Tag archieven: motorverhaal

Mike en zijn ‘midlife’ motorverhaal

Mike Best, foto van zijn Youtube kanaal

Een late opstapper, zo zou je hem best wel kunnen noemen. Op 58-jarige leeftijd kocht Mike Best zijn eerste motorfiets (een Yamaha XSR 125 Legend) en maakte een roadtrip van twee weken door Noord-Engeland. Onderweg heeft hij een paar mooie foto’s gemaakt.

Was dit een goed idee?

Was het kopen van een motorfiets en gaan reizen het antwoord op een midlifecrisis?

Ga met hem mee op reis en ontdek het terwijl hij West Yorkshire, Northumberland, de Schotse grens, het Lake District en het Peak District verkent Hij neemt het prachtige Engelse platteland in zich op terwijl hij nadenkt over zijn persoonlijke reis, zijn liefde voor reisfotografie en zijn nieuw gevonden passie voor motortoeren.

Bescheiden prulwerk

Een column van onze motorvriend en schrijver Roland Oomens. Hier een vorig verhaal van hem en afgelopen zaterdag kregen we dit motorverhaal van hem binnen. Alle andere verhalen vind je door onderaan dit artikel op de GROENE TAG Roland Oomens te klikken.


‘Amper waard om te delen met die lezers’,
zo meldt De Lange Man, maar hij begint toch te vertellen.

 

Als na lamlendige weken van verkoudheid de fut weer terug komt in zijn lijf en bol, en de buitentemperatuur langzaam beter wordt, komt De Lange Man in actie. Hij is zijn lamlendig gedrag beu, genoeg bank gehangen, genoeg tv gekeken, genoeg bier gedronken zonder echt dorst gehad te hebben.

Met een naderend motorseizoen wordt het tijd zijn K-75 wat aandacht te geven. De olie die 8600km geleden ververst werd heeft inmiddels een stevig deel van Europa gezien. Ze werd opgejaagd door het duistere lawaaierige motorblok maar mocht telkens bij het passeren van het kijkglaasje even buiten kijken.

Ze werd er blij van, haar hele 3,5 liter heeft mooie dingen gezien. Maar nu is het afscheid daar. De volledige 3,5 liter verlaat het BMW-lichaam. Er is in al die kilometers niets opgestookt, een onbegrijpelijk gegeven.

Verse 20W50 half synth gutst het blok in tot het kijkglaasje pakweg 80% volgelopen is.

De spiebanen bij het cardanhuis worden blootgelegd, ze blijken nog redelijk vettig te zijn na 8600km, tuurlijk wat vet weggeslingerd. Met een tandenborstel krijgen alle ribbels weer een mooi vet wit jasje en het spul kan weer op zijn plek.

De voorspatbordverlenger die een dag voor de grote 2024 tocht binnen kwam werd toen niet meer gemonteerd en kon toen dus zijn werk niet doen, hij zal zich nu moeten gaan bewijzen.

Het zwarte Bridgestone rubber kan nog een kleine 1000km mee maar zal binnen 6 weken vervangen worden want De Lange Man heeft een vierdaagse solotocht met Pasen in gedachten.

Het onderhoudslogboek van de K75 in het Haynes-boek is vol, een A4-tje wordt toegevoegd.

De Lange glimlacht, ‘laat het voorjaar maar snel komen’. Hij trekt een biertje open, hij heeft van dat middagje prullen dorst gekregen.

BMW K-75, 1994, km-stand 110.067

Breda, zaterdag 1-3-2025

Meer verhalen van Roland lezen?  Je vindt ze door onderaan dit artikel op de GROENE TAG Roland Oomens te klikken, en scrollen dan maar.

Mijn grote liefde

(een motorverhaal van Coos van der Spek)

In 1970 kocht ik mijn Honda CB250 nieuw in 1970 bij Motorhuis Safe in Rotterdam. Hij kostte 3300 gulden. Mijn vader pingelde er een paar honderd gulden af. Ik was zielsgelukkig en zo trots als een aap met zeven lullen.

Kort na de geboorte van mijn dochter (1978) verkocht ik de Honda terug aan dezelfde dealer voor 1000 gulden contant. Er stond toen ruim 80.000 km op de teller. Tranen over mijn wangen toen ik in mijn eentje terug naar de metro liep. Het voelde als verraad en het geld als Judaspenningen.

Jaren en jaren dacht ik met weemoed aan mijn trouwe Honda en aan onze avonturen tijdens kampeervakanties in Zwitserland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië.

Rond 2010 vond ik op Finnik mijn trouwe Hondaatje terug. Virtueel zwaaide ik haar gedag. Maar waar o waar zou zij toch zijn? In het kouwe Friesland? In het heuvelachtige Limburg? Of in een donkere garage in Drente?

Ruim twee jaar terug kreeg ik plotseling een gouden tip. Van een goede fee. Mijn emoties maakten eenzelfde soort rit als op de achtbaan Joris en de Draak in de Efteling. Een paar dagen later drukte ik, bij een wildvreemd huis in Dordrecht, zenuwachtig op de deurbel van de stiefvader van mijn Honda.

