Tag archieven: motorverhalen

Motorjournalisten hebben een perfect leven

“Motorjournalisten hebben een perfect leven. Ze reizen de wereld rond, worden fantastisch onthaald, maken van alles mee en ze krijgen er nog voor betaald ook.”

(redactie:) We plaatsen hier een column van Dolf Peeters die hij een paar jaar terug schreef. Een verhaal wat we jullie niet willen onthouden. Meer lezen van Dolf?

Hij heeft een prachtig boek geschreven. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. Dit boek is inmiddels uitverkocht.

 

Het gaat in ons voorbeeld om de introductie van een nieuwe productlijn van een ambitieuze Italiaanse fabrikant.

Er wordt dus een freelancer M/V ingehuurd. Freelancers M/V zijn gedreven mensen die de hang naar aardse rijkdom ontstegen zijn.

DAG 1:

Voor de incheckbalie van Ryanair staat een hele slang mensen. Er staat iemand in de rij met een complete achtpersoons bungalow tent. Hij kan het maar niet vatten dat zijn vracht niet als handbagage mee mag. De freelancer checkt geroutineerd in. De poort piept op de Leatherman.

Die gaat uit zijn houdertje en in de handbagage tussen de laptop en andere elektronica.

De passagiers stromen via het vliegtuig in. Een stewardess die Engels spreekt met het accent uit een Britse comedy serie repeteert in snelvuurtempo dat ieder vrij is om een stoel uit te zoeken. Dat geeft gedrang bij de raamplaatsen. De twee andere stoelen in de rij van drie worden gevuld door een enorm dikke Italiaanse en haar minuscule echtgenoot. Een dikke Italiaanse voelt aan als een weldoorvoede airbag.

De captain heeft een loodzwaar Iers accent. De stewardessen draaien met een doodse blik in hun ogen de veilgheidsroutines en lopen daarna dingen te verkopen en vuil op te halen. Er worden krasloten verkocht. Het landen gaat prima. Buiten is het dertig graden. In de aankomsthal staat een bezwete man met een papiertje waarop met pen de bedrijfsnaam is geschreven. Naast hem staat al een andere genodigde. Het is een jonge vrouw in zomerkleding. In tussen heeft de chauffeur, die net als alle Italianen een aan zijn hand vastgegroeide GSM heeft, contact met de hele wereld en de zaak.

Er blijken ook nog een Griek en wat Fransen zoek te zijn. We stappen in en rijden de file in. Langs een soort doorgaande weg staan tientallen luchtig geklede meisjes vriendelijk naar automobilisten te zwaaien. Het hotel staat op een desolaat industrieterrein. In het hotel is er tijd voor een vlugge douche. Want om acht uur is de pers genodigd voor een diner. Maar voorlopig bestaat de pers dus uit een tweepersoonsdelegatie uit Nederland. Er missen nog een mannetje of 38.

Om ongeveer half tien is bijna iedereen er. De spokesmanager van de fabriek vertelt al gs-emmerend dat de bus er nu ook elk moment kan zijn. En jawel… De buschauffeur krijgt ruzie met zijn GPS en het verdwaalt… Erg laat komt de ploeg aan bij het beloofde restaurant. Er liggen drie onweersbuien om onze lokatie de manager vertelt dat een van zijn personeelsleden de zaak via de buienradar in de gaten houdt. De man kijkt tevreden naar zijn gasten en de hoosbui barst onverwacht los. Iedereen wordt nat. Om een uur of half twee worden de nog natte, maar voldane gasten voor het hotel gelost. Ondanks het late uur zijn er nog meisjes die de na dampende gasten maar wat graag willen troosten De harde kern duikt de hotelkelder in. Daar is de bar. Tijd voor werkoverleg en de laatste bedrijfs- en vak roddels.

DAG 2:

De excursie staat geplanned vanaf 9.30 uur. Om een uur of half elf komt de Sales Director in Armani vragen of iedereen er klaar voor is. Hij zwaait naar buiten. Het publiek ziet dat een bus zijn deuren sluit en weg rijdt. De Verkoopdirecteur rent buiten, start zijn zwarte Alfa Romeo en verdwijnt ook. Er komt een wat kleinere touringcar aanrijden. Het ding stopt en er stappen twee Italianen uit die gister ook al gezien waren. In correct Engels wordt de pers uitgenodigd om in de bus plaats te nemen. Het is weer een uurje rijden. Het bedrijfspand ziet er van buiten kaal-strak uit.

Maar binnen is te zien waarom Italianen zo’n reputatie op het gebied van schoonheid hebben. Allemaal setting & design. Top! Er loopt een cameraploeg. Er is een podium met twee enorme flatscreens. Fotomodellen. Macho mannelijke Italianen. Rank gesneden dames.! De presentatie is helemaal goed. De persmappen zijn zo mooi dat het bijna niet meer hinderlijk is dat ze alleen in het Italiaans zijn. Eerst krijgt iedereen cappucino of espresso. Een echte espresso veegt alle vermoeidheidsflarden van een volle week zinderend weg. Het journaille loopt tevreden keuvelend rond. Beginnende verslaggevers haal je er zo uit. Met de mooie pen uit persmap maken ze als waanzinnigen aantekeningen in het design kladblok dat in de map zat. De veteranen kijken geïnteresseerd naar de activiteiten. Ze schrijven niet. Ze weten dat alle info, inclusief de foto’s op de CD’s in de persmap staan.

