Categorie archieven: Gastcolumns & blogs

Coos op Reis: SJANS MET EEN KEREL

Klik op de foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Jôh! Het is gewoon droog.

En best veel zon. En nu al 15°.

Het mooiste motorweer van de hele wereld. Gauw op weg gaan maar.

Mijn dag begint natuurlijk met de eindcontrole van de caravan. Om 09:45 uur. Ze hebben een hele todo-list gemaakt. Nondeju. Ze hebben waarschijnlijk geen idee dat mensen hier voor hun vakantie komen. Het lijkt wel een werkkamp. Ik ben hier één dag geweest. Hoe bedoel je, alle ramen zemen?

Mina keurt mijn caravan goed. Ze telt alles. Ik heb niet één eierdopje gestolen.

Ik krijg een briefje mee met de naam van Mina en haar handtekening en een OK. Met dat briefje moet ik naar de receptie. Dan verscheuren zij het briefje waar ik goedkeuring gaf om bij schade 100 euro borg van mijn creditcard af te trekken. Ik denk dat hier een Duitser de baas is en dat hij één vervelende ervaring in zijn leven heeft gehad. Of twee misschien. En toen heeft hij het proces aangepast en er een totalitair systeem van gemaakt. Ordnung muss sein!

Saillant detail: ik voer niets maar dan ook niets van hun todo-list uit. En ik kan zó vertrekken. Hoe bedoel je, wassen neus?

Na mijn ontbijt in het dorp pak ik mijn route weer op. De route leidt mij binnendoor naar La Grande-Motte. Een prachtig stuk natuur. Ik kom langs het strand waar Janny en ik al jaren in mei naar toe gaan. Het ligt tussen Agde en Sète. We parkeren dan de auto altijd exact op dezelfde plek. Hé, iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking, toch? En dít is toevallig de mijne. Het is gewoon een goed parkeerplekkie! Ik maak een foto en die schiet ik even naar haar toe. Zij herkent het onmiddellijk.

Ik stuur voor de argwanende lezer het bewijs van de vakantie er voor even mee! Dat je niet denkt ‘die Dr. Oetker lult maar weer lekker wat’…. Ik gebruikte overigens deze foto in een presentatie aan mijn collega’s van het ICT-managementteam bij DAS. Vlak voor mijn pensioen. Leek mij wel leuk. Ik heb mijzelf daarmee onsterfelijk gemaakt. Hèhèhè… Goh, wat mis ik ze toch, daar bij de DAS in Amsterdam…

Ik kom onderweg weer van die roze watervogels tegen, hoe heten ze ook alweer, oh ja, flamingo’s. Als ik dichtbij kom, dan vliegen ze weg.

De route gaat verder en komt door de Camarque. Dat is tegenwoordig een natuurpark. Het is ook een moerasgebied. Bij warmte en windstil weer heb je daar veel last van muggen. Ik vertelde al eerder: de vrouwtjesmuggen vinden mij het allerlekkerste ventje van de héle wereld: ik word letterlijk door ze opgezogen. Gelukkig waait het hard, maar ik blijf nergens lang staan. Het kriebelt overal.

Onze VW Golf uit 1986 (Janny rijdt er nog steeds in!) heeft in de Camarque nog haar bandafdrukken liggen. Daar stonden we, stoffig tussen de natte rijstvelden. Ik denk in de zomer van 1994. En zonder airconditioning in de auto. Sswweten, man! Heerlijk, al die ouwe herinneringen. Zou ik gauw doodgaan of zo, of ben ik gewoon een ouwe sentimentele zak?

Ik kan het niet laten en stop bij zo’n tent waar ze lokale producten verkopen. Ik krijg direct van de patron een alcoholisch drankje aangeboden. Ik bedank vriendelijk en zeg dat alcohol en motorrijden echt niet samengaan. En ook niet al om 11:00 uur ‘s morgens. Ik koop er wel wat lekkere dingen voor onderweg. Met pijn in mijn hart laat ik de bruine rijst uit de Camarque staan. Ik heb er absoluut geen plaats voor. Of ik ….uh …. moet een pak in mijn jaszak stoppen…dat zou wellicht…

Als ik verderop langs de bosjes loop, verstoor ik het zonnebad van wel 20 kikkers. Eén voor één springen ze met een boog in het water, plons-plons-plons.

