Categoriearchief: Stories from abroad

Coos op Reis: NAAR DE STERREN

Soms krijgen we op de redactie kippenvel als we de verhalen van Coos op reis lezen. Dit, nummer 24, is zo een juweeltje van een verhaal:

Vandaag al wéér een pracht…nou ja, kijk zelf maar naar de foto’s…

Als je thuis ooit een hond had, dan weet je dat hij razend enthousiast werd als je zijn riem pakte. Naar buiten! Rennen! Uit! Als ik met mijn helm in mijn hand het terras op stap, dan gaat er een rilling door mijn motor. Zij gloeit helemaal. Mijn motorfiets en ik hebben vandaag een date. We gaan het samen doen… We gaan samen het binnenland in. Richting het noorden. Wij zijn zeer benieuwd…

Onderweg naar Paderne kom ik langs een oude vervallen fabriek. Daar kan ik vast wat mooie zwartwitfoto’s maken. Er staat nog een grote oude schoorsteen overeind. Een mooi plaatje van mijn motor, pal náást die schoorsteen, zit er echter niet in. Er liggen honderden spijkers en veel glas. Dan maar eentje van een afstandje. Een kinderhand is gauw gevuld.

Ik vervolg mijn weg en met wat zoekwerk op mijn Garmin, kom ik uit bij Castelo de Paderne. Ze zijn het oude kasteel uit 1200 aan het renoveren. Al heel wat jaren, lees ik op een bordje. Het schiet niet erg op. En als het aan die éne bouwvakker met dat éne emmertje ligt, die daar op z’n gemakkie in de hitte rondloopt, duurt dat proces nog wel even… Hij gaat zijn pensioen daar zeer zeker halen.

Het is wel heel leuk om er even rond te gluren. Ik banjer daar wel een uur tussen al die ouwe stenen. Wat zouden zij allemaal gezien en meegemaakt hebben? Prachtig!

In de verte zie ik een stokoude brug over de rivier liggen. Ik wil naar die brug! Ik heb een motor die óók offroad kan, dus ik ga er effe heen, besluit ik. Een tikkeltje impulsief, zal later blijken.

Ik pruttel en hobbel een paar kilometers door een oude, droge rivierbedding. Ik zie gaten, gleuven, kieren, hobbels, putten en de stenen worden groter en groter. Ik zit als een gekko op de buddy…

Ik draai weer om als het echt te gek wordt. Er is hier niemand, ik ben ver van de bewoonde wereld en heb geen signaal meer op mijn iPhone. Maar ja, ik moet en zal naar die brug… Ouwe idioot! Potver.

Het is een GSA, het is een BMW en ik ben geen Sissy, bedenk ik mij.

Ik spreek mijzelf wat moed in. Gewoon even omrijden en een andere route proberen. Ik heb weer wat signaal op mijn telefoon, schakel GoogleMaps in en pak het routepunt over naar mijn Garmin. Ik moet en ik zal! Ik gááá!

Maar ook deze weg wordt glibberiger en steiler. Daarnaast zie ik de stenen groter worden. Er komen steeds  grotere plassen op de weg en er staat hier geen zuchtje wind. Is het de warmte of de spanning? Het water staat in mijn bilnaad. Ik ga op mijn steppies staan. Dat doen de pro’s ook altijd… Ik heb het héét, jôh!

Maar man, zo’n loeizware GSA mét drie koffers en een volle brandstoftank is hier helemaal niet geschikt voor, joh. Dat willen ze ons bij BMW Motorrad wel wijs maken, maar dit is het leefgebied van een ouwe gebutste Yamaha 450 met noppenbanden. Zo eentje waar ik op tijd afspring als-tie valt. Waar ben ik toch in hemelsnaam aan begonnen?

Maar ik moet persé naar die brug, verdorie. Na een paar kilometer stop ik, parkeer mijn motor op een platte steen en ga de rest lopen. Een nieuwe zijkoffer kost namelijk 500 euro… Ik sta 50 meter bóven de brug, maar kan er niet op. Ik loop langs een oude molen en een waterval, langs scherpe takken en door drie dichte bosjes. Kansloos. Ik draai weer om. Ik geef het op! Kutbrug, de koelere!

Maar…ik vind later aan de weg wel een leuk en werkelijk keurig restaurant op een kruising. Met echt Flintstonemeubilair. Ik voel mij Fred: jabbedabbedoe! Ik zit er wel een uur in de schaduw, samen met een groot koel glas geperste sinaasappelsap. Als ik voldoende ben afgekoeld reis ik verder.

Op de hoogste berg in de omgeving tref ik een Boedistisch centrum. De zon schijnt nog steeds onbarmhartig aan de hemel. Het waait flink bovenop de berg. Vlak bij een trap staat een auto met een Spaans kenteken en daarnaast een stevig en warm ingepakte mevrouw in een rolstoel, samen met een mijnheer die sinaasappels pelt.

