Tagarchief: MotorJournalist

Gijs van Hesteren, met de kin op de tank

Vanaf de start van onze site hadden we het “ronkend vragenvuurtje”, waarbij we motorrijders, mannen en vrouwen, al jaren dezelfde vragen stellen. Soms komen er verhalen binnen op de redactie, die je “pakken”.  Waar je stil van wordt. Vandaag praten we met Gijs van Hesteren. We hebben het wel eens over passie voor motoren… welnu, lees mee met Gijs.

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Sinds mijn geboorte in 1954 heet ik Gijs van Hesteren. Met die naam ben ik best tevreden. Ik kwam terecht in een warm en veilig nest. Niet dat men er heel erg motorminnend was. De liefde die ik voor de tweewieler ontwikkelde kwam toch vooral voort uit het avontuurlijke en ietwat ‘wilde’ karakter van mijn familie van moederskant. Een paar honderd jaar in de koloniën van Oost-Indië, dat zegt wel iets.

Twaalf ambachten en dertien ongelukken. Naast en na een rommelige schoolcarrière loste ik zeeschepen in de Antwerpse havens, ik knapte oude Engelse motoren op, ik was pijpfitter voor een Belgische koppelbaas en na enige studie begaf ik me korte tijd in het welzijnswerk voor tehuiskinderen.

Dat laatste, dat was niks voor mij, al die onoplosbare ellende. Uiteindelijk belandde ik in de zeilvaart met historische klippers en tjalken – op het wad. Dat heb ik bijna twee decennia volgehouden en nog steeds woon ik in het Friese Harlingen.

Met de gezondheid van mijn vrouw Inge ging het steeds minder. Daarom ben ik 17 jaar geleden aan de wal gaan werken, eerst als innovatiemanager en daarna als journalist. Na het overlijden van Inge ben ik teruggegaan naar mijn oude liefde. Zelfs nu ik gepensioneerd ben laat ik me nog regelmatig inhuren als schipper/kapitein op zeilschepen, passagiersboten en vrachtschepen.

1972: De Puch Skyrider. Ik had net ‘Easy Rider’ gezien. Ik wilde ook een hoog stuur. Met grote ontzetting vroeg mijn vader wat me in godsnaam bezielde. (Foto: Els van Hesteren, mijn moeder)

Heb je vroeger eerst brommer gereden? 

Ik was vijftien en de brommers van mijn klasgenoten zetten mijn fantasie aan het werk. Al tikkend op het toetsenbord dringen de herinneringen zich met hernieuwde scherpte op. Ik denk terug aan vijftig jaar geleden. Ik zit in de derde en ben een bleu jongetje. De mannen van de vierde klas rijden met brommers. Hondaatjes, Zündapps, Kreidlers, Yamaha’s. En een enkeling heeft een Puch. Wat vind ik dat interessant, en mooi.

Mijn eigen tweewielerloopbaan begon met de Puch Skyrider (foto boven). Een cultbrommer. Op mijn zestiende verjaardag kwam dit stijlicoon in mijn bezit. Als jonge jongen leerde ik al snel hoe ik moest omgaan met het koppelen en schakelen. Later, bij mijn motorrijlessen en met mijn eerste motor zou ik daar nog veel plezier van hebben. Leren brommerrijden deed ik met schade en schande. Ik denk dat ik zeker zes keer keihard op mijn plaat gegaan ben met die brommer.

De Skyrider bleef niet lang in mijn bezit. Ondoordacht leende ik de brommer uit aan een vriend. Deze belde mij op zondagochtend: ‘Gijs, je brommer is gestolen. En hij stond nog wel op slot!’ Ik ben veel te goed voor deze wereld en in mijn naïviteit vergaf ik het hem. Pas veel later drong het tot me door dat het een vooropgezet plan moet zijn geweest. Exit Puch.

Van het verzekeringsgeld kocht ik een Tomos 4L. Samen met mijn techneutische vriend Robert bouwde ik er een vijfbak in. Een tuningbedrijfje nam de cilinder onder handen. Vijf PK! Ineens had ik een wapen waarmee ik Kreidlers en Yamaha FS1’tjes inhaalde. Later nam mijn jongere broer Marnix de Tomos over. Dat was het eind van mijn brommerjaren. Maar elke keer dat ik een Puch of Tomos zie, in een schuurtje, op straat, op een beurs, denk ik even: wat waren dat mooie tijden! Koop ik er weer een? Zal ik of zal ik niet?

