Categorie archieven: Stories from abroad

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Mink Bijlsma. Beroep: MotorReiziger

Wie ben jij? 

Ik ben Mink Bijlsma, 60 jaar (ongelofelijk maar volgens de burgerlijke stand toch echt waar). 

Waar kom je vandaan?

Ik had graag willen zeggen: “Nét uit Spanje‘. Maar dat lukt mij al een jaar lang niet. Dus houden we het maar bij het Buitenste Buitenbos van Zuidlaren.

Heb je vroeger eerst brommer gereden?

Dat is wel grappig. Ik wilde eerst geen brommer want het geld wat ik daarvoor kwijt zou zijn kon ik beter aan een motor besteden als ik 18 zou worden. Maar toen besefte ik mij dat het wel handig was om ervaring op te doen, zodat ik minder hoefde te lessen. Dat kwam uit: half lesje, 3 maanden een oefenvergunning en voor nog geen 200 Pietermannen had ik het toen nog roze papiertje! 

Wat voor bromfiets was dat toen? 

Het werd uiteindelijk een Yamaha FS1, zo eentje met een ‘alles naar boven’ versnellingsbak. Of was het nou net andersom? In ieder geval zat de vrij-stand niet tussen de 1 en 2. 

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit? 

Dat was 14 dagen voordat ik 18 werd. Een Suzuki GT 550. Zo’n tweetakt driecilinder met RAM –air cooling. Ik zou en moest rijden vanaf de dag dat ik jarig zou zijn. Dat was op 15 februari 1979, twee dagen nadat het gigántisch gesneeuwd had (in het noorden) en alles plat lag. Metershoge sneeuwduinen. Had ik 8 jaar naar deze dag uitgekeken, moest ik nóg twee weken wachten. Maar mijn wraak komt nog wel: ik ben van plan nog twee weken door te rijden als ik ooit stop met motorrijden!

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”? 

Beide. Op mijn Speed Triple T509 (‘natuurlijk’ Roulette Green) met carbon dingetjes en gepolijste velgen rijd ik alleen met mooi weer. Dat is mijn hart. Die moet mooi en schoon blijven. Mijn trots. De Tiger 1050 Sport is mijn verstand: comfort, windbescherming, handvatverwarming, bagagemogelijkheden, die mag vies worden en een tijdje blijven. Nu ik over de vraag na denk: eigenlijk ben ik op beide een doorrijder: ik kan er geen genoeg van krijgen, kan úren achter elkaar door rijden.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen? 

Weet je, hoe gek ik op motoren ben (misschien wel bezeten) maar eigenlijk moet een motor niet meer dan 10.000 euro kosten. Voor dat bedrag “happy al zoveel plezier”. Voor twee keer zoveel geld heb je hooguit 1,1 keer meer plezier. Maar ik heb nog nooit de pot gewonnen, dus vooruit: 2 MV Agusta Tourismo Veloce RC SCS. Niet één voor mooi weer en één voor slecht weer, maar één als reserve zodat ik kan blijven rijden als één van de twee kapot is… 

Wat was de mooiste rit die je ooit reed? 

Waarom nou weer één? Waarom niet honderd? Laat ik het bij een moment houden. In Amerika, onderweg naar Monument Valley. Rijdend op een kaarsrechte weg, kwam ik over de heuvel en toen ineens: baf! Daar stonden ze, die drie, tja: wat zijn het eigenlijk. Toen vooral bekend uit de Marlboro reclame en ineens oog in oog. 

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list? 

Verdorie: alweer één, hahaha. Nou vooruit deel 2: als ik pensioengerechtigd ben een jaar lang door de Verenigde Staten. Dat is één toch?

Denk je al aan een volgende motorfiets? 

Nee, alleen aan het winnen van de loterij. Nou toch wel: Ik denk aan een Ducati Multistrada 950. (Maar dan wel een parelmoer witte, met rood frame, rode wielen, enkelzijdige achtervork en 17 ipv 19 inch voorwiel: de Minks Peak dus.) Fantastisch inlaat/aanzuiggeluid, heerlijk stille uitlaat, klaar met dat (overigens wel begrijpelijke) gezeur over lawaai.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven? 

