Categorie archieven: Ikzoekeenmotor.nl

Motoren als Van Gogh

Ikzoekeenmotor.nl heeft een leuke aktie voor liefhebbers van motorkunst. We hebben contact met een kunstenaar die motoren gaat schilderen in de stijl van Vincent van Gogh(!)

Het betreft Erika Stanley. Voor haar serie Als Van Gogh schilderde zij eerder ook de F1-bolide van Max Verstappen, diverse voetbalstadions en heel veel stadslocaties.

We gaan iets bijzonders samen doen. We zijn op zoek naar jouw smaak en voorkeur.

Dus, Erika kan onze (jouw) hulp goed gebruiken…

Op de foto het schilderij van de F1 auto.

 

Haar vraag: welke motorfiets wil jij het liefst geschilderd zien Als Van Gogh?

We gaan beginnen met 1 exemplaar en doen via onze besloten Facebookgroep PASSIE VOOR MOTOREN een onderzoekje naar jullie keuze en voorkeur, en dan in merk en type. Je mag je favoriete rechtenvrije foto’s eronder plaatsen ook. Dan hebben we een idee.

Zou jij op deze pagina willen stemmen in de poll? Met de uitkomst van de poll gaat Erika aan de slag. Je kunt dus alleen je stem uitbrengen via deze facebookpagina.

We maken dan binnenkort bekend met welke motorfiets ze begint. En als Erika’s werk klaar is, kun jij, als je gestemd hebt in de groep,  een Motor Als Van Gogh winnen in een prijsvraag!

Voorbeelden van Erika’s werk zie je op www.erikastanley.nl

Hij kocht de Goldwing!

Op Youtube volgen we heel wat “motorfiets-kanalen” en TheMissendenFlyer is er daar eentje van. Dit UK kanaal heeft 190.000 volgers! Zijn BMW 1200 GS doet hij niet weg, maar hij wilde er gewoon een echte luxe tourfiets bij. De Honda GL1800. En hij kan het mooi uitleggen, wij snappen hem wel. Hij heeft ruimte gebrek, en moet wel nadenken over welke hij dan gaat verkopen…

Dus Goldwing fans, ga hem maar volgen want hij gaat heel wat filmpjes maken hoor, deze enthousiaste Brit.

Is jouw motorfiets een HIJ of een ZIJ, of…?

Een motor, of motorfiets. De meeste lezers op onze website praten en schrijven er met veel passie over. Nu waren wij (redactie@ikzoekeenmotor.nl) benieuwd hoe mensen hun motorfiets benoemen. Hebben ze het over een ‘hij’ of een ‘zij”. Of, niet dat mensen het over een ‘het’ hebben, maar beschouwen ze hun ‘fiets’ als onzijdig, of genderneutraal? We wilden het weten.  We hebben het eerst even taalkundig uitgezocht. We namen contact op met een Neerlandicus en die schreef ons na het gesprek hoe dit taalkundig zit.

Kan allebei. Je kunt het zien op woordenlijst.org (het officiele digitale groene boekje). In principe kun je kiezen, afhankelijk van het woord:

Samengevat: als je alleen ‘motor’ schrijft, dan is het mannelijk en moet je het woord dus mannelijk te vervoegen, maar als je ‘motorfiets’ gebruikt kun je zelf kiezen, er is geen voorkeur formeel.

Na deze toelichting, wilde we wel eens weten hoe de trouwe leden van onze besloten groep op facebook, PASSIE VOOR MOTOREN, hierover dachten. We hebben de POLL vorig weekend geplaatst en zojuist gesloten na 67 reacties. Echt representatief willen we dit (voor we een onderzoeksbureau beledigen) niet noemen, maar, het zegt wel iets…

Van deze stemmers noemt dus meer dan helft de motorfiets een HIJ, om precies te zijn, 57 procent. Daarentegen vindt 31 procent dat zijn of haar motor toch echt een dame is. Tot slot kozen 8 stemmers voor “geslachtsloos, genderneutraal of onzijdig”.

