Categorie archieven: Motorreizen

Royal Enfield naar de Zuidpool

90° SOUTH QUEST FOR THE POLE: Een buitengewone expeditie ter ere van 120 jaar puur motorrijden

ROYAL ENFIELD LEIDT EEN UNIEKE MOTOREXPEDITIE NAAR DE ZUIDPOOL

90° South De eerste motorfiets expeditie die de Zuidpool zal proberen te bereiken. De expeditie wordt ondernomen als eerbetoon aan het 120-jarig bestaan van Royal Enfield.
Twee Royal Enfield rijders zullen op een Royal Enfield Himalayan een 39-daagse expeditie ondernemen. Een 770 km lange rit van Ross Ice Shelf naar de Zuidpool.
De expeditie begint op 26 november 2021


Royal Enfield is ‘s werelds oudste motorfietsmerk dat sinds 1901 onafgebroken in productie is. Al 120 jaar is Royal Enfield de bewaarder van de erfenis van het bouwen van eenvoudige
en authentieke klassieke motorfietsen die innemend en fijn zijn om te rijden. Door de tijd en door zwaar terrein heeft Royal Enfield overwinningen behaald in ritten die het uithoudingsvermogen van mens en machine op de proef hebben gesteld, terwijl ze door de jaren heen relevant en begerenswaardig zijn gebleven.

Vanaf het prille begin in de fabriek in Redditch heeft Royal Enfield meer dan een eeuw lang gedenkwaardige ervaringen en legendarische motorverhalen gecreëerd. Op haar reis om de levenslange zoektocht naar ontdekkingen aan te moedigen en te starten, hebben Royal Enfield motorfietsen reizen over de hele wereld gemaakt – variërend van het rijden over de hoogste gemotoriseerde bergpas ter wereld, tot het bereiken van het basiskamp van de Mount Everest in Tibet maar ook het rijden over de meest ontoegankelijke bergpas bij DaulatBeg Oldi, Karakoram, tot het rijden door de woestijn bij Kutch onder een schilderachtige nachtelijke hemel.

Om deze reis voort te zetten en te herdenken dat Royal Enfield al 120 jaar bouwt aan het pure motorrijden, zal het in 2021 een ambitieuze poging doen om de grenzen van de mogelijkheden op motorgebied te verleggen. Royal Enfieldzal een motorexpeditie ondernemen op de Royal Enfield Himalayan, in een poging om de zuidpool te bereiken, vanaf de Ross Ice Shelf via de Leverett Glacier. 90° SOUTH – Quest for the Pole is een eerbetoon aan het pure motorrijden, en aan de moed en veerkracht van ontelbare motorrijders en ontdekkingsreizigers die geschiedenis hebben geschreven met hun motorreizen.  

Sprekend over het mijlpaaljaar voor Royal Enfield en de expeditie poging, zei Siddhartha Lal, Managing Director van Eicher Motors Ltd, “120 jaar is een lange erfenis voor het merk, en we zijn erg blij dat we het hebben laten tellen. Gedurende deze jaren hebben we een bloeiende cultuur van rijden en verkenning over de hele wereld gecreëerd en gevoed. Dit streven naar verkenning is een essentieel onderdeel van ons DNA, en 90° South is een nieuw hoofdstuk in onze reeks buitengewone, epische motorritten. In het verleden hebben tochten als de Himalayan Odyssey de weg vrijgemaakt voor motoravontuur in de Himalaya en een epische expeditie als deze naar de Zuidpool zal mensen nog meer inspireren om opnieuw avonturiers te worden. Deze expeditie, een test van uithoudingsvermogen en doorzettingsvermogen voor mens en machine, is de eerste in zijn soort die de 770 km lange route naar de Zuidpool probeert af te leggen op een motorfiets.”

De expeditie is ontworpen als een eerbetoon aan 120 jaar motorrijden en als een ode aan alle Enfielders die het aangedurfd hebben om het ongewone te verkennen. 90° South wordt een ambitieuze poging om te gaan waar nog nooit een motorfiets is geweest. De expeditie begint in Kaapstad, Zuid-Afrika, op 26 november 2021. Twee Royal Enfield rijders – Santhosh Vijay Kumar, Lead – Rides & Community, Royal Enfield, en Dean Coxson, Senior Engineer – Product Development, Royal Enfield – zullen proberen om de geografische zuidpool te bereiken, vanaf de Ross Ice Shelf, via de Leverett Glacier, naar het Amundsen-Scott Pole station.

