Tag archieven: uit de oude doos

Passie voor Motorsport

Voor de liefhebbers van (oude) motorsport publiceren we graag weer wat leuke plaatjes uit de vorige eeuw. Toen er nog kunstenaars zo konden schilderen en tekenen dat je de beweging er in zag. Artificial Intelligence bestond toen nog niet.

In onze besloten Facebook groep PASSIE VOOR MOTOREN plaatsen we regelmatig van die oude kunstwerken. Posters, vintage, advertenties en andere oude reclame uitingen. Veel van onze leden van deze Facebook groep, en lezers van deze website, houden van klassiekers en tonen met trots hun bewaard beeldmateriaal en sommigen rijden zelfs nog met deze oude motoren.

Onze besloten Facebook-groep, is dit jaar weer stevig gegroeid naar inmiddels al meer dan 4.200 leden. We zijn te vinden via deze link:

//www.facebook.com/groups/passievoormotoren

Vierenveertig jaar geleden, TT ASSEN

Vandaag gaan we even terug in de tijd. Naar 1980. Naar het beroemde TT Circuit Assen. Met de helden van toen: Jack Middelburg, Boet van Dulmen en Wil Hartog. Voor de liefhebbers tonen we filmmateriaal van 44 jaar oud. Toen Nederland nog een rol speelde op wereldniveau. Wat was dit een motor-race!

De TT Assen 1980 was de vijfde race van het wereldkampioenschap wegrace voor motorfietsen in het het seizoen 1980. De races werden verreden op 28 juni 1980 op het TT Circuit in Assen. Geniet van deze oude beelden.

Bijna een eeuw TT historie

Eergisteren, 11 juli 2024, was het precies 99 jaar geleden dat de allereerste TT op zaterdag 11 juli 1925 in Rolde om 14.30 uur van start ging. Er werden rondjes van 28 kilometers gereden.

Via Borger en Schoonloo werd tien keer een rondje van 28 km gereden. In de route zaten zandwegen, grindpaden, een keienstraat, onverharde bochten en bruggetjes van een paar planken breed. Niet ideaal dus en daarom werd in 1926 uitgeweken naar een route die onder meer over Hooghalen voerde. Dit stratencircuit was tot 1954 het decor van de Tour de TT. De start en de finish van de Motul TT is nog steeds op dezelfde plek als in 1926.

Toen motorrijders nog geen Spa rood dronken

De mannen stapten op hun motoren. Startten de spullen. Keken nog een keer in het rond. En knalden op het achterwiel weg van het parkeerterrein, de weg op. Zelf heb ik in 50 jaar motorrijden twee keer een wheelie gemaakt. Per ongeluk. Een keer omdat de koppelingskabel van mijn T150V brak. De andere keer puur per ongeluk en op vermogen op een 1200 cc Bandit. Mijn knee down resulteerde trouwens in een ingezwachtelde knie. Waar ik me bij al die achterwielerij over heb verbaasd hoe de olie aanzuigpomp zijn werking kan blijven doen als de motor in kwestie zo’n kwartslag gedraaid is ten opzichte van zijn gewone positie.

Dolf Peeters, de schrijver van deze column. Klik je onderaan op de tag van zijn naam, dan kom je meerdere artikelen van Dolf tegen.

Van mijn vroegere docent calorische werktuigen herinner ik me de opmerking dat olie dient ter koeling, als geluidsdemping en als smeermiddel. Dan kan je wel zeggen ‘two out of three ain’t bad’, maar met de prijs van een blokrevisie in gedachten… Techniek moet je net als je partner met repect en liefde behandelen. Toch?

Maar die kennis komt je niet aanwaaien. Je moet leren van je fouten. Dat is ook de reden waarom het ‘vroeger’, toen we nog jong en onbezonnen waren nogal eens mis ging in de relatiewereld tussen mens en mens M/Ven waddannook of mens en machine. Want welke waus zou het nu in zijn hoofd halen om op de Afsluitdijk op en neer te blazen op een Kawasaki 500 driecilder waarvan, natuurlijk om hem nog sneller te maken, de luchtfilters zijn verwijderd? En hoe zouden we er nu over denken om in Renesse tegen het opkomen van de zon de nieuwe dag te verwelkomen door een CB750 K2 op de zijstandaard staand zoveel toeren te laten maken dat de kleppen gingen zweven? Hoe feestelijk zouden we het nu vinden om op een treffen van Britse klassiekers een Honda, Suzuki of Kawasaki met hamers in elkaar te slaan en in de brand te steken?