Even enkele opvallende reacties:

  • Afhankelijk van de stemming….. maar als het er op aankomt mijn Zero een “Hij” en de FJR een “Zij” omdat die wat lawaaiiger is … herstel… nadrukkelijker aanwezig …
  • Haha, ik ken er, zoals … die echt vinden dat het een vrouw is. Ik zie mijn motor niet als een mens. Ik heb het echter wel over hem, maar het is een apparaat en dus geslachtsloos… Dus optie drie zou moeten zijn: onzijdig of zo.
  • Mijn monster ofwel hij ….
  • Nou ja, je zet haar niet in de schuur. Dat doe je niet met een vrouw. Nou ja, niet met alle vrouwen.

Onze trouwe volgers bedanken voor de meer dan 47 reacties. Lieve mensen, hoe we ook over onze motorfiets praten, als het maar met liefde is.

Anita de Beer rijdt het hele jaar door, op Aruba

Wie ben jij en waar kom je vandaan?

Mijn naam is Anita de Beer. Oorspronkelijk kom ik uit Nederland, waar ik in teveel plaatsen heb gewoond om op te noemen. Als laatste in Spijk boven in Groningen. Vanaf 2012 woon ik samen met mijn man op Aruba. Hier werk ik parttime als preventie assistente bij een tandarts.

Heb je vroeger eerst bromfiets gereden?

Op mijn 16de kreeg ik een Puch maxi met sterwielen. Dan moest ik wel de helft meebetalen, later had toen mijn vriendje (nu mijn man, Arthur) een Puch 3bak zoals we dat toen noemden. Zo’n hoog stuur met 3 versnellingen, waar ik ook trots op naar de MAVO scheurde natuurlijk.

Wanneer kocht jij je eerste motorfiets en wat voor motor was dat?

Ik wilde mijn rijbewijs halen in 2006 nadat ik voor het eerst achterop bij Arthur op zijn Suzuki 600 zat. Dat was niks voor mij achterop. Dan kun je niet bepalen hoe of waar je heen gaat. Toen kochten we op de veiling een Honda 400. Een degelijke motor om mee te beginnen. De eerste term naar Aruba in 2007 namen we beide motoren mee in de container. Al gauw trokken de vele Harley Davidson motoren onze aandacht. In 2008 had Arthur zijn Fat Boy gekocht en mijn Sportster costum kreeg ik in 2009.

Ben je een mooi weer rijder of een doorrijder?

Ik ben zeker een mooi weer rijder. Hier op Aruba kan je dus bijna het hele jaar door rijden. In de regenperiode ligt er veel zand op de wegen en vallen de gaten in het wegdek. Dan laat ik hem mooi staan. Het is hier ook te warm voor beschermende kleding en dus geen hele pakken voor mij. Het eiland vraagt niet om hard rijders, want je wil toch ook wat zien onder weg.

Stel je wint een flinke prijs in de loterij, wat voor motor zou je dan kopen?

Zeker een Fat Boy, die wegligging is zo verademend na een sportster. Als het even kan rij ik ook op de Fat Boy van Arthur.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Naast Santo Domingo en USA was Colombia in 2019 de laatste trip die we hebben gemaakt. Heel indrukwekkend en prachtige natuur. Hier op Aruba heb je nog wel motorclubs en bij een treffen is iedere club aanwezig en gaat het heel harmonieus. Wij zetten bij een trip naar het buitenland onze motoren in een container. In een 40 ft container gaan 20 motoren.

In Colombia zijn we van Cartagena via Caucasia door Medellin naar Pereira gereden. Dwars door de bergen en langs gevaarlijke wegen. Dan zit je 1 dag 11 uur op de bike om op tijd bij het volgende besproken hotel aan te komen. Veel avonturen hebben we beleefd en zeker last gehad van de corruptie daar.  Maar enorm genoten en veel gezien. Een aanrader maar wel in een groep anders is het niet veilig.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket list?

Door corona is het nu wat beperkt natuurlijk, want aangezien we op een eiland zitten zullen we de bikes weer moeten verschepen. Hopelijk kunnen we in september naar Bonaire met de groep. Al eens eerder gereden maar het blijft een heerlijk eiland om te rijden; rustige wegen, veel te zien en je mag daar nog zonder helm rijden. Heerlijk die wind door je haren. Duimen maar dat het gaat lukken.

Denk je aan een volgende motorfiets?