Of ik een stukje sinaasappel wil, vraagt de mevrouw in het Nederlands. Ze heeft het kenteken op mijn motorfiets gespot. We raken aan de praat en zij vertelt haar verhaal. Zij woont alleen, in Badhoevedorp, en was tot haar 37e jaar gewoon gezond. Maar in dat jaar werd ze kort na elkaar door een paar beroertes getroffen. Daardoor zijn vitale lichaamsfuncties uitgevallen. Ze kan sindsdien niet veel zelf meer. Zij is nu hier op vakantie. De meneer die bij haar is, is van een hulporganisatie en haar tijdelijke Spaanse buddy. Hij zorgt volledig voor haar tijdens haar tweemaandelijks verblijf in Albufeira. Ze delen een appartement. Zij heeft een lage uitkering, maar deze vakantie betaalt ze van haar PGB. Ik vraag wat het doel is van haar komst naar deze berg. Zij antwoordt: ik ga hier straks bij het beeld bidden voor alle mensen die het in de wereld minder hebben. Het kippenvel trekt over mijn armen en benen. Het maakt mij op dat moment héél erg nederig…

We eten met z’n drietjes een paar sinaasappels. Heel bijzonder op deze berg. Als ik haar vervolgens vertel dat ik in Albufeira verblijf, dan geeft ze mij het adres van een toprestaurant in de badplaats. We nemen afscheid, ik stap op mijn motor, zwaai en rijd ronkend de berg weer af.

TENSLOTTE

Aan het einde van de dag rij ik weer terug naar de camping. De zon schijnt en er staat geen wind. Ik dender over strak, kurkdroog en vreselijk betrouwbaar asfalt. Het is klasse A kwaliteit. Het niveau van een nieuw, maar ingereden circuit. Werkelijk een schitterende weg die als een woeste slang links en rechts door het bergachtige landschap meandert. Een ritmische afwisseling van korte bochten en zeer fraaie lange doorlopers. Toerental tegen het rode gebied. Quickshifter van 3 naar 4 en weer terug. Hoge snelheid. Geen onnodige bagage. Tank inmiddels half leeg. Lichtvoetig rijden. Dunne zomerhandschoenen aan. Chirurgisch gevoel in mijn vingertoppen. Scherp bochtenwerk. Motormanagement op dynamisch. Volle bak, alle pk’s los.  Mijn BMW en ik. Samen dansen in het laatste zonlicht, samen op weg naar The Golden Hour…

De laagstaande zon tovert glinstertjes in het asfalt. Het zijn nèt diamantjes… Miljoenen!

Het is….een rit dóór en náár de sterren, mijmer ik…

Wát een superdag! Eéntje voor in het boekje. Toppertje!

De baddest girls in town

We besloten dit filmpje maar even niet in de rubriek veiligheid op de motorfiets te plakken. Sowieso zijn het stunts die we niet allemaal thuis moeten gaan proberen en daarnaast is het met de hier en daar erg schaarse kleding van de dames niet echt veilig te noemen. Ze beheersen deze machines echter als geen ander en ja, met wat muziek erbij is het toch spectaculair om naar te kijken.

Wat jij?

Coos op Reis: THE MESSIAH WILL COME AGAIN

( Vandaag verslag nummer 23 in onze serie COOS OP REIS. Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en brengt ons bijna dagelijks verslag uit. Ook van de rustdagen…)

“Het is inmiddels 20 maart.

De zon schijnt en het waait. Rap mijn laarzen en handschoenen op het terras zetten. Binnen drogen ze maar niet. En anders moet ik hier eeuwig blijven…

Overdag de ramen op een kiertje zetten voor een betere ventilatie is helaas géén optie. In deze caravan zitten ‘digital windows’ : het is nul of één, de ramen zijn óf volledig open óff volledig dicht. Dus zijn ze dicht. Ik vertrouw niemand.

Ontbijt in de zon op een plastic stoeltje. Drie hele sinaasappels gaan er in zo’n kingsize glas. Met een broodje Spaanse ham, café Americano en iets dat een mix is van een creme brulee en een puddingbroodje. Voor…vijf hele Portugese euro’s. Wat een tof land.

Vandaag staat een relaxte dag op de planning. Factor 50, korte broek aan, vijftien kilometer langs het strand wandelen, van de zon genieten, schoenen en sokken uit en op een terrasje in mijn blote teentjes een beetje om mij heen kijken. Uh, gewoon lekker gepensioneerd zijn en geen reet doen. Gôh, hoe zou het bij de DAS in Amsterdam zijn? Of bij ISS in Utrecht? Of bij Campina Melkunie in Rotterdam of Den Bosch? Vast heel goed. Ze rooien het wel zonder mij. En anders niet.

Vandaag ben ik drie weken op reis. De tijd vliegt echt voorbij. De vrijheid en het niets hoeven, is het mooist. Elke dag doen wat ik zelf wil. Geen planning, geen deadlines, geen budget, geen overleg, geen onderhandelingen, geen aanpassingen, geen rapportages, geen beloning of straf, geen stress. Niks. Wel elke dag een verslag natuurlijk. Nog steeds.

Drie keer per dag op mijn gemak uit eten. ‘s Morgens een broodje, ‘s middags een salade en ‘s avonds een vissie, een pasta of iets vegetarisch. Tussendoor een expreszo, een ijsje, een biertje, een appeltje of sinaasappel, wat noten of een wijntje. En ergens in mei weer thuis, of zo. Als ik zin heb. Maar….het gaat allemaal wel heel erg snel. Soms mij ietsje te snel.

