Tag archieven: Stories from abroad

Coos op Reis: RIJDEN DE KARTS?

Klik op de foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Het is vandaag 12 april. (We publiceren wat langzamer dan Coos rijdt dus.) Ik ben op een camping in Marseillan Plage.

Het is bewolkt maar, vooruit, de zon schijnt ook.

Een heel klein beetje. Af en toe… Ze voorspellen ook regen. Wederom honderd procent. Niet minder. Het is tien graden.

Terwijl ik nog heerlijk in mijn warme oranje peentje lig en wat moeite doe om wakker te worden, denk ik aan het zomerpak dat ik voor deze reis bij Damen in Breda op maat heb laten maken. En de zomerhelm van Schubert, die ik bij Molenaar in IJsselstein kocht. En de geweldige zomerhandschoenen van Rukka, die ik bij Goedhart Motoren in Bodegraven vond. Ik ben zooo blij dat ik mijn zomerpak en mijn zomerhelm toch maar thuis heb gelaten. Wat had ik het tot nu koud gehad. Het pak hangt thuis, lekker warm en droog op zolder. Er komen deze zomer nog warme dagen zat. En alle jaren daarna ook, denk ik maar…

Ik help nog even met een camper uit de bagger duwen, maar als hij tot in zijn assen in de prut staat, dan mag van mij de tractor komen.

Het is een kansloze missie.

Ik scoor een prima ontbijt in het dorp en wandel vervolgens door de straten en langs het strand. Het is koud en er staat een straffe wind. Pikdonkere wolken in de verte beloven weinig goeds. Ik durf de beschutting van Marseillan Plage niet te verlaten. Als het later gaat regenen, wordt het ook echt onaangenaam buiten.

Tijd voor een vroege lunch. Maakt niet uit wat en waar, als de kachel maar brandt.

‘s Middags is het op en af. Regen, kou en zon. Het is gewoon een rare dag voor Zuid-Frankrijk. Ik maak mijn kilometers met mijn parapluutje wel, maar het duidelijk geen topdag.

Ik ga gewoon vroeger eten dan normaal. En vanavond een filmpje kijken op mijn thuisbioscoopsysteem. Dat heb ik gewoon meegenomen op mijn motorfiets natuurlijk. Geen enkel probleem. Als je maar niet zeikt over volume en gewicht en zo, dan kan je het jezelf altijd naar je zin maken.

Op advies van de restauranthouder eet ik ‘s avonds een lekkere kip aan een spies, een specialiteit van hem dat hij meenam uit Afrika. Gekruid met de geest van Afrika, zegt hij geheimzinnig. Hij heeft vijf jaar in Congo gewerkt, maar is kortgeleden gevlucht omdat het daar inmiddels niet meer veilig is. Nou, en daar hou ík een lekker Afrikaans kippetje aan over. Heerlijk uitstapje naar Congo. Ook koud en nat daar trouwens.

Hier in Marseillan Plage heb ik het gezien. Er is verder niks, op een enkele crash na dan. Hier moet de zon schijnen en moet het warm zijn. Dan zijn de terrasjes vol. Pas dan klopt het hier. Nu niet. Nu is het allemaal armoede met die regen en kou.

Morgen reis ik gewoon verder. Ik wil mij niet teveel aan het weer binden. In Albufeira is het vast beter weer, maar joh, als het alleen om het weer zou gaan, dan had ik daar ook met het vliegtuig naar toe kunnen gaan, nietwaar?

Ik trek morgen door richting Italië. Tegen de tijd dat ik daar ben, is het weer vast beter. En anders niet. Ik zal morgen ergens in de omgeving van Toulon landen. Dan via Nice en Monaco verder. Ik heb voor die omgeving nog een schitterende stuurroute gemaakt. Maar dan moet het weer acceptabel zijn.

En owja, de beloofde foto’s van mijn paleis voor 50 euro per nacht. Ze zijn hier wel vreselijk zeikerig over hun inventarislijst. Nondeju. Nou, ik heb geen zin om het aantal eierdopjes te tellen, hoor. Ik laat alles gewoon onder dat geheimzinnige kleed staan.