Doordat ik al zo vaak op de Fatboy van Arthur heb gereden, is dat toch wel mijn wens voor een andere bike.  Alhoewel ik wel trots ben op mijn sportster.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Super veel biker-vrienden en vooral het gevoel van vrijheid. Afgelopen zomer heb ik de sleutelcursus gedaan bij Jeanet uit Heerenveen, dus nu zou ik ook onafhankelijk kunnen blijven. Haha ik zeg voorzichtig ‘zou’, je weet maar nooit.

Wat heb ik niet gevraagd en wil jij mogelijk nog kwijt?

Ik wil nog even kwijt dat het jammer is dat in Europa de motor-clubs zijn verboden. Hier op de Caraïbische eilanden is het treffen altijd één groot feest. Geen toestanden gewoon vriendschappen en zo moet het zijn toch?! Zodra het covid gebeuren het toelaat hebben we vast weer een treffen hier en dan is echt iedereen welkom. Verhuurbedrijven zijn er genoeg die bikes klaar hebben staan. Ik zou zeggen: Kom eens mee rijden!

Met je motor over de Million Dollar Highway

Wyoming, Idaho, Colorado en Utah

(Trouwe lezers volgen via onze site de motorreisverhalen van Hans den Ouden en zijn vrouw Dia. We horen zelfs dat mensen die nooit motorrijden ze met heel veel plezier nu lezen. De wens om te reizen is zeker nu voor velen herkenbaar. Hier weer een volgend verslag van Hans. Facebookers vinden Hans en Dia ook hier.)

Vanaf het Yellowstone Park reden we verder naar het zuiden door de staat Wyoming, langs de grens met de staat Idaho naar Utah. We reden zo ver naar het zuiden, omdat ik in Colorado de Million Dollar Highway wilde rijden. Daarover later meer, want dat was een trip met een persoonlijk tintje.

We reden door het prachtige Grand Teton National Park en daarna nog door een ander park. Net zo fraai als Yellowstone en gratis toegankelijk. Het vinden van een aantrekkelijke camping viel niet mee. We reden er 10 voorbij zonder faciliteiten, alleen toilethuisjes met een grote bak waar het ongelooflijk stinkt en geen water is om je handen te wassen. Rond 16:00 uur begon het te regenen en de weg ging over in gravel. Dat is in de regen met een zwaar beladen GS een uitdaging. Aan het einde van de middag, na 450km rijden, hadden we daar geen zin meer in.

Daarom keerden we om en reden naar Kamas waar een hotel zou zijn volgens de Garmin. Er was alleen geen hotel. We hadden geen bereik op de telefoon, dus Google was ook niet te raadplegen. Vervolgens naar Woodland waar een Inn zou zijn. We troffen er inderdaad een prachtig huis, meer dan 100 jaar oud en de eigenaresse was een dame met Nederlandse ouders. Ze kwamen uit Utrecht, we waren er de enige gasten. De volgende ochtend pakten we de route weer op richting Duchesne. Het was niet heel erg mooi weer maar grotendeels droog.

 

Op 8 augustus reden we 415 km, grotendeels door de bergen. De dag begon fris met 12ºC en daarom met extra onderlaagjes, in de namiddag werd het 35ºC en het cooldown vest onder het motorpak kwam goed van pas. Onderweg hingen de onweersbuien boven de bergen en zagen we de bliksem in de verte. Gelukkig bleven we grotendeels droog.  De camping in Grand Junction was prima, maar met 33ºC aan het begin van de avond was het zelfs nog te warm om de tent op te zetten.

Daar hebben we mee gewacht tot het bijna donker was.

Ook was het inkopen doen niet helemaal goed gelukt, er waren geen winkels in de buurt en daarom werd het een avondje water drinken in plaats van wijn.

De volgende dag reden we naar Ouray, het begin van de Million Dollar Highway. In 1966 was ik daar met mijn ouders en broer. Mijn vader werkte ondermeer voor de overheid op Curaçao en in die tijd kregen de uit Nederland afkomstige ambtenaren eens in de zes jaar een betaald “groot verlof”. Daar mijn ouders ook reizigers waren gingen we toen naar de U.S.A en Canada. We vlogen naar Denver, Colorado  waar we de volgende dag een complete kampeeruitrusting aanschaften bij een warenhuis, David Cook geheten. Voor de tent, 4 luchtbedden, 4 slaapzakken, een kooktoestel en een grote koelbox betaalde mijn vader nog net geen $100.-

We reden via de Rocky Mountains naar de kust en kwamen we toen over deze weg. Mijn vader had de hele route gepland en ik lees in mijn vaders memoires dat het toen erg koud was in juli.