Geluk. Héél veel geluk! (zie daar: hij kán wel kort zijn)



Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Ja, ja, ja, jaaaaah: wat doe je voor werk? Als je dát gevraagd zou hebben, had ik gezegd: ik organiseer groepsreizen voor //www.spanjemotortours.nl/


Op Facebook kun je deze pagina vinden.

Daarnaast ben ik bezig met het opstarten van EuropaMotorTours. Dat laatste is een ‘platvorm’ voor mensen die zelf graag een motorreis willen organiseren omdat ze helemaal verliefd zijn op een bepaald land, gebied of streek en dat dan via EMT kwijt kunnen. Voor deze laatste heb ik nog geen website, maar alvast wel op Facebook. Zo jammer dat je die vraag niet gesteld hebt, want ik heb zulke leuke reisjes 🙂

Coos op Reis: EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR

De zon schijnt en … het is warm! Jôh, daar heb ik helemaal niet op gerekend. Ik verwachtte de eerder voorspelde regen. Fijn!
(We vervolgen onze serie “Coos op Reis” met een verslag van Coos van der Spek uit de Pyreneeën. Verhaal nummer 42… )

Ik bepak mijn paard en rijd met haar naar het dorp. Er is markt, dus mogen we het dorp niet in. Op mijn lijstje staat ontbijt, lunch, fruit, water, geld en … piment d’espelette, uit het Frans-Baskenland…

Piment d’Espelette is de Franse benaming voor peper uit Espelette, een plaatsje in het Zuid-Westen van Frankrijk, vlakbij de Atlantische oceaan. De peper is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, maar omdat het daar niet goed kon gedijen, zou het door Columbus zijn meegenomen naar Frankrijk.

Op advies van de eigenaresse van het restaurant, mikte ik daar gisteravond een klein schepje van in de soep. Het is een soort scharfes Öl, maar dan in poedervorm. Gemaakt van speciale rode pepers. Lekker, jôh. En ik moet en zal het hebben. Nu. Vandaag. Gelukt!  Gewoon in de supermarkt. Whoeii!

Ik pak de route verder op en heb het reuze naar mijn zin. Het zonnetje schijnt, de weg is droog, het asfalt is super en het landschap is prachtig. Mijn bestemming voor vandaag is Saint Girons. Dat ligt op 500 meter hoogte, tussen Toulouse en Andorra.

Ik rijd een uurtje de route af en drink koffie in de zon in een gezellig dorpje.

Het is heerlijk motorweer.

Maar ook heerlijk hondenweer!

Rechts zie ik dikke wolken aan de toppen van de Pyreneeën plakken. Mmmm, daar is het vast geen lekker weer. Goede keus, jochie! Goed gedaan.

Het zonlicht is keihard en de schaduwen diepzwart. Ik moet de Franse weg-ingenieurs weer gaan begrijpen. Die gingen naar een andere school dan de Spanjaarden en de Portugezen. Het ritme van de weg is anders. Ik raak tot twee keer, bij het wegrijden van een rotonde, een raar hoog stoepje van een meter lang. Gewoon, op een gekke en gevaarlijke plaats. Idioterie. Ik geef bij de tweede keer het stuur echt een zwieper om het stoepje te ontwijken. Het scheelt een haartje. Zo’n zwieper gaat in alle gevallen goed. Maar als je zwaar beladen bent, dan komen je zijkoffers je bijna voorbij…

Ik rijd het Nationaal park van de Pyreneeën in en kom gelijk tussen een kudde schapen terecht. En later een kudde koeien. Mooi, jôh. We kijken verbaasd en nieuwsgierig naar elkaar. Ik heb 27 jaar bij Melkunie gewerkt, dus ik ben altijd gelijk stapelverliefd op koeien. Heerlijk, die natte, glimmende neuzen en die lodderige ogen.

En dan nader ik Lourdes. Ooit voor de echte diepgelovigen, die toen slechts een glimp van ‘de’ verschijning hoopten te zien. Nu is het één grote commerciële kermis. Je kunt hier nog steeds een plastieken Jezus kopen, gevuld met het ‘geneeskrachtig water’ van Lourdes.

