Tag archieven: motorverhaal

Has anyone here seen Oomens?

‘Nee, hij zit in dat Atelier van hem geloof ik, aan zijn motor aan het prullen, ga maar op de lucht van afgewerkte olie, smeermiddelen, verfdampen en sigaren af, dan kom je hem wel tegen. Hij heeft een wit T-shirt aan dat al een paar dagen niet meer wit is. Hij stinkt en zijn haar zit vreselijk. Maar doe jezelf een plezier en zeg over alles wat je aantreft maar niks tegen hem want hij lacht je venijnig en honend recht in je gezicht uit. Achter die deur eindigt de beschaving. Succes’.

De Lange Man pleegt in 2 sessies voor en na de vakantie met zijn Blondje noodzakelijk en preventief onderhoud aan zijn geliefde motorfiets ‘De Rooie Duitser’ die begin juli de garage niet meer uit wilde vanwege een haperend contactslot.

Hij besluit meteen maar regulier onderhoud te plegen, wat dingen te vervangen en ook wat preventief na te kijken, en natuurlijk het contactslot te vervangen.

Het biedt hem tevens de mogelijkheid zijn aandrijflijn van een gouden verflaagje te voorzien en de zij-kapjes opnieuw te spuiten na wat opgelopen beschadigingen.

Motorolie en filter worden vervangen, alle remblokken waren versleten, binnenwerk achterrempomp (12mm, import uit USA, hoe raar) moest vervangen worden, elektrische stekers los en met contactspray reinigen, luchtfilter nieuw, koolstiften dynamo op lengte gecontroleerd, bewegende bedieningsdelen gesmeerd, koppelingskabel gesmeerd.

Bij eenmanszaak Bandencentrum Gilze haalt hij twee nieuwe aangenaam geprijsde Battlax BT46-banden.

Online koopt hij een universeel contactslot voor pakweg 2 tientjes in plaats van een origineel BMW-slot voor E 239,– dat het zelfde doet. Met een kleine aanpassing van de originele houder en wat soldeerwerk van draadjes doet het ding thans prima zijn werk. De Lange is blij.

Een aandachtspunt bij deze motoren, een zwakke plek zo u wilt, indien niet goed vet gehouden, zijn de spie-banen waarmee de aandrijfdelen naar achter met elkaar verbonden zijn. In het laatste stuk naar het cardan-huis schuiven ze namelijk over elkaar door wijzigende lengte bij inveren van het achterwiel.

Na schoonmaak blijken alle geribbelde banen nog in goede staat te zijn, gelukkig niks te vervangen.
Speciaal voorgeschreven ENORM plakkend dik vet aangeschaft voor de smering er van. Dit is wonderlijk hechtend spul dat ook nog eens lekker ruikt, het enige in het Atelier deze dagen.

Eenmaal terug in elkaar geschroefd ziet De Rooie Duitser er best lekker fris uit, net genoeg goud om een kitsch-status te ontwijken, maar het is tegen het randje, zijn rood-zwart-goud verhouding is goed zo.

Nadat hij naar buiten gereden is deze zaterdag hoor je het machientje ‘Ich Will’ neuriën, een ballade van Die Rammsteiner Muzikanten die zijn honger naar kilometers vorm geeft. Hij wil weg, De Lange voelt het. Nog even geduld jongen.

Breda, wat avondjes viezerikken
in juli en augustus 2024
aan een BMW K75 uit 1994

Kijk De Rooie Duitser eens blinken, met gouden achtertrein.

Wil je meer foto’s en de toelichtingen van de schrijver daarbij lezen?

Kijk dan op de Facebook pagina van Roland Oomens.


Titel-toelichting
:
‘Has anyone here seen Basie ?’ was een nummer dat componist/arrangeur Neal Hefti voor het Count Basie orkest schreef in 1958. Lange Man Oomens bestond toen nog niet anders had Hefti het wellicht anders genoemd.

