Vorig weekend, een zonnige dag, dus heerlijk even toeren. Onderweg kwam ik erachter dat er toch overal gestrooid was. Dus, eenmaal thuis besloot ik meteen de motor af te sluiten. Waarom je daar beter even mee kunt wachten als de motor nog warm is? Zeker bij een machine van bijna 30 jaar oud… Het filmpje legt uit.
Categorie archieven: Ikzoekeenmotor.nl
Van Panama naar Costa Rica
We hebben al eerder grensovergangen gezien waar Itchy Boots soms een volle dag gedoe had voor de juiste invoerpapieren en verzekeringen geregeld waren. Motorreizen kent soms uitdagingen. De grensovergang van Panama naar Costa Rica bleek echter een eitje. Ze was een uurtje kwijt, en omdat de klok ook nog eens een uur terug gezet kon worden, was het een vlotte grenspassage. Aflevering 36 begint weer in een nieuw land dus.
Eenmaal in Costa Rica kiest Noraly een bijzonder landelijke route om bij een vulkaan te komen. Dat blijkt minder eenvoudig dan ze in eerste instantie dacht. De vulkaan Turrialba wil niet door iedereen bezocht worden. Zeker niet als hij actief is. Maar wat een prachtige uitzichten weer, deze aflevering 37 is ongelooflijk mooi.
Met de Matchless in 1980 naar Marokko
Coronawinters geven een mens veel tijd om thuis na te denken, of om die gedachten op schrift te stellen.
Al een paar maanden werkt Gijs van Hesteren aan zijn boek met motoravonturen. We mochten alvast een stukje meelezen. Gijs schrijft ons:
“Och, niks bijzonders, die avonturen. Iedereen zou ze kunnen beleven. Maar ja, nadat ik ze heb opgeschreven ben ik er vanaf. Ik hoop het na de zomer uit te kunnen geven.”
Speciaal voor Passie voor motoren – Ik zoek een motor hierbij een voorpublicatie.
We gaan terug naar de zomer van 1980. Inge en ik beladen de motor. We zouden op vakantie gaan. Een besluit dat we nog maar nét hadden genomen. Het zou voorlopig onze laatste kans zijn op een lange afwezigheid. Als student sociale wetenschappen had ik weliswaar een lange zomervakantie, maar Inge zou in september beginnen met haar opleiding tot timmervrouw aan het Centrum Vakopleidingen voor Volwassenen, het CVV. En we wisten sinds heel kort dat ze zwanger is, van ons eerste kind. Als dat eenmaal geboren zou zijn, zou het voorlopig niet meer komen van wekenlange tochten met de motor.
Kind mee
We hadden bedacht dat het kind gewoon mee mocht, in Inges buik. Zo zou de foetus stevig aan de baarmoederwand vast vibreren. We hadden een paar veel grotere problemen. Geld was er één van, maar het zou nét moeten kunnen. Belangrijker: hoe zouden we op pad gaan? De besteleend was defect. Ons enige vervoermiddel was een 350 cc Matchless G3 uit 1957 met een Steib 500 zijspan. Ook in 1980 al een hoogbejaard vehikel. De motor had ik gekocht van een gepensioneerde oud-militair, voor 350 gulden. In huidige valuta is dat ongeveer 165 euro.
De fiets lag legergroen verspreid over een aantal houten kistjes bij hem op zolder. Het was een ex-legermodel voor officieren. Hij had hem een paar jaar daarvoor helemaal uit elkaar gehaald, met de bedoeling al het plaatwerk te laten overspuiten. Zoals zo vaak was het daar niet van gekomen.Vaak ontbreken er heel veel onderdelen in zo’n kisten- en dozenproject. Ik had geluk; alles was er nog. Het motorblok verkeerde in prima staat. De spullen bracht ik alsnog naar een lokale moffelinrichting en daarna was het een kwestie van afmonteren op de slaapkamer. Er valt weinig over te vertellen, behalve dat het naar beneden transporteren van het gevaarte heel wat voeten in de aarde had. Een negentiende-eeuws rijtjeshuis met draaitrap is er niet helemaal op ingericht, laat ik het daar maar op houden.
Ed Pols Motortoer
Eenmaal buiten hing ik het Steib-zijspan eraan. Ook dit is snel verteld, maar het zou me nooit gelukt zijn als Ed Pols van Motortoer me niet geholpen had. Ed had een klein motorzaakje in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Hij legde me alles uit over vlucht, toespoor en voorloop. Die dingen ben ik intussen weer vergeten. Ed leeft al lang niet meer, maar zijn bedrijf bestaat nog altijd, tegenwoordig onder leiding van Natascha Wiersma en mijn motorracevriend Ted Haanappel, onder de naam Ducati Amsterdam.
