Alle berichten van Redactie

Redactie Ikzoekeenmotor.nl.

Een Harley-Davidson, geschilderd Als Van Gogh

Een tijdje terug hebben we een onderzoekje gedaan op onze Facebookgroep PASSIE VOOR MOTOREN. We vroeger de lezers welk merk motorfiets ze graag geschilderd wilden zien door Erika Stanley.  De Harley-Davidson won toen in onze POLL en uit de ingezonden foto’s van de mensen die ook gestemd hadden, hebben we toen op de redactie gekozen om als allereerste te starten met de prachtige gele Harley (De Yellow) van Mevrouw Davidson.

Hierbij tonen we jullie dit eerste kunstwerk in deze serie van Erika Stanley. Mevrouw Davidson krijgt van ons een gratis exemplaar toegestuurd.

Dit schilderij toont een geweldig mooie gele Harley-Davidson in de kleurrijke vrije natuur, geschilderd Als Van Gogh. De motor waarop dit schilderij is gebaseerd, rijdt dus ook echt rond in het Noorden van Nederland.

De ‘ echte Yellow’ is eigendom van een dame met als treffende nickname Mw. Davidson. Het is een fabelachtig mooie machine die kracht en vrijheid uitstraalt in een landelijke Als Van Gogh-omgeving. Dit schilderij is daarmee de kers op de taart in het interieur van iedereen met passie voor motoren.

Kies het gewenste formaat en bestel Harley-Davidson Als Van Gogh op canvas, via deze link.

Dit schilderij is:

  • Als Van Gogh geschilderd door specialist Erika Stanley
  • Een droomcadeau voor motorliefhebbers
  • Een ode aan de vrijheid en pracht die Harley-Davidson uitstraalt
  • Zichtbaar op de website van Ikzoekeenmotor.nl

De machtige aanblik van Harley-Davidson Als Van Gogh geeft elk vertrek een vrolijke en vrije tint. Dat maakt dit schilderij geschikt voor o.a. huiskamers, slaapkamers, horeca en kantoorruimten. Ook als relatiegeschenk is dit schilderij een uitstekende keuze.

De schoonheid van oud ijzer

Niet iedereen is op zoek naar een motor. Sommigen houden zoveel oud ijzer over dat ze er iets totaal anders mee maken. Deze foto komt regelmatig langs op Facebook in diverse motorgroepen. We hebben hem al eens eerder geplaatst op deze website. Bij het achterhalen van de bron kwamen we niet verder dan een motorclub uit Hoogeveen. Mocht jij weten wie dit prachtige kunstwerk heeft gemaakt, laat je dan een reactie achter?

De U-turn

Het blijft voor veel motorrijders toch een dingetje. De U-turn. Hier een filmpje met instructies, bijzonderheden en tips. We hebben hem twee jaar terug al eens op de website geplaatst. Het blijft interessant om dit te oefenen. Zeker na de winter als we in het voorjaar weer de eerste ritten gaan maken.

Coos op Reis: CAPO DEI CAPI

Het is vandaag 30 maart. En het is nog maar net 08:00 uur geweest en ik sta al naast mijn bed. Das best uniek!

(We publiceren vandaag het 33e verhaal in onze serie Coos op Reis. Coos van der Spek vervolgt zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa.)

Er is bewolking en ik zie de zon. Dikke waterdruppels liggen op de koffers van mijn motorfiets. Het heeft vannacht geregend. Of … het zijn dikke tranen van de BMW omdat ik haar vannacht moederziel alleen en in haar blootje op straat heb laten staan. Achgossie.

Ik heb haar gisteravond echter beloofd dat ik bijtijds zou opstaan, zodat de nacht niet zo lang zou duren voor haar… Maar gelukkig, niemand heeft haar óf gestolen óf beschadigd óf een tyfusschop gegeven. Mooi. Het is volledig tegen al mijn principes om haar op een dergelijke plek te parkeren, maar soms kan het gewoon even niet anders.