En ja hoor, hélemaal achteraan, stijf tegen een deur en klem tegen een muur en onder stapels spullen en dekens, trof ik haar aan, onder een dikke oude laag stof: mijn Honda CB250 uit 1970.

Ik trok schaamteloos haar rokken omhoog, zag haar benzinekraan, haar enorme cilinders, haar kickstarter en checkte haar kentekenplaat. Wow. Ik raakte haar aan en aaide haar. Een schok. Ik voelde haar. Zij was het. Zeker weten. Wat een emotie… Prachtig.

Ik hield contact met de eigenaar, maar toch verwaterde het contact. Via Curtain kwam de Honda in bezit bij Theo. En Theo maakte met zijn broer en een paar vrienden een groots plan en reviseerde de motor.

Vorige week kreeg ik een appje en een foto van Theo: je grote liefde is bijna klaar. Zij is bijna weer als nieuw.

Hij is WAAAANZINNIG MOOI geworden. Wat zijn die mannen artiesten. NIET NORMAAL!

Joke en ik gaan binnenkort naar Theo in Overijssel. Om te kijken. Naar mijn grote liefde…

Links de huidige BMW van Coos en rechts zijn oude liefde, de Honda CB 250.

Motorkleding testen

(Een motorverhaal van Coos van der spek)

Op mijn eettafel ligt een lange ToDo-lijst. Van ouwe meuk naar de stort brengen, het gras maaien, een formulier i.z. mijn zonnepanelen invullen tot een pasfoto laten maken voor een nieuw paspoort.

Máár….het is mooi weer. Het zonnetje schijnt en ik hoor mijn motor in de garage erbarmelijk kermen: ‘Ik wil d’r uit, ik wil een stukkie rijden!’

Dat snap ik wel. Ze is eenzaam. Mijn lief en ik hebben onlangs de garage opgeruimd en schoongemaakt, dus het galmt daar van de ledigheid.

Een stukje motorrijden. Mmmm. Dat komt mij eigenlijk wel goed uit. Ik kocht namelijk, samen met Joke, voor een hele mooie prijs een nieuw Rukka Armacor Stretch motorpak en een nieuwe Schuberth C5 helm. En dit is een toffe dag om alles effe te testen.

Een half uur later dender ik door polders. Ik zing in mijn potje. De zon buldert aan de hemel. Mijn zonnepanelen maken mij rijk terwijl mijn BMW en ik wat liters fossiele brandstof aan de frisse lucht offeren. Een een kleine twee uur later zit ik in mijn favoriete viswinkel Schmidt Zeevis in Rotterdam twee heerlijke haringen naar binnen te douwen. Wat een traktatie.

Ik gluur naar iemand met een glaasje witte wijn. Maar alcohol en motorrijden gaan absoluut niet samen. Daarnaast zijn Joke en ik de hele maand november alcoholvrij.

De Schuberth helm knelt nog wat van de nieuwigheid. Heb ik altijd met een nieuwe helm. Dat komt omdat ik een raar hoofd heb. Het komt wel goed. Met die helm, hè. Mijn hoofd blijft zo.

Het motorpak is gelamineerd en zalig warm. Dat komt goed uit, want het wordt mijn winterpak. Er zit zo’n los donzen jasje in, een soort ski-jack. En de buitenjas is voorzien van een borstprotector. Extra veiligheid kun je gewoon in de winkel kopen.

Na 150 km zet ik de motor in de garage.
We zijn allebei weer opgeladen en zielsgelukkig….

Vallen in vertraagde tijd

(Een motorverhaal van Gijs van Hesteren)

Het is een jaar of twintig geleden dat ik met lotgenoten bijeenzat in de kantine van het Circuit van Zandvoort. De instructeur van de TOMS-wegracecursus zei tegen ons: ”Je hebt motorracers die zijn gevallen en je hebt motorracers die zullen gaan vallen.” We lachten er smakelijk om. Het voorval gaat door mijn hoofd, terwijl ik op mijn buik over het Meerkerkse asfalt glijd. Ik denk nog meer dingen. Zoals: nu gaat ie breken. Dat slaat op mijn linkeronderbeen, dat in een rare positie onder mij meeschuift. En ik denk ook: daar gaat de tank, mijn tank. Want betekent deze crash het einde van de oh zo zeldzame aluminium benzinetank van mijn XS650 Yamaha met Rickman Metisse-chassis?

Rennerskwartier Meerkerk. Ik tank de Rickman af. Tajan rolt nog een peukje. Hier weten we nog niet wat er te gebeuren staat. (Foto: Teus Korevaer)

Racers die bezig zijn met vallen weten het: de klok gaat steeds langzamer tikken. Elke seconde duurt tien keer zo lang. Steeds stroperiger verloopt de tijd. Dat heb ik bij eerdere valpartijen al eens gemerkt. Ook nu is het zo. Ergens in de verte kiest de Rickman koers stuurboord. Krassend aluminium, ook vertraagd klinkt dat echt niet fijn. Vanuit een andere ooghoek kijk ik kleine onderdeeltjes na; ze begeven zich traag naar een baan om de aarde.