Het was een tamelijk zware combinatie gebleken. Veel sneller dan 85 kilometer per uur haalden we er niet mee. Een kleiner voorkettingwiel op de krukas zorgde dat er toch wat trekkracht beschikbaar was. We hadden niet meer dan 18 pk, maar ach, alle tijd.

Peter Weeink, archivaris van de AJS en Matchless Vereniging stuurde me onlangs een kopietje van het toen nog gestencilde clubblad ‘Satisfaction Guaranteed’. In die tijd was ik daarvan de redacteur. Kort voor de tocht schreef ik in een redactioneeltje:
“Het wordt tijd dat we weer eens een forse tocht maken. We gaan naar het ZUIDEN. Deze week reden Inge en ik een proefrit van Utrecht naar Groningen en terug. O jee, bijna terug thuis een mankement. Hm, beter daar dan ergens in Frankrijk. Hevige rook kwam uit de primaire kettingkast. Dat leek niet best. Ondanks vloeken en zoeken kwam ik pas achter de oorzaak toen ik de cilinder lichtte: één zuigerveer in drie stukjes gebroken en één muurvast in de groef. Een wonder dat de motor nog zo goed liep. Morgen gaan er nieuwe zuigerveren in en dan vertrekken we toch echt. Na de herfst komen we met het verhaal.”
Dat verhaal is er nooit gekomen. Wat ik hier noteer is dus een primeur. De kleppen en de contactpuntjes had ik gesteld, verse olie in de tank, de primaire en secundaire kettingen op spanning gezet. We laadden een metalen kist achterop, gooiden er gereedschap in, vijf liter SAE 50 single grade smeerolie, een tentje, luchtbed en slaapzakken, een gasstelletje en wat kleding. Klaar om te gaan.
De eerste stop was mijn ouderlijk huis in Breda Liesbos. Mijn vader en moeder keken nadenkend toe. Ze hadden niet veel vertrouwen in onze plannen. Zelf voorzagen wij geen enkel probleem. Zesentwintig jaar oud waren we. De wereld lag voor ons open.
Binnendoor
Het fietsje plofte tevreden. We reden langs zoveel mogelijk ‘gele en witte weggetjes’, zoals die door Michelin op de wegenkaart waren ingetekend. Per uur legden we netto gemiddeld hooguit 45 kilometer af. Met de pitstops meegerekend kregen we per dag op zijn best 250 kilometer achter de wielen. Helemaal niet erg.
De tocht begon langs de oude rijksweg via Rijsbergen, Zundert, dwars door Antwerpen naar Gent. We passeerden Compiègne en stortten ons op de Parijse Route Périférique, toen ook druk. Langs Route Nationale 20 verder naar Orléans, Vierzon (Camping Municipale), Châteauroux, Argenton, Limoges, Brive en Cahors – wéér een Camping Municipale.

Dwars door Toulouse en omhoog de Pyreneeën in. Ik herinner me de steile hellingen, waar we uiteindelijk in de eerste versnelling tegenop ploften, met achter ons een lange file Fransozen. Het motortje liep er erg heet, zodanig zelfs, dat op zeker moment damp en gesis een al bijna doormidden gesmolten plastic brandstofslangetje aankondigden. De kist zat vol met gereedschap en reservedelen, en dat bewees zijn nut.
Niet alle pannes wisten we daarmee op te lossen. Ergens in Midden-Spanje liep ineens het spatbord van het zijspan tegen de band aan. Het plaatstaal rondom de bevestiging was doorgescheurd. Een taller, een autowerkplaatsje zoals je die in dat land destijds overal rond de doorgaande wegen aantrof, liet ons zien hoe een goede plaatwerker zoiets in een ommezien kon verhelpen.
Ongerief
Tussenstops maakten we bijvoorbeeld in Madrid en Toledo. Een langere op de camping van Cadiz. Al een paar dagen had ik me niet lekker gevoeld. Die dag kwam het tot een dieptepunt. Uit alle openingen liep ik leeg, koorts veertig graden, en dat bij een zomerse buitentemperatuur van over de dertig graden. Dagenlang lag ik zwetend in ons tentje. Liefdevol en geduldig diende Inge mij aspirientjes en glaasjes water toe. Langzaamaan werd duidelijk dat ik een zonnesteek had opgelopen. In die dagen was er geen helmplicht in Spanje. De EU was er nog niet uitgevonden. Maar een mooie kans om het eens zonder valpet te proberen. Ja okee, maar dan moet je wel iets anders op je hoofd zetten, want anders ben je aan de beurt!