De Million Dollar Highway, tussen Silverton en Ouray,werd gebouwd in 1882-1883 door een ondernemer, Otto Mears. Hij was een succesvol ondernemer en wilde het zuidwesten van Colorado verbinden met de buitenwereld. Het bouwen van de weg kostte $10.000 per mijl. Ongelooflijk veel geld voor die tijd. Daarom werd er ook een aanzienlijke tol geheven, $5 voor een paard en wagen en $1.- voor elk stuk vee. Het aanleggen van de weg gebeurde door mannen aan touwen naar beneden te laten zakken naar de juiste hoogte, die plaatsten dan dynamiet en voor het ontplofte werden ze weer snel omhoog gehesen. De geschiedenis van Otto Mears, hoe hij als wees, zonder enig geld begon en zo ver wist te komen is de moeite waard om eens te lezen.

De man had een vooruitziende blik, want een paar jaar later liet hij een spoorweg aanleggen door de bergen van Colorado. Hij dacht ook dat de auto de toekomst had en werkte hij aan de verharding van het wegdek om autoreizen beter mogelijk te maken. Dat is dus echt “Living the American dream”

De weg heeft nog steeds geen vangrails en naar beneden kijken vanaf de motor voelde best wel spannend. Gelukkig was het mooi weer tot Durango. Daar begon het ongelooflijk hard te regenen. Een complete wolkbreuk. Na een half uur nam de regen gelukkig af en reden we richting Arizona langs het vierstatenpunt waar Arizona, Utah, New Mexico en Colorado aan elkaar grenzen. Er is  dat een monument waar ik wilde gaan kijken, ook daar was ik in 1966. Tegenwoordig moet je $20 per voertuig betalen om het monument te bekijken en dat ging toch echt te ver.

We reden Utah in richting Monument Valley. Elke camping en elk hotel die we onderweg tegenkwamen zat vol, overwegend met busladingen Chinezen. Uiteindelijk kwamen we om 19:00u, na 568 km rijden, bij het Navajo reservaat aan en ook daar waren de tentplaatsen vol, maar we konden wel de laatste RV plek huren. Dat bleek achteraf gunstig, want de tentplekken bleken allemaal in het dal te liggen en konden alleen te voet bereikt worden, vanaf een hoger gelegen parkeerplaats en dat was dus een heel gesjouw geweest.

Nu stonden we boven op een plateau en hadden een schitterend uitzicht. Er stond een snoeiharde wind, zo hard dat we de tent maar ternauwernood opgezet kregen. We moesten grote keien verzamelen om op de scheerlijnen te leggen en de rotspennen vast te houden. Toen de zon eenmaal onder was, ging de wind gelukkig liggen en hadden we een prima plekje. Zowel de zonsondergang ’s avonds als de zonsopgang de volgende morgen waren sprookjesachtig. De hele omgeving is betoverend.

We zaten de volgende ochtend weer vroeg op de motor om de warmte voor te blijven. De Valley of the Gods en de “Road of the ancients” De weg door deze contreien, de Highway 95 is nauwelijks in woorden te vatten. Enerzijds rij je in een “onaardse” omgeving en anderzijds zitten de wegen ook nog vol bochten.

Bekend is natuurlijk het beeld uit Forest Gump, de film met Tom Hanks uit 1994, nabij Mexican Hat, dat is overigens vlak bij de plek waar we kampeerden. Er zijn mensen die er speciaal naar toe reizen om exact op die plek een foto te maken. Men stopt dan midden op de snelweg om een foto te maken. Hoewel het er stil lijkt, rijden er natuurlijk wel auto’s met meer dan 100 km/uur voorbij. Het staat inmiddels bekend als “Forrest Gump Point”

Na 410 km eindigden we in Escalante. Next stop: Carson City

(Wordt vervolgd….)

De Million Dollar Highway, al rijdend: