Tag archieven: motorverhaal

Dertien blije snuitjes

(Een motorverhaal, geschreven door Coos van der Spek.)

“Als blije koeien in het voorjaar! Zo voelen wij ons bij het verzamelpunt van onze motorclub. Opgedirkt met onze gepoetste laarzen, gewassen motorpakken en onze lederen kleding in het verse vet. Lekker knuffelen met elkaar.

Gezamenlijk gluren naar de nieuwste gadgets en wetenswaardigheden uitwisselen over nieuwe banden en helmen en zo. Plannen bespreken en grappen maken. Saamhorigheid en vriendschap. Heerlijk.

We dansen de Lekdijk af. We doen het rustig aan, want niet alle leden rijden ‘s winters door. Zij moeten weer even wennen en het motorgevoel opbouwen. We hangen op de bochtige dijk met een denkbeeldig elastiekje aan elkaar en ons treintje krimpt en rekt. Soms wel twee kilometer lang. Het is mijn spiegels een machtig gezicht.

Bij Tiel wisselen wij van rivier en zwieren wij de Waalbandijk op richting het terras met de broodjes gezond en de uitsmijters.

Het is 17 graden en het zonnetje laat zich meer dan regelmatig zien. Prima weer voor een Italiaans ijsje bij Millingen.

In Duitsland vullen wij onze brandstoftanks, veranderen van koers, zien in de verte heel even de Maas en ontdekken in Batenburg de restanten van een indrukwekkende ruïne van een van de oudste kastelen van Gelderland.

We kiezen voor de brug bij Ewijk en draaien een stukje verder de A15 op. De meesten zijn voor half zeven weer thuis. We hebben zomaar een kleine 5000 km met z’n allen gereden.

Mike en zijn ‘midlife’ motorverhaal

Mike Best, foto van zijn Youtube kanaal

Een late opstapper, zo zou je hem best wel kunnen noemen. Op 58-jarige leeftijd kocht Mike Best zijn eerste motorfiets (een Yamaha XSR 125 Legend) en maakte een roadtrip van twee weken door Noord-Engeland. Onderweg heeft hij een paar mooie foto’s gemaakt.

Was dit een goed idee?

Was het kopen van een motorfiets en gaan reizen het antwoord op een midlifecrisis?

Ga met hem mee op reis en ontdek het terwijl hij West Yorkshire, Northumberland, de Schotse grens, het Lake District en het Peak District verkent Hij neemt het prachtige Engelse platteland in zich op terwijl hij nadenkt over zijn persoonlijke reis, zijn liefde voor reisfotografie en zijn nieuw gevonden passie voor motortoeren.

Bescheiden prulwerk

Een column van onze motorvriend en schrijver Roland Oomens. Hier een vorig verhaal van hem en afgelopen zaterdag kregen we dit motorverhaal van hem binnen. Alle andere verhalen vind je door onderaan dit artikel op de GROENE TAG Roland Oomens te klikken.


‘Amper waard om te delen met die lezers’,
zo meldt De Lange Man, maar hij begint toch te vertellen.

 

Als na lamlendige weken van verkoudheid de fut weer terug komt in zijn lijf en bol, en de buitentemperatuur langzaam beter wordt, komt De Lange Man in actie. Hij is zijn lamlendig gedrag beu, genoeg bank gehangen, genoeg tv gekeken, genoeg bier gedronken zonder echt dorst gehad te hebben.

Met een naderend motorseizoen wordt het tijd zijn K-75 wat aandacht te geven. De olie die 8600km geleden ververst werd heeft inmiddels een stevig deel van Europa gezien. Ze werd opgejaagd door het duistere lawaaierige motorblok maar mocht telkens bij het passeren van het kijkglaasje even buiten kijken.

Ze werd er blij van, haar hele 3,5 liter heeft mooie dingen gezien. Maar nu is het afscheid daar. De volledige 3,5 liter verlaat het BMW-lichaam. Er is in al die kilometers niets opgestookt, een onbegrijpelijk gegeven.

Verse 20W50 half synth gutst het blok in tot het kijkglaasje pakweg 80% volgelopen is.

De spiebanen bij het cardanhuis worden blootgelegd, ze blijken nog redelijk vettig te zijn na 8600km, tuurlijk wat vet weggeslingerd. Met een tandenborstel krijgen alle ribbels weer een mooi vet wit jasje en het spul kan weer op zijn plek.

De voorspatbordverlenger die een dag voor de grote 2024 tocht binnen kwam werd toen niet meer gemonteerd en kon toen dus zijn werk niet doen, hij zal zich nu moeten gaan bewijzen.

Het zwarte Bridgestone rubber kan nog een kleine 1000km mee maar zal binnen 6 weken vervangen worden want De Lange Man heeft een vierdaagse solotocht met Pasen in gedachten.

Het onderhoudslogboek van de K75 in het Haynes-boek is vol, een A4-tje wordt toegevoegd.

De Lange glimlacht, ‘laat het voorjaar maar snel komen’. Hij trekt een biertje open, hij heeft van dat middagje prullen dorst gekregen.