Aan alles komt een eind, ook aan ongerief. Na ruim twee weken en 2.300 kilometer meldden we ons bij de veerdienst in Algeciras. Een grote meute mensen die we destijds gastarbeiders noemden had zich daar al verzameld. Ze waren met volgepakte busjes, Opels Rekord, Mercedessen en Peugeots 504 aan komen rijden vanuit de industriegebieden in Noordwest-Europa – het Ruhrgebied, de Randstad. Het mooiste vonden we de omkleedpartij die er plaatsvond: vlak voor het inschepen verwisselde men westerse kledij voor djellaba en fez.

We staken de Straat van Gibraltar over. De opdracht voor de overkant: de douane. Het leek de bedoeling dat wij bij verscheidene minuscule hutjes de diverse benodigde stempels zouden inzamelen. Dat werd enigszins bemoeilijkt door de grote horde lotgenoten die zich zonder enig systeem voor het piepkleine loketje verdrongen. Gelukkig was er nog geen corona. Het zwetend duwen en trekken leverde succes op: onze paspoorten schoven we door dat raampje en een hele tijd later kregen we die na zweten, hijgen en duwen bij een volgend hutje terug.
Hobbelige wegen
De Marokkaanse wegen leken op die van de Spaanse hoogvlakte, de Meseta. Droog, heet, stoffig en hier en daar nogal hobbelig. Wij vonden dat prachtig. Het spatbord van de Steib zat weer goed vast; daar maakten we ons geen zorgen meer over. De plaatselijke jeugd lachte zich gek om onze zijspancombinatie. In die tijd zag je zoiets misschien niet vaak. Nu ook niet eigenlijk. Als Sinterklaas en Piet reden we zwaaiend naar links en rechts door de dorpen en stadjes. Eén enkele baldadig toegeworpen meloen wist onze goede stemming niet te verpesten.
Marokko was een cultuurschok voor on. We waren beschermd opgevoede babyboomers. Niet alleen een schok omdat er geen bier verkrijgbaar was op de terrasjes, ook omdat de verschillen tussen arm en rijk indringender waren dan in Noordwest-Europa. Een Nederlands sprekende Marokkaan, die wij op de markt waren tegenkomen liet zich door de verschillen niet tegenhouden. We moesten mee, theedrinken met de hele familie. Geweldig.
In Fez hield de Matchless er ineens mee op. Eén van de stoterstangen was gebroken. Voor wie geen verstand heeft van oude motoren: daarmee bedient de onderliggende nokkenas de kleppen in de cilinderkop. Een jong Brits stel dat de tent naast de onze had opgesteld hielp ons uit de brand. Zij reden met ons in hun Engelse misbakselautootje naar een werkplaatsje en net zoals in Spanje wist men er daar wel raad mee. Hardsolderen met koper. Het was in een ommezien hersteld.

Motor echt stuk
Het toch al in bescheiden mate voorradige studentengeld begon op te raken. We gingen naar huis. Alweer terug in Spanje, na 4.500 kilometer, waren we door onze voorraad ongedoopte, singlegrade SAE50 heen. Ergens voorbij Almeria, zo’n honderd kilometer na het bijvullen met 20W-50 multigrade klonken er ineens onheilspellende geluiden vanonder de tank. Het big-endlager was gebroken, het meest belangrijke onderdeel van een motor. Gebrek aan smering. De oliedoorvoer was verstopt geraakt door losgeweekt vuil uit de dirt trap in de krukas.
Op slechts enkele honderden meters duwen bevond zich een autowerkplaatsje. Hier mochten wij ons object opstellen in de schaduw, opdat we zonder oververhitting de diagnose definitief konden maken. De man van de taller was bereidwillig, al bleef communicatie beperkt tot gebarentaal. De ANWB zorgde dat de fiets terug naar Utrecht kwam en wij gingen liftend verder. De Matchless was er eerder dan wij.

Van Almeria tot Barcelona reden we mee in de Morris Mini van een Spanjaard met liefdesverdriet. Hij was op weg naar zijn geliefde. Misschien kon hij haar nog tot bezinning brengen. Hoe dichter we bij Barça kwamen, des te harder ging hij rijden, totdat hij het niet meer uithield en ons bij een benzinestation eruit gooide. Begrijpelijk, maar wat ons betreft niet zo’n goed idee. In the middle of nowhere hebben we daar een twintigtal uren doorgebracht. Inge in de wegberm en ik met de bagage verdekt opgesteld achter de vangrail. Spanjaarden bleken toch niet zo van het lifters meenemen te zijn. Zelfs niet als het ging om Noord-Europese jongedames.
