Tag archieven: Zuid-Europa

Coos op Reis: LE CHEMIN DU DIABLE

LE CHEMIN DU DIABLE

(We publiceren dit verhaal wat later dan Coos toen reisde. In onze serie “Coos op Reis” plaatsen we wekelijks 2 verhalen van hem zodat we nog zeker tot midden de zomer van zijn dagelijkse vertellingen kunnen genieten. Wij lopen wat uit om jou als lezer te plezieren….)

Het is 14 april en ik ben vandaag 66 jaar geworden.

Ik ben op camping Parc Mogador in Sanary-sur-Mer en ik voel mij erg jarig met zóveel berichtjes via de email, WhatsApp, FaceBook, Messenger, LinkedIn etc. Ik hoor ze vanaf half acht allemaal binnenkomen terwijl ik in mijn warme peentje het dagelijkse gevecht met de wekker aan het verliezen ben.

Normaal zet ik ‘s avonds de telefoon op stil, maar dat was ik gisteravond vergeten. Ach, nietwaar joh, sentimentele ouwe kerel. Je liegt. Je hebt de hele nacht liggen draaien in je eigen angstzweet. Je was bang dat ze niet aan je zouden denken….

Dankjulliewel voor alle felicitaties en mooie wensen. Het doet mijn stokoude zwak kloppende rimpelige zwarte hart goed.

Het is bewolkt, af en toe wat zon en het is droog. Het is best aardig weer. Vanmiddag tikken we ruim de 21 graden aan en komt de zon, roepen de weermannen. Joepie!Na wat kledingwasjes scoor ik op de camping een licht ontbijt. Ik kreeg van diverse kanten instructies om vandaag een taartje te gaan eten.

Maar ik heb vandaag ook een missie! Als je je motorfiets op de zijstandaard op een drassige ondergrond parkeert, dan heb je een extra plaatje nodig om ervoor te zorgen dat je motorfiets niet omvalt.

Mijn plaatje is van plastic, is 16 jaar oud en twee dagen geleden doormidden gebroken. Ik heb dus een nieuw plaatje voor mijn jiffy nodig.

Ik loop de camping uit, sla twee keer rechtsaf en loop zo tegen Azur Motos aan. Hoeveel mazzel kan een mens nou hebben? Alsof Berry Goedhart Motoren aan het einde van je straat woont. Zegt jou niks? Geeft niks, gewoon verder lezen.

Wat denken jullie? Is motorwinkel Azur Motos open? Nou? AarzelAarzel, TwijfelTwijfel,  Nagelbijten …. uh… Hoofdletters aan: JAAA! Hoofdletters uit. Hij is open. Teringjantje! Ik word er helemaal vrolijk van.  Maar aan de andere kant… Het kan ook niet anders. Het is nog geen half twaalf. Geen enkele Franse rotsmoes om dicht te zijn.

Ik wacht buiten effe op mijn beurt. Ik pas namelijk in de hoogte niet in de winkel. Nu weet ik wel dat ik met mijn 1,95 m niet de kleinste ben, maar hallo, ik ben geen 2,75 m of zo. Dit is een winkel voor kinderen!

Enfin, wat denken jullie: heeft deze winkel een plaatje voor mijn zij-standaard? Er staan daar minstens 30 motoren en scooters buiten. Het is echt geen klein winkeltje. Het is niet rijwielhandel Kleingeld op de Hordijk in Rotterdam waar ik in 1969 mijn Kreidler kocht en het is ook geen 1969.

Nou? Hebben zij zo’n plastic plaatje van € 0,75 voor mij in voorraad? Doe es? Hoofdletters aan. NEEEE! Hoofdletters uit. Natuurlijk niet, optimist! De oetlul pakt een boek om het te bestellen. En dan heeft hij het over een week al binnen. Man, weet ik veel wáár ik dan ben?