Een product directeur houdt intussen een betoog over zijn product. In het Italiaans. Hij laat zich meevoeren door zijn emoties.

Zijn tsunami van produkt informatie valt stil. De man kijkt naar de vertaalster die het hele betoog met groeiende verbijstering heeft aangehoord. De dame is Engels. Ze kiest dus voor een aanpak die geen Italiaan in zijn hoofd zal halen. Ze vat de verbale storm van krap tien minuten lang samen in het meesterlijke: “This is a very good and modern product”.

De helft van de aanwezigen spreekt geen Italiaans of Engels. De stemming is ontspannen. Een Spaanse journalist zit te flirten met een duitse fotografe. De communicatie man van het bedrijf spreekt goed Engels en neemt het woord. Hij stelt ons voor aan de verantwoordelijke van de wedstrijd afdeling. De man is een doodnerveuze, spichtige zuid Italiaan. Hij morrelt wat aan zijn stapel aantekeningen. Hij begint te praten. Loopt vast. Grijpt verbeten naar zijn teksten Maar de bladen liggen niet op volgorde. Hij slaat de handen ten hemel. Pakt zijn papieren en verdwijnt.

Bij het presentatieteam heerst enige consternatie… De race verantwoordelijke komt weer terug.

Hij kijkt boos het publiek in en herstart zijn verhaal. Hij praat razendsnel en zonder stoppen. De vertaler heeft geen kans. Als de man toch buiten adem raakt probeert de communicatiebaas hem af te serveren. De circuitspecialist kijkt met dodelijke haat in zijn ogen de zaal in en ratelt zeven minuten door. Hij besluit zijn betoog met een hoofdknik en verdwijnt weer.

Daarna is de officiële presentatie voorbij. Er kan inter-gevjoewd worden met de gesponsorde rijders. Ze laten zich gewillig fotograferen. Er is een fantastische lunch op het dak van het bedrijf. Later blijkt dat het grootste deel van de produktie- in China en de Oekraine wordt gemaakt. De wereld is een dorp. Een Italiaanse redacteur heeft zijn ogen constant op de Duitse fotografe die al eerder werd genoemd gericht. De Germaanse is er een kanjer. Minstens 1 meter 85. Rondborstig. Vol in de heupen. De Italiaan rukt zijn ogen van haar af en zegt met een onnavolgbaar accent tegen de Britse redacteur naast hem “Big girls frighten me”.

Er zijn een paar journalisten die kenbaar hebben gemaakt dat ze sommige 2016 items wel heel vet vinden. Met een samenzweerderig gebaar worden ze meegenomen naar ‘achteren’. Daar staat een hele stapel weggeefdingesten.

Dan blijken er nog drie journalisten over te zijn. Die zijn vliegtechnisch geplanned voor de volgende dag. Helaas heeft de organisatie vergeten nog een extra hotelnacht voor ze te boeken. En de mensen van de fabriek zelf hebben absoluut geen tijd meer voor de drie overblijvers De extra overnachtingen zijn geen probleem. Er wordt afgesproken dat er op kosten van de zaak ook in de stad gedineerd kan worden. Het eten is matig. De oberes heeft een vijfpuntige ster onder haar rechteroor getatoeëerd. Het stadje zelf is om 21 uur 30 net zo uitgestorven als Maasmechelen bij nacht.

Terug bij het hotel krijgt iedereen ruzie met de taxichauffeur De gerant komt naar buiten en maakt kenbaar dat het niet aanvaardbaar is om toeristen op kosten van een Italiaans bedrijf harteloos te bestelen. De taxichauffeur wordt zo boos dat hij een deuk in zijn auto schopt. Bedtijd.

DAG 3:

Na het opstaan kijkt de free lancer de terugreis documenten in. Het blijkt dat er de avond ervoor een vlucht was geplanned naar Stuttgart. Een ander papier meldt dat de teugreis twee dagen later om 6.30 uur naar Amsterdam geboekt is. De derde boeking is blijkbaar gedaan op dezelfde vlucht als die van de andere Hollandse collega. Een uurtje later dan afgesproken worden de overblijvers opgehaald.

De chauffeur van de bedrijfsbus doet er alles aan om de verloren tijd in te halen. Daarbij steekt hij de ene sigaret na de andere op. Zijn andere arm is vergroeid met zijn GSM. Met een derde arm pakt hij constant snoepjes uit het dashboardkastje. Op het vliegveld blijkt dat er nog twee andere stoelen op dezelfde naam geboekt staan. Bij de douane blijkt de Leatherman nu een echt probleem. De beveiliger adviseert ‘Dzjoekenne zrow iette away’.