Ik schiet nog wat meer mooie plaatjes onderweg. Over mooie plaatjes en reizen gesproken: gisteravond keek ik op de laptop noges naar de film Road to Paloma uit 2014. Aanrader! Prachtige plaatjes, prachtige muziek. Mooie road movie.

Onderweg naar Saintes-Maries-de-la-Mer zie ik tientallen prachtige jonge zwartglanzende stieren, in groepen bij elkaar. Schitterend gezicht. Ze verkopen op diverse plaatsen Saucisson de Taureau de Camarque, dus ik roep naar ze: Carpe Diem! Eten en gegeten worden, dáár draait het om in de natuur. En geiligheid. Maar das logisch…

Ik koop bij een supermarkt een gezonde lunch een ga op zoek naar een bankje uit de wind en een prullenbak voor mijn zooi. Dat laatste lukt helaas niet. Maar geen muggen. Ik doe het er voor.

Geen tourroute zonder pontje, roep ik altijd in de motorclub. Dus ik mag voor drie euro met een pontje de Rhône oversteken. Prachtig. Ik ben stapel op rivieren en stroompjes. En het water is wild! Mijn motor staat te steigeren op haar zijstandaard, ik hou haar maar even vast. Dat stelt haar gerust. En mij ook. Een koffer kost 550 euro.

Ik rijd nog langs wat grote havens voordat ik bij Marseille kom. Hier scheuren veel grote vrachtauto’s met enorme roestige zeecontainers als Max Verstappen in het rond. Als idioten! Levensgevaarlijk. En Marseille is een hele grote stad. Lijkt qua verkeer soms bijna op Parijs. Maar Marseille is omgeven door fraaie natuur en heeft mooie boulevards. Ik kom hier zeker noges terug. Mijn boordcomputer geeft 20° aan. En dat is al aardig warm als je in het zonnetje voor een stoplicht staat.

Ik doe met mijn superbrede motorfiets gewoon mee met de gekte van de scooters en de brommers en dender langs de files via de andere baan. Jôh, ik reed acht jaar lang twee keer per dag met mijn motor in de spits over het Maastunneltracé in Rotterdam. Ik snap wel hoe hier de hazen lopen. Tussen de auto’s door, dat kan niet. Daar ben ik te breed voor. Maar ach, de Fransen houden goed rekening met de motorrijders. Heel wat anders dan de Duitsers. Zij gaan lekker aristocratisch op hun voorhoofd zitten wijzen.

Na 19:00 uur vind ik met de ACSI-app in Sanary-sur-Mer een camping en een mobilehome. Snel uitpakken, douchen en wat te eten scoren. Maar éérst een zalig biertje…

Schitterende dag vandaag. Geen druppel regen gehad. Wat een mazzel. En uitstekend motorweer. Heerlijk!

Morgen, op 14 april, word ik 66 jaar. (Dit is het moment van schrijven, de publicaties van de verhalen op ikzoekeenmotor.nl vinden later plaats… Info, redactie) Vanaf die datum krijg ik óók mijn AOW! Dus ik ga vast eens een goed restaurant voor mijzelf uitzoeken…

SJANS MET EEN KEREL

Onderweg staan in de verte wilde Camarque-paarden. Allemaal wit. Als je hier als paard niet wit bent, dan kom je er niet in. Discriminatie op het Franse platteland.

Eén paard is wel heel erg blij om mij te zien…. Kijk maar. Schrijf ik hier net dat de vrouwtjesmuggen mij zo’n lekker ventje vinden, krijg ik aan een hekkie sjans met een kerelpaard…

Coos op Reis: WATER BIJ DE WIJN

Klik op deze foto om alle verhalen in de serie “Coos op Reis” te lezen.