Martin van Uden over zijn motorleven

Martin van Uden is fan van Indian Motoren.  Hij rijdt momenteel met een Indian Roadmaster 116, deze neemt hij in een aanhanger achter de camper mee door heel Europa. Martin schreef ons dit verhaal wat eerder gepubliceerd stond in een club-blad van de IMCN. Deze afkorting staat voor De Indian Motorcycle Club Nederland.

🏍🏍🏍

Hallo motor vrienden en vriendinnen. Mag ik mij even voorstellen, voor diegene die mij nog niet kennen of mij nog beter willen leren kennen. Mijn naam is Martin van Uden.

Zelf ben ik de jongste niet meer (bijna 70) maar binnen de IMCN club heb ik wel de jongste Indian motorfiets.

Het begon op de brommer

Mijn liefde voor motoren begon al op twaalf jarige leeftijd, mijn ouders reden allebei op een Sparta bromfiets. Mijn moeder op een automaat en mijn vader had  een bromfiets met 3 versnellingen.
Ik kon het niet laten en toerde op jonge leeftijd al af en toe op de brommer van mijn moeder en later ook op de brommer van mijn vader.

De liefde

Maar mijn hart en liefde voor de Indian motoren is ontstaan door mijn buurman Piet. Hij woonde een paar huizen verderop bij ons in de straat en was altijd druk doende met zijn Indian Scout. Het fascineerde mij om te zien hoe hij zijn meisje met liefde en zorg behandelde. Een keertje bood hij mij aan mee te rijden. Mijn hart ging open en is tot vandaag open gebleven. De liefde voor de (Indian) motor was een feit.

Toen ik weer thuis was en mijn vader over mijn belevenis vertelde zei ik: “Als ik klaar ben met mijn machinebankwerker opleiding dan wil ik de autoherstel opleiding er gelijk achteraan doen”.

Op mijn zeventien jarige leeftijd kocht ik van mijn spaarcentjes mijn eerste motor. Een Honda CB 72.  (250cc). Achter onze woningen lagen veel landerijen en dijkjes waar ik af en toe stiekem een stukje ging rijden.

De politie

Maar ja de eerste confrontatie met de politie was een feit. Gelukkig kende ik de omgeving op mijn duimpje en reedt de politie van mij weg. Met knikkende knieën zette ik mijn motor vlug weer in de schuur en liep ik naar de keuken voor een drankje om mijn adrenaline weer op pijl te krijgen.

Ik zat nog niet koud in de stoel of ding-dong daar ging de bel. Ik opende de deur en zag daar tot mijn stomme verbazing mijn buurman Piet in politieuniform staan. Ik moest drie keer slikken. Hij sprak mij aan met een opgeheven vinger en met luide stem:

“Als ik jou nog een keer zonder rijbewijs op die motor zie rijden, dan zal ik er voor zorgen dat je nooit meer rijdt”!

Toen ik achttien jaar werd heb ik gelijk mijn motorrijbewijs gehaald (een les en geslaagd) en ja als afgestudeerd automonteur moet je wel op van alles en nog wat kunnen en mogen rijden dus  heb ik gelijk er achteraan mijn auto-, bus- en vrachtwagenrijbewijs en vorkheftruck certificaat gehaald. Op  negentien jarige leeftijd ging ik als vrijwilliger de militaire dienst in en werd daar opgeleid tot straalvliegtuigmonteur. Daar kon ik al mijn behaalde rijbewijzen nog eens dunnetjes over doen.

De motorvoertuigen hobbyclub 

In de avonduren had ik de leiding over een motorvoertuigen hobbyclub. Omdat ik ook motor reed, werd ik al vrij snel met de reparaties geconfronteerd van Amerikaanse militairen die op een Harley Davidson reden.  Een Amerikaanse militair was zelfs zo blij met zijn reparatie dat hij mij een nieuwe HD Electra Clide aanbood tegen inkoopsprijs, in krat te willen bestellen voor maar 16.000,00 gulden. Ik wilde dat wel maar wat mij opbrak was elk jaar de verzekeringspremie van ruim 2.000,00 gulden, daarbij zag mijn vriendinnetje haar trouwfeestje als sneeuw voor de zon verdwijnen en laten we eerlijk zijn mijn droom was toch wel echt een Indian, dus heb ik het maar niet gedaan.