Over het doel van het merk om ontdekkingsreizen aan te moedigen en de expeditie veel succes te wensen, zei B.Govindarajan, Executive Director van Royal Enfield: “Het is een ononderbroken nalatenschap van 120 jaar dat we de grenzen van de menselijke ontdekkingsreizen hebben aangewakkerd en verlegd en een bondgenoot zijn geweest voor vele ontdekkingsreizigers. Het zijn hun reizen en avonturen die ons geïnspireerd hebben tot deze eerste motorexpeditie in zijn soort. Deze gedurfde en ambitieuze poging om naar het einde van de aarde te rijden vat de veerkracht van de menselijke geest samen, en we hopen het tot een goed einde te brengen als een ode aan alle Royal Enfield rijders en hun eigen inspirerende expedities.”

90° South zal in nauwe samenwerking met Arctic Trucks worden afgelegd op twee speciaal gebouwde Royal Enfield Himalayans. Arctic Trucks, lid van de International Association of Antarctica Tour Operators, staat bekend om zijn grote expertise in het veld en heeft meer dan 350.000 km afgelegd op het Antarctisch Plateau. Ze hebben in het verleden verschillende wetenschappelijke expedities en activiteiten ondersteund en onderhouden, evenals commerciële en NGO-expedities.

De Royal Enfield Himalayan, gelanceerd in 2016, is een ongecompliceerde, uiterst capabele en go-anywheremotorfiets. Geïnspireerd door de ervaring van tientallen jaren rijden in de Himalaya, en het doorkruisen van duizenden kilometers uitdagend terrein, werd de Royal Enfield Himalayan gebouwd om een veelzijdige motorfiets te zijn die zowel op de weg als buiten de gebaande paden uiterst capabel is. De Himalayan is een vertrouwde bondgenoot voor vele avonturiers over de hele wereld.

Voor deze expeditie zijn twee Himalayans in eigen huis aangepast, met functionele upgrades om door sneeuw en ijs te kunnen navigeren en onder extreme omstandigheden in Antarctica te kunnen functioneren. De Himalayan werd voor deze zware en verraderlijke reis getest op de Langjokull-gletsjer in IJsland, met de bedoeling de omstandigheden op Antarctica te evenaren. Fase 1 van het testen vond plaats in september 2020, terwijl fase 2 van het testen werd afgesloten in juli 2021.

Aangezien de Himalayan op zich al een complete en bekwame machine is, zijn er minimale wijzigingen aan de motorfiets aangebracht om hem klaar te maken voor het terrein en de weersomstandigheden in Antarctica. Voor meer koppel aan het achterwiel is het belangrijkste aandrijftandwiel vervangen door een 13-tands in plaats van een 15-tands tandwiel. De tubeless-wielconfiguratie met spijkerbanden zorgt ervoor dat de banden op zeer lage druk kunnen rijden en dat ze beter contact blijven houden op de zachte sneeuw, terwijl ze ook voldoende tractie bieden op hard ijs. Het team heeft een sterkere dynamo ontwikkeld, zodat de motorfiets meer stroom kan produceren en het team verwarmde uitrusting op de accu kan laten werken.

De motoren zullen worden bereden door de sneeuw van de Ross Ice Shelf naar de Zuidpool, om de weerstand van de motorfiets te verminderen en de uitstoot tot een absoluut minimum te beperken. Royal Enfield zorgt er bewust voor dat er geen voetafdruk wordt achtergelaten door het expeditieteam, behalve wielsporen die snel verloren zullen gaan door sneeuwverstuivingen. In lijn met ons #LeaveEveryPlaceBetter initiatief, zal het team ervoor zorgen dat al het afval, inclusief menselijk afval, op milieuvriendelijk wijze verwerkt zal worden.

Klik hier om de film van de expeditie te bekijken.

 

Reizen per motor

Over motorreizen wordt op onze site veel geschreven. Logisch. Wie van motoren houdt, kiest voor vrijheid. In het verlengde van vrijheid ligt reizen. Het reizen per motorfiets heeft prachtige voordelen. je snuift het klimaat op en je maakt tijdens het onderweg zijn veel meer deel uit van het landschap dan in de auto.  Files zijn handig te omzeilen. Een bijkomend voordeel is dat je op de motor gemakkelijker contact maakt met mensen.