Een voordelig vormgegeven dame vraagt “Ga je ook naar Eindhoven?” Op het ‘ja ‘zegt ze: “Dan geef je dat ding toch gewoon aan mij mee. Omdat er voor de free lancer in elk geval drie zetels waren geboekt is er wat ruimte. Er nestelt zich alleen nog een mollige, bleke en zwetende twintigster. Ze is Spaans. Haar vriend woont in Vlaanderen. Ze heeft vliegangst. De free lancer praat haar door de start heen en vraagt de haar of ze bij het raam wil zitten. Ze slaat haar zorgvuldig gemanicuurde handen voor haar gezicht en huivert: “Never!” De vlucht verloopt voorspoedig. Na de landing wordt er geklapt. De Spaanse bedankt voor de coaching.

Bij de lopende band wordt de vriendelijke Katelijne opgespoord. Ze blijkt het fenomeen Leatherman niet te kennen, maar is na verduidelijking gepast onder de indruk. en heupwiegt volkomen naturel weg. Daar kan geen Italiaanse tegen op. Buiten staat de Guzzi van de free lancer. Nog 114 kilometers Dan: Thuis. Bijpraten…. Chinees halen. Morgen de tekst maken. En faktureren.. Het leven is een feest.”

Coos op Reis: GELOOF

Aflevering 22 in onze serie Coos op Reis

De zon komt aarzelend door. Op de ramen zitten spetters van de regen van vannacht.

Gatver, mijn laarzen en handschoenen zijn nog steeds zeiknat. Ze drogen niet lekker in de caravan. Zolang ik ter plekke aanwezig ben, zet ik ze maar buiten en in de wind.

Daar waar ik mijn ontbijt scoor, drinkt een grote groep Nederlandse bejaarden in de supermarkt koffie met elkaar. Hun stoelen staan half in een kring en vlakbij de kassa. Eentje heeft zelfs klompen aan. Het is net een kippenhok. Als ik bij binnenkomst hard ‘goedemorgen’ roep, nodigen zij mij onmiddellijk uit om er gezellig bij te komen zitten. Wat lief, hè! Ik geniet een uur lang van alle verhalen en de grappen die ze met elkaar uit halen. Het is een dolle bende. Erg leuk.

Bij de receptie boek ik vier nachten bij. Mijn laarzen zijn immers nog niet droog… Nee hoor, dit is voor mij een goede plek hier. De camping heeft goede aardstralen. Albufeira met al haar horeca op wandelafstand, het strand ook lekker dichtbij, wat moet een mens nog meer? Lekker plekkie.

Vandaag wandel ik naar Praia da Oura. Twintig kilometer heen en weer. Ik denk dat ik na deze trip óók nieuwe wandelschoenen nodig heb, dus als iemand binnenkort Janny-zonder-Facebook…..

Ik wil in Praia da Oura graag het appartement opzoeken waar Janny en ik in 1977 waren. Lijkt mij leuk.

Onderweg vlucht ik een paar keer voor een regenbui. De laatste run brengt mij bij een prachtig Italiaans restaurant voor de lunch. Ik heb ook altijd pech, hè? De zon laat mij vandaag echter mooi in de steek.

Ik zoek en vind het betreffende appartementsgebouw terug. Het is inmiddels in gebruik als hotel. Ik praat even met de seniormanager. Het oudste deel is 42 jaar oud. Het glazen onderwatervenster van het zwembad is er niet meer, vertelt hij weemoedig. Het complex is ondertussen flink uitgebreid en gemoderniseerd. Ik mag van hem rustig even rondkijken! Super, down memory lane..!

Ik hou daarvan. Je kunt mij af en toe ook gerust terugvinden in het straatje waar ik geboren ben, in de wijk waar ik ben opgegroeid, bij het pand waar ik heb gewerkt etc. Ik ben gewoon een sentimenteel lor, jôh.

Ik zoek wat verder en vind het strandje waar we toen regelmatig heen gingen. Man, wat leuk allemaal. Het is ruim 40 jaar geleden. We waren nog maar 25 jaar. Wáár blijft de tijd, niet normaal…uh…sterk spul, dat Fischerman’s Friend….

Mijn oude jeugdvriend Bas kan op zijn iPhone ook zien waar ik ben. Hij stuurt mij vanuit zijn caravan in Frankrijk via WhatsApp naar Restauranta a Ruine, een topvisrestaurant boven de zee in Albufeira. Het is een hele sjieke tent. Ik mag daar zelf het vissie aanwijzen dat ik ga opeten. En het eten is er super. Joepie, wat een feest. Kost wat, maar erg leuk voor een keer. En Janny heeft toch geen Facebook. Ik vertel later gewoon dat de benzine in Portugal erg duur was…

Nou, kortom, een fikse wandeldag met veel bewolking, weinig zon en een paar nare buien. Die factor 50 had niet echt gehoeven. Morgen beter!