Trouwens. de borg voor de ligstoelen is … 60 euro per stuk. Maar óf de ligstoelen zijn buiten óf ik ben buiten. We kunnen niet met z’n drieën binnen. Dan kan ik daar niet lopen. Dus waar moet ik ze laten? Juist! Buiten! Dat probleem heeft iedereen toch, denk ik? Waarom zadel je daar nou je klanten mee op? Stelletje Spaanse buschauffeurs!

Maar … deze home is compleet mét een gratis flesje rosé. Dat dan weer wel. Huppekee! Ik ga eens kijken hoever ik kom met dat filmpje er bij. Ik ga mijn best doen. Eerst de kachel maar eens aan.

RIJDEN DE KARTS?

Elke familie heeft zijn eigen familiegrappen. Familiegrappen zijn grappen die alleen in de familie worden begrepen. Ik vertelde al eens dat wij binnen onze familie tegen elkaar zeggen: dat doe IK niet, dat doet mijn kwast. Uitdrukking van mijn oude schoonvadertje toen hij met de verf stond te morsen.

Janny en ik hebben natuurlijk weer onze eigen grappen. Bijvoorbeeld grappen over Franse winkels, bakkers, bedrijven, de VVV, de horeca etc. Die zijn namelijk allemaal dicht als wij voor de deur staan. Ze zijn op vakantie, het is 12:00 uur of 13:00 uur of 14:00 uur of weet ik welk tijdstip, er is een sterfgeval of het is weer eens een feestdag of ze hebben die dag gewoon geen zin. Ze zijn gesloten – closed – fermé. Hatsekee!

Enfin, al meer dan 10 jaar komen we in de vakantie bijna dagelijks langs de karting van Marseillan. Vandáág is hij open, zeggen we dan tegen elkaar. Eerlijk waar. Wedden dat er nu karts rijden? En als we dan voorbij rijden, dan wapperen alle vlaggen, maar … ligt de karting er verlaten bij. Er rijden geen karts. Niet ééntje. ..

Maar vandáág…. KUT!
Jammer dat Janny geen Facebook heeft. Ze zou het niet geloven…

Coos op Reis: EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR

De zon schijnt en … het is warm! Jôh, daar heb ik helemaal niet op gerekend. Ik verwachtte de eerder voorspelde regen. Fijn!
(We vervolgen onze serie “Coos op Reis” met een verslag van Coos van der Spek uit de Pyreneeën. Verhaal nummer 42… )

Ik bepak mijn paard en rijd met haar naar het dorp. Er is markt, dus mogen we het dorp niet in. Op mijn lijstje staat ontbijt, lunch, fruit, water, geld en … piment d’espelette, uit het Frans-Baskenland…

Piment d’Espelette is de Franse benaming voor peper uit Espelette, een plaatsje in het Zuid-Westen van Frankrijk, vlakbij de Atlantische oceaan. De peper is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, maar omdat het daar niet goed kon gedijen, zou het door Columbus zijn meegenomen naar Frankrijk.

Op advies van de eigenaresse van het restaurant, mikte ik daar gisteravond een klein schepje van in de soep. Het is een soort scharfes Öl, maar dan in poedervorm. Gemaakt van speciale rode pepers. Lekker, jôh. En ik moet en zal het hebben. Nu. Vandaag. Gelukt!  Gewoon in de supermarkt. Whoeii!

Ik pak de route verder op en heb het reuze naar mijn zin. Het zonnetje schijnt, de weg is droog, het asfalt is super en het landschap is prachtig. Mijn bestemming voor vandaag is Saint Girons. Dat ligt op 500 meter hoogte, tussen Toulouse en Andorra.

Ik rijd een uurtje de route af en drink koffie in de zon in een gezellig dorpje.

Het is heerlijk motorweer.

Maar ook heerlijk hondenweer!

Rechts zie ik dikke wolken aan de toppen van de Pyreneeën plakken. Mmmm, daar is het vast geen lekker weer. Goede keus, jochie! Goed gedaan.