Op de camping staan campers, campers en campers. De campers op de foto’s behoren tot de derde categorie. Daar schuiven ze de keuken naar buiten en slepen ze hun auto’s en motoren in aanhangers mee. Er staat zelfs een camper met een eigen zendmast. Haha, nee hoor, dat is niet waar. Die mast is van een telefoonbedrijf.

Over fantaseren gesproken: het schijnt dat kater Tijger thuis op mijn troon zit, de macht heeft overgenomen, de ramen met kranten heeft dichtgeplakt en het huis te koop heeft gezet. Tijger heeft de foto’s van al die lekkere poesjes gezien en wil emigreren naar Portugal, hoor ik van de buurvrouw. Nou ja, als mijn laarzen nou toch nog nat zijn, kan hij gelijk ff nieuwe….

THE MESSIAH WILL COME AGAIN

Ik wandel door Albufeira en loop, onderweg naar het strand, een donkere tunnel door. Ik hoor prachtige tonen van een elektrische gitaar. De gitarist zit op een stoepie aan het andere einde van de tunnel en speelt handig in op de natuurlijke nagalm van de tunnel. Bij het ene nummer denk ik aan Joe Bonamassa, bij het andere nummer aan David Gilmour, dan hoor ik Santana maar ook  Roy Buchanan, Gary Moore etc. Hij speelt gepassioneerd. Zijn bluesnummers trekken als een zwoele, hete wind langs de vochtige, koele stenen van het schaduwrijke tunneltje. De zon schijnt onbarmhartig aan de hemel, ik zit te bakken in de zon, maar…het kippenvel staat op mijn armen. Wat een prachtige muzikant en wat een vreselijk mooie nummers. Ik koop een paar meter verderop een lekkere koffie en zit ruim een uur eerste rang. Hij blijft spelen! Ik geef de muzikant geld. Hij bedankt. Maar deze mijnheer speelt niet voor wat euro’s, hij speelt gewoon voor zichzelf. Oh, wat begint deze dag weer goed. Hij kan niet meer kapot. Wat word ik hier vrolijk van. Wat een mooi leven is dit. Al gaat het nu sneeuwen, ik krijg die grijns niet meer van mijn gezicht.

Net als ik mijzelf dwing om te gaan wandelen, speelt hij hartverscheurend The Messiah Will Come Again (1972). Mijn muziekvrienden weten precíes wat ik bedoel en wat ik dan voel…

Bijna veertig jaar geleden hoorde ik dit nummer voor het eerst op de radio. Ik belde prompt de andere dag naar de studio van Veronica om te vragen wat ik in vredesnaam had gehoord. Het was de orginele versie van Roy Buchanan. Wat een geweldig mooi nummer.

Ik heb vandaag een herinnering aan mijn reis toegevoegd. Dat koude tunneltje, de prachtige muziek van die gepassioneerde muzikant en de bulderende golven aan het zonnige strand. Onuitwisbaar. Wôw! Wat een belevenis.

Even een korte impressie?

TENSLOTTE

Weleens gehoord dat iedereen ergens op de wereld een dubbelganger heeft? Ik vang vanavond een een tikkeltje aangeschoten Engelsman op. Hij struikelde over zijn eigen schoenen. Ik kijk hem aan en … potver, het is nét mijn overleden vader. In het echt lijkt hij nog meer als op de foto. Zo’n bijzondere ervaring!

Lekker dagje vandaag. Er gebeurt altijd wat. Het is net een project….

Morgen ga ik een dagje motorrijden. Ik heb vreselijk veel zin!”

De long way round Swaziland

Noraly maakt weer een prachtige reis. Over haast onbegaanbare wegen. En omdat ze in Nederland geen tijd meer had voor de kapper, pakt ze die ook maar even mee. Bijzondere beelden. Vanaf haar motorfiets gefilmd krijgen we weer een prachtige indruk van de omgeving in Zuid-Afrika. De 10e aflevering in deze serie van Itchy Boots. Haar Youtube kanaal vind je overigens ook in de rechterkolom op de website tussen de banners met favouriete YouTube kanalen.

Itchy Boots gaat voor GOUD

We volgen Noraly op haar Youtube kanaal Itchy Boots verder op haar reis in Zuid-Afrika. De mijnindustrie is altijd groot geweest daar dus hoe kan het ook anders dat ze door het gebied van de goudmijnen gaat rijden. Haar filmpjes ervaren we sowieso al als “GOUD” en we zijn benieuwd wat er verder op haar pad komt. Het varieert van overstekende aapjes en koeien tot haast onbegaanbare wegen. Haar navigatie lijkt soms eigen plannetjes te maken. Het mooie in haar filmpjes vinden wij dat ze tijdens het rijden ook echt dingen te vertellen heeft over een streek of land die er toe doen. Haar achtergrond op het gebied van geologie is natuurlijk handig. En dat alles vanaf de motorfiets. Veel mooier kunnen we het niet bedenken. Bizar ook om te leren dat de helft van al het goud in onze wereld uit de streek komt waar zij nu rijdt.

Coos op Reis: ALBUFEIRA – PORTUGAL

 ALBUFEIRA – PORTUGAL

Het is vandaag zaterdag. Om 07:00 uur hoor ik nog grote druppels regen op mijn plastic dak vallen, maar om 08:00 uur is het droog. Ik zie zelfs een waterig zonnetje. Vandaag reis ik weer verder.