Wat vroeger ook heel anders was, was de ‘après motorritten’ tijd, denk aan het befaamde ‘après ski gebeuren’. Een poosje geleden was ik als meerijder gevraagd op een paar daagse trip. Dat was een leuke route en de deelnemers waren – net als ik – vijftig plussers. Er was een hoog percentage recente allroad- en adventurefietsen. Allemaal fris, zwaar spul. Niet de biotoop waar je met een 640 Guzzi NTX indruk maakt. Maar iedereen had schik. Voor het avondeten bleek een fors deel van de mensen alcohol en tabaksvrij.

Om tien uur lag bijna iedereen in zijn mandje. We zaten met wat fossielen onder elkaar te praten over vroeger: ‘Kratje (van Oude Adelijke afstemming met bijbehorende naam met ‘ae’s en ‘ck’s) die pas soepel ging sturen na een half kratje. De rest was voor na het tent opzetten. De befaamde foutrijder C’ die na een rit van 180 kilometer ’s avonds om half tien kwam aankakken met dik 400 km op de klok. Over Wil, die in nacht en nevel (en beneveld) had gefocussed op de achterlichten van de auto voor hem. Die automobilist ging naar huis. Toen hij daar stopte werd hij op het garagepad aangesproken door een bozige Wil: “Wie ben jij in Godsnaam en waar zijn we?.

Kleine Koos die net weer single was en die op een treffen nattigheid voelde naar aanleiding van allerlei snaakse opmerkingen. Zijn kompaans hadden een opblaaspop in zijn tent gelegd. Maar Kleine Koos was wat paranoia. En besliste dat er iets heel erg fouts met zijn tent moest zijn. Hij ging dus naast zijn tent slapen terwijl er laat in die nacht of vroeg in de ochtend een enorme regenbui over de Schellingwouder camping trok. Over Martin die ’s ochtends met een kater en een tattoo in zijn gezicht wakker werd. Over Gekke Fredje wiens voeten tijdens zijn roes door ratten waren aangevroten. (Ze zullen er toch niet ziek van zijn geworden?)

Over de veelstejaars student die zijn Norton in zijn slaapkamer zette en hem daar startte omdat hij op het geluid zo lekker in sliep. Over Tim die door zijn vriendinnetje overhoop werd gestoken toen ze hem kussend met een ander trof. Over winterritten in de tijd dat winters nog winters waren. Dan had je een literfles jenever in je zak. Plus een slangetje tussen de fles en je bevroren mondhoek. Groningen was erg ver weg in die tijd. Wel een liter ver.

We proostten op het verleden toen motorrijders nog geen Spa rood dronken.

🏍🏍🏍

Dit motorverhaal is geschreven door Dolf Peeters.

Prutsen in de schure

Via een volger op Facebook (Roel) kwamen wij in onze besloten groep PASSIE VOOR MOTOREN deze tekst tegen. De bron van de tekst is ons onbekend. Aan het dialect te zien moet dit verhaal uit het oosten van ons land komen.

𝙿𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎.

𝙴é𝚗 𝚟𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚖𝚎𝚎𝚜𝚝 𝚟𝚎𝚞𝚛𝚔𝚘𝚖𝚖𝚎𝚗𝚍𝚎 𝚑𝚘𝚋𝚋𝚢𝚜 𝚑𝚒𝚎𝚛 𝚒𝚗 𝚑𝚎𝚝 𝚘𝚘𝚜𝚝𝚎𝚗 𝚒𝚜𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗‘. 𝙴𝚎𝚗𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗𝚒𝚗 𝚍𝚎𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎. 𝙴𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚝𝚞𝚒𝚗, 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚌𝚛𝚘𝚜𝚜𝚖𝚘𝚝𝚘𝚛, 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚌𝚛𝚘𝚜𝚜𝚊𝚞𝚝𝚘, 𝚎𝚗𝚣𝚘𝚟𝚘𝚘𝚛𝚝. 𝙾𝚙 𝚍𝚎 𝚖𝚒𝚍𝚍𝚎𝚕𝚋𝚊𝚛𝚎 𝚕𝚊𝚗𝚍𝚋𝚘𝚞𝚠𝚜𝚌𝚑𝚘𝚘𝚕 𝚟𝚛𝚘𝚎𝚐 𝚍𝚎 𝚖𝚎𝚒𝚜𝚝𝚎𝚛 𝚊𝚗 𝚘𝚗𝚜 𝚠𝚊𝚝 𝚍𝚎 𝚑𝚘𝚋𝚋𝚢𝚜 𝚣𝚘𝚊𝚕 𝚠𝚊𝚊𝚛𝚗. 𝟿𝟿% 𝚟𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚊𝚗𝚝𝚠𝚘𝚘𝚛𝚍𝚎𝚗 𝚠𝚊𝚜: “𝙰𝚌𝚑𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎“. 𝙳𝚞𝚜𝚝 𝚔𝚕𝚘𝚙𝚝.

