“Continental Circus” is een Franse film van 102 minuten over motorracen, gemaakt in 1969 en 1970 door Jérôme Laperrousaz.Deze documentaire werd uitgebracht in 1972 en ontving hetzelfde jaar de Jean-Vigo-prijs voor “de kwaliteit van zijn regie en de onafhankelijkheid van zijn geest”.Een waargebeurd verhaal over de motorsport en al zijn facetten, zoals geld, sponsors, marketing enz. We zijn nu ruim 50 jaar verder…
Geweldige muziek (Gong).Geen acteur, alleen echte mensen in deze film, geen speciale effecten, de races zijn echte races.Het verhaal van Jack Findlay weerspiegelt de levensomstandigheden van alle particuliere motorrijders in dit tijdperk.Giacomo Agostini verschijnt als een soort voorspelling van wat we vandaag de dag meemaken in de autosport.
Er moest ander werk voor blijven liggen. Maar vriend G. wil een andere motorfiets kopen. Hij wilde terug naar iets klassiekers. Want zijn werksituatie is veranderd en hij heeft nu geen moderne vier seizoenen BMW voor nodig. Hij is op zoek naar een late tweekleps boxer met kuip. Voor de rest laten we even in het midden wat voor type, want dat zou flauw zijn voor de aanbieder waar we waren. De motor die we bekeken, die is het niet geworden. Ondanks het feit dat het een keurige fiets was.
Dolf Peeters, zijn foto zag je al eerder want Dolf is een trouwe gast-columnist, hij deelt zijn verhalen op #Ikzoekeenmotor. En daar zijn wij bij de redactie blij mee!
De zoektocht
Maar we nemen je graag mee op de reis naar de ultieme fiets van G.: een late – monoshock – tweekleps BMW boxer met een kuip en koffers. Die machines staan bij particulieren doorgaans voor bedragen tussen de € 3.500-4.500. In de handel tref je ze met vraagprijzen tot voor in de € 5.000.
Dat soort klassieke motorfietsen koop je feitelijk zonder garantie. Maar in de reguliere handel worden er regelmatig afleverkosten/ een korte garantie van een maand of zo tot zo’n € 400 voor gevraagd. G. is zelf een getalenteerd sleutelaar. Garantie – voor wat het waard is – en afleveringskosten op een klassieke motorfiets ziet hij niet zitten.
Onderhandelen
Bij het bezoek aan een handelaar moet er dus ruimte in de prijs zitten, ook omdat er geen sprake van een inruiler is. We gingen naar een gewone, al jaren bestaande handelaar in motorfietsen. Geen merkdealer, merkspecialist of klassiekerspecialist. De motor die daar stond was onloochenbaar keurig. En hij had relatief weinig kilometers gedraaid. De machine was compleet op het gereedschapssetje en het onderhoudsboekje na. Dat laatste was wel een dingetje.
Het kilometrage zou ondanks het ontbreken van het onderhoudsboekje zomaar kunnen kloppen. De DOT code op de banden maakte duidelijk dat de rubbers – ondanks een nog redelijk profiel – over hun datum van uiterste houdbaarheid waren. De remvloeistof was helder, maar de remslangen waren zo te zien nooit vervangen. En het vervangen van de originele remslangen op oude motoren is echt wel belangrijk.
De vraagprijs van net € 5.000 kon in overleg niet lager worden dan € 4.800. Daarbij leverde G. dan de afleveringsbeurt en de ‘garantie’ in. En toen bleek wat een zuiver denkende karaktertijger G. is. De motor beviel hem. Was eigenlijk wat hij zocht. En die € 4.800 was ook het probleem niet. Maar hij bleef bij zijn eindbod van € 4.500. Dat was niet genoeg voor de verkoper. Het afscheid was correct maar koel. Voor € 3.500-4.500 moet G op de particuliere markt een heel net exemplaar kunnen vinden. Zonder garantie. Zonder afleveringsbeurt.
Om gewoon snel en probleemloos een goed exemplaar bij een handelaar te kopen had hij € 4.500, dat is ongeveer de hoofdprijs, over. Twee verse Battlaxjes kosten daarbij iets van € 200. Een set remslangen kost ongeveer hetzelfde. Tel daar bij nog eens een euro of honderd en dan zit je aan de vijf mille voor de klassieke motor van G. ’s dromen. Tenminste als dat het exemplaar zou zijn dat we bezichtigd hadden. En om een goede motor op een verschil van € 300 in de aankoop te laten lopen? Dat is zeker niet dom als de initiële prijs aan de hoge kant was en er nog meer van ‘dezelfde’ motoren te koop staan.