(We lezen hier verder in de serie “Coos op Reis“)

De beheerder wil de caravan vóór mijn vertrek persé controleren. Of ik misschien wel een vork krom heb gemaakt, een glas van 40 cent heb gebroken of met viltstift iets banaals op de muur heb geschreven. Zoiets. De procedure is mij bij aankomst wel drie keer verteld. Bij controle loopt de controlemanager met zijn grote vuile baggerschoenen dwars over mijn schoon gepoetste caravanvloer, kijkt verder nergens naar en zegt dat het allemaal prima in orde is. Dát had hij ook vanaf het terras kunnen doen. Of vanuit de receptie. Hoe bedoel je, overbodige managers en wassen neuzenprocedures?

Ik besluit om Anzar vandaag te tarten. Ik stop mijn regenpak diep en onzichtbaar in de topkoffer en kijk vol vertrouwen naar het zonnetje, dat inmiddels dapper door de wolken prikt.

Ik laad de route, zet het geluid in mijn helm aan, rits mijn jas dicht, trek mijn handschoenen aan en ga op weg. Ik rij het prachtige natuurpark Nacional de Doñana uit. Het is een enorm bosgebied. Mijn GSA en ik gaan vandaag Spanje weer verlaten. We gaan op weg naar Portugal.

Het asfalt is hier ruk. Dáárvoor kan ik beter in Luxemburg blijven. Daar hebben ze tenminste geld voor goede wegen. Grote delen van het asfalt hier zijn gekrakeleerd. Net als de tweezitsbank van mijn oude moedertje, denk ik. We zijn al jaren regelmatig aan het kijken voor een nieuwe bank. Maar ja, besluiten nemen is moeilijk voor mijn moedertje. Daarnaast vergeet ze snel wat ze precies gezien heeft. Dat mag ook wel, ze gaat al richting de 90. Ma zegt altijd: iedereen wil graag oud worden, maar niemand wil graag oud zijn. En zo is dat. Wellicht wil het asfalt ook helemaal niet oud zijn…

Het gaat harder waaien. De wind komt over de vlakten aanstormen en trekt en plukt aan mijn motorpak en buldert in mijn Schubert-helm. Ik hou mijn lichaam en geest ontspannen en ben helemaal zen. Want de wind waait ook alle stof weg, waait alle wolken weg, de regen weg, maakt de wegen droog en nog veel meer. De wind is goed. De wind is prima. De wind … is mijn vriend!

Ik zie borden met Matalascañas en mijn navigatiesysteem toont dat we de golf van Cadiz naderen. Hoe heette die boot ook al weer van dat beroemde scheepsongeluk? Owja, de Amoco Cadiz! In 1978, bij Bretagne. Ik weet het nog, mijn hersens zijn nog niet gekrakeleerd gelukkig.

De wind van de Atlantische Oceaan beukt en buldert tegen de werkelijk torenhoge duinen van de kust. Wat een geweld. En wat een prachtig gebied is het hier. Het is super. Ik heb trouwens nog nooit zulke hoge duinen gezien. Het zijn gewoon bergen!

In Mazagón drink ik een café solo. En ze hebben wifi! Als de uiterst vriendelijke meneer eindelijk het password heeft gevonden, ben ik al weer bijna op pad. Het password voor de geheel gratis dienst is LasDunasWifi1234Gratis#. Lekker makkelijk en klantvriendelijk… Ik snap dat nooit. Mjin password is gewoon overal COOS. Veilig genoeg toch zo? Maar ik kan eindelijk mijn reisverslag van de dag ervoor even opsturen.

In het restaurant trek ik gelijk mijn elastische Scott-regenpak aan. Ik ben net een vrolijke kanarie. De Spaanse buienrader toont namelijk dat er een groot breed regenfront mijn kant op komt. Recht op mij af. Ik ben kánsloos! Anzar heeft echter vast niet gezien dat ik binnen mijn regenpak aantrok. Hij wacht nu nog steeds bij de ingang van het restaurant op mij. Sukkel…

Ik kijk even in een dorp waar aan het begin een bord staat dat het dorp alléén toegankelijk is voor dorpsbewoners. Ja, dág! Dat willen we allemaal. En Amsterdam alléén voor de Amsterdammers zeker. Het zou overal een mooi zootje worden. Dat is ongeveer dezelfde onzin als de Lekdijk afsluiten voor motorrijders. En ken je die wegen die alleen toegankelijk zijn voor bestemmingsverkeer? Ammehoela. Daar wonen alleen maar wethouders die rustig willen wonen. Wie wil dat niet? Zolang vreemden mijn straat in Linschoten in mogen rijden, mag ik het straatje van iemand anders inrijden. Zo werkt dat en niet anders. Hahaha. DrOetker heeft gesproken. Pudding! Aardbeismaak was het deze keer, geloof ik.

Een vriendelijke jonge Engelsman komt enthousiast naar mij toe en is blij dat ik Engels spreek. Hij is hier met een lorry. Hij hoopt dat ik hier blijf want er is verder niks te doen. Maar helaas, er staat voor mij nog ruim 100 km op het programma vandaag. Hij geeft mij een hand en verdwijnt weer naar binnen.