Alle spullen zitten inmiddels weer op de motor en ik start het geweldige motorblok van de dikke tweecilinder. Ze komt ronkend tot leven. Al honderd meter verderop vind ik mijn ontbijt tussen de locals in de supermarkt. Ik bestel o.a. een jus d’orange en krijg tot mijn stomme verbazing een flesje Hero. Nou ja, in het land waar de sinaasappels letterlijk op straat liggen…. Verder een prima supermarkt.

Je kunt daar ook kroketten en een wasmachine en zo kopen. Whoehaa! Als ik vertrek roept de juffrouw ‘adios’ en ikke met veel bravoure ‘Byebye’. De hele zaak roept mij giechelend ‘ByeBye’ achterna. Alsof het snel is afgesproken. FF die lange kale Hollander piepelen… Dat zou zo maar kunnen, want ik versta helemaal niets van de Portugezen. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Het lijkt in mijn oren op Pools. Het klinkt rauw en Slavisch.

Ik vertrek uit Campo Maior en rijd al snel door een prachtig natuurgebied. Het is het nationale park ‘Parque Natural da Serra de S. Mamede’. De natuur varieert enorm. Het is Genieten met een grote G! Onderweg moet ik stoppen omdat ze een hele zooi stieren verweiden. Een heel bosje lullen op reis, filosofeer ik…

Ik dender met een gangetje recht op een hele boze donkere regenbui af. Mwah, het is nog te vroeg voor een regenpak, hoor. Ik weet dat hij vandaag onvermijdelijk is, maar nu nog even niet. Ik raadpleeg mijn navigatiesysteem en zie mogelijkheden om een lus van 25 kilometer af te steken. Ik krijg wat lichte spatten, maar kan precies om de donkere bui heen. Regeren is vooruitzien!

Zoals ik gisteren vertelde, rijd ik langs de grens Portugal-Spanje. Ik passeer een aantal keren de grens. Soms herinneren oude vervallen dreigende gebouwen aan vroegere tijden met strenge besnorde douaniers en met grote geweren bewapende militairen. Maar dat is verleden tijd. Ik rij onbelemmerd door.

Ik kom in een gebied dat op de Dolomieten lijkt. Grote, hoge kale in het zonlicht blakende naakte bergen zonder enkele begroeiing. Erg fraai. Ondertussen zit ik op ruim 700 meter hoogte. Ik zie zeven graden op mijn dashboard en vind al een poos dat ik te weinig kleding aan heb. Als de temperatuur nog verder zakt, trek ik mijn regenpak aan tegen de kou. Dat helpt.

Het is Goede Vrijdag. Er is niemand op straat. Waar is iedereen? Familie en vrienden zijn óf bij elkaar thuis of met elkaar in café’s.

Ik stap rond 14:00 uur in Alcántara een bar binnen voor de lunch. Het is er rétedruk. En vooral veel lawaai natuurlijk. De vriendelijke dame vertelt mij dat ik hier vandaag niks kan eten. Ik wijs op twee gerechten van andere bezoekers en vertel haar dat dáár niks mis mee is. Dus spoel ik met cola haar heerlijke kouwe pikante piepers en haar hete worstjes weg. Prima lunch voor € 2,20.

Ik vervolg mijn weg en kom door een gebied waar de wegen met stenen muurtjes zijn afgezet. Net als in Engeland. Wie heeft deze methode nou van wie gepikt?

Op veel plekken liggen hopen kiezels op de weg. Ik moet hier goed kijken hoe snel ik de bochten neem. Het gaat tien keer goed en dan ligt plots het verraad in losse stenen op de loer. Maar het is en blijft een prachtig gebied met adembenemend veel groen.

Rond 14:30 uur gaat het serieus regenen en wordt het takkeweer.

Op 800 meter is het nog maar drie graden. Mijn wintervoering zit in een tas en die ga ik er hier echt niet even in ritsen. Ik warm mij met een koffie bij een houtkachel. Mijn ACSI-app weigert dienst omdat hij eerst een nieuwe kaart van 220 MB wil updaten. Programmeur-van-lik-mijn-vessie. Sukkel. Ik zie wel campings, maar ze liggen allemaal op deze zelfde hoogte. Het is mij te koud hier. Mooi gebied om doorheen te reizen, maar niet om er te verblijven. Daar ben ik niet op gebouwd. Ik heb echt te weinig vet om mijn botten hangen. Ik besluit: het wordt vandaag weer geen camping.