Nu moet ik met mijn verhaal niet te langdradig worden maar de volgende 40 jaar heb ik heel wat (oude) motoren gekocht, gerestaureerd , gerepareerd, gemodificeerd, gereden en weer verkocht. Het sleutelen aan motoren vond ik geweldig maar mijn liefde ging naar mate ik ouder werd steeds meer uit naar rijden en niet meer naar sleutelen. Ik ben toen overgegaan naar het aanschaffen van nieuwe (betaalbare) motoren.

De laatste tien jaar voor ik 65 jaar werd reed ik Intruder’s. De eerst vijf jaar op een CB 800 en daarna vijf jaar op de C 1800. Ludy, mijn vriendin is net zo gek op motorrijden als ik en we toerden door heel Europa, geen berg was te hoog en geen dal was te diep. Echter was er wel een probleem met deze motor. Hij was nog geen vier jaar oud en het chroom op de carter deksels liet al los en Suzuki Nederland wilde dit niet vergoeden en/of een coulanceregeling treffen. Ik zei:
“Mijn bel op mijn 40 jaar oude Gazelle fiets die in een vochtige schuur staat, daar laat het chroom ook niet van los”. Ik was er helemaal klaar mee.

Sparen voor een Indian Motor

Na jaren sparen kwam de wens steeds dichter bij en werd het tijd om nu eindelijk mijn droom eens waar te maken. Bij toeval reden we in Venlo langs een Indian dealer en mijn hart ging sneller kloppen. Ik zei kom Ludy we gaan samen een kijkje nemen.

We werden ontvangen door de uiterst vriendelijke verkoper Mike.
De showroom stond barstens vol met HD’s en Indian motoren en helemaal achterin viel mijn oog op een nieuwe parelmoer zwarte Indian Roadmaster 116 (1900cc).

Mijn hart ging sneller kloppen.

Ik kreeg een flashback van toen ik 12 jaar was en achterop de motor van de buurman Piet zat. Voor ik eindelijk bij zinnen was, vroeg Mike of ik er een stukje op wilde rijden. Ik keek Ludy en Mike aan en zei: “Nou, als dat kan graag”.

De hele zaak werd door Mike en twee monteurs leeggeruimd en na 15 min stond het meisje buiten in het zonnetje te pronken. Ik vroeg beteuterd: “Moet ik nog ergens voor tekenen? Moet je mijn rijbewijs? Of wil je de sleutels van mijn auto?”

“Nee hoor ga maar lekker rijden”, was het antwoord.

Ik dacht: “Dat moet je in het westen van ons land niet doen, dan ben je echt je motor kwijt. Nou, als ik niet terug kom hebben jullie altijd mijn diamantje Ludy noch op de achterhand.”

Ik heb echt op heel veel motoren gereden en ik kan jullie zeggen dat  ondanks zijn zware gewicht (435kg, heeft ook zijn voordelen), deze Indian motor de souplesse heeft van een jonge meid van 20.

Het vermogen is op drie niveau’s in te stellen, toer, normaal of sport dus voor elk wat wils. De vering is met een bijgeleverd pompje en tabel op hoogte en gewicht van de duo passagier af en in te stellen. Maar er is ook nagedacht over de warmte die de motor bij stationair toerental afgeeft. De achterste cilinder gaat dan automatisch uit waardoor het motorblok op alleen de voorste cilinder loopt en dus niet oververhit raakt.

Het geeft daarbij een heel apart geluid en als je gas geeft schakelt de tweede cilinder automatisch weer in en heb je alle vermogen weer 100% beschikbaar. Daarbij is de motor van allerlei luxe voorzien: afzonderlijke zadel verwarming; instelbare handvat verwarming en om het helemaal compleet te maken 4 boxen van elk 50w voor een lekker stukje muziek op de achtergrond. Via de Ride Command wordt alles punctueel geregeld,  bijgehouden en opgeslagen. Hij is van ABS en Cruise Control voorzien en de richtingaanwijzers gaan automatisch uit als de motor na een bocht weer recht rijdt en niet te vergeten Ludy zit als een vorst(in) op het bankstelsel (haha) zoals veel Indian leden dit wel noemen.