Maar, natuurlijk kleven er aan het motorreizen ook nadelen. Je zit in weer en wind, je bent kwetsbaar voor alles om je heen. Het regelen van een goede motorverzekering en reisverzekering is natuurlijk verstandig. Een motorrijder moet continu alert zijn, en zeker wanneer je door verschillende landen reist zul je op de hoogte moeten zijn over de regels per land.  Verkeersregels in het buitenland kunnen zeer verwarrend zijn. Zo vind je bijvoorbeeld op de website van de Wereldreizigersclub een mooi lijstje van landen als België, Duitsland, Frankrijk en Spanje. In deze Europese landen zie je al snel verschillen en dan ben je dus nog niet eens zo ver van huis.

Coos op Reis: slapen, bij een andere vrouw

Het is 8 mei vandaag, prachtig weer en een strakblauwe hemel.

(Redactie: het was 8 mei toen Coos dit artikel schreef, nummer 70 in onze serie Coos op Reis, we publiceren later….  in het volgende motorverhaal komt Coos weer thuis.)

We hebben vannacht samen lekker dichies-bij-dichies geslapen en rijden kort na tienen weg. Dat is een mooie tijd. Ik heb vakantie, hè! Dus geen gehaast. Ik hoef niet naar mijn werk of zo. En er zit vandaag nog niemand op mij te wachten.  Het wordt een warme dag, dat voel ik nu al.

Waar heb ik al dit mooie weer toch aan verdiend? Ik heb in alle landen alle regels en geboden aan mijn grote motorlaarzen (maat 46) gelapt. Te hard gereden, foutief ingehaald, voorrang genomen, over de doorgetrokken streep geraced, door donker oranje gereden, kutbrommertjes klem gereden, ouwe vrouwtjes laten schrikken, tegen het verkeer in gemanoeuvreerd, verkeerd geparkeerd, teveel in de zon geweest, teveel gelopen, hard kut geroepen als ik struikelde, teveel gegeten, gedronken en noem maar op. En toch blijft elke dag dat mooie weer maar komen. Misschien hebben ze mijn misdaden gewoon niet gezien…. Ik ben ook niet zo’n opvallend type, nu ik er eens goed over nadenk.

Ik zie op mijn Garmin-navigatiesysteem dat ik nog circa 700 kilometer van huis ben. Dat is een mooi stukkie om in tweeën te delen en lekker nog wat binnendoor te prutsen.

Dat toeristisch rijden bevalt mij erg goed, overigens. Dat wordt straks met de ritten van de motorclub weer even omschakelen. Dan zien we alleen maar asfalt, links en rechts een waas van bomen en kijken we alleen maar naar de strepen op de weg. Anders vliegen we de bocht uit.

Ik laad een oude route van een paar jaar terug en ga op pad richting Bollendorf in Duitsland, vlak bij de grens met Luxemburg.

Het is 17 graden en das net nog een tikje fris met alleen een piepdun shirtje onder mijn motorjas. Mwah, het is maar 80 kilometer Autobahn, dus ik neem de gok. Het valt mee.

Op de Autobahn waarschuwen borden voor een hellingspercentage van 6% gedurende 4 kilometer. Snelheidscamera’s zorgen ervoor dat de auto’s zich aan de snelheid houden.

Ik begin de daling op 775 meter hoogte. Ik denk aan Peter Hermens. Hij zou vlot uitrekenen hoe hoog ik over 4 kilometer nog ben met 6% daling.
Tja, en dát komt dan weer door het kerstdiner met de familie en Peter, vele jaren terug…

Janny en ik namen het reeds klaargemaakte eten in een plastic kratje mee naar de familie bij ma in Zwijndrecht. Omdat het buiten toch net zo koud was als in de koelkast, plaatste ik het kratje op het terras in de tuin. Toen het tijd was voor het diner, kwamen we erachter dat ook de rode wijn nog in het koude kratje stond. In vier graden dus. Geen paniek. Peter checkte het maximale wattage van de magnetron, de inhoud van de flessen, de buitentemperatuur, stelde de gewenste temperatuur van de rode wijn vast en berekende uit het hoofd het aantal minuten dat de flessen in de magnetron moesten. En … de wijn was super!