Zelf ga ik bakboord uit. Als een zak met aardappelen hobbel ik bijzonder onelegant nog een stukje door. Eindelijk lig ik stil. Mijn rug wordt gestopt door de airfence. Die heeft de SAM daar vooruitziend neergelegd.

Pijn voel ik niet. Mijn lijf zit vol adrenaline. Een tikje duizelig kijk ik om me heen. Recht in de verschrikte ogen van Michiel Versteegh. “Ik zag op dat moment eigenlijk niet dat jij het was, maar ik heb je leven gered”, zei hij later, “ik kon nog net remmen.” Dat kan je wel zeggen. Veel verder dan een halve meter is het dampende voorwielrubber van zijn Triumph Trident niet van mij verwijderd. En dat met trommelremmen van anno 1968. Een tikje onbenullig steek ik mijn duim op. Ik check meteen even of er nog andere onverlaten zijn die over me heen willen rijden. De baco’s zwaaien al met rode vlaggen. Race geneutraliseerd.

Daar zijn mensen uit het publiek, die me vriendelijk vragen of het gaat. Ja hoor. “Blijf maar even liggen”, zeggen ze. En daar is ook Tajan van der Wiel, sinds de Drie Uren van Oss in 2010 mijn vaste racemaat. Mijn acrobatiek voerde ik blijkbaar vlak voor zijn ogen uit. “Ik ben me rot geschrokken. Gaat het wel?”

Ja, ja, ik ben er nog. Het gaat. Dat leg ik in één moeite door uit aan de mensen van de ambulancedienst. Die arriveert met zwaaiende lichten ter plaatse. Handschoenen uit, helm af. Alles doet het nog. Even kijken. Mijn linkerbeen voelt niet helemaal lekker. Rechterknie beetje beurs. Rechterschouder ook. Ik ga staan. Dat mag nu van de dokter. “Oké?” vraag hij. “Ja, oké!”

Op eigen voeten wandel ik naar het rennerskwartier en naar Tajan. Samen bekijken we de schade aan de Rickman-Yamaha. Het valt mee. Een piepklein deukje in de aluminium tank (Aaarrrgh!), kromme voetsteun en rempedaal, krassen op uitlaatdemper en oliefilterdeksel. Nog steeds lichtelijk verdoofd door adrenaline wandel ik nog zeker een kilometer, heen en weer naar de ambupost, om me nogmaals te laten vertellen dat ik echt naar de huisarts moet gaan, maandag.

Chicane

Wat was er eigenlijk gebeurd, in deze Meerkerkse chicane? We proberen het terug te halen. Altijd fijn als je weet waarom iets is misgegaan. Ik moest weer zo nodig iemand inhalen. Dat was Michiel, denk ik. Ik had hem eruit geremd, maar daardoor was mijn rijlijn anders dan anders. Kwam het achterwiel op één van de spekgladde stroken bitumen, die de ijverige wegenbouwers overal hadden aangebracht tussen scheuren in het asfalt? Of was het zoals Tajan later zei: “Met je voetsteun raakte je het stoeprandje.” Dat laatste lijkt het meest waarschijnlijk, want schetsplaat van de voetsteun was na afloop volledig naar binnen omgebogen. Het effect was hetzelfde: de motor zette een stap opzij, de band kreeg weer grip, de motor bokte en floep, weg was ik.

Och, ik was niet de enige die viel. Het hierboven beschreven voorval vond plaats in de 500cc-klasse, waar ik met de Rickman in mocht starten. Echter, in de eerste manche van de 750cc reed ik met de andere XS, ‘de gele’. Vlak voor mijn neus viel Arnold Philipsen met zijn Honda VFR. Hij was aangetikt door een andere rijder. Ik wist nog net te voorkomen dat ik over zijn hoofd reed. Leek me niet de bedoeling.

En in de zijspanklasse greep de bakkenist van Rob de Jong even mis. Achter de stoeprand en de struiken bevindt zich kennelijk een diepe sloot. De Benelli Tornado-combinatie verdween op het achterwiel na onder water. We lachten er allemaal smakelijk om, Rob en bakkenist inbegrepen.

Fractuurtje fibula

Een paar dagen later. Tajan is al bezig aan herstel van de Rickman. Wat mijzelf betreft: ik breng bezoekjes aan het huisartsenspreekuur, de afdeling radiologie in het Medisch Centrum en de gipskamer. De radioloog vertelt me dat er toch een botje gebroken is. “Fractuurtje fibula”, bevestigt de bottendokter. Het kuitbeen dus; daarom kan ik nog op mijn been staan. Het dikkere scheenbeen draagt de last. Gelukkig krijg ik een drukverband, geen gips. Gips is zó onhandig! De races te Chimay en Zwaagdijk moet ik overslaan. In augustus dan maar naar Gedinne.

Over Gijs van Hesteren

Journalist, redacteur, spreker, schipper, motorrijder. Meer lezen van Gijs? Klik dan op: Gijs van Hesteren