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Mijn eerste motorkilometers ooit waren achterop de BSA A7 van Wouter Voskuil, dwars door de woonstraten van Etten-Leur. Wat een geluid, wat een power! Ik werd ter plekke en definitief motorgek.

Mijn eerste eigen motor? Het moet in de zomer van 1972 zijn geweest. Ik had net mijn motorrijbewijs behaald. Wekelijks had ik de uitgebreide advertentiepagina’s van het weekblad ‘Motor’ uitgespeld. Veel te koop, geen budget, maar ik wist welk merk het moest worden. De krachtige klappen en de fabelachtige acceleratie van de eencilinder Matchless, daar ging niets boven. Een paar dagen later reden Inge, mijn broer en ik met de Renault 4 van mijn moeder van Breda naar de duplexflat in een buitenwijk van Dordrecht. Daar bevond zich de begeerde koopwaar.

In het kleine fietsenhok onderin de flat openbaarde zich de schat: een Matchless G80S, 500cc, bouwjaar 1954. Dat zag er goed uit. Een vuurrode polyester racetank en een racestuurtje. Het begrip caféracer was nog niet zo bekend als nu, maar wat zag het er snel uit. Proefrit door de straten rondom de flat. Geen drempels in die tijd. Goeiemorgen, wat ging dat hard! Dreunend en daverend snelde de Matchless met mij wapperend aan het stuur op en neer. Goed hoor. Niks mis mee, verkocht!

Zo moet je het niet doen, dat weet iedereen. Alleen ik wist het niet. Daar kwam ik al heel snel achter. Met de R4 in mijn kielzog draaide ik snelweg A16 naar Breda op. Al die slome automobilisten met Opeltjes Kadett, Deux Cheveaux, Ford Taunussen, Volvo Amazons, Morris Minors, Volkswagenbusjes, opzij! Vol gas naar de Moerdijkbruggen. Supersnel ging het, kin op de tank. Waar bleven de anderen nou, met die Renault 4? Even stoppen op de vluchtstrook; dat mocht toen nog. Denk ik. Vreemd, al die rook. Waar kwam dat vandaan? Hee, van onder de tank uit!

Ja, de oude trouwe machine had het erg warm gekregen. Oliedicht was hij dus niet. De voetpakking, de klepdekselpakking, daar kwam best wat olie langs gesijpeld. Gelukkig, daar kwam de R4. Verder maar weer. Of niet? Starten wilde hij niet meer, ondanks de ineens veel lichtere tegendruk van de kickstarter. Met een sleeptouw arriveerden we achter de auto uiteindelijk in Breda. Mijn moeder keek ervan op. Hee, een nieuwe motor en nu al een sleepkabel nodig?

Tja, het hoorde er allemaal bij. Bij nadere studie en demontage bleek er het een en ander niet in orde. Een lekkende benzinetank, tot op de draad versleten zuiger, krakend droge primaire ketting, half loszittende koppeling en nog zo een paar dingen. In die jaren reikte de garantie tot op de hoek. Zelf uitzoeken dan maar. En zo begon een motorcarrière, die zich achteraf gezien heeft laten kenmerken als een periode met toppen en dalen. In het laatste geval: vooral in het begin veel oponthoud langs vluchtstroken en bermen. De toppen: meer dan veertig jaar motorplezier, waarbij vooral de mensen eromheen zorgden voor de sjeu.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Je hebt motorrijders die natgeregend zijn en motorrijders die nat gaan regenen. Haha, hoe ouder ik word, hoe mooier het weer moet zijn. Maar ik heb heel wat winterkilometers onder de wielen door zien gaan. Harde wind en regen op de Afsluitdijk, door sneeuw en ijs van Utrecht naar Groningen, zeiknat door herfstig Noord-Frankrijk, rondje Nederlandse kust en grens in oktober. Verstand op nul en gas. Maar met een bescheiden zonnetje erbij wordt het al snel leuker.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Dan zou ik waarschijnlijk gaan voor een replica Matchless G50 in een Seeley-frame, en daarmee zou ik classic wegraces willen rijden. Hoe dat zit? Na de verkoop van ons zeilschip in 2004 kreeg ik tijd om een oude droom te verwezenlijken: motorracen. Eerst ging ik dat doen met een MuZ Skorpion Cupracer, in youngtimerwedstrijden bij de SAM en bij de Ducaticlub. Motorevenementen voor de relatief trage eencilinder werden echter schaarser. Na 2010 stapte ik over op een tot classic racer omgebouwde Yamaha XS650 uit 1972. Die motor heb ik nog steeds en voor komend jaar hoop ik op mijn achttiende raceseizoen. Niet dat ik ooit echt goed ben geworden in hardgaan, maar het gaat om het meedoen toch, niet om het winnen?