Nou, ik ben een gewone boerenlul en ik zie pas na 4 kilometer hoe hoog het hier is. En nog belangrijker: het is hier gelijk 23 graden! Dat zou zelfs Peter niet weten. Whoeiii….!

Een Poolse vrachtauto is duidelijk niet gewend om in de bergen te rijden. Ik ruik dat hij zijn remmen aan het verbranden is. Gauw er achter vandaan. Na een klein uur mag ik de Autobahn af en kan ik lekker binnendoor rijden. Het feest gaat weer beginnen.

Ik meander kilometers lang mee met een prachtig authentiek regenwaterriviertje dat zich heel lang geleden in de kleigrond een weg heeft gebaand. Erg bijzonder voor mij, ik blijf er maar naar kijken. Zo mooi en ik kan daar zoveel fantasieën over hebben, jôh. Hoe oud zou dat riviertje nou zijn? En wat en wie heeft dat riviertje allemaal gezien? Wie is er in verdronken?

En ik blijf maar blij en gelukkig van al dat mooie groen. Ik maak foto’s aan de doorgaande weg en zwaai luchtig naar een Duitse motorrijder. Hij komt prompt terug om te vragen of alles in orde is en of ik hulp nodig heb. Weet hij veel dat ik zijn groene bomen zo mooi vind. Haha.

Motorrijders onder elkaar. Het blijft uniek. Toen ik in 1970 ging motorrijden, waren er minder dan 30.000 motorrijders in Nederland.

Nu meer dan een half miljoen. Maar het sfeertje blijft. Ongeveer dan.

Ik rij op de Weinstrasse van Stromberg en stop omdat het stoplicht op een kruising op rood gaat. Ik gluur een beetje gedachteloos om mij heen en check na een halve minuut het stoplicht. Verrek, alle stoplichten zijn plots uit! Huh? Ik ben even de weg volledig kwijt. Waarom sta ik hier eigenlijk? Nou, ze zijn hier gewoon klaar vandaag met kleur geven. Of zo. Ik geef een poep gas en speer er vandoor. Gekkenhuis.

Bij Knielingen steek ik de Rijn over. En daar besluit ik dat ik honger heb. Kort daarna dender ik een dorpje in.

Ik koop een broodje en wat fruit …

Fruit koop je immers gewoon bij de bakker.

 

Ondertussen zie ik dat het 28 graden is. Man, wat ben ik blij met mijn textielen doorwaaihandschoenen van Rukka. Koele handen houden je hoofd koel.

Ergens onderweg halen ze sjalotjes uit de grond. Ik ruik ze eerder, dan dat ik ze zie. Mmmmm….! Net een Franse groentewinkel. Tientallen mensen staan gebukt hun zware werk te doen.

Bij Neustadt an der Weinstrasse doemen in de verte de bergen op. Op de voorgrond de verse druivenranken voor de wijn van dit komende wijnjaar.

Het is nu 29 graden. Verderop is de weg afgezet vanwege een ongeluk met een bus. Gewoon midden in de polder. Hoe kan dat nou? Ik zie weer politie en ambulance staan. En na een paar minuten landt zelfs de traumahelicopter. Narigheid op het platte land. Snel er vandoor.

Ik kom in de bergen en rijd door een prachtig bos. In de schaduw is het heerlijk koel. De zon brandt het hars uit de naaldbomen. Ik ruik het. Van dat bos hebben ze sinds kort een natuurpark gemaakt. Op zaterdag en zondag is het verboden voor motorrijders.

Ook de weg naar Johanniskreuz is in het weekend afgesloten voor motoren. Logisch, want de weg kronkelt heel spannend als een slang door het gifgroene landschap. Dus maatjes, wijzig de route voor over drie weken. Dit is een topper om te rijden!

Ik ben het zat na de vijfde omleiding. Het is ondertussen tegen half zes en de avondspits is lekker op gang. Het is druk en warm en ik rijd door een woud van stoplichten. Ik erger mij aan die braveriken die 26 km rijden waar je 30 km mag. Grrrr…!