BMW K-75, 1994, km-stand 110.067

Breda, zaterdag 1-3-2025

Meer verhalen van Roland lezen?  Je vindt ze door onderaan dit artikel op de GROENE TAG Roland Oomens te klikken, en scrollen dan maar.

Mijn grote liefde

(een motorverhaal van Coos van der Spek)

In 1970 kocht ik mijn Honda CB250 nieuw in 1970 bij Motorhuis Safe in Rotterdam. Hij kostte 3300 gulden. Mijn vader pingelde er een paar honderd gulden af. Ik was zielsgelukkig en zo trots als een aap met zeven lullen.

Kort na de geboorte van mijn dochter (1978) verkocht ik de Honda terug aan dezelfde dealer voor 1000 gulden contant. Er stond toen ruim 80.000 km op de teller. Tranen over mijn wangen toen ik in mijn eentje terug naar de metro liep. Het voelde als verraad en het geld als Judaspenningen.

Jaren en jaren dacht ik met weemoed aan mijn trouwe Honda en aan onze avonturen tijdens kampeervakanties in Zwitserland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië.

Rond 2010 vond ik op Finnik mijn trouwe Hondaatje terug. Virtueel zwaaide ik haar gedag. Maar waar o waar zou zij toch zijn? In het kouwe Friesland? In het heuvelachtige Limburg? Of in een donkere garage in Drente?

Ruim twee jaar terug kreeg ik plotseling een gouden tip. Van een goede fee. Mijn emoties maakten eenzelfde soort rit als op de achtbaan Joris en de Draak in de Efteling. Een paar dagen later drukte ik, bij een wildvreemd huis in Dordrecht, zenuwachtig op de deurbel van de stiefvader van mijn Honda.

En ja hoor, hélemaal achteraan, stijf tegen een deur en klem tegen een muur en onder stapels spullen en dekens, trof ik haar aan, onder een dikke oude laag stof: mijn Honda CB250 uit 1970.

Ik trok schaamteloos haar rokken omhoog, zag haar benzinekraan, haar enorme cilinders, haar kickstarter en checkte haar kentekenplaat. Wow. Ik raakte haar aan en aaide haar. Een schok. Ik voelde haar. Zij was het. Zeker weten. Wat een emotie… Prachtig.

Ik hield contact met de eigenaar, maar toch verwaterde het contact. Via Curtain kwam de Honda in bezit bij Theo. En Theo maakte met zijn broer en een paar vrienden een groots plan en reviseerde de motor.

Vorige week kreeg ik een appje en een foto van Theo: je grote liefde is bijna klaar. Zij is bijna weer als nieuw.

Hij is WAAAANZINNIG MOOI geworden. Wat zijn die mannen artiesten. NIET NORMAAL!

Joke en ik gaan binnenkort naar Theo in Overijssel. Om te kijken. Naar mijn grote liefde…

Links de huidige BMW van Coos en rechts zijn oude liefde, de Honda CB 250.

Motorkleding testen

(Een motorverhaal van Coos van der spek)

Op mijn eettafel ligt een lange ToDo-lijst. Van ouwe meuk naar de stort brengen, het gras maaien, een formulier i.z. mijn zonnepanelen invullen tot een pasfoto laten maken voor een nieuw paspoort.

Máár….het is mooi weer. Het zonnetje schijnt en ik hoor mijn motor in de garage erbarmelijk kermen: ‘Ik wil d’r uit, ik wil een stukkie rijden!’

Dat snap ik wel. Ze is eenzaam. Mijn lief en ik hebben onlangs de garage opgeruimd en schoongemaakt, dus het galmt daar van de ledigheid.

Een stukje motorrijden. Mmmm. Dat komt mij eigenlijk wel goed uit. Ik kocht namelijk, samen met Joke, voor een hele mooie prijs een nieuw Rukka Armacor Stretch motorpak en een nieuwe Schuberth C5 helm. En dit is een toffe dag om alles effe te testen.

Een half uur later dender ik door polders. Ik zing in mijn potje. De zon buldert aan de hemel. Mijn zonnepanelen maken mij rijk terwijl mijn BMW en ik wat liters fossiele brandstof aan de frisse lucht offeren. Een een kleine twee uur later zit ik in mijn favoriete viswinkel Schmidt Zeevis in Rotterdam twee heerlijke haringen naar binnen te douwen. Wat een traktatie.

Ik gluur naar iemand met een glaasje witte wijn. Maar alcohol en motorrijden gaan absoluut niet samen. Daarnaast zijn Joke en ik de hele maand november alcoholvrij.

De Schuberth helm knelt nog wat van de nieuwigheid. Heb ik altijd met een nieuwe helm. Dat komt omdat ik een raar hoofd heb. Het komt wel goed. Met die helm, hè. Mijn hoofd blijft zo.

Het motorpak is gelamineerd en zalig warm. Dat komt goed uit, want het wordt mijn winterpak. Er zit zo’n los donzen jasje in, een soort ski-jack. En de buitenjas is voorzien van een borstprotector. Extra veiligheid kun je gewoon in de winkel kopen.

Na 150 km zet ik de motor in de garage.
We zijn allebei weer opgeladen en zielsgelukkig….