 

GELOOF

Owja, het verhaal van de ober.

Om te voorkomen dat ik in het restaurant tegen een oversized helwitte spaarlamp aankijk, kies ik voor de stoel die zicht geeft op een blinde muur. Je zou het soms niet zeggen, maar ik heb van huis uit een gereformeerde opvoeding gehad. Wellicht zie ik daarom iets kerkelijks in die muur. Kijk zelf maar op de foto. Op zo’n bordje stonden vroeger de psalmen en gezangen in krijt geschreven.

Ik vraag aan de ober hoe dat zit. Achter de deurtjes blijken echter dartboards te zitten en ik bulder van de lach.

Na mijn verklaring vraagt de ober of ik een gelovige ben. Ik antwoord ontkennend. Dat begrijpt hij niet, zegt hij hoofdschuddend. Want het geloof kost immers niets en het geeft je meer zekerheid tot toegang naar het hiernamaals.  Hij gaat vertwijfeld verder: het zal je maar gebeuren dat ze straks de deur niet voor je openen. Nee, het is erg onverstandig om dat nou niet te doen en ik moet daar toch nog maar eens over nadenken…

“En vervolgens vertelt de ober mij oprecht wáárom en wannéér hij zelf is gaan geloven… 

Hij is op dat moment 16 jaar. En komt binnen bij een pizza-restaurant, daar waar nu de McDonald’s is. Ik knik begripvol… Weet ik van veel. Ik ben hier net één dag…

 In het restaurant ziet hij het mooiste meisje van heel Portugal. Ze heeft donkere ogen en zwart haar. Hij wil haar. Hij vraagt haar of ze met hem uit wil. Alleen als je geld hebt, antwoordt zij hooghartig.

Hij kan aan niets anders denken en gaat naar huis en bidt op het harde cocosmatje voor zijn bed op zijn blote knieën om geld, zodat hij het begeerde meisje mee uit kan vragen.

De volgende dag, net als hij een weg over wil steken, houdt een onzichtbare hand hem tegen en vrrrroeeemmmm dendert met hoge snelheid een zware motorfiets voorbij. Twee seconden later schraapt er iets over straat en ziet hij een dikke geldbuidel over straat schuiven. Hij opent de buidel. Er zit geld in. Heel veel geld.

Zijn gebed is verhoord! De ober is vanaf dat moment een echte, oprechte gelovige!

Haha. Echt gebeurd, volgens hem. Vet verhaal, toch?
Ik lach mij de koelere…”

In the Catch of the Day een impressie van Praia da Oura en omgeving.

Coos op Reis: Middelburg en Portugal

De wereld is nu ruim een jaar in de ban van Corona. En terwijl er door motorrijders momenteel nauwelijks tot niet gereisd kan worden, genieten wij van de verhalen van Coos van der Spek in onze serie “Coos op Reis”.  We krijgen al vragen van lezers zo van:  “Hee, waar blijft het volgende verhaal van Coos?” Welnu, hier is nummer 19 dus.

Middelburg en Portugal

Het is 16 maart en prachtig weer. Half bewolkt. Prima voor een ingekorte afritsbroek, zonnebril, factor 50 en een BMW-truitje in de aanslag.

Vroeg in de middag wandel ik voor mijn lunch zo’n 10 km door het bos naar het dorp Hinojos. Het is een mooie en rustige omgeving en onderweg geniet ik van het groen en alle bloemen.

In het restaurant organiseer ik een pannetje garnalen. De dame plaatst ze borrelend en sissend in de olie op tafel. De geuren van knoflook en rode pepers vullen de lucht. Een paar stukken vers stokbrood maken de maaltijd compleet.

Een meneer tikt mij op mijn schouder en zegt dat, als ik uitgegeten ben, hij even met mij wil praten… Ik schrik er eigenlijk een beetje van, maar ben wel erg benieuwd.

Wat blijkt? De man is de baas van de supermark. Hij had mij gisteravond, toen ik daar mijn diner bij elkaar aan het sprokkelen was, ook al opgemerkt. En zonet heeft hij de logo’s op mijn kleding herkend. Hij komt op zijn gemak aan mijn tafel zitten. De man graait in zijn zak en toont mij vol trots foto’s van zijn BMW 1200 GS, alle drie zijn koffers en een enorme lawaaipijp. Hij is razend enthousiast en vertelt allemaal verhalen van zijn reizen, mooie gebieden in Spanje en interessante steden. En aan langslopende dorpsgenoten vertelt hij dat ik uit Hollanda kom. Erg leuk en gezellig. We hebben wel twee uur zitten praten.

Terug door het bos denk ik er glimlachend nog eens over na. Er schiet mij plotseling een dergelijke gebeurtenis uit het verleden te binnen. En die wil ik noges delen….

MIDDDELBURG

Enfin, wandelen we in Middelburg terug naar de auto. De wind giert door de straat in ons gezicht. Het is mei, maar koúd, jonguh…!