De laatste 130 km neem ik de snelweg. Veel sneller en koeler. En je mist Saarbrücken. Het is erg leuk om elke keer op jacht te gaan naar een slaapplek. En een bed te schieten. Spannend. Mannen zijn jagers. Dat is toch de natuur, hè?

Vandaag slaap ik in een Landhotel. Landhaus Oesen. Maar het is gewoon kamernummer 2 bij een oude mevrouw in een huis bij Bollendorf. Leuk en rustig. 40 euro met ontbijt en balkon met uitzicht. En gelukkig is het password van de WiFi niet zo lang : 7922382771669327. Zij kent het uit haar hoofd.

Ik dacht vanmorgen: ik schrijf vandaag een kort verhaal. Kunnen we zachtjes afkicken. Das niet gelukt. Wel minder foto’s. Maar dat komt omdat ik 450 kilometer moest overbruggen vandaag.

Pittig dagje! Pffff….

EN VANNACHT … SLAAP IK ZELFS BIJ EEN ANDERE VROUW….

Ik vertel Janny dat ik een oude mevrouw vond die een mooi pension bestiert. En hoe oud is die mevrouw?, vraagt Janny. Ik stuur haar een foto als bevestiging…

Maarruh …. is zij het wel…?

Coos op Reis: Vannacht slapen we weer bij elkaar

Nog een paar verhalen, en onze schrijver Coos van der Spek is thuis. Zijn drie maanden durende motorreis door Zuid-Europa hebben wij via zijn dagboekverslagen dit jaar (vanaf februari) ongeveer wekelijks gepubliceerd.

Hier nummer 69 in zijn serie “Coos op Reis”.

Het is stralend weer. Geen wolkje aan de hemel. Het is circa 20 graden. Ik zie op de Oostenrijkse buienradar dat het in de omgeving van Innsbruck vanmiddag gaat regenen. Goed dat ik vandaag weer verder reis. En bij de eindbestemming van vandaag is het prachtig weer, zag ik. Alles gaat passen. Top.

Ik was trouwens vroeg wakker vanmorgen. Pfff… Maar dat levert wel een mooi plaatje op van de opgaande zon op de besneeuwde bergen. Alpenglühen!

Ik reis slim via de binnenwegen van Telfs naar Reutte. Alleen als je in Oostenrijk over de tolwegen reist, moet je een tolkaartje kopen. In Oostenrijk is de benzine overigens retegoedkoop: € 1,26 voor een liter.

Ik heb voor mijn motor olie nodig. En wel nú! Ik had een half litertje mee moeten nemen. Advies aan mijn motormaatjes: heb het bij je als je een trip maakt van vele duizenden kilometers. Zelfs al rijd je met een Liquid Cooled versie van BMW. Elke verbrandingsmotor verbrandt olie.

Mijn mechanicien-op-afstand-van-Harmelen-tot-Loosdrecht adviseert mij om niet te wachten tot het lampje op het dashboard brandt. Ik zoek en vind olie 5W40. Het is niet precies de olie die mijn BMW graag in haar gaatje wil voelen, dus voor de zekerheid vul ik het peil slechts aan tot ‘acceptabel nivo’. Niet teveel. Het is best zo. Ik heb vanuit Italië voor volgende week een 40.000 km beurt gepland. Krijgt zij straks weer lekker haar orsinele olie.

Ik storm richting de Fernpass. Die reden Janny en ik in 1971 op een Honda 250cc. Twee personen op een minimotor plus tent, luchtbed, slaapzakken, kookspullen, een opvouwbare emmer, kleding en gereedschap bij ons. Ik snap er geen reet van. Hoe déden we het?

De B189 en de B179 zijn helemaal voor mij alleen. Normaal is het hier berendruk. Maar nu is het 10:30 uur en er is niemand op de weg. Gas-gas-gas! Ik glimlach onderweg om het bord ‘Ich bin der B179 und kein Mühlplatz’. Die slogan is mooi gevonden. Het klinkt een stuk vrolijker dan ‘gooi lekker je rotzooi zelf in de prullenbak’. Toch?

Ik verlaat hier zo’n beetje de omgeving van de besneeuwde bergen. De hele hoge punten zijn voorgoed voorbij. Ik kijk nog een keer weemoedig in mijn spiegels. Wat waren ze mooi. Tot volgend jaar. Of zo.