Ik rijd door Rochoso en verwonder mij over de werkelijk enorme zwerfstenen. Jôh, sommige stenen zijn groter dan mijn huis. Níet normaal. En ik zie prachtige harige bomen. Het is koud en het regent nog steeds, maar ik moet en zal jullie laten zien wat ik gezien heb. Prachtig!

In Almeida gooi ik de handdoek in de ring. Ik heb het koud, ik ben het zat en ben moe. Ik begin dingen te zien die er niet zijn. Vet 350 kilometer binnendoor gestuurd. Ik stap bij een viersterrenhotel naar binnen, onderhandel over de prijs, plaats de motor warm en droog in de garage (had ik haar beloofd) en de dienstdoende mevrouw brengt al mijn bagage voor mij naar boven. Daar voel ik mij wel wat schuldig over. Prachtig hier. Kost wat, maar dan heb je ook wat. Dus eerst een flink hete douche! Ennuh … voor dat bedrag mag ik met hún doucheshampoo óók wel mijn shampooreisflesje vullen, vind ik. Want ik eet hier vanavond ook. Vet duur. Ik ga trouwens vandaag helemaal niet meer naar buiten. Mij te koud en te nat. Koelereweer. Daarnaast heb ik het reuze naar mijn zin. Weet je wat? Ik neem nog een wijntje!

Het was een stevige dag!

CAPO DEI CAPI / NOG EVEN OVER GISTERAVOND….

Als gisteravond het café dan eindelijk sluit, betaalt de kleinste Portugese druktemaker mijn biertje en troont mij mee naar ‘een ander café’ waar het nog gezellig is, gebaart hij met handen en voeten.

Ik aarzel even, maar ik moet en zal mee, volgens de druktemaker. Tja, dat kun je als vrouw-alleen natuurlijk maar beter niet doen, maar ach, wat kan mij als lelijke ouwe en straatarme vent nou precies gebeuren? Hij is een klein mannetje en ik ben 1.95 meter en weeg 87 kilo. En mijn mes uit Apeldoorn zit in mijn tas. Jôh, ik vind het wel leuk. We lopen door allemaal donkere en stille straatjes. Ik heb werkelijk geen idee waar we heen gaan. De straatjes worden smaller en smaller en stiller en stiller..

Dan staan we plots in het donker voor een grote groen deur. Hij geeft er een flinke duw tegen en de zware deur zwaait open. En ja hoor. Het is hier nog stampvol, de televisie staat hard aan, waar niemand naar kijkt, de muziek staat aan, waar niemand naar luistert en iedereen schreeuwt gezellig met een drankje in de hand met elkaar. Het ziet blauw want er wordt gewoon gerookt.

De kleine opdonder introduceert mij als een Engelse amigo. Later wijzigt dat in een Duitse amigo en vervolgens in een Zweedse amigo. Twee jonge Portugese studenten schieten in de lach en ik raak met hen in gesprek. Ze vertellen mij dat de kleine man de onderkoning van het plaatsje is, maar liefst twee vrouwen heeft, nog nooit gewerkt heeft, altijd geld heeft en níemand weet hoe hij daar aan komt. Jammer, dat de kleine man geen Engels spreekt, zeg ik. Ze schateren het uit. Hij spreekt ook geen Portugees. Alleen een dialect van hier. Niemand verstaat hem!

Het is hartstikke gezellig. De twee jonge mannen studeren elektronica in Lissabon, maar zijn hier vanwege de feestdagen. Ze zijn hier geboren en getogen. Iedereen hier in het café is familie van elkaar. En iedereen kent iedereen. Alle nieuwe bezoekers die later binnenkomen zeggen elkaar gedag en geven elkaar een hand. En ook mij natuurlijk. Het is gewoon één grote reünie.

De twee Portugezen vinden mijn verhaal ook prachtig. En helemaal als ik ze vertel dat ik uit Nederland kom. En ja, het is wel een beetje laf van mij om ze niet te vertellen dat ik het stuk naar Barcelona ben komen vliegen.