De foto is niet van de motor die we zagen. Ook geen kwaad woord over de handelaar. Soms vind je elkaar. Soms niet. Maar het idee achter dit verhaal is hetzelfde wat we ooit van een handelaar in oude, klassieke, auto’s hoorden: “Ik weet altijd wat ik maximaal wil betalen. En daar ga ik nooit overheen”. Verstandig toch?
Voor de liefhebbers van oude BMW klassiekers hebben we een review gevonden, gepubliceerd in 2018. Een motorverkoper uit de USA praat ons bij over deze BMW R100R. Hij is vanwege zijn lengte even wat voorzichtig; gedurende de rit wordt hij steeds enthousiaster over deze klassieke motorfiets uit 1993. Volgens velen is deze BMW R100R een probleemloze machine waar je zonder iets te hoeven doen zo maar 100.000 mijlen kunt rijden.
Ruim dertig jaar en een kleine miljoen motorkilometers terug haalde ik mijn rijbewijs. Ik herinner me nog dat ik enkele jaren nadien mijn rijinstructeur tegenkwam en hij verbaasd opmerkte dat ik nog reed. Hij had mij ingeschat als zo’n Yup die vond dat een motorrijbewijs wel leuk was om er dan vervolgens nooit meer wat mee te doen. Ik kocht mijn eerste motor bij Daytona motors in Schiedam. Ik was altijd al onder de indruk van BMW motoren, misschien ook, omdat de dealer (Breeman) om de hoek zat van mijn studentenkamer op de Oostzeedijk in Rotterdam. Ik kwam er dagelijks langs. De eerste motor was een K100, loodzwaar en vol storingen. Dat kwam vooral door de kabelboom. Inmiddels was ik verhuisd naar de zuidkant van de stad en daarom werd de storing dan steeds verholpen bij motorhuis Safe. Niet mijn beste ervaring zullen we maar zeggen.
Na zo een twintigduizend kilometer was ik er helemaal klaar mee en wilde ik een betrouwbaardere motor.
Op zekere dag reed ik langs bij Houtrust in den Haag en zag de, net uitgekomen, rode, R1100RS staan. Hij werd net uitgepakt in de showroom als het ware. Ze hadden een stapel posters over en ik mocht er een mee nemen. De R1100RS in vol ornaat. De poster hing ik op in mijn werkkamer, achter de clientele, zodat ik er de hele dag naar kon kijken. Dat heb ik een jaar volgehouden en toen ben ik naar Houtrust gereden en heb ik hem gekocht. De R1100RS was fantastisch, de nieuwe boxer. De motor was daarbij uitgerust met een Corbin zadel, voor en achter. Dat achterzadel kon je dichtklappen en dan was het net een mono, klapte je het open, dan had de passagier een fijne ruggesteun. Het is de motor die ik het langst bezeten heb, want ik ruilde hem pas na 8 jaar weer in.
Wouter naast de rode BMW R1100RS
De afgelopen maand werd mijn oudste dochter veertig en moest ik foto’s aanleveren voor het album dat vrienden van haar aan het maken zijn. Zo kwam ik deze foto tegen van Wouter naast de rode R1100RS. De foto is ergens op een parkeerplaats in Duitsland gemaakt. Het was mijn eerste lang weekend op de motor en Wouter ging mee. Ik had inmiddels een ander pak gekocht, dus Wouter heeft mijn jas aan, die zoals je ziet iets te groot was.
Het was de tijd voor de GPS, dus we navigeerden op de kaart naar Rheinland Pfalz waar ik een hotel had geboekt en van daaruit reden we dagtochten.
Op dag twee maakte ik een navigatiefoutje en nam een weggetje te vroeg. Dat bleek ongelooflijk steil te zijn en in de eerste bocht was het spiegelglad. Het voorwiel gleed weg, de motor draaide 180º om en pa en Wouter lagen er naast. Er was geen schade, maar het was mijn eerste val partijtje en Wouter was behoorlijk onder de indruk. Ik sprak er met hem over en het stond nu na bijna dertig jaar nog goed in zijn geheugen gegrift.
Als ik het kenteken op zoek op de bekende sites, heeft de motor tot 2016 in Nederland rond gereden en is toen geëxporteerd. Het is dus niet meer na te gaan wat er van is geworden nadien.