Geloof doet veel met een mens. Water om je zonden weg te wassen! Ik mijmer voor wie ik een plastieken Jezus mee naar huis zal nemen. Ik kom tot tientallen vrienden die zo’n ding eigenlijk nodig zouden hebben. Maar voor hén zit daar echt veel te weinig geneeskrachtig water in. Een litertje is niks. Hun zonden zijn te groot!

Ik besluit om een stuk Pyreneeën te pakken. Ik vind het toch wel leuk. Ik stijg wederom tot sneeuwhoogte. Er zijn hier in het verleden heel wat wielertours gefietst. De namen van alle grote klimmers staan met grote letters op het wegdek geschilderd. Tevergeefs zoek ik naar mijn eigen naam….

Vlak voor het einde van de route krijg ik een enorme onweersbui over mij heen. De wolken zijn inktzwart en onweer en bliksem razen over mijn hoofd. Ik rijd hoog in de bergen en ik kan nergens schuilen. Ik kan alleen maar doorrijden. De wegen veranderen in bergbeekjes, het water gutst naar beneden. Een half uur later is het droog en schijnt de zon weer. Ik …. uh …. vond het best wel spannend….

Ik vind een eenvoudige caravan op een eenvoudige camping voor een schandalige prijs: € 85,-. Als ik twee nachten blijf, dan zakt de prijs naar € 60,-. Maar jôh, ik doe het. Ik vind het niet erg om veel te betalen voor veel comfort. En ook niet om weinig te betalen voor weinig comfort. Maar de verhouding moet goed zijn. Deze keer dan ff niet.

Nou ja, avontuur betekent ook gebrek aan comfort, pap, zei mijn dochter, voordat ik vertrok. Ze heeft gelijk.

ZIJ HEEFT EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR….

Jazeker. Dat klopt!

Coos op Reis: SPEECH TO TEXT

(Aflevering 40 in onze serie Coos op Reis.)

Het is zwaar bewolkt en het heeft vannacht ‘alvast’ wat geregend. Er komt vandaag nog meer en de weermannen voorzien heel veel regen de komende periode. Whoeiii!

Ik wandel vandaag, ondanks de dreigende wolken, naar het volgende kustplaatsje Bermeo, een kleine 10 kilometer verderop.

Parapluutje bij mij natuurlijk.

Elke motorrijder heeft immers…

Maar voor ik vertrek, moet ik eerst even aan het werk. Op mijn iPhone heb ik een app van de ACSI. Erg handig om onderweg op de iPhone te zien waar de campings-met-caravans-en-voorzieningen zitten. Omdat ik morgen hier weer vertrek en Frankrijk in ga, koop en download ik het kaartmateriaal van Frankrijk. Ik koop en download gelijk ook maar alle andere landen. Voor € 13 heb je alles, inclusief de testrapporten, openingstijden, adresgegevens, coördinaten etc. Aanrader voor zwervend campingvolk. Tip van Coos!

Ik ontbijt in Mundaka. Dat lijkt op Amsterdam: ook hier hebben de bewoners geen parkeerplaats voor hun auto. Er is gewoon geen ruimte. Veel families hebben dan ook geen auto. Grappig voor zo’n dorpje aan zee, met nog geen 2000 inwoners.

Tijdens het ontbijt aan de haven in het dorp, lees ik een artikel van Paul van Hooff. Ik las zijn boek ‘Man in het zadel’. Het artikel gaat over de schrijver en zijn trouwe Laverda 750.

Een paar geweldige herinneringen borrelden in mijn oude brein omhoog. Want die helse Laverda was voor mij óóit de moeder aller motoren. Die vette tweecilinder herinnert mij aan Peter van Duin. Peter woonde samen met zijn vrouw in een oud arbeiderswoninkje dat tegen de Lindtsedijk in Heerjansdam, gezellig onder de rook van Rotterdam, was aangezakt.