Verzin eens een list? vraag ik hem. Je hebt vast wel ergens een plaatje ijzer liggen, toch? De man kijkt alsof hij plots moet poepen. Hij wéét het niet. Jôh, dat had ik nou niet verwacht. Man, man. Als ik vroeger op mijn werk geen oplossing had voor een probleem, dan werd ik ontslagen. Echt waar.

En bedankt voor niks, hè, roep ik, als ik weer vertrek. Ik steel vanavond wel een schoteltje uit de caravan. Ze tellen ze hier toch niet. Haha. Nee hoor, dat zou ik niet doen.

Ik wandel verder naar het dorp. Sanary-sur-Mer blijkt een droomplaatsje. Alles klopt hier. Als ik met een blanco A3 een mooi plaatsje zou mogen ontwerpen, dan zou ik het doen zoals dit plaatsje in elkaar zit.

Er zijn leuke smalle gezellige straatjes met bijzondere winkeltjes en sjieke restaurants. Allemaal autovrij. Hier geen stinkende dieseldampen van ouwe Peugeots. De straatjes komen bijna allemaal uit bij het beschutte haventje. In het haventje liggen fraaie stokoude vissersbootjes. Eén bootje is zelfs nog ouder dan mijn oude moedertje. Langs de haven loopt een brede promenade en aan die promenade zijn talloze restaurants en cafés met grote terrassen. Daar tussen staan hoge oude gebouwen met houten luiken en hoge palmbomen, met zo’n zacht ruisend windje er doorheen. Het is hier zwoel en de zon is lichtgesluierd. Het haventje is zo gebouwd dat de zon er de hele dag omheen draait. Hier leven de mensen met de zee en de zon. Het doet Italiaans aan. Ik word er helemaal blij van. En dat op mijn verjaardag. Wat een cadeau.

Ik scoor een appeltaartje en een expreszo. Dat hoort bij een jarige. In dezelfde winkel kan ik ook een mooie sigaar kopen voor mijn verjaardag. Zo eentje waar je een uur over doet. Kost wel wat… Maar ik besluit om er maar niet aan te beginnen. Slecht voor mijn gezondheid. Ik heb twee sinaasappels bij me en die ga ik strakjes lekker op een bankje oppeuzelen. Dat is beter.

Ik bewonder de kunst van het jeux de boules. Bij deze variant gooien ze ook lopend en op grote afstand. En loepzuiver die ouwe kereltjes! Nou ja, zo oud zijn ze niet natuurlijk. Ongeveer van mijn leeftijd…

Tripadvisor brengt mij ‘s avonds bij restaurant du Theatre. Ik kies voor de dorade van de houtskool, niet in de keuken maar in het restaurant klaargemaakt. Hij is super. Mijn moedertje zei het vroeger al: er is niemand die zo goed voor Cosy zorgt als Cosy zelf.

LE CHEMIN DU DIABLE (de duivelsweg)

Bij de receptionist van de campin vraag ik wat de beste weg is om naar het centrum van Sanary-sur-Mer te wandelen. Op de kaart geeft hij de route aan en maakt mij attent op de weg naar beneden: Le Chemin du Diable – de duivelsweg.

Het lijkt mij een normale weg naar beneden. Waarom noemt men de weg zo? vraag ik.

Dát begrijp je wel als je vanavond terug hijgend omhoog wandelt, zegt hij….

DE DAG IS VOORBIJ

Mooie dag. Ik was alleen, maar dat is mijn eigen keus. Fijn jarig geweest. Met Janny en Danielle en familie en vrienden gesproken, geappt etc. Prima.

En ik heb zelf mijn oude moedertje maar gebeld. En haar verteld dat ik vandaag jarig ben. Wat voor dag is het dan vandaag? vraagt ze. Mijn hart bloedt. Maar … ik heb haar nog…!

Coos op Reis: WATER BIJ DE WIJN

Klik op deze foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Het regent pijpenstelen. Grote druppels kletteren keihard op mijn plastieken dakkie. Honderd procent kans op regen, voorspelden ze gisteravond. Gatver, daar is geen reet aan. Het is grauw en grijs en slechts zes graden. Er is geen ontsnappen mogelijk. Of zal ik de wekker nog even….