We stappen een willekeurig café binnen voor een warme versnapering. De eigenaar staat achter de bar. Hij ziet er gevaarlijk uit. Levensgrote tatoeages trekken mijn aandacht: afbeeldingen op zijn armen, teksten op zijn handen, op zijn vingers, in zijn hals en in zijn nek. De meest raadselachtige en bizarre geschriften geven aan hoe zijn ruige leven is verlopen. Hel en verdoemenis over zijn hele lijf. Een deel van zijn café bestaat uit oud meubilair van een gereformeerde kerk. Da’s vast nu van de duivel, bedenk ik mij.

Bij het afrekenen vraagt hij aan mij of ik straks nog even een minuutje heb…

Nondeju, ik gaf hem maar een euro fooi. Op een bedrag van 7 euro. Dat is onder de norm van 15%, flitst er door mij heen. Man, dat wordt hier echt knokken met die goser.

Heb ik, met mijn 1.95 meter, vanmorgen voor Jan Lul mijn hoofd kaal geschoren, heb ik voor niks vanmiddag mijn gevaarlijke zonnebril in het formaat van een Mengele brilletje opgezet en is hij niet bang van mijn onzichtbare bodywarmer, die mij zo breed doet lijken als de bodyguard van Willem Alexander?

Janny weet van niks, kijkt argeloos om zich heen en ik zoek in gedachten de kortste weg naar de uitgang.

Komt die kroegbaas met een plattegrond van Middelburg gemoedelijk aan ons tafeltje zitten!

Kijk jochie, ik zal jou es ff de mooie plekkies van Middelburg laten zien. Want jij bent een toerist en ik ben een echte Middelburger en ik vind dat ik wat voor mijn stadje moet doen. En hij toont ons op de kaart waar we die dag nog allemaal heen moeten, waar hij geboren is, wat het oudste gedeelte is en waar de film van Michiel de Ruyter is opgenomen en hoever je moet bukken als je een toertje met de rondvaartboot doet. Het is leúk en leerzaam!

En … hij weet o.a. precies te vertellen wáár de kazerne heeft gestaan waar ik in Middelburg in 1972 in militaire dienst zat. Natuurlijk zijn we daar even gaan kijken. Er is nu alleen nog maar een grasveldje over…

Toffe gast, die kroegbaas met al zijn tattoos. We gaan noges langs, hoor. Heeft hij verdiend!

Morgen reis ik verder. Naar Portugal. Ben benieuwd waar ik terecht kom. Het weer is niet zo best. Maar dat kan ik toch niet veranderen.

In de Catch of the Day uiteraard veel natuur.
Ik ontsnap wéér aan een hevige bui. Hij scheert precies langs.

Coos op Reis: HIJ SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN

De wekker gaat om 08:00 uur.

Ik hoor gelijk de regen op het dak. Grote, dikke vette druppels op het houten dakkie van mijn huissie. Tak-Tak-Tak. De regen wás voorspeld en het ís gekomen.
Gatver.

Het is vandaag 15 maart. Op die dag ging ik in militaire dienst. In 1972. Dat is zowat 50 jaar geleden. Gek, ik moet er op die datum altijd aan denken. Mijn militaire diensttijd was echt zonde van mijn tijd. Ik heb er niets geleerd. In dienst voor het vaderland. Jôh, koning en toekomstige ministers, ga lekker zelf ergens in de blubber schieten als je zo nodig ruzie moet maken, dacht ik, toen al. Ik was toen nog maar 19 jaar.


Ik ruim de boel op en pak mijn zooi in. Vandaag gaat de route richting Sevilla. Als ik mijn motor, bepakt en bezakt, uit haar overdekte parkeerplaats rijd, dan is het ondertussen gestopt met regenen. Lekker man!

Tijdens mijn ontbijt op de camping bepaal ik mijn strategie. Toen ik dit navigatietoestel koos, kocht ik er op mijn iPhone een applicatie bij. Die applicatie staat via het internet in verbinding met diverse diensten: de verkeersinformatie met files en wegafsluitingen, de flitspalen en mobiele camera’s en de weersinformatie. Mijn iPhone praat met blauwe tandjes op zijn beurt weer met het navigatiesysteem. Ik laad de geplande route op mijn navigatietoestel en start de weersapplicatie. De Garmin toont dat er forse regen precies in de knik van mijn route zit. Wat een móóie techniek allemaal, hè. Besturing en controle. En alles onder een knopje.

Maar terug naar de regen in dat knikje. Gatver. Extra jammer, want ik kreeg de sleutel van het appartement van mijn ouwe DAS-makker Rob Bloemer mee. Ik verheugde mij al op een paar dagen strand met de e-reader… Beetje bakken en braaien en wentelen als een sucadelapje. Dutje doen in de middag… Ik kan énorm lui zijn, hoor.

