dat is fijn.

Dat was op mijn werk nou ook zo vaak. Was er plots paniek. Dan wachtte ik eerst even om te kijken wat er gebeurde. Vaak liep het dan met een sisser af of iemand anders loste het probleem op. Haha!

Dit huissie kost 24 euro. Alleen een bed. Verder niks. Poepen en wassen zoals in militaire dienst: op een centrale plek met z’n allen op een rijtje.

POEPEN

Enfin, dus ik met mijn verse rol, ik heb er nog niet ééntje van de vier gebruikt, op een drafje naar het toilet. Je kent vast die campingtoiletten in Italië wel. Strak naast elkaar en met zo’n flinterdun zwevend schotje d’r tussen. De eigenaar heeft alle toiletbrillen verwijderd. Uit hygiëne. Voor de heren zijn er echter geen urinoirs… Met stukken toiletpapier poets en bedek ik daarom de porseleinen rand van de pot. Heb ik dan smetvrees, bedenk ik mij? Aan de schaduw, onder het zwevende schotje, zie ik dat mijn buurman zich met dezelfde boodschap bezighoudt als ik. Als ik weer opsta, blijft er heel even een velletje papier aan mijn rechterbil plakken om direct daarna, licht als een wuivend najaarsblad van een jonge boom, naar beneden te dwarrelen. Het is bijna op de grond als een opwaarts windje er even mee speelt. Het velletje landt net aan de andere kant van het schotje. Ik houd mijn adem in…

Wat zou jij nou doen, in zo’n situatie? Laten liggen! Tja, dat lijkt mij geen optie. Dat is onprettig voor de poepende buurman, nietwaar? Wellicht blaast de wind het velletje terug? Niet dus …Het lijkt als aan de grond geplakt. Komt dat door mijn rechterbillenvet? Met mijn linkerhand onder het schot door, om het te pakken? Even snel? In een flits? Maar als mijn buurman dat nu ziet? Dat is wel een erg grote inbreuk op zijn privacy: het ongewenst naar binnendringen van iemands campingtoilet… Dat is vast strafbaar.

Met veel gegrom en lawaai beëindigt mijn buurman zijn boodschap en laat met een grote knal van de deur, mij en mijn twijfels, achter. Zijn aandacht ging absoluut ergens anders naar uit. Er is hem vast niks opgevallen. Opgelucht raap ik snel het velletje op en stap uit mijn kleine wereld, de grote wereld in…

Tegenover de ingang van de camping stopt de bus naar het station van Sorrento. Wat een geluk… En in Sorrento pak ik vervolgens de trein naar Pompeï.

Ik reis anderhalf uur met een vriendelijk jong stel van de camping en we hebben geanimeerde gesprekken. Ze komen uit Leeuwarden en hebben allebei twee maanden onbetaald verlof geregeld. Hij werkt in de psychiatrie en volgt een HBO-opleiding om in het laboratorium te kunnen gaan werken en zij is beleidsmedewerker in Harlingen. Goed gedaan. Ik heb tot mijn 66e op deze trip moeten wachten.

Bij het station in Pompeï scheiden onze wegen. Zij hebben een ander programma dan ik. Wellicht zie ik ze morgenochtend nog in de douche.

POMPEÏ

Op het station koop ik een kaartje voor een bezoek aan Pompeï. De ingang van het museum ligt 100 meter van het station. Ik hoef, ondanks de drukte vanwege de vakantie en het weekend, verder nergens in de rij te staan en ben in een paar minuten binnen.

Het komt door mijn oude moedertje dat ik graag naar Pompeï wilde. Toen ik kind was, vertelde zij daar al over. Dat het in Zuid-Italië lag en dat op 25 augustus in het jaar 79 de stad door een vier meter dikke laag as en stenen werd bedolven na de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius. En dat er, juist omdat in korte tijd alles door die hete as bedekt werd, veel oudheden heel goed bewaard zijn gebleven. Het is één van de best bewaarde Romeinse steden

Al in 1594 werden bij de aanleg van het Sarnokanaal resten van Pompeï gevonden. In 1748 werden opgravingen verricht, maar de eerste serieuze opgravingen begonnen in 1860. In die tijd bedacht men ook het procedé om gipsafgietsels van de slachtoffers te maken. Inmiddels is ongeveer 60% van Pompeï opgegraven. Vanaf 1999 wordt er meer geconcentreerd op conservering en worden er nauwelijks nieuwe opgravingen meer gestart.