Het regent pijpenstelen. Grote druppels kletteren keihard op mijn plastieken dakkie. Honderd procent kans op regen, voorspelden ze gisteravond. Gatver, daar is geen reet aan. Het is grauw en grijs en slechts zes graden. Er is geen ontsnappen mogelijk. Of zal ik de wekker nog even….

Ik zit hier op een camping op 500 meter hoogte en kijk tijdens het ontbijt al tegen de onderkant van de wolken aan. Mwah, hoger hoef ik vandaag niet. Maar ja, het kan niet altijd kaviaar zijn. En de regen is goed tegen de pollen! Vandaag ben ik aan de beurt met het pokkenweer. Jammer. Regenpakkie aan en gaan met die banaan.

Ik praat tijdens het ontbijt met een jonge Argentijn. Leuke, vrolijke vent. Hij komt een half jaar door Europa fietsen. Een half jaar! Baas boven baas, hè? Hij wacht de regen af. Nou…. díe duurt nog een poossie…

Ik start mijn motor, verlaat de Pyreneeën en ga op weg naar de Middellandse Zee. Vanwege de regen kies ik er voor om wat meer gebruik te maken van de doorgaande wegen.

En ik heb een missie! Vandaag wil ik scoren: het mij geappte middeltje tegen de pollen van mijn privé dokter Hans den Ouden, een volle tank benzine, antischeurbuikfruit en Frans water in een fles uit de supermarkt. Onder Breda drink ik geen water meer uit de kraan. Spuitpoep en motorrijden door velden en over wegen gaan slecht samen.

Na 20 km is het droog en na noges 10 km is zelfs de weg droog. Nou, daar rekende ik echt helemaal niet op.  Wat een onverwacht genot.

Ik moet weer wennen om de rotondes hier in Frankrijk ‘netjes’ te nemen. Heel goed mijn richting aangeven en heel goed voorsorteren. Ik heb dat in Spanje volledig afgeleerd. In Spanje ‘overleef’ je op een rotonde. Een rotonde is daar een jungle. Het gevaar komt van alle kanten. Elke Spanjool doet waar hij zin in heeft. Bijna niemand geeft richting aan. Levensgevaarlijk als ze het wél doen. Naar rechtsaf richting aangeven en gewoon naar links gaan? Geen enkel probleem. En niemand die het raar vindt. Rechts rijden om later links af te gaan? No problemo. Zelf gaf ik in Spanje geen richting meer aan. Allebei mijn handen aan het stuur en ook achter en naast mij kijken. Voorsprong vergroten, ruimte maken en zo snel als kan weer van die rotonde af. Zo recht mogelijk oversteken, want ze zijn spekglad. Maar in Frankrijk doe ik het inmiddels wel weer netjes.

Het is zonet weer gaan regenen. Vollebak! Dikke plassen op de weg. Ik drink een hete kop koffie in Mirepoix. Mirepoix is een oud plaatsje in het departement Ariège, in de regio Midi-Pyrénées, in de buurt van Carcassonne. Mirepoix staat bekend als een prachtig vestingstadje met één van de mooiste middeleeuwse pleinen in het zuiden van Frankrijk. Dit plein wordt omringd door vakwerkhuisjes, waarvan de eerste verdiepingen zijn gebouwd op houten overkappingen. Ik zit onder zo’n afdak op dat prachtige plein met haar stokoude huizen.

Ik krijg een speculaasje bij de koffie. Altijd gedacht dat het typisch Nederlands was.

Een stukje verderop zit een apotheek en ik scoor daar het middel van Hans.

Als een junk neem ik al in de winkel gelijk een diepe snuif. Cocaine in my brain!

 

Ik vervolg mijn route. Er zit al een poos zo’n klein pestautootje achter mij. De ene keer zie ik haar honderd meter achter mij in mijn spiegels, de andere keer zit ze met één meter bijna op mijn rug.

Ze is net zo’n pestvlieg. De dame zit van alles te doen in haar auto en ik zie dat ze niet geconcentreerd aan het autorijden is. Ik mag hier 90 en ik rijd bijna 120 km. Dat is vooral niet tuttig en ik moet ook een beetje op de gendarmerie letten natuurlijk. Verderop zie ik dat een tegemoetkomende auto gaat afslaan en mijn baan gaat  oversteken. Ken jij ook die situaties die al van tevoren niet goed aanvoelen? Nou, dit is er zo eentje. Het stinkt naar de misdaad. Blijft de afslaande auto daar straks staan om op mij te wachten? Of zit daar ook iemand in die druk is met andere zaken? De tuthola zit heel kort achter mij en doet iets in haar dashboardkastje. Teringjantje, wat word ik hier chagrijnig van. Ik zit helemaal in de sandwich. Ik kan geen kant op. Ik zwiebel een beetje links en rechts op mijn baan om mijn zichtbaarheid te vergroten en kies vast een vluchtroute naar het open veld links. De auto blijft gewoon op mij wachten, hoor. Het loopt goed af. Ik bal mijn vuist naar de dame achter mij, geef gas en vlucht met 150+ bij haar vandaan. Stomme doos!

Bij Carcassonne zie ik rechtsachter een lichte lucht en wat zon. Ik eet bij een bakker even een quiche lorraine onder een luifeltje. Wie weet haalt de zon mij in? Je moet een beetje positief blijven denken, niet waar?

De zon komt niet, dus ik vervolg mijn weg. Maar het is wel weer gestopt met regenen.

Ik dender over een heuvelachtige weg. Op een bord staat het plaatsje Pouzols-Minervois aangegeven. Het duurt een paar seconden voordat het kwartje valt. Maar dan weet ik het. Ruim tien jaar terug stonden Janny en ik daar met de caravan op een camping L’Etoile d’Oc bij de Nederlanders Elisa en Franklin. Lekker rustig plekkie, weinig hectiek. Heerlijk gegeten in hun restaurant en goede gesprekken gehad met een paar glaasjes wijn. Zeer aardige mensen met een sociaal bewogen leven en een duidelijke eigen mening. En hij kon vreselijk lekkere steaks maken. Zij werkten hard op hun camping maar waren gefrustreerd omdat ze door de gemeente en dorpsgenoten werden tegengewerkt. Zij waren ‘de buitenlanders’. Erg jammer dat hun dromen de mist in zijn gegaan. Elisa en Franklin, waar jullie ook zijn: leef blij en gelukkig!

Ik besluit om even te gaan kijken wat er van de camping over is. Nou, ziehier een voorbeeld van een droom die uiteengespat is. Er staan zelfs nog oude verweerde caravans en het zwembad is compleet verdwenen onder het groen. Wat een narigheid. Ik moet er echt even een kwartiertje van bekomen.

En de wifi doet het daar trouwens ook niet meer. Das helemáál kut.

Nog een vijftig kilometer verder, en ik ben er. Nu zit ik op camping Nouvelle Floride in Marseillan, Languedoc-Roussillon, aan de Middellandse Zee! Yeah, ik ben het Ibirische schiereiland helemaal rond. Weet je wat? Ik maak er een feestje van. Weliswaar vanavond niet met kaviaar, maar wel met lekkere mosselen en veel groenten. Heerlijk!

Morgen nog wat andere foto’s van onze slaapplek. Mijn Beemer staat onder een tropisch afdakje. Vindt zij fijn, jôh! Dicht tegen de caravan aan, beschut tegen de regen en de wind.

Ik heb haar vanmiddag weer lekker in bad gedaan, alle modder van haar zachte huid verwijderd, helemaal afgesopt en alle geheime gaatjes en kiertjes heerlijk met warm schuim afgespoten.

En nu hoor ik de zee in mijn plastieken hutje keihard bulderen, zo dicht zit ik bij mijn favoriete strand! Ik zou trouwens ook zo maar een kind van mijn schoonmoeder kunnen zijn, hoor. Zij was ook helemaal stapel van zee. Ach, ze is in 2018 overleden. Ze is ruim 50 jaar mijn schoonmoedertje geweest.