Peter van Duin en ik werkten in 1970 (!) samen als computer-operator bij Alpha Computer Diensten in de Spaanse Polder in Rotterdam. Aan een enorm mainframe, de GE 415 van General Electric. En toen al met een verbinding en Time Sharing naar Engeland. Knappe koppen in dienst van een fabrikant van veevoeder gebruikten o.a. computercapaciteit om op basis van de temperatuur, kracht van de zon, de kleur en de vochtigheid van het gras, wat weersvoorspellingen en wat geluk, de juiste en meest economische samenstelling van het veevoeder te berekenen. Jôh, ik was net 18 jaar. Mán, wát een mooie tijd. En wát een avontuur!

We werkten met zijn drietjes in een 24-uurs ploegendienst. De andere collega was een Fries en heette Peet de Jong. We waren alle drie ruim boven de 1.90 meter en daarom noemden ze ons de DeLangeDweilenPloeg.

Als we in de nachtdienst werkten, dan zeiden we altijd tegen elkaar: de nacht is voor dieven, hoeren, taxichauffeurs EN voor computer-operators….

Enfin. Terug naar die motor. Mijn collega Peter van Duin reed in 1970 zo’n Laverda 750. In het oranje. Toen ik hem voor het eerst zag, was ik direct smoorverliefd. Als door de bliksem getroffen bleef ik op het smalle stoepie aan de Industrieweg 130 staan. Wát een enorme machtige machine. En dan die twee vette cilinders! Als gigantische schuingeplaatste heipalen onder die fraai gevormde tank. Wat een vreselijk oerding. Ik kon er alleen maar overdag van kwijlen en ‘s nachts met mijn handen boven de dekens van dromen.

Door Peter van Duin ben ik gaan motorrijden.  En dát kwam zo:

Als het werk ‘s nachts eerder klaar was, dan mochten we naar huis. We deden een keer rond 03:00 uur het systeem uit en Peter zou mij op zijn motor wel even thuis brengen. Het was augustus en de nacht was zwoel. Ik stapte in een colbert en zónder helm bij hem achterop. Dat mocht nog in die tijd (1970).

Wôw! En zo raasden we om 03:15 uur met 150 km per uur door een verlaten Maastunnel in Rotterdam. Peter in zijn lederen jas, met zijn oranje potje en zo’n klassieke motorbril. En ik zonder enige bescherming. Whoeiii…

De witte middenstrepen op het zwarte asfalt veroorzaakten eerst een stroboscopisch effect maar vormden al snel door de toenemende snelheid één doorgetrokken streep. De gele tegeltjes tegen de muur vervaagden tot een grote gele, wollige waas. Het was zo’n enorme sensatie en demonstratie van brute kracht en snelheid. En dat kolossale geronk van die dubbele uitlaten, het geluid van die twee rauwe cilinders dat tegen de keramische tegeltjes aanroffelde.  We gingen op topsnelheid héééélemaal plat door de flauwe bocht die daar halverwege in de tunnel zit… Ik was in een poep en een zucht thuis in Lombardijen.

Peter, wat gebeurt er nu als er in die flauwe bocht een auto met panne staat?, vroeg ik hem de andere dag. Uh … tja, dán …. worden we helaas gelanceerd, zei Peter nuchter. Dát moet je kunnen accepteren, anders kan je beter geen motor gaan rijden, voegde hij er glimlachend aan toe.

De week daarop vond ik ergens in het Oude Westen van Rotterdam een motorrijschool. De instructeur zat met dubbele bediening bij mij achterop. Voor negen gulden per uur behaalde ik met vijf rijlessen mijn motorrijbewijs, het werkelijk allerbelangrijkste diploma dat ik ooit in mijn leven haalde…

Ik denk nog regelmatig aan Peter van Duin en aan zijn enorme Laverda, Zou hij nog leven? Nog motor rijden?  En wáár zou zijn MOEDER ALLER MOTOREN dan zijn?

Ik zit al een kwartier gedachteloos in mijn koffie te roeren. Ik ben helemaal terug in de tijd. Joh, ik moet nodig gaan wandelen. Ik wil naar Bermeo, het volgende dorp. Ik ga gauw op weg!