Kort na de Fernpass is mijn geluk op. Wegwerkers zijn grote stukken asfalt aan het vernieuwen. En dat is trouwens maar goed ook want het oude asfalt spiegelt zo erg dat ik mijn haar er in kan kammen. Bij wijze van spreken dan…. Er staat aan beide kanten 13 km file. Hatsekidee! Alles staat vast. De mensen staan buiten met elkaar te praten. Wat een narigheid om zo op vakantie te gaan.

Ik dender er brutaal met die dikke koffers langs. Ondanks het feit dat het op de tweebaansweg erg smal is. Gewoon ruimte claimen. Niet als een mietje vlak langs de stilstaande auto’s rijden. Als iemand een deur opengooit…. Nee, gewoon brutaal op de weghelft van de tegenliggers jezelf breed maken. Mistlampen en zo aan. Haha. Ik rijd heel wat uiterst geduldige Duitse motorrijders voorbij. Ze staan in de file op hun beurt te wachten. Braverikken! roep ik hard in mijn potje. Niemand volgt. Oelewappers. Maar ik ga echt niet in deze warmte in het rijtje tussen de gassende koekblikken staan. Ik speel een kwartiertje haasje-over tussen de auto’s en ben er voorbij. Vrrrroooeemmmm…..!

Bij Füssen kom ik Duitsland in. Mijn maatjes pakken daar over een paar weken gedurende 130 km de snelweg. Ik heb echter tijd zat en kies voor een stuk van de Romantische Strasse. Best gezellig in mijn eentje… Het is nog steeds strakblauw en ruim 23 graden. Prachtig motorweer.

Aan de Hopfensee betaal ik € 2,50 voor een expreszo. In Spanje betaalde ik soms maar 60 cent en in Italië bijna altijd één euro. Zo jammer. Maar de economie draait in Duitsland als een tierelier en daar betaal ik toch maar mooi aan mee. Dankzij mij gaat het hier goed, troost ik mijzelf. Ik reken af, start de motor en reis weer verder.

We rijden hier tenminste op 800 meter hoogte en toch is het landschap vaak nogal vlak of wat licht glooiend. Er zijn hier geen echte bergen en dalen. De boeren maaien het gras en dat zorgt voor prachtige lichte en donkere schakeringen in het groene landschap.

Dat groen. Het is fantastisch. Zo mooi. En het ruikt zoooo heerlijk. Gelukkig ben ik niet allergisch voor grasjes. Dat heerlijke luchtje trekt echter ook vliegende beesten aan en mijn windscherm en vizier zitten in een mum van tijd vol kadavers. Op een gelijkvloerse kruising heeft een erg vervelend ongeluk plaatsgevonden. Alle wegen zijn afgezet. Er staan vier politieauto’s, wel zes ambulances en er loopt veel personeel in fluoriserende kleding rond.

Bijna veertig jaar geleden heb ik eens nieuwsgierig bij een ongeval op de Duitse Autobahn even in een auto gekeken. Nadien kijk ik noooooit meer. Ik wil het persé niet meer zien en wil het ook niet meer weten. Dus ik kan je er niks van vertellen. Meer dan dit weet ik niet: zwaaiauto’s en personeel in gele jassies. Punt.

VANNACHT SLAPEN WE WEER BIJ ELKAAR…..

Ik heb een mooie overnachtingsplek gevonden in een zogenaamd Landeshotel, ten westen van Ulm. Op de menukaart staan asperges en ze adviseren er een mooi wit wijntje bij. Zo eentje die wat vettig aan de binnenkant van het glas blijft hangen. Weet je wat? Ik doe het!

Mijn motor slaapt direct onder mijn slaapkamerraam. Dus eigenlijk slapen we vannacht lekker samen…..

Ik vind onderweg nog voldoende mooie plekkies voor The Catch of The Day.

Coos op Reis: WAT STAAN ER WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S

Het is vandaag 6 mei. (Als Coos dit schrijft, redactie.) De zon schijnt uitbundig. Het is strakblauw en al lekker warm.

We lezen verhaal nummer 68 in de serie “Coos op Reis.” Nog een paar reisverhalen en Coos is weer thuis.