WATER BIJ DE WIJN

Er is zóveel regen gevallen! Niet normaal. De wijnstokken staan letterlijk in het water. Nou weet ik hoe ze het doen….

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Wat moet jij weten over jouw motorbanden?

Onderstaand artikel over MOTORBANDEN plaatsten wij al eerder op 16 februari. Toen stonden de meeste motorfietsen nog binnen en aan de druppellader. Juist nu er zoveel mensen weer gaan toeren (en gezien de regelmatige discussies over motorbanden op de sociale media) hebben we besloten dit artikel nog eens te herhalen. Veiligheid boven alles. Remmen en banden moeten goed zijn!

Onze redactie had een gesprek met Eric Versteeg van Sabra Motorbandenservice over zijn bedrijf.  We beloofden eerder al wat dieper in te gaan op vragen die te maken hebben met alle tekst op een motorband, de ideale bandenspanning, de levensduur en kilometers. Wat te doen bij lekkage? Wanneer vervangen, wanneer reparatie? We onderwierpen Eric aan ons ronkend vragenvuurtje.

Op de wang van de band staan allerlei cijfers, letters, waar staan die voor?

Behalve het merk en type van de motorband staan o.a. ook de afmetingen, draagvermogen, snelheid, toepassing en de productiedatum op de motorband. Als voorbeeld nemen we een achterband met de volgende gegevens:

190/55 ZR 17 M/C (73W) TL

190        = de breedte van de motorband in millimeter
55           = (verhouding) de hoogte is 55% van de breedte
ZR          = Z is de snelheidsindex en R staat voor radiaalband
17          = de velgdiameter in inch
M/C      = M/C staat simpelweg voor MotorCycle
(73W)  = 73 is de draagvermogensindex en W is de snelheidsindex
TL           = Tubeless (zonder binnenband)
TT           = (zou betekenen) TubeType (met binnenband)

Waar zie je hoe oud de band is? Iets met een DOT-nummer….?

Het DOT nummer geeft informatie weer over de motorband waarbij (vanaf 2000) de laatst vier getallen in een ovaal staan. De eerste twee cijfers geven het weeknummer en de laatste twee het jaartal van productie aan. Dus: 3418 betekent: week 34 van 2018.

Waarom is het van belang om twee dezelfde motorbanden onder je motor te hebben?

In Nederland is het (nog) geen verplichting om gelijkwaardige motorbanden voor en achter te monteren. Het verdient zeker wel de voorkeur om beide banden van hetzelfde merk en categorie te (laten) monteren. Er zijn landen, waaronder Duitsland, waar strenger gelet wordt op de juiste bandenspecificaties.

Hoe zit het met de ideale bandenspanning?

Wij adviseren altijd om bij straatgebruik de bandenspanning aan te houden welke is opgegeven door de fabrikant van de motorfiets. Uiteraard zijn er uitzonderingen te noemen bijvoorbeeld met passagier en volle koffers op reis dan mag de bandenspanning wel een paar tiende bar omhoog. Bij circuit rijden mag de bandenspanning juist een paar tiende omlaag om de motorbanden sneller op te warmen. Je zou kunnen stellen dat de gemiddelde bandenspanning waarmee je veilig op pad kunt, voor een voorband ongeveer 2,5 bar en voor een achterband ongeveer 2,9 bar is.

Hoe lang kan een band eigenlijk mee? Qua levensduur en/of kilometers?

De levensduur van motorbanden is sterk afhankelijk van het type motorfiets maar zeker ook van de rijstijl en het gebruik en afstelling van de vering. Het blijft dus lastig om dit nauwkeurig aan te kunnen geven.

Je rijdt een lekke band? Wanneer repareer je en wanneer vervang je?

Een lekke motorband repareren kan wanneer het gaatje niet groter is dan 3 millimeter. De motorband moet dan van binnenuit gerepareerd worden. Een zogenoemde “prop” of “plug” is een noodreparatie en het advies is de motorband daarna zo spoedig mogelijk te (laten) vervangen. En ja, er zijn motorrijders die gewoon de motorband op rijden met een prop erin. Ook zijn er mensen die met een elastiek om hun enkels van een brug afspringen. De vraag blijft, wil jij dit risico nemen? Wij repareren als montagebedrijf in ieder geval geen motorbanden. Dit heeft vooral te maken met de aansprakelijkheid maar ook met jouw veiligheid en die van je medeweggebruikers.