De huizen van het dorp staan, net als het Urks-mannenkoor, schouder aan schouder, aan de rand van de Oceaan. Het huizen worden in de rug gedekt door de zo kenmerkende gele rotsen van de zuidkust. Het regent en ik geniet. Ik voel de nabijheid van de zee. Het is hier gewoon anders dan een uur terug. Het ruikt ook anders. Het voelt erg goed. Goede aardstralen hier! Ik ben goed beschermd tegen de regen. Eenmaal ingepakt blijf ik zo makkelijk een hele dag droog. Het water rolt zo m’n regenpak af. Als je maar goede spullen hebt en als alles maar waterdicht en warm is. Dan is het goed.

Aan de zuidkust van Spanje rijd ik heel lang door een natuurgebied. En precies grenzend aan dit gebied heeft Repsol zijn benzine-opslagtanks. Ik ben helemaal niet zo’n milieufreak, hoor. Dan zou ik ook immers niet met mijn motorfiets helemaal hier zijn. Wie zonder zonde is…… Maar deze lelijke dingen in dit prachtige gebied vind ik echt een misdaad tegen de natuur. Ik rijd er snel voorbij.

Ik steek de Rio Tinto over. De rivier kleurt zo groen als gras. Oplichters. Je wordt ook overal belazerd tegenwoordig. Een automobilist toetert naast mij. Als ik opzij kijk, dan steekt de bestuurder zijn duim omhoog en grijnst breeduit. Best leuk zoiets. Vrienden onderweg die geen vrienden zijn. Een soort Facebook van weggebruikers.

Er is niet zoveel horeca in het dorp waar ik met mijn kasteel binnen dender. Er is één plein. En dát is het. In een diarreecafé bestel ik een broodje gebakken ei. De eigenaar doet mij een beetje aan Boy Bensdorp denken. Uit de tijd van De Lachende Scheerkwast. Zelfs het snorretje klopt. Dus lijkt het mij veiliger als de man mijn voedsel verhit. Maar ja, er is hier verder even weinig keus. Joh, als avonturier moet ik natuurlijk straks ook een paar ziektes opgelopen hebben.

Een klein meisje kijkt verkikkerd naar mij en mijn kanariegele regenjas. Ze ziet in mij vast een avontuurlijke opa. We maken foto’s van elkaar en ze zwaait als ik weer vertrek.

Bij Ayamonte steek ik de rivier Guadiana over en verlaat Spanje. De rivier Guadiana is één van de grootste rivieren van dit gebied. Ze is maarliefst 750 km lang en vormt een deel van de grens tussen Spanje en Portugal.

Ik rijd Portugal binnen. Een mooi moment voor mij.

Maar onmiddellijk worden de wegen nóg slechter. Dat is nou weer jammer. Ik ontwijk talloze gaten en kuilen. En diep! Bij ééntje kan ik mij nog nét aan de rand vasthouden… Ik zit veel te veel op het asfalt te letten. Dat is echt geen rijden zo. De kuilen zijn natuurlijk niet erg comfortabel, maar daar komt over het algemeen weinig gevaar vandaan. Ik besluit de vering op comfort te zetten en de kuilen verder te negeren. Ik ga er dwars doorheen. Maar ik word er wel moe van.

In een bushokje doe ik een hazenslaapje. Slechts twee minuten. Ik droom over heerlijke…. Tja, dat zou je graag willen weten, hé!

Een kleine 300 km gestuurd. Aan de rand van Albufeira vind ik een prima plekkie voor 35 euro per nacht. Motor straks in het piepkleine tuintje, maar mét een tuinset en mét een eigen palmboom. Vanzelf.

Ik heb hier een uur tijdverschil. Jéétje, wat ben ik ver van huis. Zo’n beetje het verste punt: 2400 km!

Ik ga straks eerst maar eens een echte Portugese port drinken! Maakt mij niet uit hoe duur hij is. Ik heb ‘m verdiend. Ik denk wel dat ik een paraplu meeneem. Of ik die bij mij heb? Zeg, eh, …is de Paus …..?

Itchy Boots: The Blyde River Canyon

“Good morning South Africa”

Vandaag maakt Noraly een locale trip en laat ze ons wat prachtige plekjes zien uit de regio: The Blyde River Canyon. Dit is de 8e aflevering uit haar serie. We plaatsen niet alle filmpjes maar als het trips op haar motorfiets zijn, dan nemen we ze hier mee op site.

Mooie beelden. Genieten.

Coos op Reis: Middelburg en Portugal

De wereld is nu ruim een jaar in de ban van Corona. En terwijl er door motorrijders momenteel nauwelijks tot niet gereisd kan worden, genieten wij van de verhalen van Coos van der Spek in onze serie “Coos op Reis”.  We krijgen al vragen van lezers zo van:  “Hee, waar blijft het volgende verhaal van Coos?” Welnu, hier is nummer 19 dus.

Middelburg en Portugal

Het is 16 maart en prachtig weer. Half bewolkt. Prima voor een ingekorte afritsbroek, zonnebril, factor 50 en een BMW-truitje in de aanslag.

Vroeg in de middag wandel ik voor mijn lunch zo’n 10 km door het bos naar het dorp Hinojos. Het is een mooie en rustige omgeving en onderweg geniet ik van het groen en alle bloemen.

In het restaurant organiseer ik een pannetje garnalen. De dame plaatst ze borrelend en sissend in de olie op tafel. De geuren van knoflook en rode pepers vullen de lucht. Een paar stukken vers stokbrood maken de maaltijd compleet.