Al die verhalen van mijn moeder in mijn jeugd maakten het voor mij toen al tot een mystieke voorstelling. En nu ben ik er! Ik ben intussen veel ouder dan mijn moeder toen zij mij hierover vertelde. Het is echt bijzonder voor mij en het ontroert mij als ik daar over na loop te denken. Kon ze er maar bij zijn…

Pompeï is vele malen groter dan ik dacht. Ik verwachtte wat huizen en een populatie van 500 inwoners. Dat is helemaal niet zo. Schattingen lopen uiteen dat hier tussen de 10.000 en 30.000 mensen woonden. Er staan restanten van enorme gebouwen en pleinen en er is zelfs een theater. Het was daar in die tijd reusachtig.

Ik wandel door de straten en over de oude kasseien en moet mij bedwingen om niet te gaan rennen omdat ik steeds meer en meer wil zien. Veel huizen in Pompeï hadden een binnentuin en verschillende woon- en werkvertrekken. De huizen hadden doorgaans ook een bovenverdieping, maar daar is zelden nog iets van bewaard. Veel huizen waren verbonden met een werkplaats. Vaak ook was er een winkel of een bar op de begane grond aan de straatkant. De huizen waren rijk versierd met mozaïeken op de vloeren en fresco’s op de muren. Tijdens mijn wandeling bewonder ik de mooi overgebleven resten. Er zijn tempels, badhuizen en een openluchtzwembad met nissen voor de kleding, latrines en peeskamers. En in het museum ontdek ik ook een afdruk van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt om zich te beschermen tegen de giftige dampen vanuit de vulkaan. Het voelt alsof ik het zelf ben.

Ik moet efficiënt met mijn dag omgaan en wandel via de uitgang weer naar het station. Na mijn bezoek aan Pompeï is er nog tijd over om 10 km verderop de veroorzaker van al deze narigheid te bezoeken: de Vesuvius.

VESUVIUS

Aan de zijkant van het treinstation vertrekt een bus naar de Vesuvius. Die brengt mij voor 10 euro bijna bij de top. Onderweg stopt de bus omdat ik daar nóg een toegangskaartje van 10 euro moet kopen. Tja, dom van mij natuurlijk. Daar heb ik beneden ook niet naar gevraagd. Ullahh…. Als je toerist bent, dan word je genaaid.

Het laatste stuk moeten we lopen. Dat is een half uur steil omhoog. Dat is echt stevig met deze temperatuur. Ik zie voldoende mensen met een minder goede conditie afhaken. Ik loop regelmatig 10 km hard, dus ik kom wel boven.

Ik ben er. En ik tuur in de diepte naar beneden. Daar sta ik dan. Op het randje van de vulkaan in ruste. De grote gemene veroorzaker van alle verhalen van mijn moeder over Pompeï. Mooi moment voor mij! Ach, als ze zich toch eens zou kunnen herinneren hoe zij al die verhalen aan mij vertelde. Wat zou dat mooi zijn. Op 11 mei is ze jarig. En … ik héb haar nog….

TWEE MAANDEN

Vandaag ben ik twee maanden op reis. Ik startte op de verjaardag van mijn tien jaar geleden overleden vader, 28 februari, in Barcelona. Het is onvoorstelbaar hoe snel mijn leven nu verloopt. Er gebeurt zoveel. Met een hoge frequentie veranderen mijn omgeving en mijn parameters. Het is enerverend, vermoeiend en verfrissend. Maar helemaal super. Ik vind het machtig. Niks ‘elke dag om 08:30 uur naar Amsterdam’. Dat was toen ook prima hoor, maar dit is echt een mooier leven. Dit is Genieten, met een grote G. Ik vind het allemaal nog steeds prachtig. Op reis met mijn motor, het onbekende, de omgeving, de mooie weggetjes, de lekkere geurtjes, de uitzichten, het leven van de zuidelijke landen, het weer, het lekkere eten en de lekkere wijntjes. Het onvoorspelbare maakt het altijd weer spannend. Wow! Aanrader! Wacht niet te lang. Denk aan die jongelui in de bus van vanmorgen.

MEEST ZUIDELIJKE PUNTJE

Morgen vertrek ik naar wat ze het paradijs van Zuid-Italië noemen: de kust van Amalfi. Ik ben benieuwd. Dit is voor mij het meest zuidelijke puntje in Italië. Zuidelijker ga ik niet. Ik wil langs de Italiaanse Adriatische kust weer richting het noorden rijden.

Ik vind het ook wel weer een lekker idee om richting huis te rijden. Twee-en-halve maand weg is best lang. En ik heb weer reuze zin om Janny en Danielle te knuffelen, de kater een aai te geven, in mijn eigen bed te slapen, mijn eigen badkamer en toilet te hebben en … nou ja, gewoon weer thuis te zijn. Want thuis is ook fijn.