Zijn jouw klanten gehecht aan merken?

Natuurlijk zijn er klanten die merktrouw zijn, maar je hebt ook klanten die het totaal niet uitmaakt welk merk motorband ze onder hun motorfiets laten monteren. Vaak horen wij: ‘Als ze maar rond en zwart zijn’. Uiteraard blijft het wel van belang dat het juiste type motorband gemonteerd wordt.

Zijn de merken die in de autobranche een rol spelen, ook van invloed op de keuzes?

Nee, niet echt …

Dat wil zeggen, wij horen nooit mensen zeggen dat ze hetzelfde merk motorbanden willen hebben als onder hun auto. Sommigen willen wel wat bredere banden, zoals je ziet op de foto.

Je gaat een tocht maken met een stevige BMW 1250 GS, je plant 12.000 kilometers door Europa. Welke motorband zou jij, Eric Versteeg, monteren?

Er vanuit gaande dat de meeste kilometers over asfalt gereden worden zou ik kiezen voor een degelijke toerband met een “adventure” uitstraling. Omdat bij de grote merken dergelijke motorbanden zo dicht bij elkaar zitten qua prestaties en uiterlijk, zou ik kiezen voor de motorband waar ik (eerlijk gezegd) op dat moment de meeste voorraad van heb.

Waar moet je, voor wat de motorbanden betreft, op letten bij de aanschaf van een gebruikte motorfiets ?

Kijk bij aanschaf van een gebruikte motorfiets goed naar de leeftijd (DOT codering) van de motorbanden en controleer de banden goed op droogtescheurtjes en/of beschadigingen. Neem sowieso geen genoegen met banden ouder dan 7-8 jaar en controleer altijd de bandenspanning voordat je een proefrit gaat maken. Heeft de motorfiets al jaren stilgestaan dan is het ook raadzaam om de motorbanden te vervangen.

Voor meer informatie of vragen over motorbanden kun je altijd terecht bij Sabra Motorbandenservice in Alblasserdam.

Politie perikelen

Dit verhaal kwamen we op Facebook tegen en mochten wij met toestemming van de schrijver René Konter hier publiceren. 

“Het moet in 1983/84 zijn geweest dat ik na een dag verhuizen van mijn broer samen met een vriend terug reed, komend vanaf Harderwijk.

Hij op een Yamaha XS 1100 ik op mijn Honda 900 Bol d’or.

We reden net ter hoogte van het Shell tankstation met redelijk hoge snelheid, ruim 175 km/u.
Net achter het muurtje stond politie met een Porsche. We zagen hem beide. We knikten naar elkaar en besloten gas bij te geven.

In onze spiegels zagen we de Porsche komen. Nog iets meer gas erbij en toen werden de lichtjes kleiner achter ons. We vervolgden onze weg met deze snelheid; we voelden ons helden. Echter bij Azelo richting Enschede zaten ze toch in 1 keer achter ons en kwamen ze voorbij bij Borne.

Het pannenkoekje kwam uit het raam. Wij volgden. De heren spraken ons aan op ons rijgedrag en of we wisten dat we zo hard reden. We ontkenden dit niet. Dat waardeerden ze wel. Toen vroeg de bestuurder van de Porsche hoe mijn Bol d’or beviel en hoe het rijgedrag was bij deze snelheden. Hierop antwoordde ik, prima, en of hem dat niet was opgevallen. Jazeker antwoordde hij. Ik ben zelf aan het overwegen er 1 aan te schaffen en nu ik dit gezien heb,  moet ik dat maar doen.

Ik bood hem nog aan een proefrit te maken op de mijne maar dat hoefde niet. Vervolgens kregen we het advies om de weg wat rustiger te vervolgen met een hele grote knipoog. Kijk zo kon het toen nog.”