Een meneer tikt mij op mijn schouder en zegt dat, als ik uitgegeten ben, hij even met mij wil praten… Ik schrik er eigenlijk een beetje van, maar ben wel erg benieuwd.

Wat blijkt? De man is de baas van de supermark. Hij had mij gisteravond, toen ik daar mijn diner bij elkaar aan het sprokkelen was, ook al opgemerkt. En zonet heeft hij de logo’s op mijn kleding herkend. Hij komt op zijn gemak aan mijn tafel zitten. De man graait in zijn zak en toont mij vol trots foto’s van zijn BMW 1200 GS, alle drie zijn koffers en een enorme lawaaipijp. Hij is razend enthousiast en vertelt allemaal verhalen van zijn reizen, mooie gebieden in Spanje en interessante steden. En aan langslopende dorpsgenoten vertelt hij dat ik uit Hollanda kom. Erg leuk en gezellig. We hebben wel twee uur zitten praten.

Terug door het bos denk ik er glimlachend nog eens over na. Er schiet mij plotseling een dergelijke gebeurtenis uit het verleden te binnen. En die wil ik noges delen….

MIDDDELBURG

Enfin, wandelen we in Middelburg terug naar de auto. De wind giert door de straat in ons gezicht. Het is mei, maar koúd, jonguh…!

We stappen een willekeurig café binnen voor een warme versnapering. De eigenaar staat achter de bar. Hij ziet er gevaarlijk uit. Levensgrote tatoeages trekken mijn aandacht: afbeeldingen op zijn armen, teksten op zijn handen, op zijn vingers, in zijn hals en in zijn nek. De meest raadselachtige en bizarre geschriften geven aan hoe zijn ruige leven is verlopen. Hel en verdoemenis over zijn hele lijf. Een deel van zijn café bestaat uit oud meubilair van een gereformeerde kerk. Da’s vast nu van de duivel, bedenk ik mij.

Bij het afrekenen vraagt hij aan mij of ik straks nog even een minuutje heb…

Nondeju, ik gaf hem maar een euro fooi. Op een bedrag van 7 euro. Dat is onder de norm van 15%, flitst er door mij heen. Man, dat wordt hier echt knokken met die goser.

Heb ik, met mijn 1.95 meter, vanmorgen voor Jan Lul mijn hoofd kaal geschoren, heb ik voor niks vanmiddag mijn gevaarlijke zonnebril in het formaat van een Mengele brilletje opgezet en is hij niet bang van mijn onzichtbare bodywarmer, die mij zo breed doet lijken als de bodyguard van Willem Alexander?

Janny weet van niks, kijkt argeloos om zich heen en ik zoek in gedachten de kortste weg naar de uitgang.

Komt die kroegbaas met een plattegrond van Middelburg gemoedelijk aan ons tafeltje zitten!

Kijk jochie, ik zal jou es ff de mooie plekkies van Middelburg laten zien. Want jij bent een toerist en ik ben een echte Middelburger en ik vind dat ik wat voor mijn stadje moet doen. En hij toont ons op de kaart waar we die dag nog allemaal heen moeten, waar hij geboren is, wat het oudste gedeelte is en waar de film van Michiel de Ruyter is opgenomen en hoever je moet bukken als je een toertje met de rondvaartboot doet. Het is leúk en leerzaam!

En … hij weet o.a. precies te vertellen wáár de kazerne heeft gestaan waar ik in Middelburg in 1972 in militaire dienst zat. Natuurlijk zijn we daar even gaan kijken. Er is nu alleen nog maar een grasveldje over…

Toffe gast, die kroegbaas met al zijn tattoos. We gaan noges langs, hoor. Heeft hij verdiend!

Morgen reis ik verder. Naar Portugal. Ben benieuwd waar ik terecht kom. Het weer is niet zo best. Maar dat kan ik toch niet veranderen.

In de Catch of the Day uiteraard veel natuur.
Ik ontsnap wéér aan een hevige bui. Hij scheert precies langs.

Off-road in Zuid-Afrika

Itchy Boots plaats bijna dagelijks een filmpje hier op YouTube van haar avonturen op haar motorfiets in Zuid-Afrika. We volgen haar en plaatsen niet alle afleveringen hier op de website. Maar, als het echt over motorrijden gaat, tja, dan kunnen we niet anders dan even zo een aflevering met jullie delen. Hier nummer 7.  Prachtige beelden…

Coos op Reis: HIJ SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN

De wekker gaat om 08:00 uur.

Ik hoor gelijk de regen op het dak. Grote, dikke vette druppels op het houten dakkie van mijn huissie. Tak-Tak-Tak. De regen wás voorspeld en het ís gekomen.
Gatver.

Het is vandaag 15 maart. Op die dag ging ik in militaire dienst. In 1972. Dat is zowat 50 jaar geleden. Gek, ik moet er op die datum altijd aan denken. Mijn militaire diensttijd was echt zonde van mijn tijd. Ik heb er niets geleerd. In dienst voor het vaderland. Jôh, koning en toekomstige ministers, ga lekker zelf ergens in de blubber schieten als je zo nodig ruzie moet maken, dacht ik, toen al. Ik was toen nog maar 19 jaar.