2021: Internationale Classic GP Chimay. Een derde en een tweede plaats met de Yamaha XS650. De twee grote flessen abdijbier horen bij de prijzen. (Foto: Tajan van der Wiel)

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Als het om toertochten gaat, kies ik de rit die ik in 2017 maakte, kort na de voortijdige dood van mijn geliefde echtgenote Inge. Ik had tijd en rust nodig om mijn gedachten en mijn hart weer op de rails te krijgen. Ik had net voor duizend piek een stokoude BMW K100 gekocht. Daarmee reed ik via Frankrijk, Duitsland, Italië en Slovenië naar Bosnië en terug. Geen wereldreis, maar wel therapeutisch. Je kunt erover lezen op mijn weblog: GijsvanHesteren.nl.

Wat betreft de racerij: mijn mooiste wedstrijd reed ik afgelopen juli, toen ik op het bloedsnelle stratencircuit van Chimay (België) in de 750cc-klasse twee podia behaalde. Misschien meer geluk dan wijsheid, want de meeste echt snelle mannen waren óf afwezig door corona en Brexit, óf ze waren er in de trainingen al vanaf gevallen, óf ze hadden panne opgelopen. Maar je hebt de finish pas gehaald als je over de eindstreep gaat en dat hadden mijn oude XS’je en ik toch maar mooi voor elkaar gekregen.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Eigenlijk zou ik met mijn Moto Guzzi Californian II van 1987 een grote rit willen maken, naar Kazachstan of zo. Misschien komt het er nog eens van, maar de racerij slokt voorlopig al mijn AOW-centjes op.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Altijd, haha. Maar de schuur staat vol. De Yamaha-racer, een 1958 AJS 16MS, de MuZ youngtimerracer, twee restauratieprojecten: een Triumph Bonneville van 1972 en een 1976 XS650. De 1995 Yamaha Diversion 900 die ik reed vóór de Guzzi zou het eerst weg moeten. Misschien zou ik wel een Guzzi V85 willen, of net als tussen 2003 en 2008 nog eens een Ducati Monster.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Met motorrijden als hobby hoef je je nooit te vervelen. Laat staan als motorracen je liefhebberij is. Na één race of circuitdag vraagt je classic bike net zoveel tender loving care als een ‘gewone’ motor na een heel jaar.

2020: Rondje Nederland, samen met oudste zoon Gijs jr. (Foto: Gijs van Hesteren)

Nog veel belangrijker is de kameraadschap die met name het racen me gebracht heeft. Zoals bij elke sport verkrijgen de vrienden en kennissen die je opdoet tijdens de beoefening een bijzondere positie. Met hen deel je winst en verlies, tegenslag en voorspoed. Mijn vrouw Inge werkte jarenlang als officiële fotografe van de SAM-wedstrijden. De jongens en meiden van de raceclub schrokken van haar ontijdige dood minstens zo erg als ik. In het traject daarna had ik aan hen veel steun, ook later, toen ik de draad weer probeerde op te pakken.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Zo af en toe schrijf ik als freelancer nog artikelen voor Het Motorrijwiel. Léés dat blad, neem een abonnement of koop het los!

Wat neem je mee op een alledaagse motorrit?

Praat erover met tien motorvrienden en je krijgt tien verschillende verhalen. De ene kiest voor zijn mobiele telefoon en een flesje water. De ander heeft een speciale tas in zijn koffer waarin je al het mogelijke aantreft wat je kunt bedenken. Natuurlijk is het handig om water bij te hebben. Wat reparatie materiaal is fijn. Ducktape en  tie raps zijn handig. Een Zwitsers zakmes is slim. Een reserve bril en wat medicatie misschien? Wat je meeneemt op je motorfiets hangt natuurlijk sterk af van het gebied waar je rijdt en hoe ver van huis je gaat. Hier in Nederland is een hulpdienst of je eigen motor garage zo gebeld, maar ergens afgelegen in het buitenland is het natuurlijk fijn dat je een aantal problemen zelf op kunt lossen. Voor de mensen die echt op alles voorbereid willen zijn is de volledige tas van deze ervaren motorjournalist misschien een idee? Hij heeft een volledige “motor survival kit” bij zich:

Wat neem jij zoal mee? Mis je nog iets belangrijks? Laat het ons weten in de comments.