Ik zit hier op een camping op 500 meter hoogte en kijk tijdens het ontbijt al tegen de onderkant van de wolken aan. Mwah, hoger hoef ik vandaag niet. Maar ja, het kan niet altijd kaviaar zijn. En de regen is goed tegen de pollen! Vandaag ben ik aan de beurt met het pokkenweer. Jammer. Regenpakkie aan en gaan met die banaan.

Ik praat tijdens het ontbijt met een jonge Argentijn. Leuke, vrolijke vent. Hij komt een half jaar door Europa fietsen. Een half jaar! Baas boven baas, hè? Hij wacht de regen af. Nou…. díe duurt nog een poossie…

Ik start mijn motor, verlaat de Pyreneeën en ga op weg naar de Middellandse Zee. Vanwege de regen kies ik er voor om wat meer gebruik te maken van de doorgaande wegen.

En ik heb een missie! Vandaag wil ik scoren: het mij geappte middeltje tegen de pollen van mijn privé dokter Hans den Ouden, een volle tank benzine, antischeurbuikfruit en Frans water in een fles uit de supermarkt. Onder Breda drink ik geen water meer uit de kraan. Spuitpoep en motorrijden door velden en over wegen gaan slecht samen.

Na 20 km is het droog en na noges 10 km is zelfs de weg droog. Nou, daar rekende ik echt helemaal niet op.  Wat een onverwacht genot.

Ik moet weer wennen om de rotondes hier in Frankrijk ‘netjes’ te nemen. Heel goed mijn richting aangeven en heel goed voorsorteren. Ik heb dat in Spanje volledig afgeleerd. In Spanje ‘overleef’ je op een rotonde. Een rotonde is daar een jungle. Het gevaar komt van alle kanten. Elke Spanjool doet waar hij zin in heeft. Bijna niemand geeft richting aan. Levensgevaarlijk als ze het wél doen. Naar rechtsaf richting aangeven en gewoon naar links gaan? Geen enkel probleem. En niemand die het raar vindt. Rechts rijden om later links af te gaan? No problemo. Zelf gaf ik in Spanje geen richting meer aan. Allebei mijn handen aan het stuur en ook achter en naast mij kijken. Voorsprong vergroten, ruimte maken en zo snel als kan weer van die rotonde af. Zo recht mogelijk oversteken, want ze zijn spekglad. Maar in Frankrijk doe ik het inmiddels wel weer netjes.

Het is zonet weer gaan regenen. Vollebak! Dikke plassen op de weg. Ik drink een hete kop koffie in Mirepoix. Mirepoix is een oud plaatsje in het departement Ariège, in de regio Midi-Pyrénées, in de buurt van Carcassonne. Mirepoix staat bekend als een prachtig vestingstadje met één van de mooiste middeleeuwse pleinen in het zuiden van Frankrijk. Dit plein wordt omringd door vakwerkhuisjes, waarvan de eerste verdiepingen zijn gebouwd op houten overkappingen. Ik zit onder zo’n afdak op dat prachtige plein met haar stokoude huizen.

Ik krijg een speculaasje bij de koffie. Altijd gedacht dat het typisch Nederlands was.

Een stukje verderop zit een apotheek en ik scoor daar het middel van Hans.

Als een junk neem ik al in de winkel gelijk een diepe snuif. Cocaine in my brain!

 

Ik vervolg mijn route. Er zit al een poos zo’n klein pestautootje achter mij. De ene keer zie ik haar honderd meter achter mij in mijn spiegels, de andere keer zit ze met één meter bijna op mijn rug.