Ik ruim de boel op en pak mijn zooi in. Vandaag gaat de route richting Sevilla. Als ik mijn motor, bepakt en bezakt, uit haar overdekte parkeerplaats rijd, dan is het ondertussen gestopt met regenen. Lekker man!

Tijdens mijn ontbijt op de camping bepaal ik mijn strategie. Toen ik dit navigatietoestel koos, kocht ik er op mijn iPhone een applicatie bij. Die applicatie staat via het internet in verbinding met diverse diensten: de verkeersinformatie met files en wegafsluitingen, de flitspalen en mobiele camera’s en de weersinformatie. Mijn iPhone praat met blauwe tandjes op zijn beurt weer met het navigatiesysteem. Ik laad de geplande route op mijn navigatietoestel en start de weersapplicatie. De Garmin toont dat er forse regen precies in de knik van mijn route zit. Wat een móóie techniek allemaal, hè. Besturing en controle. En alles onder een knopje.

Maar terug naar de regen in dat knikje. Gatver. Extra jammer, want ik kreeg de sleutel van het appartement van mijn ouwe DAS-makker Rob Bloemer mee. Ik verheugde mij al op een paar dagen strand met de e-reader… Beetje bakken en braaien en wentelen als een sucadelapje. Dutje doen in de middag… Ik kan énorm lui zijn, hoor.

Ik besluit om de regen te ontwijken en kies voor een alternatieve route om zo de knik af te snijden. Ik bind mijn regenpak héél duidelijk zichtbaar achterop mijn motor en vraag of Anzar, de god van de regen, mij goedgezind wil zijn. Als Anzar ziet dat ik mijn regenpak bij mij heb, dan laat hij geen regen vallen. Zo is dat. Tja, en als je het niet kunt bewijzen, dan moet je het geloven. Want zó gaat dat met het geloof…

Het motormanagement van de BMW stel ik af op RAIN. Het maakt de motor minder fel. En dat is prettig en veiliger op natte en gladde wegen. En zeker bij het uitkomen van de bochten. Ik zet de handvatverwarming aan en ga op weg.

Ik klim de bergen in en zie de temperatuur rap zakken. Af en toe krijg ik van Anzar wat druppeltjes op mijn vizier. Dan bulder ik in mijn helm dat hij eens goed naar mijn regenpak achterop moet kijken. Heb je hem gezien? roep ik steeds. Ik heb mijn volledige regenpak bij mij! Kort daarna is het dan weer droog. Met een beetje grote bek houd je een hoop onheil van je af, hoor. Ik praat mijzelf wat moed in, dat hoor je zeker wel.

Ik stop voor een warme kop koffie. Een lieve dame doet de deur open. Eigenlijk is het restaurant nog gesloten. Allervriendelijkst maakt ze verse koffie en serveert er een kleine cake bij. Potver, als ze van déze dame nou eens 200 Spaanse buschauffeurs zouden maken, wat zou het dán voor toeristen leuk zijn om met de bus in Spanje te reizen.

In de koffietent trek ik gelijk een extra warme trui van BMW aan. Janny heeft er altijd een hekel aan als ik weer eens thuis kom met een nieuw kledingstuk waar BMW op staat. Het is twee keer zo duur en de kwaliteit is twee keer zo slecht, moppert ze dan. Maar ik vind het zooo leuk dat er BMW op staat, jôh. Ik ben gewoon een groot kind, blij met z’n warme truitje mét stoer BMW-logo. Ik kan altijd zó verlekkerd in de kledingrekkies daar kijken…. Haha!

Ondertussen ben ik in de buurt van Algodonales en is die nare regenhoek afgesneden. Ik verleg de route weer naar de oorspronkelijke route en gluur eens om mij heen. Ik zie blauwe luchten en ik zie dreigende luchten. Een beetje door elkaar heen. Ach, ik heb gewoon wat geluk nodig.

Soms stop ik voor een foto. Zo eentje met wat stralende luchten en wat zonneschijn. Maar dan halen de dreigende luchten mij rap in en gaat het plots weer druppelen. Gatver.

En opééns besef ik: Anzar zit mij achterna, hij zit mij op de hielen. Nondeju! Ik heb mijn regenpak gedurende deze gehele trip, die vanaf 28 februari aan de gang is, nog steeds níet aangehad. En das uniek. Das best lang. En dat schreef ik onlangs vrolijk in mijn verslag. En nu zint Anzar op wraak. Want hij wil geen vrolijke verhaaltjes. Daar is-tie potverdorie geen regengod voor geworden. Anzar wil mij vandaag in mijn spiksplinternieuwe hightech elastische kanariegele pakkie van Goedhart Motoren in Bodegraven zien, die smerige boef. Anzar wil mij nat, Anzar maakt er een wedstrijd van… !

Dus gauw een foto van die lucht maken en rap weer op de motor. Huphuphup. Ik moet Anzar vóórblijven. Dat stuk chagrijn zal zijn zin niet krijgen. Jij gaat mijn regenpak niet zien vandaag, sukkel. GO Coos, GOOO! Gas op die lolly!

En ondertussen ben ik nog steeds lekker droog. Ik zit te fluiten in mijn potje. Reteslim om dat smerige regengebied effe te vermijden. Geen moer aan.

Janny kan op haar iPhone tot op de meter nauwkeurig zien waar ik ben en vraagt via Whatsapp of ik in de regen rijd. Want dat kán bijna niet anders, typt zij. Zij weet ondertussen niks van mijn regenrace natuurlijk.