Ik besluit om de regen te ontwijken en kies voor een alternatieve route om zo de knik af te snijden. Ik bind mijn regenpak héél duidelijk zichtbaar achterop mijn motor en vraag of Anzar, de god van de regen, mij goedgezind wil zijn. Als Anzar ziet dat ik mijn regenpak bij mij heb, dan laat hij geen regen vallen. Zo is dat. Tja, en als je het niet kunt bewijzen, dan moet je het geloven. Want zó gaat dat met het geloof…

Het motormanagement van de BMW stel ik af op RAIN. Het maakt de motor minder fel. En dat is prettig en veiliger op natte en gladde wegen. En zeker bij het uitkomen van de bochten. Ik zet de handvatverwarming aan en ga op weg.

Ik klim de bergen in en zie de temperatuur rap zakken. Af en toe krijg ik van Anzar wat druppeltjes op mijn vizier. Dan bulder ik in mijn helm dat hij eens goed naar mijn regenpak achterop moet kijken. Heb je hem gezien? roep ik steeds. Ik heb mijn volledige regenpak bij mij! Kort daarna is het dan weer droog. Met een beetje grote bek houd je een hoop onheil van je af, hoor. Ik praat mijzelf wat moed in, dat hoor je zeker wel.

Ik stop voor een warme kop koffie. Een lieve dame doet de deur open. Eigenlijk is het restaurant nog gesloten. Allervriendelijkst maakt ze verse koffie en serveert er een kleine cake bij. Potver, als ze van déze dame nou eens 200 Spaanse buschauffeurs zouden maken, wat zou het dán voor toeristen leuk zijn om met de bus in Spanje te reizen.

In de koffietent trek ik gelijk een extra warme trui van BMW aan. Janny heeft er altijd een hekel aan als ik weer eens thuis kom met een nieuw kledingstuk waar BMW op staat. Het is twee keer zo duur en de kwaliteit is twee keer zo slecht, moppert ze dan. Maar ik vind het zooo leuk dat er BMW op staat, jôh. Ik ben gewoon een groot kind, blij met z’n warme truitje mét stoer BMW-logo. Ik kan altijd zó verlekkerd in de kledingrekkies daar kijken…. Haha!

Ondertussen ben ik in de buurt van Algodonales en is die nare regenhoek afgesneden. Ik verleg de route weer naar de oorspronkelijke route en gluur eens om mij heen. Ik zie blauwe luchten en ik zie dreigende luchten. Een beetje door elkaar heen. Ach, ik heb gewoon wat geluk nodig.

Soms stop ik voor een foto. Zo eentje met wat stralende luchten en wat zonneschijn. Maar dan halen de dreigende luchten mij rap in en gaat het plots weer druppelen. Gatver.

En opééns besef ik: Anzar zit mij achterna, hij zit mij op de hielen. Nondeju! Ik heb mijn regenpak gedurende deze gehele trip, die vanaf 28 februari aan de gang is, nog steeds níet aangehad. En das uniek. Das best lang. En dat schreef ik onlangs vrolijk in mijn verslag. En nu zint Anzar op wraak. Want hij wil geen vrolijke verhaaltjes. Daar is-tie potverdorie geen regengod voor geworden. Anzar wil mij vandaag in mijn spiksplinternieuwe hightech elastische kanariegele pakkie van Goedhart Motoren in Bodegraven zien, die smerige boef. Anzar wil mij nat, Anzar maakt er een wedstrijd van… !

Dus gauw een foto van die lucht maken en rap weer op de motor. Huphuphup. Ik moet Anzar vóórblijven. Dat stuk chagrijn zal zijn zin niet krijgen. Jij gaat mijn regenpak niet zien vandaag, sukkel. GO Coos, GOOO! Gas op die lolly!

En ondertussen ben ik nog steeds lekker droog. Ik zit te fluiten in mijn potje. Reteslim om dat smerige regengebied effe te vermijden. Geen moer aan.

Janny kan op haar iPhone tot op de meter nauwkeurig zien waar ik ben en vraagt via Whatsapp of ik in de regen rijd. Want dat kán bijna niet anders, typt zij. Zij weet ondertussen niks van mijn regenrace natuurlijk.

Maar het blijft maar lukken en ik blijf maar droog. Haha. Goed gedaan. Yeah! Ben jij ook wel eens zo tevreden over jezelf? Wellicht ik wel ietsje vaker dan de gemiddelde mens, hoor. Dat zou zo maar kunnen.

Maar je weet het: als ouwehoeren pudding was, dan heette ik DrOetker…Ik heb de naam én de daad.

Bij Montellano bolder ik tussen uitgestrekte olijfbomenvelden door. Links staan de knoestige oude olijfbomen en rechts de sprieterige jonge olijfbomen. Hoe moeten die ouwe nou de jonkies leren hoe ze olijven moeten maken? bedenk ik mij. Of zouden ze ‘s nachts weleens stiekem de weg oversteken, Darwin trotserend?

Ik maak een mooie foto van een solitaire boom. Samen met mijn motor. We hebben best veel gemeen, die boom en ik.