 

Motorjournalisten hebben een perfect leven

“Motorjournalisten hebben een perfect leven. Ze reizen de wereld rond, worden fantastisch onthaald, maken van alles mee en ze krijgen er nog voor betaald ook.”

(redactie:) We plaatsen hier een column van Dolf Peeters die hij een paar jaar terug schreef. Een verhaal wat we jullie niet willen onthouden. Meer lezen van Dolf?

Hij heeft een prachtig boek geschreven. Een politiek incorrect boek over motorrijden, motorrijders en motoren. 

Mannen, motoren, en (wat) meisjes.)

 

Het gaat in ons voorbeeld om de introductie van een nieuwe productlijn van een ambitieuze Italiaanse fabrikant.

Er wordt dus een freelancer M/V ingehuurd. Freelancers M/V zijn gedreven mensen die de hang naar aardse rijkdom ontstegen zijn.

DAG 1:

Voor de incheckbalie van Ryanair staat een hele slang mensen. Er staat iemand in de rij met een complete achtpersoons bungalow tent. Hij kan het maar niet vatten dat zijn vracht niet als handbagage mee mag. De freelancer checkt geroutineerd in. De poort piept op de Leatherman.

Die gaat uit zijn houdertje en in de handbagage tussen de laptop en andere elektronica.

De passagiers stromen via het vliegtuig in. Een stewardess die Engels spreekt met het accent uit een Britse comedy serie repeteert in snelvuurtempo dat ieder vrij is om een stoel uit te zoeken. Dat geeft gedrang bij de raamplaatsen. De twee andere stoelen in de rij van drie worden gevuld door een enorm dikke Italiaanse en haar minuscule echtgenoot. Een dikke Italiaanse voelt aan als een weldoorvoede airbag.

De captain heeft een loodzwaar Iers accent. De stewardessen draaien met een doodse blik in hun ogen de veilgheidsroutines en lopen daarna dingen te verkopen en vuil op te halen. Er worden krasloten verkocht. Het landen gaat prima. Buiten is het dertig graden. In de aankomsthal staat een bezwete man met een papiertje waarop met pen de bedrijfsnaam is geschreven. Naast hem staat al een andere genodigde. Het is een jonge vrouw in zomerkleding. In tussen heeft de chauffeur, die net als alle Italianen een aan zijn hand vastgegroeide GSM heeft, contact met de hele wereld en de zaak.

Er blijken ook nog een Griek en wat Fransen zoek te zijn. We stappen in en rijden de file in. Langs een soort doorgaande weg staan tientallen luchtig geklede meisjes vriendelijk naar automobilisten te zwaaien. Het hotel staat op een desolaat industrieterrein. In het hotel is er tijd voor een vlugge douche. Want om acht uur is de pers genodigd voor een diner. Maar voorlopig bestaat de pers dus uit een tweepersoonsdelegatie uit Nederland. Er missen nog een mannetje of 38.

Om ongeveer half tien is bijna iedereen er. De spokesmanager van de fabriek vertelt al gs-emmerend dat de bus er nu ook elk moment kan zijn. En jawel… De buschauffeur krijgt ruzie met zijn GPS en het verdwaalt… Erg laat komt de ploeg aan bij het beloofde restaurant. Er liggen drie onweersbuien om onze lokatie de manager vertelt dat een van zijn personeelsleden de zaak via de buienradar in de gaten houdt. De man kijkt tevreden naar zijn gasten en de hoosbui barst onverwacht los. Iedereen wordt nat. Om een uur of half twee worden de nog natte, maar voldane gasten voor het hotel gelost. Ondanks het late uur zijn er nog meisjes die de na dampende gasten maar wat graag willen troosten De harde kern duikt de hotelkelder in. Daar is de bar. Tijd voor werkoverleg en de laatste bedrijfs- en vak roddels.

DAG 2:

De excursie staat geplanned vanaf 9.30 uur. Om een uur of half elf komt de Sales Director in Armani vragen of iedereen er klaar voor is. Hij zwaait naar buiten. Het publiek ziet dat een bus zijn deuren sluit en weg rijdt. De Verkoopdirecteur rent buiten, start zijn zwarte Alfa Romeo en verdwijnt ook. Er komt een wat kleinere touringcar aanrijden. Het ding stopt en er stappen twee Italianen uit die gister ook al gezien waren. In correct Engels wordt de pers uitgenodigd om in de bus plaats te nemen. Het is weer een uurje rijden. Het bedrijfspand ziet er van buiten kaal-strak uit.