Dankzij de Reis- en Kredietbrief van de ANWB waren we in staat om een taxi te bellen en vooral te betalen. De chauffeur bracht ons naar het Centraal Station in Barcelona. Treinen en bussen vervoerden ons vervolgens naar de Provence. Daar bewoonden mijn ouders destijds een pensionado-huisje. Hoofdschuddend over onze onverantwoordelijke avonturen trakteerden zij ons op copieuze maaltijden. Na een week verwennerij gaven zij ons een lift naar het station in Nice. We namen de internationale trein naar het noorden en betaalden ons nog maanden nadien blauw aan aflossing van onze reis- en kredietschulden.
Nieuwe distributeur voor MUTT Motorcycles
MUTT Motorcycles krijgt nieuwe distributeur voor de Benelux.
Per 1 maart 2022 is SilverLine de importeur / distributeur voor MUTT Motorcycles in de Benelux. Het in IJsselstein gevestigde bedrijf van Mark Stroop neemt daarmee het stokje over van Black Flamingo Moto van Arjan van den Boom en Paul van Mondfrans Lindén, die zich volledig gaan richten op het customizen van motoren.
Het Britse MUTT Motorcycles is in Nederland nog niet zo bekend, maar is actief in een groot deel van Europa, Azië en Australië. MUTT Motorcycles is in 2013 in Birmingham opgericht door Benny Thomas en Will Rigg. Zij besloten na 15 jaar customizen van Harley-Davidsons, Indians en Triumphs een betaalbare custom te maken. Eentje die je makkelijk even pakt om de stad in te gaan of de bosweggetjes op te zoeken.
Met een oerbetrouwbaar en superzuinig 125cc Suzuki blok als basis, werd er een next-level custom motor gebouwd, met dezelfde high-end kwaliteit en vintage looks als de extreem dure creaties als voorheen. Maar dan voor nog geen € 4000,-!
Met namen als Mastiff, Fat Sabbath en Razorback zien de modellen er net zo gelikt uit als ze klinken. Sinds kort zijn er ook 250cc modellen leverbaar, en achter de schermen wordt gewerkt aan modellen met een grotere cilinderinhoud, én een elektrische variant. Ook levert MUTT Motorcycles een uitgebreide kleding- en accessoirelijn onder de naam House of the Unholy.
De styling is in alle gevallen ongeëvenaard. Een mix van klassieke zwart stalen frames, moderne LED verlichting, café racer zadels, aluminium spatborden, Monza-style tankdoppen, noppenbanden en minimalistische dashboards. Niet voor niets richt MUTT Motorcycles zich op de Cool Customer.
SilverLine is naast importeur / distributeur ook de enige officiële MUTT Motorcycles dealer in de Benelux. Geïnteresseerden voor een dealerschap kunnen zich melden bij Mark Stroop op telefoonnummer 030-2943515 of via info@silverline.nl. Voor meer informatie over de motoren kijk je op www.muttmotorcycles.com of op Instagram: @muttbenelux
Coos op Reis: dagje Split, toch weer een ongeval
DE BALKAN – DAGJE SPLIT – TÓCH WEER EEN ONGEVAL
Het is strakblauw en nu al 29 graden. En al weer zaterdag 8 juni. Op de dag dat ik dit schrijf in onze serie Coos op Reis.
Op de camping zit een prima restaurant. Ik scoor er voor minder dan vier euro scrambled eggs met bacon. Vertel dat ook ff aan Janny als je haar tegenkomt? Alle beetjes helpen…
Vandaag ga ik met bus 60 naar Split. Paar honderd meter wandelen, een half uur meehobbelen en dan ben ik er. En dan is hij óók nog tien keer gestopt. Ik wandel vanuit de bus vanzelf de beroemde fruitmarkt op. Het plein heet Vocni Trg en het is vol in bedrijf.
Naast de grote marktkoopmannen verkopen daar ook nog steeds de lokale boertjes hun fruit en groenten. Met allemaal hun eigen ouderwetse weegschalen met gewichtjes. Als kind zag ik in de
jaren vijftig de groenteboer in Rotterdam die ook gebruiken. Dat vond ik toen al magisch.
Ik scoor bij een dame voor een paar euro een sapje met vers geperst fruit van ananas, sinaasappel, citroen en weet ik veel. Ze mikt er ook gember in. Lekker pittig. Super.