Het zonlicht is keihard en de schaduwen diepzwart. Ik moet de Franse weg-ingenieurs weer gaan begrijpen. Die gingen naar een andere school dan de Spanjaarden en de Portugezen. Het ritme van de weg is anders. Ik raak tot twee keer, bij het wegrijden van een rotonde, een raar hoog stoepje van een meter lang. Gewoon, op een gekke en gevaarlijke plaats. Idioterie. Ik geef bij de tweede keer het stuur echt een zwieper om het stoepje te ontwijken. Het scheelt een haartje. Zo’n zwieper gaat in alle gevallen goed. Maar als je zwaar beladen bent, dan komen je zijkoffers je bijna voorbij…

Ik rijd het Nationaal park van de Pyreneeën in en kom gelijk tussen een kudde schapen terecht. En later een kudde koeien. Mooi, jôh. We kijken verbaasd en nieuwsgierig naar elkaar. Ik heb 27 jaar bij Melkunie gewerkt, dus ik ben altijd gelijk stapelverliefd op koeien. Heerlijk, die natte, glimmende neuzen en die lodderige ogen.

En dan nader ik Lourdes. Ooit voor de echte diepgelovigen, die toen slechts een glimp van ‘de’ verschijning hoopten te zien. Nu is het één grote commerciële kermis. Je kunt hier nog steeds een plastieken Jezus kopen, gevuld met het ‘geneeskrachtig water’ van Lourdes.

Geloof doet veel met een mens. Water om je zonden weg te wassen! Ik mijmer voor wie ik een plastieken Jezus mee naar huis zal nemen. Ik kom tot tientallen vrienden die zo’n ding eigenlijk nodig zouden hebben. Maar voor hén zit daar echt veel te weinig geneeskrachtig water in. Een litertje is niks. Hun zonden zijn te groot!

Ik besluit om een stuk Pyreneeën te pakken. Ik vind het toch wel leuk. Ik stijg wederom tot sneeuwhoogte. Er zijn hier in het verleden heel wat wielertours gefietst. De namen van alle grote klimmers staan met grote letters op het wegdek geschilderd. Tevergeefs zoek ik naar mijn eigen naam….

Vlak voor het einde van de route krijg ik een enorme onweersbui over mij heen. De wolken zijn inktzwart en onweer en bliksem razen over mijn hoofd. Ik rijd hoog in de bergen en ik kan nergens schuilen. Ik kan alleen maar doorrijden. De wegen veranderen in bergbeekjes, het water gutst naar beneden. Een half uur later is het droog en schijnt de zon weer. Ik …. uh …. vond het best wel spannend….

Ik vind een eenvoudige caravan op een eenvoudige camping voor een schandalige prijs: € 85,-. Als ik twee nachten blijf, dan zakt de prijs naar € 60,-. Maar jôh, ik doe het. Ik vind het niet erg om veel te betalen voor veel comfort. En ook niet om weinig te betalen voor weinig comfort. Maar de verhouding moet goed zijn. Deze keer dan ff niet.

Nou ja, avontuur betekent ook gebrek aan comfort, pap, zei mijn dochter, voordat ik vertrok. Ze heeft gelijk.

ZIJ HEEFT EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR….

Jazeker. Dat klopt!

De weg naar de hel, op de motor

Terwijl wij hier ons afvragen wanneer we in Europa weer mogen reizen op de motorfiets, neemt Itchy Boots in Zuid-Afrika de “Road to Hell”. We zien prachtige beelden als ze door de Swartberg Pass rijdt. Ze filmt meerkatten in de vroege ochtend. Het is weer een aflevering waar we ademloos van kunnen genieten. Voor de liefhebbers: haar kanaal vind je ook in de rechterkolom onder onze ‘favoriete YouTube kanalen’.

The Royal Racer

Via een trouwe lezer kregen we een leuke tip over een mooi concept uit Frankrijk. En op deze Koningsdag vonden we dit wel een pakkende titel. Voor motorrijders die van exclusieve caféracers houden en graag lezen over alles daar om heen, is dit een interessante website: The Royal Racer.

Het leuke van deze website is dat hij zowel Frans- als Engelstalig is. En via Google laat de site zich gemakkelijk vertalen naar het Nederlands.

Coos op Reis: N221 DOURO PORTUGAL

Wolken én zon. Een mooie combinatie. Het is 6 graden. En, geheel boven verwachting, droog. Het is super motorweer!

(We reizen verder in onze serie “Coos op Reis”, met verslag nummer 34.)