Ze is net zo’n pestvlieg. De dame zit van alles te doen in haar auto en ik zie dat ze niet geconcentreerd aan het autorijden is. Ik mag hier 90 en ik rijd bijna 120 km. Dat is vooral niet tuttig en ik moet ook een beetje op de gendarmerie letten natuurlijk. Verderop zie ik dat een tegemoetkomende auto gaat afslaan en mijn baan gaat  oversteken. Ken jij ook die situaties die al van tevoren niet goed aanvoelen? Nou, dit is er zo eentje. Het stinkt naar de misdaad. Blijft de afslaande auto daar straks staan om op mij te wachten? Of zit daar ook iemand in die druk is met andere zaken? De tuthola zit heel kort achter mij en doet iets in haar dashboardkastje. Teringjantje, wat word ik hier chagrijnig van. Ik zit helemaal in de sandwich. Ik kan geen kant op. Ik zwiebel een beetje links en rechts op mijn baan om mijn zichtbaarheid te vergroten en kies vast een vluchtroute naar het open veld links. De auto blijft gewoon op mij wachten, hoor. Het loopt goed af. Ik bal mijn vuist naar de dame achter mij, geef gas en vlucht met 150+ bij haar vandaan. Stomme doos!

Bij Carcassonne zie ik rechtsachter een lichte lucht en wat zon. Ik eet bij een bakker even een quiche lorraine onder een luifeltje. Wie weet haalt de zon mij in? Je moet een beetje positief blijven denken, niet waar?

De zon komt niet, dus ik vervolg mijn weg. Maar het is wel weer gestopt met regenen.

Ik dender over een heuvelachtige weg. Op een bord staat het plaatsje Pouzols-Minervois aangegeven. Het duurt een paar seconden voordat het kwartje valt. Maar dan weet ik het. Ruim tien jaar terug stonden Janny en ik daar met de caravan op een camping L’Etoile d’Oc bij de Nederlanders Elisa en Franklin. Lekker rustig plekkie, weinig hectiek. Heerlijk gegeten in hun restaurant en goede gesprekken gehad met een paar glaasjes wijn. Zeer aardige mensen met een sociaal bewogen leven en een duidelijke eigen mening. En hij kon vreselijk lekkere steaks maken. Zij werkten hard op hun camping maar waren gefrustreerd omdat ze door de gemeente en dorpsgenoten werden tegengewerkt. Zij waren ‘de buitenlanders’. Erg jammer dat hun dromen de mist in zijn gegaan. Elisa en Franklin, waar jullie ook zijn: leef blij en gelukkig!

Ik besluit om even te gaan kijken wat er van de camping over is. Nou, ziehier een voorbeeld van een droom die uiteengespat is. Er staan zelfs nog oude verweerde caravans en het zwembad is compleet verdwenen onder het groen. Wat een narigheid. Ik moet er echt even een kwartiertje van bekomen.

En de wifi doet het daar trouwens ook niet meer. Das helemáál kut.

Nog een vijftig kilometer verder, en ik ben er. Nu zit ik op camping Nouvelle Floride in Marseillan, Languedoc-Roussillon, aan de Middellandse Zee! Yeah, ik ben het Ibirische schiereiland helemaal rond. Weet je wat? Ik maak er een feestje van. Weliswaar vanavond niet met kaviaar, maar wel met lekkere mosselen en veel groenten. Heerlijk!

Morgen nog wat andere foto’s van onze slaapplek. Mijn Beemer staat onder een tropisch afdakje. Vindt zij fijn, jôh! Dicht tegen de caravan aan, beschut tegen de regen en de wind.

Ik heb haar vanmiddag weer lekker in bad gedaan, alle modder van haar zachte huid verwijderd, helemaal afgesopt en alle geheime gaatjes en kiertjes heerlijk met warm schuim afgespoten.

En nu hoor ik de zee in mijn plastieken hutje keihard bulderen, zo dicht zit ik bij mijn favoriete strand! Ik zou trouwens ook zo maar een kind van mijn schoonmoeder kunnen zijn, hoor. Zij was ook helemaal stapel van zee. Ach, ze is in 2018 overleden. Ze is ruim 50 jaar mijn schoonmoedertje geweest.