Een motor die je ondanks zijn best wel hoge prijs (€40.000,00) niet kan laten staan en laten we eerlijk zijn het leven kan heel kort zijn en je moet nu genieten, “Je laatste hemd heeft namelijk geen zakken”, dus ons moto is geniet van elke dag die je gegeven wordt.

Trek de wereld in en geniet

Ludy en ik hebben de afgelopen vier jaar met deze mooie Indian motor door bijna alle landen van Europa gereden. Mede ook omdat wij mooi weer rijders zijn doen we dit in combinatie met de camper en de aanhanger.

Dus mijn advies als jullie met pensioen gaan of al zijn: “Trek de weide wereld in en geniet van jullie passie voor het motorrijden en als kers op de taart, geniet van al het mooie wat Europa jullie te bieden heeft”. Wij zien jullie weer graag in vol ornaat en in goede gezondheid bij alle IMCN treffers maar zeker ook bij het Internationaal Indian treffen te Tsjechië eind juli 2024.

Tot snel. Groetjes, Martin van Uden.

Ralph D. Lantinga ontmoet Itchy Boots

“Goodmorning internet!” Afgelopen woensdagavond was motorrijder Ralph D. Lantinga aanwezig bij de boekpresentatie van Noraly Schoenmaker a.k.a. Itchy Boots. Deze inmiddels wereldberoemde Nederlandse motorreiziger reist sinds 2018 op haar motoren de wereld rond en inmiddels heeft zij zo’n 160.000km in haar eentje afgelegd.

Ralph schreef ons: “Ik ben een soort van verslaafd aan haar avontuurlijke YouTube-reisvlogs, die niet alleen prachtig zijn om te kijken, maar ook inspiratie geven voor mijn eigen motorreizen samen met mijn maatje Frank. Noraly signeerde haar boek voor mij, met de opmerking: “niet zeggen hè!” wat slaat op iets dat ik haar eerder dit jaar beloofde stil te houden, omdat het nog niet uitgezonden is/was. Ik kijk uit naar seizoen 8 van Itchy Boots, maar ook naar de nieuwe grote motorreis van Frank en mij in september!”

Wil je onderstaand boek Keerpunt van Noraly Schoenmaker bestellen? Ga dan via deze link naar de website van Bruna.

Wil je alle items teruglezen over Itchy Boots op onze website, dan kan dat via deze TAG die je onder de artikelen vindt. Zie:
//ikzoekeenmotor.nl/tag/itchy-boots/ 

Een uur sparen aan de grens

Hans en Dia schrijven regelmatig tijdens hun motorreis hun verslag van de dag. Zo mogen wij dit verhaal publiceren, geschreven op 20 april vanuit Hongarije. Momenteel rijden ze beiden op een BMW 1250 GSA.
Je kunt al hun motorreizen (met veel meer foto’s, ook van de eerdere jaren) teruglezen en volgen via hun eigen Facebookpagina: Dia and Hans’ Motorcycle Travels

Onze gastheer in Sibiu had ons verteld dat er kans op sneeuw was gisteren, vooral verder naar het westen. We stonden op en zagen dat de zon scheen, maar het was slechts 1°C. We trokken alle lagen aan en vertrokken om 08:00. Transylvania is een prachtig gebied en zeer welvarend. Het is net of je in Oostenrijk bent. Ook de huizen zijn van hetzelfde soort bouw. We maken plannen om hier nog eens heen te komen, zeker die Transfăgărășan en de Transalpina moeten afgetikt worden.

Zo mijmerend rijden we door een prachtig landschap op meanderende wegen terwijl de zon schijnt. Dat duurde dan weer niet de hele dag, want bij vlagen kwamen er donkergrijze wolken over ons heen. Daar viel incidenteel wat regen en zelfs hagel uit. Die hoorde ik dan via de intercom op Dia’s helm kletteren. Het was een prachtige dag! We lunchten in een van de vele prieeltjes die hier langs de weg staan. Rond 16:00 waren we aan de grens, dat kostte weinig tijd deze keer en we reden de Central European Timezone in, dus was het opeens 15:00.