Baskenland (Euskal Herria) is tweetalig. De Baskische taal is erg afwijkend, nauwelijks verwant aan andere talen en zeker heel anders dan Spaans. Het is voor de Spanjaarden onverstaanbaar. Ik zie op veel borden dan ook twee talen staan. Sommige theorieën gaan zelfs zo ver dat ze de Basken als directe afstammelingen van de cro-magnonmensen classificeren, op basis van fysieke kenmerken en skeletbouw.

De Basken zelf beweren in elk geval dat zij de eerste en tevens oorspronkelijke bewoners van Spanje zijn. Zij voelen zich duidelijk superieur aan de Spanjaarden.

Nou, tweetalig dus. Kijk maar op de verkeersborden. Maakt voor mij trouwens niks uit, want ik snap allebei de talen niet.

De letter X wordt hier opvallend veel gebruikt. En de tilde.

Maarruh….ze nemen mij niet in de maling hoor, als ze een bank slecht vinden, dan noemen ze hem hier ook gewoon een….

Dorpen in de omgeving strijden hier jaarlijks wie het hardst kan roeien. Ze oefenen flink in Bermeo. Aan de haven tref ik een prachtig standbeeld van een vader en zoon, dat symboliseert dat vader zijn zoon al vroeg leert roeien. Prachtig en ontroerend.

Even na 13:00 uur begint het zachtjes te regenen en rond 14:00 uur gaat het los. Een mooie tijd om onder een luifeltje te lunchen. Je moet het geluk een klein beetje blijven helpen.

Later ontdek ik onderweg nog een reuze handige paraplu-installatie bóven de was. Super.

SPEECH TO TEXT / TIP VAN COOS

Het elke dag handmatig intypen van mijn reisverslag is best veel werk en kost een hoop tijd.

Daar heb ik wat op gevonden. En wellicht gebruik jij het al járen en ben ik de enige op de hele wereld die nog typt. Maar toch…..het is reuzehandig en wellicht heb jij er ook iets aan.

Naast de spatiebalk op het toetsenbord van je iPhone, zie je een klein microfoontje. Wellicht druk je er wel eens per ongeluk op en krijg je dan de vraag of je wilt dicteren. En meestal zeg je nee en ga je verder met typen.

Als je nu op het microfoontje drukt en je activeert het dicteren eenmalig, dan kun je voortaan het microfoontje gebruiken en je teksten dicteren. Je kunt het dicteren ook in INSTELLINGEN aanzetten.

Je kunt het microfoontje voortaan gebruiken als je mail typt, als je notities maakt, in WhatsApp, in Facebook etc. Probeer het maar eens. Het is reuzehandig en het werkt razendsnel.

De zinnen sluit je af door aan het einde van de zin gewoon ‘punt’ te zeggen. Je zult zien dat het programma dan netjes een punt achter de zin plaatst. Tussenzinnen kun je maken door gewoon komma te zeggen. Of je zegt haakje open, blablablabla en haakje sluiten. Of je kunt een vraagteken toevoegen door vraagteken te zeggen. Uiteraard werkt uitroepteken ook. Je gaat weer terug naar het toetsenbord door even op het kleine toetsenbordje te tikken, rechts onder in het scherm. Je kunt trouwens gelijk zien of je goed articuleert. Als je mompelt, dan mompelt hij ook onverstaanbare woorden op je scherm. Koekel maar even op ‘dicteerfunctie iPhone’ en lees daar de rest.

Morgen reis ik weer verder. In de regen. Mijn favoriete muzikant Steven Wilson maakte er met Porcupine Tree in 1992 al een waanzinnig nummer over: It Will Rain For a Million Years. Prachtig nummer over kut-regen. Ik haat regen!

THE CATCH OF THE DAY

De meeste foto’s maak ik in landscapeformat. Dat vind ik mooier. Ik benut thuis zo mijn 29” monitor in de volle breedte. Alle echte oude fotografen maken hun foto’s in landschapeformat. Let maar eens op.

De jongelui willen de foto’s op portraitformat. Ze kijken er alleen maar op hun iPhone naar. De meesten hebben thuis niet eens een computer meer. Grappige ontwikkeling, vind ik.