Mijn helm en iPhone zijn inmiddels opgeladen. Op mijn zeer ruime kamer van dit echt geweldige viersterren hotel zit helaas maar één leeg stopcontact. Maar dat is voor een ervaren reiziger geen probleem. Want natuurlijk heb ik een stekkerdoos bij mij… Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je een Sissie.

Het hotel is uitstekend. Het is een heerlijke luxe en rustig plek. Hier geen televisie in het restaurant en schreeuwt er niemand aan tafel. Pfff… Ik geniet dan ook volop van het ontbijtbuffet met de geklutste eitjes en de gebakken spek en alle andere lekkere dingen. En de jus d’orange uit een pak. Grrr! Ik ga er voortaan niets meer over zeggen.

Water en benzine zijn straks nummer één, bedenk ik mij. Ik realiseer mij dat ik straks een dunbevolkt gebied in zal rijden. Better safe than sorry.

En ik neem mij voor om zo meteen extra warme kleding aan te trekken.

Die kou van gisteren was helemaal niks.

De dampen hangen nog in mijn laarzen.

 

De dienstdoende mevrouw helpt mij om mijn bepakking van mijn kamer naar de garage te zeulen. Hijgend en puffend staat ze naast mij. Zou ze nou plots zo opgewonden zijn van míj of gewoon een slechte conditie hebben, vraag ik mij af?

Mijn BMW gromt als ik haar uit haar warme overdekte stal haal. Zij heeft zo lekker, warm en veilig geslapen, fluistert ze. Niemand kan het horen, zoals je inmiddels weet. Alleen ik.

De zijtassen bind ik vandaag nog wat verder naar voren op de zijkoffers in een poging om het pakgewicht nog wat meer in het midden van de motorfiets te krijgen. Elke centimeter helpt. Gewoon, even proberen. Ik denk wel dat het werkt.

Ik loop een rondje om mijn motor, check de olie, de banden op beschadigingen en controleer de bandenspanning op het dashboard. Dat is eigenlijk wel mijn standaard procedure ’s morgens. Veiligheid voor alles. Alles ziet er goed uit. En verder geloof ik het wel. Mijn motor controleert alles zelf en vertelt mij met oranje en rode lampjes als er iets aan de hand is. Vrienden doen dat!

140 euro armer verlaten we het hotel. Zij vindt het bedrag niet erg en ach, Janny heeft toch geen Feestboek, vergoeilijken we elkaar onze keus. Jôh, we hebben lekker geslapen, gisteravond lekker gegeten, lekkere Douro-huiswijn gedronken en vanmorgen van een heerlijk ontbijt genoten. Brullend van de lach gaan we op weg.

Ik douw de BMW eerst maar eens vol met de extra dure Top95 benzine. Zij kirt helemaal. Het schijnt geen reet uit te maken, maar ach, laat haar nou ook gewoon even in die waan. Zij belooft mij voor vandaag extra pk’s.

We rijden snel het natuurgebied ‘Parque Natural do Douro Internaciocal’ in. Een groot deel van het gebied ligt aan de Douro, een prachtig gebied waar de werkelijk bijzondere wijn vandaan komt. Het gebied lijkt op het gebied van de Moezel. Maar dan met cactussen en andere exotische planten.

We komen op de N221. Ik herken onmiddellijk het zogenaamde zwart fonkelende sterretjesasfalt. De weg slingert, ligt er zo strak als een biljartlaken bij en ziet er zo betrouwbaar uit als die gereformeerde ouderling die samen met zijn vrouw elke zondag op het eerste bankje voor in de kerk zit. Deze weg is ontworpen en gemaakt om sportief te rijden. Deze weg is voor motorrijders. Deze weg is voor mij! De vangrail is aan de onderzijde gesloten. Dit is gewoon een motorcircuit, maar dan zonder racelicenties, toegangskaarten en toeschouwers.

Het motormanagement staat nog op ‘rain’. Ik zet het snel terug op ‘dynamic’ en stel de vering op ‘hard’. Dat betekent weinig comfort maar snaarstrak sturen.