Het eerste plaatsje over de grens is Gyula, het heeft een oud fort en prachtige lanen en pleinen. Ik zag wat hotels op de kaart, maar toen we er voorstonden waren dat van die flatgebouwen uit de communistische tijd. Dia zag even later een bord met een bedje er op. De eigenaar zei echter dat hij geen plaats had, maar wel een oplossing. In zijn KTM werkpak, hij is monteur, fietste hij voor ons uit naar een collega een straat verder. Een groot huis met binnentuin.

De motoren staan onder een afdak en het ligt midden in het centrum. Voor we de kamer te zien kregen stond er al een schnaps op tafel met een bijbehorende halve liter bier! De Hongaren houden er wel van. Het alcoholpromillage waar je mee aan het verkeer mag deelnemen is overigens 0,0! De eigenaar is een verzamelaar en rommelaar. Er staan rijen bierflesjes en andere snuisterijen, zie de foto’s. Het plaatsje is rustig. We vonden een restaurant waar een muzikant op een orgeltje speelt en er bij zingt.

Dat laatste was dan weer niet zijn sterkste kant. Het genre was Peter Maffay, dat was dan wel weer een Roemeen uit Brasov in Transylvania.

De reis gaat morgen verder langs Budapest richting Slowakije.

Pien Meppelink en haar motor-familie

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Pien Meppelink, bouwjaar 1980. Ik woon samen met man Jeroen en kinderen Guus (15) en Josefien (12) op een woonbootje in Moordrecht.

1987. Met buurjongen Marco Verstoep en de AJS die vader kocht van het spaarbankboekje. In de achtergrond het schip waar ik opgroeide. Mijn moeder reed op de Matchless.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? 

Als kind croste ik met mijn broertje en buurjongens door de polder. We woonden op een oud schip dat lag aangemeerd aan een doodlopend dijkje. Super rustig dus, en alle vrijheid om op straat te spelen. Het begon met BMX fietsjes, maar al snel werd dat van alles met een motortje er op. Maxi’s, oude Union, Yamaha PW50 & 80 en een oude kart met een Zündapp blokje. Als 16-jarige in 1996, wilde ik persé een Malaguti Phantom scooter.

Pien en haar MASH, zoals ook afgebeeld in een eerder artikel.

Met een hoop korting kon mijn pa een demo kopen van de importeur, waar hij als fotograaf wel eens voor werkte toen. Het was helaas voor korte duur, binnen 4 maanden werd de Malaguti gestolen uit de fietsenstalling op school in Gouda. Toen had ik twee opties, of die 8 km naar school weer gaan fietsen of op een oude Yamaha FS1 die papa nog had staan. De keus was snel gemaakt, maar ik was wel bang dat ik kei hard uitgelachen zou worden. De FS1 was een van de laatste types met enorm kitscherige rood/zilveren jaren 80 special paint. Op de tank stonden palmbomen en de ondergaande zon.… Tsja, nu vind ik dat super gaaf, maar destijds was dat echt niet ‘gers’. Tegen al mijn verwachtingen in vonden mijn klasgenoten het super cool en stonden de jongens in de rij op het schoolplein om op de FS1 te leren hoe ze moesten schakelen.

2004. Eerste huisje in Den Haag. Geen ruimte voor een eettafel omdat de Honda CB350 anders niet binnen kon staan De Demm staat nu ook op de woonboot nog altijd in de woonkamer.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets?