𝙴𝚎𝚗 𝚋𝚛𝚘𝚖𝚏𝚒𝚎𝚝𝚜 𝚕𝚒𝚎𝚙 𝚗𝚘𝚊 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎 𝟷𝟸𝟶 𝚔𝚖/𝚞. 𝙴𝚎𝚗 𝚝𝚛𝚎𝚔𝚔𝚎𝚛 𝚑𝚊𝚍 𝚗𝚘𝚊 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎 𝟷𝟻𝟶 𝚙𝚔 𝚒𝚗 𝚙𝚕𝚊𝚊𝚝𝚜 𝚟𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚘𝚘𝚛𝚜𝚙𝚛𝚘𝚗𝚔𝚎𝚕𝚒𝚓𝚔𝚎 𝟼𝟻 𝚙𝚔. 𝙽𝚘𝚊 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚠𝚎𝚛𝚔 𝚠𝚊𝚜𝚝 𝚌𝚊𝚛𝚋𝚒𝚍 𝚟𝚎𝚛𝚟𝚊𝚗𝚐𝚎𝚗 𝚍𝚎𝚞𝚛 𝚐𝚊𝚜 𝚎𝚗 𝚣𝚞𝚞𝚛𝚜𝚝𝚘𝚏, 𝚘𝚏 𝚠𝚎𝚛𝚍 𝚎𝚛 𝚎𝚎𝚗 𝚟𝚕𝚊𝚖𝚖𝚎𝚗𝚠𝚎𝚛𝚙𝚎𝚛 𝚞𝚞𝚝𝚐𝚎𝚟𝚘𝚗𝚍𝚎𝚗 𝚞𝚖 𝚛𝚎𝚍𝚎𝚕𝚒𝚓𝚔𝚟𝚎𝚒𝚕𝚒𝚐 𝚠𝚎𝚜𝚙𝚎𝚗𝚗𝚎𝚜𝚝𝚎𝚗 𝚞𝚞𝚝 𝚝𝚎 𝚛𝚘𝚎𝚒𝚎𝚗.