Maar het blijft maar lukken en ik blijf maar droog. Haha. Goed gedaan. Yeah! Ben jij ook wel eens zo tevreden over jezelf? Wellicht ik wel ietsje vaker dan de gemiddelde mens, hoor. Dat zou zo maar kunnen.

Maar je weet het: als ouwehoeren pudding was, dan heette ik DrOetker…Ik heb de naam én de daad.

Bij Montellano bolder ik tussen uitgestrekte olijfbomenvelden door. Links staan de knoestige oude olijfbomen en rechts de sprieterige jonge olijfbomen. Hoe moeten die ouwe nou de jonkies leren hoe ze olijven moeten maken? bedenk ik mij. Of zouden ze ‘s nachts weleens stiekem de weg oversteken, Darwin trotserend?

Ik maak een mooie foto van een solitaire boom. Samen met mijn motor. We hebben best veel gemeen, die boom en ik.

Onderweg kruist een dikke duif mijn weg en vliegt bijna tegen mijn hoofd. Het scheelt minder dan een meter. Ik kijk hem recht in zijn angstige oogjes aan. Alle G-krachten trotserend draait hij als een gevechtspiloot in een F16 op volle snelheid bij en voorkomt een enorme botsing met veel veren en onreinheid op mijn scherm en vizier. Goeie raceduif! Op een schaal van één tot tien krijgt hij een negen van mij.

De regen komt mij achterna. Ik moet steeds harder gaan rijden om Anzar vóór te blijven. Maar het is een ongelijke strijd. Anzar heeft geen stoplichten en rotondes. En bij mij ligt veel modder op de weg.

In Utrera geef ik mij gewonnen en vlucht ik een overdekt terras op voor een lekker broodje. De regent komt met bakken uit de lucht. Ik lach Anzar uit. Ik sta hier veilig droog. Mijn pak heeft hij nog niet gezien…

Het broodje is op en ik rij weer een blauwe lucht tegemoet. Anzar doet vast even een dutje en heeft mijn vertrek niet in de gaten. Volgens mij is Anzar een sufferd. Gewoon zo’n rotgodje waar je verder niks aan hebt.

Kort voor Sevilla moet ik tanken. Een pompbediende wil dat werkje wel even voor mij doen. Only in your dreams, mate. Tanken doe ik mooi zelf. Je stopt je dieselpistool maar lekker ergens anders in, roep ik hem toe. Gelaten geeft hij mij de handgreep aan. Hij wil wél van tevoren weten voor hoeveel geld ik ga tanken. En ik moet cash betalen. Ik tank totdat de tank vol is, señor, vertel ik hem vriendelijk. Ik heb nu nog geen idee hoeveel d’r in haar tank gaat, amigo.

Ik moet plots denken aan telefoonabonnementen: daar moet je ook van te voren opgeven hoeveel je gaat bellen en hoeveel je gaat internetten. Wie wéét dat nou? Van tevoren? En we pikken het allemaal, hè? Wat een stomme klantonvriendelijke onzin. Ze leggen je daarmee toch gewoon aan de ketting?

Hup verder! Kein keloel over benzine en abonnementen. De donkere wolken komen er aan!

Anzar trekt nog een paar keer vals zijn lippen op, grijnst gemeen zijn tanden bloot en stort voorzichtig een beetje water over mij uit. Ik tart hem en lach hem uit. Het gebeurt diverse keren dat ik recht op zo’n pikdonkere lucht afrijd en dat mijn route héél kort daarvoor weer afslaat. En dan scheer ik er weer langs. Anzar verbijt zijn ellende. Hij pist maar wat schlemielige druppeltjes naar beneden, maar dat mag geen naam hebben.

In Sevilla heeft hij mij bijna te pakken. Bijna! Het is tegen 18:00 uur. Ik heb er 330 km op zitten. Ik rij midden in de drukke stad en heb tien ogen nodig om te overleven. Die Spanjolen in hun koektrommels willen allemaal tappas van mij maken. Ze zijn of aan het bellen, of aan het roken of ze zijn met hun passagier druk in gesprek.

En dan, plotseling, zet Anzar de kraan helemaal vol open. De regen komt met bakken naar beneden! Het ziet grijs van de regen. Ik kan geen kant op. Ik wil je pak zien, dondert hij. Ik maak je zeiknat, bliksemse kaaskop uit de Lage Landen!

En nét als ik hem dan maar wil voorstellen om met 1:1 te eindigen, ik ben er immers bijna en heb hem de héle dag ontweken, vind ik tussen de scholieren een droge overdekte schuilplek. Haha. Je kunt de koelere krijgen, Anzar. Ik heb gewonnen! Géén regenpakkie aan vandaag! Het zit nog steeds ingepakt achterop mijn motor!

Het laatste stukkie rij ik droog.

Ik vind een toffe camping in het nationaal park Doñana in de buurt van Almonte. Zéven wandelkilometers van de bewoonde wereld. Maar eindelijk in een echte caravan, en super netjes, zoals het hoort. Het restaurant en de winkel zijn hier alleen in het weekend open. Nou ja…

COOS SLIEP VANNACHT NIET ALLEEN….

Ik werd vanmorgen wakker met vier muggenbulten. De klootzak!