WATER BIJ DE WIJN

Er is zóveel regen gevallen! Niet normaal. De wijnstokken staan letterlijk in het water. Nou weet ik hoe ze het doen….

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Coos op Reis: EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR

De zon schijnt en … het is warm! Jôh, daar heb ik helemaal niet op gerekend. Ik verwachtte de eerder voorspelde regen. Fijn!
(We vervolgen onze serie “Coos op Reis” met een verslag van Coos van der Spek uit de Pyreneeën. Verhaal nummer 42… )

Ik bepak mijn paard en rijd met haar naar het dorp. Er is markt, dus mogen we het dorp niet in. Op mijn lijstje staat ontbijt, lunch, fruit, water, geld en … piment d’espelette, uit het Frans-Baskenland…

Piment d’Espelette is de Franse benaming voor peper uit Espelette, een plaatsje in het Zuid-Westen van Frankrijk, vlakbij de Atlantische oceaan. De peper is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, maar omdat het daar niet goed kon gedijen, zou het door Columbus zijn meegenomen naar Frankrijk.

Op advies van de eigenaresse van het restaurant, mikte ik daar gisteravond een klein schepje van in de soep. Het is een soort scharfes Öl, maar dan in poedervorm. Gemaakt van speciale rode pepers. Lekker, jôh. En ik moet en zal het hebben. Nu. Vandaag. Gelukt!  Gewoon in de supermarkt. Whoeii!

Ik pak de route verder op en heb het reuze naar mijn zin. Het zonnetje schijnt, de weg is droog, het asfalt is super en het landschap is prachtig. Mijn bestemming voor vandaag is Saint Girons. Dat ligt op 500 meter hoogte, tussen Toulouse en Andorra.

Ik rijd een uurtje de route af en drink koffie in de zon in een gezellig dorpje.

Het is heerlijk motorweer.

Maar ook heerlijk hondenweer!

Rechts zie ik dikke wolken aan de toppen van de Pyreneeën plakken. Mmmm, daar is het vast geen lekker weer. Goede keus, jochie! Goed gedaan.

Het zonlicht is keihard en de schaduwen diepzwart. Ik moet de Franse weg-ingenieurs weer gaan begrijpen. Die gingen naar een andere school dan de Spanjaarden en de Portugezen. Het ritme van de weg is anders. Ik raak tot twee keer, bij het wegrijden van een rotonde, een raar hoog stoepje van een meter lang. Gewoon, op een gekke en gevaarlijke plaats. Idioterie. Ik geef bij de tweede keer het stuur echt een zwieper om het stoepje te ontwijken. Het scheelt een haartje. Zo’n zwieper gaat in alle gevallen goed. Maar als je zwaar beladen bent, dan komen je zijkoffers je bijna voorbij…

Ik rijd het Nationaal park van de Pyreneeën in en kom gelijk tussen een kudde schapen terecht. En later een kudde koeien. Mooi, jôh. We kijken verbaasd en nieuwsgierig naar elkaar. Ik heb 27 jaar bij Melkunie gewerkt, dus ik ben altijd gelijk stapelverliefd op koeien. Heerlijk, die natte, glimmende neuzen en die lodderige ogen.

En dan nader ik Lourdes. Ooit voor de echte diepgelovigen, die toen slechts een glimp van ‘de’ verschijning hoopten te zien. Nu is het één grote commerciële kermis. Je kunt hier nog steeds een plastieken Jezus kopen, gevuld met het ‘geneeskrachtig water’ van Lourdes.

Geloof doet veel met een mens. Water om je zonden weg te wassen! Ik mijmer voor wie ik een plastieken Jezus mee naar huis zal nemen. Ik kom tot tientallen vrienden die zo’n ding eigenlijk nodig zouden hebben. Maar voor hén zit daar echt veel te weinig geneeskrachtig water in. Een litertje is niks. Hun zonden zijn te groot!