Het hotel in Völsch serveert heerlijke donkerbruine boterhammen en bruine broodjes bij het ontbijt. Gelukkig eindelijk eens geen witte broodjes. Super. En vers gesneden ham en kaas en zelfgemaakte jam. En maar liefst twee eitjes! Twee! Zou ze weten dat ik weer naar huis aan het rijden ben? En tijdens het uitgebreide ontbijt gratis uitzicht op de kale bergen in de verte. Wat een verwennerij.

Ik haal mijn motor uit de Tiefgarage van het hotel. Zij heeft lekker warm en droog de nacht doorgebracht. Ik rijd even zonder helm om het hotel want dan hoef ik de zooi wat minder ver te sjouwen.

Met de reclameslogan ‘Helm op, daar kun je mee thuis komen’ werd in juni 1972 het dragen van een helm op een motorfiets in Nederland verplicht. Daarvoor hoefde het niet.

Ik kocht mijn eerste motor reeds in 1970, maar we hebben nooit zonder helm gereden. Janny wilde het eigenlijk niet, maar ze moest er aan geloven. Ze mocht wel haar hotpants en haar knielange laarzen met plateauzolen aanhouden. Stom achteraf, maar wel errug leuk als je 18 jaar bent….

In de schaduw van het smalle straatje bij de ingang zadel ik alles op de rug van mijn BMW.

Vandaag rijd ik een route die ik jaren terug al eens ontwierp. De route gaat via Bolzano over een aantal beroemde passen naar Oostenrijk.

Maar eerst nog even een blik werpen op het kantoortje van de 88-jarige eigenaresse. Zij is net zo oud als mijn lieve moedertje. De computer staat er vast alleen voor de sier. Zij schrijft mijn rekening nog met de hand en telt de bedragen vervolgens uit het hoofd op met de snelheid van een zakjapanner. De tijd staat hier gewoon al jaren stil. En waarom niet? Wat is er mis mee? Helemaal niks, hoor.

Het is onderweg echt genieten van de vele paardenbloemen. Hele velden vol. Het contrast en het kleurenspel tussen de gele velden, de blauwe luchten en de witte besneeuwde bergen is fenomenaal. En ik kan alles zo goed ruiken! De lucht is schoon en zuurstofrijk. Het is super om hier te zijn en mee te maken. Wat een mooi land.

De route pakt een randje van Bolzano mee en slingert al snel via frisse, donkere tunnels naar het noorden. Links en rechts hoor en zie ik het wilde, steenkoude bergwater bulderen. Ik voel de koelte van het water door mijn dunne pak, dat vandaag maar uit één laag bestaat.

Ik begin de klim naar Penser Joch. De pas is ruim 2200 meter hoog en vormt de verbinding tussen het Sarntal ten noorden van de provinciehoofdstad Bozen en het Wipptal bij Sterzing. Het asfalt is droog en de kwaliteit is goed. Ik ga lekker. Het is mooi weer. Ik zit goed en scherp op de motor. Ik neem heerlijke lange doorlopers, maar ook scherpe, venijnige bochten. Het motormanagement staat inmiddels op dynamic en ik draai al stijgend het gas steeds vol open na het passeren van de apex. Wat een power! De dikke tweecilinders, elke 600 cc, stampen naar boven en naar beneden en zetten via allerlei ingenieuze assen hun enorme krachten om naar het rubber van het achterwiel. Het gaat super en het geeft een fantastisch gevoel.

Na de pas slingert de weg weer naar beneden. Lekker om daar weer even op te warmen. Het is er 24 graden.

En dan gaan we weer omhoog. Nu nemen we de Jaufenpass. Die is bijna 2200 meter hoog. De
zon schijnt nog steeds, maar in de wind is het fris.

Ik bestel op de top een koffie en een klein taartje. Nou ja, klein…. Ik zie Oostenrijkse motorrijders daar een halve liter Hefenweissen naar binnen tikken.

Ze blijven daar vannacht vast niet slapen. Holladiee!

Vervolgens draai ik fluitend en verwachtingsvol naar het Timmelsjoch. Deze pas ligt op ruim 2500 meter hoogte en staat bekend om haar fraaie wegen en schitterende vergezichten. Maar … die is helaas afgesloten. Wat een teleurstelling. Ik vertrouwde volledig op de traffic-info van mijn navigatiesysteem die de informatie rechtstreeks van het internet haalt. Maar dat blijkt een enorme misser van mij.