Onderweg kruist een dikke duif mijn weg en vliegt bijna tegen mijn hoofd. Het scheelt minder dan een meter. Ik kijk hem recht in zijn angstige oogjes aan. Alle G-krachten trotserend draait hij als een gevechtspiloot in een F16 op volle snelheid bij en voorkomt een enorme botsing met veel veren en onreinheid op mijn scherm en vizier. Goeie raceduif! Op een schaal van één tot tien krijgt hij een negen van mij.

De regen komt mij achterna. Ik moet steeds harder gaan rijden om Anzar vóór te blijven. Maar het is een ongelijke strijd. Anzar heeft geen stoplichten en rotondes. En bij mij ligt veel modder op de weg.

In Utrera geef ik mij gewonnen en vlucht ik een overdekt terras op voor een lekker broodje. De regent komt met bakken uit de lucht. Ik lach Anzar uit. Ik sta hier veilig droog. Mijn pak heeft hij nog niet gezien…

Het broodje is op en ik rij weer een blauwe lucht tegemoet. Anzar doet vast even een dutje en heeft mijn vertrek niet in de gaten. Volgens mij is Anzar een sufferd. Gewoon zo’n rotgodje waar je verder niks aan hebt.

Kort voor Sevilla moet ik tanken. Een pompbediende wil dat werkje wel even voor mij doen. Only in your dreams, mate. Tanken doe ik mooi zelf. Je stopt je dieselpistool maar lekker ergens anders in, roep ik hem toe. Gelaten geeft hij mij de handgreep aan. Hij wil wél van tevoren weten voor hoeveel geld ik ga tanken. En ik moet cash betalen. Ik tank totdat de tank vol is, señor, vertel ik hem vriendelijk. Ik heb nu nog geen idee hoeveel d’r in haar tank gaat, amigo.

Ik moet plots denken aan telefoonabonnementen: daar moet je ook van te voren opgeven hoeveel je gaat bellen en hoeveel je gaat internetten. Wie wéét dat nou? Van tevoren? En we pikken het allemaal, hè? Wat een stomme klantonvriendelijke onzin. Ze leggen je daarmee toch gewoon aan de ketting?

Hup verder! Kein keloel over benzine en abonnementen. De donkere wolken komen er aan!

Anzar trekt nog een paar keer vals zijn lippen op, grijnst gemeen zijn tanden bloot en stort voorzichtig een beetje water over mij uit. Ik tart hem en lach hem uit. Het gebeurt diverse keren dat ik recht op zo’n pikdonkere lucht afrijd en dat mijn route héél kort daarvoor weer afslaat. En dan scheer ik er weer langs. Anzar verbijt zijn ellende. Hij pist maar wat schlemielige druppeltjes naar beneden, maar dat mag geen naam hebben.

In Sevilla heeft hij mij bijna te pakken. Bijna! Het is tegen 18:00 uur. Ik heb er 330 km op zitten. Ik rij midden in de drukke stad en heb tien ogen nodig om te overleven. Die Spanjolen in hun koektrommels willen allemaal tappas van mij maken. Ze zijn of aan het bellen, of aan het roken of ze zijn met hun passagier druk in gesprek.

En dan, plotseling, zet Anzar de kraan helemaal vol open. De regen komt met bakken naar beneden! Het ziet grijs van de regen. Ik kan geen kant op. Ik wil je pak zien, dondert hij. Ik maak je zeiknat, bliksemse kaaskop uit de Lage Landen!

En nét als ik hem dan maar wil voorstellen om met 1:1 te eindigen, ik ben er immers bijna en heb hem de héle dag ontweken, vind ik tussen de scholieren een droge overdekte schuilplek. Haha. Je kunt de koelere krijgen, Anzar. Ik heb gewonnen! Géén regenpakkie aan vandaag! Het zit nog steeds ingepakt achterop mijn motor!

Het laatste stukkie rij ik droog.

Ik vind een toffe camping in het nationaal park Doñana in de buurt van Almonte. Zéven wandelkilometers van de bewoonde wereld. Maar eindelijk in een echte caravan, en super netjes, zoals het hoort. Het restaurant en de winkel zijn hier alleen in het weekend open. Nou ja…

COOS SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN….

Ik werd vanmorgen wakker met vier muggenbulten. De klootzak!

Coos op Reis: DARWIN

Het is bewolkt. Maar het regent niet. En dat was wél voorspeld. Geluk? Ach, dat dwing je af. Maar helaas geen strakblauwe luchten vandaag.

Ik smeer mijn hoofd met factor 50 in en trek mijn verleidelijke afritsbroek, het sexy losse goretex-jasje van mijn Stadler-motorjas en mijn betoverende goretex-wandelschoenen aan. Uh…ik zie er niet zo heel erg charmant uit. Maar ik kan vandaag wél dik 10 graden temperatuurverschil overbruggen. Dat blijkt vaak nodig. Ik vertrek ’s morgens meestal met een warm zonnetje en ben dikwijls ’s avonds laat pas terug bij mijn overnachtingsplek.