Maar binnen is te zien waarom Italianen zo’n reputatie op het gebied van schoonheid hebben. Allemaal setting & design. Top! Er loopt een cameraploeg. Er is een podium met twee enorme flatscreens. Fotomodellen. Macho mannelijke Italianen. Rank gesneden dames.! De presentatie is helemaal goed. De persmappen zijn zo mooi dat het bijna niet meer hinderlijk is dat ze alleen in het Italiaans zijn. Eerst krijgt iedereen cappucino of espresso. Een echte espresso veegt alle vermoeidheidsflarden van een volle week zinderend weg. Het journaille loopt tevreden keuvelend rond. Beginnende verslaggevers haal je er zo uit. Met de mooie pen uit persmap maken ze als waanzinnigen aantekeningen in het design kladblok dat in de map zat. De veteranen kijken geïnteresseerd naar de activiteiten. Ze schrijven niet. Ze weten dat alle info, inclusief de foto’s op de CD’s in de persmap staan.

Een product directeur houdt intussen een betoog over zijn product. In het Italiaans. Hij laat zich meevoeren door zijn emoties.

Zijn tsunami van produkt informatie valt stil. De man kijkt naar de vertaalster die het hele betoog met groeiende verbijstering heeft aangehoord. De dame is Engels. Ze kiest dus voor een aanpak die geen Italiaan in zijn hoofd zal halen. Ze vat de verbale storm van krap tien minuten lang samen in het meesterlijke: “This is a very good and modern product”.

De helft van de aanwezigen spreekt geen Italiaans of Engels. De stemming is ontspannen. Een Spaanse journalist zit te flirten met een duitse fotografe. De communicatie man van het bedrijf spreekt goed Engels en neemt het woord. Hij stelt ons voor aan de verantwoordelijke van de wedstrijd afdeling. De man is een doodnerveuze, spichtige zuid Italiaan. Hij morrelt wat aan zijn stapel aantekeningen. Hij begint te praten. Loopt vast. Grijpt verbeten naar zijn teksten Maar de bladen liggen niet op volgorde. Hij slaat de handen ten hemel. Pakt zijn papieren en verdwijnt.

Bij het presentatieteam heerst enige consternatie… De race verantwoordelijke komt weer terug.

Hij kijkt boos het publiek in en herstart zijn verhaal. Hij praat razendsnel en zonder stoppen. De vertaler heeft geen kans. Als de man toch buiten adem raakt probeert de communicatiebaas hem af te serveren. De circuitspecialist kijkt met dodelijke haat in zijn ogen de zaal in en ratelt zeven minuten door. Hij besluit zijn betoog met een hoofdknik en verdwijnt weer.

Daarna is de officiële presentatie voorbij. Er kan inter-gevjoewd worden met de gesponsorde rijders. Ze laten zich gewillig fotograferen. Er is een fantastische lunch op het dak van het bedrijf. Later blijkt dat het grootste deel van de produktie- in China en de Oekraine wordt gemaakt. De wereld is een dorp. Een Italiaanse redacteur heeft zijn ogen constant op de Duitse fotografe die al eerder werd genoemd gericht. De Germaanse is er een kanjer. Minstens 1 meter 85. Rondborstig. Vol in de heupen. De Italiaan rukt zijn ogen van haar af en zegt met een onnavolgbaar accent tegen de Britse redacteur naast hem “Big girls frighten me”.

Er zijn een paar journalisten die kenbaar hebben gemaakt dat ze sommige 2016 items wel heel vet vinden. Met een samenzweerderig gebaar worden ze meegenomen naar ‘achteren’. Daar staat een hele stapel weggeefdingesten.

Dan blijken er nog drie journalisten over te zijn. Die zijn vliegtechnisch geplanned voor de volgende dag. Helaas heeft de organisatie vergeten nog een extra hotelnacht voor ze te boeken. En de mensen van de fabriek zelf hebben absoluut geen tijd meer voor de drie overblijvers De extra overnachtingen zijn geen probleem. Er wordt afgesproken dat er op kosten van de zaak ook in de stad gedineerd kan worden. Het eten is matig. De oberes heeft een vijfpuntige ster onder haar rechteroor getatoeëerd. Het stadje zelf is om 21 uur 30 net zo uitgestorven als Maasmechelen bij nacht.