En dan gaan we! Volle bak. Alles open. Héérlijk samen dansen op de N221. Niet die uitdagende Tango, niet die slepende Bolero, nee, snoeiharde Rock & Roll. Snel, hard en ruig. Zij met haar Top95 benzine, ik met al mijn overbodige teringzooi die ik elke dag op haar rug zet. We hebben het elkaar al lang vergeven.

De N221 gaat verder. We komen uit het zuiden en gaan naar het noorden. De zon in de rug. Maximale controle op de kwaliteit van het asfalt. Het is niet nodig. Het is superieure circuitkwaliteit.

De route is fantastisch. En lang! Zoooo lang! En slingert maar door en door. Deze weg is abnormaal geweldig. Deze weg is een beest! Ik kan niet meer superlatieven verzinnen. Ik ben met de keuze van deze weg boven mijzelf uitgestegen. Haha. Gewoon stom geluk, hoor…

We zakken een stukje naar beneden en komen langs de rivier Douro te rijden. En de weg wordt gekker en gekker. Wat een prachtig circuit. Draaien van 180 graden, maar dan open, zodat je er met flink gas doorheen kunt. Geen krappe hairpins. Ik duw voor de linkerbochten met mijn linkerhand het stuur weg en roep GAS GAS GAS in mijn helm. De motor is topzwaar, maar komt gewoon mee. Puur door de snelheid. Het is helemaal super. Ik overweeg om alle bepakking en de drie zilveren koffers in de bossies te verstoppen en noges, maar dan vederlicht, het circuit bulderend en nog sneller over te doen. Beter van niet, hé. Dombo! Je bent geen 20 meer, je bent inmiddels gewoon een ouwe vent…

Koekel maar: N221 Douro Portugal. Of zoek hem in Basecamp op. Zet hem op je bucketlist. Doe de N221 voordat je ‘hier’ vertrekt. En als je dan daar toch in de buurt bent, pik dan de N216 en N217 ook maar mee. Kwalitatief niet altijd super, maar zeker de moeite waard.

Miranda is hier ook trouwens. Ze ligt een stukje verderop. Ik heb haar nog niet gevonden, maar ben onderweg!

Bij de dam sterft de wilde Douro en wordt gereguleerd tot een piswatertje. Ook de Portugezen willen alles onder controle hebben.

Als ik weer in de bewoonde wereld kom, is het al na 14:00 uur. En zijn de supermarkts dicht. Ik stap bij een café naar binnen voor iets eetbaars. De baas heeft er geen zin meer in, maar samen met een Frans sprekende Portugees lukt het om een fantasielunch te ritselen. Heerlijk! Buiten vergapen de locals zich aan mijn motor. Mijn BMW glimt van trots…

Ik vervolg mijn weg en krijg een lesje dat je nooit op je navigatiesysteem moet vertrouwen. Het waterpeil van de Rio Sabor is zo erg verhoogd, dat de oude weg onder water is komen te staan. Ik moet wel 30 km omrijden.

Ik zie en ruik nog steeds de gevolgen van oude bosbranden en kom hier en daar nog wat zooi tegen op de N216 en N217. Het is nog steeds een frisse dag. In de verte zie ik besneeuwde bergtoppen en langs de weg zie ik de laatste sneeuw liggen.

Ik dender Spanje weer in en na een kwartier signaleert mijn navigatiesysteem via de satellieten een andere tijdzone. Het maakt mij een tijdreiziger. Het is plotseling 19:30 uur! Tijd voor een slaapplek. Ik stop eerst bij een camping. Maar de man vraagt 85 euro voor een nacht. Hij wil niets van de prijs af doen. Dus ik vertrek daar rap. Ik vind een hotel in La Bañeza voor een mooi prijssie: 40 euro. De motor mag in hun garage, vijf minuten wandelen weg. De zoon brengt mij met de auto. Op zijn advies eet ik het speciale Paasgerecht van de streek: kabeljauw in spicy tomatensaus. Lekker!

Super dag. Ik heb waanzinnig heerlijk gereden!

Note: voor degenen die de draad ondertussen een beetje zijn kwijtgeraakt maakte ik even een overzichtje op de kaart. De vette rode streep geeft aan welke afstanden ik inmiddels heb afgelegd en de pijl geeft aan waar ik nu ongeveer ben.

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day!