1986, ik was 6 jaar. Toen ik twaalf was kwam ik er namelijk achter dat mijn vader het spaarbankboekje dat mijn opa voor mij had achtergelaten, had ‘geïnvesteerd’ in een AJS 500 1-cilinder uit 1952. Dat was natuurlijk reuze handig, want zo had ik altijd ruilwaar. Zo kon ik als 13-jarige een Union Sport-O-Matic ’62 kopen om door de polder te crossen. Vader betaalde de Union en kreeg mijn belofte dat het voorspatbord, het stuur en de tank van de AJS dan van hem zouden zijn. Op deze manier zijn er door de jaren heen flink wat brommertjes en zelfs een Yamaha Tricker 250cc voorbij gekomen.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Mijn voorkeur gaat zeker uit naar mooi weer! Maar soms is het gewoon handiger om met de motor te gaan, dus met slechter weer gaat dat enorme regenpak dan aan.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Oei! Ik kan heel hebberig worden van de BMW RnineT 100 anniversary editie en ook een Triumph Bonneville Bobber vind ik prachtig. Maar stiekem zou ik nog graag een Honda CL350 scrambler willen verbouwen, dat past denk ik beter bij mij en ik ben gewoon verliefd op de hoge uitlaten.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Als fotograaf in o.a. de automotive-branche ben ik op de meest prachtige locaties geweest en heb waanzinnige routes mogen rijden door heel Europa. De bochtige zonnige wegen in Spanje, Italië en Portugal en het woeste ongerepte landschap in Scandinavië. Deze zomer was de trip met Harley Davidson van München naar Boedapest memorabel. Maar de rit die het meest indruk op mij heeft gemaakt was de Suzuki V-Strom Pyreneeën experience. Ik denk dat het in 2010 was ofzo. Met een groep journalisten 5 dagen lang door de Pyreneeën toeren van Gerona in Spanje, door Frankrijk en Andorra. Het weer zat niet mee, het was echt afzien. Helemaal toen we in Andorra over een oude smokkelroute door de bergen reden. Het steile pad was net iets breder dan de banden van de V-Strom en bestond uit platte schijfvormige keien die alle kanten op schoten.

De V-Strom Pyreneeëntocht. We reden in 2010 tussen de wilde paarden voordat we de smokkelroute op gingen.

Geiten en wilde paarden renden met ons mee en blokkeerde af en toe de route. Toen we eindelijk bovenop de bergtop aankwamen barstte de hemel open en kregen we een bui over ons heen die eindeloos leek te zijn. Ik ben niet snel bang, maar door de stromende regen over die glibberige keien, de modder stromen die waren ontstaan en het ravijn dat steeds dieper leek te worden, bonkte mijn hart in mijn keel. We hebben het gered en ’s avonds aan de bar voelt dat dan toch alsof je samen een soort van heroïsche overwinning hebt behaald. En gelukkig, ook mijn camera waar het water echt uit gutste, deed het na 4 dagen op de kachel weer.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Het lijkt me geweldig om wekenlang door Azië te toeren.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Zeker niet. Momenteel hebben we een CB350 ’68, CX 500 ‘84, BMW K75 ’96, Mash Seventy 125 en mijn Honda CB400F, die net klaar is. De Mash is geweldig voor woon werk verkeer, doet het altijd en laat geen olie druppels achter bij mijn klanten voor de deur. De andere zijn motorfietsen die niet meer als origineel te redden waren en die wij met veel plezier verbouwen. Zo kreeg ik 7 jaar geleden de CB350 tank van mijn dierbare vriend en ‘Mafketel’ Stijn den Boggende. Ik was direct verliefd op de tank en moest dus op zoek naar een motorfiets voor er onder. Terwijl ik in Spanje op een berg stond te wachten tot de volgende groep journalisten voorbij zou komen om op de foto gezet te worden, was ik om de tijd te doden Facebook aan het uitspelen. Ik zag een advertentie voorbij komen van een Honda CB 400F ‘77. Kratten vol onderdelen en een frame waar duidelijk iemand zich met een haakse slijper op had uitgeleefd. Uit balorigheid deed ik een heel laag bod. Binnen 5 minuten kon ik naar huis bellen om mijn lieve man Jeroen te vertellen dat we een CB 400F hadden gekocht… Eigenlijk was het onbegonnen werk, er was niet zo veel goed aan de onderdelen en ook het blok moest Jeroen volledig reviseren. Daarnaast had ik ook precies in mijn hoofd wat ik wilde, en dat was in de praktijk niet altijd makkelijk uit te voeren. Het heeft ons enorm veel tijd en gevloek gekost om haar te maken zoals ze nu is. Ik houd van haar doorleefde verschijning, een soort wabi-sabi – de kunst van de imperfectie. En stiekem zitten er heel wat vernuftige details in verwerkt.