Ik kom bij het Paleis van Diocletianus. Het paleis is van het begin van de vierde eeuw. Het paleis bestond uit een rechthoek met vier hoektorens, enkele muurtorens en grote poorten. De vorm lijkt sterk op een Romeins castrum, een versterkte legerplaats. Het oude centrum van Split wordt gevormd door het oude paleis, waarin winkels, restaurants en markten zijn gevestigd. Het paleis is een ommuurde stad in een stad en bestaat uit zeer smalle en hoge straatjes, poortjes, nisjes,
trappetjes en steegjes waar de zon niet komt. Het is prachtig!
En ik zie toeristen, toeristen en nog eens toeristen. Bijna net zoveel als stenen onderweg. Als mieren lopen ze zwetend in het rond. Groot en klein, dun en dik. De meesten te dik. De mensendrukte komt natuurlijk omdat het ook hier Pinksteren is.
De glimmende, spekgladde uitgesleten stenen, nog met de groeven van oude karren, maken op mij diepe indruk. Hier kijkt de oudheid mij vanuit het verleden aan en is mijn leven plotseling maar nietig. We zijn hier maar even. I am just a passenger, zingt Iggy Pop in mijn hoofd.
Vervolgens bezoek ik het Republiekplein. Het heet Trg Republike. En natuurlijk kuier ik over de Riva, een mooie en autovrije boulevard. Ik loop zo Narodni Trg op, ook een mooi en oud plein. Het is allemaal oud en zeker de moeite waard om te bekijken. In Split en omgeving zijn veel opnames van The Game of Thrones gemaakt. Ik vond het een onwijs mooie serie. Ik ben gek op die spectaculaire beelden. Ik kan het niet nalaten om het museum van de Game of Thrones te bezoeken. Mwah, het is aardig. En best wel klein.
Door het museum schalt bulderend de muziek van de soundtrack. Das best wel stoer. In het museum veel replica’s van kostuums en wapentuig. De gids laat foto’s uit de film zien en vertelt waar in de stad de opnames zijn gemaakt. Ik was een uurtje daarvoor o.a. in de crypte. In de film werd nou precies daar de draak gevangen gehouden.
De filmopnames zijn in Split en in de buurt gemaakt, maar ook o.a. in Dubrovnik. Dat ligt ook in Kroatië. Ik kom trouwens over een paar dagen ook in Dubrovnik.
Er is een grote zeehaven. Er liggen talloze enorme boten. Voor een paar centen…
Het is ondertussen 32 graden en de koperen knoert brandt ongenadig op mijn witte hoedje. In het park Sustipan is het even lekker koel. Park Suma Marjan blijkt te ver weg om te lopen. Dat bewaar ik voor een andere keer.
Ik liep vandaag ruim 15 kilometer. En twee dagen eerder hád ik al een blaar onder mijn rechtervoet… Pff.
Conclusie? Split is een mooie stad en een bezoek zeker waard. Het is enorm druk en absoluut toeristisch. Maar dat heeft natuurlijk een reden en dat maakt Split erg gezellig. Ook het avondleven bruist en knalt. Als ik rond 22:00 uur naar de bus wandel, dan zitten alle terrassen, en het zijn er héél veel, nog stampvol.
EN TOCH WEER EEN ONGEVAL…
Aan het einde van de dag wandel ik vanuit het oudste gedeelte van Split weer terug naar de bus. Een jochie van een jaar of zes fietst mij onstuimig op het trottoir met een noodgang voorbij. De dood of de gladiolen. Ik denk nog: kind, doe hier rustig, die oude stenen zien er echt spekglad uit.
Met een knal gaat hij onderuit en zijn fiets draait 360 graden. Het geluid maakt mij misselijk. In eerste instantie zet hij een enorme keel op en dan … wordt het plotseling doodstil. Beangstigend. Het joch draagt weliswaar een fietshelm, maar is met zijn platte gezicht op de stenen gevallen. Hij verroert geen vin, blijft seconden als dood, heel onnatuurlijk, met zijn gezicht naar beneden op straat liggen en beweegt totaal niet. En … wordt vervolgens na een minuutje krijsend wakker. Breath Holding Spell heet dat, leer ik nog dezelfde avond van motormaatje Hans den Ouden. Het is een reflex en het komt voor bij jonge kinderen.
Uh … zijn vader en moeder zijn erbij, en volgens mij ook zijn opa en oma en neven en nichten, ik vind het best zo en ik heb toch geen pleisters bij mij, draai mij om en haast mij naar de bus. Die arriveert gelijk.
Mooie dag. Mooie stad. Lekker rondgesjouwd!