Ik besluit om een stuk Pyreneeën te pakken. Ik vind het toch wel leuk. Ik stijg wederom tot sneeuwhoogte. Er zijn hier in het verleden heel wat wielertours gefietst. De namen van alle grote klimmers staan met grote letters op het wegdek geschilderd. Tevergeefs zoek ik naar mijn eigen naam….

Vlak voor het einde van de route krijg ik een enorme onweersbui over mij heen. De wolken zijn inktzwart en onweer en bliksem razen over mijn hoofd. Ik rijd hoog in de bergen en ik kan nergens schuilen. Ik kan alleen maar doorrijden. De wegen veranderen in bergbeekjes, het water gutst naar beneden. Een half uur later is het droog en schijnt de zon weer. Ik …. uh …. vond het best wel spannend….

Ik vind een eenvoudige caravan op een eenvoudige camping voor een schandalige prijs: € 85,-. Als ik twee nachten blijf, dan zakt de prijs naar € 60,-. Maar jôh, ik doe het. Ik vind het niet erg om veel te betalen voor veel comfort. En ook niet om weinig te betalen voor weinig comfort. Maar de verhouding moet goed zijn. Deze keer dan ff niet.

Nou ja, avontuur betekent ook gebrek aan comfort, pap, zei mijn dochter, voordat ik vertrok. Ze heeft gelijk.

ZIJ HEEFT EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR….

Jazeker. Dat klopt!

Coos op Reis: ZE HEET WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR

(Aflevering 41 in onze serie “Coos op Reis”)

Het is bewolkt maar droog. Nu nog wel. Het is 12°. Mijn nieuwe banden zijn gelukkig ingereden. In Nederland geeft Sabra Motorbandenservice na montage van nieuwe sloffen altijd het advies mee om de eerste honderd kilometer ff rustig aan te doen. In Italië kregen mijn vriend GerritJan en ik ooit het advies om de eerste vijf kilometer rustig aan te doen… We moesten namelijk gelijk de bergen in. Toen we weer bij het hotel arriveerden waren ze inderdaad ingereden. In Spanje vertelden ze mij niks. Zoek het lekker zelf uit. Zoiets.

Ik rijd nog één keer met de motor naar het gezellige haventje. Voor mijn laatste ontbijt. Terwijl ik geniet van de lekkere broodjes, geniet een groep mensen zichtbaar van mijn motor. Ze maken er zelfs foto’s van. Ze vinden het prachtig als ik ook van hun tafereel een foto maak.

Monter vang ik de reis aan. De eerder ‘geplande’ route gaat aan de Spaanse kant door de Pyreneeën en dan bij Andorra de grens over. Het weer is daar echter veel te slecht. Daarom heb ik vannacht besloten om de route te verleggen. Het doel voor vandaag is nu Pau in Frankrijk. Het nieuwe plan is om dan de kust af te gaan richting San Sebastián en bij Irun de grens over te steken om daarna aan de Franse kant verder langs de Pyreneeën naar de Middellandse Zee te reizen. Ik vind het goed plan. Ik wil ook tijdens mijn reis altijd een rode draad hebben. Prima om er dan onderweg van af te wijken. Ik ben maar een heel klein beetje autistisch, hoor.

Het eerste stuk van de dag begint droog. Vervolgens klim ik de bergen in en gaat het zachtjes regenen. Ik ben eigenwijs en besluit om mijn regenpak nog ff niet aan te trekken. De route brengt ons immers zo weer naar de kust. Ik krijg spijt. De weg slingert verder omhoog en de regen komt met bakken naar beneden. Het hoost! Mijn Stadler motorpak wordt nat en koud…. Stom! Maar de wegen zijn smal en erg avontuurlijk. Ik zit er toch van te genieten.