Vandaag ga ik met de bus naar Nerja. Das een plaatsje aan de kust, wat kilometers verderop.

Toeristisch weliswaar, maar het heeft ook een historisch centrum uit 1487. Ik ben benieuwd.

Ik praat nog even bij de receptie van de camping over de bustijden en maak aanstalten om in het restaurant te gaan ontbijten. Komt er een stevig gebouwde kerel met een levensgroot stokbrood op mij af en vraagt of ik Coos van der Spek ben. Ik rol bijna om. Whoehaa! Hij vertelt dat hij Piet heet. Hij heeft via zijn nicht, en das mijn buurvrouw Astrid van der Pijl, op Facebook gelezen dat ik met de motor op zijn overwintercamping ben aangekomen. Piet komt mij even gedag zeggen. Hoe klein is de wereld als je gebruikmaakt van social media. Wat leuk!


Ik wandel wat kilometers naar de bushalte. De bus is te vol om alle toeristen mee naar Nerja te nemen. De buschauffeur is nog niet echt toegekomen aan de klantvriendelijkheidstraining van het vervoersbedrijf en blaft iedereen af. Wat een lelijke bullebak, wat een stuk chagrijn. Allemaal onzekerheid van zo’n schriel mannetje, denk ik. Net als die kleine keffertjes altijd. Nou, de volgende bus komt over een half uur, hoor. Ik heb de tijd.

Mijn iPhone, GoogleMaps met de offline-kaarten en mijn extra accu zijn mijn beste vrienden tijdens deze trip. Ik kan er alles mee. Ze brengen mij moeiteloos naar het Balcon de Europe. Voor mijn motorclub: ze vergissen zich. Het moet zijn: El Bacon door Europa. Maar dát wisten ze in 1885 natuurlijk nog niet..

GoogleMaps brengt mij ook naar Barco de Chanquete van de beroemde serie Verano Azul uit de beginjaren tachtig van director Antonio Mercero.

De blauwe boot (zie foto) speelde er een belangrijke rol in en de serie heeft een wezenlijke rol gespeeld in de toeristische ontwikkeling van Nerja.

Jullie hebben er vast wel van gehoord. Nee? Nou, ik ook niet, hoor.

Een mondain stel vraagt of ik een foto van hen wil nemen.

Hij heeft een bijrol gespeeld in de serie en heeft er goede herinneringen aan, vertelt hij megatrots.  Ik knik begripvol.

In de kerk steekt iemand een elektrisch kaarsje aan. Dat vind ik nou echt het absolute toppunt van nep, hebberigheid en een toonbeeld van diefstal in de naam van het geloof en de here jezus. De meeste bezittingen van de kerk zijn gewoon in het verleden gepikt of door onderdrukking verkregen, maar zo’n elektrisch kaarsje! Daarvan kan je het verleden niet de schuld geven.

Dat rotding brandt in het nú. Wát een stuk kitsch. In géén honderd jaar… Maar ieder zijn ding. Ik zie dat de oprecht gelovigen gewoon hun euro’s in het kermisding duwen. Ik ga op zoek naar een echt kaarsje voor mijn overleden vrienden en familieleden, nondeju!

Bij het Balcon de Europe speelt een jonge violiste geweldige klassieke nummers. Het geluid draagt prachtig over het plein. Het is supermooi en het ontroert mij.


In het verkeersdrukke Nerja dendert een 1200 GSA voorbij. Ik herken de diepe brom onmiddellijk. Hij is op dezelfde manier bepakt als mijn motor. Alleen heeft deze óók nog een echte, levende duo achterop in plaats van die grote plastic zak van mij. Het kan altijd gekker..

Ik bezoek een kapel uit het jaar 1700 met fraaie schilderingen in de stijl van Granada. Wat zou het handig zijn als ik hier even plassen kon. Maar ja, in zo’n kapel zijn ze ook meer met het verleden bezig dan met het heden.

‘s Avonds zit ik in het restaurant aan zee zomaar uren te praten met iemand uit IJsselstein. We drinken samen een wijntje. Hij is een gepensioneerde bankman, is 75 jaar en hier alleen op vakantie. Het is erg gezellig. Ik herkende hem trouwens als Nederlander omdat hij in steenkool Engels om mayonaise vroeg…

Mooie dag, ondanks de bewolking!

DARWIN

Onderweg naar de bushalte zegt een poes mij gedag. Het verkeer raast op topsnelheid over de tweebaansweg langs. Iedereen die hier oversteekt, of daar maar even aan denkt, is op slag dood. Maar poes is slim en blijft aan háár kantje op háár stoepie…

Das nou eens een mooi en praktisch voorbeeld van de evolutietheorie van Darwin, mijmer ik. Poezen die oversteken worden doodgereden. En zo blijven de slimme poezen, die aan hun eigen kantje blijven, in leven én planten zich voort. En ontstaan er poezen die niet oversteken. Zoiets dus….