Ik moet rechtsomdraaien, helemaal terugrijden naar Vipiteno en dus nogmaals over de Jaufenpass. Op zichzelf geen echte straf want zo’n pas ziet er vanaf de andere kant weer heel anders uit. Maar toch gooit het danig mijn reisschema van deze dag in de war.

Mijn motormaatjes rijden over een paar weken dezelfde route. Hen adviseer ik om vóór vertrek van Seiser Alm op Timmelsjoch.com te checken of de pas die dag ook echt open is. Die dag heeft al een zwaar programma (450 km) en je kunt in dat geval beter maar gelijk over de oude Brenner gaan.

Ik ga snel op pad. Met de vlam in mijn pijp via de Brennerpas met mijn dertigtonner motor, ver van huis maar beter in mijn sas dan in Amsterdam bij DAS, zing ik in mijn potje. Op richting Innsbruck. Ik kies voor de oude Brennerpas, immers de Brennertunnel met tol is voor Sissies, campers en caravans met de Libelle of de grote ANWB-gids levensgevaarlijk op de hoedenplank. Nietwaar? Jôh, ik maak er gewoon een enerverende middag van. Wat maakt het uit?

De met groen aangegeven weg markeert op het kaartje het rechtsomdraaien en mijn omweg. Aan het einde van de dag gooi ik de handdoek in de ring. Op een camping, in de buurt van Innsbruck en vlakbij Natters en Mutters, vertellen zij mij luchtig dat één overnachting € 128,- kost.

Rudi Carrell liep ooit in één van zijn shows rond met vijftig ballonnen aan een touwtje. ‘Ballon te koop, ballon te koop’, riep hij hard. Hij vroeg één miljoen gulden voor één ballon. Ik hoef er maar één te verkopen, en dan ben ik binnen, was zijn redenatie… Nou, dat schijnen ze bij deze camping ook te denken. Ik zeg ze vriendelijk gedag, start mij motor weer en rijd verder richting het westen.

Rond vijven moet het regenpak aan. Er valt een stevige bui. Na een goed half uur rijden we er onder uit en kan het pak weer uit.

Het is nog wel ff puzzelen voor een goed hotel. Ik wil immers wel weer richting de oorspronkelijke route. Ik vind onderweg twee hotels, maar die zijn allebei dicht op zondag. Logisch, hoor. Wie wil er nou op zondag slapen? Of iets eten? Ik snap dat best… En in het derde hotel staan grote asbakken op tafel en zit iedereen te roken. Het is helemaal blauw binnen. Ik ben blij dat het weer wat beter met de pollen en mijn ogen gaat en ren snel naar buiten. Roken! Jôh, het is geen 1960 meer.

En plots heb ik geluk.

Een mooi hotel met een mooie kamer bij Hotel Jäger in Telfs voor 55 euro inclusief ontbijt.

Ik ben weer het ventje. Prima zo.

Morgen rijd ik de pas bij Reutte over naar Duitsland. Dan vervolg ik mijn weg deels door het Zwarte Woud en dan verder noordwaarts.

WAT STAAN ER TOCH WEINIG MENSEN OP JE FOTO’S…..

“Hoe komt het toch dat er steeds zo weinig mensen op jouw foto’s staan?”, wordt mij gevraagd.

Dat klopt! Overbodige mensen probeer ik altijd te vermijden. Ik wacht vaak even tot iedereen opgehoepeld is. En helemaal als ze erg opvallende kleding dragen. Motorrijders met gele jassen of gele helmen. Brrrr…. ze verpieteren mijn foto.

OK, dus weinig mensen op de foto. Waarom? Dat komt door mijn schoonmoeder! Jammer genoeg is het lieve mens een paar jaar terug overleden, anders hadden we er samen nog eens hartelijk om kunnen lachen.

Wat gebeurde er namelijk altijd? Dan kwamen Janny en ik na de vakantie thuis met alle verhalen en foto’s uit een ver land. Vervolgens toonde ik trots de prachtigste foto’s van bergen en bruggen en gebouwen. Tja, en op die foto’s stonden soms andere toeristen. En dan vroeg ze altijd: ‘En wie zijn dat, Coos?’.

Hahaha. Mooi, hè? Dus dat gaat mij niet meer gebeuren… Proost!