𝚅𝚛𝚘𝚐𝚐𝚎𝚛 𝚣𝚊𝚝𝚎𝚗 𝚠𝚒𝚎𝚓 𝚋𝚎𝚜𝚝 𝚟𝚊𝚔𝚎 𝚋𝚒𝚎 𝚖𝚎𝚔𝚊𝚛𝚎 𝚞𝚖 𝚖𝚎𝚝 𝚖𝚎𝚔𝚊𝚛𝚎 𝚎𝚛𝚐𝚎𝚗𝚜 𝚒𝚗 𝚎𝚎𝚗 𝚘𝚕𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎 𝚝𝚎𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗‘. 𝙴𝚛𝚒𝚜 𝚟𝚊𝚗 𝚊𝚕𝚕𝚎𝚜 𝚊𝚗 𝚖𝚎𝚔𝚊𝚛𝚎 𝚐𝚎𝚋𝚛𝚘𝚊𝚓𝚎𝚗, 𝚞𝚞𝚝 𝚖𝚎𝚔𝚊𝚛𝚎 𝚐𝚎𝚜𝚕𝚎𝚙𝚙𝚎𝚗, 𝚐𝚎𝚝𝚒𝚖𝚖𝚎𝚛𝚍 𝚎𝚗 𝚐𝚎𝚜𝚌𝚑𝚛𝚘𝚎𝚏𝚍, 𝚞𝚞𝚝𝚐𝚎𝚟𝚘𝚗𝚍𝚎𝚗, 𝚊𝚏𝚐𝚎𝚋𝚛𝚘𝚊𝚔𝚎𝚗 𝚎𝚗 𝚠𝚎𝚎𝚛 𝚘𝚙𝚐𝚎𝚋𝚘𝚞𝚠𝚍. 𝙶𝚘𝚍 𝚖𝚊𝚐𝚝 𝚠𝚎𝚎𝚝𝚗 𝚠𝚊𝚝. 𝚆𝚒𝚎𝚓 𝚋𝚞𝚗𝚝 𝚍𝚎𝚛 𝚗𝚎𝚎𝚝 𝚍𝚘𝚖𝚖𝚎𝚛 𝚟𝚊𝚗 𝚐𝚎𝚠𝚘𝚛𝚍𝚎𝚗. 𝙷𝚒𝚎𝚛𝚎𝚗 𝚍𝚘𝚊𝚛𝚗 𝚕𝚒𝚝𝚝𝚎𝚔𝚎𝚗, ‘𝚗 𝚑𝚊𝚕𝚟𝚎 𝚙𝚘𝚘𝚝 𝚘𝚏 𝚟𝚒𝚗𝚐𝚎𝚛 𝚍𝚎𝚛𝚋𝚒𝚎𝚗𝚘𝚊𝚊𝚏. 𝙰𝚕𝚕𝚎𝚜 𝚑𝚎𝚏 𝚎𝚎𝚗 𝚟𝚎𝚛𝚑𝚊𝚊𝚕. 𝙳𝚒𝚎 𝚟𝚎𝚛𝚑𝚊𝚕𝚎𝚗𝚠𝚘𝚛𝚍𝚗 𝚘𝚘𝚔 𝚟𝚊𝚊𝚔 𝚟𝚎𝚛𝚝𝚎𝚕𝚍. 𝚄𝚖𝚍𝚊𝚒𝚝 𝚜𝚊𝚖𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚕𝚎𝚊𝚟𝚎𝚗, 𝚖𝚎𝚝 𝚣𝚒𝚎𝚗 𝚊𝚕𝚕𝚎𝚗. 𝙴𝚕𝚔 𝚕𝚒𝚝𝚝𝚎𝚔𝚎𝚗 𝚑𝚎𝚏 𝚣𝚒𝚎𝚗 𝚎𝚒𝚐𝚎𝚗𝚟𝚎𝚛𝚑𝚊𝚊𝚕 𝚎𝚗 𝚖𝚎𝚝 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚘𝚛𝚛𝚎𝚕𝚝𝚓𝚎 𝚍𝚎𝚛 𝚋𝚒𝚎𝚓 𝚠𝚘𝚛𝚍𝚎 𝚟𝚎𝚛𝚑𝚊𝚕𝚎𝚗 𝚜𝚝𝚎𝚎𝚍 𝚖𝚘𝚘𝚒𝚎𝚛.

𝙿𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎𝚠𝚊𝚝 𝚠𝚊𝚜𝚝 𝚖𝚘𝚘𝚒. 𝙴𝚗 𝚗𝚘𝚐 𝚜𝚝𝚎𝚎𝚍𝚜! 𝙳𝚞𝚜, 𝚘𝚗𝚍𝚎𝚛𝚜𝚌𝚑𝚊𝚝𝚝 𝚗𝚒𝚎𝚝, 𝚍𝚎 𝚖𝚎𝚎𝚜𝚝𝚎 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚛𝚜𝚋𝚞𝚗𝚝 𝚜𝚕𝚒𝚖𝚖𝚎𝚛 𝚍𝚊𝚗 𝚒𝚎 𝚍𝚎𝚗𝚔𝚝. 𝙿𝚛𝚞𝚝𝚜 𝚖𝚘𝚊𝚛 𝚖𝚘𝚘𝚒 𝚟𝚎𝚍𝚊𝚗. 𝚆𝚒𝚎 𝚔𝚛𝚒𝚎𝚐𝚝 𝚐𝚎𝚋𝚛𝚎𝚔 𝚊𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚛𝚜.

(bron onbekend)

Met dank aan Dolf Peeters voor de sfeerfoto’s hieronder, bij dit thema!