Terug bij het hotel krijgt iedereen ruzie met de taxichauffeur De gerant komt naar buiten en maakt kenbaar dat het niet aanvaardbaar is om toeristen op kosten van een Italiaans bedrijf harteloos te bestelen. De taxichauffeur wordt zo boos dat hij een deuk in zijn auto schopt. Bedtijd.

DAG 3:

Na het opstaan kijkt de free lancer de terugreis documenten in. Het blijkt dat er de avond ervoor een vlucht was geplanned naar Stuttgart. Een ander papier meldt dat de teugreis twee dagen later om 6.30 uur naar Amsterdam geboekt is. De derde boeking is blijkbaar gedaan op dezelfde vlucht als die van de andere Hollandse collega. Een uurtje later dan afgesproken worden de overblijvers opgehaald.

De chauffeur van de bedrijfsbus doet er alles aan om de verloren tijd in te halen. Daarbij steekt hij de ene sigaret na de andere op. Zijn andere arm is vergroeid met zijn GSM. Met een derde arm pakt hij constant snoepjes uit het dashboardkastje. Op het vliegveld blijkt dat er nog twee andere stoelen op dezelfde naam geboekt staan. Bij de douane blijkt de Leatherman nu een echt probleem. De beveiliger adviseert ‘Dzjoekenne zrow iette away’.

Een voordelig vormgegeven dame vraagt “Ga je ook naar Eindhoven?” Op het ‘ja ‘zegt ze: “Dan geef je dat ding toch gewoon aan mij mee. Omdat er voor de free lancer in elk geval drie zetels waren geboekt is er wat ruimte. Er nestelt zich alleen nog een mollige, bleke en zwetende twintigster. Ze is Spaans. Haar vriend woont in Vlaanderen. Ze heeft vliegangst. De free lancer praat haar door de start heen en vraagt de haar of ze bij het raam wil zitten. Ze slaat haar zorgvuldig gemanicuurde handen voor haar gezicht en huivert: “Never!” De vlucht verloopt voorspoedig. Na de landing wordt er geklapt. De Spaanse bedankt voor de coaching.

Bij de lopende band wordt de vriendelijke Katelijne opgespoord. Ze blijkt het fenomeen Leatherman niet te kennen, maar is na verduidelijking gepast onder de indruk. en heupwiegt volkomen naturel weg. Daar kan geen Italiaanse tegen op. Buiten staat de Guzzi van de free lancer. Nog 114 kilometers Dan: Thuis. Bijpraten…. Chinees halen. Morgen de tekst maken. En faktureren.. Het leven is een feest.”

Mark Turner, our reporter from the UK

Twitter blijft een mooi medium. Voor sommigen wat ouderwets, maar altijd snel en direct. Zo ontmoetten wij onlangs via Twitter deze “motorvriend” en journalist uit de UK: Mark Turner. Motorrijders sluiten gemakkelijk vriendschappen.

Mark Turner, mediapartner van Ikzoekeenmotor.nl

Mark Turner, deelt net als wij zijn passie over motorfietsen, oude auto’s en nog veel meer. We raakten aan de praat, en vroegen hem of hij het leuk zou vinden om af en toe eens wat aan te leveren. Als motorjournalist. En jawel, we gaan met regelmaat wat “Engelse teksten” publiceren, voor de liefhebbers. Want “ikzoekeenmotor” is natuurlijk groter dan alleen Nederland.

Op zijn website stelt Mark zich zo aan ons voor:

BlackTopMedia is a petrol head doing what he loves: Driving, writing and filming cars for you.

“I’m the founder, Mark Turner @Blacktopmediauk. I grew up oily, holding a spanner for my dad. Now I’m a freelance auto journalist who loves bikes and old school cars. I’ve done almost everything from selling cars to fixing them to working on with the manufacturers on engineering projects to driving, photographing and writing about them.

I’m always looking for new opportunities and if you want to be involved or have something you think i would like to be involved with, drop me a line.

Mark says “I remember in my first year at secondary school I was sitting in English class. We had a truly inspirational teacher called Wally Gomes who had a MK1 Escort Lotus. Wally sparked something inside me and I’ve been writing ever since.”

We (ikzoekeenmotor) will publish articles from Mark in the future on our website. Beginning with his vision on the Ducati Monster soon.