De CB400F met CB350 tank, precies zoals ik haar wil.

Momenteel zijn we bezig met een Honda MT5 voor onze zoon die volgend jaar 16 zal worden. Het project voor daarna staat ook al klaar, een oude Citta voor als onze dochter 16 wordt. Ze is nu net 12 dus we hebben nog even, maar ze is al helemaal aan het bedenken hoe ze hem wil hebben. Super leuk natuurlijk om samen met de kinderen te doen en ondertussen leren ze zo sleutelen.

Man Jeroen en zoon Guus op zijn MT5.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Vreugde, vriendschappen, werk, prachtige herinneringen, buikpijn van het lachen, ontmoetingen met bijzondere mensen en mijn man!

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Ik zou graag zien dat motorrijden meer gemeengoed wordt. Dat het niet alleen als leuk wordt gezien, maar meer ook als slimme manier om van A naar B te komen. Door mijn werk zie ik in veel andere landen hoe het anders kan, er rijden veel meer (lichte) motorfietsen voor woon-werk verkeer. Het is daar heel normaal en andere verkeersdeelnemers houden dan ook meer rekening met motorrijders.

We zijn in het kleine Nederland met heel veel mensen, de wegen worden alleen maar drukker en mobiliteit alleen maar duurder. Vanuit de overheid wordt er ingezet op een ontmoedigingsbeleid zodat mensen de auto vaker laten staan of zelfs weg doen. Maar de fiets en het OV zijn niet voor iedereen en alle afstanden de oplossing, en echte andere alternatieven lijken er niet te zijn.

Als mondige inwoner ben ik 8 jaar geleden de gemeentelijke politiek ingerold. Niet vanuit politieke ambities maar omdat ik het niet eens was met de manier waarop het ging en hoe men inwoners behandelde. Ondanks dat ik geen geloof aanhang, kwam ik bij het CDA uit omdat hun gedachtegoed precies overeenkomt met hoe ik ben opgevoed. Hoe je met elkaar omgaat, de normen, waarden en vertrouwen in elkaar.

Nu zag ik mijn kans schoon om motorrijden meer op de kaart te zetten door in het CDA verkiezingsprogramma op te laten nemen dat we ook in Nederland moeten kijken of het mogelijk is om met je autorijbewijs een 125cc motorfiets te rijden. Ik heb enorm veel reacties hier op gekregen, positief, maar ook negatief en zelfs boze. En dat begrijp ik heus, helemaal als de indruk gewekt wordt dat ik het motorrijbewijs gewoon ‘cadeau’ wil geven. Maar wat ik wil, is dat motorrijden als iets positiefs wordt gezien, als serieus alternatief dat een bijdrage kan gaan leveren aan het verminderen van de filedruk en Nederland meer mobiel kan maken.

Europese regelgeving maakt het gewoon mogelijk om met je B op een 125cc te rijden. En natuurlijk staat veiligheid bovenaan, het is super belangrijk dat mensen praktijklessen krijgen op de motor. De regeling in België, 4 jaar in bezit van autorijbewijs en dan 4 uur praktijkles, noem ik als voorbeeld van hoe het kan en niet van hoe het moet. Er zullen nog veel meer onderzoeken gedaan moeten worden in de landen waar deze regeling geldt, om te zien wat wel en niet werkt en wat er nodig is om mensen veilig de weg op te laten gaan in Nederland. Maar het belangrijkste is dat er nu in Den Haag weer over gesproken kan gaan worden, dat motorrijden als iets positiefs wordt gezien en een mogelijke bijdrage kan gaan leveren aan de mobiliteitsproblematiek en, dat het behalve heel leuk ook een slim vervoermiddel is om van A naar B te komen.

Meer items over Pien Meppelink vind je via deze link.