Ik stop in een dorp voor een dubbele expreszo. Als ik weer vertrek, dan is het droog. Dat is mooi, want dan zal mijn motorpak snel droogwaaien. Als het een poos later weer gaat dreigen, ben ik verstandiger en trek bijtijds mijn regenpak aan.

De kustroute is prachtig. De ene keer rijd ik een meter boven zee, de andere keer driehonderd meter. De uitzichten zijn fenomenaal.

Ik steek de monding van de rivier de Deva over en rijd Deba binnen. Het  is een wat grotere stad met fraaie gevels van oude gebouwen. Ik gluur daar ook even naar een bijzonder grillig en rotsachtig stuk van de kustlijn. Voor onderweg koop ik er drie broodjes met tapas en een flesje cola met een kroonkurk. Een kroonkurk is geen probleem, want een echte motorrijder heeft natuurlijk een goede flesopener bij zich…

Ik kies weer voor een stuk kustweg. Ik kan het niet laten. Het is een onbedwingbare behoefte om de zee te zien en het zoute water te ruiken. Wat een genot om hier te zijn. Het is prachtig. Kort daarna trek ik weer wat het binnenland in om vervolgens San Sebastián in te rijden. Dat lijkt een beetje op Knokke. Allemaal hoge, statige gebouwen aan de zee. Mooi gezicht.

Ik vervolg mijn weg weer richting Irun en vind een mooi plekje in een bergdorpje voor een mok koffie. Op dat moment heb ik al zes (!) roofvogels gezien. Ik zie ze boven én onder mij. Fantastisch. Maar ik zie onderweg ook loslopende koeien, wolkenflarden die heuvels bedekken, bergen van goudgeel gras, water dat een weg zoekt, borden met 1100 meter hoogte en peilloze dieptes zonder vangrail.

Bij Irun steek ik de grens over en start mijn zwerftocht door het Franse deel van de route. Pas vrij laat zoek en vind ik een mooie overnachtingsplek in Tardets-Sorholus, Frankrijk.

Ik zit nu in een tuinhuisje van Hans & Grietje op een camping. Zo’n soort tuinhuisje als in die ouwe serie van Van Kooten & De Bie uit de jaren tachtig. Weet je nog? Over Ir. Walter de Rochebrune? Hij was een non-actieve mijnbouw-ingenieur die in onmin met zijn moeder in haar tuinhuisje in de tuin leefde en haar nooit meer sprak. Hij noemde zijn tuinhuis al 14 jaar zijn denk-laboratorium. Sinds de sluiting van de mijnen werd hij op zijn 41e jaar kluizenaar. Zijn vader had in 1935 een houten kubus uitgevonden, maar kwam in 1942 in Stalingrad om het leven. Zijn moeder had de kubus in 1945 bij het vuilnis gezet en dat vergaf Walter haar nooit. Walter probeerde een aantal paradoxale kwesties op te lossen en stuurde deze oplossingen naar de wereldleiders, maar kreeg nooit bericht terug… Zoek maar met Google. Erg leuk.

Dit tuinhuisje kost € 45 per nacht. Zonder factuur. En ik krijg ook nog een halve fles Monbazillac uit 1996 kado. Maar das een dessertwijn. En ik heb geen ijs hier, dus die laat ik maar staan.

Kortom: de regen viel vandaag achteraf wel mee. Een paar uurtjes en toen klaar. En ik ben Spanje uit. Regen en Spaanse wegen is een drama. Ze zijn vaak spekglad. In Frankrijk voel ik dat de banden veel meer grip op de wegen hebben.

Nou ja, ‘t is hier maar voor één nachtje. Er is hier weinig te doen. Wel grappig. Morgen reis ik verder. De madame roept vanaf de overkant: “La cuisine du restaurant ferme à 20h30. Vous n’êtes pas ici en Espagne, monsieur!” Precies over de brug kan ik nog net bijtijds een restaurant vinden.

ZE HÉÉT WHISKY EN ZE LIGT HÉÉL SEXY OP DE BAR….

….en natuurlijk staat ze op de foto…..