Ze geven mij nog een biertje, gelukkig zijn het mini-flesjes van 150cc, maar als ik bij de volgende fles vertel dat ik morgen verder reis en dan de hele dag op de motor zit, dan is het goed als ik oversla.

Iemand maakt nog een afscheidsfoto en ik vertrek naar de frisse lucht. Wat een aparte belevenis. En wat leuk en gezellig. En wat is het vreselijk laat geworden…

The Catch of the Day:

Dolf Peeters: EEN LEASELUL

Tussen de files doorboemelen scheelt reistijd. Je maandagochtend kan niet meer kapot als er opeens een stuk of twintig auto’s naar links en rechts uitwijken om ruimte voor je te maken. Mozes moet even blij zijn geweest toen de Rode Zee zich voor hem opende. Maar soms gaat het minder. Een leaselul zet zijn iets te dikke Audi pal voor me. De lul zoemt zijn raam omlaag en middelvingert me. Ook een tweede inhaalpoging wordt afgeblokt. Weer die vinger. Dan komt de file tot stilstand. Ik jiffy mijn motor en klop op het raam van de leaselul. Die heeft een gezicht dat me vaag aan zapmomenten op tv herinnert. Lulmans kijkt strak voor zich uit. De file rijdt een meter of tien verder. Ik stap weer af en ga weer op zijn raam kloppen. Dat gebeurt nog een keer. Dan wringt de leaselul zich over de rechterbaan de vluchtstrook op en verdwijnt. Een kilometer of drie verder staat hij aan de kop van de file. Afgevangen door de politie.

Ik zet de motor neer en meng me in het gesprek tussen agent en leaselul. Zeg dat ik een aanklacht wegens poging tot doodslag wil indienen. Er stopt nog een auto op de vluchtstrook. Daar komt een leaseridder uit. Die stelt zich keurig aan de agent voor en zegt dat hij heeft gezien hoe de leaselul tot twee keer aan toe probeerde deze – een los duimgebaar – motorrijder van zijn motor te rijden. Kijk, dat is tekst. De leaselul wordt wat hysterisch. De agent vindt dat de zaak interessant wordt. We worden uitgenodigd in het busje te gaan zitten. De leaselul is laaiend. Of we trouwens wel weten wie hij is? De leaseridder kijkt hem bloot aan. “Als je zelfs al niet meer weet wie je bent, dan moet je zeker niet gaan sturen.” Lulmans maakt de fout door de agenten  fascisten te noemen. Dat is een woord waar heel veel spelfouten mee worden gemaakt in het Nationaal Dictee. Maar de agenten weten wat het betekent. De overeenkomst tussen inhalen over de vluchtstrook en de politie uitmaken voor fascisten? Het is verboden omdat het niet mag. In het knusse busje is het nu vier tegen een. De aanklacht tot poging tot doodslag wordt opgeschreven. De ene agent vraagt waarom ik telkens stopte om op de BN’ers ruit te tikken. Ik zeg dat ik hem voor zijn bakkes wilde meppen. De agent kijkt me aan met ogen die alles al gezien hadden. “Dat snap ik. Maar dat mag ook niet. “ Lulmans loeit dat hij bedreigd wordt en dat de politie het tegen hem gerichte geweld aanmoedigt.” Een agent zegt dat hij ook nog even mag blazen. De leaseridder en ik mochten weg. Bij het afscheid tikte ik ter hoogte van Lulmans nog even op het raam. Want vier keer is scheepsrecht. Toch? En als ik hem al zappend weer eens op de buis zie, dan loop ik naar de tv. En tik ik op de beeldbuis. Dat is een mooi ritueel.

Dit verhaal is gescheven door Dolf Peeters. Wil jij meer lezen van Dolf, klik dan op de groene tag onder het artikel op DOLF PEETERS.

Jaja internetters, een boek. Zo’n stapel met bedrukte papieren pagina’s waarin je lekker kunt lezen zonder dat er een batterijtje gaat knipperen. Het boek is inmiddels helaas uitverkocht.